Sinds 1914 kent de Kerk de Werelddag voor migranten en vluchtelingen. Deze is op 14 januari. Sinds 1978 komt de paus jaarlijks met een boodschap over migratie. Hierin komt het denken van de Kerk over dit onderwerp tot uitdrukking.
Migratie is tegenwoordig een structureel fenomeen en mede door de globalisering belangrijk voor de wereldwijde arbeidsmarkt. Er bestaat nationale en internationale migratie, gedwongen en vrijwillige migratie, legale en illegale migratie, waaronder handel in mensen. Tenslotte zijn er de buitenlandse studenten, die culturele en economische bruggen tussen landen slaan en bijdragen aan het komen tot één menselijke familie.
De migrant zoekt naar betere levensomstandigheden of is op de vlucht voor oorlog, geweld, honger en natuurrampen. Migratie leidt tot vermenging van personen en volken met verschillende culturen. Dit geeft allerlei problemen van menselijke, ethische, religieuze en geestelijke aard.
Ik was vreemdeling…
Een belangrijke richtlijn in het kerkelijk denken over migratie is de uitspraak van Jezus in Mt 25,35: “Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen”. De Kerk erkent het recht van ieder mens het eigen land te verlaten en naar een ander land te gaan om betere levensomstandigheden te zoeken. Zeker als er een noodsituatie is. Tegelijkertijd hebben staten het recht om de migratiestromen te reguleren en de eigen grenzen te beschermen. Nooit mag dit zonder respect voor ieder mens. Migranten hebben de plicht te integreren in het land van opvang en de wetten ervan te respecteren. Het is de kunst om het evenwicht te vinden tussen de opvang die ieder mens toekomt, en de maatregelen die nodig zijn om zowel de plaatselijke bevolking als de nieuwkomers een waardig en vreedzaam leven te laten leiden.
Vrouwen en kinderen
Bijzondere aandacht vraagt de Kerk voor minderjarige migranten. Zij leven in twee culturen. Dit geeft voordelen en moeilijkheden. Zij moeten een opleiding kunnen volgen en daarna kunnen werken. Er is sprake van steeds meer migratie van vrouwen. Zij migreren om in een ander land werk te zoeken en vormen voor hun familie vaak de belangrijkste bron van inkomsten. Buitenlandse arbeidskrachten zijn extra kwetsbaar; voor vrouwen geldt dat nog sterker. Hier moet ook de vrouwenhandel genoemd worden. Vaak gaat het om vrouwen en meisjes, die niet het minste vermoeden hebben van wat hen te wachten staat. Zij worden regelmatig als slaven uitgebuit, vaak in de seksindustrie.
Menselijke waardigheid
Iedere migrant is een menselijke persoon en heeft onvervreemdbare fundamentele rechten, die altijd door iedereen geëerbiedigd moeten worden. Allen maken wij deel uit van één familie: de migranten en de lokale bevolking. Allen hebben hetzelfde recht de goederen van de aarde te gebruiken. Hier vinden solidariteit en samen delen hun grondslag.
Christenen worden slapend rijk. Vandaag worden we niet opgeroepen tot waakzaamheid, maar blijkt juist de slaap de sleutel tot kennis en geluk. Zowel in de eerste lezing als in het Evangelie vallen mensen in slaap. En dan gebeurt het: ze zien Gods heerlijkheid. In de eerste lezing brengt Abram een offer aan God. Zoals in die tijd gebruikelijk was bij het sluiten van een verbond, snijdt Abram op voorstel van God een aantal dieren doormidden. Dit doormidden snijden betekent waarschijnlijk dat degene die het verbond verbreekt hetzelfde lot als de dieren zal ondergaan. Het vergoten bloed kan gezien worden als de bezegeling van het verbond.
Abram doet alle moeite om dit plechtige ritueel en daarmee het gesloten verbond te beschermen. De roofvogels, het kwaad dat op de loer ligt, verjaagt hij. Maar pas als Abram moegestreden is en in slaap valt, pas dan laat God zich in zijn heerlijkheid zien. Als een vuur gaat Gods heerlijkheid tussen de stukken dier door. Hiermee wordt het verbond van Godswege bekrachtigd.
In het Evangelie horen we hoe Petrus, Johannes en Jacobus na een stevige wandeling bergop in slaap zijn gevallen. Terwijl zij liggen te slapen verandert Jezus van gedaante en verschijnen Mozes en Elia. In hun slaap ervaren de leerlingen de heerlijkheid van Jezus. Wakker geworden komt Petrus niet verder dan een stomme opmerking: “Hij wist niet wat hij zei.” En dan is het voorbij en in een wolk klinkt de stem van God: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.”
In beide lezingen is er nadrukkelijk sprake van slapende personen. Zij ervaren Gods heerlijkheid. Ook in Psalm 127 gaat het over slapen. De eerste regels hiervan luiden: “Als de Heer de woning niet bouwt, werken de bouwers vergeefs. Als de Heer de stad niet beschermt, waakt de wachter vergeefs. Vergeefs staat ge op voor de dag aanbreekt en rust ge pas laat in de nacht. Gij eet na moeizame arbeid uw brood; Gods vrienden ontvangen het slapend.” Al het geploeter van de mens leidt tot niets zonder Gods medewerking. Sterker nog: “Vergeefs staat ge op voor de dag aanbreekt en rust ge pas laat in de nacht.” Daartegenover staat: “Gods vrienden ontvangen het slapend.” Met de woorden van Huub Oosterhuis: “Gij geeft het uw beminden in de slaap, Gij zaait uw Naam in onze diepste dromen.”
Het is niet ons zwoegen en ploeteren, het is niet onze activiteit die ons het geluk brengt. Het is de vriendschap met God, het is Gods liefde die ons gelukkig maakt. Zo worden wij slapend rijk. De slaap, het niets doen maakt ons ontvankelijk en doet ons openstaan voor Gods liefde.
Ik herinner me de tijd dat ik bezig was met mijn afstudeeronderzoek van mijn scheikundestudie in Groningen. Ik deed onderzoek aan stoffen met een ingewikkelde kristalstructuur en kwam er niet echt achter hoe die precies was. Ik probeerde van alles, maar ik kreeg het niet kloppend. In die tijd had ik naast mijn bed altijd een stuk papier en een potlood liggen. Want juist tijdens het inslapen had ik altijd allerlei ideeën. De meeste van die ideeën konden de volgende dag zo de prullenbak in, maar een enkele keer was het een begin van een oplossing. En zo kwam ik uiteindelijk ook juiste de kristalstructuur op het spoor. U hebt die ervaring misschien ook wel. Je bent geweldig aan het piekeren, maar je komt er niet uit. Pas op het moment van ontspanning en van los laten, dient zich de oplossing aan. In de schimmigheid van het doezelen ontvangen we inspiratie, een influistering van de geest. Onbedacht laat het onbekende zich aan ons kennen. Zo word je slapend rijk.
Ons activisme kan ons geweldig in de weg zitten. We doen verschrikkelijk veel moeite om gelukkig te worden. We besteden daarbij vooral aandacht aan materiële zaken en geld verdienen. Met geld kunnen we sensaties kopen, allerlei genietingen. Geld heb je ook nodig voor je oude dag, want dan moet je elke dag genieten en voortdurend leuke dingen doen. Dat begrijp ik van de reclame. En leidt dat alles tot geluk? Niet echt, soms een beetje. Het echte geluk vind je niet in materiële zaken, niet in sensaties. Het echte geluk vind je in vriendschap en verbondenheid, het echte geluk vind je in liefde. En zoals iedereen weet is liefde niet te koop.
In de tweede lezing heeft Paulus het hierover. Hij leert dat de vijanden van Christus hun geluk zoeken in sensaties: “hun buik is hun God.” “Maar ons vaderland is in de hemel.” Jezus Christus zal ons armzalig lichaam herscheppen en gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam. Dan zullen wij het ware geluk ervaren.
Betekent dat wij helemaal niets moeten doen en fatalistisch moeten afwachten wat God ons geeft? Nee! Wij moeten ons actief open stellen voor Gods liefde. Op Hem ons vertrouwen stellen. Van Abram wordt gezegd dat hij de Heer geloofde. God rekende Abram dit geloof als gerechtigheid aan. En ook bij de leerlingen gaat het geloof vooraf aan de ervaring van de gedaanteverandering. Acht dagen voor deze gebeurtenis verklaart Petrus dat Jezus de Christus, de Messias is. Petrus spreekt zijn geloof in Jezus Christus uit.
Het geloof is het eerste antwoord op de liefde en de genade die wij van God ontvangen. Het tweede antwoord is dat wij de liefde die ons gegeven wordt delen. Wij delen Gods liefde door onze medemensen lief te hebben, door bij te dragen aan hun geluk. Wij zijn niet in staat onszelf gelukkig te maken maar des te meer kunnen we anderen gelukkig maken. Zo worden wij niet alleen zelf slapend rijk van geluk, door de liefde die God ons geeft. Ook onze medemens maken wij slapend rijk. Amen.
Wie kun je tegenwoordig nog vertrouwen? Sporters gebruiken verboden middelen. Bestuurders van scholen en woningbouwcorporaties vullen hun eigen zakken. Bankiers verkopen ons onbegrijpelijke producten. Politici houden zich niet aan hun beloftes. Kerkleiders doen niet wat ze zelf verkondigen. Wie kun je nog vertrouwen?
Volgens recent onderzoek is het vertrouwen dat wij in onze leiders hebben de afgelopen jaren sterk gedaald. Wantrouwen bedreigt de maatschappij. Het is een sluipend gevaar dat het functioneren van de samenleving ondermijnt. Om dit gevaar te bestrijden worden er toezichthouders aangesteld, steeds meer. Alles moet door onafhankelijke instanties gecontroleerd worden, want de slager die zijn eigen vlees keurt, is volgens politici en journalisten ongeveer het ergste wat er bestaat.
Maar wat is daar zo verkeerd aan? Ik ben erg blij met mijn slager. Ik vertrouw erop dat hij echt zelf het vlees keurt dat hij verkoopt. Ik weet zeker dat hij mij geen rotzooi wil verkopen en dat ik zeker niet met bedorven vlees de slagerij ga verlaten. Juist daarom ben ik vaste klant; niet omdat de Keuringsdienst van Waren zo nu en dan komt inspecteren. Overigens heet dat tegenwoordig de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Dat klinkt natuurlijk een stuk beter.
Al die autoriteiten hebben er niet voor kunnen zorgen dat het vertrouwen toeneemt. Nee, het neemt juist af. Hoe meer toezicht, hoe meer wantrouwen, want het zal toch niet voor niets zijn. Die toezichthouders zijn natuurlijk echt nodig. Iedere keer als er iets mis gaat, roepen journalisten en politici om het hardst dat er nog meer toezicht moet komen. Is er hier echt sprake van het spreekwoord: “Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.”?
Waarom worden wie niet opgeroepen tot meer betrouwbaarheid? Hebben we dan helemaal geen vertrouwen in de mensheid? Is iedereen alleen maar tot het kwade geneigd en alleen gericht op het eigen gewin? Waarom niet een positiever mensbeeld? Wanneer je mensen vertrouwen geeft, word je over het algemeen beloond met een even positieve houding naar jou toe. Elkaar vertrouwen geven en elkaar daarin ook een beetje bij de les houden en steunen, dat bouwt op positieve wijze de samenleving op. Een samenleving zonder wantrouwen en achterdocht is veel prettiger om deel van uit te maken. Een samenleving gebouwd op vertrouwen is ook een stuk goedkoper. Weg met al die dure autoriteiten, inspecteurs en toezichthouders, gewoon betrouwbaar zijn en elkaar een beetje in de gaten houden.
Een ander gezegde wat ik veel hoor is: “dan ben je een dief van je eigen portemonnee”. Zo zou de bekende slager een dief van zijn eigen portemonnee als hij slechte kwaliteit vlees toch niet stiekem als eerste kwaliteit verkoopt. Ik geloof dat niet. Volgens mij is een maatschappij die gebouwd is op wantrouwen een dief van haar eigen portemonnee.
Column in Telstar, 6 februari 2013
Bij de joden was het in die tijd gebruik om kinderen veertig dagen na de geboorte naar de tempel te brengen. Maria en het Kind worden gereinigd. Dit is geen reiniging van lichamelijke onreinheid, in tegendeel. De geboorte van nieuw leven is een wonder. Het nieuwe leven wordt door God gegeven, maar het is er niet zonder de medewerking van de mens. Met dit nieuwe leven neemt de mens deel aan de scheppingsmacht van God. De reiniging is een uitdrukking van de menselijke kleinheid ten opzichte van het wonder dat hen gebeurt.
Het kind komt van God en wordt aan God toegewijd, aan Hem opgedragen. De opdracht in de tempel is uit dankbaarheid voor het nieuwe leven. Wij allen komen van God. Wij allen zijn kinderen van God. En wij zijn op weg naar God. Steeds weer zoeken wij Hem. Daarom zijn wij God dankbaar. En we vragen Hem ons te leiden door ons leven. Dat Hij ons leven richting geeft. Dat wij goede mensen mogen zijn: mensen van geloof, hoop en liefde.
Simeon en Hanna spreken over het leven van Jezus. Welke opdracht Hij heeft. Hoe zijn leven vorm zal krijgen. Het is ook duidelijk dat zijn leven niet alleen leuk zal zijn. Er zal vreugde zijn, maar ook verdriet. En dat geldt ook voor zijn moeder, Maria. Ook de kinderen die hier vandaag naar de kerk gebracht zijn, brengen vreugde en verdriet. Ook hun leven zal niet alleen maar leuk zijn. Ook zij zelf zullen vreugde en verdriet kennen. Ook hun leven is niet zonder doel, niet zonder opdracht.
Deze kinderen zijn afgelopen jaar gedoopt en worden geroepen goede christenen te zijn. Zij worden geroepen daden van liefde te stellen. Zo zullen zij een licht voor een ander zijn: een bijzonder kind, een teken van Gods aanwezigheid onder de mensen. De eerste twintig jaar zullen het vooral de ouders zijn die hiervoor te zorgen hebben. Gaandeweg zal het kind leren zijn eigen verantwoordelijkheid te dragen en zelf keuzes te maken. Ouders leren kinderen te geloven, te hopen en lief te hebben. Ouders geven hun kinderen liefde en vertrouwen, zodat de kinderen op hun beurt leren te vertrouwen en lief te hebben.
Ook Jezus heeft de eerste jaren van leven doorgebracht met zijn ouders. Met Gods zegen groeide Hij op, werd Hij sterker en groeide Hij in wijsheid. Daarna was Hij in staat zijn opdracht op te pakken: een licht voor de wereld te zijn. Daarna heeft Jezus ons laten zien hoe wij goed kunnen leven. Jezus leert ons hoe wij kunnen geloven, hoe wij kunnen liefhebben. Jezus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Daarmee zegt Hij tegen ons: Ik doe het jullie voor. Kijk goed naar Mij, kijk hoe Ik op God vertrouw, kijk hoe Ik van God en van de mensen houd. Hoe Ik de liefde van mijn Vader deel met alle mensen. Dat kunnen jullie ook: houdt van God en houdt van elkaar. Stel je vertrouwen op God. Dan wordt echt gelukkig.
Je moet niet proberen jezelf gelukkig te maken door altijd aan jezelf te denken en alles voor jezelf te willen. Je moet juist anderen gelukkig maken. Dan pas word je zelf gelukkig. Dus ouders voedt je kinderen op tot bijzondere, maar vooral gelukkige mensen, tot mensen die anderen gelukkig maken. Dat zal ook jullie geluk brengen. En vertrouw daarbij op God, wees ontvankelijk voor zijn steun en wees Hem dankbaar. Hij zal jullie altijd tot kracht en steun zijn. Amen.
Toen ik nog in het bedrijfsleven actief was, heb ik wel eens meegewerkt aan het formuleren van een mission statement. Het mission statement, of kortweg de missie is een beknopte omschrijving van de doelstelling van een organisatie. Het doel ervan is het bevorderen van de samenhang van de organisatie. Meestal gaat het mission statement vergezeld van een visie.
Je kunt zeggen dat Jezus hier aan het begin van zijn openbare leven zijn mission statement afgeeft. Jezus is hier dertig jaar en begint zijn optreden in het openbaar. In de Bijbel vindt Jezus een tekst waarvan Hij zegt: Deze tekst gaat over Mij. Wat hier staat, dat ga ik doen. Jezus vertelt ons waarvoor Hij is gekomen: om arme mensen blij en gelukkig te maken, om mensen die in de gevangenis zitten, te vertellen dat zij weer vrij komen, om blinden en andere zieken te vertellen dat ze weer beter worden, om er voor te zorgen dat iedereen blij en gelukkig wordt en dat iedereen vrij zal zijn. Dat is niet niks wat Jezus ook ons belooft: wij allemaal zullen blije, gelukkige en vrije mensen worden. Jezus zegt dat aan het begin van zijn openbare leven. Hij gaat nu door het land trekken en overal verhalen over God vertellen. En Hij gaat mensen die ziek zijn, weer beter maken, mensen die honger hebben, geeft Hij te eten. Zo laat Jezus met zijn manier van leven zien hoe je van een ander kunt houden en de ander blij en gelukkig kunt maken.
Dat is ook onze missie, onze roeping, dat is ook de taak waar wij voor staan: met onze manier van leven laten zien hoe je van een ander kunt houden en de ander blij en gelukkig kunt maken. Dat is als eerste de taak van de ouders bij het opvoeden van hun kinderen. Zij moeten als eerste het geloof voorleven, laten zien wat het betekent om een gelovig christen te zijn. Maar zij staan daar niet alleen voor, want zij maken deel uit van de Kerk. En dat is de boodschap van de tweede lezing uit de brief van Paulus. De apostel Paulus beschrijft de gemeenschap van christenen als een lichaam, een lichaam dat uit verschillende onderdelen bestaat. Die onderdelen kunnen niet los van elkaar bestaan, ze hebben elkaar nodig. Elk deel van je lichaam heb je nodig om helemaal mens te kunnen zijn. Paulus noemt de gemeenschap van christenen, de Kerk: het Lichaam van Christus. Jezus Christus is het Hoofd van de Kerk en wij mensen zijn de ledematen, de handen en de voeten, de oren en de ogen. Wij zijn niet alleen met elkaar verbonden, we zijn ook met Jezus verbonden. Hij heeft niet alleen in een ver verleden het goede voorbeeld gegeven. Hij blijft zich met ons verbinden. Hij blijft van ons houden. Hij wil altijd dicht bij ons zijn.
Onze verbondenheid met Jezus beleven wij het meest in de Eucharistie. Overal in onze parochies wordt er momenteel gewerkt aan de voorbereiding van de kinderen op hun eerste heilige Communie. Net als Jezus aan het begin van zijn openbare leven, staan ook zij aan een begin, het begin van een nieuwe fase in de groei naar volwassen christenen. De kinderen leren samen met hun ouders hoe Jezus in ons leven aanwezig is. In de Eucharistie is Jezus aanwezig onder de gedaanten van brood en wijn. En met de Communie komt Jezus in ons. Op een heel bijzondere en intieme manier verbinden wij ons met Jezus. Vanuit deze liefdevolle verbinding steunt Jezus ons in onze taak om met liefde voor elkaar te leven en daarin het goede voorbeeld te geven. Hij helpt ons daarbij elkaar tot steun te zijn. Gaandeweg in hun leven zullen de kinderen leren als christen te leven. Hun ouders zijn hun eerste voorbeeld. Maar de ouders staan hierin niet alleen: de gemeenschap van Kerk, wij allemaal zijn er om hen hierbij te helpen. En bovenal is het Jezus Christus zelf die hen en ons allen tot steun is.
In de eerste lezing vertelt Nehemia hoe het volk van Israël kracht vindt in de woorden van de Wet van Mozes, de woorden van het Verbond dat God met het volk van Israël heeft gesloten. Hierin wordt aan hen de goedheid en liefde van God geopenbaard. Voor ons is het Jezus Christus waarin de goedheid en liefde van God geopenbaard wordt. Hem ontmoeten wij bij uitstek in de viering van de Eucharistie. De Eucharistie is het hart van ons geloof. Het tweede Vaticaans Concilie noemt in Lumen gentium de Eucharistie niet voor niets bron en hoogtepunt van het christelijk leven. De Eucharistie is de bron, omdat we erdoor geïnspireerd en gevoed worden om in het dagelijks leven ons christelijk geloof waar te maken. Het is hoogtepunt, omdat de Eucharistieviering voor alles een dankviering is: wij danken God voor al het goede dat Hij ons schenkt. De Eucharistie bouwt onze gemeenschap, het Lichaam van Christus op, én wij vieren dat we samen met Christus één Lichaam zijn.
In de komende tijd hopen wij onze kinderen hierin op te voeden, weest u allen de ouders en de vrijwilligers met raad en daad en vooral met gebed daarin tot steun. Amen.
Auteur: Joseph Ratzinger Benedictus XVI
Titel: Jezus van Nazareth, proloog
Uitgever: Lannoo, 2012; prijs: € 19,99
ISBN: 978 94 014 0734 2; aantal pagina’s: 125
Paus Benedictus XVI heeft zijn boek over Jezus van Nazareth voltooid. Na eerder de delen I en II is nu de proloog verschenen. Hierin worden de verhalen van Matteüs en Lucas over de kinderjaren van Jezus besproken. Het is bedoeld als het ‘voorportaaltje’ op de twee eerder verschenen delen. Dit deel gaat over de aankondiging van Johannes de Doper en van Jezus, de geboorte van Jezus in Bethlehem, de wijzen uit het oosten en de vlucht naar Egypte. Het boek wordt geopend met de vraag naar de herkomst van Jezus en afgesloten met de twaalfjarige Jezus in de tempel.
Ook in dit deel neemt Benedictus ons als het ware bij de hand en voert ons langs de teksten van het Evangelie. Op gelovige wijze geeft hij uitleg van de heilige Schrift. Ook nu zoekt hij naar een juiste balans tussen gelovige en wetenschappelijke interpretatie van de teksten. Hij probeert antwoorden te vinden op de vraag: wat heeft de Bijbel mij hier en nu te zeggen.
Voor iedere christen is deze serie de moeite van het lezen waard. Benedictus toont zich een uitstekend leraar. Hij schrijft in een toegankelijke stijl en neemt de tijd om uit te leggen waar het hem om gaat.
Deze notitie gaat over de visie die christenen en moslims op elkaar hebben. Als inleiding daarop wordt ingegaan op een aantal factoren die hierop van invloed zijn. Voordat er een aantal conclusies wordt getrokken, wordt nog stilgestaan bij de houding van de katholieke Kerk ten opzichte van andere religies.
1. Factoren van invloed op de beeldvorming
Christendom en islam zijn beide missionaire religies en claimen de universele waarheid. Het gemeenschappelijke van het monotheïsme van Abraham leidt eerder tot onenigheid dan tot gelijkgezindheid. De ontstaansgeschiedenis van de beide religies speelt hierbij een rol. De islam ziet de Koran als de voltooiing en vervanging van eerdere openbaringen aan joden en christenen, terwijl het christendom Jezus Christus ziet als voltooiing van de openbaring. Voor christenen heeft Mohammed geen enkele status, terwijl moslims Jezus als profeet zien. Christenen en moslims zien elkanders religie vaak als verminkte versies van de eigen religie die daaraan niets toe te voegen hebben. Moslims zien de Bijbel als een openbaring waarmee geknoeid is en die verkeerd geïnterpreteerd is.
De begrippen occidentalisme en oriëntalisme staan tegenover elkaar als uitingen van diepgaand wantrouwen van het oosten en het westen ten opzichte van elkaar. Hierbij horen een islamitisch beeld van het westerse christendom als moreel bankroet, roofzuchtig en gewetenloos, en een westers beeld van de islam als fanatiek, intolerant en gewelddadig. Gesteld moet worden dat occidentalisme niet onlosmakelijk verbonden is met de islam, maar juist van Europese origine is. De op oriëntalisme gebaseerde beeldvorming over de islam en op occidentalisme gebaseerd beeldvorming over het westen hebben weliswaar zowel aan westerse als aan islamitische zijde een aantrekkelijke eenvoud, maar zullen de onderlinge spanning niet verminderen.
Sinds de vorige eeuw is er na de negatieve en vijandige christelijke houding ten aanzien van de islam sprake van een meer open benadering en zoekt men de interreligieuze dialoog. Vergelijking van religies met elkaar veronderstelt een te betwijfelen bestaan van een eenduidig gemeenschappelijk begrippenkader.
In de loop van de geschiedenis zijn christendom en islam verschillende keren met elkaar geconfronteerd. Tijdens de Arabische veroveringen identificeerde het Byzantijnse rijk zich als christelijk. Binnen het islamitische rijk waren christenen achtergesteld maar werden zelden vervolgd. Gaandeweg zijn vele christenen moslim geworden. De kruistochten en de herovering van Sicilië en het Iberisch schiereiland leidden tot verslechtering van de verhoudingen en met name aan de christelijke zijde tot blijvende negatieve beeldvorming. De islam werd door het christelijke Europa tot in de achttiende eeuw als een bedreiging ervaren niet alleen om militaire redenen maar in eerste instantie ook vanwege de culturele superioriteit van de islam. Vanaf de Renaissance ontstaat er meer waardering voor de culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen binnen de islamitische cultuur. In de negentiende eeuw is enerzijds sprake van betere kennis van de islam waardoor sommige christenen afstand doen van de middeleeuwse vooroordelen, anderzijds leidt het superioriteitsgevoel van de Europeanen tot denigrerende visie op de moslims. Het westerse imperialisme, kolonialisme en christelijke missionering zijn voor de moslims bepalend voor hun kijk op het christendom.
De oecumene en de interreligieuze bewegingen hebben de christenen sterk beïnvloed. Verschillende vooronderstellingen en verwachtingen zijn echter aanleiding tot een moeizame communicatie tussen moslims en christenen. Moslims zijn over het algemeen wantrouwend ten aanzien van de dialoog met christenen en zien het als een vorm van da’wah (missie).
Er zijn drie verschillende methoden om een ander geloof vanuit het eigen geloof te zien: exclusivisme, inclusivisme en pluralisme. Traditioneel erkende het christendom geen heil buiten de kerk, de huidige visie is voornamelijk inclusivistisch – men beschouwt de andere godsdiensten als een opstap naar het Evangelie – een minderheid ziet alle godsdiensten als gelijkwaardig: pluralisme.
Hoe zien moslims en christenen elkaar? Aan beide kanten moet onderscheid gemaakt worden tussen het populaire beeld en het wetenschappelijke beeld.
2. De visie van moslims op christenen
De populaire visie van moslims op christenen houdt in dat zowel de tekst als interpretatie van de Bijbel verminkt zijn. Zij mist de zuiverheid van de Koran en is strijdig met de moderne wetenschappen. De bijbelse Jezus is niet de echte zoals in de Koran. Zijn verkondiging is gelijk aan de islam. Christendom, westerse beschaving en imperialisme zijn onlosmakelijk. Het christendom staat vijandig tegenover wetenschap. De islam daarentegen is rationalistisch. Het christelijke aanpassingsvermogen leidt tot een uitverkoop aan de moderniteit.
Vanaf de 9e eeuw is er een polemiek tussen moslims en christenen gaande. Momenteel is het aantal moslims met een specialistische kennis van het christendom gering en geen van hen beschikt over een grondige kennis van het Nieuwtestamentische Grieks of het Oudtestamentische Hebreeuws.
Omdat het christendom wordt gezien als de voorlaatste stap in de evolutie van religies, waarvan de islam de voltooiing vormt, bevat het enerzijds vele overeenkomsten met de islam en mist het anderzijds bepaalde aspecten van de islam. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de oorspronkelijke openbaring aan Jezus en het historisch gegroeide daarvan afwijkende christendom. Alleen de islam heeft haar authenticiteit behouden; het jodendom en christendom niet. Vanuit de islam is de oorspronkelijke missie van het christendom een correctie op het jodendom bestaande uit de universaliteit van de boodschap en de verinnerlijking van de ethiek. Alles wat in het christendom van waarde is, is door de islam overgenomen.
De islam combineert rationalisme en mystiek in zich. De Koran is de unieke synthese van het realisme van het Oude en het idealisme van het Nieuwe Testament. Het christendom is vooral gericht op het persoonlijke heil; de islam zorgt voor de heroriëntatie op de wereld. De Koran brengt helderheid over de beeld van God.
De leer van de incarnatie, de Drie-eenheid, de erfzonde en de verlossing zijn voor moslims de meest problematische onderdelen van het christendom. De geschiedenis van schepping, zondeval, kruisiging en verrijzenis is een incoherent en God onwaardig verzinsel en leidend tot passiviteit een bedreiging voor de moraal. Het christendom doet afbreuk aan Gods transcendentie: God is niet de bondgenoot van de mens, Hij is zijn Schepper. De islam kan het christendom helpen bij het herontdekken en reconstrueren van het christelijke geloof.
Het christendom is gericht op individuele verlossing en passief ten opzichte van maatschappelijk onrecht. De ethiek van de politiek moet gebaseerd zijn op de religie. Het christendom kent geen regelgeving op het gebied van oorlog. De islam is tolerant, het christendom niet. De islam is gericht op de samenleving, het christendom op het individu. Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Christendom en islam hebben elkaar nodig in de strijd tegen de secularisatie.
Het meest vredelievend zijn de moslims die deelnemen aan de interreligieuze dialoog. Het zijn moslims uit de modernistische en vrijzinnige hoek, vaak voorstanders van religieus pluralisme en van scheiding tussen kerk en staat: geloof gaat boven religie. Alle religies staan in relatie met de Absolute Waarheid. Religieuze diversiteit biedt de mogelijkheid van een creatief conflict. De verschillende religies hebben elkaar nodig om te leren; zij zullen naar elkaar toe convergeren.
3. De visie van christenen op moslims
In de populaire visie van christenen op moslims wordt ervan uitgegaan dat moslims een andere God aanbidden en dat Mohammed gedurende zijn verblijf in Medina onoprecht en opportunistisch is. Op basis van een negatief beeld van de islam voortkomend uit de Middeleeuwen, is er nog steeds een neiging christendom en islam als rivaliserende beschavingen te zien. De neergang van de islam biedt de kans voor de verbreiding van het Evangelie. Tegenwoordig is men terughoudender in de benadering van de moslims en in de verwachting betreffende hun bekering tot het christendom: een confronterende benadering is improductief.
Vaak wordt de islam gezien als missionaire uitdaging, als voortdurende aanklacht tegen het falen van het christendom. Sommigen zien de Koran als een brug naar het christendom, de islam als een mogelijke voorbereiding op de bekering tot het christendom, anderen juist als een barrière of als antichristelijk. De waardering voor bepaalde aspecten van de islam gaat vaak samen met kritiek op de westerse cultuur. De status van de Koran binnen de islam als origineel goddelijk authentiek wordt als een obstakel voor elke vorm van dialoog gezien.
De positie van Mohammed in de islam is voor de christenen niet te combineren met die van Christus in het christendom. Voor velen betekent dit niet dat Mohammed zonder betekenis en onoprecht is; men ziet hem niet als de antichristelijk. Sommigen bewonderen hem vanwege zijn bijdrage aan de menselijkheid. Met Jezus als referentie wordt Mohammed bekritiseerd betreffende zijn militaire activiteiten, geweldpleging en omgang met vrouwen. Hij wordt door hen niet gezien als een volmaakt moreel voorbeeld voor de mensheid.
Over het algemeen wordt de God van de islam en het christendom tegenwoordig als dezelfde te zien; de moslims hebben echter geen volledig correct en compleet beeld van God. De christenen benadrukken Gods onconditionele liefde terwijl de moslims zijn soevereiniteit voorop stellen. Moslims zien God als de radicaal andere, terwijl christenen stellen dat mensen een gelijkenis met God vertonen. Voor moslims is God apathisch, voor christenen is Hij een bewogen God. Voor christenen is er sprake van een zelfopenbaring van God; voor moslims alleen van de openbaring van Zijn geboden. Het islamitische monotheïsme wordt als rigide en inflexibel betiteld, waarbinnen geen ruimte is voor het mysterie van de Drie-eenheid. De islam wordt gezien als ondermijnend voor de vrije wil, omdat deze een bedreiging vormt voor Gods soevereiniteit. Moslims hebben problemen de goddelijke transcendentie en immanentie met elkaar te verenigen.
In de christelijke optiek is de zonde onderdeel van de condition humain, zij treft zowel God als de mens en vraagt om verlossing. Voor moslims is zonde een wetsovertreding, zij treft alleen de mens en zijn uiteindelijke bestemming en vraagt om oordeel. Op ethisch gebied zijn moslims in de ogen van de christenen meer betrokken op uiterlijke handelingen dan op de innerlijke intenties: men ziet de moslims als wettisch.
Er wordt door veel christelijke wetenschappers geschreven over de islam, zowel godsdienstwetenschappelijk als theologisch. Het merendeel heeft een christelijke theologiestudie gedaan. Sinds Vaticanum II hebben katholieken meer aandacht voor de overeenkomsten met de islam.
In het verleden zijn er sterk uiteenlopende visies van christenen op de islam geweest. De oudst bekende schrijver op dit gebied is de H. Johannes van Damascus (650-749), die in zijn “Bron van Kennis” ook over de islam schrijft. Door zijn werk aan het hof van de kalief beschikte hij over een goede kennis van de islam. Hij beschouwde de islam als een van de vele ketterijen van die tijd. Latere schrijvers zien de islam als een vorm van afgoderij.
De sterk negatieve beelden worden bij de hedendaagse geleerden niet aangetroffen; men ziet veel goeds in de islam. Over het algemeen wordt aangenomen dat christenen en moslims dezelfde God aanbidden en dat er ook in de islam sprake is van goddelijke openbaring. De islam wordt door velen als een verwante godsdienst gezien. Joden, moslims en christenen zijn allen kinderen van Abraham. Niemand sluit de moslims uit van het heil. Sommigen hebben een pluralistische benadering, anderen een inclusivistische.
Voor christenen blijft de combinatie van de mens en profeet Mohammed problematisch, profeet en ook diplomaat, militair en politicus. Er is een groot verschil tussen Jezus en Mohammed. Velen gebruiken liever niet de titel profeet voor Mohammed; hij wordt gezien als een religieus en politiek genie met een speciale relatie met God.
De Koran wordt primair gezien als een resultaat van een menselijke activiteit. Openbaring is niet mogelijk zonder menselijke bemiddeling in een historische context. De Koran bevat op zich geen elementen die niet ook in de Bijbel aanwezig zijn. Dit neemt niet weg dat het ook voor christenen betekenis kan hebben.
Complete objectiviteit ten opzichte van een andere religie is onmogelijk. De Koran op christelijke wijze interpreteren past in de visie de islam te zien als voorbereiding op het Evangelie. Hiertegenover staat de visie dat primair uitgegaan moet worden van de eigen interpretatie door de moslims. Deze visie wordt echter gezien als obstakel in een interreligieuze dialoog; gepleit wordt voor een christelijk lezen in plaats van een christelijk interpreteren.
Speciale aandacht is er voor de beschrijving van Jezus en de houding ten aanzien van christenen. Over het algemeen wordt gekozen voor een christendomvriendelijke interpretatie. Een flexibelere relativerende benadering van de Koran door moslims wordt als wenselijk gezien.
4. R.-K. Kerk: Nostra aetate
Vaticanum II kwam met een nieuwe visie op andere religies. Deze is vastgelegd in de verklaring over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten ‘Nostra aetate’. “De katholieke Kerk verwerpt niets van datgene wat in deze godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en leefregels, die voorschriften en leerstellingen die, hoewel in veel opzichten verschillend van hetgeen zijzelf houdt en leert, toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid welke alle mensen verlicht.” (NA 2)
“De Kerk ziet ook met waardering naar de moslims, die de ene God aanbidden, de levende en uit zichzelf bestaande, de barmhartige en almachtige, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij leggen zich erop toe zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen zoals Abraham, naar wie het islamitisch geloof graag terug grijpt, zich aan God heeft onderworpen. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren zij Hem toch als profeet en zij eren zijn maagdelijke moeder Maria, die zij somtijds zelfs eerbiedig aanroepen. Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, wanneer God alle mensen doet verrijzen en zal vergelden. Daarom houden zij het zedelijk leven hoog en eren God vooral door gebed, aalmoezen en vasten.” (NA 3)
Er wordt hier geen aandacht geschonken aan de vele overeenkomsten tussen Bijbel en Koran. Vele elementen van de Koran zijn terug te vinden in de Bijbel. Het probleem is echter dat het ontkennen van de Drie-eenheid en de verlossing door Christus deze teksten in de Koran een andere betekenis geeft.
5. Conclusies
Beelden van islam en christendom vormen over en weer elkanders omgekeerde spiegelbeelden. Elke beschuldiging kent een tegenbeschuldiging. Men beoordeelt elkaar vanuit de eigen criteria betreffende religie, leer, geschiedenis et cetera. De reciprociteit ontbreekt in de visie op de openbaring en op elkanders geschriften, Bijbel en Koran. Zowel bij moslims als bij christenen zijn er die in de eigen religie een basis vinden voor een pluralistische benadering. Vrijwel niemand wil de verschillen te verbloemen. Deze hebben te maken met essentiële elementen van de beide religies. Meningsverschillen hoeven echter niet te leiden tot wederzijdse verkettering.
De theologische benadering van christelijke zijde houdt in dat het christelijke interpretatieschema op de islam wordt toegepast. Religieuze begrippen worden op christelijke wijze geduid. Het vasthouden aan de eigen geloofswaarden betekent ook een inclusivistische visie: de islam maakt deel uit van de joods-christelijke heilsgeschiedenis. Stellen dat alle heil van Christus komt, kan door niet-christenen als spiritueel imperialisme ervaren worden.
Naast de theologische verschillen speelt ook de beeldvorming een rol. Het is voor een christen moeilijk het handelen van Mohammed als mens, militair en staatsman te combineren met zijn rol als profeet. De neiging hem te beoordelen naar huidige maatstaven is groot, echter er wordt ook op gewezen dat zijn tijdgenoten geen aanstoot namen aan zijn gedrag. De Koran zien op de wijze zoals moslims dat doen, is voor een christen lastig. Hij komt moeilijk los van het christelijke beeld van heilige boeken. Voor hem kent een heilig boek ook menselijke aspecten en is het niet los te zien van de context waarbinnen het ontstaan is. Velen bepleiten een kritische houding van moslims betreffende de Koran; hiertegenover wordt gesteld dat Korankritiek voor moslims hetzelfde is als psychoanalyse van Jezus voor christenen. Wat de beeldvorming betreft is er niet zo zeer sprake van vooronderstellingen betreffende de islam die belemmerend werken als wel van vooronderstellingen verbonden met het christendom die hiervoor zorgen.
Het hanteren van de christelijke theologie bij het bestuderen van de islam kan gezien worden als positieve vertekening van het beeld van de eigen groep als het onvoldoende onderkennen van het anders-zijn van de moslims. Ook de met het christendom verbonden vooronderstellingen en de gedachte dat moslims eenzelfde ontwikkeling zullen doormaken als christenen de afgelopen eeuwen hebben gedaan, kunnen als zo’n positieve vertekening worden gezien.
Als christenen de Koran gebruiken voor eigen spiritualiteit en voor reflectie op de eigen godsdienst is sprake van interreligieuze communicatie. Een discutabele stap verder is het christelijk interpreteren van de Koran. Dit leidt al snel naar de visie dat christenen beter weten wat de bedoeling van de Koran is dan moslims. Daarentegen stellen anderen dat de eigen interpretatie van de moslims voorrang heeft. Gezien het belang van interactie tussen religies kan niet ontkomen worden aan het lezen van elkanders geschriften met een vooronderstelling gebaseerd op de eigen religie, een vooronderstelling hoeft echter geen vooroordeel te betekenen hoe moeilijk dit ook met een eigen religieuze overtuiging te combineren is.
De positieve benadering van de islam vanuit het christendom wordt door vele moslims gezien als gewijzigde strategie: ondermijning in plaats van bekering.
6. Bibliografie
BECK, HERMAN, Islam in hoofdlijnen, Zoetermeer: Meinema, 2002.
BURUMA, IAN & MARGALIT, AVISHAI, Occidentalism: The West in de Eyes of Its Enemies, New York: The Penguin Press, 2004.
LEEMHUIS, FRED, De Koran: Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands, Houten: Fibula, 2002 (11e druk).
PETERS, FRANK E., Islam en de joods-christelijke traditie: Een verkenning, Amsterdam: Boom, 2005.
STRAELEN SVD, H.J.J.M. VAN, The church and the non-Christian religions at the treshold of the 21st century, London: Avon Books, 1998.
TWEEDE VATICAANS CONCILIE, Verklaring Nostra aetate over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten, 1965.
WAARDENBERG, JACQUES (RED.), Islam: Norm, ideaal en werkelijkheid, Oxford: University Press, 1984/2000 (5e druk).
ZEBIRI, KATE, Muslims and Christians Face tot Face, Oxford: Oneworld Publications, 2003.
maart 2006
“Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.” Vrede op aarde, dat is wat wij wensen, dat alle mensen met elkaar in vrede leven. De engelen, de hemelse heerschare verheerlijken met deze woorden God. De engelen hebben het echter niet over alle mensen. Zij hebben het over de mensen in wie God welbehagen heeft. Wat betekent dit? Wil God niet de vrede voor alle mensen? Als je deze woorden in Google invoert, kom je terecht in een boeiende theologische discussie. In wie heeft God een welbehagen? Maar dit is niet het moment voor theologische haarkloverij. Ik zal proberen u de katholieke visie voor te houden.
In een paar grote stappen door de heilsgeschiedenis. God schept de wereld met alles erop en eraan. In de Bijbel staat dat dit zes dagen duurde en God op de zevende rustte. Uit de wetenschap weten we tegenwoordig dat het miljarden jaren duurde vanaf het eerste begin tot het ontstaan van de eerste mens. De Bijbel is echter geen wetenschappelijk boek. Het gaat erom dat God als Schepper aan het begin van alles staat en dat God de schepping, de hele wereld uit liefde heeft gewild. De Bijbel zegt hierover: God zag dat het goed was. God houdt van zijn schepping en van al zijn schepselen. Uit liefde voor de mens heeft God ons mensen een vrije wil gegeven. Hiermee zijn wij in staat de liefde van God als vrije mens te beantwoorden. Wij zijn geen slaven en ook geen dieren. Als wij werkelijk van iemand houden is dat onze eigen keuze. Zo wil God ook dat wij van Hem houden.
Wij mensen zitten vaak gevangen in onze liefde voor onszelf. Ons egoïsme, ons eigenbelang, onze gerichtheid op onszelf belet ons werkelijk en onbaatzuchtig van een ander te houden. Zo hebben wij er ook moeite mee om van God te houden. Om ons uit ons egocentrisme, onze Ichbezogenheit – zoals de Duitsers dat zo mooi noemen – te verlossen, heeft God ons zijn Zoon gezonden. Jezus Christus, de Zoon van God is mens geworden zoals wij. Hij heeft ons lijden en sterven gedeeld als een daad van liefde tot het einde toe. Jezus is de openbaring van Gods liefde voor ons. Jezus heeft ons met zijn leven laten zien hoe je als mens goed kunt leven.
De schepping van de wereld en de verlossing door Jezus Christus, zijn geschenken uit liefde van God aan ons mensen. Deze liefde wordt je zomaar in de schoot geworpen, je krijgt haar geheel belangeloos, om niet, maar je moet haar wel willen aanvaarden. Het vraagt dat je je ervoor openstelt, dat je ontvankelijk bent. Het vraagt dat je in God durft te geloven en op Hem durft te vertrouwen. Het vraagt dat je de liefde van God voor jou beantwoordt. Zij die antwoord geven, in hen heeft God welbehagen. Ieder die zich ervoor openstelt, ontvangt Gods liefde en genade. God heeft ons niet alleen geschapen. Hij heeft ons ook verlost. Door aan ons gelijk te worden, maakt Hij ons aan Hem gelijk. Hij heeft ons gemaakt tot zijn erfgenamen. Wij zijn kinderen van God. Door Jezus Christus laat God ons delen in zijn oneindige liefde en heeft Hij ons in zijn liefde opgenomen. Wat doet dit alles met ons? Wat betekent het: kind van God te zijn? Wat betekent het: zijn liefde en nabijheid zo concreet te ervaren? Kunnen wij dat wel?
Met Kerstmis gaat het over het Kind van Betlehem, het Kind in de kribbe, maar later als Hij volwassen is, stelt Jezus ons de kinderen tot voorbeeld. Tegen het idee van zijn leerlingen in zegt Hij: “Laat de kinderen tot Mij komen.” Hij legt hen de handen op en zij worden door Hem gezegend. Maar er gebeurt nog veel meer. Hij zegt ook: “Voorwaar, Ik zeg u: wie het koninkrijk Gods niet aanneemt als een kind, zal er zeker niet binnengaan.” Jezus stelt ons nadrukkelijk de kinderen tot voorbeeld.
Waarin zijn kinderen zoveel beter dan wij volwassenen zijn? Kinderen zijn naïef en ontvankelijk. Juist door hun naïviteit zijn zij ontvankelijk. Kinderen hebben niet de neiging alles weg te redeneren en ze zijn ook niet achterdochtig. Volwassenen hebben met hun rationaliteit vaak moeite om het mysterie te accepteren. Als je volwassenen spreekt over het wonder van de liefde, het wonder van het leven, het wonder van God, zeggen ze: “ja, maar”. Ja, dat is een mooi verhaal, maar het klopt niet, of ja, maar je kunt het niet wetenschappelijk verklaren, dus is het niet waar. Een kind zegt dat niet. Een kind reageert heel anders. Een kind gaat met het verhaal aan de slag, misschien er zelfs mee op de loop. Het vertaalt het verhaal naar zijn eigen wereld en bedenkt er nog een aantal mooie voorbeelden bij. Voor een kind is alles mogelijk. Een kind verbaast zich niet over God, soms wel over de voorstelling die volwassenen van God hebben.
Wij mensen nemen onszelf vaak als de maat der dingen. Iets wat wij niet kunnen denken, iets wat wij ons niet kunnen voorstellen, kan niet bestaan. Dat maakt dat wij moeite hebben met God, want God is groter dan ons denken.
Wat wij ons ook niet kunnen voorstellen, is dat iemand ons geheel belangeloos iets geeft. Mensen zijn achterdochtig. U weet wel: “Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten.” Hoe vaak hoor je niet iemand roepen bij het krijgen van een geschenk: “dat had je niet moeten doen”. Ik geloof onmiddellijk in de oprechte uitdrukking van verbazing en verrassing. Maar ondertussen wordt er wel gezegd: “dat had je niet moeten doen, want dit schept verplichtingen die ik niet kan of niet wil nakomen”. Dat doen kinderen niet, kinderen roepen niet: “dat had je niet moeten doen”. Kinderen zijn meestal gewoon blij met wat ze krijgen. Ze zouden ook blij zijn als het cadeau twee keer groter zou zijn. Ze nemen een geschenk aan en zijn dankbaar. Ze vragen zich niet af wat ze terug moeten doen of wat er achter zit.
Wij christenen zijn navolgers van Christus: we willen zijn zoals Hij is. Met Kerstmis worden wij opgeroepen te zijn als het Kind, te zijn als het Kind van Betlehem, het Kind in de kribbe. Met de naïviteit en ontvankelijkheid van het Kind kunnen wij het geschenk van Gods liefde aanvaarden en zijn wij in staat in Hem te geloven en op Hem te vertrouwen.
Voor Kerstmis wens ik u toe: wordt als het Kind! Amen.