Spring naar inhoud

De vrouw bij de put en het coronavirus; Joh 4,5-42

Het verhaal over de vrouw bij de put speelde al een paar dagen door mijn hoofd. Gaandeweg de week kwam het coronavirus daar in toenemende mate bij. Twee zaken die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken hebben. Met het vervallen van de zondagvieringen verviel ook de noodzaak om een preek te maken. Toch kon ik het niet laten enkele gedachten op papier te zetten.

Het coronavirus dwingt ons tot sociale onthouding. We moeten de contacten met anderen beperken om besmetting en verdere verspreiding van het virus tegen te houden. De vrouw die Jezus bij de put ontmoet, heeft ook gekozen voor sociale onthouding. Zij komt op het heetst van de dag – rond het middaguur – naar de put. Zij doet dat om andere mensen te ontlopen. De meesten doen op dat moment een middagdutje.

De rest van het verhaal maakt duidelijk waarom de vrouw in een sociaal isolement is geraakt: “… want vijf mannen hebt ge gehad, en die ge nu hebt is uw man niet.” Haar levenswandel voldoet bepaald niet aan het goed burgerlijk fatsoen. Het misprijzen van haar stadsgenoten ontloopt ze liever. Sociale onthouding en sociaal isolement zijn aan elkaar verwante zaken.

Maar juist door haar sociaal isolement ontmoet de vrouw Jezus. We ontmoeten Jezus vaak in onze medemensen, in de mensen in nood: de hongerige, de dorstige, de vreemdeling, de naakte, de zieke, de gevangene (Mt 25). Daarnaast kunnen we Jezus ook ontmoeten door juist ons van anderen af te zonderen. Zonder mensen om ons heen weten we niet wat liefde is en dan kennen we God ook niet. “De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde.” (1 Joh 4,8) Maar van tijd tot tijd kan het geen kwaad ons af te zonderen. Jezus verbleef niet voor niets veertig dagen in de woestijn.

Even op ons zelf teruggeworpen zijn geeft ons de ruimte voor reflectie. Even vrij zijn van alle sociale verplichtingen geeft ruimte. Relaties onderhouden en sociale verplichtingen kunnen ons geheel in beslag nemen. Ze kunnen verslavend werken. Zo beroven ze ons van onze vrijheid, de vrijheid om zelf na te denken in plaats van te doen en te denken wat sociaal en politiek wenselijk is. Van tijd tot tijd hebben wij het nodig om ons leven te oriënteren op wat wezenlijk is, om ons te bezinnen op onze relatie met Jezus Christus.

De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning en reflectie. Dat vraagt dat wij ons proberen te onthouden van zaken die ons op een verslavende wijze binden en ons onvrij maken. Op deze wijze kunnen we het gedwongen sociaal isolement en de sociale onthouding vruchtbaar maken door tijd te nemen voor bezinning en voor gebed. Zondagvieringen zijn voorlopig niet mogelijk maar gebed en bezinning zijn daar niet van afhankelijk. Jezus zegt: “… er komt een uur dat gij noch op die berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. (…) Er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden.”

Moed en wijsheid; Gn 2,7-9;3,1-7; Rom 5,12-19; Mt 4,1-11

“Als Gij de Zoon van God zijt…” De duivel spreekt Jezus aan op zijn goddelijkheid. Eva hoort van de slang, dat zij aan God gelijk zal worden als zij eet van de boom die in het midden van de tuin staat, de boom van de kennis van goed en kwaad.

Misschien zijn de lezingen van vandaag nog nooit zo actueel geweest als in onze huidige tijd. Tegenwoordig worden wij er voortdurend op aangesproken, dat wij als mensen in feite zelf god zijn. In ieder geval dat het tamelijk idioot zou zijn een god boven je te dulden. De een beweert dat er in het geheel geen god is en dat je vooral moet doen waar je zelf zin in hebt. De ander komt tot de conclusie dat het goddelijke – als dat dan bestaat – alleen in jezelf te vinden is. Het eigen zelf, het eigen ik heeft goddelijke status. Met de woorden van de dichter Willem Kloos in 1894: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten, En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon…” Voor Kloos was een dichter een geheel autonome schepper, geheel onafhankelijk en almachtig in zijn dichtkunst.

Hoogmoed is door de eeuwen heen als een kwaad bestempeld. Dat geldt niet alleen voor het christendom en het jodendom. Ook in de klassieke oudheid werd hoogmoed, hybris als een kwaad gezien. Denk aan het verhaal van Icarus die met zijn zelfgemaakte vleugels te dicht bij de zon komt, waardoor het was smelt en hij neerstort. Hoogmoed komt voor de val. In onze tijd wordt assertiviteit een deugd genoemd. Je hebt recht op de beste plaats. Zelfoverschatting wordt gezien als zelfvertrouwen en kan je alleen maar helpen in dit leven vooruit te komen. Denk aan Pippy Langkous: aan haar wordt de volgende uitspraak toegeschreven. “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”

Eva wordt verleid door de slang. De slang weet dat de mens een vrije wil heeft, dat de mens kan kiezen tussen goed en kwaad. De slang kent ook de zwakheid van de mens. Eva ziet het probleem waar ze voor geplaatst wordt. Zij gaat met de slang in discussie, maar de slang is haar te slim af en zij bezwijkt voor zijn argumenten. Adam daarentegen staat alleen maar bij. Hij zegt geen stom woord. In al zijn onnozelheid volgt hij Eva.

Paulus schrijft dat de misstap van Adam het begin van het kwaad is. “De fout van één mens bracht allen de dood.” Voor Paulus is de nalatigheid van Adam de grote zonde. Nalatigheid kun je zien als de tegenhanger van hoogmoed. Daar waar de een zegt dat hij alles onder controle heeft en het wel even zal oplossen, zegt de ander: wat kan ik er aan doen? De een overschat zichzelf. De ander schuift alle verantwoordelijkheid van zich af en laat het allemaal maar gebeuren. Beide houdingen zijn afkeurenswaardig. Een deugdzaam mens zoekt de juiste middenweg.

Naast de drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde kennen we de vier kardinale deugden: moed, matigheid, rechtvaardigheid en verstandigheid. Deze deugden vinden we terug bij Plato en zijn verder uitgewerkt door Aristoteles: de twee grote Griekse filosofen van de oudheid. De term kardinale deugden is uit de vierde eeuw en afkomstig van de H. Ambrosius. Het zijn kardinale deugden omdat alles hierom draait. Het Latijnse woord cardio betekent scharnier. Alle andere deugden kunnen we van deze vier afleiden. Zo kunnen we hoogmoed en nalatigheid verbinden met moed. Moed is het midden houden tussen overmoed en lafheid. Hoogmoed is een vorm van overmoed; nalatigheid is een vorm lafheid. Eva toont hier moed: zij gaat het gesprek aan maar helaas is haar nieuwsgierigheid sterker dan haar verstandigheid: zij maakt de verkeerde keuze, maar ze durft in ieder geval te kiezen en ze neemt verantwoordelijkheid. Adam toont alleen maar lafheid.

Jezus laat ons zien hoe wij het kwaad kunnen weerstaan. Het weerstaan van het kwaad vraagt om moed en om wijsheid. Wij moeten het aandurven het gesprek aan te gaan, verantwoordelijkheid nemen en we moeten de juiste keuzes maken. De Veertigdagentijd is de tijd bij uitstek om ons hierin te oefenen. Deugden moet je oefenen. Door ze te oefenen zorg je ervoor dat ze je eigen worden. Deugden vormen je persoonlijkheid. Door ze te oefenen worden ze deel van jezelf. Juist in de Veertigdagentijd kunnen we door oefening ons leven een nieuwe wending te geven. Ieder kan bij zichzelf nagaan welke deugd extra aandacht nodig en welke ondeugd weggewerkt moet worden.

Door de deugden te beoefenen verbinden wij ons leven met het leven van Jezus Christus. Zo gedragen wij ons als zijn leerlingen. Hij is onze weg ten leven. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Hij schenkt ons zijn genade. Door en in Hem vinden wij onze weg naar God. Amen.

Onder de vijgenboom

Auteur: Adrien Candiard
Titel: Onder de vijgenboom: Mijmeringen over christelijk leven
Uitgever: Berne Media, 2019
Prijs: € 16,90
ISBN: 978 90 8972 329 1
Aantal pagina’s: 157

“Christelijk leven is de moed hebben geen afstand te doen van de vreugde; de moed om het geluk opnieuw te zoeken… Omdat God het geluk voor ons wil. Omdat het geluk onze bestemming, onze roeping is.” Aan de hand van de roeping van Natanaël (Joh 1,43-51) schrijft de dominicaan Adrien Candiard over onze roeping tot geluk. Iedere mens is op een eigen manier geroepen het leven te leiden dat hem past. Net als liefhebben werkt geroepen worden ontregelend. Je moet afstand doen van gewoontes en van comfort. Zonder ontregeling kom je niet tot echte vreugde. Roeping gaat over ontdekken wie je zelf bent en wie God is. Het gaat over de ontmoeting met God en over de relatie met Christus, waarbij het beste nog altijd moet komen.

In dit prettig te lezen boek schrijft Candiard verder over de strijd van het gebed, de spanning in broederschap, de nederigheid van vergeving, de kwetsbaarheid van de liefde, de bochtige weg naar heiligheid, het misverstand van de vrijheid en over slapen, dronkenschap en humor.

Aswoensdag 2020

Vandaag is de Veertigdagentijd begonnen: veertig dagen die staan in het teken van bezinning en van inkeer. veertig dagen om ons te oefenen in het goede en af te zien van het kwade. Veertig dagen lang zijn wij samen met Jezus op weg naar Pasen. Veertig dagen lang mogen wij ons extra verbinden met Hem. Hij is onze weg naar de Vader. Niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.

God wil dat wij gelukkige mensen zijn. Maar hoe worden wij gelukkig? Worden wij gelukkig door zoveel mogelijk onze begeerten in vervulling te laten gaan of is er een andere weg tot geluk? Het antwoord van de huidige cultuur is duidelijk. De mens wordt volgens het huidige denken gedreven door zijn begeerten. De vervulling van die begeerten – wat ze ook zijn – maakt de mens gelukkig. Dat vraagt dat de mens vrij moet zijn om zoveel mogelijk te doen waar hij zin in heeft.

Dit denken heeft de afgelopen vijftig jaar een steeds belangrijker plaats ingenomen. Dit is echter niet het denken waarmee ik en waarschijnlijk u allemaal zijn opgevoed. Ons christelijk denken gaat uit van een ander mensbeeld. Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wij hebben wel degelijk begeerten, maar we hebben ook een wil en ook een verstand. Verstand en wil staan boven onze begeerten. Geschapen naar Gods beeld en gelijkenis betekent ook dat we deel uit maken van een groter geheel. We zijn geschapen als deel van de menselijke gemeenschap. We zijn geschapen om elkaar lief te hebben.

In 2013 schreef Paus Franciscus in Evangelii gaudium: “Het geheel is meer dan het deel, en is ook meer dan een eenvoudige som van de delen. Men moet dus niet al te zeer bezeten zijn van bijzondere kwesties met een beperkte omvang. Men moet de blik altijd verruimen om een groter goed dat ons allen weldaden kan verschaffen, te herkennen. (…) Men werkt in het klein met wat dichtbij is, maar met een ruimer perspectief. Op dezelfde wijze gaat een persoon die zijn persoonlijke bijzonderheid bewaart en zijn identiteit niet verbergt, niet in het niets op, wanneer hij van harte integreert in een gemeenschap, maar hij ontvangt steeds nieuwe prikkels voor de eigen ontwikkeling.”

Ons verstand en onze wil stellen ons in staat het grotere belang te zien en er ook voor te kiezen zonder dat wij onszelf daarbij verliezen. Sterker nog door deze keuze voor het geheel groeien wij in wijsheid en in geluk. Naast de drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde zijn er de vier kardinale deugden: moed, matigheid, rechtvaardigheid en verstandigheid. Deze vier deugden helpen ons te willen en te doen wat we verstandig achten. Ze helpen ons onze begeerten te kanaliseren.

Deugden kun je oefenen. Oefening baart kunst, ook levenskunst. Door het telkens weer te proberen wordt de deugd iets van jezelf. Door het goede te oefenen vorm je je persoonlijkheid. Door te oefenen word je met de hulp van Gods genade een goed mens. In deze tijd van mateloosheid, van altijd willen genieten kunnen wij bijdragen aan een betere wereld door te matigen. Vanuit onze matigheid zijn we in staat tot rechtvaardigheid. Matigheid en soberheid stellen ons is staat onze rijkdom eerlijk te delen.

Vandaag wordt in deze zin onze bijdrage gevraagd voor het werk van Jacinta van Luijk ten bate van de gemeenschap in Kitale. Onze soberheid brengt geluk aan de mensen in Kenia. Wij zijn ook geschapen als onderdeel van de gehele schepping. Daarmee dragen wij ook zorg voor geheel de schepping. Wij zijn medeverantwoordelijk. Met onze soberheid dragen wij bij aan een duurzame wereld.

Door de juiste maat te vinden tonen we ons leerlingen van Jezus Christus. Door de deugden te beoefenen verbinden wij ons leven met zijn leven. In Hem vinden wij onze vreugde. Hij maakt ons gelukkig. Door en in Hem vinden wij onze weg naar God. Amen.

“Hé raka, kijk uit!” Mt 5,17-37


“Wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin…” Raka wordt op verschillende manieren vertaald als leeghoofd, waardeloze vent of sufferd, maar ook als goddeloze. Raka is een Aramees woord. De taal die Jezus sprak. Hé raka, kijk uit. Zie je niet dat ik eraan kom? Je zou het in onze tijd kunnen horen op het voetbalveld. En op straat in het verkeer, misschien ook wel als twee mensen met een rollator elkaar tegenkomen. Het woord raka leent zich hier goed voor. Het klinkt behoorlijk venijnig. Maar ook al klinkt het dan wel lekker als scheldwoord, het is toch niet extreem beledigend. We horen regelmatig scheldwoorden die mensen echt kwetsen. Toch zegt Jezus dat wie raka tegen iemand zegt gestraft zal worden door de rechtbank, door het Sanhedrin. En wie iemand voor dwaas uitmaakt zal branden in de hel. Dat zijn toch wel stevige straffen voor iets wat we zien als een kleine fout.

We horen Jezus vandaag een aantal voorbeelden geven. Hij zegt wat de wet is en dan komt Hij met een geval dat niet erg ernstig klinkt, maar door Jezus wel als heel erg genoemd wordt. Laten we eerste voorbeeld wat nader bekijken. “Gij zult niet doden.” Dat is één van de Tien Geboden, een gebod dat staat als een huis. Iedereen zal zeggen dat je dat inderdaad niet mag doen. Ook in onze wetgeving staan op moord en doodslag flinke straffen. Onze wetten gaan nog een stapje verder. Ook mishandeling is strafbaar. Iemand ernstig letsel toebrengen, iemand verkrachten, iemand veel leed bezorgen wordt stevig bestraft. Maar het is niet zo dat je voor alles wat je pijn doet, naar de politie kunt stappen. Je gaat geen aangifte doen als iemand je aan je oor trekt of je uitscheldt. Ook als iemand boos op je is, is dat geen reden om de politie te bellen. Daar is de politie niet voor.

Toch zegt Jezus hier dat wanneer iemand boos is op iemand anders, hij strafbaar zal zijn, en ook als hij iemand uitscheldt, hem een raka of een dwaas noemt. Jezus heeft het over situaties die volgens de Joodse wetten en ook volgens onze wetten niet strafbaar zijn. Niet strafbaar zijn betekent echter niet dat het goed is. Jezus laat zien dat er vele gevallen zijn waarvoor je niet door de wet gestraft wordt, maar waarin je toch niet het goede doet. In het Rijk Gods, in een wereld van liefde en geluk hoort dergelijk gedrag niet thuis. En dus zegt Jezus dat ze strafbaar zullen zijn.

Als wij leerlingen van Jezus willen zijn, gelden deze uitspraken ook voor ons. Ook voor ons geldt niet dat alles goed is en mag wat niet verboden is. Nee, heel veel van wat niet verboden is, is niet goed. Van leerlingen van Jezus wordt verwacht dat zij het goede doen. In onze samenleving gaan we zeker niet altijd vriendelijk met elkaar om. Je hoort regelmatig klagen over de verruwing van onze samenleving. We leven met veel mensen op een klein stukje grond en dat geeft nogal eens ergernis. Iedereen ergert zich weleens aan het gedrag van anderen. Iedereen heeft wel eens zin om hartgrondig raka te roepen.

Misschien zijn het verkeer en de sportvelden daar wel de duidelijkste voorbeelden van. Mijn vrouw zegt weleens: “Je bent altijd zo vriendelijk en rustig, maar in de auto is dat plotseling verdwenen.” Zowel in het verkeer als op de sportvelden zie je ook dat de grens tussen wat wel en niet kan dun is. Voordat je het weet ben je je niet alleen aan het ergeren. Je wordt boos, je gaat schelden en je gaat nog ergere dingen doen. Voordat je het weet ga je een grens over en doe iets waar je later behoorlijk spijt van hebt.

Het is best lastig om je nooit aan anderen te ergeren. De mensen om je heen zijn net als jezelf nu eenmaal niet volmaakt. Maar we zijn niet op de wereld om ons aan elkaar te ergeren, om boos op elkaar te zijn en erger nog om elkaar te haten. Wij zijn als broeders en zusters van elkaar geschapen. Wij zijn geschapen voor de liefde, geschapen om elkaar lief te hebben. Dat is wat Jezus ons voortdurend weer wil leren.

Wetten, geboden en verboden zijn belangrijk. Zij geven uiterste grenzen aan. Het zijn richtingaanwijzers in ons leven. Maar uiteindelijk moeten we ons laten leiden door de liefde voor elkaar. Liefde vraagt dat we elkaar om vergeving vragen. Liefde vraagt dat we elkaars fouten vergeven. Liefde vraagt dat we onze ergernis ombuigen naar respect, geduld en mededogen voor elkaar. Liefde vraagt dat we ons telkens weer met elkaar verzoenen, dat we de relaties met andere mensen telkens weer herstellen en goed maken. Jezus leert ons elkaar lief te hebben. Amen.

Alleen liefde heeft toekomst

Auteur: Yves Bériault
Titel: Alleen liefde heeft toekomst: De getuigenissen van Etty Hillesum en Christian de Chergé
Uitgever: Berne Media, 2019
Prijs: € 16,90
ISBN: 978 90 8972 356 7
Aantal pagina’s: 141

Volgens Christian de Chergé heeft alleen de liefde toekomst en Etty Hillesum schrijft dat de liefde de enige oplossing in deze wereld is. Beiden “hebben stand gehouden in hun vastbeslotenheid in niets toe te geven aan de haat”. Beiden zijn net als Jezus de weg van de liefde tot het uiterste gegaan, niet als een gewenst martelaarschap maar als een onvermijdelijke weg.

Yves Bériault laat “zien dat Etty Hillesum en Christian de Chergé, die twee getuigen van onze tijd, ondanks hun diepe verschillen hand in hand gaan”. De Jodin Hillesum werd in 1943 in Auschwitz vermoord en de monnik De Chergé samen zes medebroeders in 1996 in Algerije. Beiden “hebben op een radicale en onomkeerbare manier geworsteld met het mysterie van het kwaad… Het zijn twee zeer verschillende routes, maar het geloof in God speelt er een bepalende rol in.” Beiden leefden vanuit de Bron die liefde is. De dominicaan Bériault brengt met dit mooie en makkelijk leesbare boek hoop en inspiratie in onze verdeelde wereld.

Paulus: Een biografie

Auteur: Tom Wright
Titel: Paulus: Een biografie
Uitgever: Van Wijnen, 2019
Prijs: € 29,95
ISBN: 978 90 5194 555 3
Aantal pagina’s: 461

Tom Wright beschrijft de jonge Saulus als een man met een hoofd vol Bijbelkennis en een hart vol van ijver die trouw is aan de ene God. Evenals vele joodse tijdgenoten leefde Saulus in de hoop op een reddingsactie van God. Er was vergeving nodig. Dan zouden hemel en aarde weer een zijn en zouden Godstijd en de menselijke tijd samenvallen.

Op weg naar Damascus wordt het Saulus duidelijk dat in Jezus Christus hemel en aarde samenvallen. Met de vergeving van de zonden is er een nieuwe realiteit ontstaan. Na een periode van ongeveer tien jaar volgt hij zijn roeping en begint hij een leven als rondtrekkende missionaris. Door de beperkte tijd en middelen die Paulus heeft, beseft hij dat hij de mensen moeten leren hoe ze moeten denken, in plaats van wat ze moeten denken.

De Anglicaanse theoloog is zoekt antwoorden op de vragen wat dreef Paulus en hoe verklaren wij zijn succes. Hij beschrijft het leven van Paulus op een enthousiaste en meeslepende wijze. Hiermee trekt hij je het verhaal in. Het is een goed leesbaar en toegankelijk boek. Een aanrader voor iedereen die meer over Paulus wil weten.