Skip to content

Bereidt de weg van de Heer; Js 40,1-5.9-11; Mc 1,1-8

Direct aan het begin van het Evangelie roept Marcus ons op om ons voor te bereiden op de komst van de Heer. Hij citeert daarbij de profeet Jesaja: “Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Meer dan een citaat is het een samenvatting van de eerste lezing van vandaag.

Het is Advent; we bereiden ons voor op Kerstmis. Dan doen we in praktische zin. In onze kerken wordt er hard gewerkt om alles op orde te krijgen. De kerk moet versierd worden. De kerststal moet opgesteld worden. De vele vieringen worden voorbereid. De koren zijn flink aan het oefenen. Zo gebeurt er van alles om er een mooi Kerstfeest van te maken. Ook thuis zijn we op dezelfde manier bezig: het huis in kerstsfeer brengen, het kerststalletje van zolder halen, een kerstboom kopen, afspraken maken met familie en vrienden, een kerstdiner voorbereiden, et cetera. Dit alles is onderdeel van het bereiden van de weg van de Heer. Maar ik twijfel er sterk aan of Marcus en Jesaja hieraan dachten toen zij deze woorden opschreven.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Wat betekenen deze woorden meer dan de hiervoor genoemde praktische zaken? Wat betekenen ze voor ons persoonlijk leven en wat betekenen ze voor ons leven in gemeenschap?

Zo op het eerste gezicht leven we in een goed georganiseerd land. We hebben overal regels voor. Niet alleen is het land hier aan de Noordzee keurig vlak en aangeharkt; ook onze maatschappij roept dat beeld op. Jesaja schrijft: “Elk dal moet gevuld, elke berg en heuvel moet geslecht worden, alle oneffenheden moeten vlak, de rotsmassa’s een vallei worden.” Hierbij heeft hij het echt niet over het egaliseren van het land Israël. Deze woorden zijn figuurlijk bedoeld en zijn ook aan ons gericht. Als het land vlak moet zijn, de wegen effen, dan is de vraag aan de orde hoe staat het met de liefde en de vrede, met de gerechtigheid en de waarheid onder ons mensen? Heeft in onze maatschappij werkelijk iedereen gelijke kansen? Worden alle mensen met even veel respect behandeld? Hoe gedragen wij ons als Nederland ten opzichte van andere landen? Hoe gaat onze maatschappij om met de schepping?

Dat zijn vragen die de gemeenschap aangaan. Daarnaast gaan ze ook ons persoonlijk aan. Hoe gedragen wij ons als mens ten opzichte van andere mensen? Welke bergen moeten er nog geslecht worden? Hoe zit het met onze bergen van maakbaarheidsdenken, bergen van hoogmoed en eigendunk, bergen van ingebeelde onafhankelijkheid en zelfredzaamheid. Wij hebben een ander toch niet nodig. Wij kunnen het toch allemaal zelf. Dit zijn de bergen van alle tijden die telkens weer geslecht moeten worden. Maar in onze tijd van grote technologische vooruitgang zijn ze mogelijk nog vele malen hoger dan in de tijden van Jesaja en Marcus. Door de technologische ontwikkelingen hebben we grip gekregen op allerlei zaken die ons leven bedreigen. We hebben flinke dijken gebouwd om het water tegen te houden. We hebben allerlei medicijnen ontwikkeld tegen bedreigende ziekten. We zijn ons nauwelijks meer bewust van onze eigen nietigheid.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Wij zitten niet slechts passief te wachten op de komst van de Heer. Het is een actieve passiviteit. We moeten aan het werk om de bergen te slechten, de bergen van hoogmoed en eigendunk. We moeten werken aan het egaliseren van het land en komen tot liefde en vrede, tot gerechtigheid en waarheid onder de mensen. Wij kunnen de komst van de Heer niet bewerkstelligen. Dat hebben in het geheel niet in de hand. Ons past bescheidenheid. Wel moeten wij ons actief op zijn komst voorbereiden. Wij moeten ervoor zorgen dat we persoonlijk en gemeenschappelijk klaar staan voor de komst van de Heer. Wij moeten ervoor open staan en ontvankelijk zijn. Ook als we niet ontvankelijk zijn zal de Heer komen, maar we zullen het niet merken. Dan hebben we er zelf voor gezorgd dat onze ogen gesloten zijn. Dan gaat de glorie des Heren aan ons voorbij. Dan zullen we de luide stem niet horen.

Ontvankelijk zijn betekent ook tot inkeer komen, beseffen dat we tekort schieten en God nodig hebben. Hij zal ons vergeven en ons een nieuwe kans geven. Een weg banen naar het nieuwe leven, de nieuwe toekomst vraagt naast verlangen en hopen, geloven en vertrouwen om ontvankelijkheid en inkeer, om open staan voor God. Als wij deze weg gaan, geldt ook voor ons: “Troost, troost toch mijn Stad.” Amen.

Advertenties

Kerstmis en duurzaamheid

Wat hebben Kerstmis en duurzaamheid met elkaar te maken? U denkt hierbij mogelijk aan de wijze waarop we Kerstmis vieren. Hoe zit het met de milieuvriendelijkheid van de kerstboom? Hoe bereiden we een milieuvriendelijk kerstdiner? Hoe besteden we onze wintervakantie? Allemaal vragen die komende weken aan de orde zijn en die alles te maken hebben met Kerstmis en met duurzaamheid.

Toch wou ik het over iets anders hebben, over de geboorte van Jezus Christus, over de menswording van God. Wat betekent dat voor de schepping? Wij zien de schepping als een kostbaar geschenk. De schepping is het werk van God. Hij heeft haar aan ons gegeven. Het gaat nog verder: ook wij zelf zijn schepping. Wij maken deel uit van de door God geschapen werkelijkheid. Hij heeft ons het leven gegeven. Dat alles heeft plaatsgevonden in een lange geschiedenis van miljarden jaren: van de oerknal tot op de dag van vandaag.

In die lange geschiedenis gebeurt er zo’n tweeduizend jaar geleden plotseling iets zeer opmerkelijks. Gods Zoon wordt mens. De Schepper wordt schepping. Zijn liefde voor het werk van zijn handen is zo groot dat Hij zich er concreet mee verbindt en er deel van wordt. Nu is de schepping niet meer alleen datgene wat Hij gemaakt heeft. Nu heeft Hij zich er onlosmakelijk mee verbonden. De Schepper is opgegaan in zijn schepping. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” (Joh 1,14)

In Jezus Christus wordt duidelijk hoe alles met elkaar verbonden is en alles met elkaar samenhangt. God wil de verbondenheid van alle schepselen met elkaar, want zij zijn allen in Christus met Hem verbonden. Het een kan niet zonder het andere. Alles, heel de schepping is bedoeld één harmonieus geheel te vormen. Paulus schrijft aan de Romeinen: “Ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods.” (Rom 8,21) Met de menswording van Jezus Christus is niet alleen de mens maar heel de schepping verlost en vervuld van goddelijke glorie en goddelijke genade.

Franciscus van Assisi bezingt met zijn Zonnelied de relatie tussen God en zijn schepping en de relatie van de schepselen met elkaar. Hij noemt de zon zijn broeder en de aarde zijn zuster en moeder. Franciscus weet zich innig verbonden met de schepping. Samen met alle schepselen, samen met heel de schepping looft en eert Franciscus zijn Schepper, de Allerhoogste.

Als paus Franciscus in Laudato si’ schrijft over de noodzaak van een ecologische bekering gaat het niet alleen over soberheid. De basis van deze bekering ligt juist in onze visie op de schepping. Kerstmis maakt ons duidelijk dat de schepping vervuld is met een overvloed aan liefde en genade.

Iedereen een gezegend en liefdevol Kerstfeest toegewenst.

Pier Tolsma, diaken

Ook verschenen op: http://www.kerkenmilieu.nl/

Christus Koning; Ez 34,11-12.15-17; Ps 23; Mt 25,31-46

In de eerste lezing zegt God ons dat Hij ons zal leiden als een herder. Hij ziet naar ons om, Hij brengt ons in veiligheid, Hij geeft ons rust en Hij zal ons recht doen. God laat ons mensen tot ons recht komen. Ditzelfde beeld van God als herder vinden we in Psalm 23. De titel herder was destijds in het Midden-Oosten een eretitel voor koningen en goden. In het Oude Testament wordt alleen God herder genoemd. Als de koningen van Israël in het Oude Testament herders worden genoemd, is dit omdat het slechte herders zijn. Alleen de Messias, de komende koning wordt in positieve zin herder genoemd.

Bij Ezechiël neemt God zelf het herderschap op zich. Hij gaat zelf voor zijn volk – de schapen – zorgen, want de leiders van het volk – de rammen en de bokken – denken alleen aan zichzelf. Zij verzaken het aan hun opgedragen herderschap. Zij komen niet op voor de zwakken en maken een potje van de gerechtigheid. De koning moet zijn volk als een herder dienen. Hij moet vrede, welvaart en geluk voor heel zijn volk brengen. Dit beeld van de koning als herder klinkt door in het Evangelie. Jezus zegt dat de Mensenzoon komt in zijn heerlijkheid. Hij is de Koning die plaats neemt op zijn troon van glorie. dan zal Hij de mensen in twee groepen scheiden. Hij zal ze scheiden zoals een herder scheiding maakt tussen schapen en bokken.

In veel toelichtingen op deze tekst heeft men het over de rechter die oordeelt. Echter in deze tekst komt het woord rechter niet voor. Nu is het wel zo dat de koning destijds ook de hoogste rechter was. Maar deze koning maakt onderscheid zoals een herder dat doet tussen schapen en bokken. Ik ben op het platteland opgegroeid. Voor mij is het zondermeer duidelijk, dat je voor onderscheid tussen schapen en bokken niet bij de rechter moet zijn. Je hebt ook niets aan een advocaat. Er valt hier niets te pleiten. Een schaap is een schaap en een bok is een bok. Kortom er is hier geen sprake van rechtspraak. De Koning zegt niet: Ik heb het eens allemaal op een rijtje gezet, je goede en slechte daden tegen elkaar afgewogen en kom tot het oordeel ‘jij bent geslaagd’ of ‘jij bent mislukt’. Nee, Hij zegt: Jij hebt iemand gelukkig gemaakt, dus ben je zelf ook gelukkig; treedt binnen in mijn Rijk.

Jezus Christus leert ons een nederig en dienend koningschap. Zijn koningschap is van een geheel andere orde dan we gewend zijn. Hij is niet gekomen om gediend te worden, Hij is gekomen om te dienen. Hij is koning van het rijk van liefde en geluk. Jezus noemt zichzelf de goede herder. Hij is onze herder en brengt ons redding en bevrijding, verzoening en vrede. Hem erkennen als onze koning houdt ook in dat wij Hem willen navolgen. Wij christenen zijn net als Jezus Christus gezalfden. Christus betekent Gezalfde. Met het Doopsel zijn wij gezalfd tot profeet, priester en koning.

Wij worden uitgenodigd te handelen als koningen door ons in dienst te stellen van anderen en niet ons eigen belang na te jagen. Wij worden uitgenodigd tot het verrichten van daden van liefde. Alleen een ander gelukkig maken, maakt onszelf gelukkig. Daarin zit uiteindelijk ook het oordeel. Dat is het onderscheid tussen de bokken en schapen. Jezus zegt dat er mensen zijn die vanuit de liefde leven, en mensen die dat weigeren te doen. Zij die vanuit de liefde leven, ontvangen liefde en geven liefde. Zij die niet vanuit de liefde leven, weigeren de liefde te ontvangen en geven ook geen liefde. Deze situatie zal aan het einde der tijden onveranderd blijven. Je zonden kunnen je worden vergeven, maar de keuze voor of tegen de liefde maakt iedereen zelf. Die keuze word je in vrijheid gegeven, die keuze word je niet opgedrongen.

In vrijheid leven vanuit de liefde doet ons zoals Jezus kijken met een zuivere blik en met een liefdevol hart. Daardoor zien we een mens in nood en niet een probleemgeval. Het is een mens zoals ik die honger en dorst heeft. Het is een mens zoals ik die vreemdeling, naakt, ziek of in de gevangenis is. Het is geen probleem, maar een mens die net als ik gelukkig wil zijn. Het is Jezus Christus zelf die lijdt in deze mens in nood. Met deze mens heeft Hij zich geïdentificeerd. De paus Franciscus schreef eind 2013 in Evangelii gaudium: “Het is nodig aandacht te schenken aan nieuwe vormen van armoede en kwetsbaarheid, waarin wij worden opgeroepen de lijdende Christus te herkennen, ook al brengt dit ons schijnbaar geen tastbaar en onmiddellijk voordeel: daklozen, verslaafden, vluchtelingen, inheemse volkeren, ouderen die steeds meer alleen en verlaten zijn enzovoort. De migranten gaan mij een bijzonder ter harte omdat ik herder ben van een Kerk zonder grenzen, die zich moeder van allen weet.” (EG 210) Amen.

Het is zo voorbij; 1 Tes 4,13-18; Mt 25,1-13

Waarom zo moeilijk doen over een beetje lampenolie? Kunnen die meisjes dat niet met elkaar delen? Dan zetten ze de lampen maar ietsje lager: zo erg is dat toch niet? Dan kunnen ze allemaal meedoen en allemaal deelnemen aan de bruiloft. Als enkele duizenden mensen honger hebben, zijn twee vissen en vijf broden voor Jezus genoeg om heel de menigte te voeden. En nu, nu doet Hij moeilijk over een beetje lampenolie. Zo kennen we Hem niet. Hij heeft ons toch geleerd alles met elkaar te delen en niets voor ons zelf alleen te houden. Wat is hier aan de hand?

De lezing van vandaag komt uit de redevoering van Jezus, waarin Hij vertelt, hoe het einde der tijden zich aan zal dienen. Wat gebeurt er dan allemaal en hoe zal de Mensenzoon terugkeren en hoe zal Hij oordelen. Vandaag gaat het over de domme en de verstandige bruidsmeisjes, volgende week horen we de gelijkenis van de talenten, en over twee weken – met Christus Koning – horen we het laatste deel: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven” et cetera… De tekst over het laatste oordeel. Juist in deze laatste tekst leert Jezus ons dat wij ons bezit moeten delen met de armen. Maar waarom wordt de lampenolie dan niet gedeeld?

Blijkbaar gaat deze gelijkenis niet over eerlijk delen, maar over iets anders, over iets wat je niet kunt delen. Je kunt je bezit met anderen delen, je kunt anderen je tijd en aandacht geven, je kunt zelfs je leven geven voor een ander. Maar je kunt niet jezelf delen, je kunt niet je eigen zijn delen met een ander. Altijd blijf je jezelf en dat geldt ook voor de ander: ook de ander blijft zichzelf, wat je ook voor hem doet. We kunnen niet voor elkaar geloven, niet voor elkaar hopen en niet voor elkaar liefhebben. Dat moeten we zelf doen. Iedereen moet zijn eigen leven leiden. Iedereen moet zijn eigen lamp brandend houden.

Jezus zegt ons: “Weest dus waakzaam want gij kent dag noch uur.” Voortdurend moeten we waakzaam zijn. We moeten op onze hoede zijn voor het kwaad. Maar misschien moeten we nog wel veel meer opletten het goede niet te missen. Maar al te gauw vinden we het normaal dat het ons goed gaat en vinden we dat we daar gewoon recht op hebben. Maar al te makkelijk zijn we helemaal in beslag genomen door onze dagelijkse beslommeringen, waardoor we geen oog meer hebben voor het goede en voor het geluk. Wees waakzaam: het is zo voorbij. Ons aardse bestaan is tijdelijk. Alles wat wij doen en beleven gebeurt in de tijd. Het heeft een begin en een einde, het goede zowel als het kwade. Dat vraagt om met aandacht te leven en om open te staan voor wat ons gebeurt. Het vraagt dat we ons beschermen tegen het kwade en dat we ontvankelijk zijn voor het goede.

Openstaan voor het goede is klaar staan voor de komst van de bruidegom. Als we gasten ontvangen zorgen we er ook voor dat ons huis op orde is en dat we klaar staan op het moment dat zij zich aandienen. Zo mogen we ook hoopvol uitkijken naar de komst van de Heer. De apostel Paulus is er in zijn brief heel duidelijk over. Wij zullen net als Christus verrijzen. Wij zullen voor altijd met Hem samen zijn. Met dat geloof kunnen wij hoopvol de toekomst tegemoet gaan. Dat geloof maakt ook dat wij ontvankelijk zijn voor dit goede dat ons ooit ten deel zal vallen.

Dit vertrouwen in de toekomst geeft ons ook steun ons aardse leven te leiden en ons ook hier op het goede te richten, het goede te doen en het goede te ontvangen. Zo houden wij onze lamp brandend. Daarin kunnen we ook elkaar tot steun zijn. Wij kunnen voor elkaar een voorbeeld zijn. Wij kunnen met elkaar in gesprek gaan en leren van elkanders ervaringen. Wij kunnen elkaar wijzen op wat er beter kan, want ook op die wijze hebben wij zorg voor elkaar en zijn we elkanders broeders en zusters. Als deel van een gemeenschap is het gemakkelijker je lamp brandend te houden dan in eenzaamheid. Ieder is voor zichzelf verantwoordelijk, maar we kunnen elkaar bemoedigen en versterken en zo ook verantwoordelijkheid voor elkaar dragen. Ook hierin geldt dat we waakzaam moeten zijn en er op het juiste moment moeten zijn. Voor alles geldt: het is zo voorbij. Weest dus waakzaam. Amen.

Liefde in waarheid; 1 Tes 2,7b-9.13; Mt 23,1-12

De lezingen van vandaag zijn zeer verschillend van toon. Paulus laat zich hier kennen als een zachtmoedig man, “als een moeder die haar kinderen voedt en koestert”. Jezus daarentegen haalt fel uit tegen de Farizeeën. Hij zegt waar het op staat. Hij confronteert de mensen met de waarheid. Liefde en waarheid lijken hier tegenover elkaar te staan. Liefde en waarheid: het zijn twee centrale begrippen in ons geloof. Het geloof zoekt en verkondigt de waarheid. De essentie van deze waarheid is de liefde: God is liefde.

Ook in ons dagelijks leven, ons leven van dag tot dag kost het ons vaak moeite deze twee begrippen, liefde en waarheid op de juiste wijze bij elkaar te brengen. Maar al te vaak vervallen we in het ene of het andere uiterste. Op het ene moment moet koste wat kost de waarheid gezegd worden en dan weer bedekken we alles met de mantel der liefde. Hoe vinden de goede middenweg? Hoe brengen we liefde en waarheid bij elkaar?

Acht jaar geleden schreef paus Benedictus de encycliek Caritas in veritate: Liefde in waarheid. Deze encycliek is een vervolg op een encycliek van nu bijna vijftig jaar geleden: de encycliek Populorum progressio van paus Paulus VI over de ontwikkeling van de volkeren. Ook Caritas in veritate gaat over de sociale leer van de Kerk: hoe richten wij onze wereldwijde samenleving op een goede manier in. In Caritas in veritate staan de begrippen liefde en waarheid centraal. De liefde is het hart van de sociale leer van de Kerk. Alles komt voort uit de liefde van God, alles wordt er door gevormd en alles is er op gericht: God is liefde.

Vormgeving van deze liefde vraagt om waarheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Zonder waarheid wordt liefde sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Liefde in waarheid vraagt naast liefdadigheid om gerechtigheid. De gerechtigheid is de maatstaaf voor het minimum. Je kunt niet iets aan een ander geven, waar de ander gewoon recht op heeft, wat in feite al zijn eigendom is. In het Nederlands noemen we dat ‘een sigaar uit eigen doos’. Daarnaast vraagt liefde in waarheid om gerichtheid op het bonum commune: het gemeenschappelijke goede, het algemeen belang. In onze geglobaliseerde wereld is dat het goede voor alle mensen.

Bij waarheid zonder liefde wordt alles enkel technologie en nuttigheid. Zonder liefde worden ontwikkeling en wetenschap onmenselijk. De liefde richt ze juist op de mens en de menselijke waardigheid. Liefde in waarheid vinden wij bij Jezus Christus. In Hem is liefde in waarheid werkelijkheid geworden. Hij roept ons op onze broeders en zusters in waarheid lief te hebben. Hijzelf is de Waarheid.

In Caritas in veritate gaat het om de uitwerking naar de samenleving van de volkeren in de huidige geglobaliseerde wereld. Maar we kunnen dit denken van paus Benedictus ook op ons eigen leven betrekken. Ook in ons eigen leven mogen liefde en waarheid nooit los van elkaar staan. We doen geen recht aan elkaar als we de waarheid niet onder ogen willen zien. We doen ook geen recht aan elkaar als we daarbij de liefde uit het oog verliezen. De waarheid spreken zonder liefde voor de ander is kil en zakelijk. Het kan de ander ernstig kwetsen en de verbondenheid met elkaar vernietigen. Liefde zonder waarheid kan zijn als een zachte heelmeester die stinkende wonden maakt.

We kennen allemaal het gezegde: een leugentje om bestwil. Hierbij gaat het er niet om dat de verteller er zo goed mogelijk vanaf komt. Het gaat erom dat de luisteraar niet onnodig gekwetst wordt. Het is niet altijd nodig om de volledige waarheid te vertellen. Het vertellen van de waarheid moet de ander dienen. Het vertellen van de waarheid is niet om de ander te belasten en ter opluchting van je eigen geweten. Dat past alleen wanneer de ander zich aanbiedt om jouw zorgen te kennen om ze met jou te dragen. Liefde in waarheid vraagt van ons dat we altijd het belang van de ander voor ogen hebben. Dat ons handelen en spreken gericht is op het goede voor de ander. Dan zijn wij in liefde en waarheid een dienaar voor de ander.

Vandaag besteden we aandacht aan de mantelzorgers in ons midden. Ook zij hebben te maken met keuzes betreffende liefde en waarheid. Wanneer is het liefdeloos en kil om je dierbare te zeggen dat hij of zij niet langer thuis kan blijven wonen? Hoe bespreek je de beperkingen van je dierbare op een liefdevolle wijze? Wanneer is het juist een daad van liefde om te besluiten dat jezelf niet meer in staat bent de juiste zorg te verlenen en dat er professionele hulp nodig is? Ook hierbij gaat het om een liefdevolle omgang met de waarheid. Ook bij de omgang met mensen met een verstandelijke beperking zijn dergelijke vragen voortdurend aan de orde.

Telkens weer wordt er van ons gevraagd liefde en waarheid bij elkaar te brengen. Ook onze waardering uitspreken voor wat een ander voor ons betekent, is zo’n daad van liefde in waarheid. Straks kunt u een bloem meenemen voor een u bekende mantelzorger. Ook onze speciale gasten van vandaag mogen een bloem meenemen voor de mensen die voor hen zorgen.

Tenslotte we vieren Willibrordzondag. We staan niet alleen stil bij de komst van het christendom naar Nederland. We realiseren ons ook de verdeeldheid die het christendom kent. Ook hier spelen liefde en waarheid een belangrijke rol. Zonder waarheid zijn we op zoek naar een goedkope eenheid. Zonder liefde vervallen we tot scherpslijperij en nog meer verdeeldheid. Ook in het oecumenische gesprek gaat het om liefde in waarheid. Amen.

In liefde verbonden; Apk 21,1-7; Lc 23,44-46.50.52.53;24,1-6a

De herfst is aangebroken, de natuur sterft af. De dagen worden steeds korter. Het landschap wordt donker, stil en leeg. Het kerkelijk jaar is de laatste maand ingegaan. We vieren Allerheiligen en Allerzielen. Het is een tijd van bezinning op ons leven. Vandaag komen verschillende zaken bij elkaar. We staan stil bij onze eigen sterfelijkheid. We gedenken onze dierbare overledenen. We geloven en bidden dat God hen opneemt in zijn rijk van liefde. We beseffen ook dat we tekortschietende mensen zijn.

De apostel Johannes ziet in een visioen een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij hoort hoe God zijn woning kiest onder de mensen: “Hij zal bij hen wonen, zij zullen zijn volk zijn. (…) Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen en de dood zal niet meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal zijn want al het oude is voorbij.” Zo schetst Johannes voor ons mensen een leven van geluk. Wij kunnen ons geen enkele voorstelling maken van het leven na de dood, van het eeuwig leven. En toch hopen en verlangen wij naar dat volmaakte geluk. Wij noemen dat: het ware leven, het eeuwig leven. Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven, wat dat ook moge zijn.

Hoe ziet het eeuwig leven eruit? De lezingen van vandaag helpen ons daarbij niet echt verder. Wel lezen we hierin, dat het in het eeuwig leven nog steeds om mensen gaat. Wij gaan niet op in iets algemeens, iets abstracts zoals licht of energie. Wij keren niet terug als iemand anders. Wij geloven niet in reïncarnatie. Wij worden ook geen sterretje aan het firmament. Op een of andere wijze blijven we mensen, individuele mensen levend in gemeenschap. Dat is ook wezenlijk aan het geloof in de verrijzenis.

Jezus is net als wij mens geworden. Hij heeft geleden en is gestorven. Hij deelt ten volle met ons het menselijk bestaan. Zijn vrienden hebben Hem in een graf gelegd. Op de derde dag is Hij verrezen uit de doden. En dit is wat ook wij zullen doen. Jezus is ons voorgegaan, wij zullen Hem hierin volgen. Ook wij zullen op de laatste dag verrijzen uit de doden. De twee mannen in een stralend wit kleed vragen aan de vrouwen: “Wat zoekt ge de Levende bij de doden? Hij is niet hier, Hij is verrezen.” Dit geldt ook voor onze dierbare doden. Wij vinden hen niet op het kerkhof. Wij vinden hen terug in ons eigen leven. Wij vinden hen terug in de verbondenheid en de liefde die de dood overstijgt.

Liefde en verbondenheid is er tussen levende mensen. Zij vormt de basis voor de gemeenschap van mensen hier op aarde. Diezelfde liefde en verbondenheid overstijgt de dood en overstijgt het aardse. Zo vormt zij ook de basis voor de gemeenschap van ons met onze dierbare overledenen. Ook met hen zijn wij nog steeds in liefde verbonden. Alle vormen van liefde en verbondenheid komen voort uit Gods liefde en zijn verbondenheid met ons.

God toont ons zijn liefde en zijn verbondenheid met ons onder meer met zijn barmhartigheid. Altijd weer zal Hij ons onze zonden vergeven. Altijd weer is zijn genade overvloedig en vloeit de beker van het heil over. Gods liefde en barmhartigheid doen ons erop vertrouwen dat wij en onze dierbaren – ondanks onze tekortkomingen – door Hem in zijn rijk van vrede en geluk zullen worden opgenomen. Zo zullen ook wij ooit met Christus verrijzen. Amen.

Koken in het groot – Cooking for crowds

Auteurs: Mariët Herlé en Carolyn Wiersum
Titel: Koken in het groot: Complete maaltijden uit de daklozenkeuken
Uitgever: Lecturis, 2017
Prijs: € 25,00
ISBN: 078 94 6226 196 9
Aantal pagina’s: 152

Elke vrijdag verzorgd het Straatpastoraat in Den Haag een driegangenmaaltijd voor 100 tot 120 daklozen. De bereiding ervan wordt gedaan door een grote groep vrijwilligers. Hen lukt het wekelijks voor weinig geld een eenvoudige, smakelijke en gezonde maaltijd te bereiden.

Twee van de koks, Mariët Herlé en Carolyn Wiersum, hebben de recepten van dertig menu’s uit heel de wereld in dit boek bijeengebracht. De soep en het toetje zijn altijd vegetarisch. Bij de hoofdgerechten wordt een vegetarisch alternatief gegeven. Varkensvlees wordt er niet gebruikt. Bij alle menu’s worden er boodschappenlijstjes gegeven voor 30, 50 en 100 personen.

Het fraai uitgegeven en rijk geïllustreerde boek is tweetalig: Nederlands en Engels. Het is een aanrader voor ieder die voor grote gezelschappen maaltijden moet bereiden. Daarnaast biedt het ook talloze ideeën voor het koken in de huiselijke kring. Het boek is te verkrijgen via http://www.lecturis.nl. Met de aankoop steunt u het werk van het Haagse Straatpastoraat.