Spring naar inhoud

Feest in Kana; Js 62,1-5; Joh 2,1-12

Met de bruiloft van Kana begint in het Evangelie volgens Johannes het openbare leven van Jezus. Daarvoor heeft Hij zich door Johannes de Doper laten dopen en heeft Hij een aantal mannen gevraagd Hem te volgen. Nu bezoekt Hij met zijn leerlingen een bruiloft. Zijn moeder is er ook. Mogelijk was het bruidspaar familie. Kana ligt op een afstand van dertien kilometer van Nazareth. Maria voelt zich duidelijk betrokken bij de gang van zaken.

Met het feest van Driekoningen, het feest van de Openbaring des Heren hebben we Jezus leren kennen als een koningszoon. De wijzen zochten de pasgeboren koning en kwamen Hem hulde brengen. Vorige week vierden we de Doop van de Heer. Hier werd duidelijk dat Jezus de welbeminde Zoon van God is. Vandaag is vieren we het derde moment van openbaring. Driekoningen, de Doop van de Heer en de bruiloft van Kana zijn drie momenten van openbaring die samen een geheel vormen.

Even een weetje. Op de huiszegen die u op Driekoningen is aangereikt, staan drie letters: de C, de M en de B. Deze letters staan voor de namen van de drie koningen, Caspar, Melchior en Balthasar. Ze staan ook voor de zegentekst Christus Mansionem Benedicat, Christus zegene dit huis. Er is nog een derde betekenis die staat voor de openbaring: de C van Cana, de M van Magi en de B van Baptisma, Kana, Wijzen en Doop. De huiszegen doet dus ook denken aan het totaal van de openbaring.

De bruiloft van Kana, het derde moment van openbaring heeft een geheel eigen karakter. Ondergaat Jezus de eerste twee min of meer passief. Nu is Hij actief. In Kana openbaart Hij zichzelf en laat Hij zien wie Hij is. Hij laat zien waarvoor Hij mens geworden is. Hij laat ons zien wie God voor ons is. Hier zien we hoe Jezus deelneemt aan het leven van gewone mensen, aan het leven van de gemeenschap waar ook Hij deel van uit maakt. Anders dan Johannes de Doper trekt Jezus zich niet terug uit de maatschappij. Hij staat midden in het gewone leven. Hij is lid van de gemeenschap. Hij deelt in de vreugde en het verdriet van de mensen en dus gaat Hij naar een bruiloftsfeest waarvoor Hij uitgenodigd is.

Jesaja maakt duidelijk dat de liefde tussen man en vrouw ook symbool staat voor de liefde van God voor de mensen. “Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zal Hij die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zicht verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u.”

Wijn is een symbool van vreugde. Wijn wordt er geschonken als het feest is. Anders dan in onze afgemeten en vaak zuinige cultuur hoort in de meeste culturen bij een feest niet alleen wijn maar ook overvloed. Jezus laat hier zien dat God in het geheel niet zuinig en afgemeten is. Wat dacht u van zeshonderd liter wijn, terwijl de gasten blijkbaar al het nodige gedronken hadden. Het lijkt mij niet dat ze die hoeveelheid wijn die dag nog opgedronken hebben. Jezus laat hier zien dat Gods liefde voor ons overvloedig is en geen grenzen kent. Gods liefde en genade zijn mateloos. Zoals Jesaja schrijft ze zijn zo overdadig dat zij ons geheel omvormen. Wij zijn niet meer de Verlatene. Door Gods liefde voor ons worden wij zijn Welbehagen. God is voortdurend op zoek naar het geluk van de mensen. Voortdurend staat Hij voor ons klaar met zijn liefde en genade.

Jezus laat ons vandaag zien dat we hoe dan ook het beste nog te goed hebben. De beste wijn heeft Hij voor het laatst bewaard. Het beste deel van ons leven ligt altijd nog voor ons. Als wij ons leven werkelijk in de hand van de Heer leggen, dan worden ook wij – met de woorden van Jesaja – gekroond met een flonkerende kroon en een koninklijke diadeem. Pas aan het einde bereiken wij de volheid van het leven. Pas aan het einde bereiken wij onze bestemming.

Tenslotte is er ook een overeenkomst tussen de drie momenten van openbaring. De openbaringen zijn geen grootse gebeurtenissen. Telkens is het een klein clubje mensen die er getuige van zijn. De Wijzen uit het oosten, de omstanders bij de Doop in de Jordaan en vandaag zijn het eigenlijk alleen Maria en de leerlingen die werkelijk doorhebben wat er gebeurd. Openbaring vraagt niet om een grootscheepse campagne om vele mensen in een korte tijd te overtuigen. Openbaring is niet een kwestie van argumenten. Openbaring is het ondergaan van een ervaring. Openbaring heeft te maken met relaties tussen mensen.

Maria had dit moment van openbaring toen de engel Gabriël haar bezocht met de boodschap dat zij de moeder van Gods Zoon zou worden. Die gebeurtenis geeft haar het vertrouwen in Jezus. Vandaag zien we dat terug in haar optreden als het bruiloftsfeest in het water dreigt te vallen. De leerlingen hadden Jezus net leren kennen. Dit eerste wonderteken van Jezus heeft voor hen een enorme betekenis. Johannes schrijft: “En zijn leerlingen geloofden in Hem.”

Als wij op onze beurt ons geloof willen doorgeven, zullen ook wij ons vooral moeten richten op kleinschaligheid, op het spreken van mensen van mens tot mens en van hart tot hart. Zo kunnen wij ook zelf bronnen van openbaring zijn. Amen.

Advertenties

Openbaring van de kennis van het geheim; Ef 3,2-3a.5-6; Mt 2,1-12

“Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde.” Matteüs vertelt het verhaal van de wijzen uit het oosten tamelijk zakelijk. Hij geeft een feitelijk verslag zonder veel uitleg. Matteüs schrijft vanuit de joodse denkwereld. Hij schrijft voor mensen die deze wereld kennen en eruit voortkomen. Met veel citaten uit het Oude Testament maakt hij duidelijk wat de rol en wat het belang van Jezus is. Hier verwijst Matteüs uitdrukkelijk naar de Micha: “En gij Betlehem, landstreek van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk Israël.” Als we dit verhaal lezen vanuit het Oude Testament is het niet langer een zakelijke opsomming van feiten maar wordt het tot een duidelijke boodschap: dit Kind is niet zomaar een kind, dit Kind is de lang verwachte Messias.

Paulus schrijft voor een geheel ander publiek. De christenen van Efeze hebben verschillende achtergronden. Er zijn er die uit het jodendom voortkomen en ook die eerder heiden waren. Deze laatste groep kende het Oude Testament niet, Dit in tegenstelling met de christenen uit het jodendom. Voor Paulus is het belangrijk de mensen te laten weten dat Christus ook voor de heidenen is gekomen: “dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het Evangelie.” Paulus maakt ons duidelijk dat deze laatste groep geen tweederangsburgers zijn. Zij horen er helemaal bij: zij zijn mede-erfgenamen, medeleden en mededeelgenoten van de belofte.

Dat is wat wij vandaag vieren: Christus is gekomen voor alle mensen. Hij is gekomen om iedereen te verlossen, iedereen gelukkig te maken en iedereen vreugde te brengen.

Paulus schrijft over de openbaring van de kennis van het geheim. De openbaring van de kennis van het geheim: drie woorden die nadere beschouwing nodig hebben. Openbaring, kennis en geheim: het zijn woorden die alle drie verschillende betekenissen hebben. In ons normale taalgebruik is een geheim of een mysterie iets wat de een wel weet en de ander niet. Dat is niet wat Paulus bedoelt. Bij hem gaat het over een geheim, een mysterie dat we zowel niet als wel kennen. Een geloofsgeheim blijft iets dat wij niet met ons verstand kunnen doorgronden. We kunnen het niet op een rationele wetenschappelijke manier verklaren. In die zin kunnen we het geloofsgeheim niet begrijpen, niet kennen. Van de andere kant kunnen we wel kennis van een geloofsgeheim hebben.

We hebben onze menselijke ervaring. Dat is niet alleen iets van het verstand. Het heeft te maken met heel ons wezen. Hart en hoofd komen er in samen. Wij zijn in staat een geloofsgeheim te ervaren. Zoals we liefde ervaren, zo kunnen we ook de aanwezigheid van God in ons leven ervaren. Op die wijze hebben we kennis van God en van zijn bedoelingen. Er zijn weinig mensen die niet weten wat liefde is en toch staan de meesten van ons met de mond vol tanden als we moeten vertellen wat liefde precies is. Meestal komen we niet verder dan wat liefde voor ons betekent. Zo is het ook met geloofsgeheimen: je kunt erover spreken en er het nodige over vertellen, maar je dringt nooit echt tot de kern door.

Dat is ook waar het met het woord openbaring omgaat. Openbaring is geen wetenschappelijk verhaal. Het is geen krantenbericht waarin alles eens goed uit de doeken wordt gedaan en de waarheid wordt blootgelegd. Openbaring heeft te maken met onze menselijke ervaring. Ons wordt iets geopenbaard als we ervaren wat het voor ons betekent. De leerlingen van Jezus hebben samen met Hem geleefd. Op die wijze hebben zij ervaren dat God in Hem aanwezig is. Zo hebben zij ervaren hoe het is te leven volgens Gods bedoelingen. In Jezus hebben zij Gods liefde voor alle mensen ervaren. Bij Johannes was dit zo sterk dat hij concludeerde: God is liefde.

Paulus schrijft dat wij door het Evangelie deelgenoten van de belofte zijn. Het Evangelie is het geheel van ervaringen van de leerlingen. Wij kunnen ons deze ervaringen eigen maken door te luisteren naar de lezingen of zelf in de Bijbel te lezen. We kunnen ook kennis nemen van wat het Evangelie voor anderen betekent. Tenslotte noemt Paulus de heilige Geest. De heilige Geest speelt een grote rol in de openbaring. Hij zorgt ervoor dat onze menselijke ervaringen openbaringen worden. Hij doet ons verstaan wat er gezegd wordt. Hij doet ons het geheim kennen.

Met de hulp van de heilige Geest mogen ook wij zelf bronnen van openbaring zijn. Mensen mogen aan ons ervaren wat God voor ons betekent. Op die manier kunnen zij weten wat God voor hen kan betekenen. Als wij de door Christus geopenbaarde liefde zichtbaar maken getuigen wij net als de wijzen van ons geloof. Dan betuigen ook wij de mensgeworden Zoon van God onze hulde. Dan zijn wij op onze beurt een bron van openbaring.

In wens u allen een zalig Nieuwjaar, een jaar van liefde en geloof. Amen.

Zalig Kerstfeest; Heb 1,1-6; Joh 1,1-18

Christenen wensen elkaar op deze dag een zalig, een gelukkig of een gezegend Kerstfeest. Als kind leerde ik welke mensen ik een zalig en welke een gelukkig Kerstfeest moest wensen. In de tijd van de verzuiling was dat zeker niet onbelangrijk. Protestanten en katholieken gebruiken verschillende woorden. Ondertussen heb ik geleerd dat de woorden zalig, gelukkig en gezegend synoniemen van elkaar zijn. Ze betekenen alle drie hetzelfde. Het is slechts een kwestie van wat gebruikelijk is.

Tegenwoordig hebben we te maken met geheel andere verschillen. Naast de christenen die elkaar een zalig, gelukkig of een gezegend Kerstfeest wensen, zijn er velen die elkaar prettige feestdagen wensen. Dit verschil is niet alleen een kwestie van een verschillende gewoonte. Nu hebben we te maken met werkelijk verschillende betekenissen. Gelukkig en prettig is bepaald niet hetzelfde. Ze kunnen heel goed samengaan, maar je kunt ook gelukkig zijn zonder dat de situatie prettig is en ook onder prettige omstandigheden kun je ongelukkig zijn.

Jezus maakt dit duidelijk met de zaligsprekingen, die we vinden aan het begin van de Bergrede. Hier maakt Hij duidelijk waarvoor Hij mens geworden is en wat het betekent dat Hij als het ware Licht in onze wereld is gekomen. De mensen die Jezus zalig of gelukkig noemt, leven niet direct een prettig of aangenaam leven. Zij hebben te maken met strijd: strijd voor waarheid, vrede en rechtvaardigheid. Zij gaan de weg van barmhartigheid en zachtmoedigheid.

In april van dit jaar verscheen er een brief van paus Franciscus: Verheugt u en juicht. Met deze brief roept de paus ons op onze roeping tot heiligheid te volgen. De vreugde die het volgen van deze roeping brengt, is voor ieder van ons bedoelt. Iedere gelovige wordt geroepen tot heiligheid. Dat vraagt geen speciale geloften, kwalificaties of diploma’s. Het gaat om het leven van alledag, om het goed doen van de gewone dingen. Iedereen is geroepen zijn leven op zijn eigen wijze goed te leven. Het gaat om het vinden van het geluk in het bijzondere van het gewone. De paus ziet de zaligsprekingen als de weg voor de christen, als de weg van heiliging. Hij schrijft: De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen. (63) “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” (64)

Het is een weg die tegen de stroom in gaat. De paus benoemt de gevaren van deze tijd en de verleidingen waaraan wij blootstaan. De weg van Jezus volgen, het pad van de heiligheid gaan, betekent dat je je niet laat verleiden en dat je anders durft te zijn. De weg van de heiliging, de weg van een gelukkig leven is duidelijk iets anders dan een prettig en comfortabel leven. Het gaat ook niet om een goede gezondheid en een lang leven. Dat zijn aangename zaken, maar zij zorgen niet voor het echte geluk. God wil dat wij mensen – zijn kinderen – echt gelukkig zijn. Daarvoor is Jezus, Gods Zoon mens geworden. Jezus laat ons zien dat wij het geluk vinden in de liefde voor God en voor elkaar. Hij heeft ons die liefde voorgeleefd en roept ons op zijn voorbeeld te volgen. Hij heeft ons zijn Geest gegeven om ons daarbij te helpen.

Wat maakt ons werkelijk gelukkig. Waar vinden we het licht. Vaak is het vooral duisternis wat we zien. De wereld is vol oorlog en geweld. Hebzucht en eigenbelang bepalen in grote mate ons leven. Ook wij zelf zijn niet vrij van gerichtheid op ons zelf. Ons geluk en onze vreugde ligt niet in de zelfgenoegzaamheid. Zij liggen niet in onze onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. Juist in verbondenheid met elkaar komen wij tot ontplooiing. Binnen de gemeenschap worden wij werkelijk mens. Binnen de gemeenschap, in de relatie tussen mensen is Jezus aanwezig. Daar is zijn Geest werkzaam: de Geest van liefde en gemeenschap. Hij versterkt onze liefde voor elkaar. Hij maakt die liefde vruchtbaar. Hij vervult onze harten met echte vreugde.

Het lukt ons niet op eigen houtje de duisternis verjagen. Het licht moet ons aangereikt worden. Geluk, liefde en vrede zijn gaven die alleen God ons kan geven. Gods Zoon is mens geworden zoals wij. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Jezus nodigt ons uit te worden zoals Hij, te leven zoals Hij ons heeft voorgeleefd. Dan wordt Hij ook in ons geboren: dan leeft Hij in ons en leven wij in Hem. Dan zijn wij mede-erfgenamen van al wat bestaat, van alle liefde en geluk. Dan stralen wij zelf het licht uit dat de duisternis verjaagt. Als wij onze harten openen voor God en voor onze medemens, treden wij in de voetsporen van Jezus, dan volgen wij de weg van heiligheid, dan wordt ons Kerstfeest werkelijk zalig, gelukkig en gezegend.

Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

De mens is geen plaag

Auteur: Cees Buisman
Titel: De mens is geen plaag: Over het gevaar van een onttoverde wereld
Uitgever: Bornmeer, 2018, derde druk
Prijs: € 15,-
ISBN: 978-90-5615-439-4
Aantal pagina’s: 148

“De technocratische oplossingen blijken averechts te werken. Ze maken ons niet gezonder, ze laten ons op zijn hoogst wat langer leven. Ze verbruiken veel meer water dan de oude technologieën. En het zijn elitetechnologieën die nog uitgaan van een wereldvisie waarin we niet hoeven te delen. Cees Buisman ziet niet de omvang van de wereldbevolking als een probleem, maar de westerse manier van denken. Hij citeert Mahatma Gandhi: “There is enough for everybody’s needs, but not every everybody’s greed.” Ook een wereldbevolking van 10 miljard mensen kan goed gevoed worden, maar niet op een wijze zoals wij westerlingen gewend zijn. Een dergelijke levenswijze voor iedereen betekent dat 1 miljard mensen al te veel zijn om duurzaam te kunnen voeden. Hierbij ziet hij de eindige hoeveelheid zoet water als een groter en ingewikkelder probleem dan het broeikaseffect.

Buisman is optimistisch. Hij ziet het bewustzijn van de mens, persoonlijk en gemeenschappelijk groeien en steeds minder egocentrisch worden. Dit maakt het mogelijk tot een nieuwe visie te komen, waarin met elkaar delen voorop staat: meer solidariteit en minder afgunst en hebzucht. We moeten ook accepteren dat de wetenschap niet op alles een antwoord heeft en dat de maakbaarheid van ons bestaan beperkt is. Daartegenover staat de visie “dat de mens moet leren leven met het grote mysterie waar we vandaan komen. De wereld is meer dan alleen de objectieve waarheid van de wetenschap. De huidige wetenschap en techniek zijn eerder de oorzaak van de milieuproblemen dan dat ze er een oplossing voor bieden. Hij doet een voorzet voor een duurzame natuurlijke technologie. Hierbij ligt de uitdaging er juist in om gebruik te maken van de oneindige complexiteit van de natuurlijke processen. “Een technologie die zich karakteriseert door mee te werken met de natuur in plaats van ertegenin te gaan. Buisman pleit voor een zinvol leven in plaats van met zelfzuchtig gedrag het geluk na te streven. Het gaat om geven in plaats van nemen. Het gaat er ook niet om zo lang mogelijk te leven. De dood is onderdeel van het mysterie en niet het gevolg van een technische onvolkomenheid.

Buisman richt zich op een breed publiek, seculier en religieus. Hij onderbouwt zijn betoog met vele feiten en illustreert het met sprekende voorbeelden. Hij geeft concrete oplossingen aan en ook een serie praktische tips voor een duurzame wijze van leven. Bij zijn levensbeschouwelijke ideeën zijn vraagtekens te plaatsen, maar dat doet niets af aan het belang van dit zeer leesbare boek.

 

Op 14 december 2018 gepubliceerd op de website Kerk en Milieu.

Bidden tijdens het hooien en bidden in de file

Het afgelopen kerkelijk jaar was door onze bisschop uitgeroepen tot Jaar van Gebed. In Kerk aan de Vliet hebben we het bidden van verschillende kanten belicht. Verschillende vormen van bidden zijn aan de orde geweest. Bidden kun je alleen en bidden kun je in gemeenschap, maar altijd is er het bewustzijn van de aanwezigheid van God.

Mijn gedachten gingen uit naar mijn kindertijd. Er werd in ons gezin veel gebeden: voor en na de maaltijden en ’s avonds de Rozenkrans. Het kortste gebed dat ik mij herinner, is van mijn grootvader, pake Pier. In de hooitijd waren hij en mijn ooms druk bezig het hooi te verzamelen en naar de schuur te brengen. Een of meer tantes kwamen dan met boterhammen en thee naar het land. Mijn grootvader bad dan: “Heer, u weet dat wij u danken. Amen.”

In de tijd dat ik in het bedrijfsleven werkte stond ik regelmatig in de file. Zeker de file ’s avonds op weg naar huis was een moment van bezinning. Niet dat ik daarbij voortdurend God in gedachten had, maar het was een duidelijk moment van rust. Dit kwam de omschakeling van werk naar thuis zeker ten goede.

Ten slotte wil ik u wijzen op de diaconale kant van het gebed. Bidden voor anderen is ook een daad van liefde. Met het gebed verbinden wij ons met de noden van onze naaste. Goed doen voor een ander vraagt altijd het aanvullende gebed. Zo worden wij ons ervan bewust dat we problemen niet op eigen kracht de wereld uit helpen. Dat ons handelen altijd te kort schiet en we Gods hulp maar al te zeer nodig hebben.

Artikel in Kerk aan de Vliet oktober/december 2018

Dichter bij Jezus

Auteur: Miranda Middag-Turato
Titel: Dichter bij Jezus: Mattheüs gedicht
Uitgever: MMT, 2018
Prijs: € 19,95
ISBN: 978-90 829123 0 2
Aantal pagina’s: 222

Miranda Middag grijpt terug naar het Middeleeuwse genre van de Rijmbijbel. Door de tekst in dichtvorm te gieten maakt zij het Evangelie volgens Mattheüs toegankelijk voor hen die minder vertrouwd zijn met de Bijbel. Met enige vrijheid volgt zij de tekst van Mattheüs. Hier en daar vult zij de tekst aan met toelichtingen op niet-alledaagse woorden, begrippen en situaties.

De gemakkelijk toegankelijke en eenvoudige taal maakt het boek zeer geschikt voor een eerste kennismaking met het verhaal over Jezus. De teksten lenen zich ook voor gebruik in laagdrempelige liturgie zoals kindervieringen.

Een roes van genieten; Lc 21,25-28.34-36

“Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven…” Afgestompt worden door de zorgen van het leven. Dat kan maar zo. Als we om ons heen kijken zien we dat iedereen voortdurend druk is met de zorgen van het leven. Druk, druk, druk… Het is een gevleugelde kreet in onze maatschappij. Als je niet druk bent, tel je niet echt mee. Maar waar blijft de tijd voor reflectie? Waar blijft de tijd voor aandacht voor elkaar? Waar blijft de tijd voor hoop en verwachting? Waar blijft de tijd voor gebed? Kijken we überhaupt wel uit naar de komst van de Heer?

Vandaag gaat het over de komst van Christus aan het einde der tijden. Maar het gebruikte beeld is ook van toepassing op ons eigen leven en op onze eigen sterfelijkheid. In de Handelingen der Apostelen lezen we over de marteldood van Stefanus. Vlak voor Stefanus sterft, roept hij uit: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” (Hnd 7,56) Stefanus ziet aan het einde van zijn leven, op het moment van zijn sterven de Mensenzoon verschijnen in heerlijkheid. Het beeld van de komst van de Mensenzoon in zijn heerlijkheid is hier van toepassing op één enkele mens. Te midden van zijn lijden openbaart de Mensenzoon zich aan Stefanus. Wij mogen het beeld van het einde der tijden en van de komst van de Mensenzoon in heerlijkheid, dus direct op ons eigen leven en op onze eigen sterfelijkheid betrekken.

Jezus roept ons op tot waakzaamheid en tot gebed. Dat vraagt dat we ons niet laten bedelven onder de zorgen van het leven, dat ons daardoor niet volledig in beslag laten nemen. Naast de zorg van het leven waarschuwt Hij ons voor een roes van dronkenschap. Ik moest denken aan de bijlage van De Volkskrant van vorig weekeinde. Op de voorpagina van deze bijlage staat: “Plop! We feesten ons te pletter, niet alleen omdat het kan, maar ook omdat het moet…”

In het redactioneel wordt het thema nader omschreven. Hier vinden we een opsomming van hedendaagse feesten: Een gala om de basisschooltijd af te sluiten, een sweet sixteen, een 21-diner, een huwelijk in de vorm van een driedaags festival, een begrafenis met salsadans, het moment dat je kind één meter lang is en het einde van een burn-out. Bladerend door de verschillende artikelen vallen mij de volgende zaken op. Er is sprake van een complete feestindustrie. Een feest moet niet alleen maar leuk zijn, maar er ook mooi uitzien. Het moet steeds weer origineel zijn en steeds extremer. Men moet elkaar overtreffen en dat mag steeds meer geld kosten. En dat alles geldt ook voor de kinderfeestjes.

Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin en in een katholieke enclave in Friesland. Ik ben eraan gewend dat elke gelegenheid die zich voor doet, wordt aangegrepen om het leven te vieren. Maar de feesten van mijn jeugd lijken in het geheel niet op wat ik in deze bijlage van De Volkskrant tegenkom. De feesten van mijn jeugd verliepen altijd volgens vaste patronen. Juist geen originaliteit maar een vaste vorm waarin iedereen zich thuis voelde en waarbinnen er volop ruimte was voor aandacht voor elkaar. Geen nadruk op het individu maar op de gemeenschap. De eerste keer dat Joke, mijn vrouw, mij vergezelde op een huwelijksfeest in mijn geboortedorp, wilde zij van tafel tot tafel te gaan om met verschillende mensen een praatje te kunnen maken. Mijn jongste broer wees haar terecht. Dat doen wij hier niet. Je doet het met de mensen met wie aan tafel zit. Je gaat dus niet op zoek naar waar het leuk is voor jezelf. Nee, je bent deel van een gemeenschap.

Feesten zijn van alle tijden, maar hoe feest je: Ben op jezelf gericht of gericht op de ander? Is het alleen maar genieten of is het ook een uiting van dankbaarheid? Genieten is tegenwoordig een opdracht. Dat geldt zeker ook voor de generatie waartoe ik zelf behoor. Hoe vaak hoor ik niet zeggen: ik ben met pensioen, nu ga ik genieten. Moeiteloos maakt men de overstap van de zorgen van het leven naar een roes van genieten.

Waarom kiezen we er niet voor gewoon te leven in plaats van ons te verliezen in werk of in genieten. Jezus zegt ons: weest waakzaam en bidt. Het gaat erom om het leven in zijn volheid te leven, om de combinatie van zorg voor het leven, aandacht en zorg voor elkaar, waakzaamheid, reflectie en gebed, leven met hoop en vertrouwen, leven in het besef van de komst van de Heer. Juist een evenwichtig leven brengt ons vreugde. Dan is genieten geen opdracht, maar een geschenk. Dan beperkt het genieten zich niet tot de feesten maar is het deel van ons hele leven en is het zelfs aanwezig op de momenten van droefenis en tegenslag. Dan openbaart de Mensenzoon zich ook aan ons. Amen.