Spring naar inhoud

Integrale ecologie in het gezinsleven

Schepping en gezin zijn nauw met elkaar verbonden. De gezinnen zijn de basiscellen van de samenleving en daarmee het beginpunt voor maatschappelijke veranderingen. Zorg voor de schepping begint binnen de gezinnen.

Het in maart 2026 gepubliceerde werkboekje ‘Integrale ecologie in het gezinsleven’ wil als een werkboek met veel tips en aanwijzingen daarbij een handig hulpmiddel zijn voor de gezinnen.

Inhoud

Overzicht van geciteerde bronnen

Presentatie

Inleiding

               Het gezin centraal
               Integrale en samenhangende aanpak
               Structuur en inhoud van het boekje

Deel I: De fundamenten

               Integrale ecologie volgens Laudato Si’
               De menselijke familie in Fratelli tutti
               De menselijke familie en Amoris laetitia
               Heiligheid en gezinnen in Gaudete et exsultate
               Betrokkenheid van onderop in Laudate Deum

Deel II: Zeven thema’s

  1. Luisteren naar de schreeuw van de aarde
  2. Luisteren naar de schreeuw van de armen en de kwetsbaren
  3. Ecologische economie omarmen en bevorderen
  4. Ecologische levensstijlen omarmen
  5. Integrale ecologie en onderwijs
  6. Ecologische spiritualiteit in het gezin
  7. Gezinnen die deelnemen aan het gemeenschapsleven

Conclusies

Bijlage: Laudato Si‘ Alliantie voor gezinnen

© 2026 Dicasterie voor Bevordering Integrale Menselijke Ontwikkeling
© 2026 Dicasterie voor Leken, Gezin en Leven
00120 Vatican City
http://www.humandevelopment.va
http://www.laityfamilylife.va

Nederlandse vertaling
Drs. P.R. Tolsma, diaken

Overzicht van geciteerde bronnen

AL:      ‘Amoris laetitia ’ (De vreugde van de liefde): exhortatie (2016), Franciscus
CA:      ‘Centesimus annus’ (Het honderdste jaar): encycliek (1991), Johannes Paulus II
CiV:     ‘Caritas in veritate’ (Liefde in waarheid): encycliek (2009), Benedictus XVI
CKK:    ‘Catechismus van de Katholieke Kerk’ (1992), Johannes Paulus II
CL:      ‘Christifideles laici’ (Christelijke lekengelovigen): exhortatie (1988), Johannes Paulus II
CV:      ‘Christus vivit’ (Christus leeft): exhortatie (2019), Franciscus
DCE:   ‘Deus caritas est’ (God is liefde), encycliek (2006), Benedictus XVI
EG:      ‘Evangelii gaudium’ (De vreugde van het Evangelie), exhortatie (2013), Franciscus
EV:      ‘Evangelium vitae’ (Het evangelie van het leven), encycliek (1995), Johannes Paulus II
FC:      ‘Familiaris consortio’ (Het gezin), exhortatie (1981), Johannes Paulus II
FT:       ‘Fratelli tutti’ (Allen broeders), encycliek (2020), Franciscus
GE:      ‘Gaudete et exsultate’ (Verheugt u en juicht), exhortatie (2018), Franciscus
GS:      ‘Gaudium et spes’ (Blijdschap en hoop), pastorale constitutie (1965), Tweede Vaticaans Concilie
LD:      ‘Laudate Deum’ (Prijs God), exhortatie (2023), Franciscus
LE:      ‘Laborem exercens’ (Over de menselijke arbeid), encycliek (1981), Johannes Paulus II
LF:       ‘Lumen fidei’ (Het licht van het geloof), encycliek (2013), Franciscus
LS:       ‘Laudato Si’’ (Geprezen zijt Gij), encycliek (2015), Franciscus
MD:    ‘Mulieris dignitatem’ (De waardigheid van de vrouw), apostolische brief (1988), Johannes Paulus II
MM:   ‘Mater et magistra’ (Moeder en leermeesteres), encycliek (1961), Johannes XXIII
MV:    ‘Misericordiae vultus’ (Het gelaat van barmhartigheid), bul (2015), Franciscus
QA:     ‘Querida Amazonia’ (Geliefde Amazone), exhortatie (2020), Franciscus
RP:      ‘Reconciliatio et paenitentia’ (Verzoening en bekering), exhortatie (1984), Johannes Paulus II
SC:      ‘Sacramentum caritatis’ (Sacrament van de liefde), exhortatie (2007), Benedictus XVI
SRS:    ‘Sollicitudo rei socialis’ (Over de sociale zorg), encycliek (1987), Johannes Paulus II
SS:       ‘Spe salvi’ (In hoop gered), encycliek (2009), Benedictus XVI

De complete teksten van deze documenten zijn in een Nederlandse vertaling beschikbaar op https://rkdocumenten.nl/. In dit boekje zijn eigen vertalingen gebruikt gebaseerd op vertalingen in verschillende talen. Naast bovengenoemde documenten is er uit verschillende bronnen geciteerd. Deze zijn met een voetnoot aangegeven.

Voor de Bijbelcitaten is gebruik gemaakt van de Willibrordvertaling van 1975 (https://rkbijbel.nl/kbs/).

Presentatie

In zijn encycliek Laudato Sibenadrukt paus Franciscus de door het geloof geïnspireerde motieven die ons ertoe brengen de schreeuw van de armen en de schreeuw van de aarde te horen en die zo goed mogelijk te beantwoorden.

In het verlengde van deze visie heeft paus Leo XIV benadrukt het belang van de schepping te overdenken om een beter begrip te krijgen van “het oorspronkelijke plan van de Schepper. Alles is vanaf het begin in wijsheid geordend, zodat alle schepselen aan het Koninkrijk van God kunnen bijdragen. Ieder schepsel heeft een belangrijke en specifieke rol in zijn plan en ieder van hen is ‘goed’ (Gn 1,1‑29)”.[1] Refererend aan het Evangelie (Mt 6,30) stelt de heilige Vader dat in de scheppingsdaad voor de mens een speciale plaats is weggelegd: “het mooiste schepsel, geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God. Maar dit privilege brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee, dat van de zorg voor alle andere schepselen in overeenstemming met het plan van de Schepper (Gn 2,15). Zorg voor de schepping is daarmee de werkelijke roeping van iedere mens, een betrokkenheid die binnen de schepping zelf vervuld moet worden, waarbij we nooit mogen vergeten dat we schepselen onder de schepselen zijn.”[2]

Zo’n betrokkenheid geeft uitdrukking aan ons geloof dat – zoals de paus ons doet herinneren – “samen met het leven [binnen het gezin] van generatie op generatie wordt doorgegeven. Het wordt net als het eten aan de gezinstafel en als de liefde in onze harten gedeeld. Op deze wijze worden de gezinnen uitverkoren plaatsen om Jezus te ontmoeten, die ons liefheeft en het goede voor ons wenst.”[3]

De waarden die binnen het gezin vorm krijgen en rijpen bieden ongetwijfeld een vruchtbare bodem waaruit het gemeenschapsleven voortvloeit. Gezinnen zijn daarom essentieel voor het voeden en doorgeven van de waarde van de zorg voor ons gemeenschappelijk huis en voor ieder mens. Vele gezinnen leven deze roeping inderdaad al met open harten en met de hoop die Christus Jezus zelf is (1 Pt 1,13‑17). Binnen het gezin leren de gezinsleden zelfgave, geduld en toewijding en ook de verwelkoming en bescherming van het leven zodat het volledig tot bloei kan komen, en de wederzijdse aanvulling en wederkerigheid, uitwisseling tussen generaties en solidariteit met andere gezinnen, samen met de doorgeven van kennis en tradities. Daarom benadrukken we nogmaals dat het gezin de eerste en fundamentele cel van de maatschappij is.

Hoewel dit werk op de eerste plaats voor gezinnen is bedoeld, gaat het ons allen aan. De gevolgen van de recente pandemie hebben laten zien hoe wezenlijk de wereld en de vitale rol van de gezinnen met elkaar verbonden zijn, daarmee in overeenstemming met de lessen van Laudato Side noodzaak benadrukkend van een op een integrale ecologie gebaseerde aanpak. Bovendien kunnen we niet onverschillig blijven ten aanzien van de verwoestingen en de voortdurende vernielingen, bombardementen, moordpartijen, het gebruik van landmijnen, ontvoeringen en hongersnoden in zovele landen. Er zijn talloze verhalen, ieder uniek en tragisch, van schendingen van mensenrechten en van rouw en armoede binnen uit elkaar geslagen gezinnen. Toch blijft het gezin de plaats voor zorg, verwelkoming en delen, een bron van veerkracht, troost en bestendige relaties. Wij verlangen naar een werkelijke vrede, vrede die ongewapend en ontwapenend is en gebaseerd op alle condities die echte integrale menselijke ontwikkeling en algemeen welzijn voor de menselijke familie in ons gemeenschappelijk huis mogelijk maken. Zoals de apostolische exhortatie Amoris laetitia ons erop wijst: “Het welzijn van het gezin is doorslaggevend voor de toekomst van de wereld en de Kerk.” (AL 31)

Wij zijn daarom verheugd met de presentatie van dit gezamenlijke werk van onze twee dicasteries, aangevuld met externe bijdragen, waaronder van vele echtparen, dat praktische inzichten geeft om de lessen van Laudato Siin het christelijke gezinsleven toe te passen.

Wij bedanken allen van harte voor het mogelijk maken van dit werk. Wij vertrouwen de verspreiding en het gebruik ervan toe aan de voorspraak van Sint Franciscus van Assisi en Sint Hildegard van Bingen, beiden bekend en vereerd vanwege hun scherpe inzicht dat de natuur een openbaring van God is, en ook aan Sint Joseph en Sint Monica, samen met de zalige Luigi en Maria Beltrame Quattrocchie, patronen van het gezin.

Z. Em. Kard. Michael Czerny S.J.
Prefect
Dicasterie voor Bevordering
Integrale Menselijke Ontwikkeling
Z. Em. Kard. Kevin Joseph Farrell
Prefect
Dicasterie voor Leken,
Gezin en Leven

Inleiding

Het gezin centraal

Uitgaande van de post-synodale apostolische exhortatie Amoris laetitita beoogt dit boekje gezinnen te inspireren en aan te moedigen om ideeën en gewoontes aan te nemen die de aanbevelingen van de encycliek Laudato Siover de zorg voor ons gemeenschappelijk huis en de integrale menselijke ontwikkeling ondersteunen. Het biedt concrete paden van overweging en suggesties voor het in de praktijk brengen van een integrale ecologie waarin het gezin centraal staat. Als we proberen te zorgen voor “het milieu en de kwaliteit van menselijk leven” (LS 142), is het van belang het principe van subsidiariteit te hanteren en te beginnen met meest elementaire sociale groep, het gezin. Omdat binnen het gezin de socialisatie begint, is het belangrijk de gezinnen te beschermen, te begunstigen en de middelen tot handelen te geven en ook de relaties tussen gezinnen en het maatschappelijk middenveld, de zakenwereld, de zorg, het onderwijs en de lokale overheid te ondersteunen. Dit vraagt een diepgaand begrip van de rol van het gezin. Wij hopen dat alle gezinnen dit boekje omarmen en daarmee meer leren over integrale ecologie.

Integrale en samenhangende aanpak

Om te komen tot goede zorg voor ons gemeenschappelijk huis en voor iedereen moet een integrale aanpak worden overwogen. “Mijn voorganger Benedictus XVI heeft de oproep vernieuwd om de structurele oorzaken van het disfunctioneren van de wereldeconomie uit te bannen en de groeimodellen te verbeteren die blijkbaar niet in staat zijn het respect voor het milieu te waarborgen. Hij herinnerde eraan dat de wereld niet kan worden geanalyseerd door alleen maar een van de aspecten ervan te isoleren, omdat het boek van de natuur één en ondeelbaar is en ook milieu, leven, seksualiteit, gezin, sociale betrekkingen en andere aspecten insluit. Dus hangt het verval van de natuur nauw samen met de cultuur die vorm geeft aan de menselijke samenleving.” (LS 6) Daarom dringt dit boekje aan op een samenhangende en voortdurende integratie van de vele aspecten van integrale menselijke ontwikkeling, integrale ecologie en het gezinsleven.

Structuur en inhoud van het boekje

Deel I beschrijft de fundamentele concepten gebaseerd op de sleuteldocumenten van paus Franciscus.

Deel II bevat de thematische hoofdstukken waarin zeven doelstellingen uit Laudato Sibehandeld worden. Elk hoofdstuk bestaat uit vier paragrafen.

  1. Uitleg
  2. Consequenties
  3. Vragen voor overweging en gesprek
  4. Voorgestelde acties

De documenten van het kerkelijk leergezag waarnaar hier en daar gerefereerd wordt, zijn in verschillende talen vrij beschikbaar op de website van het Vaticaan. Wij hopen dat het boekje hiermee een handig middel is voor gezinnen. Zij zijn tenslotte de huiskerken!

Het boekje bevat geen uitputtende lijst van uitspraken van de laatste pausen, geen opsomming van alle beste werkwijzen en ook geen gedetailleerde overal toepasbare instructie. Zij die meer praktische suggesties wensen kunnen natuurlijk bij de lokale Kerk terecht (bisdombureaus, christelijke organisaties, universiteiten, gespecialiseerde commissies van de bisschoppenconferentie, de caritas, de Laudato Si Alliantie) of bij andere op dit gebied gekwalificeerde organisaties, die mogelijk op projecten en ervaringen passend in de eigen situatie kunnen wijzen.

Deel I: De fundamenten

Integrale ecologie volgens Laudato Si

Paus Franciscus noemt Sint Franciscus van Assisi als een voorbeeld van leven “in een wonderlijke harmonie met God, de ander, de natuur en zichzelf”. (LS 10) Deze vier elementen bieden een stevige en fundamentele basis voor de gehele encycliek. Integrale ecologie – het centrale concept van Laudato Si– is het denkkader voor de analyse, het inzicht en de betrokkenheid. Integrale ecologie omvat in Laudato Siverschillende specifieke vormen van ecologie: milieubeleid, economische, sociale en culturele ecologie, maatschappelijke organisaties, het dagelijks leven en de ecologie van het gehele menselijke bestaan. Al deze elementen zijn in samenhang met elkaar verbonden. Als we erkennen dat alles binnen onze natuurlijke wereld met elkaar samenhangt, begrijpen we de samenhang tussen het menselijke en het natuurlijke milieu beter. De mensen maken tenslotte deel uit van de natuur, en dus moeten ze een goede verbondenheid mee hebben. Als er voorstellen worden gedaan, moet er rekening gehouden met de relatie van de mens met God, met anderen en met de natuur. Paus Franciscus hield ervan ons er telkens weer aan te herinneren: “alles is met elkaar verbonden”. Hetzelfde principe geldt voor individuele gelovigen: een leven in overvloed en betekenisvol (Joh 10,10) omvat de zorg voor alle aspecten van het tot bloei komen van een persoon. Het verbaast niet dat Laudato Sina deze opsomming van vormen van ecologie oproept tot het algemeen welzijn: “het totaal van die sociale voorwaarden waardoor zowel groepen als enkelingen hun eigen volmaaktheid vollediger en vlugger kunnen bereiken”. (LS 156) Nogmaals “het totaal van die sociale voorwaarden” betekent verbondenheid en samenhang. Bovendien, terwijl het goed is op specifieke gebieden gespecialiseerde ervaring te gebruiken, betekent dat niet persoonlijke voorkeuren voor te schrijven. Het is daarentegen nodig op een allesomvattende manier te werken en met alle bovengenoemde vormen van ecologie rekening te houden.

Bovendien herinnert de verbinding met het ‘dagelijks leven’ ons eraan dat de zorg voor de schepping en ook de zorg voor onze broeders en zusters niet alleen zaken voor experts zijn. Het zij zaken die iedereen aangaan. Is ook een zorg die samenwerking vraagt, want alleen komen we niet ver. Het gaat er ook om ‘hoe’ we met elkaar samenwerken.

Tenslotte is integrale ecologie – vooral als we het algemeen welzijn en de integrale menselijke ontwikkeling in ogenschouw nemen – niet alleen maar een methode. Het gaat niet om bevorderen van onderlinge verbondenheid en van transparante benaderingen als doelen op zich. Het doel van integrale ecologie is dat de gehele menselijke familie zich verwerkelijkt op basis van solidariteit en duurzaamheid en dat ieder van ons zich verwerkelijkt door een leven van heelheid en heiligheid.

De menselijke familie in Fratelli tutti

De gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan en de naastenliefde die ons mensen met elkaar verbindt zijn de sleutelelementen van Fratelli tutti. De encycliek benadrukt de banden van liefde, solidariteit en gastvrijheid die ons in beweging kunnen en moeten brengen tot een familie waarin iedereen zich met zijn of haar eigen waardigheid kan ontwikkelen. De paus waarschuwt tegen een cultuur en tegen activiteiten die ingaan tegen deze liefde: de verwerping van de ongeboren kinderen, de kinderen, de gehandicapten, de ouderen en ook de verwerping van gezinnen met problemen of moeilijkheden. In zo’n wegwerpcultuur worden gezinnen beschadigd en verarmd en dat geldt ook voor de gemeenschap als geheel. (FT 19)

Liefde kan mensen daarentegen aanzetten tot activiteiten die direct gericht zijn op het tot stand brengen van gezondere en rechtvaardigere instituties en gewoonten. (FT 186) In feite dringt Fratelli tutti aan tot een universele openheid voor de liefde, want wij hebben allen dezelfde Vader. Wij worden geroepen dagelijks vorderingen te maken om onze kring uit te breiden want “elke broeder of zuster in nood, verlaten of genegeerd door de samenleving is een existentiële vreemdeling” (FT 97). Inderdaad: “Ik kan mijn leven niet beperken tot relaties met een kleine groep, zelfs niet met mijn eigen gezin. Ik kan mezelf niet kennen los van een breder netwerk van relaties. (…) Als koppels of vrienden stellen we vast dat ons hart groter wordt als we uit onszelf stappen en anderen in de armen sluiten.” (FT 89) Liefde wordt zaad dat uitgroeit totdat “het een boom wordt, zodat de vogels uit de lucht in zijn takken komen nestelen” (Mt 13,32).

Wat dus nodig is, is een mentaliteit van eenheid, medeverantwoordelijkheid, onderlinge afhankelijkheid en gedeelde hoop, een idee van gemeenschappelijke oorsprong en bestemming zoals Laudato Siuitlegt. (LS 202) Dan kunnen we samen zorgdragen voor ons gemeenschappelijke huis en samen bijdragen aan het algemeen welzijn van de gehele menselijke familie, waarbij we de verscheidenheid en diversiteit van de bijdragen overeenkomstig ieders eigen traditie.

De menselijke familie en Amoris laetitia

Het gezin, de microgemeenschap waar het nieuwe leven wordt geboren, is zowel sociaal als ecologisch belangrijk. Paus Franciscus verklaart: “Het gezin is de hoofdrolspeler in een integrale ecologie, omdat dit het primaire sociale subject is dat in zich de twee basisprincipes van menselijke beschaving op aarde bevat: het principe van gemeenschap en het principe van vruchtbaarheid.” (AL 277)

Het gezin is de basiseenheid voor integrale ecologie: het is een school voor het leven waarin mensen geleidelijk opgeleid worden tot “een bondgenootschap tussen mensheid en milieu” (LS 209). Deze opvoeding vraagt groeien in menselijke deugden want: “Alleen door gedegen deugden te ontwikkelen kan men zichzelf geven in een ecologisch engagement.” (LS 211) Te beginnen bij onze gezinnen en deugdzame relaties “worden de eerste gewoonten van liefde en zorg voor het leven aangeleerd, zoals bijvoorbeeld een juist gebruik van de dingen, orde en netheid, respect voor het lokale ecosysteem en de bescherming van alle schepselen. Het gezin is de plaats van integrale vorming, waar de verschillende, nauw aan elkaar verbonden aspecten van de persoonlijke groei zich ontplooien.” (LS 213)

De door gezinsrelaties gevoede integrale ontwikkeling van de persoon kan zich buitenhuis verbreiden door vrijwilligerswerk, door samenwerking met anderen, door hulp aan kwetsbaren, door in moeilijke situaties teder en geduldig te zijn en liefdevol gezelschap te zijn voor mensen in nood. “De kracht van het gezin ligt in zijn vermogen om lief te hebben en te leren liefhebben.” (AL 53) Deze kracht wordt zichtbaar door vrijgevigheid, belangeloosheid, zorg en verantwoordelijkheid richting medemensen en milieu.

Een mentaliteit van broederschap kan vanuit gezinnen ontspruiten en zo leiden tot de erkenning van anderen als broeders en zusters en leden van de menselijk familie: “Een echtpaar, dat de kracht van de liefde ervaart, weet dat het geroepen is de wonden van de uitgesloten en te verbinden, om een cultuur van ontmoeting te bevorderen en te vechten voor rechtvaardigheid. God heeft het gezin de taak gegeven om de wereld ‘huiselijk’ te maken en iedereen te helpen om anderen als broeders en zusters mens te zien.” (AL 183)

Vooral binnen de Kerk wordt het christelijk gezin geroepen actief deel te nemen aan het kerkelijk leven en de pastorale activiteiten om zo zijn roeping en missie die een ecologische dimensie kent, volledig te realiseren: “Het gezin wordt zo een uitvoerder van pastoraal handelen door de uitdrukkelijke verkondiging van het Evangelie en van de erfenis van veel vormen van getuigenis: solidariteit met de armen, openstaan voor de diversiteit van personen, bescherming van de schepping, morele en materiële solidariteit met andere, vooral behoeftige gezinnen, de inzet voor het bevorderen van het algemeen welzijn met name door de verandering van onrechtvaardige maatschappelijke structuren, te beginnen in het eigen woongebied, door het doen van lichamelijke en geestelijke werken van barmhartigheid.” (AL 290) Door de zorg voor de schepping in deze lijsten van verschillende vormen van getuigenis op te nemen brengt paus Franciscus onder de aandacht dat de ‘huiskerk’ niet minder dan andere kerkelijke lichamen en organisaties geroepen is tot een ecologische bekering. Het gezin kan voor Gods kinderen een trouwe en effectieve weg zijn om mee te werken aan de zorg voor ons gemeenschappelijk huis.

Heiligheid en gezinnen in Gaudete et exsultate

De apostolische exhortatie Gaudete et exsultate benadrukt: “Groeien in heiliging is een gemeenschappelijke weg, die men zij aan zij aflegt.” Daarom geldt binnen huwelijken dat “ieder van de echtelieden een instrument van Christus voor de heiliging voor de ander is”. (GE 141) Ongetwijfeld bestaat een gedeeld leven “uit zeer veel kleine dagelijkse details. Dat gebeurde in de heilige gemeenschap die Jezus, Maria en Jozef vormden, waarin op voorbeeldige wijze de schoonheid van de gemeenschap van de Drie-eenheid weerspiegelde. (…) Een gemeenschap die de kleine details van de liefde koestert, waar de leden voor elkaar zorgen en een open en evangeliserende ruimte vormen, is de plaats waar de verrezen Heer aanwezig is, die haar volgens het plan van de Vader heiligt.” (GE 143‑145)

Paus Franciscus nodigt gezinsleden uit in heiligheid te groeien. “Ben je gehuwd? Wees dan heilig door lief te hebben en te zorgen voor je partner, zoals Christus met de Kerk heeft gedaan. (…) Ben je ouder of grootouder? Wees dan heilig door de kinderen geduldig te leren Jezus te volgen.” (GE 14)

Een verenigd stel (inclusief kinderen in vereniging met hun ouders) is beter in staat het pad te overwegen en te onderscheiden om de juiste keuzes te maken en een antwoord te geven op de uitnodiging van de paus in geluk en heiligheid te groeien. Onderscheiding is ook een genade (GE 170) en dus is het belangrijk te bidden en te luisteren naar wat God ons zegt (GE 172). Binnen hun huwelijk beschikken gehuwden over de genade samen in heiligheid te groeien door hun concrete getuigenis van hun leven in dienst van hun kinderen en hun omgeving. Gaudete et exsultate spoort aan tot geduld en doorzettingsvermogen, zelfgave, tederheid en zachtheid, begrip en vergeving, en delen in het lijden van anderen. Deze elementen helpen het echtpaar en het gezin te rijpen, te bloeien en te groeien in wederzijdse liefde en voortgang te maken in heiligheid. Zij bevorderen een menselijk en moreel klimaat dat het stel en het gezin in staat stelt aan het maatschappelijk leven bij te dragen en voor het gemeenschappelijk huis te zorgen.

Concluderend, de weg naar heiligheid die binnen het gezin wordt gegaan, kan helpen de oorzaken van de ecologische crisis te benoemen, want “wij kunnen niet veronderstellen dat wij onze relatie met de natuur en het milieu weer gezond kunnen maken, zonder alle fundamentele menselijke relaties weer gezond te maken” (LS 119).

Betrokkenheid van onderop in Laudate Deum

De apostolische exhortatie Laudate Deum die acht jaar na de encycliek Laudato Siverscheen, opent met de opmerking dat de aarde – ons gemeenschappelijk huis – verandert met gevolgen voor vele gebieden, zoals gezondheid, werk, migratie en toegang tot hulpbronnen en huisvesting. De ziekte van de natuur is volgens paus Franciscus ook een sociaal probleem dat onmiddellijk verbonden is met de waardigheid van het menselijk leven. (LD 3) Het zesde hoofdstuk van de exhortatie schetst, geïnspireerd door Laudato Si, dat het geloof een belangrijke motivatie kan bieden voor bezinning en zorg voor ons gemeenschappelijk huis, en verwerpt het idee “van de mens als een autonoom, almachtig en onbegrensd wezen”. We worden eerder uitgenodigd de zaken te heroverwegen opdat we onszelf “op een nederigere en rijkere wijze” zien. (LD 68) “Het joods-christelijke wereldbeeld verdedigt de unieke en centrale waarde van de mens te midden van het wonderlijke concert van alle schepselen.” Maar ziet ook “dat het menselijk leven niet te begrijpen is en niet kan voortbestaan zonder de andere schepselen”. (LD 67)

Iedereen, ieder passend bij de eigen situatie, heeft een waardevolle bijdrage te leveren. Op zichzelf zijn technische oplossingen op milieu- en sociale problemen zijn nooit voldoende. Het is nodig de basisoorzaken van de problemen waarmee we van doen hebben, te bestrijden, waaronder de manier waarop wij deze zien. Hiervoor is het cruciaal de zaken vanuit een wezenlijk menselijk oogpunt te beschouwen: “Er zijn geen duurzame veranderingen mogelijk zonder culturele veranderingen, zonder de ontwikkeling van nieuwe leefstijlen en maatschappelijke overtuigingen. En er kunnen geen culturele veranderingen zijn zonder persoonlijke veranderingen.” (LD 70) Het is niet verrassend dat de exhortatie de aandacht op de groei van iedere persoon en op de toekomst van kinderen legt (LD 38, 58), gebieden waarin het gezin een leidende kan spelen. Het is op de eerste plaats binnen het gezin waar onze kennis van elkaar tot ontwikkeling komt. Het gezin integreert dikwijls verschillende culturen en realiseert zo een soort multilateralisme van onderaf. Dit kan uitgebreidere vormen van betrokkenheid genereren, waarbij activisten van verschillende landen elkaar helpen en vergezellen, druk uitoefenen op machthebbers en regeringen en de negatieve invloed van marketing en nepnieuws weerleggen. (LD 29, 38) Door verantwoordelijk, duurzaam en solidair gedrag aan te nemen kunnen gezinnen een nieuwe cultuur tot stand brengen. “Enkel het feit dat persoonlijke, familiaire en gemeenschappelijke gewoonten veranderen, voedt de bezorgdheid over het falen van politici om hun verantwoordelijkheid te nemen en versterkt de verontwaardiging over de onverschilligheid van de machthebbers. We zien dus dat, ook al hebben deze veranderingen geen onmiddellijk kwantitatief effect, het ertoe doet grote veranderingsprocessen die vanuit het hart van de maatschappij werkzaam zijn, op gang te brengen.” (LD 71)

Deel II: Zeven thema’s

1. Luisteren naar de schreeuw van de aarde

“Nooit hebben wij ons gemeenschappelijke huis zo slecht behandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” (LS 53)

Uitleg

Gods schepping
In Gods volmaakte plan werden man en vrouw in een prachtige tuin, rijk aan biodiversiteit, geplaatst “om die te bewerken en te beheren” (Gn 2,15). De ‘tuin’ was een gift van God toevertrouwd aan het een stel. In Genesis vertrouwt God de zorg voor de schepping niet aan een enkele individu, of aan de man of de vrouw alleen, toe maar aan het gezin. De schepping is ruimer gezien aan de mensheid als geheel toevertrouwd. We zijn noch haar scheppers noch haar eigenaars, maar Gods medewerkers en beheerders.

“Wat wij ‘natuur’ noemen heeft in haar kosmische betekenis haar oorsprong in ‘een plan van liefde en waarheid’… De wereld is niet een product van een of andere noodzakelijkheid, noch van een blind toeval.”[4] Sterker: “de andere levende wezens hebben in de ogen van God hun eigen waarde… Juist op grond van zijn unieke waardigheid en omdat hij met verstand begiftigd is, is de mens geroepen de schepping met haar eigen wetten te respecteren”. (LS 69)

Samenvattend: “De heerschappij die de Schepper gegeven heeft aan de mens, is geen absolute macht… Met betrekking tot de natuur zijn wij onderworpen aan wetten die niet alleen biologisch maar ook moreel zijn en die wij niet ongestraft kunnen overtreden.” (SRS 34)

Een complexe situatie waarin alles met elkaar samenhangt
Milieutechnische en sociale problemen hangen zozeer met elkaar samen dat “de achteruitgang van het milieu en de samenleving in het bijzonder de zwaksten van de planeet treft” (LS 48).

Bijvoorbeeld uitputting van de grond en overstromingen veroorzaken op lokaal niveau grotere voedselonzekerheid, en verontreiniging bedreigt op vele manieren de gezondheid van mensen en dieren. In veel regio’s van onze planeet “hebben gezinnen vaak gebrek aan de elementaire middelen tot overleven, zoals voedsel, werk, huisvesting, gezondheidszorg, en ontbreken de meest fundamentele vrijheden” (FC 6). Meestal hebben de armen geen verantwoordelijkheid van betekenis voor de achteruitgang van het milieu. Toch hebben zij vaak flink last van de negatieve gevolgen van vervuiling of plotselinge klimaatveranderingen waardoor hun inkomen en/of middelen van bestaan in gevaar worden gebracht.

Ons gemeenschappelijk huis is in gevaar
Er is weinig kennis over duurzaamheid en ook is het niet makkelijk de kennis erover te bevorderen. “Ieder jaar verdwijnen er duizenden soorten planten en dieren die wij niet meer zullen kennen, die onze kinderen niet zullen zien, omdat ze voor altijd verloren zijn gegaan. De overgrote meerderheid sterft uit door menselijke activiteiten. Door ons kunnen duizenden soorten God geen lof meer brengen en kunnen zij ook niet meer hun boodschap aan ons meedelen.” (LS 33) “De aarde lijkt steeds meer te veranderen in een enorme vuilnisbelt.” (LS 21) Als we bewijs nodig hebben, kijk dan naar de alarmerende vormen van vervuiling door bepaalde vormen van mijnbouw, landbouw en industrie.

Consequenties

Bewustzijn
Er is een groeiend bewustzijn nodig. Steeds moet er inzicht zijn in en rekening gehouden worden met de oorzaken, verschijnselen en consequenties van de milieuproblemen (inclusief armoede, gezondheidsproblemen, uitbuiting en slavernij, verdrijving tijdens landroof, ongebreidelde speculatie en corruptie). Deze serieuze situaties vragen onze aandacht, onderscheiding en actie ten behoeve van ons gemeenschappelijk huis en de menselijke familie.

Duurzaamheid en solidariteit
Paus Franciscus daagt ons allen uit en geeft ons de hoop dat zaken kunnen veranderen. Hij roept ons op aanjagers van verandering te worden. De mishandeling van de aarde heeft in een relatief korte tijd een desastreus niveau bereikt. We moeten daarom ook in een korte tijd echte en substantiële voorgang boeken met het aanpakken van de milieuproblemen en de bevordering van de duurzaamheid.

Er zijn economische voordelen, beloningen en afschrikkende maatregelen nodig en ook gericht onderwijs. Dit zijn belangrijke elementen die deel uitmaken van het totaal van “het morele gedrag van de samenleving”. (CiV 51) Gezinnen hebben invloed op de morele gezondheid van de samenleving, want juist binnen het gezin leren we allereerst respect voor het lokale ecosysteem en zorg voor de schepping aan. Hier wordt ons het antwoord onderwezen, ingeprent en doorgegeven van de ene generatie aan de volgende. (LS 213) Het is werkelijk binnen het gezin waar we “samen voor het gemeenschappelijke huis zorgen”. (AL 277)

“God heeft de aarde met alles, wat ze bevat, bestemd voor het gebruik van alle mensen en volken.” Daarom moeten de producten die met natuurlijke bronnen geproduceerd worden voor iedereen op gelijke wijze beschikbaar en toegankelijk zijn: “Altijd moet men deze universele bestemming van de goederen voor ogen houden.” (GS 69) De mate van duurzaamheid, inclusiviteit en rechtvaardigheid waarmee we met de aarde omgaan, is dus een indicatie voor de mate waarin wij gevolg geven aan de goddelijke opdracht te zorgen voor de tuin, die het huis van de huidige bewoners en ook van toekomstige generaties is.

Vragen voor overweging en gesprek

  • Paus Benedictus raadt ons aan: “We moeten naar de taal van de natuur luisteren en daar passend op antwoorden.”[5] Hoe kan ons gezin luisteren naar de stem van de natuur?
  • “God heeft de wereld overeenkomstig zijn wijsheid geschapen.” (CKK 295) Wat is voor ons gezin het verschil tussen leven in een wereld geschapen overeenkomstig het wijze ontwerp van goedheid en liefde en een ‘toevallige’ wereld die het resultaat is van een blind noodlot of kans? Waarom?
  • Menselijke intelligentie stelt ons in staat “het productieve potentieel van de aarde te ontdekken, en ook de veelvormige manieren waarop de menselijke behoeften bevredigd kunnen worden” (CA 32). Wat betekent ‘potentieel’? Zijn er grenzen, barrières of kantelpunten die we moeten respecteren of vermijden?
  • Heeft ons gezin situaties opgemerkt waarin natuurlijke bronnen (zoals vruchtbaar land, mijnen, bosbouw) op een manier gebruikt worden waardoor sociale spanningen of ongelijkheid ontstaan of verergeren?
  • Hebben we op enige wijze geprobeerd de mate van onze consumptie in ons gezin en in ons huis te meten?
  • Afval en chemische producten “kunnen leiden tot bio-opeenhoping in de organismen van de bewoners die in de nabijheid wonen”. (LS 21) Zien we daar voorbeelden van in ons land?
  • Wat kunnen we leren en concluderen door naar de dieren en waterpartijen in onze omgeving (rivieren, meren, bronnen) te kijken?
  • De heilige Johannes Paulus II merkte op dat een ongerechtvaardigde jacht op winst soms tot de vernietiging van ecosystemen en tot verlies van biodiversiteit leidt, maar ook dat onder andere omstandigheden dergelijke vernietiging veroorzaakt wordt door mensen de wanhopig vechten tegen armoede. Vinden we in onze eigen omgeving voorbeelden van beide situaties? Welke oplossingen zijn te overwegen om problematisch gedrag bij gebrek aan levensvatbare alternatieven te vermijden?

Voorgestelde acties

  • Als je over buitenruimte beschikt, maak een composthoop of een wormenboerderij. Als je geen buitenruimte hebt en de gemeente biedt geen mogelijkheid tot composteren, vraag de lokale school of parochie of ze een composthoop voor gezamenlijk gebruik willen huisvesten.
  • Als je over buitenruimte beschikt (of desnoods een balkon), plant soorten passend bij jou omstandigheden. Gebruik inheemse planten, planten die bestuivers aantrekken en planten die weinig water nodig hebben. Probeer enige eetbare groenten en fruit te verbouwen. Begiet je tuin ‘s ochtends of ‘s avonds om verdamping te beperken.
  • Als je een boerengezin hebt, verbouw passende producten en houd rekening met biodiversiteit en duurzaamheid.
  • Breng je kinderen respect en zorg voor dieren bij.
  • Leer je kinderen verspilling van eten en elektriciteit te vermijden.
  • Neem vaker het openbaar vervoer.
  • Vang regenwater op. Wees bewust van je watergebruik en vermijd verspilling.
  • Bekijk goedkope mogelijkheden om je huis te isoleren tegen warmte en kou.
  • Als je je huis verbouwt, probeer zeer efficiënte isolatie en/of verlichting te installeren.
  • Sorteer je afval.
  • Neem deel aan acties om afval te verzamelen, of overweeg zelf er een te beginnen als die er niet zijn.
  • Installeer en gebruik zonneapparaten (fotovoltaïsche apparaten voor verwarming of elektriciteitsopwekking, zonnedroger voor voedsel en zo mogelijk om te koken). Als het kan, bekijk de mogelijkheid van subsidiëring van apparatuur en bijbehorende training door de overheid of door particuliere organisaties.

2. Luisteren naar de schreeuw van de armen en kwetsbaren

“Er kan geen gevoel van innige gemeenschap met de andere wezens in de natuur bestaan, als ons hart niet tegelijkertijd tederheid, medeleven en bezorgdheid kent voor medemensen. De inconsequentie van wie strijdt tegen de handel in dieren die dreigen uit te sterven, maar tegelijkertijd totaal onverschillig blijft voor mensenhandel, zich het lot van de armen niet aantrekt of een ander die hem niet aanstaat wil vernietigen, is duidelijk.” (LS 91)

Uitleg

God is de God van het leven
God is de God van het leven. Het gebod “Gij zult niet doden” en de onvervreemdbare menselijke waardigheid zichtbaar geworden in de menswording van Jezus (EV 2) verplicht ons tot zorg voor het leven van al onze broeders en zusters met een voorkeursoptie voor de armen en voor hen die weerloos, zonder stem, gemarginaliseerd of bedreigd zijn.

Iedere aanval op menselijke waardigheid is een bedreiging voor mensen
Laten niet vergeten hoe paus Franciscus de noodzaak van mensen benadrukte om toegang tot de drie T’s te hebben: tierra, trabajo, techno (land, werk en woning). Woning (techno) staat voor het hebben van een thuis dat onderdak en veiligheid biedt en waardigheid verleend en de mogelijkheid een gezin te stichten. Afgezien van de financiële waarde is een woning gezien vanuit menselijke ecologie een belangrijke waarde: een woning is een tastbaar teken van een ontastbaar ‘thuis’, een plek van waaruit we kunnen bouwen aan een gevoel van eigendom, geworteld zijn en vertrouwen. Het is verontrustend dat jonge mensen in veel Europese steden het heel moeilijk vinden een appartement te kopen, laat staan een huis. In vergelijking met de ervaring van hun ouders en grootouders worden zij ontmoedigd door de economische situatie en stellen ze het stichten van een gezin uit. Te veel mensen vechten om een thuis te hebben.

Wat werk (trabajo) en land (tierra) betreft, geldt dat veel mensen uitgesloten zijn (EG 53) of uitgebuit worden met werk onder onmenselijke en gevaarlijke condities. Velen hebben geen professionele opleiding gehad en zijn beroofd van “de waardigheid met werk van hun dagelijks brood te verdienen en dat naar huis te brengen”.[6] Adequate beloning is een kwestie van rechtvaardigheid of het gaat om verdelende rechtvaardigheid (gericht op het realiseren van een billijk aandeel) of om herstelrecht (gericht op het herstellen billijkheid wanneer dat ontbrak). Al te vaak is hierover niet nagedacht en wordt het niet toegepast. Met als gevolg dat wanneer mensen niet kunnen voorzien in hun basisbehoeften zoals drinkwater, voedsel, hygiëne, onderwijs en gezondheidszorg, horen we zoals paus Franciscus het noemt “de schreeuw van de armen”, wiens fundamentele mensenrechten worden vertrapt.

Arme gezinnen zitten in een overlevingsstand met ouders die voortdurend op zoek zijn naar manieren om meer inkomsten te genereren en werken continu om eten op tafel te krijgen. Soms moeten hun kinderen al op jonge leeftijd gaan werken om te helpen de eindjes aan elkaar te knopen. Naast het vooruitzicht van een troosteloze en onzekere toekomst ontbreekt het kinderen van arme gezinnen aan ervaringen en voorrechten die voor andere kinderen vanzelfsprekend zijn, zoals bijvoorbeeld uitjes met vrienden, basis leermiddelen en fatsoenlijke kleding. Het ontbreken van zulke mogelijkheden kan een groot effect hebben op het zelfrespect en de waardigheid van jonge mensen en maken het voor hen moeilijker om optimistisch in het leven te staan.

Anti-leven ideologieën, wetten en gewoonten bedreigen de mensheid
Het is tegenwoordig een trend om de bevolkingsgroei als de grootste bedreiging van de mensheid te zien. In plaats daarvan moet de aandacht gaan naar extreem consumentisme, vervuiling, de wegwerpcultuur en de wens tot complete controle over het menselijk lichaam door het te manipuleren zoals recente technische ontwikkelingen mogelijk maken. (LS 104‑105, 155) Dit is het geval “als het recht op leven en op een natuurlijke dood niet geëerbiedigd wordt, als conceptie, zwangerschap en de geboorte van de mens op kunstmatige wijze plaats hebben, als embryo’s worden opgeofferd voor onderzoek” (CiV 51), als regeringen “actief werken aan de verbreiding van abortus en soms de keuze voor sterilisatie bevorderen” en “strenge maatregelen van geboortebeperking opleggen” (CiV 28). Dit leidt tot een niet te tellen aantal kinderen dat nooit geboren wordt, kinderen die het recht op het eerste geschenk van de schepping, het geschenk van het leven ontzegd wordt. Nauw hiermee verbonden is “de angst en vijandigheid voor handicaps” en meer algemeen een “eugenetische mentaliteit”[7]. Dit gebeurt ook als de maatschappij wordt verscheurd door pogingen “het sekseverschil uit te wissen omdat we er niet meer weten ermee om te gaan” (LS 155).

Mensen worden bedreigd door verslaving
Verslaving is een ander belangrijk probleem. Naast drugsverslaving kan ander verslavingsgedrag bestaan uit buitensporig en dwangmatig gebruik van internet, sociale media, gokken en pornografie. Deze verslavingen bedreigen gezinnen en ondermijnen het vertrouwen.

Consequenties

Betrokkenheid
We kunnen met het oog op “een gemeenschappelijke oorsprong, een wederzijdse afhankelijkheid en een door allen gedeelde toekomst” (LS 202) niet onverschillig blijven. Vanuit dit oogpunt is de rol van het gezin van betekenis en onvervangbaar. “Het gezin wordt zo een uitvoerder van pastoraal handelen door de uitdrukkelijke verkondiging van het Evangelie en van de erfenis van veel vormen van getuigenis: solidariteit met de armen, openstaan voor de diversiteit van personen, bescherming van de schepping, morele en materiële solidariteit met andere, vooral behoeftige gezinnen, de inzet voor het bevorderen van het algemeen welzijn met name door de verandering van onrechtvaardige maatschappelijke structuren, te beginnen in het eigen woongebied, door het doen van lichamelijke en geestelijke werken van barmhartigheid.” (AL 290)

Solidariteit, geduld, welwillendheid, medelijden en broederschap kunnen individualisme, zelfgerichtheid en onverschilligheid bestrijden. Simpele dagelijkse gebaren zijn hierbij belangrijke elementen. Zij “helpen een cultuur van samen gedeeld leven en van respect voor wat ons omgeeft, op te bouwen”. (LS 213) Iedereen kan zo troost vinden aardigheid en vriendelijkheid van anderen ook in beproevingen en moeilijke situaties. (LS 148)

Kinderen en tieners kunnen meer empathie ontwikkelen en zien hoe zij werkelijk verschil kunnen maken voor mensen in nood. “Deze wijdverbreide inzet is voor jongeren een school voor het leven die opvoedt tot solidariteit en tot de bereidheid niet zomaar wat maar zichzelf te geven.” (DCE 30)

Vragen voor overweging en gesprek

  • Wat betekenen de woorden ‘de wezenlijke waardigheid van de mens’ voor ons gezin?
  • Missen sommige van je buren een eerlijke hoeveelheid aardse goederen, voldoende om te leven met respect voor hun menselijke waardigheid en de integrale menselijke ontwikkeling?
  • Welgestelde gezinnen zijn geroepen om meer gevoelig te zijn voor de noden van de armen. Hoe brengen wij dit in ons dagelijks leven in praktijk?
  • Hoe zijn gehandicapten en ouderen geïntegreerd en betrokken in onze gemeenschap en in ons parochiële leven?
  • Voeren we genoeg positieve en leeftijdsgebonden gesprekken over de noodzaak het menselijk leven te beschermen tegen abortus, draagmoederschap en euthanasie? Worden zorg en ondersteuning van ouderen binnen de gezinnen en palliatieve zorg voldoende bevorderd in ons land? Worden ondersteuning en advisering van vrouwen en gezinnen in moeilijke situaties die mogelijk in de verleiding komen abortus te plegen, bevorderd en aangeboden? Wordt mannen aangeleerd seksueel gedrag te kiezen dat vrouwen respecteert en verantwoord is met het oog op het menselijk leven en de mogelijkheid kinderen te krijgen? Wordt in oorlogssituaties georganiseerde hulp geboden aan vrouwen die verkracht zijn?
  • Hoe kunnen gezinnen bescheiden, respectvol en krachtig getuigen van het belang van het pauselijk leergezag op het gebied van thema’s betreffende het leven en het huwelijk?
  • Hoe kunnen gezinsleden hun verschillende vaardigheden aanwenden in werken met en voor armen?
  • Voeren we genoeg positieve en leeftijdsgebonden gesprekken over de noodzaak het leven te beschermen tegen discriminatie, slechte behandeling, geweld, moderne slavernij en verslechtering van het milieu?
  • Zien we in onze omgeving mensen die hulp nodig hebben, bijvoorbeeld daklozen, asielzoekers, vluchtelingen, werklozen, mensen in situaties van prostitutie, mensen met ernstige en opvallende vormen van verslaving en kinderen die gedwongen zijn om geld te bedelen? Zo ja, welke wijze van hulp en gezelschap hebben zij nodig?
  • Wordt er door de parochie, de gemeente of het maatschappelijk middenveld gewerkt aan bewustwording of training om te helpen ons meer te leren over mensen in nood en manieren om hen te ondersteunen?
  • Voeren we genoeg positieve en leeftijdsgebonden gesprekken over pornografie, die door de heilige Paulus VI wordt gezien als de bedreiging van ‘de menselijke ecologie’? Zijn we ervan bewust hoe de consumptie van pornografie invloed heeft op de wijze waarop anderen, menselijke relaties en seksualiteit worden gezien?

Voorgestelde acties

  • Sluit je aan bij projecten en groeperingen die zich inzetten voor ondersteuning en solidariteit met speciale aandacht voor mensen in kwetsbare situaties zoals leden van inheemse gemeenschappen, vluchtelingen, migranten, kinderen in risicosituaties, gezinnen in moeilijkheden of in rouw en ongeletterden.
  • Onderzoek met je parochie, katholieke caritasorganisaties of NGO’s of er mogelijkheden zijn de pastorale werkgroep die tot taak heeft mensen in nood te dienen, te ondersteunen of met hen samen te werken. De parochie kan bijvoorbeeld helpen migranten en vluchtelingen, gevangenen of mensen in situaties van angst, isolement of verslaving, te dienen. Men kan manieren zoeken om mensen met speciale noden te helpen en de eenzame ouderen in de gemeenschap en zij die ziek zijn in het ziekenhuis en palliatieve zorg krijgen, te bezoeken. Vind wegen om ondersteuning te geven aan vrouwen die met een onverwachte of moeilijke zwangerschap te maken hebben, aan ongehuwde moeders met kinderen en aan gezinnen die bedreigd worden met uitsluiting en armoede. Probeer hen te ondersteunen die materiële hulp, deskundige ervaring, spiritueel gezelschap of simpelweg een maatje nodig hebben.
  • Nodig mensen bij je thuis uit voor een maaltijd, ook als zij om economische of sociale redenen je niet terug kunnen nodigen.
  • Respecteer menselijk leven van conceptie tot de natuurlijke dood door je te onthouden van abortus, euthanasie, draagmoederschap en kunstmatige vruchtbaarheidstechnieken en de bevordering ervan. Neem initiatieven tot ondersteuning en zelfredzaamheid van vrouwen en gezinnen in sociaaleconomische moeilijkheden, van ouderen en mensen die palliatieve zorg krijgen. En streef naar het bemoedigen en ondersteunen van iedereen om volle verantwoordelijkheid te nemen voor elk leven dat hen door hun seksuele activiteit gegeven is.
  • Bid voor de verspreiding van een cultuur van leven en ontmoeting. Onderwijs binnen het gezin respect en geef zelf het voorbeeld vanaf de vroegste leeftijd en gedurende de gehele kindertijd en adolescentie.
  • Heb speciale liefdevolle en toegewijde zorg voor de ouderen in je familie.
  • Schenk medelijden en spirituele en praktische ondersteuning aan echtparen die met onvruchtbaarheid te maken hebben en ondersteun hen die geïnteresseerd zijn in pleegzorg en adoptie.

3. Ecologische economie omarmen en bevorderen

“Zorg dragen voor de wereld waarin we leven, betekent zorg dragen voor onszelf. Maar dan moeten we meer en meer aan onszelf denken als aan één grote familie die in een gemeenschappelijk huis woont. Die zorg interesseert de economische supermachten niet, die zijn alleen geïnteresseerd in snelle winst.” (FT 17)

Uitleg

Stabiele en liefhebbende gezinnen, fundamentele cellen van de maatschappij
Het huwelijk is een publieke verbinding van man en vrouw die ervoor kiezen samen in eenheid te leven gedurende “hun hele leven in onverbreekbare liefde en onvoorwaardelijke trouw”. (FC 68, LF 52, AL 319) Het dagelijks leven is niet altijd gemakkelijk. Het uithoudingsvermogen en de veerkracht van een elkaar liefhebbend echtpaar kan anderen inspireren en biedt breder gezien een voorbeeld van duurzaamheid. Uit liefde en trouw besluiten man en vrouw te leven in wederkerigheid en solidariteit. Bij het opvoeden van kinderen en het zorgen voor oudere familieleden worden stellen geroepen hun horizon te verbreden door tijd en geld te besteden aan de zorg voor anderen. Gezinnen scheppen en onderhouden duidelijk belangrijke relaties die als goed voor de hele maatschappij gezien kunnen worden, een “netwerk van betrekkingen die op vertrouwen, betrouwbaarheid en het naleven van de regels gebaseerd zijn” (CiV 32). Het geluk, de eenheid en stabiliteit van het gezin zijn zeker belangrijke bijdragen aan de maatschappij en zo ook voor het economisch leven. De markt vereist bijvoorbeeld een klimaat van wederzijds vertrouwen. Daarom zijn gezinnen fundamentele spelers in de economie en “de basiscellen van de maatschappij” (LS 157).

Een wegwerpcultuur die tijd en toewijding negeert
“In de overheersende cultuur staat wat uiterlijk, onmiddellijk, zichtbaar, vluchtig, oppervlakkig en voorlopig is op de eerste plaats.” (EG 62) Het huidig dominerende economische systeem lijkt op het nemen van de kortste weg. Eerst onttrekt het grondstoffen aan de aarde, zoals steenkool, olie, planten of mineralen, en maakt hiervan vervolgens iets wat als ‘bruikbaar’ wordt gezien, zoals bijvoorbeeld brandstof, voedsel, kleding, infrastructuur of gereedschap. Dan volgt de verkoop aan klanten en consumenten en als we de producten niet meer nodig hebben, gooien we ze weg. De grondstoffen veranderen in vervuiling en de weggegooide producten belanden op stortplaatsen of in de oceaan. Er is geen aandacht voor de bijeffecten en consequenties van dit proces, zoals bijvoorbeeld de uitbuiting van arbeiders. Het resultaat is een door paus Franciscus vaak genoemde niet-duurzame wegwerpcultuur. (Zie hoofdstuk 2)

Het jezelf in dienst van anderen stellen wordt in vele maatschappijen vaak miskend. De kostbare en hoognodige tijd die ouders of oudere gezinsleden besteden aan zorg voor een ziek of ouder familielid, aan koken, tuinieren of het opvoeden van kinderen binnen het gezin, wordt vaak genegeerd.

Een gezond economische model
We hebben een “economische ecologie” (LS 141) nodig die rekening houdt met de bescherming van het milieu en de manier waarop we natuurlijke hulpbronnen gebruiken, onderhouden en delen.

Economische activiteiten moeten, geïnspireerd door een cultuur van ontmoeting, inclusiviteit, broederschap en vertrouwen, bijdragen aan het algemeen welzijn en de integrale menselijke ontwikkeling van iedereen. Gezinnen en jongeren kunnen in deze verandering een belangrijke rol spelen.

Een economische ecologie moet bovendien rekening houden met het feit dat “wij leven en handelen vanuit een werkelijkheid die ons van te voren is gegeven, die voorafgaat aan onze vermogens en ons bestaan”. (LS 140, CiV 34) Dus zijn activiteiten uit vrijgevigheid en liefde ook nodig omdat zij beantwoorden aan het initiële geschenk van de Schepper, van God die ons als eerste liefheeft. (1 Joh 4,19)

Consequenties

Besluiten nemen overeenkomstig ons geloof
Alle aspecten van het dagelijkse gezinsleven (boodschappen doen, werk, vrije tijd, opvoeding, met geld omgaan, contacten met anderen) moeten gekenmerkt worden door een moraal en gewetensvolle houding die overeenkomen met christelijke waarden. Menselijke waardigheid is een essentieel element van integrale menselijke ontwikkeling en integrale ecologie.

Binnen hun mogelijkheden en de verschillende opties overwegend kunnen gezinnen hun invloed als consumenten aanwenden door voorkeur voor het goede te hebben en met wijsheid hun leveranciers te kiezen.

De makkelijkste manier om het economische systeem te veranderen is het regelen van onze huishoudelijke benodigdheden. Thuis kunnen onze kinderen leren hoe de middelen goed te gebruiken door matiging, hergebruik, recycling en herbestemming ervan. Als kinderen tweedehands kleding van hun broers en zussen of neven en nichten krijgen, leren ze de waarde ervan kennen. Als kinderen leren dat het uitschakelen van apparaten elektriciteit bespaart, worden ze gestimuleerd tot nadenken over Gods schepping. Composteren en bomen planten zijn inspirerende activiteiten en zij dragen bij aan een integrale ecologie.

Werk en gezin
De relatie van werkende gezinsleden met hun werk is belangrijk. “Want het gezin is zowel de gemeenschap die met behulp van de arbeid gesticht kan worden als de eerste huiselijke scholing in de arbeid voor ieder mens.” (LE 10) Tegelijkertijd is een waarschuwing op zijn plaats: “De werkdagen zijn lang en worden vaak verzwaard door lange reistijden. Dit helpt de gezinnen niet om bij elkaar en bij de kinderen te zijn om zo hun relaties dagelijks te voeden.” (AL 44)

Veilige arbeidsomstandigheden en de rechten van werknemers kunnen een onderwerp zijn voor organisaties die voor de belangen van gezinnen opkomen. (Zie hoofdstuk 6)

Vragen voor overweging en gesprek

  • Als we spaargeld hebben, weten we dan voldoende over de wijze waarop de banken ons geld gebruiken en investeren?
  • Houden wij onze gezinsuitgaven bij? Wat willen we graag veranderen aan de omvang van de uitgaven en de winkels die we vaak bezoeken?
  • Hoe vullen de waarden die wij als gezin hebben en die van het bedrijf dat we hebben of van onze werkgever elkaar aan? Komt het werk overeen met de wereld die we mee willen opbouwen of maakt het op enige wijze deel uit van de zondige structuren die onze leefomstandigheden vernietigen? Is ons werk ondergeschikt aan ons gezinsleven of is het gezin ondergeschikt aan de persoonlijke carrière van een gezinslid?
  • Wat betekent het dat anderen niet als consumptiegoederen die na gebruik weggegooid worden, beschouwd en behandeld mogen worden?
  • Zijn er situaties waarin mensen worden vernederd en in hun waardigheid worden aangetast door financiële transacties waarin wij betrokken zijn, ook al zijn deze transacties vanuit fiscaal of juridisch oogpunt gezien goed? Zijn er situaties waarin de natuur wordt vervuild of op niet-duurzame wijze gebruikt?
  • Met welke mentaliteit doen wij ons dagelijks werk? Hoe gaan we om met vermoeidheid?
  • Beschouwen wij ons werk als alleen met onze eigen toekomst verbonden of ook met de toekomst van anderen?
  • Moeten bij besluiten over financiële planning alle gezinsleden betrokken worden?
  • Zijn beide echtelieden betrokken bij besluiten over economische besluiten?
  • Maken we ruimte voor coöperatieve initiatieven betreffende bankzaken, landbouw, inkoop van materialen?
  • Wat betekenen de gelijkenissen uit de Bijbel over gierigheid, rijkdom en delen voor ons als gezin?

Voorgestelde acties

  • Verzeker dat investeringen inclusief het pensioen, overeenkomen met onze waarden en geloof.
  • Pas onze waarden en geloof toe op onze koopgewoonten, waaronder de keuze voor leveranciers, verkopers, markten en ingrediënten.
  • Stem met anderen af en doe waar mogelijk meer gezamenlijk (vervoer, apparatuur et cetera).
  • Doe mee aan recycling en hergebruik en ga zo mogelijk naar tweedehandsleveranciers.
  • Ga na of er voedsel, water of elektriciteit wordt verspild. Zo ja, los deze problemen op.
  • Moedig lokale bedrijven aan het welzijn van het personeel te bevorderen met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren.
  • Als je een eigen bedrijf hebt, betaal je personeel fatsoenlijk en bied ze sociale voordelen om hun welzijn te bevorderen. Denk erover na hoe mensen en milieu belangrijker dan winst te vinden, met behoud van financiële duurzaamheid.
  • Zoek tijdens de tijd die met elkaar deelt, evenwicht in het gezinsleven (en vermijd onnodig werk).
  • Maak uitstapjes naar plaatselijke boerderijen en werkplaatsen om het personeel te leren kennen en zo de gemeenschapszin te bevorderen.
  • Werk met naburige gezinnen samen om gezinsinkoopgroepen te vormen die plaatselijke producenten en dienstverleners ondersteunen.

4. Ecologische levensstijlen omarmen

“De christelijke spiritualiteit houdt een groei in soberheid en een vermogen met weinig gelukkig te zijn voor. Het is een terugkeer naar de eenvoud die het ons mogelijk maakt stil te staan om te genieten van de kleine dingen, te danken voor de mogelijkheden die het leven biedt, zonder ons te hechten aan wat wij hebben of te treuren om wat wij niet bezitten.” (LS 222)

Uitleg

Eenvoudig en bescheiden
Een eenvoudige leefstijl begint met gebed en God, de Schepper te prijzen. Dit maakt ons bescheiden en helpt ons het risico te vermijden van de gedachte: “dat alles mogelijk is door de menselijke wil, alsof die op zich zuiver, volmaakt en almachtig is en waaraan de genade dan wordt toegevoegd” (GE 49). In werkelijkheid: “kan een enkel mens de gave van de goddelijke genade opeisen, verdienen of kopen en dat alle samenwerking met haar vooraf een gave is van dezelfde genade”. (GE 53, SS 17) Niets is afhankelijk “van de wil of de inspanning van de mens, maar van Gods ontferming” (Rom 9,16). Alles hangt af van Hem die ons als eerste liefheeft. (1 Joh 4,19) Bovendien kan het gebed ons helpen dankbaar te zijn voor de mensen in ons leven, voor het werk dat we doen en voor de dingen die we bezitten, en ons leven en de mensen in ons leven niet als vanzelfsprekend te beschouwen.

“Als wij ons innerlijk verbonden voelen met alles wat bestaat, zullen soberheid en zorg spontaan opbloeien.” (LS 11) laat ons herinneren dat Jezus de Goede Herder is en wij Hem kunnen navolgen door goede zorg voor het milieu, de maatschappij en de economie van ons huishouden, zowel in kleine dingen als in grote zaken. Met de woorden van Mahatma Gandhi zijn we geroepen “eenvoudig te leven zodat anderen eenvoudigweg kunnen leven”.

Consequenties

Soberheid
Een eenvoudige leefstijl betekent soberheid en matigheid. Paus Benedictus XVI beveelt alle christenen een leefstijl van matigheid aan. Het is duidelijk dat soberheid niet een doel op zich is; het gaat om een beter leven. Het pleidooi van Johannes de Doper omvat iets “verder en dieper dan een leefstijl van matigheid: het roept op tot innerlijke bekering op basis van de individuele erkenning en belijdenis van de eigen zonde”.[8] Een sobere leefstijl mag nooit “alleen maar uiterlijk ascetisme” zijn.

Bedenk nog twee punten. Het eerste betreft kwantiteit en verantwoordelijkheid. Het gaat om de bewustwording van onze basisbehoeften en daarbij het weerstaan van verlokkingen van de marketing die voortdurend “een dwangmatig consumentisme, waarmee mensen uiteindelijk in een wervelwind van overbodige aankopen en uitgaven worden meegezogen” (LS 203), aanprijzen. Impulsieve consumptie (LS 162) vormt een bedreiging voor ons vermogen voor de benodigdheden van ons gezin te zorgen. Sommige mensen “weten hoe ze met weinig gelukkig kunnen zijn” en hebben “het vermogen om vreugde en volheid te vinden temidden van een sober en eenvoudig leven” (QA 71), en kunnen afzien van een niet te rechtvaardigen luxe. Dit betekent eveneens afzien van pronken en dik doen met materiële zaken. Een tweede punt heeft van doen met onthechting van onze bezittingen. Een leven van matiging zoekt naar betekenis en doel, proberen te ‘zijn’ (en vooral ‘zijn voor’ anderen ‘zijn met’ anderen) liever dan ‘hebben’ en ‘verschijnen’. De obsessie voor bezit en het hebben van veel goederen wekt maar al te gemakkelijk tot ontevredenheid, ver van betekenis (CV 78) en ver van God. Dit verklaart voor een deel waarom “de armen de bevoorrechten zijn van de goddelijke barmhartigheid” (MV 15) en waarom het moeilijk is “voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan” (Mc 10,23).

Tijd
We moeten evalueren hoe we onze tijd besteden. Tijd behoort God toe en het Evangelie leert ons herhaaldelijk onze tijd goed te gebruiken. Een ecologische leefstijl houdt zeker rekening met de besteding van tijd. Denk aan de tijd die het kost voor een zaailing om tot een boom uitgroeien en vrucht te dragen, voor een ontmoeting om een stevige vriendschap te worden, voor een huwelijk om “geleidelijk te groeien naar een steeds solidere en kostbaardere werkelijkheid” (AL 221), aan de tijd nodig om te luisteren en te verzoenen, de tijd nodig voor herstelrecht en vergeving. Met haar snelheid en onmiddellijkheid maakt internet het steeds moeilijker tijd vrij te maken voor het onderhouden en helen van betekenisvolle relaties. Het is belangrijk niet haastig of oppervlakkig te zijn.

Aan de ander kant vragen veel onderwerpen onze onmiddellijke aandacht en mogen we geen tijd verspillen als zij om een besluit vragen. Hoe nemen we besluiten? Wat is als ouders ons proces van onderscheiding? Hoe betrekken we onze kinderen daar eventueel bij? Onderscheiding binnen een gezin gaat niet om het bespreken van schuld of ernstige gewetensbezwaren, maar om het binnen het gezin vreugdevol zoeken naar de wijze waartoe God haar leden uitnodigt samen te leven.

De kunst van het leven thuis
De eerste leerlingen willen weten waar Jezus woont (Joh 1,38), zij willen de ‘kunst van het leven’ leren. Het zien hoe Jezus leeft, helpt hen te besluiten leerlingen van Jezus te worden. Katholieke gezinnen mogen hopen dat anderen Jezus vinden en Hem ook willen volgen als zij zien hoe en waar wij leven. Thuis is een van beste plaatsen waar wij een eenvoudige deugdzame leefstijl kunnen aannemen. Het is de plaats waar we kunnen oefenen door het goede voorbeeld van anderen te volgen. Thuis kunnen we onze dankbaarheid tonen en tot God bidden. In de omgang met onze gezinsleden en huisgenoten worden wij bescheiden. Door met anderen te delen kunnen we veranderen en een sobere leefstijl aannemen en het gebruik van middelen terugdringen. God zegende man en vrouw en zei hun vruchtbaar te zijn. In deze context betekent ‘vruchtbaar’ meer dan alleen maar het krijgen van kinderen als geschenk binnen ons gezin. We zijn vruchtbaar als we zorgen voor anderen en voor de aarde. Een eenvoudig leven leiden is lang niet altijd ‘eenvoudig’ maar het kan groots en bevredigd zijn.

Vragen voor overweging en gesprek

  • Wat willen we graag aan onze leefstijl veranderen ten behoeve van de aarde en onze gemeenschap?
  • Bespreken we als gezin het verschil tussen ‘wensen’ en ‘benodigdheden’?
  • Hebben kunst en cultuur betekenis? Is museumbezoek, geschiedenisonderwijs of het uitzoeken van iemand afkomst strijdig met een sobere leefstijl?
  • Niemand kan in zijn eentje veranderen. Wat willen met onze partner bespreken, wat met onze ouders en wat met onze kinderen?
  • Advertenties tonen veel aanlokkelijke en aantrekkelijke zaken en laten mensen zien die er gelukkig uitzien door het consumeren van de aangeboden zaken. Kunnen we bespreken wat voor ons als gezin geluk betekent? Hoe gaan we met onze vrienden om en hoe vieren we samen? Hoe besteden wij onze vrije tijd?
  • Wat onze kinderen betreft, kunnen wij beoordelen of onze sobere leefstijl bijdraagt aan hun toekomst? Wat sparen we voor de toekomst, voor hen die na ons komen?
  • Kunnen we grootsheid en vreugde ervaren in kleine en eenvoudige dingen zoals drinkwater, zonlicht, regen, samenzijn met vrienden of collega’s et cetera?
  • Hoe kunnen we dankbaarder zijn voor elkaar en voor de schepping?
  • Hoe kunnen we de speciale tijden vieren zoals Advent, Veertigdagentijd, Pasen en de speciale feesten van onze lokale Kerk?
  • Hoe zijn wij hoeders voor ons eigen lichaam? We hebben onze lichamen om te leven en hier en hierna gelukkig te zijn. Wat moeten we anders doen als we ons lichaam beschouwen als de tempel van de heilige Geest?
  • Waarderen we onze familie en vrienden meer als we het gebruik van de computer en van internet matigen?

Voorgestelde acties

  • Werk aan een gezinscultuur van geven zonder de verwachting van iets terug te krijgen. Deel producten uit je tuin met buren. Bied aan oudere buren aan zware lasten te dragen.
  • Neem tijd om te reflecteren op de goedheid van geven.
  • Denk met dankbaarheid aan de geschenken van tijd en aandacht die we ontvangen.
  • Praat over hoe in goede relatie met de aarde te leven. Maak een plan en een voornemen met elkaar samen te werken.
  • Breng samen tijd door in parken, bossen, op het strand of met het kijken naar de natuur, planten en dieren.
  • Help waar mogelijk kinderen met lage inkomens of financiële problemen wetende dat het voor kinderen goed is hun ouders te kunnen helpen als die in nood verkeren.
  • Verzet je tegen reclame waarin geluk met consumptie wordt verbonden en vermijd onnodige aankopen. Richt je op wat werkelijk geluk brengt: liefdevolle relaties, innerlijke vrede, zorgen voor anderen en het beantwoorden van Gods verlangen voor ieder schepsel.
  • In deze tijd van consumentisme en wegwerpcultuur is het een verrijkende en stimulerende ervaring iets te repareren. Repareer bijvoorbeeld het kapotte speelgoed van kinderen. Tieners kunnen hun eigen sportspullen repareren en volwassenen kunnen dingen van vorige generaties onderhouden en repareren (meubels en ook huizen).
  • Deel gereedschap, uitrusting en voertuigen met buren.
  • Voorkom dat minder welgestelde gasten of gastheren en -vrouwen zich niet op hun gemak voelen. “Wanneer gij dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit.” (Mt 6,2)
  • Stop met het eten van vlees op vrijdag en zoek gelegenheden en goede redenen om te vasten.
  • Bevraag onze grootouders over de leefstijl, de voeding, het vervoer en het werk van hun ouders.

5. Integrale ecologie en onderwijs

“Een goede schoolopleiding in de jeugd zaait wat het hele leven lang vruchten kan voortbrengen. Maar ik wil het centrale belang van het gezin onderstrepen, omdat het is waar het leven, dat een gave van God is, op passende wijze kan worden ontvangen en beschermd tegen de veelvuldige aanvallen waaraan het is blootgesteld. Het is de plaats waar het leven zich kan ontwikkelen volgens de vereisten van een authentieke menselijke groei. Tegenover de zogenaamde cultuur van de dood is het gezin de plaats waar de cultuur van het leven bevorderd wordt. In het gezin worden de eerste gewoonten van liefde en zorg voor het leven aangeleerd, zoals bijvoorbeeld een juist gebruik van de dingen, orde en netheid, respect voor het lokale ecosysteem en de bescherming van alle schepselen. Het gezin is de plaats van integrale vorming, waar de verschillende, nauw met elkaar verbonden aspecten van de persoonlijke groei zich ontplooien.” (LS 213)

Uitleg

Gezinnen en onderwijs
“Het recht en de plicht van de ouders hun kinderen op te voeden wordt als wezenlijk gekenschetst omdat zij verbonden zijn aan de overdracht van het menselijke leven.” Deze taak “heeft haar wortels in de oorspronkelijke roeping van de echtgenoten mee te werken aan het scheppingswerk van God: wanneer de ouders in liefde en uit liefde een nieuwe mens verwekken, die in zich de roeping te groeien en zich te ontwikkelen draagt, nemen zij daarmee de taak op zich hem werkdadig te helpen volkomen menselijk te leven.” Bovendien: “het meest fundamentele element dat de opvoedkundige taak van de ouders omschrijft, de vader- en moederliefde is welke in het werk van de opvoeding haar vervulling vindt als volledige en volmaakte dienst aan het leven; de ouderliefde wordt daarom van ‘bron’ tot ‘ziel’ en daarmee tot ‘norm’ die heel de concrete activiteit van de opvoeding inspireert en leidt en haar verrijkt met de waarden van tederheid, standvastigheid, goedheid, dienstbaarheid, belangeloosheid en bereidheid tot zelfverloochening en opoffering die de meest kostbare vruchten van de liefde zijn”. (FC 36)

Integrale opvoeding
Christelijke opvoeding moet om als volledig beschouwd te kunnen worden “zich uitstrekken tot alle soorten van plichten. En daarom dienen de christenen zich ook in hun economische en sociale activiteiten te richten naar de leer van de Kerk.” (MM 228) Een doordachte opvoeding over integrale ecologie beoogt: “de verschillende niveaus van het ecologisch evenwicht in ere te herstellen: het innerlijk evenwicht met zichzelf, het solidaire evenwicht met de ander, het natuurlijke evenwicht met alle levende wezens, het geestelijke met God” (LS 210). Daarnaast moet opvoeding niet begrepen worden als ‘alleen’ voor kinderen. Andere gezinsleden, zoals jongvolwassenen en ouders kunnen hun hele leven doorgaan met leren en verwerven van vaardigheden.

De inhoud, middelen en effect van opvoeding
Onze kinderen ecologisch opvoeden houdt op de eerste plaats in het overdragen van een idee van waarde en kwetsbaarheid van de schepselen en dingen om hen heen. Als alles geschapen is, is iedere dag een gelegenheid om God te danken voor de goedheid en schoonheid van de wereld en ook een uitdaging te zorgen voor de bescherming van al deze elementen. Zorg, dankbaarheid en aandacht voor alles wat bestaat en waar ons leven niet zonder kan, vormen de basis voor een ecologische opvoeding. Dit zijn de belangrijke elementen van een “opvoeding van een moreel bewustzijn” (FC 8) dat ons in staat kan stellen kritisch te oordelen over individualisme, onbeperkte vooruitgang, concurrentie en consumentisme. (LS 210) Gezinsleden worden door opvoeding “ertoe gebracht materiële goederen met meer afstand te beoordelen, er gebruik van te maken zonder hun waardigheid geweld aan te doen en meer deel te nemen aan het gezinsleven en aan de omgang met alle leden van gemeenschap waartoe zij behoren”.[9]

Dus “moeten kinderen zich verrijken niet alleen met begrip voor ware gerechtigheid die als enige de mensen tot respect voor ieders persoonlijke waardigheid leidt, maar ook en vooral met begrip voor de echte liefde” (FC 37), en “aanwezig zijn bij wie onze hulp nodig heeft” en ervan overtuigd: “Ik moet niet langer zeggen dat ik naasten heb om te helpen, ik moet zelf een naaste zijn voor de anderen.” (FT 81)

Integrale opvoeding van kinderen door hun ouders omvat ook hun opvoeding in liefde en seksualiteit. Deze zaken zijn tegenwoordig onderwerp van vele debatten die vaak tot conflicten tussen scholen en ouders leiden als het erop aankomt wat te onderwijzen. We moeten het volgende niet vergeten. “Ons eigen lichaam aanvaarden als een geschenk van God is noodzakelijk om de hele wereld te kunnen verwelkomen en aanvaarden als een geschenk van de Vader en als ons gemeenschappelijke huis. (…) Het leren aanvaarden van ons lichaam, ervoor zorgen en de betekenis ervan respecteren, is een wezenlijk element voor een oprechte menselijke ecologie.” (LS 155)

De gelijke waardigheid van man en vrouw moet de hoeksteen van de opvoeding zijn, want “de mensheid, die haar oorsprong vindt in het tot het bestaan geroepen worden van de man en de vrouw, bekroont heel het scheppingswerk. Man en vrouw zijn beiden in gelijke mate mens; zij zijn beiden geschapen naar het beeld van God. Dit beeld en deze gelijkenis met God, die wezenlijk zijn voor de mens, worden door de man en de vrouw, als echtgenoten en ouders, overgedragen op hun kinderen: ‘Wees vruchtbaar en wordt talrijk; bevolk de aarde en onderwerp haar.’ (Gn 1,28) De Schepper vertrouwt de ‘heerschappij’ over de aarde toe aan het menselijk geslacht, aan alle mensen, aan alle mannen en alle vrouwen, die hun waardigheid en roeping putten uit het gemeenschappelijke ‘begin’.” (MD 6) Kinderen moeten dus opgevoed worden tot het koesteren van de schoonheid van de wederzijdse aanvulling tussen man en vrouw en de eis tot wederzijds respect.

Tenslotte moet “een historisch, artistiek en cultureel erfgoed” (LS 143) door de generaties doorgegeven worden.

Consequenties

Een missionaire opvoeding aangepast aan de leeftijd
Gewoonten ontstaan niet in een vloek en een zucht. Ervaring en psychologie onderbouwen dat het ontstaan van een gewoonte veel tijd kost. Er kunnen veel pogingen aan voorafgaan. Maar we moeten ergens beginnen! Goede gewoonten ontstaan nooit als er niet mee beginnen. Opvoeding vraagt het geven van het voorbeeld, tijd, geduldig realisme en kleine stappen. (AL 271, 273) Er moet met praktijkvoorbeelden en toelichting op beproefde praktijken en geleerde lessen over verschillende onderwerpen aan de leeftijd aangepaste informatie worden gegeven. Praktijkervaringen zijn ontzettend belangrijk. Ervaringen op het gebied van solidariteit, schoonmaakcampagnes, deelname aan landbouwactiviteiten, tuinieren en dierenverzorging kunnen stap voor stap voor toekomstige betrokkenheid zorgen. Het is belangrijk te benadrukken dat betrokkenheid vaak het resultaat is “van een adequate opvoedende praktijk” met aandacht voor waarden, voorbeelden en praktijk.[10]

Dialoog
Uitwisselingen met anderen (leden van andere etnische groepen, parochies, bisdommen en scholen) zijn altijd verrijkend en bouwen een mentaliteit van respect en sympathie binnen de menselijke familie op. Naast uitwisseling en dialoog met leeftijdsgenoten moeten we aandacht hebben voor de rol van grootouders, voorouders en familie. Zij bezitten wijsheid en ervaring.

Een lerende omgeving
De parochiële jongerengroep, de school, de sportverenigingen en soortgelijke organisaties kunnen allemaal plaatsen zijn om aan de slag te gaan met verbeteringen op het gebied van zorg voor ons gemeenschappelijk huis. Op deze manier ondersteunt de hele ‘lerende omgeving’ de opvoeding.

Vragen voor overweging en gesprek

  • Hoe kunnen we invulling geven aan de behoefte aan opvoeding in onze eigen groep of gemeenschap?
  • Ouders die soberheid en een eenvoudige manier van leven proberen bij te brengen, kunnen als streng gezien worden of als ontkenners van de druk van reclame en groepsdwang. Hoe kunnen ouders in zo’n strijd worden ondersteund?
  • Wat leren kinderen en jongeren over natuurlijke bronnen en duurzaamheid? Hoe werden onze grootouders op deze gebieden opgevoed en wat waren hun tradities?
  • Kunnen mensen met een beperking deelnemen aan excursies of aan ontmoetingen met de natuur?
  • Wat kunnen we leren van het overpeinzen van ecosystemen? Hoe kunnen wij en onze kinderen leren over de eigen natuurlijke omgeving (dieren, planten, waterpartijen, geologie, weer)?
  • Hoe kunnen we als ouders met onze kinderen een vertrouwelijk gesprek voeren over zaken als pornografie, kuisheid, huwelijk en seksueel geweld?
  • Hoe vertrouwd zijn wij als gezin met de kerkelijke leer over de zorg voor ons gemeenschappelijk huis, de bescherming van menselijk leven en de integrale menselijke ontwikkeling?

Voorgestelde acties

  • Neem verantwoordelijkheid voor de opvoeding van gezinsleden.
  • Voer aan de leeftijd aangepaste gesprekken over de noodzaak het menselijk leven te beschermen tegen abortus, draagmoederschap en euthanasie, over de noodzaak binnen het gezin te zorgen voor mensen in moeilijkheden, over de schoonheid, waardigheid en betekenis van de menselijke seksualiteit.
  • Vraag de lokale school ecologische verbeteringen aan te brengen in hun installaties.
  • Vraag de lokale school de ecologische activiteiten en lesmateriaal te verbeteren. Vraag of ze kinderen helpen te leren over plantkunde met in de school en de schooltuin aanwezige planten.
  • Maak een uitstapje in de natuur, een voedselfabriek of boerderij en leer van de experts op deze gebieden.
  • Leer de namen en eigenschappen van de dieren en planten in de eigen omgeving.
  • Installeer een regenmeter en houd de stand bij.
  • Onderwijs hoe geen water te verspillen.
  • Bekijk welke elders in dit boek genoemde activiteiten in het kader van de opvoeding uitgevoerd kunnen worden.

6. Ecologische spiritualiteit in het gezin

“In het gezin aanvaard en verdiept, wordt het geloof een licht, dat schijnt over alle sociale contacten.” (LF 54) “Ik wil de christenen enkele lijnen van ecologische spiritualiteit aanreiken die voortkomen uit onze geloofsovertuigingen, omdat wat het Evangelie ons leert, gevolgen heeft voor onze wijze van denken, voelen en leven. Meer dan ideeën en concepten op zich ben ik geïnteresseerd hoe deze spiritualiteit ons kan motiveren tot een hartstochtelijke zorg voor onze wereld. Het zal immers onmogelijk zijn zich alleen maar met theorieën voor iets groots in te zetten zonder een spiritualiteit die ons bezielt, zonder een innerlijke drijfveer die een prikkel geeft, motiveert, bemoedigt en het persoonlijke en gemeenschappelijke handelen zin geeft.” (LS 216)

Uitleg

Onze bekering
Paus Franciscus legt de nadruk op bekering: een ecologische bekering waardoor de gevolgen van onze ontmoeting met Jezus Christus in onze relatie met de wereld om ons heen zichtbaar worden. “Het beleven van de roeping behoeders van Gods werk te zijn is een wezenlijk onderdeel van een deugdzaam bestaan. Het is niet iets optioneel en evenmin een secundair aspect van de christelijke ervaring.” (LS 217) Als we “onze eigen fouten, zonden, gebreken of nalatigheden” kennen, kunnen we ervaren “van harte berouw te hebben, van binnenuit te willen veranderen”. (LS 218) We spreken over bekering omdat de achteruitgang van het milieu – volgens de Kerk – een zonde kan zijn. We weten dat “de bekering uit de zonde daar, waar verdeeldheid is ontstaan, weer een diepe en blijvende verzoening kan bewerken”. (RP 23)

Christus in de natuur
Bekering en doorzettingsvermogen vragen om spiritualiteit. Oprechte geloofswaarden en spiritualiteit kunnen inderdaad helpen bij het beantwoorden van de vraag: ‘Waarom zou ik mij druk maken?’ Zij kunnen ons “motiveren tot een hartstochtelijke zorg voor onze wereld. Het zal immers onmogelijk zijn zich alleen maar met theorieën voor iets groots in te zetten zonder een spiritualiteit die ons bezielt”. (LS 216)

Wij mogen niet vergeten dat onze christelijke traditie ons leert dat God zich uitdrukt in de schepping. De Schrift openbaart ons dat God in het begin door te ‘spreken’ alle schepselen liet bestaan. (Gn 1) Gods kracht manifesteert zich in wat Hij schept. Wat onszelf betreft: wat zegt wat wij maken en doen over onszelf? Leven wij op zo’n wijze vanuit de genade dat mensen door onze goede werken te zien onze Vader die in de hemel is, willen prijzen? (Mt 5,16) In het Evangelie volgens Johannes lezen we: “In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. (…) Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. (…) Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” (Joh 1,1.3.14a) Het Woord van God werd mens in Jezus van Nazareth. Het Evangelie volgens Johannes leert ons zonneklaar dat alles vanaf het begin door Christus in het bestaan kwam. Christus manifesteert zich in alle dingen.

In de brief aan de Kolossenzen lezen over verbinding van Christus met de hele schepping: Christus “is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping. Want in Hem is alles geschapen, in de hemelen en op de aarde, het zichtbare en het onzichtbare… Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem. Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem. Hij is ook het hoofd van het lichaam dat de kerk is. Hij is de oorsprong, de eerste die van de dood is opgestaan, om in alles de eerste te zijn, Hij alleen. Want in Hem heeft God willen wonen in heel zijn volheid, om door Hem het heelal met zich te verzoenen en vrede te stichten door het bloed aan het kruis vergoten.” (Kol 1,15‑20a)

Een gezinsperspectief
Amoris laetitia beschrijft Gods aanwezigheid binnen het gezin: in de gebeurtenissen, in het dagelijks leven en in het gebed. (AL 313‑315) De liefde tussen de echtgenoten is een getuigenis van Gods liefde. Zij weerspiegelen die liefde, zij zijn er de afbeelding en spiegel van als zij God aanroepen met een levend geloof en een leven uit liefde, de liefde voor God en voor de naaste ter wille van God. (AL 321) Als een eenheid weerspiegelt het gezin ook “het mysterie van de heilige Drie-eenheid”. (AL 86) “De algemene roeping tot heiligheid is ook gericht aan de christelijke echtgenoten en ouders. Zij krijgt voor hen een speciaal karakter door het sacrament dat zij gevierd hebben, en wordt concreet uitgewerkt in de eigen werkelijkheid van het huwelijks- en gezinsleven. Hieruit vloeien de genade en de noodzaak voort van een echte, diepe huwelijks- en gezinsspiritualiteit die zich laat inspireren door de motieven van de schepping, het verbond, het kruis, de verrijzenis.” (FC 56)

Na het sacrament van het Huwelijk zijn echtgenoten geroepen thuis met hun kinderen een christelijk leven te leiden, te beginnen met hun Doop en dat voortzettend in het zoeken van God in hun dagelijks leven en in de christelijke gemeenschap.

Consequenties

Eenheid
Vanuit het perspectief van het gezin omarmt de ecologische spiritualiteit de schepping als een geheel. Laudato Sistelt dat alles met elkaar samenhangt: alle schepselen bestaan om God te loven, alle ecosystemen (mensen, dieren, planten) maken deel uit van de schepping en zijn met onzichtbare banden met elkaar verbonden en vormen een soort universele familie, een sublieme gemeenschap. (LS 89) “Het gezinsgebed heeft zijn eigen kenmerken. Het is een gemeenschappelijk gebed, van man en vrouw samen, van ouders en kinderen samen.” (FC 59) “De geest van liefde die in een gezin heerst, leidt zowel de moeder als het kind in hun gesprekken, waar men onderricht en leert, corrigeert en de goede dingen waardeert.” (EG 139) Ook moet opgemerkt worden dat hoewel de ecologische bekering een persoonlijk proces is, het kan (en hopelijk zal) leiden tot bekeringen op grotere schaal omdat we “zondige structuren” (SRS 36) moeten aanpakken en ecologische problemen niet alleen op individueel niveau opgelost kunnen worden.

Sacramenten
“Door de eredienst aan God worden wij uitgenodigd de wereld op een ander niveau te omarmen. Water, olie, vuur en kleuren worden met heel hun symbolische kracht aanvaard en worden opgenomen in de lofprijzing.” (LS 235) Zoals man en vrouw dankzij het sacrament van het Huwelijk een eenheid vormen, vormt het hele gezin door de sacramenten van de Doop en de Eucharistie een eenheid in Christus. We moeten niet vergeten dat, zoals Benedictus XVI schreef, “het christenvolk, dat dank brengt door middel van de Eucharistie, zich ervan bewust is dat in naam te doen van heel de schepping, aldus verlangend naar de heiliging van de wereld en intens daaraan werkend”. (SC 92) “Het is een uitdaging de eigen betrokkenheid zo te beleven dat onze inspanningen een evangelische betekenis hebben en ons steeds meer met Jezus Christus vereenzelvigen.” (GE 28) De inzet voor gerechtigheid is inderdaad een sociale vrucht van het mysterie van de Eucharistie. (SC 89, LS 236)

Aandacht
In onze gezinnen leren we dat “onze geliefden onze volledige aandacht verdienen”. (AL 323) Geleid door de heilige Geest staat de gezinskring open voor het leven “en opent zij zich ook om het eigen goede uit te storten over anderen, om de zorg voor hen op zich te nemen en hun geluk te zoeken”. (AL 324) Vanuit het perspectief van het gezin is de ecologische spiritualiteit “ongetwijfeld een spiritualiteit zijn die gericht is op de ene God en Heer, maar tegelijkertijd in staat is om in contact te komen met de dagelijkse behoeften van mensen die een waardig leven zoeken, die willen genieten van de mooie dingen in het leven, vrede en harmonie willen vinden, gezinscrises willen oplossen, hun ziekten willen genezen, hun kinderen gelukkig willen zien opgroeien”. (QA 80) Met Laudato Sikunnen we het belang van de bescherming van het milieu, waarvan we afhankelijk zijn, hieraan toevoegen. Het gaat allemaal om “een houding van het hart dat alles beleeft met serene aandacht, dat er volledig voor iemand kan zijn zonder te denken wat erna komt, dat zich op ieder ogenblik geeft als een goddelijk geschenk dat ten volle moet worden beleefd”. (LS 226) “Wanneer iemand de roeping van God erkent om samen met de ander in deze maatschappelijke dynamiek in te grijpen, moet hij eraan denken dat dit deel uitmaakt van zijn spiritualiteit, dat het een beoefening is van de naastenliefde en dat hij zo groeit en zich heiligt.” (LS 231, CV 225)

Leven en liefde
Vanuit het perspectief van het gezin omarmt spiritualiteit ook voortplanting en seksualiteit, bijzonder belangrijke onderwerpen vanuit het standpunt van integrale ecologie en zorg voor de schepping. De voortplanting is een verbazingwekkend en raadselachtig proces waarmee God mensen medeverantwoordelijk maakt en hen de mogelijkheid en taak van voortplanting geeft door hen te onderscheiden in man en vrouw en met de benodigde organen voor het medescheppen van leven uit te rusten. Het gezin is geschapen voor het leven, voor de liefde, voor erbij horen, voor socialisering, zelfgave, wederkerigheid, vertrouwen en wederzijdse bescherming. In zijn hoogste uitdrukkingsvorm omvat spiritualiteit liefde. We hebben een levengevend vermogen om Gods schepping voort te zetten, echter zeker niet op een willekeurige manier maar in overeenstemming met het door God ontworpen plan, waarin de liefde centraal staat. Onze op God gerichte spiritualiteit kan ons ook hierin leiden. (Tob 8,5‑7)

Hoop
Het gezin is de wieg van het leven. Nieuw leven is altijd een teken van hoop, een nieuwe aan de mensheid gegeven kans. Vanuit het perspectief van het gezin staat ecologische spiritualiteit open voor hoop omdat we weten dat “de hemelse Vader met liefde zelfs over onze dagelijkse zorgen waakt” (SRS 26) en wij geloven in de verrijzenis van de Heer. Met paus Franciscus geloven wij dat “de mensheid nog het vermogen heeft samen ons gemeenschappelijke huis op te bouwen”. (LS 13) Bovendien weten we dat gezinnen een belangrijke en onvervangbare rol hebben in het bijdragen aan “de taak van de Kerk, die veelomvattend en rijkgeschakeerd is… de taak van de verzoening van de mens: een verzoening met God, met zichzelf, met de broeders en met heel de schepping”. (RP 8, LS 10)

Vragen voor overweging en gesprek

  • Hoe kunnen we in het bijzonder binnen het gezin ecologische spiritualiteit en liefde voor de natuur bevorderen en praten over Gods aanwezigheid in de schepping?
  • Veel gezinnen kennen leden die niet katholiek zijn. Wat is hun rol gezien hun eigen idee van spiritualiteit? Hoe kunnen zij betrokken worden of op zijn minst uitgenodigd worden aan een gezamenlijke inspanning deel te nemen?
  • Vinden nieuwkomers in onze gemeenschap of parochie “een spiritualiteit die hen geneest en bevrijdt en hen vervult van leven en vrede en die hen tegelijkertijd oproept tot solidaire verbondenheid” (EG 89)?
  • Waar en wanneer kunnen wij tijd aan meditatie besteden?
  • Zorgen wij werkelijk voor de schepping door voor het beschermen en redden ervan te kiezen in plaats van voor het verspillen en vernietigen? Wat moet er in onze harten en gewoonten veranderen?
  • Mensen zijn geschapen om in een goede verbondenheid met God, met zichzelf, met hun naaste en met heel de schepping te leven. Hoe pakt dit binnen ons gezin uit?

Voorgestelde acties

  • Lees de Bijbel en leer over de schepping en de natuur. Een priester of catecheet kan je helpen door relevante teksten te suggereren. Bestudeer samen met anderen relevante delen van Laudato Simet name hoofdstuk 2, ‘Het evangelie van de schepping’.
  • Stel aan de parochiepriester voor om thema’s uit Laudato Si‘, Caritas in veritate, Familiaris consortio en Amoris laetitia in zijn preken te behandelen.
  • Neem regelmatig thema’s van dankbaarheid voor de schepping in je gebedsmomenten op, zoals in het avondgebed en voor de maaltijden, en in gebeden voor regen of voor de oogst.
  • De ontwikkeling een ecologische en gezinsvriendelijke spiritualiteit vraagt studie en gesprek en ook uitwisseling, actie en vieren. Lees en bespreek als gezin AL 320‑325 en LS 216‑221 en 223‑245. Pak vervolgens ook andere relevante publicaties en hulpmiddelen op.
  • Vier en respecteer de zondag. Als de zondag niet mogelijk is, kies dan een andere moment in de week om als gezin God te verheerlijken.
  • Vier als gezin en als parochie de Scheppingstijd (van 1 september tot 4 oktober). Organiseer verschillende activiteiten en nodig diverse mensen van de gemeenschap uit.
  • Neem de gelegenheid in de natuur te bidden, mogelijk ook met een Eucharistieviering als dat lokaal is toegestaan. Mogelijke voorbeelden zijn een trektocht van de scouts of met andere gezinnen of een bijeenkomst in een park, op een berg of aan zee.
  • Mediteer in stilte over Gods schepping.
  • Maak wandelingen, kampeer en picknick en breng tijd door in het park. Leg als gezin een moestuin aan. Kweek een mentaliteit van verwondering en ontzag voor de natuur, de aarde en Gods schepselen aan.
  • Vergeet de geestelijke werken van barmhartigheid niet. Zorg voor ons gemeenschappelijk huis is zowel een lichamelijk als geestelijk werk van barmhartigheid.

7. Gezinnen die deelnemen aan het gemeenschapsleven

“Sociale ecologie is noodzakelijkerwijze ook institutioneel en bereikt geleidelijk de verschillende geledingen van de maatschappij van de eerste sociale cel, het gezin naar de lokale gemeenschap en de natie tot aan het internationale leven.” (LS 142)

Uitleg

Een legitieme rol voor de gezinnen
Het Tweede Vaticaans Concilie gaf de leken op talrijke gebieden van het kerkelijk leven een veel belangrijker rol. (GS 1) Dit kwam langzamerhand op gang, eerst met de instelling van parochiële pastorale en financiële raden. Vervolgens brachten lekencatechisten en vormingswerkers veranderingen op sommige gebieden. Verschillende gezinsgerichte bewegingen kwamen van de grond en speelden dankzij het samenwerkingskarakter van hun organisatie een belangrijke rol. De samenwerking van echtparen en priesters is een vormgeving van deze nieuwe visie.

Gezinnen worden niet alleen geroepen voor hun leden te zorgen. Het concilie ziet ook duidelijk een rol voor de gezinnen als actieve deelnemers binnen de lokale gemeenschappen en als belangrijke spelers of smaakmakers in de nationale politiek op de gebieden die hen aangaan zoals sociale onderwerpen, onderwijs, infrastructuur, werk, gezondheidszorg et cetera.

Consequenties

Verschillende actievormen
Voor hun taak voor de natuur te zorgen kunnen gezinnen op verschillende manieren en met verschillende generaties netwerken en samenwerken en tegelijkertijd “de mens tegen zelfvernietiging beschermen” (CiV 51). “De beschaving en de deugdelijkheid van de volkeren hangen vooral af van de menselijke kwaliteit van hun gezinnen.” (CL 40)

Gezinnen kunnen participeren in het gemeenschapsleven en met anderen samenwerken om beter voor het milieu en de openbare plaatsen te zorgen. Zij kunnen bedrijven ondersteunen die ons gemeenschappelijk huis en de menselijke waardigheid respecteren. (Zie hoofdstuk 3) Als grote aantallen consumenten hun krachten bundelen kunnen zij de producenten positief beïnvloeden en druk uitoefenen. Gezinnen kunnen coöperaties vormen om landbouwproducten te kopen of te produceren.

Over andere zaken die gezinnen bezighouden zoals bijvoorbeeld het stuklopen van relaties, huiselijk geweld of verslavende middelen, kunnen de meningen zelfs binnen gezinnen verdeeld zijn. In dergelijke gevallen kan ook hier solidariteit tussen gezinnen helpen. Verschillende gezinnen kunnen hun onderlinge banden versterken. Solidariteit en gemeenschap kunnen hier belangrijk zijn ongeacht of mensen in een klein dorp dicht bij elkaar wonen of in appartementen verspreid over een stad.

Gezinnen spelen een belangrijke rol in het levendig houden van het sociale leven en cement van de samenleving. Diverse activiteiten zoals markten, lokale festiviteiten, schoolactiviteiten en het parochieleven ondersteunen het ontwikkelen van “banden van saamhorigheid (…) waarbij de muren van zelfgerichtheid worden geslecht en de barrières van het egoïsme worden overwonnen” (LS 149). Zij kunnen helpen de aandacht te vestigen op problemen van eenzaamheid, zoals onder ouderen, zieken, plattelandsgezinnen, weduwen en migranten.

Onderlinge ondersteuning en verenigingen
Gemeenschappen en gezinnen kunnen elkaar onderling ondersteunen en versterken waardoor ze groeien in veerkracht.

Gezinnen kunnen hun krachten bundelen voor het houden van pleidooien, het voeren van campagnes, het verhogen van bewustzijn, het betrekken van lokale autoriteiten en besluitvormers, en het vragen om betere wetten en besluiten ten dienste van het algemeen welzijn van de gehele gemeenschap. Ook zijn ze gerechtigd te vragen dat huwelijk en gezin beschouwd worden als “instellingen die bevorderd en verdedigd moeten worden tegen elke dubbelzinnigheid met betrekking tot hun waarheid, want elke schade die daaraan wordt toegebracht is in feite schade toegebracht aan de menselijk samenleving zelf” (SC 29).

Naast het belang van de hier genoemde onderwerpen doet er ook toe hoe het gemeenschapsleven georganiseerd en levendig gehouden wordt. Ieders deelname moet nagestreefd worden en er moet de nodige tijd zijn om te luisteren, voor uitwisseling, ontmoeting en besluitvorming. Voor een bestendige groep of actie en een duurzaam resultaat is een stevige dosis voorstellingsvermogen en oplettendheid nodig. De betrokkenheid van jongeren en nieuwe gezinnen en een regelmatige wisseling van de leiders zijn belangrijke factoren.

Verenigingen kunnen voor de gezinnen, die zich bij bepaalde problemen vaak eenzaam voelen, als ‘dorpen van solidariteit’ voordoen. Zij kunnen er ook voor zorgen dat de stem van de gezinnen in de publieke ruimte gehoord wordt en dat hun middelen gebruikt kunnen voor het versterken van de gezinsstructuur en de opvoeding. In bepaalde gevallen kunnen op lokaal of zelfs nationaal niveau tijdelijke verenigingen gevormd worden of kunnen bestaande verenigingen zich verbreden door aspecten van de integrale ecologie in hun statuten en doelstellingen op te nemen. Katholieke gezinsorganisaties hoeven zich niet alleen op katholieke gezinnen te richten. Zij kunnen hun diensten aan iedereen aanbieden, waarmee ze ook een evangeliserende rol spelen. Hun katholieke geloof komt tot uiting in hun politieke activiteiten en hun op de sociale leer van de Kerk gebaseerde voorstellen. De functie van de katholieke gezinsorganisaties wordt door de Kerk erkend. “Het is evenzeer gewenst dat de christelijke gezinnen met een levendig gevoel voor het algemeen welzijn zich ook op alle niveaus actief inzetten binnen andere niet-kerkelijke verenigingen.” (FC 72) Op deze manier bereikt het maatschappelijk middenveld met zijn organisaties het faciliteren van kennisuitwisseling en het stimuleren van een gezond multilateralisme van onderaf. (LD 37‑38)

Vragen voor overweging en gesprek

  • Welke netwerken waarin wij bijdragen kunnen van betekenis zijn voor integrale ontwikkeling? Aan welke netwerken willen wij deelnemen en welke willen we oprichten?
  • Hebben wij het idee dat sommige onderwerpen in onze wijk, gemeenschap, parochie of dorp gemeenschappelijke actie vragen?
  • Hoe worden van elders komende gezinnen en onlangs gehuwde stellen in onze parochie en in onze lokale gemeenschap verwelkomd en begeleid?
  • Hoe kunnen gezinnen in onze omgeving bijdragen aan de parochiële leven?
  • Welke toerusting is nodig om succesvol leiding te geven aan gemeenschapsactiviteiten? Is er lokaal betaalbare training beschikbaar?
  • Moet een actie voor deelname aan de gemeenschap beginnen met overdenking en uitwisseling betreffende een relevant onderwerp? Zo ja, welke aanpak is bruikbaar?
  • Moet in een kerkelijke context de deelname aan de gemeenschap in speciale themagroepen plaatsvinden, bijvoorbeeld vrede en gerechtigheid of gezinsleven? Groepen kunnen zich ook richten op een algemeen doel (maar altijd met aandacht voor gezin), zoals de inzameling voor een nieuw kerkgebouw of heiligdom.
  • Kunnen gezinnen hun religieuze principes en waarden inbrengen in situaties waarin de gemeenschap zich bezighoudt met sociale, economische of politieke problemen?
  • In zijn oproep te antwoorden op ‘de schreeuw van armen’ en ‘de schreeuw van de aarde’ nodigt paus Franciscus de gehele kerkelijke gemeenschap uit deze onderwerpen hoe dan ook op te pakken. Hoe kunnen gemeenschappen met verschillende achtergronden dit gezamenlijk doen?
  • Hoe kan de synodale aanpak in de toekomst in de interactie tussen de Kerk en de gemeenschap ingevoerd worden?
  • Rouw is een moeilijke ervaring. Toch is onze ‘zuster, lichamelijke dood’, zoals Sint Franciscus van Assisi het noemt, een universele ervaring. Hoe kunnen wij ons als gezin voorbereiden elkaar vertrouwelijk en met respect te ondersteunen als God onze ouders, familieleden, buren en geliefden tot zich roept?

Voorgestelde acties

  • Breng de gemeenschappen en netwerken in kaart waaraan we deel kunnen nemen en waaraan we een bijdrage kunnen leveren (buren in hetzelfde dorp of dezelfde wijk, gezinnen in een bepaalde parochie of beweging, ouders van een zelfde school of scoutinggroep, religieuze congregaties, andere appartementen in hetzelfde gebouw, belangenorganisaties) en bekijk welke banden van solidariteit, verbondenheid, uitwisseling, synergie en wederkerigheid mogelijk zijn. Wees er klaar voor uitgedaagd, verrijkt en geïnspireerd te worden, en te leren en bij te dragen.
  • Gebruik de methode ‘zie, oordeel en handel’:
    » ‘Zie’ om te noden te ontdekken en de situatie te bestuderen;
    » ‘Oordeel’ met onderscheiding, gebed en de hulp van de Schrift;
    » ‘Handel’ met gezamenlijke besluiten en betrokkenheid van de gemeenschap tot bepaalde activiteiten, participatie en monitoring.
  • Maak met de kinderen en kleinkinderen een lijst van vrijwilligersprojecten en donaties tijdens schoolvakanties ten gunste van familieleden, mensen uit de buurt, de wijk of het dorp.
  • Breng je vaardigheden en middelen in kaart die je kunt delen met anderen. Overweeg bijvoorbeeld het aanwenden van speciale vaardigheden ten bate van de parochie, zoals bouwen, naaien, boekhouden, onderwijzen, automatisering, vertaling, management en coördinatie.
  • Breng nieuwe gezinnen in de omgeving (parochie, buurt) in kaart en geef hen speciale aandacht.
  • Bevorder de dialoog en uitwisseling tussen generaties, te beginnen binnen het gezin, maar ook met buren, medeparochianen et cetera. Schep mogelijkheden voor ouderen om over hun leven en beproevingen te vertellen met aandacht voor de sociale en spirituele praktijken die hen hielpen te volharden.
  • Organiseer sociale en/of ecologische activiteiten zoals gebedsvieringen, kleine exposities in de buurt van zelfgemaakte kunst met de natuur als thema, filmvoorstellingen thuis over sociale en ecologische onderwerpen et cetera.
  • Richt formele gezinsassociaties op gebaseerd op bestaande gemeenschappelijkheden en samenwerkingsverbanden van gezinnen.
  • Kies, indien mogelijk, altijd voor persoonlijke ontmoeting in plaats van virtuele. Virtueel contact is een moderne mogelijkheid die voor vele doeleinden effectief is, maar die de fysieke ervaringen van het voor gezinnen noodzakelijke samenzijn niet kan vervangen.

Conclusie

“De inspanningen van gezinnen om minder te vervuilen, verspilling te beperken, bewust te consumeren scheppen een nieuwe cultuur. Alleen het feit dat persoonlijke, gezins- en maatschappelijke gewoonten veranderen… draagt ertoe bij grote veranderingsprocessen op gang te brengen die vanuit het hart van de samenleving vertrekken. (…) Zo zouden wij met de onontkoombare politieke beslissingen vooruit kunnen komen op de weg van echte zorg voor elkaar.” (LD 71‑72)

Deze woorden aan het einde van de apostolische exhortatie Laudate Deum vatten de boodschap van dit document voor gezinnen samen dat we de titel ‘Integrale ecologie in het gezinsleven’ hebben gegeven. Als gezinnen levendig aandacht geven aan integrale ecologie – een ontwikkelingsbenadering die rekening houdt met economische, ecologische, culturele en sociale aspecten, met centraal de integrale ontwikkeling van de menselijke persoon – nemen ze een centrale rol in de zorg voor de schepping op zich. Daarom moeten we de verbanden tussen de verschillende delen en het grotere geheel kunnen begrijpen. Dit vraagt het begrip dat het leven van ieder mens in overeenstemming met Gods plan met anderen en met alle schepselen is van verbonden. Zowel in Laudate Deum als in Laudate Sinoemt de paus het voorbeeld van Sint Franciscus van Assisi om uit te leggen dat integrale ecologie op de eerste plaats bedoeld is om in ons dagelijks leven doorleefd te worden. Zo is ieder van ons verantwoordelijk voor de zorg voor elkaar met speciale aandacht voor hen die kwetsbaar zijn en voor alles wat broos en weerloos is. Integrale ecologie begint met een mentaliteit van verwondering en dankbaarheid voor de schoonheid die ons omringt.

Het zijn juist de gezinnen die als bouwstenen van de samenleving de motor van deze ingrijpende cultuurverandering kunnen worden, want door aan de basis of de bron te beginnen kunnen leefstijlen en gewoonten veranderd worden. Dit vraagt van ons dat we de reikwijdte van onze kleine dagelijkse bezigheden inzien en begrijpen hoe zij aan de bescherming van het milieu kunnen bijdragen op basis van zowel ethische als spirituele motieven en met kennis van de sociale en politieke dynamiek. Binnen het gezinsleven kunnen de ecologische verantwoordelijkheden en uitdagingen opgepakt worden eerst thuis en daarna publiekelijk. Met de gecombineerde inzet van gezinnen die hun gemeenschappelijke noden en gedeelde waarden samenbrengen en in het dagelijks leven van een ecologische leefstijl getuigen, kunnen we de milieupolitiek in het openbaar beïnvloeden.

Concrete acties in deze richting omvatten de bevordering van soberder en meer gewetensvollere consumptiegewoonten, meer aandacht voor onze invloed op het milieu en het vinden van nieuwe vormen van vereniging en samenwerking van gezinnen om daarmee nieuw elan te geven aan de beweging die log en loom kan worden en op alle niveaus onverschillig. Vanuit de relaties en verbanden die mensen verenigen vertrekkend kunnen we dus tot verandering van sociale relaties komen resulterend in een meer integrale ecologie.

Bovendien zijn het de jongere generaties die ons oproepen deze verantwoordelijkheid te nemen. We onderschrijven dus de oproep van de jonge deelnemers aan de vierde ‘Internationale conferentie over zorg voor de schepping’ georganiseerd op de vooravond van de Wereld Jongeren Dagen 2023, die aan de gezinnen van de hele wereld vroegen “ecosystemen van liefde, geven, geduld, verantwoordelijkheid en overdragers van de evangelische waarden en de wijze van samenleven” te zijn om zo “ruimte van delen en onderscheiden te scheppen voor de zorg voor ons gemeenschappelijk huis te scheppen”.[11]

Bijlage: Laudato Si’ Alliantie voor gezinnen

Laudato Sibracht een opzienbarende waarschuwing betreffende de menselijke invloed op ons natuurlijke milieu waardoor zowel de natuur als de menselijke samenleving worden bedreigd. De oproep van paus Franciscus tot “dringende en noodzakelijke actie” (LS 57) inspireerde tot de geboorte van talrijke lokale en wereldwijde activiteiten en organisaties voor “zorg voor ons gemeenschappelijk huis” (de ondertitel van Laudato Si).

Een voorbeeld daarvan is de Laudato Si Alliantie Nederland (https://laudato-si.nl/) geïnitieerd door https://www.humandevelopment.va/en.html. Zij verzorgt praktische adviezen voor gezinnen en ook voor individuen, gemeenschappen en organisaties over hoe op de ecologische crisis te reageren door zo duurzaam mogelijk te leven. De Alliantie verzamelt vanuit allerlei bronnen overal ter wereld kennis over integrale ecologie. Dit zaait de zaden voor een gemeenschap van capabele mensen om te werken aan moedige en energieke antwoorden op de ecologische crisis teneinde bij te dragen aan de dringende en noodzakelijke veranderingen in onze manier van leven.

Door https://laudato-si.nl/ of het Engelstalige https://laudatosiactionplatform.org/ te bezoeken kunnen gezinnen inspiratie vinden waarmee ze kunnen zien hoe de zorg voor de aarde en voor de armen op vele gebieden hun leven kan verrijken. Zij kunnen vervolgens concreet actie nemen door zich in te schrijven voor de nieuwsbrief. Ze worden uitgenodigd een plan te maken en zo te werken aan de doelstellingen van Laudato Si. Zo’n plan is een praktisch hulpmiddel voor een duurzame levenswijze. De uitvoering ervan kan gezinnen trots maken op hun zorg in antwoord op de wereldwijde milieucrisis. Een plan maken is geweldige mogelijkheid voor gezinnen zich samen te engageren tot het nemen van gewetensvolle ecologische besluiten.

De Alliantie biedt gezinnen ook een variëteit aan onderwijsmateriaal en andere middelen om iedereen van elke leeftijd te leren over ecologische bewustwording, duurzaam leven en de waarden van mededogen en rentmeesterschap. De Alliantie wijst gezinnen de weg in gesprekken en praktijken op het gebied van ecologische spiritualiteit. Activiteiten zoals composteren, recycling of natuurwandelingen kunnen de verantwoordelijkheid voor het milieu voeden en een gevoel van verwondering kweken met ons geloof in onze Schepper en Heer als basis. De Alliantie helpt ouders ook hun kinderen ecologische bewustzijn en waarden aan te leren om zo een generatie te laten opgroeien die betrokken is bij praktische veranderingen thuis en in hun omgeving.

Nadat gezinnen zich hebben ingeschreven, hebben ze toegang tot diverse hulpmiddelen:

  • Een methode voor zelfevaluatie waarmee je een nulmeting van je invloed op het milieu kunt doen en suggesties krijgt die bij jouw behoeften passen;
  • Een model om je Laudato Siplan te maken;
  • Een heldere toelichting op de meest invloedrijke aanpak die in je Laudato Siplan kunt opnemen;
  • Een verzameling hulpmiddelen en activiteiten van verscheidende organisaties uit heel de wereld met een zoekfunctie op taal, doelstelling, sector en land;
  • De evaluaties en plannen van actieve leden als voorbeeld en aanmoediging bij het opstellen van je eigen plan;
  • Een interactieve kaart die de instituten aangeeft die tot actie besloten hebben;
  • Om het mogelijk te maken relaties te leggen met anderen die gelijke actie ondernemen, wordt er informatie geboden over Laudato Siorganisaties en werkgroepleden, inclusief namen van organisaties, contactinformatie, de taal die ze spreken en wat ze hopen te vinden in het aangaan van een relatie met gelijkgestemden.

[1] Leo XIV, Homilie bij de inwijding van de Borgo Laudato Si, 05-09-2025.

[2] Ibidem.

[3] Leo XIV, Homilie tijdens het heilig Jaar voor gezinnen, grootouders en ouderen, 01-06-2025.

[4] Benedictus XVI, Boodschap voor de Wereldvredesdag, 2010, 6.

[5] Benedictus XVI, Apostolische reis naar Duitsland, bezoek aan het parlement in de Reichstag, 22-11-2011.

[6] Franciscus, Homilie, 01-05-2020.

[7] Franciscus, Toespraak voor de deelnemers van de conferentie ‘Yes to Life! Zorg voor het kostbare geschenk van het leven in zijn kwetsbaarheid’, 25-05-2019.

[8] Benedictus XVI, Angelus, 04-12-2011.

[9] Johannes Paulus II, Brief voor de Wereldalfabetiseringsdag, 08-09-1979.

[10] Franciscus, Toespraak tijdens de academische zitting voor de instelling van de studiekring voor ‘Zorg voor ons gemeenschappelijk huis en bescherming van de schepping’ en van de UNESCO leerstoel ‘Over de toekomst van onderwijs over duurzaamheid’ op de Pauselijke Lateraanse Universiteit, 07-10-2021.

[11] Manifest van de jonge deelnemers aan de vierde Internationale conferentie over zorg voor de schepping, Lissabon, 2023.

Digitale revolutie: encycliek Magnifica humanitas

In de negentiende eeuw voltrok zich de industriële revolutie. Nu hebben we te maken met de digitale revolutie. 135 jaar nadat paus Leo XIII met de encycliek ‘Rerum novarum’ (Nieuwe zaken) een antwoord gaf op de ontwikkelingen in zijn tijd, schrijft paus Leo XIV in de encycliek ‘Magnifica humanitas’ (Magnifieke menselijkheid) over de digitale revolutie en de gevolgen daarvan. “In de afgelopen jaren is het volstrekt duidelijk geworden hoe snel en indringend digitalisering, kunstmatige intelligentie (AI) en robotica onze wereld veranderen.” (MH 4) Daarnaast is er de cognitiewetenschap, nanotechnologie en biotechnologie. Beide pausen komen op voor de menselijke waardigheid die door de maatschappelijke ontwikkelingen in de verdrukking raakt. Paus Leo XIV schrijft: “De verspreiding van wereldwijde netwerken, platformen en kunstmatige intelligentie verandert de wijze waarop we ons informeren, communiceren en toegang tot diensten verkrijgen. Gerechtigheid vereist dat we nieuwe vormen van uitsluiting en vrijheidsberoving voorkomen: individuen en volkeren voor wie de toegang tot basistechnologieën bemoeilijkt of verhinderd wordt, gemeenschappen die met indringend toezicht te maken hebben en sociale groeperingen die benadeeld worden door ondoorzichtige algoritmes die vooroordelen en discriminatie laten voortduren.” (MH 80)

De digitale revolutie doet zich op veel gebieden gelden: werk, scholing, overheid, gezondheidzorg, economie, nieuwsvoorziening, samenleving, privéleven. Overal loert het gevaar dat de mens wordt gereduceerd tot data, een radertje in de machine of tot koopwaar. In principe is technologie neutraal, “maar in de praktijk is technologie nooit neutraal, omdat ze de karaktertrekken aanneemt van hen die haar ontwerpen, financieren, reguleren en gebruiken. De fundamentele keuze is daarom niet ‘wel’ of ‘geen’ technologie, maar (…) tussen een macht die zich aanmatigt de hemel te beheersen en een volk dat in Gods aanwezigheid samenwerkt om te bouwen aan een broederlijke samenleving.” (MH 9) Elke nieuwe ontwikkeling moet beoordeeld worden op de wijze waarop zij bijdraagt aan de menselijke waardigheid en het algemeen welzijn of daar juist afbreuk aan doet. “Onze eerste opdracht is niet het demoniseren of verheerlijken van technologie, maar haar te gebruiken op basis van het principe dat waarheid een gemeenschappelijk goed is en niet het eigendom van hen die macht en invloed hebben.” (MH 137) “Dit vraagt dat deze ontwikkelingen met vooruitziende blik worden gestuurd: door instituties die kunnen reguleren zonder te verstikken en te beschermen zonder de verantwoordelijkheid over te nemen; door ondernemingen die werk en waardigheid als criteria voor succes zien; door maatschappelijke organisaties en opleidingsinstituten die vertrouwen en relaties herstellen; en door burgers die verantwoordelijkheid, bedachtzaamheid, onderscheidingsvermogen en waarheidsgetrouwheid cultiveren.” (MH 181)

De paus roept ons op tot reflectie: “In Christus zijn wij geroepen samen aan de schepping te werken, in plaats van ongeïnteresseerde toeschouwers van de technologische ontwikkelingen die onze vrijheid en verantwoordelijkheid beperken, te zijn. De waardigheid die de heilige Geest ieder van ons geeft, uit zich in ons vermogen kritisch te reflecteren, keuzes te maken, lief te hebben en relaties aan te gaan. Geen computersysteem, hoe krachtig ook, schept een hart dat zichzelf geeft, of een geweten dat goed van kwaad onderscheidt.” (MH 233)

Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2026/06/03/weekbrief-regio-oost-3-juni/

Bruggen bouwen in een veranderende samenleving

Het thema van deze bijeenkomst is: Bruggen bouwen in een veranderende samenleving. Binnen een goede samenleving zien mensen elkaar als leden van een gemeenschap, als mensen die samen verantwoordelijk zijn voor het algemeen welzijn van het geheel. Bruggen bouwen is nodig als er binnen een samenleving verschillende groeperingen bestaan die niet op elkaar betrokken zijn. Het gaat over het overstijgen van verschillen zonder die verschillen weg te nemen.

Dit vraagt een gemeenschappelijke basis en het vraagt om ontmoeting en dialoog en mogelijk ook om verzoening. Over deze begrippen gaat mijn inleiding. Ik bespreek ze vanuit het gedachtengoed van de katholieke Kerk. De gemeenschappelijke basis voor het samenleven van mensen is ten eerste in de erkenning van de menselijke waardigheid. De menselijke waardigheid van iedere mens ligt erin dat iedere mens uit liefde door God geschapen is. Iedere mens is een kind van God. Ten tweede vormt de liefde de basis voor een goede samenleving. God is liefde. Wie niet liefheeft, kent God niet. (1 Joh 4,8) Als we allen kinderen van God zijn, zijn we ook broers en zussen van elkaar. We zijn een grote mensenfamilie. Dat betekent dat we op elkaar betrokken zijn, dat we elkaar respecteren en dat we solidair zijn met elkaar.

Bruggen bouwen doe je door elkaar te ontmoeten en met elkaar in gesprek, in dialoog te gaan. Paus Franciscus was een promotor van de dialoog. Hij schreef: “Een dialoog is veel meer dan het communiceren van een waarheid. Hij komt tot stand vanuit de vreugde om te spreken en uit de wil tot het goede dat met woorden wordt gecommuniceerd tussen mensen die elkaar liefhebben. Het is een goed dat niet bestaat in dingen, maar in de personen zelf die zich aan elkaar geven in de dialoog.” (Evangelii gaudium 142)

Een dialoog is duidelijk wat anders dan een discussie. Het gaat er niet om gelijk te krijgen. Het gaat erom elkaar te begrijpen. Dialoog vraagt naast spreken vooral om luisteren. Dialoog is niet altijd gemakkelijk. Het vraagt om doorzettingsvermogen. De paus schrijft “We moeten met elkaar communiceren, de rijkdom van de ander ontdekken, waarderen wat ons verenigt en kijken naar verschillen als een kans om te groeien in wederzijds respect.” (Fratelli tutti 134)

Het gaat bij een dialoog ook niet om het opgeven van de eigen rijkdom. Een goede dialoog vraagt om een duidelijk eigen identiteit. Door de dialoog wordt de eigen identiteit versterkt en verrijkt. De paus schrijft: “Elkaar tegemoetkomen, elkaar spreken, naar elkaar luisteren, naar elkaar kijken, elkaar leren kennen en begrijpen, raakvlakken zoeken: dit alles wordt samengevat in het werkwoord ‘dialogeren’. We moeten met elkaar in gesprek gaan om elkaar te ontmoeten en te helpen.” (Fratelli tutti 198) “Een authentieke sociale dialoog veronderstelt het vermogen de standpunten van de ander te respecteren en als legitieme overtuigingen en belangen te erkennen. (…) Zo groeit ons vermogen te begrijpen wat de ander zegt en doet, zelfs als we het niet met hem eens kunnen zijn.” (Fratelli tutti 203)

Als menselijke waardigheid en liefde de centrale begrippen zijn, is de aandacht voor dialoog vanzelfsprekend. Als iedere mens telt en meedoet, als mensen een doel zijn en niet slechts een middel en als alle mensen door de liefde met elkaar verbonden zijn, is het vanzelfsprekend dat zij met elkaar in dialoog gaan om hun gemeenschappelijk bestaan met elkaar vorm te geven. De dialoog is een van de bouwstenen om een goede samenleving op te bouwen, een samenleving waar de betrokkenheid op elkaar kan groeien, een samenleving waar barmhartigheid en gerechtigheid fundamentele waarden zijn. De dialoog is een vorm van ontmoeting, een zoektocht naar consensus en overeenstemming die niet losstaat van de zorg voor een rechtvaardige samenleving. Een echt gesprek met anderen behoedt ons voor zelfgerichtheid en brengt ons tot solidariteit en samenwerking gericht op het algemeen welzijn.

Het kan zijn dat het bouwen van bruggen aandacht vraagt voor het verleden. Gebeurtenissen uit het verleden kunnen de toekomst in de weg staan. Mogelijk moeten er eerst zaken uitgepraat worden, voordat er een constructieve dialoog mogelijk is. Paus Franciscus schreef over verzoening tussen volkeren: “Echte verzoening vermijdt geen conflicten, maar komt juist in conflicten tot stand door middel van dialoog en transparante, oprechte en geduldige onderhandelingen. Een conflict tussen verschillende groeperingen kan, als men afziet van vijandschap en wederzijdse haat, geleidelijk veranderen in een eerlijke discussie over verschillen, gebaseerd op een verlangen naar gerechtigheid.” (Fratelli tutti 244) Bij verzoening is de samenhang tussen liefde en waarheid van belang. Naast vergevingsgezindheid is het ook nodig de feiten onder ogen te zien. ‘Vergeven en vergeten’ kan bij kleine vergrijpen een goede houding zijn, maar bij grote doet het geen recht aan de ontstane situatie. Wanneer er blijvende schade is berokkend, blijvend leed is aangedaan, kan er alleen sprake van verzoening zijn wanneer ook daar aandacht voor is. Verzoening speelt tussen individuele personen, maar ook tussen gemeenschappen en tussen volkeren. Het is echter niet mogelijk om een ‘algemene verzoening’ af te kondigen om zo de wonden bij decreet te helen of om onrecht met een mantel van vergetelheid te bedekken. Verzoening vraagt de brede instemming van alle betrokkenen.

Ik dank u en wens u nog een vruchtbare avond toe.

Inleiding gehouden op 20 mei 2026 tijdens een bijeenkomst georganiseerd door Platform INS en SECU.

Priesters met passie

Auteurs: Thomas Kremer, Jack Glas, Dick van Klaveren, Rochus Franken, Walter Broeders & Ad van der Helm
Titel: Priesters met passie: Zes getuigenissen van hoop
Uitgever: Otheo, 2026
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 90 8528 841 1
Aantal pagina’s: 144

Zes priesters van het bisdom Rotterdam schrijven over het pastoraat in de huidige tijd. Hoe kan de parochie voor de mensen van nu een baken van hoop zijn? Hoe kan de boodschap van hoop en vrede, van menslievendheid en barmhartigheid gestalte gegeven worden? Hoe kunnen er vanuit de naastenliefde nieuwe en creatieve wegen gevonden worden naar de harten van de mensen? De zes schrijvers hebben ieder hun eigen invalshoek om tot antwoorden te komen.

De zes met enthousiasme en passie geschreven verhalen gaan over eenheid met Christus, de centrale plaats van de Eucharistie, missionair zijn, synodaliteit en leiderschap. Aan de orde komen gastvrijheid, schoonheid, verandering, kleine geloofsgemeenschappen, dienstbaarheid, het geloofsgesprek en de relatie met de seculiere maatschappij. Het vlot leesbare boek wordt afgesloten met een nawoord, waarin Liesbeth Stalmeier reflecteert op de zes bijdragen. Een inspiratiebron voor allen die bij de Kerk betrokken zijn en in de Kerk werkzaam zijn en een goede aanleiding om hierover met elkaar in gesprek te gaan.

Een moslim op weg naar Compostela

Auteur: Mouhanad Khorchide
Titel: Een moslim op weg naar Compostela: Mijn pelgrimstocht
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 90 8528 809 1
Aantal pagina’s: 182

De titel maakt al nieuwsgierig. Wat zoekt een moslim in Santiago de Compostela? De in Duitsland werkende islamtheoloog Mouhanad Khorchide is nieuwsgierig. Is een christelijke bedevaart anders dan een islamitische. Hij kent de bedevaart naar Mekka. Nauwelijks voorbereid stapt hij op het vliegtuig naar Santiago. Gedurende de week ontmoet hij verschillende pelgrims waarmee hij diepgaande gesprekken heeft. Het zijn mensen die vooral op zoek zijn naar zichzelf. Godsdienst speelt voor velen nauwelijks of geen rol.

Het is een boeiend en goed geschreven boek. Met de nodige humor schrijft hij over zijn ervaringen en hoe hij ontdekt wat de verschillen zijn tussen de bedevaart naar Mekka en die naar Santiago. In de gesprekken die hij voert zoekt hij naar antwoorden op de grote vragen van ons menselijk bestaan. Ook de stilte doet hem nadenken. Het geeft op een prettige manier inzicht in het christelijke en in het islamitische denken. Het doet je ook nadenken over je eigen leven. Hij schrijft: “Wie bepaalt welke de weg naar God is? (…) Het enige wat telt is dat we pelgrims blijven.”

Niet in onze naam

Auteur: Mark Van de Voorde
Titel: Niet in onze naam: Oproep tot christelijk verzet tegen populisme en antidemocratie
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 90 8528 000 2
Aantal pagina’s: 224

Populisten en autocraten bedreigen onze westerse beschaving. Het boek begint met een analyse van het populisme en beschrijft hoe dat er in slaagt het christendom voor haar karretje te spannen. Columnist Mark Van de Voorde stelt tegenover het misbruik van het christendom: “De kerk mag niet zwijgen. (…) Als christenen en hun kerken blijven zwijgen, laten ze zich ook hun geloof afpakken en gebruiken voor wat in tegenspraak is met Gods wil…” Bescheidenheid op dit gebied leidt tot wegkijken, tot verzaken van het goede. Het laat ongewild veel kwaad en onrecht toe. Het is een christelijke plicht om de democratie te verdedigen.

Het goed leesbare boek is een fel pleidooi voor kerkelijk verzet tegen de afbraak van de rechtstaat en democratie en tegen de aantasting van de menselijke waardigheid. Het pleit voor de broederschap en sociale vriendschap die paus Franciscus ons in ‘Fratelli tutti’ voorhoudt. “De democratische ordening gaat uit van de waardigheid van elke mens.” Het neoliberalisme tast deze waardigheid aan door participerende burgers te degraderen tot consumenten.

Dialoog: een daad van liefde

We vieren zeventig jaar bisdom Rotterdam. We denken na over onze missie en onze roeping, over onze verantwoordelijkheid als christen en als Kerk. We zijn er om de boodschap van Christus te verkondigen, om te leven vanuit de liefde die Jezus ons heeft voorgeleefd. God is liefde en Jezus Christus openbaart het ware gezicht van de goddelijke liefde. Onze roeping brengt ons samen binnen de Kerk, en vindt haar uitwerking in het leven in de maatschappij, in ons werk, in ons gezin, in onze ontspanning.

Sociale vriendschap
De sociale leer van de Kerk is een rijke bron om ons leven in de maatschappij vorm te geven. Paus Franciscus schrijft in de encycliek ‘Fratelli tutti’ over broederschap en sociale vriendschap. Hij pleit voor een open samenleving met mensen die openstaan voor mensen die anders zijn, voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om een geleidelijk groeiende consensus. Wij mensen zijn geschapen voor de liefde. In relatie met anderen leren wij onszelf kennen en groeien wij als mens. Door de betrokkenheid op anderen komen we tot een sociale vriendschap die niemand uitsluit en een broederschap die voor iedereen openstaat.

Het gaat om een cultuur van ontmoeting en dialoog met andere culturen en religies, met de wetenschap, met de politiek en maatschappelijke organisaties et cetera. Een echt gesprek met anderen behoedt ons voor zelfgerichtheid en brengt ons tot solidariteit en samenwerking gericht op het algemeen welzijn. Bij paus Franciscus wordt de dialoog een manier van leven. Het doel van dialoog is om vriendschap, vrede en harmonie tot stand te brengen en om morele en spirituele ervaringen in een geest van waarheid en liefde met elkaar te delen. Met de dialoog bouwen we aan een beschaving van liefde.

Van elkaar afhankelijk
In onze pluriforme en complexe samenleving zijn wij geneigd ons terug te trekken in onze eigen bubbel. Maar juist nu is dialoog noodzakelijk. We zijn van elkaar afhankelijk. Afgelopen jaar vierden we zestig jaar ‘Nostra aetate’. Met dit document legde het Tweede Vaticaans Concilie de basis voor de interreligieuze dialoog. Een goede dialoog vraagt dat we onze standpunten inbrengen en de gelegenheid krijgen te getuigen van ons geloof, en dat we de standpunten van de ander respecteren en als legitieme overtuigingen erkennen. Op basis van hun identiteit hebben anderen iets te bieden. Zo verrijkt de dialoog ook onszelf.

Artikel in Magazine van het Bisdom Rotterdam: Tussenbeide, Pasen 2026

God als onrust

Auteurs: Erik Borgman en Erik Galle
Titel: God als onrust
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 19,99
ISBN: 978 90 8528 789 6
Aantal pagina’s: 160

Een Nederlandse en een Belgische theoloog schrijven samen een boek – ieder een deel – en geven liefdevol commentaar op elkanders bijdrage en van hun verbondenheid met elkaar. De lekendominicaan Erik Borgman mediteert aan de hand van de wijze van bidden van de heilige Dominicus op zijn weg door het leven. Het is een en al onrust: “De veelheid moet weer eenheid worden, samengebracht in een samenhang zoals God samenhangt.”

Priester Erik Galle schildert op poëtische wijze zijn omgaan met God:
“Ik gooi steeds weer
een touw in uw richting.
Ermee ophouden
kan ik niet,
U bereiken evenmin.”

Hij getuigt van zijn strijd:
“Ik heb U niet veroverd,
U hebt mij gevloerd.
Nu ik u eindelijk
gevonden heb,
verlaat U me.”

Een boek met achttien hoofdstukken over het zonder ophouden blijven zoeken en reiken naar God om bij Hem rust te vinden. Teksten om te ervaren, te herlezen en op te kauwen. Het zijn ook teksten die zich goed lenen om samen te lezen en samen over na te denken.

Veertigdagentijd en Ramadan

Dit jaar begonnen onze christelijke Veertigdagentijd en de Ramadan van de moslims vrijwel gelijktijdig. Terwijl wij nu de vijfde week van de Veertigdagentijd ingaan, is de Ramadan eind vorige week afgesloten. De media hebben vooral aandacht voor het vasten van de moslims en veel minder voor de spiritualiteit van zowel de Veertigdagentijd als van de Ramadan. Als lid de ‘Contactraad voor interreligieuze dialoog’ van de Nederlandse kerkprovincie heb ik dit jaar tweemaal een iftar bijgewoond. Iedere dag van de Ramadan wordt bij zonsondergang het vasten verbroken. Dit gebeurt met een gezamenlijke maaltijd. Voor en tijdens de maaltijden waren er inleidingen over verschillende thema’s die vervolgens onderwerp van gesprek waren.

Beide keren was er veel aandacht voor de spirituele kant van de Ramadan. Hier zie je veel gelijkenis met onze spiritualiteit van de Veertigdagentijd. Net als onze Veertigdagentijd is de Ramadan een tijd van bezinning en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Ook voor hen is het een tijd van vreugde. De gezamenlijke maaltijden zijn ook bij uitstek gelegenheden om met elkaar te spreken over de spanningen die er in deze tijd lokaal en wereldwijd zijn. Het is een gezamenlijke opdracht voor alle godsdiensten om aan een vreedzame wereld te werken.

In 1965 onderkende het Tweede Vaticaans Concilie het belang van de interreligieuze dialoog. De kernzin in de verklaring ‘Nostra aetate’ luidt: “De katholieke Kerk wijst niets af van wat er aan waars en heiligs is in deze godsdiensten. Met oprechte eerbied beschouwt zij die vormen van handelen en leven, die normen en leerstelsels, die wel in vele opzichten afwijken van hetgeen zijzelf gelooft en voorhoudt, maar toch niet zelden een straal weerkaatsen van de Waarheid, die alle mensen verlicht.” Over de islam staat er: “De Kerk beschouwt ook met hoogachting de moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden… Zij trachten zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen, zoals Abraham, op wie het islamitisch geloof zich zo graag beroept, zich aan God onderwierp. (…) Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, waarop God de mensen zal doen verrijzen en hun zal vergelden naar werken. Daarom staat een hoogstaand zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God, vooral door gebed, aalmoezen en vasten.”

Paus Franciscus verklaarde in 2013: “Dialoog betekent niet dat bij het benaderen van anderen iemands eigen identiteit afneemt. Ook betekent het niet het accepteren van compromissen betreffende het geloof en de christelijke moraal. Integendeel, echte openheid impliceert standvastigheid inzake de diepste overtuigingen, duidelijk en vreugdevol in de eigen identiteit, en daarom ben ik er van overtuigd dat de ontmoetingen met anderen ons de gelegenheid geven voor groei in broederschap, verrijking en getuigenis.”Het bespreken van de verschillen kan verdieping van het eigen geloof geven. Juist door het verschil met de ander leert iemand zichzelf kennen. De overeenkomsten vormen de basis voor samenwerking voor vrede en verbondenheid.

Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2026/03/18/weekbrief-regio-oost-18-maart/

Dilexi te: De voorkeursoptie voor de armen (samenvatting)

‘Dilexi te’ (Ik heb je liefgehad) (Apk 3,9). De Heer verklaart zijn liefde voor de mensen, vooral voor de armen. Na de encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) bereidde paus Franciscus deze exhortatie over de zorg van de Kerk voor de armen en met de armen voor. Paus Leo XIV voltooide dit werk. Zij wensen dat alle christenen de sterke samenhang zien tussen de liefde van Christus en zijn oproep in de nabijheid van de armen te zijn. (DT 1-3)

HOOFDSTUK EEN – ENKELE ONMISBARE WOORDEN

De liefde voor de Heer en voor de armen vallen samen. De uitspraak “Armen hebt gij altijd in uw midden” (Mt 26,11) valt samen met: “Ik ben met u alle dagen.” (Mt 28,20) Hier weerklinkt: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.” (Mt 25,40) Franciscus van Assisi begreep dit: in de melaatse was het Jezus zelf die hem omhelsde en zijn leven veranderde. Als we ons bevrijden van onze zelfgerichtheid en naar de armen luisteren, zorgt de voorkeursoptie voor de armen voor een bijzondere vernieuwing in de Kerk en in de samenleving. God toont zich bezorgd om de noden van de armen. Als wij naar de roep van de armen luisteren, verbinden we ons met het hart van God. (DT 4-8)

Er zijn er vele vormen van armoede: de armoede van te weinig middelen van bestaan, de armoede van de sociale marginalisatie en het ontbreken van middelen om de eigen waardigheid en capaciteiten te uiten, morele en spirituele armoede, culturele armoede, de armoede van persoonlijke of sociale zwakte of kwetsbaarheid, de armoede van rechteloosheid, het gebrek aan ruimte en vrijheid. De inzet voor de armen en voor het wegnemen van de structurele oorzaken van armoede is nog steeds ontoereikend. Er ontstaan steeds nieuwe vormen van armoede. Naast concrete inspanningen is ook een mentaliteitsverandering nodig. De illusie dat een welvarend leven geluk brengt, doet veel mensen denken dat het bestaan draait om het vergaren van rijkdom en sociaal succes, zelfs ten koste van anderen. Elke dag sterven duizenden mensen aan ondervoeding. Ook in rijke landen zijn de cijfers over het aantal armen zorgwekkend. (DT 9-12)

Als we erkennen dat alle mensen dezelfde waardigheid hebben mogen we de grote verschillen tussen landen en regio’s niet negeren. Arme mensen zijn niet per toeval of door het lot arm geworden. Armoede is meestal geen keuze. Toch zijn er nog steeds mensen, ook christenen, die dat beweren. (DT 13-15)

HOOFDSTUK TWEE – GOD KIEST VOOR DE ARMEN

God is barmhartige liefde. Met een barmhartige blik en een hart vol liefde wendde Hij zich tot zijn schepselen. Om onze beperkingen en kwetsbaarheid te delen, heeft Hij zichzelf arm gemaakt, is Hij mens geworden en heeft Hij onze radicale armoede, namelijk de dood, gedeeld. Theologisch kan men spreken van een voorkeursoptie van God voor de armen. Deze voorkeur voor de armen vindt zijn volledige vervulling in Jezus van Nazareth. Met radicale armoede openbaart Hij het ware gezicht van de goddelijke liefde. Jezus is de openbaring van de voorkeursoptie voor de armen. Hij presenteert zich aan de wereld niet alleen als arme Messias, maar ook als Messias van de armen en voor de armen. (DT 16-20)

Jezus realiseert de liefdevolle nabijheid van God. Hij verkondigt: “Zalig zijn jullie armen, want aan jullie behoort het koninkrijk van God.” (Lc 6,20) De Kerk moet een Kerk van de zaligsprekingen zijn, ruimte bieden aan de kleinen en arm zijn met de armen, een Kerk waar de armen een bevoorrechte plaats hebben. Onze zorg voor de integrale ontwikkeling van hen die in de maatschappij het meest aan hun lot worden overgelaten vloeit voort uit het geloof in Christus die arm is geworden en de armen en de uitgeslotenen altijd nabij is. (DT 21-23)

De apostel Johannes schrijft: “Wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, kan God, die hij niet ziet, niet liefhebben.” (1 Joh 4,20) Jezus noemt de twee oude geboden: “Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Dt 6,5) en “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Lv 19,18), en voegt ze samen tot één gebod. Men kan God niet liefhebben zonder ook de armen lief te hebben. Elke daad van liefde jegens de naaste weerspiegelt de goddelijke liefde: “Voorwaar, ik zeg u: alles wat u voor een van deze minste broeders van mij hebt gedaan, hebt u voor mij gedaan.” (Mt 25,40) De werken van barmhartigheid zijn een vorm van authentieke eredienst waarmee – terwijl zij God looft – wij ons openstellen voor de omvorming tot het beeld van Christus en van zijn barmhartigheid jegens de zwaksten. (DT 24-28)

De brief van Jakobus besteedt veel aandacht aan rijkdom en armoede. Bij Johannes vinden we de oproep: “Als iemand rijkdommen van deze wereld heeft en zijn broeder in nood ziet, maar zijn hart voor hem sluit, hoe blijft dan de liefde van God in hem?” (1 Joh 3,17) Bij de eerste christelijke gemeenschap zijn er duidelijke voorbeelden van het delen van goederen en van aandacht voor armoede. Denk aan de dagelijkse ondersteuning van weduwen (Vgl. Hnd 6,1-6). Toen Paulus naar Jeruzalem ging om de apostelen te raadplegen “opdat hij niet tevergeefs zou lopen of gelopen hebben” (Gal 2,2), werd hem gevraagd de armen niet te vergeten. Door de eeuwen heen hebben Bijbelverhalen het hart van de christenen aangespoord om lief te hebben en werken van naastenliefde te verrichten. (DT 29-34)

HOOFDSTUK DRIE – EEN KERK VOOR DE ARMEN

Ondanks hun armoede zorgden de eerste christenen voor de behoeftigen. Diaken Laurentius toont zijn trouw aan Jezus Christus door de dienst aan de armen en het martelaarschap te verenigen. De dienaren van de Kerk mogen de zorg voor de armen nooit verwaarlozen. Vanaf de eerste eeuwen erkenden de kerkvaders in de armen een weg om tot God te komen, een bijzondere manier om Hem te ontmoeten. Naastenliefde jegens de behoeftigen werd gezien als een concrete uitdrukking van het geloof. De armen waren een essentieel onderdeel van de gemeenschap. Hoofdstuk 3 geeft verder een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de christelijke liefdadigheid met interessante citaten van kerkvaders en een beschrijving van het werk van kloosterordes en congregaties. (DT 35-81)

HOOFDSTUK VIER – EEN VERHAAL DAT VOORTDUURT

De technologische en sociale veranderingen van de afgelopen twee eeuwen werden niet alleen ondergaan, maar ook aangepakt en doordacht door de armen. De bewegingen van arbeiders, vrouwen en jongeren, evenals de strijd tegen rassendiscriminatie, hebben geleid tot een nieuw bewustzijn van de waardigheid van mensen in de marge. De sociale leer van de Kerk is ondenkbaar zonder de christelijke leken die worstelden met de uitdagingen van hun tijd. Ook nu is de interactie tussen gedoopten en leergezag, tussen burgers en deskundigen, tussen volk en instellingen noodzakelijk. Het Tweede Vaticaans Concilie is een mijlpaal in het kerkelijk denken over de armen. Paus Johannes XXIII sprak: “De Kerk presenteert zich zoals ze is en zoals ze wil zijn, als de Kerk van iedereen en in het bijzonder als de Kerk van de armen.” Paus Paulus VI stelt dat de Kerk met bijzondere belangstelling kijkt naar “de armen, de behoeftigen, de verdrukten, de hongerigen, de lijdenden, de gevangenen, dat wil zeggen naar de hele mensheid die lijdt en huilt”. De arme is een vertegenwoordiger van Christus. Gaudium et Spes bevestigt de universele bestemming van de goederen van de aarde en de sociale functie van het eigendom dat daaruit voortvloeit. (DT 82-86)

Paus Johannes Paulus II legt in Sollicitudo Rei Socialis de voorkeursrelatie van de Kerk met de armen vast. In Laborem Exercens stelt hij dat “menselijke arbeid een sleutel is, en waarschijnlijk de essentiële sleutel, tot de hele sociale kwestie”. Paus Benedictus XVI stelt in Caritas in Veritate dat “men zijn naaste des te effectiever liefheeft, naarmate men zich meer inzet voor een algemeen welzijn dat ook beantwoordt aan zijn werkelijke behoeften”. Hij merkt op dat “honger niet zozeer te wijten is aan materiële schaarste, maar veeleer aan een tekort aan sociale middelen, waarvan de belangrijkste van institutionele aard zijn.” Paus Franciscus is getuige van de ontwikkelingen in Latijns-Amerika. Daar spraken de bisschoppen zich uit voor de voorkeurskeuze voor de armen: “Christus, onze Verlosser, had niet alleen liefde voor de armen, maar ‘zijnde rijk, werd hij arm’, leefde in armoede, richtte zijn missie op de verkondiging van hun bevrijding en stichtte zijn Kerk als teken van deze armoede onder de mensen.” Naastenliefde verandert de werkelijkheid. Het is onze plicht om de dictatuur van een economie die doodt, aan de kaak te blijven stellen en te erkennen dat het inkomen van enkelen exponentieel groeit waarmee de inkomenskloof met de meerderheid steeds groter wordt. (DT 87-92)

In Dilexit Nos schrijft paus Franciscus dat sociale zonde in de samenleving vorm krijgt als een “zondige structuur”, die “vaak deel uitmaakt van een heersende mentaliteit die als normaal of rationeel beschouwt wat in werkelijkheid slechts egoïsme en onverschilligheid is.” Het wordt normaal om de armen te negeren en te leven alsof ze niet bestaan. We moeten ons steeds meer inzetten om de structurele oorzaken van armoede op te lossen. Hulpverlening is slechts een tijdelijke oplossing. Het gebrek aan rechtvaardigheid is de wortel van alle sociale kwalen. Hebben zwakkeren niet dezelfde waardigheid als wij? Zijn zij die met minder mogelijkheden zijn geboren minder waard, moeten zij zich beperken tot overleven? Een van de structurele kwesties die moeten worden aangepakt, is die van de plaatsen, de huizen en steden waar de armen wonen en leven. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de gevolgen voor mensen van de aantasting van het milieu, het huidige ontwikkelingsmodel en de wegwerpcultuur. De onrechtvaardige structuren moeten worden vernietigd met de kracht van het goede, door een mentaliteitsverandering, maar ook, met behulp van wetenschap en techniek, door de ontwikkeling van effectief beleid. Het gaat om de liefde voor God, die in de wereld regeert. Laten we zijn Koninkrijk zoeken. De zorg voor de zuiverheid van het geloof mag niet los worden gezien van de zorg voor een doeltreffend getuigenis van dienstbaarheid aan de naaste, in het bijzonder aan de armen en onderdrukten. (DT 93-98)

Fundamenteel is het inzicht dat de voorkeurskeuze voor de armen door de Kerk verankerd is in het christologische geloof in God die arm is geworden om ons te verrijken met zijn armoede. Daarom bevestigen wij opnieuw onze evangelische voorkeurskeuze voor de armen. We moeten gemarginaliseerde gemeenschappen zien als subjecten die in staat zijn hun eigen cultuur te creëren, in plaats van als objecten van liefdadigheid. De keuze voor de armen vereist van ons aandacht voor de ander. Dit houdt in dat we de arme waarderen om zijn eigen goedheid, om zijn manier van zijn, zijn cultuur, zijn manier van het geloof beleven. Zo kunnen we hen op de juiste manier begeleiden op hun weg naar bevrijding. Het is duidelijk dat wij ons moeten laten evangeliseren door de armen en de mysterieuze wijsheid erkennen die God ons via hen wil meedelen. Opgegroeid in extreme onzekerheid, lerend te overleven in de meest ongunstige omstandigheden, hebben de armen veel geleerd. Zij die soortgelijke ervaringen niet hebben, kunnen zeker veel leren van de ervaring van de armen. (DT 99-102)

HOOFDSTUK VIJF – EEN PERMANENTE UITDAGING

De aandacht voor en met de armen is een essentieel onderdeel is van de weg van de Kerk. De zorg voor de armen is als een baken van licht. We moeten iedereen uitnodigen om zich in dit licht te begeven. De liefde voor de armen is een essentieel onderdeel van de geschiedenis van God met ons. Als Lichaam van Christus voelt de Kerk het leven van de armen als haar eigen ‘vlees’. Voor de christen zijn de armen niet alleen een sociaal probleem: zij zijn een ‘familiekwestie’. De heersende cultuur zet ertoe aan de armen aan hun lot over te laten, hen niet waardig te achten aandacht en waardering te schenken. We zijn het gewoon de andere kant op te kijken. Kan ik reageren vanuit geloof en liefde en in de mens in nood een mens zien met dezelfde waardigheid als ik. Veel vormen van huidige onverschilligheid zijn tekenen van een algemene levensstijl en symptomen van een zieke samenleving. Welvaart maakt ons blind. We denken dat we alleen gelukkig zijn als we zonder anderen kunnen. De armen kunnen voor ons stille leraren zijn die onze trots en arrogantie tot de juiste nederigheid terugbrengen. Het zijn juist de armen die ons evangeliseren. Zij confronteren ons met onze zwakheid en onthullen onze kwetsbaarheid en de leegheid van een schijnbaar beschermd en veilig leven. De voorkeursoptie voor de armen spoort de Kerk aan zich te richten tot de wereld waarin de armoede gigantische vormen aanneemt. Om echt in het mysterie van de incarnatie van God binnen te treden, moet men juist goed begrijpen dat de Heer vlees wordt dat honger heeft, dorst heeft, ziek is, gevangen zit. De armen staan centraal in de Kerk. De christelijke religie mag niet beperkt blijven tot de privésfeer. Elke kerkgemeenschap valt uiteen als zij zich niet creatief inzet en effectief samenwerkt om de armen een waardig leven te bieden en iedereen te integreren. In werkelijkheid is de ergste discriminatie waaronder de armen lijden het gebrek aan spirituele aandacht. (DT 103-114)

Het is goed om nog stil te staan bij de aalmoes, die vandaag de dag ook onder gelovigen geen goede naam heeft, zelden wordt beoefend en soms zelfs veracht. De belangrijkste hulp voor een arme is hem aan een goede baan helpen, zodat hij een waardig leven kan leiden. Echter als deze concrete mogelijkheid nog niet bestaat, mogen we iemand niet aan zijn lot overlaten. En dus blijft de aalmoes een noodzakelijk moment van contact, van ontmoeting en van inleven in de situatie van anderen. We worden uitgenodigd even stil te staan en de arme in de ogen te kijken, hem aan te raken en iets van onszelf met hem te delen. Het zal ons hart raken ook al lost het de armoede in de wereld niet op. (DT 115-119)

Christelijke liefde overwint alle barrières, brengt verre mensen dichterbij, brengt vreemden samen, maakt vijanden tot vrienden, dringt door tot in de meest verborgen krochten van de samenleving. Christelijke liefde is van nature profetisch, verricht wonderen, kent geen grenzen: zij doet het onmogelijke gebeuren. Liefde is bovenal een manier om het leven te begrijpen en te leven. De Kerk die de wereld vandaag nodig heeft, is een Kerk die alleen mannen en vrouwen kent om lief te hebben. Zowel door uw werk en inzet om onrechtvaardige sociale structuren te veranderen, als door die eenvoudige, zeer persoonlijke en nabije daad van hulp, kan iedere arme voelen dat de woorden van Jezus voor hem bedoeld zijn: “Ik heb u liefgehad” (Apk 3,9). (DT 120-121)

De complete tekst van de exhortatie staat op:
https://rkdocumenten.nl/toondocument/9671-dilexi-te-nl
Voorlopig is dit nog een werkvertaling. Uiteindelijk verschijnt hier de geautoriseerde vertaling.
De tekst is ook in diverse talen te vinden op:
https://www.vatican.va/content/leo-xiv/en/apost_exhortations.index.html