Spring naar inhoud

Uit één stuk

Zelf heb je vaak het idee dat je altijd en overal dezelfde bent. Een paar dagen geleden werd ik er aan herinnerd dat dat bij mij niet zo is. Op 12 augustus werd de volgende video over ‘Zorg voor de schepping’ op de parochiewebsite geplaatst. Voor deze gelegenheid was ik naar mijn geboortedorp Westhem in Friesland afgereisd. Bij het bekijken ervan viel het mijn vrouw op dat ik daarin veel meer Fries was dan gewoonlijk. Blijkbaar word ik al anders als ik mij op een andere plaats begeef. Eerder had ze wel eens tegen me gezegd dat ik me anders gedraag wanneer Fries spreek in plaats van Nederlands. Kortom ik ben blijkbaar niet de man uit één stuk die ik misschien graag wil zijn.

De vraag komt dan op: moet ik dat wel willen, een man uit één stuk zijn? Moet je wel overal en altijd dezelfde willen zijn? De meesten van ons willen niet te boek staan als iemand waarvan je niet weet wat je eraan hebt. Maar van de andere kant worden we ook wel tamelijk onuitstaanbare mensen als we ons niet aanpassen aan de situatie waarin we verkeren. Gelukkig doen we dat meestal ongemerkt, zoals bij een bezoek aan je geboorteplaats. Er zijn ook momenten dat we ons er duidelijk bewust van moeten zijn hoe wij ons gedragen en hoe we daarmee door anderen gezien worden. Het is vaak niet alleen een kwestie van gedrag maar nog meer van de juiste woorden kiezen.

Nederlanders staan er niet om bekend dat ze erg zorgvuldig zijn in het kiezen van hun woorden bij het vertellen van een belangrijke boodschap. Nederlanders zijn nogal recht voor zijn raap, op het botte af. Daarmee kun je ongewild veel schade berokkenen. Het is belangrijk dat je een boodschap helder en duidelijk vertelt en dat je de waarheid vertelt, maar dat kan op verschillende manieren. Het sleutelwoord hierin is liefde. Het gaat erom dat wij de waarheid met liefde vertellen. Dat we gericht zijn op de ander, dat we met onze boodschap de ander van dienst willen zijn en dat we begrip voor de ander hebben. Dat is een andere houding dan die van boosheid of gelijkhebberigheid. Waarheid zonder liefde is een op jezelf gerichte houding. Daarmee zul je geen goed doen. Het zal de relatie eerder verslechteren dan verbeteren. Toch maar liever geen man uit één stuk.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact augustus 2020

Het Groene Normaal; Ez 33,7-9; Rom 13,8-10; Mt 18,15-20

Van Sint Augustinus is de volgende uitspraak: “Bemin en doe dan wat u wilt.” Het klinkt misschien als: Bemin en doe maar wat. Het kan verder niet schelen. Maar dat is niet wat Augustinus bedoelde. Hij bedoelde het zoals ook Paulus het verwoord. Het gebod van de liefde – ‘Bemin uw naaste als uzelf.’ – is de samenvatting van alles wat God van ons vraagt: “De liefde vervult de gehele wet.” Als Augustinus zegt “Bemin en doe dan wat u wilt.”, dan zegt hij dat ons handelen goed zal zijn als het gebaseerd is op de werkelijke onbaatzuchtige liefde. Als ons doen en laten voortkomt uit liefde voor elkaar, dan zal het God welgevallig zijn.

Paulus schrijft: “Zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt.” Op vele manieren kunnen we bij iemand in de schuld staan. In het voorafgaande schrijft Paulus: “Geeft ieder wat hem toekomt: belasting en rechten aan wie gij belasting en rechten verschuldigd zijt, ontzag en eerbied aan wie ontzag en eerbied toekomen.” In onze tijd kunnen we hier een aantal voorbeelden toevoegen die te maken hebben met onze houding ten opzichte van de schepping. Breng geen schade toe aan de aarde en de natuur en gebruik niet meer van de natuurlijke hulpbronnen dan de aarde kan dragen. Als wij deze richtlijnen niet naleven staan we in de schuld bij de armen en bij de toekomstige generaties. Ons overmatige consumentisme gaat ten koste van de armen, de arme landen en de komende generaties.

De kern van de boodschap die Jezus Christus ons brengt, luidt: heb elkaar lief, want God heeft jullie lief en als je elkaar lief hebt, raak je aan God zelf. Omdat God liefde is, delen wij in zijn wezen als wij elkaar liefhebben. In de eerste lezing en ook in het Evangelie wordt een voorbeeld van onderlinge liefde gegeven. De profeet Ezechiël houdt ons voor hoe wij elkaar op het rechte pad kunnen houden. Wij dragen verantwoordelijkheid voor elkaar. Dus als iemand de fout in gaat, moeten wij elkaar daar op wijzen. Jezus gaat nog verder dan Ezechiël. Jezus vraagt om een nog grotere inspanning. Na een eerste poging volgen nog twee stappen die ondernomen moeten worden.

Het is geen makkelijke opdracht die wij hier krijgen. Jezus spoort ons aan behoedzaam en zorgvuldig te zijn. Elkaar liefdevol en onbaatzuchtig op fouten wijzen is een daad van werkelijke liefde. Elkaar op het rechte pad houden is ook nodig als we het hebben over zorg voor de schepping. We hebben elkaar nodig om van slechte gewoonten af te komen. We hebben elkaar nodig om de juiste keuzes te maken.

In de boodschap ter gelegenheid van de gebedsdag voor de schepping waarschuwt de paus tegen de aanhoudende aantasting van het milieu, het schijnbaar ongebreidelde verlangen naar consumptie en het toenemende sociale onrecht. “De bossen gaan dood, de grond erodeert, de velden verdwijnen, de woestijnen worden almaar groter, de zeeën zijn zuur en de stormen worden steeds heviger: de schepping kreunt! Dat moet ons aansporen tot een bezinning over de manier waarop wij met energie, consumptie, transport en voeding omgaan.”

Paus Franciscus roept ons op tot een ecologische bekering. Dat begint bij onszelf. U herinnert u mogelijk ook nog de spreuk van de Bond zonder Naam: “Verbeter de wereld, begin bij je zelf”. De persoonlijke bekering is echter slechts een begin. Het gaat om een complete cultuuromslag. We moeten van een wegwerpcultuur naar een zorgcultuur. Het gaat om een zorgcultuur die geworteld is in een beschaving van liefde liefde voor onze medemens, liefde voor de schepping en liefde voor God. Alleen vanuit een zorgcultuur zijn wij in staat tot de verplichting om het gemeenschappelijke huis te onderhouden. Deze zorg voor de schepping is een integraal onderdeel van het christelijk leven. Hiervoor hebben we elkaar nodig. Hiervoor is het nodig dat we anderen tot nadenken brengen en vervolgens in beweging laten komen. Dit geldt in onze directe persoonlijke omgeving maar bepaalt ook ons maatschappelijk handelen.

Over een half jaar zijn er weer landelijke verkiezingen. Nu al is het belangrijk erover na te denken wat de zorg voor de schepping voor uw politieke keuze betekent. Mogelijk bent u lid van een politieke partij. Dan kunt u nu nog invloed uitoefenen op de keuzes van uw partij. Een week geleden is ‘Het Groene Normaal’ gelanceerd. Dit Nederlandse manifest is een dringende oproep gericht aan christenen om voorop te lopen in de strijd voor een duurzame wereld. Diverse organisaties hebben zich hier inmiddels achter geschaard, waaronder Laudato Si’, de werkgroep van de Nederlandse Bisschoppenconferentie en Konferentie Nederlandse Religieuzen. Ook u kunt dit manifest ondertekenen en hiermee invloed uitoefenen. Zie hiervoor www.hetgroenenormaal.nl of op onze eigen website. Het is een kleine moeite, maar wel een manier om uw stem te laten horen.

Op deze wijze draagt u eraan bij onze maatschappij op het rechte pad te houden. Zo probeert u geen schuld op te bouwen bij huidige en toekomstige generaties. Zo werken wij in verbondenheid met elkaar en in verbondenheid met Christus aan een beschaving van liefde en aan het behoud van de schepping. Amen.

Zorg voor de schepping

Per 1 juli 2020 is er binnen de federatie Vlietstreek een nieuwe serie van video-opnames gestart. De serie draagt de titel: Leef- en geloofmoment. Zoals de titel aangeeft, gaat het over leven en over geloven en vooral ook over de combinatie van die twee. Hoe leiden we een gelovig leven en hoe hebben we een levend geloof?

Het gaat hierbij niet om uitgebreide uiteenzettingen, maar om een kort moment van reflectie en bezinning midden in de week. Een bepaald thema wordt kort besproken en we sluiten af met een gebed.

Zorg voor de schepping

In dit kader verzorg ik een subserie onder de naam ‘Zorg voor de schepping’, de zorg voor ons gemeenschappelijk huis. Vijf jaar geleden verscheen de encycliek Laudato si’: Geprezen zijt Gij. Paus Franciscus schreef in deze brief aan alle mensen over de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, temperatuurstijging, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen maar vooral de armen. De paus schrijft: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.”

In deze subserie wordt ingegaan op de inhoud van de encycliek. Er wordt stilgestaan bij de oproep van de paus tot een ecologische bekering. Er is aandacht voor wat ons daarbij in de weg staat, en hoe wijzelf over de schepping denken en hoe dat denken mogelijk verandering vraagt. De opnames worden voor een deel gemaakt in prieel Byvliet in de tuin van de Sint Martinuskerk, maar er zullen ook andere locaties bezocht worden om daar bepaalde aspecten van dit onderwerp te belichten. Als u zelf suggesties hebt voor onderwerpen en locaties, meld het mij.

Toegang tot de video’s vindt u hier.

Binden en ontbinden; Mt 16,13-20

Binden en ontbinden. Wat betekenen deze begrippen voor ons? Ik ben opgegroeid in een kleine gemeenschap op het Friese platteland. Deel uit maken van de gemeenschap was daar – zeker in de jaren vijftig van de vorige eeuw – een belangrijke waarde. Als u overigens een beeld wilt krijgen van mijn geboorteplaats, moet u op onze website de voorlaatste aflevering van de nieuwe serie video-opnames Leef en geloofmomenten bekijken. Daar ziet u mij in mijn geboorteplaats.

Tot zo’n tien jaar geleden heb ik de Evangelielezing van vandaag vanuit het perspectief van mijn jeugd gelezen. Het binden beschouwde is als iets positiefs en het ontbinden had voor mij een negatieve lading. Tien jaar geleden werd deze tekst gelezen tijdens een catecheseavond. Een van de aanwezigen – een Antilliaanse vrouw – werd sterk geraakt door deze tekst. Als ik het mij goed herinner viel deze avond in de week waarin de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij plaatsvindt. Voor haar was juist het ontbinden de positieve boodschap van de tekst. Voor haar ging het over het ontbinden van de ketenen van de slavernij. Ontbinden is dan een synoniem voor bevrijden. Dat wierp voor mij een geheel nieuw licht op deze tekst.

Zowel binden als ontbinden zijn dus belangrijke waarden. Het zijn waarden die niet los staan van elkaar. Als je niet vrij bent, ben je ook niet in staat je te binden. Een leven van louter ongebondenheid is onmenselijk. Gebondenheid heb je nodig om in relatie te staan met anderen. Gebondenheid heb je nodig om waarlijk mens te zijn. Maar een leven van alleen maar gebondenheid is een leven in slavernij, een leven onderworpen aan verslavingen, een leven onderworpen aan onze eigen of andermans driften.

Jezus is mens geworden om ons met zijn leven, zijn lijden en sterven te bevrijden, om ons te verlossen uit de slavernij van het kwaad. Hij maakt ons vrij. Hierdoor kunnen wij ons op een nieuwe manier binden. Door de verlossing zijn wij in staat tot banden van liefde. De gebondenheid van werkelijke liefde vraagt om vrijheid, om ongebondenheid. De liefde vraagt dat wij verlost worden van ons eigenbelang, van onze zelfgerichtheid, van onze driften en onze verslavingen. Zonder verbinding met Jezus is er geen bevrijding van het kwaad. Zonder bevrijding door Jezus is er geen verbinding met het goede. Binden en ontbinden hebben elkaar nodig. Binden en ontbinden komen beide voort uit de genade die Jezus ons geeft.

Er is nog een andere invalshoek voor het lezen van deze Evangelietekst. Dat is vanuit het joodse perspectief. Binden en ontbinden hebben dan te maken met het leergezag van de joodse wetgeleerden. Zij verklaren wat mensen wel en niet moeten geloven en doen. Jezus geeft hier in Petrus deze bevoegdheid aan de gemeenschap van de Kerk. Binnen de verbondenheid van de Kerk komen wij tot inzicht en tot waarheid. Wij hebben de verbondenheid met Jezus nodig om in gemeenschap tot geloof en tot waarheid te komen. Maar ook hier is de vrijheid, de ongebondenheid van belang. Als wij niet vrij zijn en niet vanuit onszelf het leergezag van de Kerk aanvaarden, zijn we niet in staat deze waarheid tot de onze te maken. We kunnen niet tot geloof gedwongen worden. Waarheid kan niet worden opgelegd. Waarheid moet worden aanvaard.

Jezus geeft ons in Petrus de sleutels, de genade om te doen wat nodig is. Hij geeft deze sleutels niet aan iemand individueel puur ten behoeve van persoonlijk gebruik. Hij geeft ze in de persoon van de ambtsdrager aan de gemeenschap van de Kerk. In die Kerk mogen wij ons in vrijheid verenigen met Hem. Amen.

Waar is God? 1 K 19,9a.11-13a; Rom 9,1-5; Mt 14,22-33

Elia is op de vlucht. Hij is bang zijn leven te verliezen. Hij zoekt steun bij God. Hij hoopt rust te vinden bij de berg Horeb, de berg van God. Hij vindt God niet in de storm, niet in de aardbeving en niet in het vuur. In het natuurgeweld vindt Elia God niet, maar in de zachte bries is God voor Elia aanwezig.

In de rust vinden we God en God geeft ons rust. Wij mensen denken graag in termen van oorzaak en gevolg. Alles moet een oorzaak en een reden hebben. Er moet altijd iets vooraf zijn gegaan. Zo kunnen we ons ook de vraag stellen: Brengt de rust ons tot God of brengt God ons rust? Het is een kip-en-eiprobleem. Wat was er eerder de kip of het ei? De rust brengt ons tot God en God brengt ons rust. Beide zijn waar. Een ontmoeting is nooit eenzijdig. God zoekt ons maar er is geen ontmoeting als wij ons er niet voor open stellen, als wij niet de rust nemen voor de ontmoeting. Wij zoeken God. Wij zoeken vertrouwen en rust in ons leven. Wij kunnen God ontmoeten omdat Hij altijd voor ons klaar staat.

In het Evangelie horen we over de tegenwind die de leerlingen op het meer ervaren. Ook in ons leven kan het flink stormen en is er vaak tegenwind. Mijn vader nam van zijn grootmoeder de schipperswijsheid over, dat je op het water en ook in het leven de meeste tijd tegenwind hebt: In het Fries luidt dat: “De measte einen binne tsjin ‘e wyn yn.” Tegenslag is een wezenlijk onderdeel van ons leven. Juist op die momenten zoeken wij God en zoeken wij houvast. Petrus roept vol overtuiging “Heer, red mij!” Het zijn woorden van geloof, maar het zijn ook woorden van twijfel. Juist in onze nood is er ook twijfel en ongeloof. Juist dan hebben wij er moeite mee Gods aanwezigheid te ervaren.

Waar was God in Auschwitz? Waar was God in Hiroshima? Velen hebben er moeite mee om dergelijke gebeurtenissen uit de geschiedenis te verenigen met hun beeld van de almachtige God. Ook gebeurtenissen uit de persoonlijke levensgeschiedenis kunnen op deze wijze tot ongeloof leiden. Onze manier van denken over God zorgt ervoor dat we God niet zien. Omdat God niet doet wat wij van Hem verwachten zien we Hem niet. maar dat wil niet zeggen dat Hij er ook niet is.

God was er in de storm, in de aardbeving en in het vuur. Elia was niet in staat Hem daar te zien. Elia had rust nodig en zo vond Hij God in de zachte bries. Ook bij Paulus gaat het niet van een leien dakje. Vorige week hoorden we nog: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Een paar regels verder in zijn brief schrijft Paulus: “in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt”. Paulus heeft het er erg moeilijk mee dat zijn volksgenoten, zijn broeders – dat zijn de Joden – zich niet tot Jezus Christus bekeren. Het verhaal van Petrus is bekend. Hij heeft hier nog een lange weg te gaan. Telkens weer blijkt de weg van Jezus, de weg van God een andere te zijn dan Petrus zich voorstelt.

God was in Auschwitz. God was in Hiroshima. God is er als wij tegenwind hebben. God is er als het stormt in ons leven. God is er als wij in nood zijn. Jezus zegt ons bij zijn Hemelvaart: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Leerling zijn van Jezus houdt in dat wij hierop vertrouwen, dat we leren te zien hoe in Jezus God ons altijd nabij is

U kent ongetwijfeld het gedicht ‘Voetstappen in het zand’. De dichter kijkt terug op haar leven, een leven met God. In het zand ziet ze twee sporen: een van haarzelf en een van God die met haar meeloopt. Maar op de moeilijke momenten in haar leven is het maar één paar voetstappen. Zij vraagt zich af: God waar was je toe ik het moeilijk had. God antwoordt haar: “Mijn lieve kind, toen het moeilijk was, toen heb ik jou gedragen…” Amen.

Wat is wijsheid? Js 55,1-3; Rom 8, 35.37-39; Mt 14,13-21

Jezus weet veel mensen op de been te brengen. Het is een grote menigte die Hem vanuit de steden achterna gaat. Dat zien we vaker: iemand die veel mensen weet aan te spreken. Dat kan goed uitpakken, maar het kan ook tot het kwade leiden. We kennen de volksmassa’s eind jaren dertig in Duitsland. We kennen ook de betogingen onder leiding van Martin Luther King. In ons land zien we bijeenkomsten op het Malieveld in Den Haag en op de Dam in Amsterdam. Hoeveel waarheid en hoeveel wijsheid wordt er dan verkondigd?

Wat moeten we denken van de lezingen van vandaag. Het klinkt nogal populistisch. Jesaja roept: “Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen. Komt kopen wijn en melk.” Jezus laat aan duizenden mensen gratis brood en vis uitdelen. Het kan niet op!

De afgelopen zondagen hoorden we Jezus gelijkenissen vertellen. Toen leerden we Hem kennen als een wijsheidsleraar. Ook in de eerste lezingen ging het toen over wijsheid. Vandaag zien we een andere Jezus. Vandaag geeft Hij te eten in overvloed. Of is het toch dezelfde Jezus? We lezen fragmenten uit het Evangelie. Na de gelijkenissen die we afgelopen weken lazen, schrijft Mattheüs eerst nog over de reacties die daarop volgen. In Nazareth, de geboortestad van Jezus, zijn ze bepaald niet enthousiast: “Waar heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de zoon van de timmerman?” Jezus roept duidelijk nogal tegengestelde reacties op.

Hoe weten we dat iemand wijsheid verkondigt. Juist in onze tijd is onderscheidingsvermogen belangrijk. We worden overstelpt met informatie. Hoe vinden we daarin onze weg?

Een week geleden schreef iemand in De Volkskrant over de menselijke zoektocht naar wijsheid. Hij bepleit dat we nieuwe moderne wijsheden moeten formuleren. We moeten op zoek naar wijsheden die de toets van de wetenschap kunnen doorstaan. We moeten niet kritiekloos de klassieken zoals Aristoteles en Augustinus volgen. Op het eerste gezicht klinkt het aannemelijk. Bij de klassieke filosofen komen we ook ideeën tegen die we nu verwerpen. Denk aan ideeën over slavernij en over de plaats van de vrouw in de samenleving.

De wijsheidsboeken in het Oude Testament bevatten veel wijsheden die duidelijk gebaseerd zijn op de jarenlange ervaring van mensen. Ze zijn niet wetenschappelijk onderbouwd maar men had ervaren dat het werkte. In die zin beweerde de schrijver niets nieuws. Toch werd ik niet blij van dit artikel. Alles werd teruggebracht tot wijsheid en waarheid die wetenschappelijk aantoonbaar is. Alleen dan zou er sprake zijn van werkelijke wijsheid.

Ruim tien jaar geleden schreef paus Benedictus XVI de encycliek ‘Caritas in veritate’: Liefde in waarheid. De begrippen liefde en waarheid staan centraal in deze encycliek. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Volgens de paus wordt liefde zonder waarheid sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Bij waarheid zonder liefde wordt alles enkel technologie en nuttigheid. Zonder liefde wordt wetenschap onmenselijk. De liefde richt haar juist op de mens en de menselijke waardigheid.

Jesaja en Jezus leren ons hoe waarheid en liefde met elkaar verbonden zijn. Jesaja tekent een beeld van de Messiaanse tijd, van Gods heerschappij op aarde, van het Rijk Gods. Dan is er overvloed niet alleen aan water en brood, maar ook aan wijn en melk: tekenen van weelde en vreugde. God de Heer zelf is onze gastheer. Hij laat ons delen in zijn gastvrijheid, delen in zijn liefde. Jezus leert ons zelf ook gastvrij te zijn. Hij zegt tegen zijn leerlingen en daarmee tegen ons: “Geeft gij hun maar te eten.” Jezus geeft het brood aan zijn leerlingen en die geven het weer aan het volk. De volgelingen van Jezus zijn nauw betrokken bij het uitdelen van het brood, bij het geven van gastvrijheid, het geven van liefde.

Werkelijke wijsheid geeft niet alleen maar kennis en inzicht. Werkelijke wijsheid smeedt ook banden van liefde. Paulus schrijft: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Zijn liefde en wijsheid verbindt ons met Hem.

Paus Benedictus schrijft dat we liefde in waarheid vinden bij Jezus Christus. In Hem is liefde in waarheid werkelijkheid geworden. Hij roept ons op onze broeders en zusters in waarheid lief te hebben. Hijzelf is de Waarheid. Dit jaar is door onze bisschop uit geroepen tot het Jaar van Woord van God. Het Woord van God vinden wij in de Bijbel. Het Woord van God is de Wijsheid die vanaf het begin bij God was. Het is deze wijsheid waarover de apostel Johannes schrijft: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Jezus Christus zelf is het Woord van God. Hij is de mensgeworden wijsheid. Onze verbondenheid met Jezus Christus geeft ons het onderscheidingsvermogen dat we nodig hebben om werkelijke wijsheid te herkennen. Amen.

Menselijke waardigheid

De dood van George Floyd door politiegeweld heeft de wereld in beroering gebracht. Ook in ons land zijn er vele demonstraties die de aandacht vestigen op wat onze premier het ‘systemisch probleem’ van racisme noemt. Verreweg de meeste Nederlanders zijn geen racisten, maar velen van ons reageren op mensen met een andere huidskleur anders dan op mensen met dezelfde kleur. Waar wordt ons gedrag een ‘systemisch probleem’?

Dat wij ons meer op ons gemak voelen bij mensen met een soortgelijke achtergrond als wijzelf hebben, is een normaal menselijk verschijnsel en is ook geen probleem. Wij voelen ons meer met elkaar verwant naarmate we meer met elkaar gemeen hebben. Problematisch wordt het wanneer we iemand op een enkel kenmerk indelen in een groep en vervolgens als lid van die groep beoordelen. Het begint al dicht bij huis. Denk aan de rivaliteit tussen naburige plaatsen: mensen uit Leidschendam zijn toch echt anders dan wij Voorburgers. Het wordt echt problematisch als kinderen met een andere kleur systematisch een lager schooladvies krijgen, als bedrijven medewerkers met een andere kleur liever niet in dienst nemen, als verhuurders geen huurders met een andere kleur willen, als we op verjaardagen neerbuigend en stigmatiserend over bepaalde bevolkingsgroepen praten et cetera.

De sociale leer van de Kerk kent het begrip menselijke waardigheid. De mens is geschapen naar het beeld van God. Zo zijn alle mensen gelijkwaardig ongeacht hun kleur, is er geen verschil tussen man en vrouw, arm en rijk en is er geen sprake van rangen en standen. Gaandeweg is het begrip menselijke waardigheid een groeiende rol gaan innemen in het denken van de Kerk. Paus Johannes XXIII introduceerde het begrip personalisme. Ieder mens is een persoon, een wezen begaafd met verstand en vrije wil. Iedereen heeft rechten en plichten direct verbonden met het mens-zijn. De rechten van iedere mens zijn algemeen, onschendbaar, absoluut en onvervreemdbaar. Het gaat om de waardigheid van alle mensen.

Mogelijk komt een van uw beste vrienden uit Leidschendam. Dat zegt echter weinig over uw denken over de andere inwoners van Leidschendam. Dit voorbeeld uitbreiden naar mensen met een andere huidskleur, een andere godsdienst en andere seksuele voorkeur laat ik aan uzelf over. Vaak maken we onderscheid tussen mensen die we goed kennen en mensen op grotere afstand. Naarmate mensen verder van ons afstaan, gaan we ze meer zien als lid van een groep en daar begint het probleem.

Pier Tolsma, diaken

 

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juli 2020

Leerling zijn; Mt 5,10-12

“Zalig die vervolgd worden
om de gerechtigheid,

want hun behoort
het Rijk der hemelen.
Zalig zijt gij,
wanneer men u beschimpt,

vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil:
Verheugt u en juicht,
want groot is uw loon in de hemel.

Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.”

We hebben gesproken over leerling van Jezus zijn en leerlingen maken. We zagen dat beide sterk met elkaar samenhangen. Door te leven als leerling van Jezus wekken wij bij anderen het verlangen op om ook zijn leerling te worden. Leerlingen maken doen we vooral door zelf leerling te zijn. Vandaag zien we dat leerling zijn van Jezus niet alleen maar rozengeur en maneschijn is. Jezus laat ons weten dat het ook gepaard gaat met beschimping, vervolging en kwaadsprekerij.

Twee jaar geleden schreef Paus Franciscus over de roeping tot heiligheid in de exhortatie Gaudete et exsultate: Verheugt u en juicht. De paus bespreekt de zaligsprekingen als de weg voor de christen, de weg van heiliging. Het is een weg die tegen de stroom in gaat. De paus schrijft: “De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen.” (63) “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” (64) “Hoewel de woorden van Jezus ons poëtisch mogen raken, zij gaan duidelijk in tegen de manier waarop de dingen gewoonlijk in onze wereld gaan. (…) We kunnen ze alleen praktiseren wanneer de heilige Geest ons met zijn kracht doordringt en ons bevrijdt van onze zwakheid van zelfgerichtheid, gemak en trots.”(65)

Over de laatste twee zaligsprekingen schrijft de paus: “Jezus zelf waarschuwt ons dat de weg die Hij voorstelt tegen de stroom ingaat. Het gaat zelfs zo ver dat wij mensen worden die met hun leven de maatschappij ter discussie stellen, personen worden die ontregelen.” (90) “Wij moeten nooit vergeten dat als het Nieuwe Testament ons over het lijden vertelt dat wij omwille van het Evangelie moeten verdragen, het juist over vervolging gaat.” (92) “Vervolgingen zijn geen zaak van het verleden; ook tegenwoordig ondergaan wij hen, of op de bloedige wijze zoals vele martelaren van onze tijd of op de subtielere wijze door laster en leugen.” (94)

Mensen krijgen een ongemakkelijk gevoel als ze zien hoe christenen leven volgens de zaligsprekingen. Het roept een reactie op, een reactie van verlangen of van afwijzen. Mensen worden er door geraakt of raken er juist door geïrriteerd. Ook in onze eigen omgeving zien we in toenemende mate dat mensen zich keren tegen de christelijke waarden. Men maakt ons belachelijk en beschimpt ons.

Leven volgens de zaligsprekingen maakt vrij. Zij bevrijdt ons van het geluk te zoeken in bezit, genietingen en piekervaringen. Het gaat bij deze zaligsprekingen niet om zelfmedelijden of een slachtofferrol. De weg van Jezus is waardevoller dan wat de wereld ons te bieden heeft. Het lijden dat ermee gepaard kan gaan, is deel van onze weg naar ons eigen Pasen. Amen.

Leerling zijn; Hnd 2,42.44-47

De eerste christenen legden
zich ernstig toe
op de leer der apostelen,

bleven trouw
aan het gemeenschappelijk leven

en ijverig in het breken
van het brood en in het gebed.
Allen die het geloof
hadden aangenomen,

waren eensgezind
en bezaten alles gemeenschappelijk;

ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen
en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte.
Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel,
braken het brood in een of ander huis,
genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van het hart, loofden God
en stonden bij het hele volk in de gunst.

En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden.

Afgelopen keren ging het over het leerlingen maken, het opwekken van verlangen en de noodzaak om Jezus te ontmoeten. We hoorden hoe Jezus de eerste leerlingen uitnodigt bij Hem op bezoek te gaan. Hoe de leerlingen Jezus vinden en op hun beurt anderen naar Jezus leiden. Door Jezus te volgen leren zij gaandeweg wat het inhoudt leerling van Jezus te zijn en wat het betekent als Jezus zegt: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” (Joh 14,6)

Vandaag zien we het resultaat van de getuigenis die Petrus op Pinksteren gaf na het ontvangen van de heilige Geest. De eerste christenen vormden een gemeenschap die gebaseerd was op wederzijdse liefde. Ze waren eensgezind. Ze deden alles samen en deelden alles met elkaar. Binnen deze gemeenschap stond Jezus centraal: dagelijks braken zij het brood in een of ander huis. Zij legden zich ernstig toe op de leer der apostelen. Zo leerden ze over Jezus en over zijn Blijde Boodschap. Ze waren ijverig en trouw. Ze leefden in blijdschap en eenvoud van hart. Kortom ze vormden een gemeenschap van gelukkige mensen. Deze wijze van leven bracht hen redding. Deze gemeenschap van leerlingen van Jezus stond in de gunst bij het hele volk. Hun levenswijze was aanstekelijk. “Elke dag bracht de Heer er meer bijeen.”

Lucas schrijft het boek Handelingen zo’n veertig jaar later. Het idealisme van het begin heeft niet overal stand weten te houden. Zo schrijft Paulus over dronkenschap en schranspartijen in plaats van gezamenlijk de maaltijd in vreugde te genieten en alles te delen met elkaar. Ook de gunst van het hele volk heeft geen stand gehouden. De christenen hebben te maken met vervolgingen zowel vanuit het jodendom als door de Romeinse machthebbers. Net als in onze tijd was het voor Lucas een noodzaak te herinneren aan de idealen van het begin. Ook voor ons geldt dat we ons steeds weer moeten bezinnen op de betekenis van de woorden van Jezus: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Ook wij moeten herinnerd worden aan het idealisme van het begin.

Door onze levenswijze te spiegelen aan de levenswijze van de eerste christenen leren we wat het betekent een leerling van Jezus te zijn, wat het betekent Hem te volgen. Hoe aanstekelijk is onze levenswijze? Hoezeer staan wij in de gunst van onze omgeving? Weten wij werkelijk bij anderen het verlangen te wekken om ook de weg van Jezus te gaan?

Morgen volgt de laatste overweging in deze serie. Morgen lezen we uit de zaligsprekingen. Wat betekent het om als leerling van Jezus beschimpt en vervolgd te worden. Amen.

Leerling zijn; Joh 1,43.45-48

Toen Jezus in die tijd
naar Galilea wilde vertrekken,

trof Hij Filippus aan
en zei tot hem: “Volg Mij.”

Filippus ontmoette Natanaël
en zei hem:
“Degene over wie
Mozes in de Wet geschreven heeft
en ook de profeten,

Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”
Natanaël smaalde: “Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?”
Waarop Filippus antwoordde: “Kom dan kijken.”
Jezus zag Natanaël naar zich toekomen en zei, doelend op hem:
“Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!”
Natanaël zei tot Hem: “Hoe kent Gij mij?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom zitten.”
Toen zei Natanaël tot Hem:
“Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israël.”
Jezus antwoordde: “Omdat Ik u zei dat Ik u onder de vijgenboom zag, gelooft ge?
Gij zult grotere dingen zien dan deze.”

Vorige week ging het over het leerlingen maken, het opwekken van verlangen en de noodzaak om Jezus te ontmoeten. We hoorden hoe Jezus de eerste leerlingen, Jacobus en Johannes, uitnodigt bij Hem op bezoek te gaan. Aansluitend volgt de roeping van Petrus. Petrus is door Jacobus naar Jezus toegestuurd. Dan volgt de tekst die we vandaag hebben gelezen.

Jezus roept Filippus met de eenvoudig oproep “Volg Mij.” Vermoed wordt dat Petrus Filippus op de weg van Jezus bracht. Filippus op zijn beurt vertelt Natanaël over Jezus. Het proces herhaalt zich een aantal malen. Iemand ontdekt Jezus, hij vertelt het aan iemand anders, die vervolgens ook Jezus ontdekt en het weer verder doorverteld. Het is niet Jezus die leerlingen zoekt. Het zijn de leerlingen die Jezus vinden. Vervolgens roept Jezus hen op Hem te volgen. De leerlingen vinden Jezus. Jezus kent hen echter al voordat zij Hem ontdekken. Dit blijkt uit het verhaal over Natanaël. “Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom zitten.”

Wij mensen mogen in alle vrijheid Jezus vinden. Wij zijn vrij Hem te zoeken en ons bij Hem te melden. Jezus wacht op ons. Hij weet al wie we zijn en wacht geduldig af. Als wij dan naar Hem toe komen, worden wij liefdevol door Hem ontvangen. En na die concrete kennismaking met elkaar volgt de roeping: “Volg Mij.” Als we Jezus werkelijk gaan volgen, begint het pas echt: “Gij zult grotere dingen zien dan deze.” De leerlingen gaan met Jezus op pad. Ze trekken naar Galilea om daar de Blijde Boodschap te verkondigen. En ze volgen Hem weer op zijn weg naar Jeruzalem.

In Jeruzalem zal hen blijken wat het werkelijk betekent om Jezus te volgen. Hier zal blijken wat het betekent zijn leerling te zijn. Bij het laatste Avondmaal horen zij Jezus zeggen: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” (Joh 14,6) De daarop volgende dag wordt duidelijk waar zijn weg van liefde toe kan leiden. Dan wordt duidelijk dat Hij zijn weg van liefde tot het uiterste gaat.

Door Jezus te volgen, door zijn weg te gaan ontdekken we wat werkelijk leven en liefde betekent. Door zijn leerling te zijn komen we op het spoor van de waarheid. Door leerling te zijn ontdekken wat het mysterie van ons leven inhoudt. Door de weg van de liefde te volgen vinden we God in ons leven. Door Jezus te volgen worden we goede en gelukkige mensen.

Komende donderdag horen we hoe de leerlingen de Kerk gaan vormen en hoe de eerste christenen de opdracht van Jezus gestalte geven. Amen.