Skip to content

Vrede verbindt; Rt 1,1-11a.14-19.2,1-13.23

ruth

Elimelek trekt met zijn vrouw en twee zonen vanuit Bethlehem naar de vlakte van Moab, aan de overkant van de Dode Zee. Hemelsbreed gaat het om een afstand van circa 80 km. In die tijd toch min of meer een landverhuizing. Ruim honderd jaar geleden trokken mijn oudooms vanuit Friesland naar Duitsland om daar geld te verdienen. Eind negentiende eeuw was er een crisis in de veeteelt. Door in Duitsland te werken konden later weer een eigen bedrijf beginnen. Mensen zijn altijd op zoek naar geluk en op zoek naar een toekomst. Als het leven door hongersnood, door economische crisis of door oorlog en geweld onmogelijk wordt, trekken ze weg. Ze zoeken hun heil, hun geluk en een hun toekomst elders. Hoeveel mensen zijn niet na de oorlog uit Nederland weggetrokken om in landen als Canada en Australië een toekomst op te bouwen? Mensen zijn gelukzoekers. Dat is van alle tijden.

Tegenwoordig reizen mensen over langere afstanden. Misschien zijn ook de cultuurverschillen daardoor groter. Maar vergeet niet dat juist tussen naburige volken over het algemeen de vijandigheid het grootst is en de cultuurverschillen als enorm worden ervaren. De Moabieten behoorden niet tot het volk van Israël. De Moabieten zijn in de ogen van de Israëlieten een heidens volk. Dat lijkt geen basis voor een mooi integratieproces. Toch trouwen de zonen van Elimelek met Moabitische vrouwen Daarnaast zij blijven trouw aan hun eigen godsdienst en cultuur. Mij lijkt dat een geslaagd integratieproces en dat geldt voor beide kanten. Velen van ons zullen niet direct echt blij zijn als hun dochter of kleindochter thuis komt met een Syrische vluchteling ook niet als dat een christen is.

Mensen zijn van nature achterdochtig. Het vreemde en de vreemdeling wekken afkeur, angst en achterdocht op. De vreemdeling is zo anders en hij doet zo anders. Wij begrijpen hem niet. Toch is het wezenlijk aan ons menselijk bestaan dat we van elkaar verschillen. Juist daardoor zijn we van betekenis voor elkaar. Doordat we van elkaar verschillen kunnen we relaties met elkaar aangaan. Wij zijn geschapen als mensen die van elkaar verschillen, als unieke personen die relaties met elkaar aangaan en elkaar nodig hebben. Als we allemaal aan elkaar gelijk waren, hadden we elkaar niets te vertellen en waren we van geen enkele betekenis voor elkaar. Dan was er geen liefde, dan was er geen gemeenschap.

Ruth trekt met haar schoonmoeder naar Bethlehem. Als vreemdeling trekt zij naar het land van haar man en zoekt daar haar geluk en haar toekomst. De familie van haar overleden man en schoonvader had daar een vooraanstaande positie zoals Boaz die heeft. Zij kan zich daar echter op niet beroepen en staat buiten de samenleving. Zij gaat een bijzondere weg en onderneemt stoutmoedige initiatieven. Hiermee doorbreekt zij de gebruikelijke patronen. Zo wordt zij de overgrootmoeder van koning David. Uit het geslacht van David wordt Jezus van Nazareth geboren.

Niet de uniformiteit leidt tot nieuwe inzichten. Er verandert niets als iedereen handelt zoals het hoort, zoals gebruikelijk is. De toekomst wordt geboren uit de confrontatie van verschillen, uit het doorbreken van het gebruikelijke. We zien dat in de heilsgeschiedenis. God doorbreekt de gebruikelijke patronen door mensen te roepen die nieuwe wegen durven te gaan. Profeten en heiligen zijn over het algemeen geen brave burgers, maar juist mensen die het aandurven anders te zijn en af te wijken. We zien dat ook in onze vaderlandse geschiedenis. De welvaart van de Gouden Eeuw was vooral te danken aan de grote toevloed van vluchtelingen naar de Hollandse steden.

De wereld is een dorp geworden. Niet alleen trekken wij naar alle uiteinden van de wereld. Omgekeerd komen mensen van overal hier naar toe om hier gelukkig te worden. Een asielzoekerscentrum in Leidschendam-Voorburg is voorlopig van de baan, maar dat neemt niet weg dat wij meer en meer te maken hebben met mensen die een andere achtergrond hebben dan wij. Zijn wij bereid deze mensen die voor ons vreemdelingen zijn, gastvrij in ons midden op te nemen? Hebben wij werkelijk respect voor hun menselijke waardigheid?

Vrede verbindt. Vrede maakt het mogelijk dat mensen zich met elkaar verbinden. Omgekeerd is verbondenheid noodzakelijk om tot werkelijke vrede te komen. Alleen als mensen elkaar respecteren en waarderen, kan er werkelijk vrede zijn. Vrede is veel meer dan de afwezigheid van oorlog. Vrede en ook democratie is de situatie waarin er ruimte is voor alle mensen om naar hun eigen waarden en overtuigingen te kunnen leven. Respect en waardering ontbreken als we blijven eisen dat migranten zich moeten aanpassen en moeten worden zoals wij zijn. Er komt geen vrede, als we voortdurend “pleur op” roepen. We hebben de taal juist nodig om mensen met elkaar te verbinden. Er komt ook geen vrede als wij blijven roepen dat onze cultuur de beste is. Niet onze cultuur is de norm. De norm is de waardigheid van iedere mens, zoals gegarandeerd wordt door de universele rechten van de mens.

Vrede vraagt dat we met vertrouwen en hoop met elkaar in gesprek gaan. Vrede is mogelijk als we ons met elkaar durven te verbinden. Vrede is mogelijk als we de verschillen tussen mensen vruchtbaar maken. Amen.

Netwerk van liefde

Netwerk van liefde 2

Jaar van Barmhartigheid

In dit Jaar van Barmhartigheid spreekt onze bisschop over de Kerk als een netwerk van liefde. Iedere mens mag daarin een knooppunt zijn en in liefdevolle relatie met andere mensen staan. Dit netwerk van liefde is om in Christus’ naam aan een beschaving van liefde te bouwen.

De liefdevolle verbondenheid van mensen met elkaar stelt ons in staat tot medelijden en barmhartigheid. Werkelijk medelijden is niet afstandelijk. Het is ten diepste geraakt worden door het leed van de ander en deze pijn niet alleen verstandelijk maar ook lichamelijk ervaren. Het is misselijk worden van het leed van de ander. Dergelijk medelijden ligt aan de basis van barmhartigheid.

De mens als persoon

De Kerk spreekt sinds paus Johannes XXIII over mensen als personen. De Catechismus van de Katholieke Kerk leert: “Omdat het menselijk individu is als het beeld van God, heeft het de waardigheid van een persoon: hij is niet alleen iets, maar ook iemand. Hij is in staat zichzelf te kennen, zichzelf te bezitten en zichzelf in vrijheid te geven en in contact te treden met andere personen, en hij is door genade geroepen tot een verbond met zijn Schepper, om aan Hem een antwoord van geloof en liefde te geven, dat niemand in zijn plaats kan geven.” Het Compendium van de Sociale Leer van de Kerk formuleert het als volgt: “De relatie tussen God en de mens wordt weerspiegeld in de relationele en sociale dimensie van de menselijke natuur. De mens is in feite geen solitair wezen, maar een sociaal wezen, en zonder band met anderen kan hij niet leven en zijn talenten niet ontplooien.”

Essentieel voor het menselijk bestaan is de relatie met de medemens. Zonder relaties met anderen zijn wij niet in staat tot het ontvangen en het geven van liefde. Los van anderen leven wij niet; dan is er slechts sprake van vegeteren.

Netwerk

Het beeld van het netwerk geeft goed weer hoe wij mensen met elkaar verbonden zijn. Door de relaties die er tussen ons bestaan, vormen wij samen het netwerk. Doordat mensen zich met elkaar verbinden knopen zij samen het netwerk en bouwen het verder uit.

In ons dagelijkse spraakgebruik hebben we het vaak over òns netwerk. Netwerken is ook een werkwoord, een activiteit. Door te netwerken bouwen we ons netwerk uit. Een netwerk is belangrijk voor de ontwikkeling van je loopbaan en heb je nodig om zaken te kunnen doen. Ook in het vrijwilligerswerk is het hebben van goede relaties met anderen en met organisaties belangrijk. Wil je verder komen in deze wereld moet je over een goed netwerk beschikken.

Bij deze manier van denken en spreken zijn wij zelf het middelpunt. Wij hèbben relaties en als individu zijn we zelf het centrum van ons netwerk. Als we spreken over de Kerk als netwerk van liefde, is de situatie anders. Nu hebben we niet een netwerk, maar zijn we deel van een netwerk.
Het gaat niet om ons als individu, maar om het geheel. Samen vormen we als personen het netwerk en wij zijn daarin niet het middelpunt, maar een van de vele knooppunten. Jezus Christus is het middelpunt van dit netwerk. Hij is de dragende kracht. Wij mogen ons met Hem verbinden. Van Hem gaat de liefde uit die wij met anderen mogen delen.

Wij allen mogen meewerken dit netwerk van liefde verder uit te bouwen en te intensiveren. In onze directe eigen omgeving doen we dat door open te staan voor anderen, met hen in contact te treden en gastvrij te zijn. Via de parochie kunnen we werken aan het wereldwijde netwerk van mensen.

Het evangelie van de schepping

Het evangelie van de schepping

Internationaal Katholiek Tijdschrift ‘Communio’
2016 (jaargang 41) nr. 3/4
http://www.communio.nl

Ter inleiding: Het “evangelie van de schepping” in Laudato si’ en in de recente kerkelijke verkondiging.

Dit dubbelnummer van Communio is gewijd aan het “evangelie van de schepping” in Laudato si’ en in de recente kerkelijke verkondiging. Daarnaast bevat dit nummer enkele artikelen die geen verband hebben met deze encycliek. Zij zijn in deze samenvatting buiten beschouwing gelaten.

Een mijlpaal in de verkondiging van de sociale leer: De encycliek Laudato si’

I. Gabriel

Al vanaf 1971 schenkt de Kerk aandacht aan het milieu, maar Laudato si’ is de eerste encycliek die de milieuproblematiek centraal stelt. Gabriel geeft een overzicht van de inhoud van de encycliek. Hij wijst erop dat de encycliek doortrokken is van “de nauwe samenhang tussen de armen en de broosheid van de planeet” (LS 16) en van de wederzijdse afhankelijkheid van de sociale en ecologische problemen. Na een situatiebeschrijving in het eerste hoofdstuk volgt in het tweede hoofdstuk een scheppingstheologie, van waaruit de paus tot concrete ethische conclusies komt. In het derde en vierde hoofdstuk komen de cultuur-historische achtergronden van de crisis aan de orde die alleen door een culturele revolutie overwonnen kunnen worden. In het vijfde hoofdstuk worden lijnen ter oriëntatie en handelen beschreven met veel aandacht voor de dialoog met andere hoofdrolspelers. Het zesde hoofdstuk gaat over ecologische betrokkenheid en spiritualiteit. Vervolgens behandelt Gabriel drie thema’s van de encycliek.

1.  Techniek – wetenschap – milieu: onderlinge afhankelijkheid en een nieuwe omschrijving van vooruitgang

Voor het eerst gaat een pauselijk, sociaal document ethisch en evaluerend in gesprek met de techniek als basis voor de moderne ontwikkelingen. Techniek en economie hebben het leven van de mens in de laatste eeuwen ingrijpend veranderd. De moderne technologie heeft aanzienlijke vorderingen gemaakt, die ook waardering krijgen. Veel is er mogelijk omdat “wetenschap en techniek een schitterend product zijn van menselijke creativiteit, die een gave van God is” (LS 102). Om greep te krijgen op de negatieve gevolgen van de vooruitgang is het nodig de vraag te stellen naar de geestelijke achtergronden van de technologische civilisatie. Het technocratische paradigma berust op een antropocentrisme met de homo faber die bezit, overheerst en verandert als model. Er is dringend behoefte aan een nieuwe ethiek. “De juiste interpretatie van de idee over ‘de mens als heer van het heelal’ is die van ‘verantwoordelijk beheerder’.” (LS 116) Er is een model van vooruitgang nodig die het menselijke denken een nieuwe richting geeft en ertoe bijdraagt wetenschap en techniek anders te concipiëren en haar ten dienste te stellen van een gezondere, meer menselijk, meer sociale en integrale vooruitgang.

2.  Een integrale ecologie: “zowel de kreet van de aarde als de kreet van de armen horen” (LS 49)

De wederzijdse afhankelijkheid van het maatschappelijk leven en de natuur en daarmee de samenhang van een ecologische en sociale gerechtigheid loopt als een rode draad door de encycliek. Er is niet een afzonderlijke milieucrisis en een maatschappelijke crisis, maar één sociale en ecologische crisis. Laudato si’ benadrukt het gegeven dat de goederen van de wereld er voor allen zijn. Het beginsel van het privaatbezit is ondergeschikt aan deze algemene bestemming. Er is een nieuwe visie op de wereld en een nieuwe mens nodig die zichzelf als onderdeel van de natuur beschouwt en aldus dankbaarder en eenvoudiger leeft. Wanneer wij schepping als een geschenk aannemen, vergemakkelijkt dat de terugkeer naar een eenvoudiger en vrijere levensstijl.

3.  Dialoog en positionering van de katholieke Kerk binnen de internationale politiek

Paus Franciscus heeft de dialoog om tot humanere oplossingen te komen nieuw leven in geblazen. De encycliek ondersteunt inspanningen van de internationale gemeenschap zoals de Sustainable Development Goals. Er wordt ook ingezet op een sterkere dialoog tussen wetenschap en politiek. De godsdiensten moeten in een intensievere dialoog met de natuurwetenschappen treden. Een effectieve oplossing van de problemen en de ecologische en maatschappelijke koersverandering vragen de betrokkenheid van zoveel mogelijk acteurs. Zonder de situatie goed te praten vervalt de encycliek niet in een milieu-alarmisme. Zij geeft hoop in het geloof dat in de samenwerking van de menselijke vrijheid met de genade en het overvloedig ingrijpen van God onverwachte uitwegen kunnen worden gevonden en dat ook kleine goede handelingen positieve uitwerkingen kunnen ontvouwen.

Laudato si’, een mystiek in actie: Enkele indrukken

I. Verhack

Verhack stelt dat paus Franciscus met grote nadruk zijn stem verheft in het huidige debat over de crisis van het milieu. De nadruk van de encycliek ligt op de frontale confrontatie met het acute van de huidige situatie. Voor theologische en filosofische overwegingen is minder aandacht. Wat niet betekent dat het mensbeeld ontbreekt. Door de associatieve en intuïtieve stijl van Franciscus vraagt het wat meer inspanning om het te achterhalen. Er worden heel wat onderwerpen aangeraakt en bijzonder veel inspirerende gedachten aangedragen. Primair wil de encycliek tot gedragsverandering oproepen en het zoeken naar een duurzame en integrale ontwikkeling promoveren.

Er worden twee krachtlijnen in de encycliek onderscheiden. Ten eerste is er een felle beschuldiging aan het adres van al wat aan de basis ligt van de huidige kritieke toestand van onze planeet. Schending van de schepping is zonde en de zorg voor de schepping leidt tot morele geboden en verboden. De encycliek wil nadenken over nieuwe motivaties en eisen voor de wereld die het geloof aan de wereld kan aandragen. Ten tweede is er een herinnering aan het feit dat we schepping zijn. Hiervoor sluit de paus aan bij de spiritualiteit van Franciscus van Assisi en bij de sacramentele visie op de schepping uit de theologie van de Orthodoxe Kerk.

Opvallend is de negatieve houding ten aanzien van onze westerse moderniteit. Hier blijven twee vragen hangen. De eerste betreft de verhouding tussen de moderniteit en de realiteit van onze menselijke onderhorigheid aan de materie en aan het lichaam. Wij zijn niet alleen geest maar ook lichaam. De moderne technische ontwikkelingen hebben ons naast positieve resultaten ook macht gegeven die op vele manieren is misbruikt. De huidige dominantie over de werkelijkheid is doel op zich geworden. De tweede vraag is hoe we Bijbelse, premoderne en speculatief-theologische gedachten in dialoog kunnen doen treden met de uitgangspunten van onze eigen moderniteit. De werkelijkheid legt ons grenzen op. De miskenning hiervan leidt tot een vertekende opvatting over de relatie tussen mens en wereld.

Verhack schrijft dat de encycliek vooral wil werken aan wat hij met Curtiss Paul DeYoung een ‘mystiek in actie’ wil noemen. Hierover gaan de volgende drie paragrafen.

1.  De dieperliggende oorzaken van de ecologische crisis aan het licht brengen.

Bij de negatieve toon waarmee de encycliek de moderniteit ter sprake brengt, merkt Verhack op dat de gedachte: “dat wij eigenaars en heersers waren met een machtiging om haar [de aarde] uit te buiten” een langere geschiedenis heeft dan de moderniteit. Hij noemt onder andere Hugo van St. Viktor die over de mens spreekt als over de dominus et possessor mundi (heer en bezitter van de wereld). Thomas van Aquino verklaarde dat de niet-menselijke wezens van nature bestemd zijn om onderworpen te zijn aan de mens. De ecologische crisis confronteert ons niet alleen met de uitwassen van de moderniteit maar ook met ideeën uit onze eigen traditie. De milieucrisis heeft te maken met de gehele westerse cultuur en gedachtegoed.

Dat neemt niet weg dat er sprake is van industriële en technocratische uitwassen van de moderniteit en dat onze hedendaagse samenlevingen een groeiend verlies aan zin en waarde vertonen. Deze problematiek wordt voortdurend in de encycliek aangeklaagd. De paus schrijft: “Er zal geen nieuwe relatie met de natuur ontstaan als er geen nieuwe mens komt.” (LS 118)

2.  De verkondiging van het “evangelie van de schepping”

Hoe is het binnen de westerse moderniteit mogelijk ons er aan te herinneren dat we schepselen zijn? Het antwoord is mogelijk niet zozeer dat we het vergeten zijn, maar dat we het ons nooit ten volle hebben gerealiseerd. Het gaat niet alleen om een gedachte: op het vlak van ons geleefde leven zelf moeten wij ons de realiteit van de schepping opnieuw eigen maken. Met het idee van een ‘evangelie van de schepping’ breidt de paus de blijde boodschap van het Rijk Gods uit met het feit dat wij schepping zijn. Hiervoor zet de paus de scheppende liefde van God centraal. De schepping is als een realiteit verlicht door de liefde die ons oproept tot een universele gemeenschap. De wereld is aan de mens toevertrouwd, alles is ons door God gegeven. De gedachte van een kloof tussen de mens en de wereld van het animale wordt verlaten: alles hangt met elkaar samen.

God heeft de wereld geschapen, maar deze moet zich nog ontwikkelen en dat betekent ruimte en verantwoordelijkheid voor de mens om hieraan te werken. De mens is niet het einddoel van de andere schepselen. De mens is geroepen om alle schepselen naar hun Schepper terug te brengen. Van kapitaal belang noemt Verhack de uitspraak: “De schepselen van deze wereld mogen niet beschouwd worden als een goed zonder eigenaar.” (LS 89) Hiermee wordt niet alleen de basis gelegd voor een Bijbelse georiënteerde ecologische ethiek en manier van leven, maar ook aangegeven dat alle wezens met elkaar verbonden zijn en een soort universele familie vormen.

De paus roept op tot een ecologische bekering: de mensheid moet veranderen. Dit is niet optioneel en evenmin een secundair aspect van de christelijke ervaring. Dit niet doen is een vorm van zonde. Een gezonde relatie met de schepping geldt als een dimensie van integrale bekering. Verschillende geloofsovertuigingen kunnen elkaar hierbij verrijken. Een gelovige kijkt niet van buitenaf maar van binnenuit naar de wereld.

3.  Een ‘mystiek in actie’

De encycliek pleit voor een culturele revolutie. De nieuwe levensstijl gebaseerd op een levensnabije spiritualiteit is een essentiële voorwaarde om het tij te kunnen keren. De paus roept ons op “de sprong te maken naar het Mysterie waaraan de ecologische ethiek haar diepste zin ontleent” (LS 210). Door zichzelf te overstijgen in iets dat groter is dan zichzelf kan de mens het meest eigene van zijn eigen wezen vinden. De paus pleit voor actie, verandering en ecologische bekering en houdt daarmee een pleidooi voor wat men een ‘mystiek in actie’ kan noemen. Hij pleit voor een ecologisch handelen geleid door het geloof. Een religieuze spiritualiteit beoogt niet alleen de gehele mens, maar legt in de werkelijkheid ook banden en verbanden die anders buiten het gezichtsveld dreigen te blijven, zoals het verband tussen ecologisch geweld en politieke en economische ongerechtigheid. In een ‘mystiek in actie’ ligt de nadruk op soberheid en op dienstbaarheid. Zij is gericht op iets anders dan op ‘de wereld’, met name op iets groters en iets ultiems. Zij verbindt het dagelijkse met het transcendente. Het zwaartepunt ligt niet bij de theorie of het weten, maar bij een eigentijdse vorm van persoonlijke integriteit. Het gaat om mensen die in hun handelen en in de publieke sfeer gericht zijn op herstellende rechtvaardigheid en verzoening. Zij leven wat ze geloven. Hun handelen is verlossend en bevrijdend.

Laudato si’ en de Bijbel

R. Gouw

Inleiding

In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de Bijbelpassages die in de encycliek aan de orde komen. Er is systematisch aandacht voor de boodschap van de Schrift, waardoor de Schrift haar eigen verhaal doet en slechts bij uitzondering als illustratiemateriaal wordt gebruikt.

Schepping

Het eerste scheppingsverhaal is veel meer een hymne over de plaats van de mens in de schepping. Er wordt wezenlijk onderscheid gemaakt tussen de mens en de overige schepselen. De schepping is er ten behoeve van de mens. Hij moet heersen over de dieren, talrijk worden, de aarde bevolken en haar onderwerpen. De encycliek wijst erop dat dit geen uitnodiging is tot een wilde exploitatie van de natuur. De mens heeft ook geen absolute heerschappij over de andere schepselen. Het gaat niet over uitbuiting en geweld, maar over het benutten van de aarde om er te kunnen wonen. Deze scheppingshymne verzet zich tegen het heidense geloof in wereldse machten die over de mensen heersen. Alleen de mens deelt in het godsbeeld. Hij is naar het beeld van God geschapen. Geen ander schepsel komt goddelijke status toe.

Schepping opnieuw

Het tweede scheppingsverhaal is onderdeel van drie verhalen. Na het verhaal over de schepping van de eerste mens volgen twee verhalen over de breuken die de mens veroorzaakt in zijn relatie met God en in zijn relatie met de medemens. In dit scheppingsverhaal zijn God en mens bijna partners. De mens is het doel van de schepping en hij wordt betrokken bij het scheppen. De mens hoort bij God en er is een wezenlijk onderscheid tussen mens en dier. Er ligt ook een verband tussen de mens (Adam) en het stof van de akker (adama) waaruit hij gemaakt is.

Kaïn en Abel

Door te eten van de boom van goed en kwaad verstoord de mens de relatie met God. Dit heeft gevolgen met betrekking tot de akker die hij kreeg om te bewerken en te beheren. Nu zal hij veel inspanning moeten leveren om van de akker te leven. Nadat Kaïn zijn broer Abel vermoord heeft en daarmee de relatie van de mens met de medemens verstoort heeft, zal de akker die hij bewerkt niets meer opbrengen. Deze akker is doordrenkt van het bloed van zijn misdrijf en is niet langer brenger van leven.

Herschepping – de zondvloed

In het verhaal van de zondvloed doet de menselijke zondigheid God de schepping vernietigen. De mens sleept de rest van de schepping in zijn val mee. Het offer van Noach na de zondvloed doet God zeggen: “Nooit meer zal ik de akker vervloeken vanwege de mensen.” (Gn 8,21) God maakt een nieuw begin met Noach. Noach is de nieuwe Adam en wordt in Gn 9,20 “man van de akker” genoemd. Naast het gewas worden nu ook de dieren de mens tot voedsel gegeven. Er zal nooit meer een verwoestende vloed zijn. Deze belofte van God betreft niet alleen de mens, maar alle levende wezens.

Psalmen

In Psalmen over de schepping noemt K. Waaijman tien Psalmen die over de schepping gaan. De encycliek houdt het bij twee korte citaten uit Ps 136 en Ps 148. In Ps 136 wordt God geprezen om zijn machtige daden: de schepping, de uittocht en de gave van het land. Ps 148 is een van de vijf Halleluja-psalmen, waarmee het psalmboek sluit. Alle mensen, alle schepselen en heel de schepping wordt opgeroepen God te loven. Ook in de Psalmen zien we de schepping in functie van Gods zorg voor zijn volk.

Profeten

De encycliek kent twee citaten uit de Profeten: Jr 32,17.21 en Js 40,28b-29. Zij laten zien dat de God die bevrijdt en redt, dezelfde is als de Schepper van hemel en aarde.

Jeremia

Vlak voor de ballingschap draagt God Jeremia op een akker te kopen. Hiermee wordt duidelijk dat ooit de situatie weer normaal zal zijn en het gewone leven weer zijn gang zal gaan. Na de aankoop richt Jeremia zich in gebed tot God. Hij verwijst daarin naar Gods scheppingsdaden als opmaat voor een lofzang op Gods grootheid. Hij brengt in herinnering hoe God zijn volk uit Egypte bevrijdde. Nu wordt het volk als straf voor het verbreken van het verbond in ballingschap gevoerd. God reageert hierop met de toezegging dat Hij na de zware rampen weer de weldaden over het volk zal brengen die Hij beloofde.

Jesaja

Niets op aarde ontgaat God. Wie zijn bijstand nodig hebben, worden door Hem gesterkt. God is groot. Alle tijd en alle ruimte behoren Hem toe.

Het Nieuwe Testament

In het Nieuwe Testament wordt op vele plaatsen de verbinding tussen Christus en de schepping gelegd. De paus schrijft: “de bestemming van de hele schepping (loopt) via het mysterie van Christus, die vanaf het begin tegenwoordig is…” (LS 99). Gouw stelt dat het vermoeden gewekt wordt dat de paus in Jezus een soort Franciscus van Assisi avant la lettre ziet. Jezus gebruikt in zijn gelijkenissen inderdaad veel agrarische beelden, maar beperkt zich daartoe niet. Ook stelt Gouw dat de paus wel erg ver lijkt te gaan, als hij spreekt over “de vaderrelatie … die God heeft met al zijn schepselen” (LS 96). Als God als Vader wordt getypeerd is er echter sprake van “uw hemelse Vader” en niet van “hun hemelse Vader”. Het gaat dus om de relatie met de mensen. Als er al sprake is van vaderlijke zorg van God voor zijn schepping, dan moet deze verstaan worden als in afgeleide zin.

Gouw sluit het thema Bijbel en schepping af met te wijzen naar het laatste Bijbelboek, de Apocalyps. Deze eindigt met het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde en van het nieuwe Jeruzalem.

Laudato si’ en de franciscaanse spiritualiteit

T. van Adrichem

Inleiding

Naast de titel kent de encycliek met name in de inleiding en in het tweede en zesde hoofdstuk verwijzingen naar Franciscus van Assisi. Van Adrichem geeft de achtergronden bij de franciscaanse aspecten van Laudato si’. In de groeiende ervaring van broeder- en zusterschap ligt de basis voor de integrale visie van Franciscus op de schepping. Bonaventura spreekt over de intrinsieke waarde van ieder schepsel en over de schepping als een heen wijzen naar de Drie-ene God. Tenslotte is er aandacht voor een aantal waarden die in het zesde hoofdstuk van de encycliek genoemd worden.

1. Een uitdijende ervaring van broeder- en zusterschap

Voordat Franciscus zijn ervaringen van verbondenheid opdoet, moet hij eerst door een diep dal van ziekte en verlies. Dan volgt er een lange periode van zwerven en zoeken. In die periode is zijn ontmoeting met de melaatse, waarover hij later laat optekenen: “wat mij bitter leek was veranderd in zoetheid naar ziel en lichaam”. Een andere grensoverschrijdende ontmoeting was die met de sultan. Ook in zijn ontmoetingen met andere schepselen zoals vogels kwam hij steeds meer broeders en zusters op het spoor. Vol vreugde richt hij het woord tot hen en spoort hen aan God lof te brengen en Hem van harte te beminnen.

Twee jaar voor zijn dood schrijft Franciscus het Zonnelied. Het is een samenvatting en culminatie van zijn levenslange ontdekkingstocht van een uitdijende broederschap. Het begint met de intense ervaring van een kosmische verbondenheid. De verbondenheid die Franciscus met de schepping ervaart, is niet gebaseerd op romantische gevoelens, maar op het besef van een wezenlijke verbondenheid in de scheppingsorde. In eerste instantie is Franciscus consequent in het doortrekken van hetgeen in het tweede vers van de lofzang staat: “en geen mens is waardig uw naam te noemen”. Later voegt hij de slotregels toe waarin de mens de mogelijkheid krijgt in te stemmen met de Lofzang van de schepselen. Tegen het einde van zijn leven komt hij ook tot de aanvaarding van de lichamelijk dood als een zuster.

De broeder- en zusterschap van alle schepselen is gebaseerd op de overtuiging dat alle schepselen dezelfde oorsprong en dezelfde bestemming hebben: God, als Schepper en Vader.

2.  Bonaventura

De paus verwijst naar Bonaventura voor de theologische onderbouwing van de intrinsieke waarde van alle schepselen: in alle schepselen is een ‘spoor’ van de Schepper aanwezig. Voor Bonaventura onderscheiden de mensen zich van de andere schepselen omdat zij naar Gods beeld en gelijkenis geschapen zijn. Volgens hem is de wereld geschapen als een boek waarin de scheppende Drie-eenheid wordt weerspiegeld, uitgebeeld en gelezen. Alle schepselen hebben een gemeenschappelijke roeping en zijn broeders en zusters van elkaar. Bonaventura zegt het zo: “Ieder maaksel, hoe nietig zijn aandeel in het zijn ook is, heeft God als zijn beginsel.”

3. Enkele kernwoorden en kernwaarden van de franciscaanse spiritualiteit

In zijn oproep voor een ecologische opvoeding en spiritualiteit gebruikt de paus een aantal begrippen die wezenlijk zijn voor de franciscaanse spiritualiteit. Een van de benodigde grondhoudingen is dankbaarheid. Voor Franciscus van Assisi is dit de gewenste grondhouding van de mens ten opzichte van God. Danken heeft voor Franciscus het karakter van teruggeven. Hij legt een direct verband tussen het danken van God en het ‘recht van de arme’ op hetgeen hij broodnodig heeft, door het dragen van de naaste in diens broosheid een concrete vorm van teruggeven aan God te noemen.

Een andere grondhouding die paus hier noemt is nederigheid. De aansporing tot nederigheid is een aansporing om geaard te blijven, met beide benen op aarde te blijven staan en je niet boven de aarde en boven de andere te verheffen. Nederigheid betekent voor Franciscus van Assisi weerstaan aan de neiging jezelf allerlei dingen en posities toe te eigenen, je groter voordoen dan je bent of je te verheffen boven anderen. Uiteindelijk is het voor hem gaan in het spoor van Jezus.

Aan het einde van zijn testament bindt Franciscus zijn broeders op het hart de eenvoud van het begin te bewaren. Eenvoud heeft bij hem te maken met soberheid van levensstijl, met een manier van spreken zonder opsmuk en zonder omhaal van woorden, zich niet inlaten met kwaaddoenerij en kwaadsprekerij, ruimte geven aan een ander die beter is, en met een dienende en nederige houding ten opzichte van anderen.

Tot slot

In de inleiding schrijft de paus dat hij Franciscus ziet als “het voorbeeld bij uitstek van de zorg voor wat zwak is, en van een integrale ecologie” (LS 10). Het gaat om de verbondenheid met de schepping en om de verbondenheid met de armen en de uitgestotenen.

God als Schepper een en al relatie: Het Godsbegrip van de encycliek Laudato si’

B. Janssens

Anders dan de vele studies en rapporten over de milieuproblematiek vraagt Laudato si’ om een ethische benadering. Het geloof werpt een specifiek licht op de materie. Janssens stelt de vraag naar het godsbeeld van de encycliek. Wie is deze Schepper die garant staat voor het behoud en de uitbouw van zijn schepping? Welke taak deelt Hij hierbij aan het schepsel mens toe?

God is niet alleen de Schepper. Hij treedt ook in een directe relatie met zijn schepping. In de joods-christelijke traditie is het eigen bestaan van de mens en alles om hem heen een geschenk. Een gave die voor de gelovige tot opgave wordt. De relatie tussen Schepper en schepsel heeft het karakter van een verhouding van liefde. Te midden van de schepping neemt de mens een unieke positie in. Als beeld van God komt hem een onaantastbare waardigheid toe. De mens is geroepen de relatie met God te cultiveren en vorm te geven in harmonische verbondenheid met de andere mensen en heel de schepping. Omdat de wereld haar einddoel in God heeft, kan de mens niet op tirannieke wijze over haar heersen. Hij is niet meer dan een verantwoordelijk beheerder.

Naast de lof op de schepping is er ook oog voor de schaduwkanten van de eindige en breekbare wereld. Deze doen een beroep op het verstand van de mens geen misbruik te maken van zijn macht. Heel de schepping is een manifestatie van God en van zijn liefde. In de veelheid en verscheidenheid wordt de overvloed van Gods goedheid zichtbaar. God is de Schepper die in een relatie van liefde met zijn schepping treedt. Zijn scheppingswerk is in zichzelf een relationele weerspiegeling van Hem. Dit leidt vanzelfsprekend naar het christelijke Godsbegrip van de Triniteit. God is relatie in zichzelf. Naar dit goddelijke beeld is de wereld geschapen als een weefsel van relaties.

Ook stelt de encycliek het christocentrische aspect van de schepping aan de orde. Het scheppingsplan van God is in Christus geopenbaard. In Hem is de uiteindelijke bestemming van de schepping gefundeerd. Zijn leven verliep geheel in harmonie met zijn directe omgeving. Hij was geen asceet die zich van het goede van de aarde afkeerde. Als Verrezene oefent Hij de universele heerschappij uit over het al. Het einddoel van het heelal is binnentreden in de volheid van God die door de verrezen Heer reeds bereikt is.

Een oecumenische lezing van Laudato si’

G. van Dartel

De encycliek is overwegend positief ontvangen. De morele oproep van de paus maakt deel uit van een groeiend koor van mensen uit alle godsdiensten en uit alle sectoren van de samenleving dat oproept tot klimaatactie. De timing van de publicatie was perfect: vlak voor de klimaattop in Parijs. Anders dan Johannes XIII die zich met Pacem in terris eerst tot de katholieken en vervolgens ‘tot alle mensen van goede wil’ richtte, maakt Franciscus dit onderscheid niet. Hij richt zich tot de hele bewoonde wereld met het doel met allen in dialoog te treden betreffende ons gemeenschappelijk huis. De encycliek bouwt voort op de ontwikkelingen van de katholiek sociale leer van de afgelopen decennia. Er is scherpe kritiek op het overheersende technocratisch-economische paradigma en bezorgdheid over wat er met de aarde gebeurt. Bij zijn oproep tot een ecologische bekering en het zoeken naar een houdbare en integrale ontwikkeling toont de paus zich geen onheilsprofeet. Het geloof in God, Schepper van hemel en aarde, staat garant voor de mogelijkheid dat dingen kunnen veranderen.

Van Dartel wijst erop dat aan het begin van de encycliek wordt opgemerkt dat de katholieke Kerk haar zorg deelt met “andere Kerken en christelijke gemeenschappen – evenals met andere religies” (LS 7). De stem van oecumenisch patriarch Batholomeüs wordt daar als voorbeeld uitgelicht. Sinds 1992 spreekt de patriarch zich over de milieuproblematiek uit. Bij de presentatie van de encycliek vraagt zijn vertegenwoordiger aandacht voor drie thema’s: de theologische betekenis van ecologie, de spirituele dimensie van de ecologische problematiek en de oecumenische betekenis van deze encycliek. Hij noemt de encycliek een voorbeeld van existentiële oecumene. Het betreft een gemeenschappelijk probleem ongeacht onze kerkelijke of confessionele identiteiten.

In 1983 besloot de Wereldraad van Kerken in 1990 een wereldvergadering te beleggen over ‘Gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping’. In Europa werden enkele grote oecumenische samenkomsten georganiseerd. In 1989 worden in Bazel Kerken en christenen opgeroepen met hun regeringen in gesprek te gaan. Allen worden opgeroepen tot een nieuwe levensstijl. In 1997 wordt in Graz erop aangedrongen dat Kerken de zorg voor de schepping opnemen als bestanddeel van het christelijk leven op alle niveaus. Veel van het daar tot stand gekomen gedachtengoed vinden we terug in Laudato si’.

Na een paragraaf met een korte samenvatting van de encycliek schrijft Van Dartel over de ontvangst van de encycliek. De algemeen secretaris van de Wereldraad van Kerken, Olav Fykse Tveit, betuigt zijn instemming. De encycliek handelt volgens hem over zaken die tot het hart van het christelijk geloof behoren. Ook in Nederland werd de encycliek door de oecumenische kringen enthousiast ontvangen. Op een landelijke inspiratiedag op 23 april 2016 namen circa 250 deelnemers vanuit verschillende Kerken en godsdiensten deel. De encycliek is ongetwijfeld een steun in de rug voor de ecologische groepen die binnen de wereldwijde oecumenische beweging actief zijn. De paus zet zijn gewicht als geestelijk leider van de wereldwijde katholieke gemeenschap in om in verbondenheid met ander Kerken en godsdiensten aan te dringen op diepgaande veranderingen in de politieke en economische systemen. Hiermee breekt de paus de verkokerde verhoudingen open waarin vaak over godsdienst en Kerk wordt gedacht. Met deze encycliek bewijst hij de oecumenische theologie en de interreligieuze dialoog een grote dienst.

De encycliek Laudato si’ door de ogen van de milieusocioloog: Een ontmoeting tussen kerkelijke leer en sociale wetenschappen

R.J.M. de Vries

Paus Franciscus schrijft over meer dan alleen klimaatverandering. Hij heeft het over een integrale ecologie: een holistisch denken dat grote verklarende en motiverende kracht heeft en de farce van de moderne wereld blootlegt. Meer dan dat alles is het nog de liefde: de liefde van God, de liefde voor de naasten en de liefde voor alle wezens op aarde. Ondanks dat biedt het verhaal van de paus volgens De Vries vele aanknopingspunten voor nadere analyse vanuit een breder wetenschappelijk perspectief. De paus brengt in zijn vertoog vele verhalen bij elkaar in een geïntegreerde vertelling. Hij heeft verschillende wetenschappelijke en politieke tradities met elkaar vermengd, waarbij hij echter het economisch-technologisch paradigma verafschuwt. Daarmee neemt hij duidelijk afstand van de ‘ecologische modernisering’, waarin de combinatie van economische groei en ecologische kwaliteit mogelijk wordt geacht.

We leven volgens de paus in een maatschappij van onmatige consumptie, verspilling en onverschilligheid. Alles heeft zijn prijs gekregen op basis van het nut voor de mens. Hiertegenover stelt hij de intrinsieke waarde van alle wezens en objecten. Een object heeft waarde door er gewoonweg ‘te zijn’, te bestaan los van enig nut. Volgens De Vries zijn natuurwetenschappers en economen doorwrongen van hun eigen logica en is daarin geen ruimte voor argumenten die buiten dat paradigma vallen. De paus duidt echter dat er achter een technisch doel-middelen-rationaliteit een grotere morele doelrationaliteit schuilgaat.

Naast de meer technische milieukunde is er de maatschappelijke milieuwetenschap die volgens De Vries meer dan de natuurwetenschappen oog heeft voor de politieke werkelijkheid. Deze wetenschappers herkennen zich in het betoog van paus Franciscus, zij het dat zij zo min mogelijk morele en totaal geen religieuze argumenten gebruiken. Naast de kennis vanuit de natuurwetenschappen maakt de paus gebruik van gedachten uit de maatschappelijke milieuwetenschap.

De paus verbindt armoede en blootstelling aan milieuproblemen met elkaar zoals de sociale wetenschap dat met het begrip environmental justice doet. Vanuit de sociale leer deelt de paus de pessimistische opvatting over de gevolgen van de kapitalistische economie. Ongelijkheid en onderdrukking staan centraal en hij roept op tot eerlijk delen. De Vries ziet hier een overeenkomst met het denken van Karl Marx en verwijst hierbij naar de Latijns-Amerikaanse achtergrond van de paus en de bevrijdingstheologie. Volgens De Vries reageert de paus uitgebreid op de onder niet-religieuzen populaire kritiek die Lynn White op het christendom heeft. De ontheiliging van de natuur in het christendom zou een oorzaak zijn van ons disrespect voor de intrinsieke waarde van al het levende. Waar de paus oproept tot ecologische bekering, roept de milieuwetenschapper op tot milieubewustzijn. Een goede innerlijke overtuiging is belangrijker dan een onbewuste handeling met goed gevolg. Overigens is desondanks de linkse intellectueel met zijn Toyota Primus en zonnepanelen op zijn vrijstaand huis schadelijker voor het milieu dan de bewoner van een sociale huurwoning die geen afval scheidt. Gewoonweg omdat de eerste meer consumeert. Ook blijkt de paus thuis te zijn in ambtelijke taal en regelgeving en wijst hij op het belang milieu-effectrapportage. In zijn behandeling van de klimaatverandering neemt de paus impliciet de conclusie van het Intergovernemental Panel on Climate Change over inclusief de twee ankerpunten voor klimaatbeleid: het voorzorgsbeginsel en de gedifferentieerde maar gedeelde verantwoordelijkheid. Het eerste betekent dat de politiek niet mag afwachten, maar nu reeds maatregelen moet nemen. Het tweede is terug te vinden in het betoog van de paus dat de rijke landen de ontwikkelingslanden moeten ondersteunen in de strijd tegen de klimaatverandering.

Hoewel de paus gebruik maakt van verschillende tradities en milieudiscoursen verbindt hij zich niet geheel met een enkel kamp. De paus schrijft hierover: “Van de andere kant is het verontrustend te zien dat sommige ecologische bewegingen de integriteit van het milieu verdedigen en terecht eisen stellen aan wetenschappelijk onderzoek, terwijl zij soms dezelfde beginselen niet toepassen op het menselijk leven.” (LS 136) De paus is geen marxist, geen ondersteuner van natuurgeloven en ook geen radicale ecoloog. Hij is en blijft de paus. Vanuit de traditie van milieusociologie is de boodschap van de encycliek niet vernieuwend, maar toch bezit zij door haar nuance en volledigheid grote kracht.

De ‘rechtvaardige oorlog’ in de encycliek Laudato si’

F. van Iersel

1. Inleiding

Van Iersel typeert Laudato si’ als een poging tot morele globalisering. De wederkerige interferentie van op harmonie gericht denken en levensgerichtheid leidt tot een visie op globale conflicten en hun hantering.

2. Probleemstelling

De vraag is: verandert de encycliek de katholieke variant van de ‘rechtvaardige oorlog’. Deze encycliek gaat niet primair over veiligheid, oorlog en vrede. Centraal staat het wenkend perspectief van een duurzame wereldorde. De encycliek gaat in op hedendaagse wereldomvattende problemen en ook op het conflictpotentieel als er geen oplossingen komen. De encycliek schetst een utopisch perspectief op de mogelijke harmonie in de wereldsamenleving en op de weg naar deze harmonie. In deze utopie verschijnen conflicten en oorlogen als teken van ‘zonde’.

De rechtvaardige oorlog in de katholieke variant is een traditie die criteria biedt om te onderzoeken of er een uitzondering te maken is op het verbod op oorlogen en het verbod om te doden. Zij is afhankelijk van concepten als rechtvaardigheid, vrede, verzoening en veiligheid. Het is een instrument waarmee de morele legitimiteit van een (verdedigings)oorlog kan worden bepaald. Dit leidt tot drie deelvragen. Welke theologie van vrede drukt Laudato si’ uit? Welke visie op sociale en politieke conflicten en op de verhouding van rechtvaardigheid en veiligheid impliceert zij? Wat is haar visie op de verhouding tussen regel en uitzondering met betrekking tot het in een moreel legitieme oorlog doden van mensen?

3. Spirituele en intellectuele bronnen van sociale moraal

Naast Franciscus van Assisi als inspiratiebron en de spirituele bron van het Zonnelied noemt de encycliek de volgende vijf inhoudelijke oriëntaties:

  • de encycliek Pacem in terris van paus Johannes XXII;
  • de door paus Paulus VI genoemde noodzaak van radicale gedragsverandering;
  • de verbinding daarvan met de bekering zoals genoemd door paus Johannes Paulus II in de encycliek Redemptor hominis;
  • het statement van paus Benedictus XVI dat de diepste oorzaak van misbruik van de schepping ligt in de ontkenning van de Schepper;
  • het pleidooi van de Oosters-orthodoxe patriarch Bartholomeus voor de integriteit van de schepping en zijn bijdrage aan een spiritualiteit en moraal van het geven.

4. Eerste contouren van de vredestheologie van paus Franciscus

De volgende contouren van de theologie van de vrede volgens paus Franciscus komen naar voren:

  • De basis ervan ligt in een spiritualiteit van verwondering, ontvankelijkheid en dankbaarheid.
  • De wereld is als schepping de wijze waarop God Zich als een minnaar aan de mens wil tonen.
  • Een spiritualiteit van geven en ontvangen.
  • Een inzet van vrede als geschenk.
  • Een versterking van de relatie tussen spiritualiteit en sociale moraal. Het handelen wordt verbonden met de vraag naar gezindheid, attitude, intenties en persoonlijke verantwoordelijkheid.
  • Een visie op vrede als geschenk tegenover een visie op vrede als product van diplomatieke, politieke en militaire inspanningen.
  • Een versterking van de relatie tussen gerechtheid en heelheid van de schepping.
  • Een versterking van de relatie tussen gerechtigheid en vrede.

5. Kernbegrippen in de encycliek

De encycliek wijst in de richting van een spiritualiteit van de geschonken vrede in eerbied voor de schepping en in gerichtheid op schepping; vrede; harmonie, eenheid en verzoening; vergevingsgezindheid en vergeving. In LS 200 wordt oorlog gekarakteriseerd als de afwijking van de oorspronkelijke goede scheppingsordening en als ontrouw aan de geloofsbronnen. Van de morele principes van de sociale leer staan algemeen welzijn, de waardigheid van de mens en solidariteit centraal. Natuur, milieu en klimaat zijn een collectief ondeelbaar goed. De waardigheid is in het geding bij de kwetsbaarheid van de armen in de milieuproblematiek.

6. Laudato si’ over de oorlog

Welke interpretaties geeft paus Franciscus aan de ‘rechtvaardige oorlog’?

a.  Paus Franciscus’ lezing van Pacem in terris

In LS 3 refereert de paus aan Pacem in terris en schrijft hij dat paus Johannes XXIII de oorlog verwierp. Deze afwijzing is echter niet zo categorisch als paus Franciscus hier suggereert. Pacem in terris doet geen afstand van de ‘rechtvaardige oorlog’. Van Iersel stelt de vraag of de scheppingstheologie die de zorg voor natuur en milieu kan duiden, dit ook kan met oorlog. De theologie van de oorlog is gebaseerd op de zondeval. Paus Franciscus behandelt oorlog niet zoals gebruikelijk in termen van natuurrecht.

b.  Paus Franciscus over oorlogsoorzaken

De paus behandelt drie oorlogsoorzaken: de armoede (LS 90 en LS 149), het ontbreken van stabiele instituties (LS 142) en de identiteitspolitiek op basis van etniciteit, religie. Een van de meest genoemde oorzaken van gewapende conflicten is de schaarste aan zoet water (LS 31). Hierin ligt een mogelijke causa iusta (rechtvaardige zaak); het eerste criterium voor een rechtvaardige oorlog. De wijze van behandeling hiervan door de paus is signalerend en gericht op conflictpreventie. Dit maakt onderdeel uit van het katholieke denken: alle geweldloze middelen moeten gehanteerd worden voordat de vraag naar militair geweld aan de orde kan komen. Laudato si’ verandert de traditie van de ‘rechtvaardige oorlog’ niet. Zij werkt haar uit en verscherpt de toepassing ervan.

c.   Paus Franciscus over toekomstige oorlogen

In LS 52 geeft de paus een felle waarschuwing voor oorlog als gevolg van uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Uitgaande van het algemeen welzijn kan de paus geen oorlogen rechtvaardigen die alleen het rijke deel van de wereld van natuurlijke hulpbronnen voorzien.

d.  Paus Franciscus over de indirecte effecten van oorlogen

In LS 57 geeft de paus aan dat oorlogen in verhouding tot een eventuele ‘rechtvaardige zaak’ een disproportioneel schadelijk effect hebben voor natuur en milieu. Geconcludeerd kan worden dat de paus alle oorlogen afwijst die ecologische en culturele schade toebrengen. Opgemerkt moet worden dat de paus niet absoluut is, maar spreekt in termen van risico’s. In lijn hiermee is de paus in LS 104 kritisch over de concentratie van macht over technologie.

e.   Paus Franciscus over militaire technologie

Er is een groot risico voor de mensheid dat de macht over de militaire technologie in weinige handen ligt. Men mag aannemen dat de paus niet pleit voor proliferatie van deze kennis. Volgens Van Iersel doet de paus een poging tot moralisering van de macht: het scheppen van bewustzijn dat macht niet amoreel is, maar moraal vereist.

Conclusies

Laudato si’ zegt zeer veel over gewapende conflicten en spreekt zich uit over oorzaken, legitimering van oorlogen, en gevolgen van gewapende conflicten. Zij staat in het teken van voorkomen van oorlog, maar wijst volgens Van Iersel de traditie van de ‘rechtvaardige oorlog’ niet af. De paus stelt dat toekomstige oorlogen rond natuurlijke hulpbronnen niet alleen geen rechtvaardige zaak zijn, maar ook niet voldoen aan de criteria van uitputting van vreedzame middelen, en evenmin aan de criteria van proportionaliteit en indirect effect. De criteria zijn niet nieuw, wel de operationalisering ervan in termen van de indirecte effecten op natuurlijke en culturele rijkdom.

Kinderen van God; Sir 3,17-18.20.28-29; Lc 14,1.7-14

kinderen van God

Lucas heeft het verhaal dat we vandaag gelezen hebben, heel beeldend opgeschreven. Je ziet het zo voor je. Een voorname Farizeeër heeft Jezus uitgenodigd voor de maaltijd. Een maaltijd is een mooie gelegenheid voor een goed gesprek. Hij heeft ook nog andere mensen uitgenodigd: waarschijnlijk welgestelde vrienden en de notabelen van het dorp. Allemaal heren die zichzelf zeker niet onbelangrijk vinden. De intentie van de uitnodiging is niet echt duidelijk. Zijn ze werkelijk geïnteresseerd in de boodschap van Jezus of willen ze deze vreemde snoeshaan wel eens van dichtbij zien. Ze hebben al veel over Hem gehoord. Hij heeft mensen zonden vergeven, op de sabbat zieken genezen en zelfs een jongeman uit de dood doen opstaan. Hij doet alsof Hij God zelf is.

Er heerst een gespannen sfeer. De gasten houden Jezus voortdurend in het oog, maar doen hun mond niet open. En ook Jezus kijkt om zich heen, maar Hij neemt wel het woord. Hij heeft gezien hoe die mannen bezig zijn de beste plaatsen in te nemen. In de cultuur van toen was dat ongetwijfeld nog belangrijker dan tegenwoordig. Maar ook in onze tijd kun je je dat prima voorstellen. Zo’n gezelschap van mannen die redelijk met zichzelf ingenomen zijn. Onopvallend een beetje schuiven totdat je dichtbij de gastheer staat of naast de belangrijkste man van het dorp. Tegenwoordig noemen we dat netwerken, bezig zijn met je positie te verbeteren. En daarvoor worden anderen zachtjes aan de kant gedrukt. Zoals je trouwens ook kunt zien bij de bakker en de slager, waar mensen voordringen. In het evangelieverhaal gaat het vooral om status. Wat is je positie in de gemeenschap.

Jezus ziet het gebeuren en zegt er wat van. De mannen voelen zich waarschijnlijk als kleine kinderen betrapt. Menigeen wordt ook herinnert aan die keer dat hij net iets te nadrukkelijk de beste positie koos en toen erop gewezen werd dat die plaats voor een ander bestemd was. Een zeer pijnlijke ervaring wanneer status en eer belangrijke zaken zijn. Zoals vaker draait Jezus de zaken weer geheel om. Je moet niet de beste plaats kiezen maar de minste. Een bescheiden houding werkt veel beter. Ik heb niet de indruk dat Hij ons voorhoudt dat we nu met zijn allen om de minste plaats moeten strijden. Dan zou er zou er uiteindelijk niets veranderd zijn. Dus u hoeft niet volgende week allemaal in de achterste bank te gaan zitten.

Het gaat om bescheidenheid. Het gaat erom niet het beste voor jezelf opeisen. Het gaat erom een ander iets te gunnen en een ander de ruimte te geven. In Ecclesiasticus lezen we dat je door bescheidenheid geliefd zult zijn. Juist als wij in aanzien stijgen wordt de bescheidenheid nog belangrijker. Bescheidenheid is een deugd. Dat betekent dat je het ook kunt overdrijven. We zeggen niet voor niets dat de deugd in het midden ligt. Er is ook de valse bescheidenheid, een houding van zie mij eens bescheiden zijn. Bescheidenheid kan ook het karakter krijgen van te weinig zelfrespect. Niet alleen onze medemensen zijn kinderen van God. Je bent het zelf ook. Ook jijzelf bent van die hoge komaf. Ook jij mag er zijn. Ook jij bent kind van God.

Nadat Jezus het gedrag van de gasten heeft besproken, is de gastheer aan de beurt. Hier gaat het over een ander fenomeen dat ons handelen bepaalt. Hier gaat het over de wederkerigheid. De wederkerigheid is een basisprincipe van onze omgang met andere mensen. Als ik aardig ben voor jou, dan ben jij ook aardig voor mij. Ik geef jou een mooi cadeau, dan zal ik later ook een mooi cadeau van jou krijgen. Wie heeft ons vorig jaar een Kerstkaart gestuurd? Zij krijgen er nu een van ons. Op welke feestjes ben ik uitgenodigd? Die mensen ga ik nu uitnodigen voor mijn feestje. Dit geldt niet alleen onze omgang met andere mensen. Vaak is dit ook de manier waarop wij mensen met God omgaan. Ik ben braaf geweest, dus krijg ik een plaatsje in de hemel. Ik heb veel gebeden, nu word ik dus weer beter.

Als je het zo hardop zegt, dan denk je al gauw: zo erg is het nou ook weer niet. Maar als we er goed over nadenken, zullen velen van ons moeten erkennen dat we toch ook wel een beetje zo zijn. Voor wat hoort wat. Dat is het principe van de wederkerigheid. Dit is de manier van denken van ons mensen. Dit is echter niet de manier van denken van God. Zo dachten de heidenen over hun goden. Ik breng een offer en de god zorgt voor een goede oogst, et cetera.

Jezus openbaart ons een liefdevolle, barmhartige en vergevingsgezinde God. Jezus vertelt ons dat God zijn Vader is en dat God ook onze Vader is. God is een en al liefde voor ons. Hij heeft ons gemaakt. Hij heeft ons het leven gegeven. God is de bron van leven en van liefde. Hij laat ons nooit in de steek. Zijn liefde voor ons heeft niets te maken met wederkerigheid. Zijn liefde is vrij van elke vorm van berekening. Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wij mogen streven naar gelijkvormigheid met Hem. Jezus is zelf God en Hij is ook mens geworden. Hij is tegelijkertijd God en mens. Hij laat ons zien dat het voor ons mensen niet onmogelijk is op God te lijken. Hij nodigt ons daar telkens weer toe uit. Wij mogen oefenen, wij mogen vallen en opstaan. Wij hebben in Jezus een voorbeeld en een voorspraak. Wij mogen goed zijn zoals Hij goed is. Vandaag geeft Hij ons een les in gastvrijheid. Maar het gaat verder dan dat. Hij leert ons hoe wij werkelijk gemeenschap kunnen vormen. Hij laat ons zien hoe het is in het Rijk Gods. Amen.

Spreken over God; Heb 11,1-2.8-12; Lc 12,35-40

godsbeeld

“Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigd ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” Voor Paulus is dit een waarheid als een koe. Hij vindt daarvoor volop aanwijzingen in de geschiedenis van zijn volk.

In onze huidige tijd ligt dat een stuk lastiger. Velen zullen het verhaal van Paulus zonder veel omhaal van woorden afdoen als onzin. Wie gelooft er nog in zulke sprookjes. Alles wat buiten het kennen door de wetenschap, alles wat niet zichtbaar of meetbaar is, bestaat simpelweg niet. Begin dit jaar verscheen er weer een nieuw rapport ‘God in Nederland’. Sinds 1966 wordt er onderzoek gedaan naar het geloof in ons land. Het beeld van het gedurig afnemen van het geloof in God doet velen van ons verdriet. Langzaam maar zeker verdwijnt God uit de beleving van de Nederlanders.

In 1932 hield pater Titus Brandsma zijn rede getiteld ‘Godsbegrip’. Hij was toen rector magnificus van de universiteit van Nijmegen. Hij opende deze rede met: “Onder de vele vragen welke ik mijzelf stel, houdt geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mens – prat en fier op zijn vooruitgang – zich in zo groten getale afkeert van God.” Titus spreekt over de verduistering van het Godsbeeld en zoekt naar de oorzaak van die verduistering. Zijn conclusie is niet, dat de verduistering van het Godsbeeld het gevolg is van de vooruitgang, het gevolg is van de wetenschap of van de toenemende welvaart. Hij zoekt de oorzaak niet bij de ongelovigen. Hij zoekt de oorzaak vooral bij de gelovigen!

Titus vraagt zich af of God wel voldoende in het licht wordt geplaatst en of wij niet moeten proberen Hem zo te belichten en zo te plaatsen, dat ook de ziekelijk verblinden Hem zullen zien. Volgens Titus is er behoefte aan nieuwe Godsbeelden; nieuwe tijden vragen nieuwe vormen. Bij vele gelovigen is er aarzeling en verlegenheid bij het spreken over God. Vaak voldoen de godsbeelden waarmee we zijn opgevoed, niet. We plaatsen daar zelf kanttekeningen bij en voelen ons er ongemakkelijk bij. Daardoor zijn ze zeker niet bruikbaar om ze naar anderen uit te dragen.

Neem nu de Evangelietekst die we vandaag gelezen hebben. Wat wil Jezus ons met deze tekst vertellen? Is de Mensenzoon iemand die komt als een dief in de nacht? Zal Hij het meest ongelegen moment zoeken om ons zo ter verantwoording te kunnen roepen? Misschien is dat toch het beeld dat bij u naar boven komt en denkt u: met zo’n beeld zal mijn kinderen en kleinkinderen maar niet lastig vallen. Maar wil Jezus ons iets vertellen wat wij niet durven door te vertellen?

Jezus vertelt dit verhaal nadat Hij gesproken over de essentie van ons leven. Het gaat er niet om zoveel mogelijk materiële bezittingen te vergaren, maar om het zoeken naar de essentie van ons leven: het Koninkrijk van God. Het Koninkrijk van God is niet het materiële maar het leven zelf, het leven zelf dat vooral gekenmerkt wordt door onze relaties met onze medemensen en met God. In die relaties bloeit de liefde en daar is God, want God is liefde.

De heer is van huis en zijn dienaren wachten op hem. Lucas gebruikt hier overigens het woord doulos dat slaaf betekent. Zoals onze kinderen een avondje stappen of een vakantiereis maken, zo is deze heer des huizes naar een bruiloftsfeest. Het is een geliefd persoon die plotseling thuis kan komen. Het is een geliefde die weet dat hij altijd welkom is, die zijn komst niet hoeft aan te kondigen. Dat het niet om een normale verhouding tussen de heer en zijn slaven gaat, maakt Jezus duidelijk door vervolgens de rollen om te draaien. Zodra de heer thuis komt en liefdevol ontvangen is, neemt hij de rol van dienaar op zich. Hij nodigt zijn slaven aan tafel en bedient hen.

Het gaat om de liefdevolle relatie tussen mensen. Mensen worden altijd geroepen er voor elkaar te zijn. Daarin vinden wij de essentie van ons leven. Daarin vinden we het Koninkrijk van God. Zo verzamelen we schatten in de hemel. Daarom moeten wij ons niet laten afleiden door allerlei zichtbare aardse zaken, want dan missen we het meest wezenlijke van ons bestaan, dan missen we dat wat we niet kunnen zien: het leven zelf en de liefde. Als we niet opletten, gaat het gewoon langs ons heen en merken we er niets van. Dan heeft God geen plaats in ons leven.

Terug naar ons eigen spreken over God. Als wij over God spreken gaat het erom te spreken over onze eigen ervaring met God. Hoe maakt God deel uit van ons leven? Hoe is onze relatie met Hem? Is God de grond van onze hoop? Geldt voor ons: God is liefde? Zoals ook andere mystici doen, zegt Titus Brandsma dat wij God op de eerste plaats in onszelf moeten zoeken. “Wij moeten allereerst God zien als de diepste grond van ons wezen, verholen in het meest innerlijke onzer natuur, maar toch te zien en te aanschouwen, na eerste beredenering duidelijk kenbaar…”

In ons zelf ervaren we God, zoals we ook liefde en verdriet ervaren. In onszelf ervaren wij het meest essentiële: het leven zelf. In ons zelf ervaren we God als onze hoop, als de essentie van ons bestaan, zoals Paulus kunnen we dan zeggen: “Het geloof is de vaste grond van wat wij hopen.” Amen.

Vrijheid als vrouw en moslima

Hizmet-beweging-Nederland-Turkije

Vanmorgen, 29 juli 2016, hielden aanhangers van de Hizmetbeweging een persconferentie. De Hizmetbeweging laat zich inspireren door de moslimgeleerde Fethullah Gülen. De aanleiding tot de persconferentie is de mislukte coup in Turkije en de daaropvolgende heksenjacht op Gülenaanhangers.

Mevrouw Saniye Calkin trad als voornaamste woordvoerder op. In de verklaring die zij aflegde benadrukte zij dat de Hizmet staat voor dienstverlening op het gebied van liefdadigheid, onderwijs en dialoog. “Hizmet maakt zich sterk vóór dialoog, vóór samenwerking, vóór harmonie en vóór de kunst van het samenleven.” Democratie, rechtsstaat en mensenrechten staan daarbij hoog in het vaandel van de mensen van de Hizmet.

Ondanks de bedreigingen en intimidaties waarmee zij nu te maken hebben, zullen zij hun inzet voor de Nederlandse samenleving voortzetten. “Onze toekomst ligt in Nederland.”

Tijdens het beantwoorden van vragen door de pers bepleitte Saniye Calkin de bescherming van haar vrijheid als vrouw en moslima. Zij wil niet wijken voor de bedreigingen die nu op haar af komen. Zij deed hierbij ook een beroep op de Nederlandse overheden. Mevrouw Selma Ablak waarschuwde voor een angstcultuur in Nederland en constateerde dat er nu reeds mensen zijn die zich terugtrekken uit besturen en activiteiten waaraan Gülenaanhangers deelnemen: “Een angstcultuur willen we in Nederland niet.”

De tekst van de persverklaring is beschikbaar op: http://www.gulenbeweging.nl/wp-content/uploads/2016/07/Persstatement-Hizmetbeweging-n.a.v.-de-couppoging-in-Turkije-gevolgen-ervan-in-Nederland.pdf

Gastvrijheid; Gn 18,1-10; Lc 10,38-42

Abraham en de-drie Engelen Marc Chagall 1966

Marta is druk in de weer met het bedienen van Jezus. Ondertussen luistert Maria naar de woorden van Jezus. Beiden zijn gastvrij, maar zij zijn het op verschillende manieren. Ook in het verhaal van Abraham zien we verschillende aspecten van gastvrijheid. Enerzijds zorgt Abraham ervoor dat zijn gasten te eten en te drinken krijgen. Daarnaast blijft hij bij hen staan terwijl ze eten en geeft hen zo zijn aandacht.

Voor joden, christenen en moslims is Abraham de vader in het geloof. Zij allen zien Abraham als hun geestelijke vader. Hij is hun voorgegaan in het geloof in de ene God, de Schepper van hemel en aarde, de barmhartige God die zich om de mensen bekommerd. Abraham is niet alleen ons voorbeeld van geloof. Hij is voor ons ook een voorbeeld van gastvrijheid. Dat geldt voor joden, christenen en moslims. Een variant van het verhaal dat wij vandaag hebben gelezen, is ook in de Koran te vinden (soera 11,69-71).

Binnen het christendom verwijst Paulus regelmatig naar Abraham. Zo schrijft hij in zijn brief aan de Hebreeën: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.” (Hb 13,2) Ook bij Jezus gaat het regelmatig over gastvrijheid. Hij vertelt over een heer die gasten voor een feest uitnodigt. Hij ziet de verlegenheid die voor de gastheer dreigt als tijdens de bruiloft in Kana de wijn bijna op is. Hij vermaant mensen op een feest niet de beste plaatsen in te nemen.

Vandaag wijst Hij ons erop waar het uiteindelijk omgaat bij gastvrijheid. “Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en het zal haar niet ontnomen worden.” Als wij een naam herhalen zoals hier “Marta, Marta…” is er vaak sprake van een correctie of terechtwijzing. Dan klinkt deze uitspraak van Jezus als: Marta, Marta, wat ben je kortzichtig, denk nou eens na. Als in de Bijbel iemands naam twee keer genoemd wordt, is er sprake van een roeping. Denk bijvoorbeeld aan “Samuel, Samuel…” (1 S 3,10). Jezus wijst Marta hier niet terecht, maar roept haar tot een rijkere vorm van gastvrijheid.

Werkelijke gastvrijheid gaat verder dan iemand onderdak verlenen en te eten en te drinken geven. Werkelijke gastvrijheid is je tot de ander keren, belangstellingstelling voor hem hebben en je inleven in de ander. Gastvrijheid is de ander echt serieus nemen, naar de ander luisteren en met hem in gesprek gaan. Gastvrijheid is het anders-zijn van de ander respecteren en waarderen. De ander heeft ons juist door het anders-zijn iets wezenlijks te vertellen. Doordat Abraham werkelijk interesse heeft voor zijn gasten kunnen zij hem het bijzondere nieuws van de geboorte van een zoon vertellen.

Gastvrijheid is niet alleen een individuele aangelegenheid. Ook van een gemeenschap, van een volk, van een kerk wordt gastvrijheid gevraagd. Gastvrijheid kan als graadmeter van het morele peil van een samenleving worden gezien. Hoe meer gastvrijheid, hoe meer beschaving. Gastvrijheid is ook het juiste antwoord op agressie en geweld. Gastvrijheid leidt ons tot vrede met elkaar.

Gastvrijheid brengt ons tot mededogen en barmhartigheid. Doordat wij ons open stellen voor de ander leren wij ook zijn nood zien. Uiteindelijk leidt gastvrijheid tot wederzijdse liefde en vriendschap. Dan zijn de grenzen tussen gast en gastheer weggevallen. Dan zijn zij geheel gelijkwaardig aan elkaar: mijn huis is jouw huis. Gastvrijheid is een deugd: je kunt je er in oefenen. Gastvrijheid kent met haar verschillende aspecten ook verschillende gradaties. Telkens weer kunnen door ons te oefenen een stapje verder komen. Het is als bij Marta. Jezus roept ook ons om te komen tot een steeds rijkere vorm van gastvrijheid. Gastvrijheid vraagt dat wij onze angst voor het vreemde en onbekende afleggen. Juist in de vreemdeling en de mens in nood ontmoeten wij Christus zelf. Denk aan de werken van barmhartigheid die Jezus elders noemt: de hongerigen te eten geven, de dorstigen laven, de naakten kleden, de zieken en gevangen bezoeken en de vreemdelingen gastvrijheid bieden. In deze mensen komen we Jezus zelf tegen. Wat we voor hen doen, doen we voor Hem.

Terug naar Paulus, hij verwijst naar het verhaal van Abraham: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.” Als wij de gastvrijheid vergeten en iedere vreemde buiten de deur houden, zullen we zeker geen engelen ontvangen. Als wij de gastvrijheid vergeten, houden we ook God buiten de deur. Amen.