Spring naar inhoud

Water, een eerste levensbehoefte voor iedereen

De vrouw bij de put vraagt Jezus om levend water, zodat zij nooit meer dorst zal krijgen (Joh 4,15). Het gaat hier over water in de gewone betekenis van drinkwater en over water in de symbolische betekenis van genade en heil. Water is levengevend. Wij hebben water nodig voor ons lichamelijk bestaan en ook voor ons geestelijk leven.

In Nederland zijn wij meer bekend met de strijd tegen het water dan met een watertekort. Afgelopen zomer was in die zin duidelijk een uitzonderingssituatie. In de streek waar Jezus rondtrok, was en is dat nog steeds anders. Ook wereldwijd hebben velen met een watertekort te maken en is er steeds meer sprake van strijd om water. Meer dan een miljard mensen wonen in gebieden met waterschaarste. De eindige hoeveelheid zoet water is mogelijk een veel groter probleem dan het duurzaam opwekken van energie.

Met de in 2015 verschenen encycliek Laudato si’ roept paus Franciscus iedereen op “tot bescherming van ons gemeenschappelijke huis” en “te zoeken naar een duurzame en integrale ontwikkeling”. Alles hangt met elkaar samen. De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Haar bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.

De paus wijst erop dat het bovenal een verdelingsvraagstuk is: “Door alles te wijten aan de bevolkingsgroei in plaats van aan een extreem en selectief consumentisme door enkelen, weigert men de problemen onder ogen te zien.” Ondanks politici die beweren dat we onze huidige leefstijl kunnen voortzetten, zijn er ondertussen steeds meer mensen die denken zoals de paus, die pleit voor een holistische en allesomvattende visie. “Vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping zijn drie absoluut met elkaar verbonden thema’s.” Het gaat om een integrale ecologie. Het zelfgerichte consumentisme gaat ten koste van anderen en ten koste van de schepping. De paus roept op tot een ecologische spiritualiteit, “een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor het consumeren”. Soberheid maakt vrij.

De waterschaarste is een verdelingsprobleem. De hoeveelheid zoet water is beperkt. Per wereldburger is er ongeveer 2000 liter water beschikbaar. In Nederland gebruiken we nu gemiddeld het dubbele. Het overgrote deel daarvan is onzichtbaar. Het gaat de productie van voedsel en vooral naar de productie van dierlijke producten. Ook de productie van elektriciteit met fossiele brandstoffen kost veel water en elektriciteit is nodig voor vrijwel alle producten die wij kopen. Willen we ons watergebruik werkelijk halveren dan is soberheid de aangewezen weg.

 

In februari 2019 gepubliceerd in Kerk aan de Vliet jaargang 3, nummer 1.

Zie ook: De mens is geen plaag

Advertenties

Leerling zijn; Jr 17,5-8; Lc 6,17.20-26

Vandaag horen we de zaligsprekingen zoals Lucas ze heeft beschreven. Deze versie van Lucas is minder bekend dan die van Matteüs. De versie van Matteüs wordt veel vaker aangehaald en klinkt ons daardoor ook bekender in de oren. Lucas en Matteüs geven ongetwijfeld beiden een getrouw beeld van deze gebeurtenis en van de woorden van Jezus, maar de beide evangelisten leggen wel verschillende accenten.

In beide gevallen is er sprake van een berg. De berg is de plaats van de Godsontmoeting. Jezus staat tijdens het uitspreken van zijn redevoering in directe relatie met zijn Vader. Wat Jezus ons te zeggen heeft, komt van God zelf. Bij Matteüs spreekt Jezus zijn leerlingen op de berg toe, terwijl Lucas Jezus en de leerlingen van de berg laat afdalen, zodat de menigte die zich op de vlakte verzameld heeft, het ook kan horen. Zo spreekt Jezus niet alleen tot zijn leerlingen, maar indirect tot iedereen.

Een opvallend verschil is dat Lucas de zaligsprekingen tot vier beperkt en dat hij ze aanvult met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken een op een tegenover de zaligsprekingen. In zijn brief ‘Verheugt u en juicht’ noemt paus Franciscus de zaligsprekingen de identiteit van de christen. Hij citeert daarbij de versie van Matteüs. Door de tegenstelling die Lucas creëert met het tegenover elkaar plaatsen van de zaligsprekingen en de wee-uitspraken, kun deze versie van het verhaal typeren als de keuze van de christen. Kies je als leerling van Jezus de ene of de andere weg in je leven. Terwijl Matteüs de nadruk op het resultaat legt, gaat bij Lucas de aandacht meer uit naar het proces. Bij Lucas gaat het om de vragen: hoe word ik een goede leerling van Jezus en welke keuzes heb ik daarbij te maken?

Jezus richt zich tot de leerlingen, maar ondertussen mag iedereen het horen. Leerling van Jezus zijn doe je niet in het geheim. Er zijn geen geheime regels. Het staat voor iedereen open. Het gedrag van de leerlingen dient ook als een voorbeeld voor de wereld.

Lucas vermeldt vier zaligsprekingen en vier wee-uitspraken. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. We kunnen deze tegenstellingen lezen als een troost voor de misdeelden. Daar waar het lijden groot is, is ook Gods reddingbrengende genade groot. Een mens in nood staat vaak ook meer open voor de Blijde Boodschap.

Een andere manier van lezen is het zien van de tegenstellingen als keuzemogelijkheden, de keuze tussen de ene of de andere manier van leven. Dit is ook wat we in de eerste lezing zien. De profeet Jeremia schetst de keuze van de mens heel beeldend: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt… Gezegend is hij de op de Heer vertrouwt…” Het is de keuze tussen onvruchtbaarheid en vruchtbaarheid, de keuze tussen dood en leven.

Leerling zijn van Jezus vraagt om durf en om moed. Het vraagt om afzien en het vraagt om geduld. Het vraagt te kiezen voor zaken die er werkelijk toe doen, te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan en daarvan te getuigen zodat ook anderen deze keuze kunnen maken. Leerling van Jezus zijn betekent dat je beseft dat je van Hem afhankelijk bent, dat je het geluk niet op eigen kracht bereikt. Het betekent dat al het goede je gegeven wordt en dat het geen eigen prestatie is. Het geluk is niet te koop. Je krijgt het werkelijk cadeau.

Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is hij die het aandurft pijn te lijden. Zalig is hij die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is hij die tegen de stroom in durft te gaan.

Als wij in staat zijn te ontvangen, kunnen we ook geven. De liefde en genade die ons geschonken wordt, kunnen we delen met iedereen. Door leerling van Jezus te worden, worden we ook zijn navolgers. En als navolgers gaan we ook van Hem getuigen, getuigen in woord en in daad. Van leerlingen worden we navolgers en verkondigers. Amen.

Liefde en genade zijn; 1 Kor 12,31-13,13; Lc 4 21-30

Afgelopen vrijdag zag ik op Facebook een cartoon die mij aansprak. Het is een afbeelding van een groepje mensen die allemaal een Bijbel in hun hand hebben. Tegenover hen staat Jezus. Jezus zegt tegen hen: “Het verschil tussen mij en jullie is dat jullie de Bijbel gebruiken om te bepalen wat liefde betekent, terwijl ik de liefde gebruik om te bepalen wat de Bijbel betekent.” Zo’n cartoon kun je natuurlijk op allerlei manieren interpreteren. Een mogelijke interpretatie die bij mij opkwam, is dat het niet gaat om de letter om de geest van de wet.

Waar ik vandaag echter bij stil wil staan, is de rol van de liefde, de betekenis van de liefde in ons christelijk leven. Op basis van de cartoon kan de volgende vraag gesteld worden. Moeten we uit de Bijbel leren wat liefde is of is de liefde aangeboren? Uit de cartoon kunnen we concluderen dat liefde aangeboren is. Je hebt de Bijbel niet nodig om te weten wat liefde is. Je hebt de liefde al en juist daardoor kun je de Bijbel lezen en begrijpen.

God is liefde en wij zijn naar zijn beeld geschapen. De liefde is ons aangeboren. Het is een van de talenten die ons gegeven zijn. Paulus heeft het in zijn brief over de gave van de liefde. De ons gegeven talenten en gaven moeten wij zelf verder ontwikkelen. We moeten ze vruchtbaar maken in ons leven en gebruiken om anderen gelukkig te maken. Paulus helpt ons daarbij door uit te leggen hoe liefde zich uit en wat liefde allemaal kan doen. Liefde is aangeboren, maar het gaat nog verder dan dat alleen. Liefde wordt ons ook telkens weer opnieuw gegeven. Gods liefde voor ons is overvloedig en eindeloos, en zij is er telkens opnieuw.

We moeten nog even terug naar vorige week zondag. Toen hoorden we Jezus voorlezen uit de profeet Jesaja: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” Jezus betrekt deze tekst op zichzelf. Hijzelf is degene waarover de profeet Jesaja spreekt. “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.” Om genade en liefde te brengen, is Jezus gezalfd en gezonden. Met de zalving met de Gods Geest heeft Hij genade en liefde ontvangen. Zo is Hij toegerust om zijn opdracht uit te kunnen voeren.

Wij zijn met ons Doopsel en Vormsel gezalfd. Wij zijn op dezelfde wijze als Jezus gezalfd om gezonden te worden. De liefde en de genade die wij van God ontvangen door de sacramenten, maken ons gelijkvormig aan Jezus Christus. Ook wij zijn in staat de Blijde Boodschap met liefde te verkondigen. Zo kunnen ook wij de mensen om ons heen Gods genade laten ervaren.

In plaats van God, zelf brenger van liefde en genade zijn, dat ging de bewoners van Nazaret te ver. Zij waren trots op hun stadsgenoot omdat Hij een goede leraar was. Hij kon goed uitleggen wat er zoal in de Bijbel staat over liefde en genade. Maar zelf een bron van liefde en genade zijn, dat is toch even iets anders. Dan krijg je reacties als ‘doe even normaal, zoon van Josef’ en ‘bemoei je met jezelf’.

Vertellen over wat de Bijbel over liefde en genade te zeggen heeft, is een veilige manier van doen. Het is veilig voor de spreker en het is veilig voor de luisteraar. Je kunt er een goed gesprek over hebben. Je kunt ook ernstig van mening verschillen zonder dat dat de sfeer bederft. Uiteindelijk heb je het over iets dat buiten je staat. Zelf sta niet ter discussie. Dat wordt anders als je zelf een bron van liefde en genade wordt. Dan ben je zelf in het geding. Dan ben je er met heel je wezen bij betrokken. Paulus laat ons zien wat het met je doet, als je de liefde hebt.

Maar dit geldt ook voor degene tot wie jij je richt. Nu is het geen vrijblijvend gesprek meer. Nu zit je elkaar dicht op de huid. Nu wordt de ander aangesproken door iemand die werkelijk om hem geeft. Ook de luisteraar, degene die aangesproken wordt, is nu een betrokkene die iets moet doen. Nu is het niet langer een verstandelijk gesprek. Nu is naast het hoofd ook het hart in het geding. Beide partijen zijn er nu met heel hun wezen bij betrokken en dat maakt de situatie een stuk heftiger en ook emotioneler.

De bewoners van Nazaret werden boos. Dat kan ons ook overkomen. Liefde uitstralen kan als tamelijk irritant worden ervaren. Maar de reactie kan natuurlijk ook positief zijn. Hoe vaak wordt liefde niet met liefde beantwoordt. In dat geval is er een wereld gewonnen, want dan kun je het werkelijk hebben over de Blijde Boodschap en over wat Jezus en God voor je betekenen. Wij allen zijn gezalfd om de Blijde Boodschap met liefde te verkondigen. Wij staan daar niet alleen voor. Jezus heeft ons gezegd dat Hij altijd bij ons zal zijn en dat zijn Geest onze Helper is.

Jezus vertelde niet alleen over liefde en genade. Hij is liefde en genade en Hij vraagt ook ons om liefde en genade te zijn. Amen.

Recht voor ogen; Dt 16,10-20; Lc 4,14-21

Het thema van deze viering is: ‘recht voor ogen’. Het mooie van zo’n thema is, dat het altijd verschillende associaties oproept. Afhankelijk van je eigen positie, van je eigen standpunten en ideeën geef je er een eigen betekenis aan. Al die verschillende betekenissen mogen er zijn. Juist in geloofszaken is het vaak beter de verschillende interpretaties naast elkaar te laten staan, dan elkaar te tent uit vechten om het eigen gelijk. De christenen van Indonesië hebben niet alleen het thema vastgesteld, ze hebben er ook – in hun ogen passende – lezingen bij gezocht. De twee lezingen van vandaag werpen een bepaald licht op het thema ‘recht voor ogen’.

Jezus begint zijn optreden in de synagoge met een tekst uit de profeet Jesaja te lezen: “De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.” Jezus betrekt deze tekst op zichzelf. Hijzelf is degene waarover de profeet Jesaja spreekt. ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ Met deze tekst geeft Jezus aan, waartoe Hij gezonden is, met welke missie Hij er op uit gestuurd is. In moderne managementtaal kun je zeggen dat dit zijn mission statement is. Het motto voor zijn optreden hier op aarde.

Hij is gekomen om het goede nieuws, de Blijde Boodschap te brengen: Hij verkondigt de bevrijding die God bewerkt. Hij is gekomen om recht te doen aan de zwakkeren en de verdrukten. Jezus presenteert zichzelf als een profeet. Met deze tekst maakt Hij kort en krachtig duidelijk wat Hij zijn hele leven zal doen. Hij is gezonden “Om aan armen het goede nieuws te brengen, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”

Ook in de tekst uit het boek Deuteronomium gaat het vooral om het recht doen aan de zwaksten in de samenleving. In eerste instantie zien we hier een merkwaardige verzameling onderwerpen. Het gaat over feesten en over rechtspraak. Twee onderwerpen die wij niet direct met elkaar in verband brengen. Dit is overigens kenmerkend voor het hele boek. De schrijver laat Mozes redevoeringen houden waarin hij uiteenzet op welke wijze het volk Israël moet leven om in het beloofde land vrij te zijn van onderdrukking en van slavernij. De tekst van vandaag sluit af met: “Zoek het recht en niets dan het recht. Dan zult u in leven blijven en mag u het land dat de Heer, uw God u zal geven, in bezit nemen.” Mozes lijkt in onze ogen van de hak op de tak te springen. Er is weinig logica in de volgorde van de onderwerpen te vinden. Voor ons geeft dat een rommelige indruk, maar was dat ook zo voor het volk Israël? Blijkbaar hadden de christenen uit Indonesië er geen last van.

Laten we op een andere manier naar de tekst kijken en er van uit gaan dat de twee onderwerpen met elkaar te maken hebben. Dan heeft de slotopmerking “Zoek het recht en niets dan het recht” ook met de tekst over de feesten te maken. Bij aandachtig lezen komen we er ook achter dat er bij de feesten veel meer over rechten wordt gesproken dan in het tweede gedeelte.

Net als bij Jezus gaat het hier over de rechten van de zwaksten in de samenleving: de kinderen, de slaven, de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Het is hun recht deel te nemen aan de feesten want zij maken deel uit van de gemeenschap. Zij mogen niet buiten gesloten worden. Het is de opdracht van hen die het beter hebben, hier vrijwillig en naar draagkracht voor te zorgen. Zij moeten recht doen aan de zwakkeren binnen de gemeenschap. Het recht van de sterkste is niet met geld en met macht de rechtspraak naar zijn hand te zetten. Het recht van de sterkste is dat hij mag zorgen voor zijn naaste.

In onze cultuur spreken we vooral over mijn rechten, waar heb ik recht op en hoe kom ik tot mijn recht. Dat is niet de taal van de Bijbel. In de Bijbel gaat het niet om mijn recht, maar om het recht van de medemens. Hoe kan ik een naaste zijn voor mijn medemens. Hoe kan ik hem recht doen.

In het boek Deuteronomium wordt het volk van Israël aan hun verblijf in Egypte herinnert: “Bedenk dat u zelf in Egypte slaaf bent geweest.” Met andere woorden je bevoorrechte situatie is niet vanzelfsprekend, mogelijk ben je binnenkort zelf afhankelijk van de steun van anderen. Ook wordt er gedacht in termen van straffen en belonen: “Zoek het recht en niets dan het recht. Dan zult u in leven blijven en mag u het land dat de Heer, uw God u zal geven, in bezit nemen.”

Daarnaast staat de gemeenschap centraal. Het gaat niet om de individuele mens. Het gaat om het geheel. De apostel Paulus heeft het idee gemeenschap en eenheid duidelijk gemaakt met het beeld van het lichaam en de verschillende ledematen. Ook gebruik hij beeld van het lichaam van Christus, waarvan wij de ledematen zijn. Hiermee brengt hij de zorg voor onze medemensen op een hoger plan. Het gaat niet meer straffen en belonen. En het gaat er ook niet om dat het je zelf kan overkomen. Paulus leert ons dat wanneer één lid van de gemeenschap lijdt, de hele gemeenschap lijdt. Hij schrijft: “Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.” (1 Kor 12,26) Paulus leert ons wat barmhartigheid werkelijk is. Hoe barmhartigheid nog verder reikt dan gerechtigheid.

Wij christenen mogen ons deel van het lichaam van Christus noemen. In die zin vormen wij een eenheid in verscheidenheid. Wij allen zijn met Christus verbonden en daardoor met elkaar verbonden. Daarmee mogen we ons echter niet afzonderen van de rest van de wereld. Alle mensen zijn in en door Christus geschapen. Alle mensen zijn kinderen van God. Alle mensen zijn elkaars broeders en zusters. Deuteronomium maakt dit duidelijk door ook de vreemdelingen te noemen. Het gaat niet om eigen volk eerst. Van ons wordt gevraagd een naaste te zijn voor alle mensen en aan alle mensen recht te doen. ‘Recht voor ogen’ is voor ons christenen de opdracht het geluk van onze medemensen na te streven. Amen.

Feest in Kana; Js 62,1-5; Joh 2,1-12

Met de bruiloft van Kana begint in het Evangelie volgens Johannes het openbare leven van Jezus. Daarvoor heeft Hij zich door Johannes de Doper laten dopen en heeft Hij een aantal mannen gevraagd Hem te volgen. Nu bezoekt Hij met zijn leerlingen een bruiloft. Zijn moeder is er ook. Mogelijk was het bruidspaar familie. Kana ligt op een afstand van dertien kilometer van Nazareth. Maria voelt zich duidelijk betrokken bij de gang van zaken.

Met het feest van Driekoningen, het feest van de Openbaring des Heren hebben we Jezus leren kennen als een koningszoon. De wijzen zochten de pasgeboren koning en kwamen Hem hulde brengen. Vorige week vierden we de Doop van de Heer. Hier werd duidelijk dat Jezus de welbeminde Zoon van God is. Vandaag is vieren we het derde moment van openbaring. Driekoningen, de Doop van de Heer en de bruiloft van Kana zijn drie momenten van openbaring die samen een geheel vormen.

Even een weetje. Op de huiszegen die u op Driekoningen is aangereikt, staan drie letters: de C, de M en de B. Deze letters staan voor de namen van de drie koningen, Caspar, Melchior en Balthasar. Ze staan ook voor de zegentekst Christus Mansionem Benedicat, Christus zegene dit huis. Er is nog een derde betekenis die staat voor de openbaring: de C van Cana, de M van Magi en de B van Baptisma, Kana, Wijzen en Doop. De huiszegen doet dus ook denken aan het totaal van de openbaring.

De bruiloft van Kana, het derde moment van openbaring heeft een geheel eigen karakter. Ondergaat Jezus de eerste twee min of meer passief. Nu is Hij actief. In Kana openbaart Hij zichzelf en laat Hij zien wie Hij is. Hij laat zien waarvoor Hij mens geworden is. Hij laat ons zien wie God voor ons is. Hier zien we hoe Jezus deelneemt aan het leven van gewone mensen, aan het leven van de gemeenschap waar ook Hij deel van uit maakt. Anders dan Johannes de Doper trekt Jezus zich niet terug uit de maatschappij. Hij staat midden in het gewone leven. Hij is lid van de gemeenschap. Hij deelt in de vreugde en het verdriet van de mensen en dus gaat Hij naar een bruiloftsfeest waarvoor Hij uitgenodigd is.

Jesaja maakt duidelijk dat de liefde tussen man en vrouw ook symbool staat voor de liefde van God voor de mensen. “Zoals een jongen zijn meisje trouwt, zal Hij die u opbouwt, u trouwen; en zoals een bruidegom zicht verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u.”

Wijn is een symbool van vreugde. Wijn wordt er geschonken als het feest is. Anders dan in onze afgemeten en vaak zuinige cultuur hoort in de meeste culturen bij een feest niet alleen wijn maar ook overvloed. Jezus laat hier zien dat God in het geheel niet zuinig en afgemeten is. Wat dacht u van zeshonderd liter wijn, terwijl de gasten blijkbaar al het nodige gedronken hadden. Het lijkt mij niet dat ze die hoeveelheid wijn die dag nog opgedronken hebben. Jezus laat hier zien dat Gods liefde voor ons overvloedig is en geen grenzen kent. Gods liefde en genade zijn mateloos. Zoals Jesaja schrijft ze zijn zo overdadig dat zij ons geheel omvormen. Wij zijn niet meer de Verlatene. Door Gods liefde voor ons worden wij zijn Welbehagen. God is voortdurend op zoek naar het geluk van de mensen. Voortdurend staat Hij voor ons klaar met zijn liefde en genade.

Jezus laat ons vandaag zien dat we hoe dan ook het beste nog te goed hebben. De beste wijn heeft Hij voor het laatst bewaard. Het beste deel van ons leven ligt altijd nog voor ons. Als wij ons leven werkelijk in de hand van de Heer leggen, dan worden ook wij – met de woorden van Jesaja – gekroond met een flonkerende kroon en een koninklijke diadeem. Pas aan het einde bereiken wij de volheid van het leven. Pas aan het einde bereiken wij onze bestemming.

Tenslotte is er ook een overeenkomst tussen de drie momenten van openbaring. De openbaringen zijn geen grootse gebeurtenissen. Telkens is het een klein clubje mensen die er getuige van zijn. De Wijzen uit het oosten, de omstanders bij de Doop in de Jordaan en vandaag zijn het eigenlijk alleen Maria en de leerlingen die werkelijk doorhebben wat er gebeurd. Openbaring vraagt niet om een grootscheepse campagne om vele mensen in een korte tijd te overtuigen. Openbaring is niet een kwestie van argumenten. Openbaring is het ondergaan van een ervaring. Openbaring heeft te maken met relaties tussen mensen.

Maria had dit moment van openbaring toen de engel Gabriël haar bezocht met de boodschap dat zij de moeder van Gods Zoon zou worden. Die gebeurtenis geeft haar het vertrouwen in Jezus. Vandaag zien we dat terug in haar optreden als het bruiloftsfeest in het water dreigt te vallen. De leerlingen hadden Jezus net leren kennen. Dit eerste wonderteken van Jezus heeft voor hen een enorme betekenis. Johannes schrijft: “En zijn leerlingen geloofden in Hem.”

Als wij op onze beurt ons geloof willen doorgeven, zullen ook wij ons vooral moeten richten op kleinschaligheid, op het spreken van mensen van mens tot mens en van hart tot hart. Zo kunnen wij ook zelf bronnen van openbaring zijn. Amen.

Openbaring van de kennis van het geheim; Ef 3,2-3a.5-6; Mt 2,1-12

“Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde.” Matteüs vertelt het verhaal van de wijzen uit het oosten tamelijk zakelijk. Hij geeft een feitelijk verslag zonder veel uitleg. Matteüs schrijft vanuit de joodse denkwereld. Hij schrijft voor mensen die deze wereld kennen en eruit voortkomen. Met veel citaten uit het Oude Testament maakt hij duidelijk wat de rol en wat het belang van Jezus is. Hier verwijst Matteüs uitdrukkelijk naar de Micha: “En gij Betlehem, landstreek van Juda, gij zijt volstrekt niet de geringste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman te voorschijn treden, die herder zal zijn over mijn volk Israël.” Als we dit verhaal lezen vanuit het Oude Testament is het niet langer een zakelijke opsomming van feiten maar wordt het tot een duidelijke boodschap: dit Kind is niet zomaar een kind, dit Kind is de lang verwachte Messias.

Paulus schrijft voor een geheel ander publiek. De christenen van Efeze hebben verschillende achtergronden. Er zijn er die uit het jodendom voortkomen en ook die eerder heiden waren. Deze laatste groep kende het Oude Testament niet, Dit in tegenstelling met de christenen uit het jodendom. Voor Paulus is het belangrijk de mensen te laten weten dat Christus ook voor de heidenen is gekomen: “dat de heidenen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het Evangelie.” Paulus maakt ons duidelijk dat deze laatste groep geen tweederangsburgers zijn. Zij horen er helemaal bij: zij zijn mede-erfgenamen, medeleden en mededeelgenoten van de belofte.

Dat is wat wij vandaag vieren: Christus is gekomen voor alle mensen. Hij is gekomen om iedereen te verlossen, iedereen gelukkig te maken en iedereen vreugde te brengen.

Paulus schrijft over de openbaring van de kennis van het geheim. De openbaring van de kennis van het geheim: drie woorden die nadere beschouwing nodig hebben. Openbaring, kennis en geheim: het zijn woorden die alle drie verschillende betekenissen hebben. In ons normale taalgebruik is een geheim of een mysterie iets wat de een wel weet en de ander niet. Dat is niet wat Paulus bedoelt. Bij hem gaat het over een geheim, een mysterie dat we zowel niet als wel kennen. Een geloofsgeheim blijft iets dat wij niet met ons verstand kunnen doorgronden. We kunnen het niet op een rationele wetenschappelijke manier verklaren. In die zin kunnen we het geloofsgeheim niet begrijpen, niet kennen. Van de andere kant kunnen we wel kennis van een geloofsgeheim hebben.

We hebben onze menselijke ervaring. Dat is niet alleen iets van het verstand. Het heeft te maken met heel ons wezen. Hart en hoofd komen er in samen. Wij zijn in staat een geloofsgeheim te ervaren. Zoals we liefde ervaren, zo kunnen we ook de aanwezigheid van God in ons leven ervaren. Op die wijze hebben we kennis van God en van zijn bedoelingen. Er zijn weinig mensen die niet weten wat liefde is en toch staan de meesten van ons met de mond vol tanden als we moeten vertellen wat liefde precies is. Meestal komen we niet verder dan wat liefde voor ons betekent. Zo is het ook met geloofsgeheimen: je kunt erover spreken en er het nodige over vertellen, maar je dringt nooit echt tot de kern door.

Dat is ook waar het met het woord openbaring omgaat. Openbaring is geen wetenschappelijk verhaal. Het is geen krantenbericht waarin alles eens goed uit de doeken wordt gedaan en de waarheid wordt blootgelegd. Openbaring heeft te maken met onze menselijke ervaring. Ons wordt iets geopenbaard als we ervaren wat het voor ons betekent. De leerlingen van Jezus hebben samen met Hem geleefd. Op die wijze hebben zij ervaren dat God in Hem aanwezig is. Zo hebben zij ervaren hoe het is te leven volgens Gods bedoelingen. In Jezus hebben zij Gods liefde voor alle mensen ervaren. Bij Johannes was dit zo sterk dat hij concludeerde: God is liefde.

Paulus schrijft dat wij door het Evangelie deelgenoten van de belofte zijn. Het Evangelie is het geheel van ervaringen van de leerlingen. Wij kunnen ons deze ervaringen eigen maken door te luisteren naar de lezingen of zelf in de Bijbel te lezen. We kunnen ook kennis nemen van wat het Evangelie voor anderen betekent. Tenslotte noemt Paulus de heilige Geest. De heilige Geest speelt een grote rol in de openbaring. Hij zorgt ervoor dat onze menselijke ervaringen openbaringen worden. Hij doet ons verstaan wat er gezegd wordt. Hij doet ons het geheim kennen.

Met de hulp van de heilige Geest mogen ook wij zelf bronnen van openbaring zijn. Mensen mogen aan ons ervaren wat God voor ons betekent. Op die manier kunnen zij weten wat God voor hen kan betekenen. Als wij de door Christus geopenbaarde liefde zichtbaar maken getuigen wij net als de wijzen van ons geloof. Dan betuigen ook wij de mensgeworden Zoon van God onze hulde. Dan zijn wij op onze beurt een bron van openbaring.

In wens u allen een zalig Nieuwjaar, een jaar van liefde en geloof. Amen.

Zalig Kerstfeest; Heb 1,1-6; Joh 1,1-18

Christenen wensen elkaar op deze dag een zalig, een gelukkig of een gezegend Kerstfeest. Als kind leerde ik welke mensen ik een zalig en welke een gelukkig Kerstfeest moest wensen. In de tijd van de verzuiling was dat zeker niet onbelangrijk. Protestanten en katholieken gebruiken verschillende woorden. Ondertussen heb ik geleerd dat de woorden zalig, gelukkig en gezegend synoniemen van elkaar zijn. Ze betekenen alle drie hetzelfde. Het is slechts een kwestie van wat gebruikelijk is.

Tegenwoordig hebben we te maken met geheel andere verschillen. Naast de christenen die elkaar een zalig, gelukkig of een gezegend Kerstfeest wensen, zijn er velen die elkaar prettige feestdagen wensen. Dit verschil is niet alleen een kwestie van een verschillende gewoonte. Nu hebben we te maken met werkelijk verschillende betekenissen. Gelukkig en prettig is bepaald niet hetzelfde. Ze kunnen heel goed samengaan, maar je kunt ook gelukkig zijn zonder dat de situatie prettig is en ook onder prettige omstandigheden kun je ongelukkig zijn.

Jezus maakt dit duidelijk met de zaligsprekingen, die we vinden aan het begin van de Bergrede. Hier maakt Hij duidelijk waarvoor Hij mens geworden is en wat het betekent dat Hij als het ware Licht in onze wereld is gekomen. De mensen die Jezus zalig of gelukkig noemt, leven niet direct een prettig of aangenaam leven. Zij hebben te maken met strijd: strijd voor waarheid, vrede en rechtvaardigheid. Zij gaan de weg van barmhartigheid en zachtmoedigheid.

In april van dit jaar verscheen er een brief van paus Franciscus: Verheugt u en juicht. Met deze brief roept de paus ons op onze roeping tot heiligheid te volgen. De vreugde die het volgen van deze roeping brengt, is voor ieder van ons bedoelt. Iedere gelovige wordt geroepen tot heiligheid. Dat vraagt geen speciale geloften, kwalificaties of diploma’s. Het gaat om het leven van alledag, om het goed doen van de gewone dingen. Iedereen is geroepen zijn leven op zijn eigen wijze goed te leven. Het gaat om het vinden van het geluk in het bijzondere van het gewone. De paus ziet de zaligsprekingen als de weg voor de christen, als de weg van heiliging. Hij schrijft: De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen. (63) “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” (64)

Het is een weg die tegen de stroom in gaat. De paus benoemt de gevaren van deze tijd en de verleidingen waaraan wij blootstaan. De weg van Jezus volgen, het pad van de heiligheid gaan, betekent dat je je niet laat verleiden en dat je anders durft te zijn. De weg van de heiliging, de weg van een gelukkig leven is duidelijk iets anders dan een prettig en comfortabel leven. Het gaat ook niet om een goede gezondheid en een lang leven. Dat zijn aangename zaken, maar zij zorgen niet voor het echte geluk. God wil dat wij mensen – zijn kinderen – echt gelukkig zijn. Daarvoor is Jezus, Gods Zoon mens geworden. Jezus laat ons zien dat wij het geluk vinden in de liefde voor God en voor elkaar. Hij heeft ons die liefde voorgeleefd en roept ons op zijn voorbeeld te volgen. Hij heeft ons zijn Geest gegeven om ons daarbij te helpen.

Wat maakt ons werkelijk gelukkig. Waar vinden we het licht. Vaak is het vooral duisternis wat we zien. De wereld is vol oorlog en geweld. Hebzucht en eigenbelang bepalen in grote mate ons leven. Ook wij zelf zijn niet vrij van gerichtheid op ons zelf. Ons geluk en onze vreugde ligt niet in de zelfgenoegzaamheid. Zij liggen niet in onze onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. Juist in verbondenheid met elkaar komen wij tot ontplooiing. Binnen de gemeenschap worden wij werkelijk mens. Binnen de gemeenschap, in de relatie tussen mensen is Jezus aanwezig. Daar is zijn Geest werkzaam: de Geest van liefde en gemeenschap. Hij versterkt onze liefde voor elkaar. Hij maakt die liefde vruchtbaar. Hij vervult onze harten met echte vreugde.

Het lukt ons niet op eigen houtje de duisternis verjagen. Het licht moet ons aangereikt worden. Geluk, liefde en vrede zijn gaven die alleen God ons kan geven. Gods Zoon is mens geworden zoals wij. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Jezus nodigt ons uit te worden zoals Hij, te leven zoals Hij ons heeft voorgeleefd. Dan wordt Hij ook in ons geboren: dan leeft Hij in ons en leven wij in Hem. Dan zijn wij mede-erfgenamen van al wat bestaat, van alle liefde en geluk. Dan stralen wij zelf het licht uit dat de duisternis verjaagt. Als wij onze harten openen voor God en voor onze medemens, treden wij in de voetsporen van Jezus, dan volgen wij de weg van heiligheid, dan wordt ons Kerstfeest werkelijk zalig, gelukkig en gezegend.

Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.