‘Dilexi te’ (Ik heb je liefgehad) (Apk 3,9). De Heer verklaart zijn liefde voor de mensen, vooral voor de armen. Na de encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) bereidde paus Franciscus deze exhortatie over de zorg van de Kerk voor de armen en met de armen voor. Paus Leo XIV voltooide dit werk. Zij wensen dat alle christenen de sterke samenhang zien tussen de liefde van Christus en zijn oproep in de nabijheid van de armen te zijn. (DT 1-3)
HOOFDSTUK EEN – ENKELE ONMISBARE WOORDEN
De liefde voor de Heer en voor de armen vallen samen. De uitspraak “Armen hebt gij altijd in uw midden” (Mt 26,11) valt samen met: “Ik ben met u alle dagen.” (Mt 28,20) Hier weerklinkt: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.” (Mt 25,40) Franciscus van Assisi begreep dit: in de melaatse was het Jezus zelf die hem omhelsde en zijn leven veranderde. Als we ons bevrijden van onze zelfgerichtheid en naar de armen luisteren, zorgt de voorkeursoptie voor de armen voor een bijzondere vernieuwing in de Kerk en in de samenleving. God toont zich bezorgd om de noden van de armen. Als wij naar de roep van de armen luisteren, verbinden we ons met het hart van God. (DT 4-8)
Er zijn er vele vormen van armoede: de armoede van te weinig middelen van bestaan, de armoede van de sociale marginalisatie en het ontbreken van middelen om de eigen waardigheid en capaciteiten te uiten, morele en spirituele armoede, culturele armoede, de armoede van persoonlijke of sociale zwakte of kwetsbaarheid, de armoede van rechteloosheid, het gebrek aan ruimte en vrijheid. De inzet voor de armen en voor het wegnemen van de structurele oorzaken van armoede is nog steeds ontoereikend. Er ontstaan steeds nieuwe vormen van armoede. Naast concrete inspanningen is ook een mentaliteitsverandering nodig. De illusie dat een welvarend leven geluk brengt, doet veel mensen denken dat het bestaan draait om het vergaren van rijkdom en sociaal succes, zelfs ten koste van anderen. Elke dag sterven duizenden mensen aan ondervoeding. Ook in rijke landen zijn de cijfers over het aantal armen zorgwekkend. (DT 9-12)
Als we erkennen dat alle mensen dezelfde waardigheid hebben mogen we de grote verschillen tussen landen en regio’s niet negeren. Arme mensen zijn niet per toeval of door het lot arm geworden. Armoede is meestal geen keuze. Toch zijn er nog steeds mensen, ook christenen, die dat beweren. (DT 13-15)
HOOFDSTUK TWEE – GOD KIEST VOOR DE ARMEN
God is barmhartige liefde. Met een barmhartige blik en een hart vol liefde wendde Hij zich tot zijn schepselen. Om onze beperkingen en kwetsbaarheid te delen, heeft Hij zichzelf arm gemaakt, is Hij mens geworden en heeft Hij onze radicale armoede, namelijk de dood, gedeeld. Theologisch kan men spreken van een voorkeursoptie van God voor de armen. Deze voorkeur voor de armen vindt zijn volledige vervulling in Jezus van Nazareth. Met radicale armoede openbaart Hij het ware gezicht van de goddelijke liefde. Jezus is de openbaring van de voorkeursoptie voor de armen. Hij presenteert zich aan de wereld niet alleen als arme Messias, maar ook als Messias van de armen en voor de armen. (DT 16-20)
Jezus realiseert de liefdevolle nabijheid van God. Hij verkondigt: “Zalig zijn jullie armen, want aan jullie behoort het koninkrijk van God.” (Lc 6,20) De Kerk moet een Kerk van de zaligsprekingen zijn, ruimte bieden aan de kleinen en arm zijn met de armen, een Kerk waar de armen een bevoorrechte plaats hebben. Onze zorg voor de integrale ontwikkeling van hen die in de maatschappij het meest aan hun lot worden overgelaten vloeit voort uit het geloof in Christus die arm is geworden en de armen en de uitgeslotenen altijd nabij is. (DT 21-23)
De apostel Johannes schrijft: “Wie zijn broeder, die hij ziet, niet liefheeft, kan God, die hij niet ziet, niet liefhebben.” (1 Joh 4,20) Jezus noemt de twee oude geboden: “Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht” (Dt 6,5) en “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf” (Lv 19,18), en voegt ze samen tot één gebod. Men kan God niet liefhebben zonder ook de armen lief te hebben. Elke daad van liefde jegens de naaste weerspiegelt de goddelijke liefde: “Voorwaar, ik zeg u: alles wat u voor een van deze minste broeders van mij hebt gedaan, hebt u voor mij gedaan.” (Mt 25,40) De werken van barmhartigheid zijn een vorm van authentieke eredienst waarmee – terwijl zij God looft – wij ons openstellen voor de omvorming tot het beeld van Christus en van zijn barmhartigheid jegens de zwaksten. (DT 24-28)
De brief van Jakobus besteedt veel aandacht aan rijkdom en armoede. Bij Johannes vinden we de oproep: “Als iemand rijkdommen van deze wereld heeft en zijn broeder in nood ziet, maar zijn hart voor hem sluit, hoe blijft dan de liefde van God in hem?” (1 Joh 3,17) Bij de eerste christelijke gemeenschap zijn er duidelijke voorbeelden van het delen van goederen en van aandacht voor armoede. Denk aan de dagelijkse ondersteuning van weduwen (Vgl. Hnd 6,1-6). Toen Paulus naar Jeruzalem ging om de apostelen te raadplegen “opdat hij niet tevergeefs zou lopen of gelopen hebben” (Gal 2,2), werd hem gevraagd de armen niet te vergeten. Door de eeuwen heen hebben Bijbelverhalen het hart van de christenen aangespoord om lief te hebben en werken van naastenliefde te verrichten. (DT 29-34)
HOOFDSTUK DRIE – EEN KERK VOOR DE ARMEN
Ondanks hun armoede zorgden de eerste christenen voor de behoeftigen. Diaken Laurentius toont zijn trouw aan Jezus Christus door de dienst aan de armen en het martelaarschap te verenigen. De dienaren van de Kerk mogen de zorg voor de armen nooit verwaarlozen. Vanaf de eerste eeuwen erkenden de kerkvaders in de armen een weg om tot God te komen, een bijzondere manier om Hem te ontmoeten. Naastenliefde jegens de behoeftigen werd gezien als een concrete uitdrukking van het geloof. De armen waren een essentieel onderdeel van de gemeenschap. Hoofdstuk 3 geeft verder een uitgebreid overzicht van de geschiedenis van de christelijke liefdadigheid met interessante citaten van kerkvaders en een beschrijving van het werk van kloosterordes en congregaties. (DT 35-81)
HOOFDSTUK VIER – EEN VERHAAL DAT VOORTDUURT
De technologische en sociale veranderingen van de afgelopen twee eeuwen werden niet alleen ondergaan, maar ook aangepakt en doordacht door de armen. De bewegingen van arbeiders, vrouwen en jongeren, evenals de strijd tegen rassendiscriminatie, hebben geleid tot een nieuw bewustzijn van de waardigheid van mensen in de marge. De sociale leer van de Kerk is ondenkbaar zonder de christelijke leken die worstelden met de uitdagingen van hun tijd. Ook nu is de interactie tussen gedoopten en leergezag, tussen burgers en deskundigen, tussen volk en instellingen noodzakelijk. Het Tweede Vaticaans Concilie is een mijlpaal in het kerkelijk denken over de armen. Paus Johannes XXIII sprak: “De Kerk presenteert zich zoals ze is en zoals ze wil zijn, als de Kerk van iedereen en in het bijzonder als de Kerk van de armen.” Paus Paulus VI stelt dat de Kerk met bijzondere belangstelling kijkt naar “de armen, de behoeftigen, de verdrukten, de hongerigen, de lijdenden, de gevangenen, dat wil zeggen naar de hele mensheid die lijdt en huilt”. De arme is een vertegenwoordiger van Christus. Gaudium et Spes bevestigt de universele bestemming van de goederen van de aarde en de sociale functie van het eigendom dat daaruit voortvloeit. (DT 82-86)
Paus Johannes Paulus II legt in Sollicitudo Rei Socialis de voorkeursrelatie van de Kerk met de armen vast. In Laborem Exercens stelt hij dat “menselijke arbeid een sleutel is, en waarschijnlijk de essentiële sleutel, tot de hele sociale kwestie”. Paus Benedictus XVI stelt in Caritas in Veritate dat “men zijn naaste des te effectiever liefheeft, naarmate men zich meer inzet voor een algemeen welzijn dat ook beantwoordt aan zijn werkelijke behoeften”. Hij merkt op dat “honger niet zozeer te wijten is aan materiële schaarste, maar veeleer aan een tekort aan sociale middelen, waarvan de belangrijkste van institutionele aard zijn.” Paus Franciscus is getuige van de ontwikkelingen in Latijns-Amerika. Daar spraken de bisschoppen zich uit voor de voorkeurskeuze voor de armen: “Christus, onze Verlosser, had niet alleen liefde voor de armen, maar ‘zijnde rijk, werd hij arm’, leefde in armoede, richtte zijn missie op de verkondiging van hun bevrijding en stichtte zijn Kerk als teken van deze armoede onder de mensen.” Naastenliefde verandert de werkelijkheid. Het is onze plicht om de dictatuur van een economie die doodt, aan de kaak te blijven stellen en te erkennen dat het inkomen van enkelen exponentieel groeit waarmee de inkomenskloof met de meerderheid steeds groter wordt. (DT 87-92)
In Dilexit Nos schrijft paus Franciscus dat sociale zonde in de samenleving vorm krijgt als een “zondige structuur”, die “vaak deel uitmaakt van een heersende mentaliteit die als normaal of rationeel beschouwt wat in werkelijkheid slechts egoïsme en onverschilligheid is.” Het wordt normaal om de armen te negeren en te leven alsof ze niet bestaan. We moeten ons steeds meer inzetten om de structurele oorzaken van armoede op te lossen. Hulpverlening is slechts een tijdelijke oplossing. Het gebrek aan rechtvaardigheid is de wortel van alle sociale kwalen. Hebben zwakkeren niet dezelfde waardigheid als wij? Zijn zij die met minder mogelijkheden zijn geboren minder waard, moeten zij zich beperken tot overleven? Een van de structurele kwesties die moeten worden aangepakt, is die van de plaatsen, de huizen en steden waar de armen wonen en leven. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de gevolgen voor mensen van de aantasting van het milieu, het huidige ontwikkelingsmodel en de wegwerpcultuur. De onrechtvaardige structuren moeten worden vernietigd met de kracht van het goede, door een mentaliteitsverandering, maar ook, met behulp van wetenschap en techniek, door de ontwikkeling van effectief beleid. Het gaat om de liefde voor God, die in de wereld regeert. Laten we zijn Koninkrijk zoeken. De zorg voor de zuiverheid van het geloof mag niet los worden gezien van de zorg voor een doeltreffend getuigenis van dienstbaarheid aan de naaste, in het bijzonder aan de armen en onderdrukten. (DT 93-98)
Fundamenteel is het inzicht dat de voorkeurskeuze voor de armen door de Kerk verankerd is in het christologische geloof in God die arm is geworden om ons te verrijken met zijn armoede. Daarom bevestigen wij opnieuw onze evangelische voorkeurskeuze voor de armen. We moeten gemarginaliseerde gemeenschappen zien als subjecten die in staat zijn hun eigen cultuur te creëren, in plaats van als objecten van liefdadigheid. De keuze voor de armen vereist van ons aandacht voor de ander. Dit houdt in dat we de arme waarderen om zijn eigen goedheid, om zijn manier van zijn, zijn cultuur, zijn manier van het geloof beleven. Zo kunnen we hen op de juiste manier begeleiden op hun weg naar bevrijding. Het is duidelijk dat wij ons moeten laten evangeliseren door de armen en de mysterieuze wijsheid erkennen die God ons via hen wil meedelen. Opgegroeid in extreme onzekerheid, lerend te overleven in de meest ongunstige omstandigheden, hebben de armen veel geleerd. Zij die soortgelijke ervaringen niet hebben, kunnen zeker veel leren van de ervaring van de armen. (DT 99-102)
HOOFDSTUK VIJF – EEN PERMANENTE UITDAGING
De aandacht voor en met de armen is een essentieel onderdeel is van de weg van de Kerk. De zorg voor de armen is als een baken van licht. We moeten iedereen uitnodigen om zich in dit licht te begeven. De liefde voor de armen is een essentieel onderdeel van de geschiedenis van God met ons. Als Lichaam van Christus voelt de Kerk het leven van de armen als haar eigen ‘vlees’. Voor de christen zijn de armen niet alleen een sociaal probleem: zij zijn een ‘familiekwestie’. De heersende cultuur zet ertoe aan de armen aan hun lot over te laten, hen niet waardig te achten aandacht en waardering te schenken. We zijn het gewoon de andere kant op te kijken. Kan ik reageren vanuit geloof en liefde en in de mens in nood een mens zien met dezelfde waardigheid als ik. Veel vormen van huidige onverschilligheid zijn tekenen van een algemene levensstijl en symptomen van een zieke samenleving. Welvaart maakt ons blind. We denken dat we alleen gelukkig zijn als we zonder anderen kunnen. De armen kunnen voor ons stille leraren zijn die onze trots en arrogantie tot de juiste nederigheid terugbrengen. Het zijn juist de armen die ons evangeliseren. Zij confronteren ons met onze zwakheid en onthullen onze kwetsbaarheid en de leegheid van een schijnbaar beschermd en veilig leven. De voorkeursoptie voor de armen spoort de Kerk aan zich te richten tot de wereld waarin de armoede gigantische vormen aanneemt. Om echt in het mysterie van de incarnatie van God binnen te treden, moet men juist goed begrijpen dat de Heer vlees wordt dat honger heeft, dorst heeft, ziek is, gevangen zit. De armen staan centraal in de Kerk. De christelijke religie mag niet beperkt blijven tot de privésfeer. Elke kerkgemeenschap valt uiteen als zij zich niet creatief inzet en effectief samenwerkt om de armen een waardig leven te bieden en iedereen te integreren. In werkelijkheid is de ergste discriminatie waaronder de armen lijden het gebrek aan spirituele aandacht. (DT 103-114)
Het is goed om nog stil te staan bij de aalmoes, die vandaag de dag ook onder gelovigen geen goede naam heeft, zelden wordt beoefend en soms zelfs veracht. De belangrijkste hulp voor een arme is hem aan een goede baan helpen, zodat hij een waardig leven kan leiden. Echter als deze concrete mogelijkheid nog niet bestaat, mogen we iemand niet aan zijn lot overlaten. En dus blijft de aalmoes een noodzakelijk moment van contact, van ontmoeting en van inleven in de situatie van anderen. We worden uitgenodigd even stil te staan en de arme in de ogen te kijken, hem aan te raken en iets van onszelf met hem te delen. Het zal ons hart raken ook al lost het de armoede in de wereld niet op. (DT 115-119)
Christelijke liefde overwint alle barrières, brengt verre mensen dichterbij, brengt vreemden samen, maakt vijanden tot vrienden, dringt door tot in de meest verborgen krochten van de samenleving. Christelijke liefde is van nature profetisch, verricht wonderen, kent geen grenzen: zij doet het onmogelijke gebeuren. Liefde is bovenal een manier om het leven te begrijpen en te leven. De Kerk die de wereld vandaag nodig heeft, is een Kerk die alleen mannen en vrouwen kent om lief te hebben. Zowel door uw werk en inzet om onrechtvaardige sociale structuren te veranderen, als door die eenvoudige, zeer persoonlijke en nabije daad van hulp, kan iedere arme voelen dat de woorden van Jezus voor hem bedoeld zijn: “Ik heb u liefgehad” (Apk 3,9). (DT 120-121)
De complete tekst van de exhortatie staat op:
https://rkdocumenten.nl/toondocument/9671-dilexi-te-nl
Voorlopig is dit nog een werkvertaling. Uiteindelijk verschijnt hier de geautoriseerde vertaling.
De tekst is ook in diverse talen te vinden op:
https://www.vatican.va/content/leo-xiv/en/apost_exhortations.index.html
Na bijna tien jaar bij onze parochie te hebben gewerkt, zal diaken Pier Tolsma in november afscheid nemen. Bij die gelegenheid zijn er afscheidsvieringen en is er op zondag 9 november een symposium. Hieronder komt hij zelf aan het woord.
Hoe ben je diaken geworden?
Ik was actief in de Petrusparochie in Leiden. Mijn vrouw Joke is theologie gaan studeren nadat ze op latere leeftijd katholiek is geworden. Ze was met allerlei vraagstukken bezig die voor haar nieuw waren, maar niet voor mij. Dat bracht verdieping met zich mee, ook voor mij. Zij heeft me aangespoord om aan de diakenopleiding te beginnen. Wat ook speelde is het faillissement van Fokker, waar ik jarenlang gewerkt hebt. Het aspect ‘hier blijf ik nog jaren werken’ verdween uit mijn leven.
Wat verandert er als je deelneemt aan de diakenopleiding?
Je gaat je meer verdiepen. Ik ben me bezig gaan houden met de katholieke sociale leer, met maatschappelijke verhoudingen. Via een leesgroep van verschillende leeftijden, waar mijn vrouw en ik lid van waren, hebben we veel mooie gesprekken over het geloof gehad. Je komt er dan ook achter wat je zelf gelooft.
Wat en wie kom je tegen op de opleiding?
Op het seminarie van Bovendonk (Hoeven, Noord-Brabant) werden mensen met een late roeping opgeleid, in eerste instantie alleen priesters. Mijn lichting was de eerste lichting die specifiek als diakens werden opgeleid. In mijn jaar waren er zes diakenstudenten en een priesterstudent. Opvallend was dat de diakens vaak met een vrouw met protestantse achtergrond getrouwd waren. Ook daar werden, net als bij ons, geloofsgesprekken gevoerd.
Hoe zag het lesrooster eruit?
Dat bestond uit de sociale leer, dogmatiek, ethiek, filosofie, kerkgeschiedenis, Bijbel, psychologie, Nederlandse literatuur, liturgie, et cetera, zeven vakken per weekend, één op vrijdagavond, vier op zaterdag en twee op zondag. twee semesters, veertien vakken per jaar. Ik sliep daar tijdens de weekenden ook, en we baden als groep studenten ook het getijdengebed. Dat zes jaar lang, twintig weekenden per jaar. De laatste twee jaar gecombineerd met de stage. Tijdens het derde en vierde jaar deed ik daarnaast de studie christendom en islam.
Hoe waren de stage en jouw eerste jaren als gewijd diaken?
Tijdens mijn stage en eerste jaren als diaken heb ik vooral geleerd om te gaan met mensen met verschillende (culturele) achtergronden. In Delft liep ik stage in een arbeiderswijk en in Den Haag kwam ik terecht in een parochie met veel Spaanstaligen. Je komt er dan achter dat die achtergronden veel invloed hebben op hoe mensen in het leven staan en zich gedragen. Zonder in stereotypen te vervallen, willen mensen in de arbeiderswijk graag meteen dingen aanpakken en willen de mensen die bureauwerk doen liever eerst praten en plannen.
Hoe ben je in de federatie Vlietstreek terechtgekomen?
Na mijn eerste jaren in Den Haag ben ik nog vijf jaar werkzaam geweest in Oostland (Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland). Bij het bereiken van mijn pensioengerechtigde leeftijd, heb ik aan het bisdom aangegeven dat ik nog tot mijn 75e door wilde. Toen ben ik overgestapt naar de Vlietstreek. Hier heb ik het al 9,5 jaar naar mijn zin. Het is fantastisch om samen te werken met pastoor Bakker.
Wat is jouw kijk op het ambt van diaken? Op welke manier heb je er zelf invulling aan gegeven?
Het diakenambt heeft altijd bestaan, maar is door het Tweede Vaticaans Concilie opengesteld voor gehuwde mannen. De taken van de diaken zijn niet scherp omschreven. Wel over welke sacramenten de diaken mag bedienen, overigens. De nadruk van het diakenwerk ligt op de liefde, uitvoerend leiderschap en dienstbaarheid. Dat bestaat uit de dienst van het woord, denk aan de preek tijdens de Mis, de dienst van de tafel, het assisteren van de priester in de eucharistie en de dienst van de liefdewerken. Dienstbaarheid is het sleutelwoord. Een diaken is een manusje-van-alles.
Wat zijn liefdewerken?
Mijn opvatting is dat niet de diaken diaconaal moet zijn, maar dat de parochie dat moet zijn. De diaken moet dat bevorderen. Zo heb ik met de andere kerken in Rijswijk een afdeling van Schuldhulpmaatje opgericht. Verder is het ook belangrijk om naar elkaar om te zien, zoals ziekenbezoek en pastoraat van ouderen.
Prediking behoort tot het takenpakket van de diaken. Wat zijn de ingrediënten van een goede preek? Waar let je zelf op?
Aan het begin van de week lees ik de lezingen van de volgende zondag. Meestal staat daar wel een zin in waarover ik iets wil zeggen, de boodschap van de preek. Dat laat ik dan een paar dagen rijpen in mijn hoofd. Donderdag en vrijdag schrijf ik de preek. Zaterdag lees ik hem na en werk hem bij. Ik hou een soort van betogen. Ik ben wat minder van de anekdotes. Ik kan me voorstellen dat mijn preken niet altijd makkelijk zijn. Ik vertaal vooral grotere thema’s naar de cultuur van onze maatschappij. Ik besteed ook aandacht aan encyclieken en andere zaken die vanuit de Kerk naar de samenleving (en parochie) toe komen.
Getrouwde mannen mogen diaken worden, maar geen priester. Zelf ben je getrouwd. Merk je verschillen tussen permanente diakens en priesters?
Een andere voorgeschiedenis speelt zeker een rol. Als gehuwde man kun je pas na je 35e diaken worden. Daardoor heb je automatisch meer levenservaring en een maatschappelijke carrière gehad. Wij hebben geen kinderen, maar als je opgroeiende kinderen hebt dan sta je nog meer met je poten in de klei. Deze verschillen zijn overigens meer van toepassing op gemiddelden, want ieder individu is anders. Over het algemeen heeft iemand die net permanent diaken geworden is meer maatschappelijke ervaring dan iemand die net priester is geworden.
Zie je het voor je dat op een dag een van jouw opvolgers een vrouw is?
Ja, al denk ik niet dat ik dat nog mee ga maken. De Kerk is een wereldkerk en heeft met veel verschillende culturen te maken en dan moet je oppassen dat je de Nederlandse cultuur als maatstaf neemt. Verder moeten er ook in Nederland nog stappen worden gezet in de emancipatie, want ook in Nederland zijn we nog niet klaar met de begrippen ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ en de rollen die daarbij horen. In de Kerk (en de samenleving) moet dit werkbaar gemaakt worden door minder stereotypisch te denken over mannen en vrouwen. Mannen en vrouwen worden nog teveel in een bepaalde rol geduwd. Wel is er natuurlijk een duidelijke ontwikkeling in de samenleving die ook zijn weerslag heeft in de Kerk. Wat in de Kerk een rol speelt dat is dat die voor mensen zó belangrijk is dat in discussies hierover mensen heel sterk hun eigen opvattingen op de Kerk drukken.
Wat vind je de mooiste aspecten van het werk als diaken?
Het ‘leraar zijn’. Het faciliteren van het leren en het mensen met elkaar in gesprek laten gaan. Mensen zelf aan het woord laten. Het gesprek faciliteren is belangrijk, in plaats van de inhoud bepalen. Tijdens gesprekken komt er veel los en gebeuren er veel mooie dingen. Verder vind ik het doen van uitvaarten ook bijzonder. Dat zijn bij uitstek missionaire gelegenheden. Er komen daar ook mensen die normaal niet in de kerk komen. Het is een mogelijkheid om mensen kennis te laten maken met het geloof. Het geeft ook veel voldoening om mensen nabij te zijn en ervoor te zorgen dat zij op een goede manier afscheid kunnen nemen van hun geliefden.
Waar ben je het meest trots op?
Ik ben trots op Kerk aan de Vliet. Dat hebben we in korte tijd uit de grond gestampt en het is al negen jaar een mooi blad. Ik heb daar jaren met veel plezier aan gewerkt
Wat is lastig of moeilijk?
Je komt ook mensen tegen die je eigenlijk niet kunt helpen, bijvoorbeeld omdat ze met zichzelf in de knoop zitten. Het voelt machteloos, maar je kunt weinig anders doen dan die machteloosheid accepteren. Het helpt dat ik in staat ben om afstand te houden wanneer dat nodig is. Je hoopt dat er zijn ook het verschil maakt.
Hoe wil je herinnerd worden binnen onze parochie?
Daar heb ik me nooit mee bezig gehouden. Voor mij is het belangrijk wat ik zelf ervan vindt. Ik denk dat ik vooral in herinnering blijf als iemand die zijn eigen weg ging.
Wat ga je het meeste missen aan uw tijd in Voorburg, Leidschendam en Rijswijk?
Ik ga missen dat je samen met mensen dingen doet. Ik zal nauwelijks nog in de liturgie actief zijn. Preken zal er ook niet meer bij zijn, maar ik zal wel blijven schrijven.
Wat ga je nu doen?
Ik zit in het bestuur van de Stichting Straatpastoraat in Leiden. Verder wil ik de serie Geloof en wetenschap die ik hier in Voorburg gedaan heb, naar Leiden meenemen. In januari gaan we daar mee beginnen. Thuis ga ik nog wat meer koken, nu daar meer tijd voor komt.
Wat wil je nog meegeven aan de parochianen of aan uw collega’s in het pastoraal team?
Dienstbaarheid is niet alleen belangrijk voor een diaken, maar voor iedereen. Help en dien elkaar. Mijn vader had een kruidenierszaak. In zijn notitieboek had hij opgeschreven: ik had geen zaak, maar een dienstverlenend bedrijf. Dat bedoelde hij niet in de economische betekenis van het woord. Hij sprak ook met zijn klanten. Je kunt overal dienstbaar zijn.
Dit interview werd gehouden ter gelegenheid van mijn afscheid van de parochie HH. Maria en Jozef op 23 november 2025.
Op 9 november was er ter gelegenheid van mijn afscheid van de parochie HH. Maria en Jozef in de Sint Martinuskerk in Voorburg een symposium over dialoog.
De verschillende sprekers waren:
» Evelyne Verheggen over Kunst in de dialoog tussen protestanten en katholieken: het hart als huis van de ziel
» Giel Schormans over Dialoog: oecumene en gedeelde spiritualiteit
» Alper Alasag over Islam en dialoog
» Machiel Kleemans over Geloof en wetenschap
» Monique de Witte – van den Haak over Dialoog en Synode
» Hans Schnitzler over Dialoog in de kroeg
De teksten van de toespraken vindt u hier.
De tekst van het door mij gelezen gedicht van Piter Jelles Troelstra met een vertaling vindt u hier.
Afgelopen jaar is er een interreligieuze wandeling in Leiden ontwikkeld. Dit gebeurde in samenwerking met Büşra Saray & Esat Isik.
De folder van de wandeling kunt u hier downloaden.
Vrede aan u allen!
Wij katholieken vieren volgende week met Kerstmis de geboorte van Jezus van Nazareth. Dat is voor ons een belangrijk feest. Voor moslims is Jezus ofwel Isa een groot profeet. Voor ons christenen is Hij God de Zoon die mens is geworden. Ons geloof in de goddelijke drie-eenheid: Vader, Zoon en heilige Geest betekent ook voor ons dat er slechts één God is.
Moslims, joden en christenen delen het geloof in één God: de Barmhartige, de Liefdevolle. In het geloof zijn wij allen kinderen van Abraham. Wij delen het geloof in God die vol liefde voor ons mensen is. Uit liefde heeft God alles geschapen en Hij blijft heel zijn schepping met zijn liefde omringen. De menswording van God de Zoon is voor ons het ultieme teken van Gods liefde voor de schepping en voor ons mensen. De Schepper verenigt zich uit liefde op zeer innige wijze met zijn schepping.
In de Kerstnacht klinken in onze kerken de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.” “Een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken… Men noemt Hem: wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredesvorst.” Kerstmis wordt wereldwijd gezien als feest van vrede. Dat is ook wat ons hier vanavond samenbrengt. Wij willen ons inzetten voor de vrede. Daarvoor zoeken we elkaar op, ontmoeten wij elkaar en gaan we met elkaar in gesprek.
Het is een relatief nieuw inzicht in de geschiedenis van de mensheid. Vrede bereik je niet met wapens en geweld, niet met het voeren van oorlog. Vrede bereik je door elkaar te leren kennen en elkaar te begrijpen. Ook voor ons gelovigen – moslims en christenen – is dit nieuw. Dit jaar vierden wij katholieken dat zestig jaar geleden de verklaring Nostra eatate tot stand kwam. In deze verklaring spreekt de katholieke Kerk met waardering over andere godsdiensten. Zo maakt zij het gesprek met andere godsdiensten mogelijk.
Over moslims staat er geschreven: “De Kerk beschouwt ook met hoogachting de moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij trachten zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen, zoals Abraham, op wie het islamitisch geloof zich zo graag beroept, zich aan God onderwierp. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren zij Hem toch als profeet, en zij eren zijn maagdelijke Moeder Maria, die zij soms zelfs met godsvrucht aanroepen. Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, waarop God de mensen zal doen verrijzen en hun zal vergelden naar werken. Daarom staat een hoogstaand zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God, vooral door gebed, aalmoezen en vasten.”
De afgelopen decennia is – als vervolg hierop – wereldwijd en op alle niveaus, van hoog tot laag, de dialoog met vertegenwoordigers van andere godsdiensten gestart. Door naar elkaar te luisteren en de eigen gedachten toe te lichten leren wij elkaar kennen en begrijpen. Zo dragen we op eigen wijze en in de eigen omgeving bij aan de vrede. Ik ervaar dat ook als een persoonlijke verrijking. Door de dialoog wordt ook mijn eigen geloof verdiept.
Een voorbeeld hiervan is mijn contact met Büşra & Esat hier in Leiden. Een jaar geleden maakten wij een wandeling door de stad. Hierbij trokken we langs een aantal kerken en moskeeën, langs de synagoge en langs andere uitingen van religieus leven in deze stad. Het leidde tot mooie gesprekken met elkaar. Van deze interreligieuze wandeling is nu een folder gemaakt. Deze kunt u straks meenemen. Dan kunt u samen met anderen deze wandeling maken.
Ik wens u allen een vreugdevol en vredevol Kerstfeest toe.
Toespraak tijdens kerstdiner van Stichting Atlas in Leiden op 20-12-2025.
Vandaag wordt voor de honderdste keer het feest van Christus Koning gevierd. Het feest werd in december 1925 ingesteld door paus Pius XI. In zijn encycliek ‘Quas primas’ schrijft hij: “Wij achten geen middel doeltreffender om het herstel en de bevestiging van de vrede te bereiken, dan de heerschappij van onze Heer Jezus Christus weer in ere te herstellen.” Over een maand vieren we Kerstmis. Dan lezen we bij Jesaja: “Een Kind is ons geboren en een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd; en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9,5)
Pater Titus Brandsma schrijft in 1928: “Christus moet onze Koning zijn. Vooral op deze feestdag is het weer een heerlijk ideaal. Maar hij kan dat niet zijn, als wij ons niet onder zijn uitvoering stellen in onze strijd voor de vrede. Hij heeft het grote geheim van den vrede. Hij wil de vrede aan de wereld geven en vraagt om onze bijdrage. Door ons wil Hij de wereld zijn vrede deelachtig maken.” Werken aan vrede vraagt van ons dat we ons dienstbaar opstellen, dat we ons niet primair richten op het eigen belang, dat we onze medemensen niet zien als concurrenten, maar als onze broeders en zusters, als kinderen van één Vader.
Het feest van Christus Koning is geen triomfalistisch feest. Het eerder het tegendeel daarvan, een pleidooi voor dienstbaarheid en bescheidenheid en aan aanklacht tegen borstklopperij. Pius XI schrijft: “Als de vorsten en wettig gekozen overheden eenmaal de overtuiging hebben, dat zij niet zozeer krachtens eigen recht, maar in opdracht en in plaats van de goddelijke Koning besturen, dan zullen zij een heilig en verstandig gebruik maken van hun gezag.”
Jezus Christus, onze goddelijke Koning zegt van zichzelf: “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” (Mc 10,45) In Evangelie van vandaag laat Jezus ons zien, dat het niet gaat om machtsvertoon, maar om liefde voor de ander. Hij toont niet zijn macht door zichzelf te redden. Nee, Hij toont zich machtig in liefde door de berouwvolle misdadiger te redden. Zijn koninkrijk is het paradijs, het Rijk van de Liefde.
In het Bijbelse denken is een goede koning een koning die vrede en welvaart, het geluk voor heel zijn volk brengt. Het is een koning die als een herder en als een vader voor zijn volk zorgt. Het is een koning die dient. Hij is er niet voor zichzelf; hij is er voor de ander. Een goede koning, een goede leider is geen sterke man zoals het populisme voorstelt. Een sterke man denkt vrede te brengen door oorlog te voeren, door zijn wil – een gedwongen vrede – op te leggen aan het volk.
Vrede is meer dan het zwijgen van de wapens. Pater Titus Brandsma schrijft: “Woont Jezus’ liefde in ons, zijn vergevingsgezindheid, van volk tot volk, van gewest tot gewest, van stad tot stad, en vooral van mensen tot mensen in het gewone dagelijkse leven, dan is de vrede verzekerd.” Vrede begint bij innerlijke vrede. Vrede begint dicht bij huis. Vrede vraagt vrijheid, barmhartigheid en gerechtigheid, zodat mensen naar eigen inzichten een goed en gelukkig leven kunnen leiden.
Paulus schrijft dat in Christus onze bevrijding verzekerd is en onze zonden zijn vergeven. Het is Christus die ons redding en bevrijding brengt. Zijn koningschap is van kosmische aard. Hij is koning van alle ruimte en alle tijd. Hij is Koning van heel de schepping. Alles wordt door Hem gered.
Jezus Christus erkennen als onze Koning houdt ook in dat wij Hem willen navolgen. Petrus schrijft in zijn eerste brief: “Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie.” (1 Pe 2,9) Als volk van God hebben wij het gemeenschappelijk priesterschap: wij delen in het hogepriesterschap en in het koningschap van Christus. Wij worden uitgenodigd te handelen als koningen door ons in dienst te stellen van anderen en niet in de eerste plaats ons eigen belang te zoeken. Jezus kwam om te dienen, niet om gediend te worden. Laten wij Hem daarin navolgen. Amen.
Op 9 november was er in de Sint Martinuskerk in Voorburg een symposium ter gelegenheid van mijn afscheid als diaken.
Aan het einde van het symposium las ik onderstaand gedicht van de Friese dichter Piter Jelles Troelstra voor.
.
.
| LEAFDE Piter Jelles Troelstra (1860-1930) It alderheechste en bêste, Dat men op ierde fynt, Dat is dy golle leafde, Dy trouwe herten bynt. Mei blanke fingers knottet Hja hert oan herte fêst, En jout har yn har earmen De heechste wille en rêst. Wa s’ ienkear mei har eagen Fol wille en frede wonk, Dy fynt yn leed en lijen By har altiid in honk. Dy krûpt, by al it wrotten En wramen fan ‘e wrâld, As wyld de stoarmen bylje, Mar kûs by har yn ’t skad. O, wa dy himelingel Syn siel en sinnen jout, By har syn wille siket, Foar har syn timpel bout. Dy is allyk de swalker, Dy’t lang om rêste socht, Mar foar de frou Marije Se fûn by ’t ivich ljocht. Hy knibbelt foar it alter Yn djip ferjitten dol, Wyls dat ‘de Mem’ him seinjend Oanglimket himelgol. En as dy lott’re siele Dêr sa har boeiens brêkt, Gods ljocht troch ’t hege finster It ‘amen, amen!’ sprêkt. Geschreven in 1890 | LIEFDE Vertaling: Pier Tolsma Het allerhoogste en beste, Dat men op aarde vindt, Dat is die gulle liefde, Die trouwe harten bindt. Met blanke vingers knoopt Zij hart aan harte vast, En geeft haar in haar armen De hoogste vreugde en rust. Wie ze eenmaal met haar ogen Vol vreugde en vrede wenkte, Die vindt in leed en lijden Bij haar altijd een honk. Die kruipt, bij al het wroeten En zwoegen van de wereld, Als wild de stormen razen, Maar knus bij haar in de schaduw. O, wie de hemelengel Zijn ziel en zinnen geeft, Bij haar zijn vreugde zoekt, Voor haar een tempel bouwt. Die is gelijk de zwerver, Die lang naar rusten zocht, Maar voor de vrouw Maria Ze vond bij het eeuwig licht. Hij knielt voor het altaar In diep vergeten dol, Terwijl ‘de Moeder’ hem zegenend Toelacht hemelgul. En als de gelouterde ziel Daar zo haar boeien breekt, Gods licht door het hoge venster Het ‘amen, amen!’ spreekt. |
Auteur: Jason M. Brown
Titel: Thuiskomen in de wildernis: Wat ecospiritualiteit ons kan leren
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 8528 800 8
Aantal pagina’s: 255
Ecologisch theoloog Jason M. Brown beschrijft de gesprekken die hij met monniken van vier verschillende afgelegen kloosters tijdens het werk en al wandelend voert. Dat geeft het boek een aangename traagheid. Op beeldende en reflecterende wijze beschrijft hij de plaats, de natuur en de stilte waarmee de monniken zich op spirituele wijze innig verbonden voelen. Een monnik vertelt: “Ik breng mijn leven in de liturgie; mijn ervaringen die ik had in het bos, of toen ik in de tuin de grond bewerkte en dingen zag groeien. Mijn tijd op mijn eentje in het bos heeft me geholpen om te zien wat er in de liturgie plaatsvindt.”
In het laatste hoofdstuk geeft hij aan hoe we onze levensstijl kunnen veranderen door betekenis te geven aan plaats waar we verblijven. “Monniken fluisteren de wereld onophoudend en zonder veel tamtam toe: doe een rustig, stop even, let op, luister, bid, wees dankbaar, maak een wandeling in het bos.” Zij nodigen ons uit tot verandering. Tenslotte geeft Brown in dit inspirerende boek nog een aantal praktische tips.