Spring naar inhoud

Schepping, herschepping, verlossing en bevrijding; Apk 21,1-5a; Joh 13,31-33a.34-35

In het boek Openbaring schrijft de apostel Johannes over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In het Evangelie laat hij Jezus aan het woord over zijn aanstaande verheerlijking. In het boek Openbaring gaat het erover hoe heel de schepping haar voltooiing zal vinden. In het Evangelie gaat het over de verheerlijking aan het kruis waardoor heel de schepping wordt bevrijdt en verlost.

Alleen in het Evangelie volgens Johannes komen we dit beeld van de verheerlijking aan het kruis tegen. Het is niet het eerste dat bij ons opkomt als wij aan het kruis van Christus denken. Wij zijn gewend aan het beeld van een lijdende Jezus aan het kruis. Dat is wat wij zien op de kruisbeelden in onze kerken en in onze huizen. Dit is niet altijd zo geweest. Allereerst heeft het een paar honderd jaar geduurd voordat het kruis een gangbaar christelijk symbool werd. Voordat een martelwerktuig een religieus symbool wordt, duurt enige tijd. Pas duizend jaar geleden verschijnen de eerste afbeeldingen van de lijdende Christus aan het kruis. Daarvoor was de verheerlijking aan het kruis een gangbare wijze van afbeelden. Velen van u zullen bekend zijn met het kruis van San Damiano. Dit is het kruis waarbij Franciscus van Assisi heeft gebeden en waar hij zijn roeping verstond. Op dit kruis zien we niet een lijdende Christus maar de verrezen Heer afgebeeld.

Dood en verrijzenis zijn nauw met elkaar verbonden. Pasen en Goede Vrijdag kunnen niet los van elkaar bestaan. De dood van Jezus is niet zomaar een dood. Het is een sterven dat vrucht draagt. Zelf zegt Jezus: “als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”. (Joh 12,24) Zijn dood is onze verlossing, de verlossing van heel de schepping. Hij is mens geworden zoals wij. De Schepper werd schepping. Hij heeft onze dood ondergaan. En als eerste van alle schepselen is Hij verrezen en heeft Hij de dood overwonnen. Als een van ons is Hij ons op deze weg voorgegaan. Jezus laat ons zien dat de weg van de dienstbaarheid de weg is die vruchten draagt. Hij heeft ons verlost van onze zelfgerichtheid. Hij heeft ons geleerd dat wij elkaars voeten moeten wassen. Het gaat niet om onze eigen glorie, maar om de glorie van de ander en in hen om de glorie van God.

In de verheerlijking van Christus, wordt God zelf verheerlijkt. In Jezus’ dood en verrijzenis wordt Gods grootheid zichtbaar voor ons. Gods grootsheid en heerlijkheid worden zichtbaar in zijn liefde voor ons. Uit liefde heeft Hij ons geschapen en uit liefde heeft Hij ons verlost en bevrijd. Het is aan ons om die liefde zichtbaar te maken voor iedereen: Jezus zegt ons: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.”

Jezus’ dood en verrijzenis is een uniek gebeuren in de wereldgeschiedenis. Het is een eenmalige gebeurtenis, maar ook iets wat zich voortdurend afspeelt. Het is een gebeurtenis met terugwerkende kracht tot het begin van de schepping en een gebeurtenis die werkzaam is tot het einde der tijden, tot de voltooiing van de schepping in Christus, zoals eens alles in en door Hem geschapen is. (vgl. Rom 11,36) Voortdurend is er sprake van schepping, herschepping, verlossing en bevrijding. Dat ervaren wij ook in het leven van ieder van ons. Zolang wij leven zijn we nooit klaar. Telkens weer is er ook sprake van een nieuw begin, een leven lang. Voortdurend maakt God alles nieuw. De liefde van God voor zijn schepping en schepselen is er altijd. Zijn liefde die zichtbaar is in Jezus Christus, is de drijvende kracht voor schepping, herschepping, verlossing en bevrijding.

Het is deze liefde die ons uitnodigt tot liefde voor elkaar en tot zorg voor heel de schepping. Het is Gods liefde die alles met elkaar verbindt en alles van elkaar afhankelijk maakt. Iedere geboorte, ieder nieuw leven is een nieuwe daad van schepping. Zo is er ook in ieder sterven, in elke dood sprake van voltooiing. Telkens weer is het een moment van algehele vernieuwing, van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het is de voltooiing van onze weg naar God. Wij komen thuis bij Hem en mogen wonen bij Hem. God zal met ons zijn en wij met Hem: Hij is onze God. De voltooiing van ons leven brengt een einde aan alle tranen en door de dood heen zal de dood er niet meer zijn. Vanuit deze hoop mogen wij leven. Amen.

Advertenties

God zag dat het goed was

Toen ik een van de latere werken van de schilder Piet Mondriaan zag, was mijn eerste gedachte dat de afwerking wel wat beter had gekund. Blijkbaar heeft Mondriaan na vele aanpassingen besloten dat het zo goed was. Bij nader inzien moest ik inderdaad concluderen dat een strakke en perfecte afwerking helemaal niet beter zou zijn. Het rommelige en rafelige, het onaffe is een essentieel onderdeel van het kunstwerk.

Wij mensen hebben de neiging om God op te zadelen met allerlei menselijke ideeën van perfectie en volmaaktheid. Wij leggen God allerlei beperkingen op door Hem almachtig, volmaakt en oneindig goed te noemen. En ook dit is weer menselijk gedacht. Mogelijk is dat ook bij de schepping het geval. God is niet alleen Schepper. Hij is ook voortdurend bezig met het werk van zijn handen te herscheppen, te verlossen en te bevrijden. Zo gezien betekent de vaststelling dat het goed was, dat het voorlopig goed was of dat het goed genoeg was. De schepping heeft ook haar eigen inbreng in haar geschiedenis met God. God ademt zijn Geest van wijsheid over de schepping en de schepselen om hen daartoe in staat te stellen. De schepping is niet geheel voorgeprogrammeerd en wij mensen bezitten een vrije wil.

De schrijver van het eerste scheppingsverhaal laat ons weten dat God een basis heeft gelegd om op voort te bouwen, een fundament dat ook blijft liggen als er een compleet nieuw begin gemaakt wordt, zoals bij de zondvloed. Hij legt een fundament dat onverwoestbaar is hoe slecht de schepselen zich ook gedragen. De mens is in staat de relatie met God te verstoren, maar zal nooit het werk van zijn handen volledig kunnen vernietigen. Tot en met de voltooiing zal er altijd schepping zijn om Hem te loven en te eren.

De mens is werkelijk vrij om het goede te doen. Daartoe heeft Christus ons bevrijd. Maar dat betekent wel dat het onze eigen keuze is en dat wij ook verantwoordelijkheid dragen. Wij zijn onderdeel van de schepping en wij zijn van haar afhankelijk. Ook is ons verstand, wijsheid en vrijheid geschonken en dat maakt ons verantwoordelijk voor ons aandeel in de geschiedenis van God met de schepping. We hebben niet het vermogen om het allemaal in een keer goed te doen, maar we mogen het telkens weer opnieuw proberen. Evenals Piet Mondriaan zoeken wij naar de juiste weg en de juiste oplossing. God heeft ons die ruimte gegeven. Wij moeten met al onze mogelijkheden van geloof, cultuur, politiek, wetenschap en techniek, van geheel onze menselijkheid inhoud geven aan onze verantwoordelijkheid.

Pier Tolsma, diaken

Ook verschenen op: http://www.kerkenmilieu.nl/

De roeping van Petrus

Vandaag speelt Petrus een centrale rol in het Evangelie. Ik heb een zwak voor Petrus. Ik ben natuurlijk ook naar hem genoemd; mijn doopnaam is Petrus. Petrus met zijn bravoure en zijn kleine hartje: Petrus die voortdurend de fout in gaat, Petrus die het niet begrijpt. En toch is het Petrus die de kar moet trekken en door Jezus als de leider wordt aangesteld.

De roeping van Petrus begint al aan het begin van het openbare leven van Jezus. De eerste leerlingen die Jezus roept, zijn Andreas en zeer waarschijnlijk Johannes. De volgende dag vertelt Andreas dat aan zijn broer Simon en hij brengt zijn broer bij Jezus. Jezus bekijkt Simon eens goed. Wie is deze man en wat zal er van hem worden? Jezus ziet wie Simon werkelijk is en zegt dan tegen hem: “Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas – dat betekent: Rots – genoemd worden.” Vanaf dat moment kennen we Simon als Kefas, oftewel Petrus.

Dit is het begin van de roeping van Petrus. In dit jaar van de roepingen is het goed dit korte fragment uit het Evangelie even goed te bekijken. Het zegt veel over wat roeping nu eigenlijk is. Roeping is vooral ontdekken wie je zelf bent. Waartoe heeft God je bestemd, welke plan heeft Hij met jou? Jezus zegt: Jij bent Simon en je bent bedoeld om de rots van de Kerk te zijn. Er is nog een tweede aspect van belang. Het is Andreas die zijn broer bij Jezus brengt. Wij hebben andere mensen nodig om onze roeping te ontdekken. Niemand van ons is de eerste christen. Wij zijn allemaal door anderen op dit pad gezet. Voor de meesten van ons zijn dat onze ouders geweest.

Petrus heeft nog een lange weg te gaan. In het Evangelie volgens Johannes vinden het begin ervan in het eerste hoofdstuk en de afsluiting in het laatste hoofdstuk, waaruit we vandaag gelezen hebben. Op die weg van Petrus vinden we ook het verhaal van de voetwassing. Eerst weigert Petrus zijn voeten door Jezus te laten wassen en even later wil hij helemaal door Jezus gewassen worden. Bij de arrestatie van Jezus in de Hof van Olijven heeft Petrus een zwaard bij zich en hakt iemand een oor af. Ook hier moet Jezus hem tot de orde roepen. Het gebruiken van geweld hoort niet bij je roeping. En dan is er nog de verloochening en het kraaien van de haan.

Vandaag horen we Petrus zeggen: “Ik ga vissen.” Het is hem nog steeds niet duidelijk wat Jezus van hem wil. Hij pakt zijn beroep weer op en gaat weer over tot de orde van de dag. Het was toch zijn beroep, zijn roeping om vis te vangen en ervoor te zorgen dat mensen te eten hebben. Maar dan is daar Jezus weer. Na het ontbijt is er het gesprek tussen Jezus en Petrus. Petrus krijgt de opdracht de kudde te leiden. Ondertussen wordt hij herinnerd aan de avond voor de kruisiging. Toen heeft hij Jezus tot driemaal toe verloochend.

Jezus kent Petrus. Hij weet dat Petrus niet zonder zonde is, maar Hij weet ook dat er een sterke liefde in hem is: een liefde die Petrus in staat stelt tot grote daden. Petrus is geen brave heilige, maar een mens zoals u en ik. Dat maakt hem zo sympathiek en tot een aansprekend voorbeeld. Dat maakt hem ook zo geschikt om de Kerk te leiden. Hij is vol liefde voor Christus, maar is geen haar beter dan de mensen die hij moet leiden. Dat maakt hem nederig en bescheiden. Tot drie keer spreekt Jezus Petrus aan op zijn liefde voor Hem. Pas de derde keer dringt het echt tot Petrus door en dan breekt hij. Dan ziet hij wie hij werkelijk zelf is. De man met bravoure weet dat ook hij een zondig mens is maar hij weet ook dat de liefde van Jezus voor hem veel groter is dan de zonde. Nu Petrus zich van deze liefde bewust is, kan hij ook zelf lief hebben. Dan zegt Jezus tegen Petrus: “Volg Mij.” In de eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen hebben we gehoord hoe Petrus inderdaad Jezus is gaan volgen en dat hij zijn roeping heeft verstaan.

Het verhaal van Petrus kent elementen die wij ook in ons eigen leven herkennen. Hoe ontdek je wie je zelf bent? Wat wil God met mij? Dit zijn geen eenmalige vragen. Deze vragen spelen niet alleen op je weg naar volwassenheid. Het zijn vragen die telkens weer opnieuw aan de orde zijn.

Ook bij Petrus was het einde van zijn roepingsverhaal nog niet bereikt. U kent ongetwijfeld het verhaal van zijn laatste dagen. Volgens een oude legende probeerde Petrus uit Rome weg te vluchten. Er was een grote christenvervolging gaande. Op zijn vlucht komt Petrus Jezus tegen met het kruis op de schouder. Petrus is ontzet en vraagt: “Quo vadis, Domine?”: Waar gaat u heen, Heer? Jezus antwoordt hem: “Ik ga naar Rome om in uw plaats gekruisigd te worden.” Dan begrijpt Petrus dat hij bij zijn geloofsgenoten moet zijn en hij gaat terug naar Rome.

Ook wij worden telkens weer geroepen om volgeling en leerling van Jezus te zijn. Het is een zoektocht tot het einde toe. Deze week staat in het bijzonder in het teken van roeping. Volgende week is het roepingenzondag. Wij worden opgeroepen tot gebed voor roepingen. Aan het eind van de viering kom ik hier nog op terug. Allereerst moeten wij onszelf en onze eigen roeping ontdekken. Daarna kunnen we anderen helpen hun weg en roeping te vinden. Amen.

Zie hier voor de gebeden om roepingen.

Wij geloven erin; Hnd 10,34a.37-43; Joh 20,1-9

Het is Pasen. De Heer is waarlijk verrezen! Veertig dagen zijn we onderweg geweest. En vooral de afgelopen week leefden we toe naar de dag van vandaag. Zo was afgelopen maandagmorgen deze kerk gevuld met de kinderen van de Maria Bernadetteschool. En woensdagmorgen waren hier de kinderen van groep 5 t/m 8 van de Balans, de basisschool uit Leidschenveen. De scholen vinden het belangrijk op deze wijze aandacht te besteden aan Pasen.

Hoe leg je aan kinderen uit wat Pasen is? Waar geloven wij in? Hoe vind je de juiste toon. Dat gaat de ene keer beter dan de andere keer. Hoe voorkom je dat de kinderen het saai vinden? Maar Pasen is ook niet alleen maar leuk. Pasen is veel meer dan leuk. Pasen is echte vreugde, echte blijdschap. Pasen is verrijzenis, opstanding en nieuw leven. Pasen is vergeving van onze zonden en een nieuw begin maken. Maar Pasen wordt ook voorafgegaan door Goede Vrijdag.

Beide scholen hadden gekozen voor het Trefwoordthema Overwinnen. Met het woord overwinnen raak je aan de essentie van Pasen. Jezus overwint de dood. Hij is weer levend. Het goede overwint het kwade. God zorgt ervoor dat het uiteindelijk goed komt. Hij zorgt ervoor dat onze pijn en ons verdriet niet het laatste woord hebben. Zijn liefde overwint de dood en overwint het kwaad. Dat is de kern van ons geloof. Dat is de ervaring van de apostel Johannes toen hij tot geloof kwam.

Pasen ervaren we ook in ons eigen leven. Voortdurend zijn er gebeurtenissen die we kunnen zien als Paaservaringen. Afgelopen maandagavond vond ik een berichtje op mijn telefoon. Een goede vriend was in het ziekenhuis opgenomen. Hij schreef er luchtig over, maar het klonk toch ernstig. De volgende dag vond ik een bericht of ik hem wat spullen wou brengen. Ja, de operatie had ’s nachts al plaatsgevonden en was geslaagd. Ik vond hem even later opgewekt en met een goed humeur in zijn bed. Alsof er niets gebeurd was.

Maandag werd de wereld opgeschrokken door de brand in de Notre Dame. Wie heeft de beelden van de felle brand niet gezien. Plotseling blijkt zo’n gebouw tot het wezen van Frankrijk te behoren. Een heel land zat verslagen te kijken naar wat er gebeurde. Op zo’n moment besef je weer hoe belangrijk het voor ons is dat wij onze verbeelding, onze gedachten en gevoelens, ons geloof in materie vorm kunnen geven. Ook de bloemen die vanuit de Bollenstreek naar Rome gestuurd worden om het Sint Pietersplein met Pasen te verfraaien, zijn er een voorbeeld van. Het is ook daarom belangrijk dat de bisschop de bloemen zegent. Wij zijn mensen van vlees en bloed, wij zijn niet enkel geesten en gedachten. De materie maakt een wezenlijk onderdeel uit van ons bestaan. Daarom is de verrijzenis van het lichaam van enorme betekenis voor ons leven en ons geloof. We weten niet wat we ons bij een verheerlijkt lichaam moeten voorstellen. Het is niet om aan het aardse vast te houden, maar het is ook niet om onze menselijkheid achter ons te laten. De volgende dag werd duidelijk dat herstel van de Notre Dame mogelijk is. De president beloofde dat de kathedraal er over vijf jaar weer in volle glorie zal staan. En vanaf dat moment stroomde ook het benodigde geld binnen.

Een heel andere Paaservaring hadden mijn vrouw en ik afgelopen dinsdag. We waren samen naar de Keukenhof. De weelde van de vele bloemen en van al die kleuren: het is werkelijk een fantastisch gezicht. Maar wat minstens zo indrukwekkend is, zijn de mensen. Mensen van allerlei volkeren en naties, jong en oud, arm en rijk, allen genieten van de schoonheid zonder zich te ergeren aan elkaar. Iedereen gunt elkaar de ruimte en er valt geen onvertogen woord. Mijn vrouw opperde dat de Keukenhof de Nobelprijs voor de vrede verdient.

Woensdagavond was ik in de kathedraal bij de Chrismaviering waarin jaarlijks de oliën door de bisschop gezegend en gewijd worden. Het was een mooie viering met een bemoedigend preek van de bisschop. Op de terugweg hoorde ik op de radio het bericht van het busongeluk op Madeira. Plotseling is het dan weer Goede Vrijdag. Hoe zal het voor deze mensen en hun nabestaanden weer Pasen worden? Op de dag van Goede Vrijdag horen we van de journalist Lyra McKee die in Noord-Ierland door kogels wordt getroffen en overlijdt. Het kwaad is zeker niet de wereld uit. Telkens weer steekt het zijn kop op. Telkens weer worden mensen daar het slachtoffer van.

Ondanks dat blijven wij erin geloven. Achter elk kruis van Goede Vrijdag gloort het licht van de verrijzenis. De verrijzenis van Christus stelt ons in staat om te gaan met het kwaad. Wij geloven dat het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben. Dat het leven verder gaat. Dat er altijd een nieuw begin is. Dat het goede het kwade uiteindelijk altijd overwint. De liefde van God die Jezus Christus ons getoond heeft, is vele malen sterker dan alle kwaad van de wereld. Zijn liefde overwint alles. Wij mogen leven vanuit die liefde van God voor ons. Wij geloven erin. En dit geloof mogen wij net als Petrus verkondigen aan allen die hunkeren naar liefde en geluk. Ik wens u allen een zalig Pasen. Amen.

Zondig niet meer; Js 43,16-21; Joh 8,1-11

Het is de dag na het loofhuttenfeest. Een week lang was het feest in Jeruzalem. De stad was vol vreemdelingen en dag en nacht verkeerde men in een feestroes. In zo’n situatie gebeuren er nog al eens dingen die niet door de beugel kunnen. Deze gehuwde vrouw pleegde overspel. En in de roes van het feest was ze blijkbaar niet op haar hoede en kon ze daarbij betrapt worden. Je vraagt je wel af waar is die man gebleven; overspel pleeg je toch niet alleen? De schriftgeleerden en Farizeeën zullen gedacht hebben: dit is een interessant geval om eens aan die Jezus voor te leggen. Hij heeft met zijn mooie verhalen de laatste tijd heel wat onrust veroorzaakt. Eens kijken of Hij zich ook staande weet te houden als het er echt op aan komt?

Afgelopen week werden wijzelf opgeschrikt door het verhaal van een Amsterdamse priester. Een verhaal waar ik met mijn verstand niet bij kan en met mijn gevoel al helemaal niet. Waarschijnlijk heeft u dat ook. Wat moeten wij hier nu weer van denken?

Jezus schrijft op de grond in het zand. Hij is in gedachten verzonken en zegt niets. Na langer aandringen komt zijn uitspraak: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” Daarna schrijft Hij weer op de grond en bemoeit zich er niet mee. Aan het eind van dit tafereel zegt Jezus tegen de vrouw: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” De feiten zijn blijkbaar duidelijk: de vrouw heeft gezondigd. Maar voor Jezus is dat geen aanleiding om haar te veroordelen. Wel heeft Hij een oordeel over haar daden: “Ga heen en zondig van nu af niet meer.” Gods Zoon is niet in de wereld gekomen om te veroordelen, maar om de mensen te redden door de vergeving van de zonden. Hij wil dat wij ons bekeren, dat we ons afwenden van het kwaad.

Zo maakt Jezus ons duidelijk dat wij mensen niet mogen veroordelen. Maar wij moeten zeker oordelen over iemands daden. Woorden en daden moeten wij op hun merites beoordelen. Andermans woorden en daden kunnen zowel in goede als in slechte zin ons tot voorbeeld zijn. Dat vraagt om onderscheidingsvermogen. Wij hebben ook de plicht om elkaar waar nodig te corrigeren. Iemand een compliment geven is een daad van liefde. Evenzeer is het een daad van liefde iemand op discrete wijze aan te spreken op zijn fouten en onhebbelijkheden. Het gaat erom dat we de zonde veroordelen, niet de zondaar. De zondaar is een kind van God, een drager van menselijke waardigheid. Wij mogen oordelen over woorden en daden. Het oordeel over mensen is alleen aan God.

Het onderscheid tussen zonde en zondaar is overigens niet zo eenvoudig in onze huidige tijd. In deze tijd moeten mensen samenvallen met hun daden. Dat uit zich in veel stoere praat en uitspraken zoals: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.” Gelukkig zijn veel mensen in staat hun gedachten niet onmiddellijk te uiten en er al helemaal niet toe overgaan ze ook onmiddellijk uit te voeren. De meeste mensen denken daar eerst nog eens rustig over na. Reflectie is een goede zaak. Dat kan door in het zand te schrijven, het kan ook op vele andere manieren.

De bisschop van Haarlem-Amsterdam zal ook wel even nagedacht hebben. Mogelijk achter zijn bureau of in overleg met zijn medewerkers, misschien in de huiskapel of tijdens een strandwandeling. Ik weet niet hoe bisschoppen besluiten nemen. Zijn conclusie was waarschijnlijk: laat ik deze priester eerst maar eens wat rust gunnen en tijd om na te denken hoe hij zijn leven vorm en inhoud wil geven. De bisschop besloot de priester te vragen voorlopig zijn priesterlijke taken neer te leggen voor een bezinningsperiode. De bisschop was eerder al in gesprek met deze priester en had hem gevraagd zich te houden aan zijn celibaatsbelofte die hij bij zijn priesterwijding heeft afgelegd. De mens werd door hem niet veroordeeld, ook zijn homoseksuele geaardheid niet, wel is hem gevraagd zijn gedrag te veranderen.

Het idee dat de mens samenvalt met zijn woorden en zijn daden, maakt ook dat wij anders over onze eigen daden oordelen. We doen dat niet zonder vooroordeel en niet zonder bijgedachten. We willen onszelf niet afwijzen en dus praten we onze daden goed. Als we geen onderscheid kunnen maken tussen onszelf en onze zonden, moeten we om onszelf niet te veroordelen, onze zonden wel wegredeneren. Zo praten we vaak recht wat krom is en vermijden we dat we werkelijk op ons gedrag gaan reflecteren. Maar zonder reflectie komen we ook niet tot verbetering van ons gedrag. Zonder reflectie staan we ook niet open voor een uitweg. Dan zien we niet dat de Heer voor ons een nieuwe weg aanlegt, een weg door de steppe en een rivier door de woestijn. Door bezinning en reflectie komen we tot inzicht. Het brengt ons ertoe vergeving te vragen en het opent voor ons nieuwe wegen.

Regelmatig vragen wij Maria om voor ons zondaars te bidden. Wij mogen op onze beurt ook voor anderen bidden. Niemand van ons is zonder zonde. Wel zijn we allemaal kinderen van God. Amen.

God ervaren; Gn 15,5-12.17-18; Lc 9,28b-38

Soms heb je een moment van gelukzaligheid, een moment van volmaakt geluk. Alles is schoonheid. Alles straalt vrede uit. Je bent omgeven door liefde, door mensen van wie je houdt. Alles valt even op zijn plaats. Even zijn er geen vragen en twijfel, even is alles helder en duidelijk. Het zijn momenten van liefde en van waarheid, momenten van Godservaring. Ik denk dat dit Abram overkwam, toen hij naar de sterrenhemel keek en hem duidelijk werd hoe talrijk zijn nageslacht zou gaan worden. Op dat moment voelde hij zich omarmt door de liefde van God en wist hij precies waarom God hem op pad had gestuurd. Op dat moment geloofde hij onomstotelijk in God. Maar hoe gaat dat bij ons mensen. Zo’n moment van gelukzaligheid is altijd van korte duur. Daarna is het voorbij en staan we weer in de harde realiteit. Dan slaat ook de twijfel weer toe. Dat gebeurt Abram ook en dus zegt hij: “Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?”

Petrus, Johannes en Jakobus hebben ook zo’n ervaring van volmaakt geluk. Alles staat in een helder licht, alles is duidelijk en alles is liefde. Dat willen ze blijven vasthouden en dus zegt Petrus: “Meester het is goed dat we hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen.” Maar Petrus wist niet wat hij zei. Ook hij moest terug naar de werkelijkheid, naar de weerbarstigheid van het dagelijks leven. Het Evangelie van vandaag maakt duidelijk, dat wij op zo’n moment van volmaakt geluk even raken aan het Rijk Gods. De leerlingen ervaren Jezus zoals Hij werkelijk is: de Zoon van God. Deze herinnering blijven zij met zich mee dragen. Pas na het ontvangen van de heilige Geest begrijpen ze dit en kunnen ze hun ervaringen met anderen delen.

Onze bestemming is het Rijk Gods. Wij zijn onderweg en mogen zo nu en dan een voorproefje ervaren. Op weg zijn naar het Rijk Gods is geen individuele aangelegenheid. We zijn gezamenlijk op weg: alle mensen en heel de schepping is op weg. Het is ook geen kwestie van louter passief afwachten. Niet dat we het in eigen hand hebben, maar we mogen ons steentje bijdragen. Ten eerste is het aan ons om ons open te stellen voor het geluk en ons open te stellen voor de komst van het Rijk Gods. Ook mogen wij bijdragen aan het geluk van onze medemensen. En tenslotte is ons de schepping gegeven om haar te beheren, om voor haar te zorgen en haar verder te ontwikkelen.

Paus Franciscus legt veel nadruk op deze zaken. Hij maakt duidelijk dat de Kerk er in de eerste plaats voor de armen is. In hen ontmoeten wij Christus. De armen leren ons wat naastenliefde is. Met de encycliek Laudato si’ wijst hij ons op onze verantwoordelijkheid voor de schepping. De schepping is er voor ons allemaal. Wij moeten voor de schepping zorgen en haar verder ontwikkelen. Ook moeten we de vruchten die zij ons geeft, delen met alle mensen, de mensen van vandaag en ook alle toekomstige bewoners van de aarde. Ook dat is onderdeel van het werken aan het Rijk Gods.

De Bisschoppelijke Vastenactie vraagt dit jaar aandacht voor water. Water is een eerste levensbehoefte voor iedereen. Het kunnen beschikken over schoon water is van levensbelang. In grote delen van de wereld is schoon water niet direct voor handen. Dat veroorzaakt allerlei problemen: op het gebied van gezondheid, opleiding en scholing, economische ontwikkeling en de verhouding tussen mannen en vrouwen. De Vastenactie heeft vijf waterprojecten uitgekozen om te ondersteunen. De projecten zijn op verschillende plaatsen in de wereld. Het gaat om het slaan van waterputten, om het verbeteren van het waterbeheer en de hygiëne, en om het aanleggen van watervoorzieningen en toiletten. Overal wordt er ook gewerkt aan het oprichten van watercomités. Hiervoor worden lokale mensen opgeleid. Zij moeten gaan zorgen voor de instandhouding van de watervoorzieningen en ervoor zorgen dat ze goed onderhouden worden. Zij regelen dat de gebruikers hiervoor een kleine bijdrage betalen waarmee er lokaal ook verantwoordelijkheid wordt gedragen. Zij zorgen voor afspraken over het gebruik van de voorzieningen.

De Vastenactie heeft voor deze projecten € 150.000 nodig. In totaal zullen zo’n 35.000 mensen van deze projecten profiteren. Dus met elke € 5 die wij geven, maken we een medemens gelukkig. Nog wat feiten:

  • Iedere euro die in water en sanitaire voorzieningen wordt geïnvesteerd, levert een economisch rendement op tussen de 3 en de 34 euro;
  • ruim 800 miljoen mensen hebben géén schoon drinkwater ter beschikking;
  • 260 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen voor water;
  • 2,3 miljard mensen beschikken niet over sanitaire basisvoorzieningen;
  • jaarlijks gaan ruim 400 miljoen schooldagen verloren omdat kinderen ziek zijn door het drinken van verontreinigd water;
  • de helft van alle ziekenhuisbedden op de wereld wordt ingenomen door mensen die door vies water ziek zijn geworden;
  • in ontwikkelingslanden wordt ongeveer 80% van de ziektes veroorzaakt door verontreinigd water;
  • en iedere 90 seconden sterft er een kind door vervuild water.

Werken aan het Rijk Gods doen we door de noden van anderen te lenigen. Door hen te helpen, brengen we hen geluk. Geen zorgen meer over genoeg schoon water voor je kinderen is mogelijk ook een moment van gelukzaligheid en proeven aan het Rijk Gods. Amen.

God ontdekken in jezelf en jezelf in Hem

Vandaag is de Veertigdagentijd begonnen: veertig dagen die staan in het teken van bezinning en van inkeer. veertig dagen om te groeien in echte vrijheid, om te groeien in vertrouwen en hoop op God. Veertig dagen lang zijn wij samen met Jezus op weg naar Pasen. Veertig dagen lang mogen wij ons extra verbinden met Hem. Hij is onze weg naar de Vader. Niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.

Een paar dagen geleden las ik een tekst van Thomas Merton. Thomas Merton leefde van 1915 tot 1968. Hij was een Amerikaanse trappist, theoloog en mysticus. Van hem zijn de volgende woorden: “Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen, en anderen zoals zij zijn, met hun beperkingen.”

Vaak schrijven mystici over een intense verbondenheid met God. Die intense verbondenheid maakt dat Thomas Merton God in zichzelf en zichzelf in God zoekt. In het meest innerlijke van ons wezen vinden we de sporen van God. Daar vinden we zijn Geest die Hij ons heeft ingeblazen en die ons leven geeft. Het ontdekken van God in jezelf is niet jezelf tot God uitroepen. Het is Gods Geest die in ons woont. Het gaat om een relationele ervaring, een ontmoeting tussen twee personen: enerzijds God en anderzijds de mens. Vanuit dit relationele perspectief, vanuit deze ontmoeting kan Thomas Merton ook zichzelf ontdekken in God. Wij zijn immers naar zijn beeld geschapen en wij mogen ons verenigen met Christus, met Gods Zoon die mens is geworden zoals wij mens zijn.

“Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen…” Thomas Merton stelt dat het moed vraagt om deze ontdekking te doen, want het vraagt dat wij onszelf onder ogen zien, dat wij onszelf zien zoals we werkelijk zijn, met al onze beperkingen. Als wij ons anders voordoen dan we zijn, zullen we God niet ontdekken, waar en hoe intens we Hem ook zoeken. Alleen als we in alle oprechtheid en naaktheid en zonder iets te verbergen naar onszelf durven te kijken, gaan onze ogen open. Alleen dan komen we God op het spoor en zullen wij onszelf vinden in Hem.

“Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen, en anderen zoals zij zijn, met hun beperkingen.” Thomas Merton voegt nog een voorwaarde toe. Het gaat er niet alleen om om jezelf te zien zoals je bent, maar om ook de anderen te zien zoals zij zijn, niet beter en ook niet slechter. Het is geen puur individuele aangelegenheid. De mens is niet alleen. Echt mens word je pas in relatie met andere mensen.

God ontdekken en jezelf ontdekken doe je niet in je eentje. God ontdekken en jezelf ontdekken doe je in verbondenheid met elkaar en in verbondenheid met Jezus Christus die voor ons mens geworden is. Samen in verbondenheid met elkaar gaan we deze veertig dagen in. Samen gaan we ons bezinnen, komen wij tot inkeer en tot verzoening. Samen zoeken we de vrijheid door ons te onthechten en sober zijn. Samen geven we uiting aan onze verbondenheid met alle mensen en geven we gestalte aan de solidariteit met de armen en behoeftigen. Samen verbinden we ons met Christus, die onze weg ten leven is. Amen.