Na bijna tien jaar bij onze parochie te hebben gewerkt, zal diaken Pier Tolsma in november afscheid nemen. Bij die gelegenheid zijn er afscheidsvieringen en is er op zondag 9 november een symposium. Hieronder komt hij zelf aan het woord.
Hoe ben je diaken geworden?
Ik was actief in de Petrusparochie in Leiden. Mijn vrouw Joke is theologie gaan studeren nadat ze op latere leeftijd katholiek is geworden. Ze was met allerlei vraagstukken bezig die voor haar nieuw waren, maar niet voor mij. Dat bracht verdieping met zich mee, ook voor mij. Zij heeft me aangespoord om aan de diakenopleiding te beginnen. Wat ook speelde is het faillissement van Fokker, waar ik jarenlang gewerkt hebt. Het aspect ‘hier blijf ik nog jaren werken’ verdween uit mijn leven.
Wat verandert er als je deelneemt aan de diakenopleiding?
Je gaat je meer verdiepen. Ik ben me bezig gaan houden met de katholieke sociale leer, met maatschappelijke verhoudingen. Via een leesgroep van verschillende leeftijden, waar mijn vrouw en ik lid van waren, hebben we veel mooie gesprekken over het geloof gehad. Je komt er dan ook achter wat je zelf gelooft.
Wat en wie kom je tegen op de opleiding?
Op het seminarie van Bovendonk (Hoeven, Noord-Brabant) werden mensen met een late roeping opgeleid, in eerste instantie alleen priesters. Mijn lichting was de eerste lichting die specifiek als diakens werden opgeleid. In mijn jaar waren er zes diakenstudenten en een priesterstudent. Opvallend was dat de diakens vaak met een vrouw met protestantse achtergrond getrouwd waren. Ook daar werden, net als bij ons, geloofsgesprekken gevoerd.
Hoe zag het lesrooster eruit?
Dat bestond uit de sociale leer, dogmatiek, ethiek, filosofie, kerkgeschiedenis, Bijbel, psychologie, Nederlandse literatuur, liturgie, et cetera, zeven vakken per weekend, één op vrijdagavond, vier op zaterdag en twee op zondag. twee semesters, veertien vakken per jaar. Ik sliep daar tijdens de weekenden ook, en we baden als groep studenten ook het getijdengebed. Dat zes jaar lang, twintig weekenden per jaar. De laatste twee jaar gecombineerd met de stage. Tijdens het derde en vierde jaar deed ik daarnaast de studie christendom en islam.
Hoe waren de stage en jouw eerste jaren als gewijd diaken?
Tijdens mijn stage en eerste jaren als diaken heb ik vooral geleerd om te gaan met mensen met verschillende (culturele) achtergronden. In Delft liep ik stage in een arbeiderswijk en in Den Haag kwam ik terecht in een parochie met veel Spaanstaligen. Je komt er dan achter dat die achtergronden veel invloed hebben op hoe mensen in het leven staan en zich gedragen. Zonder in stereotypen te vervallen, willen mensen in de arbeiderswijk graag meteen dingen aanpakken en willen de mensen die bureauwerk doen liever eerst praten en plannen.
Hoe ben je in de federatie Vlietstreek terechtgekomen?
Na mijn eerste jaren in Den Haag ben ik nog vijf jaar werkzaam geweest in Oostland (Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland). Bij het bereiken van mijn pensioengerechtigde leeftijd, heb ik aan het bisdom aangegeven dat ik nog tot mijn 75e door wilde. Toen ben ik overgestapt naar de Vlietstreek. Hier heb ik het al 9,5 jaar naar mijn zin. Het is fantastisch om samen te werken met pastoor Bakker.
Wat is jouw kijk op het ambt van diaken? Op welke manier heb je er zelf invulling aan gegeven?
Het diakenambt heeft altijd bestaan, maar is door het Tweede Vaticaans Concilie opengesteld voor gehuwde mannen. De taken van de diaken zijn niet scherp omschreven. Wel over welke sacramenten de diaken mag bedienen, overigens. De nadruk van het diakenwerk ligt op de liefde, uitvoerend leiderschap en dienstbaarheid. Dat bestaat uit de dienst van het woord, denk aan de preek tijdens de Mis, de dienst van de tafel, het assisteren van de priester in de eucharistie en de dienst van de liefdewerken. Dienstbaarheid is het sleutelwoord. Een diaken is een manusje-van-alles.
Wat zijn liefdewerken?
Mijn opvatting is dat niet de diaken diaconaal moet zijn, maar dat de parochie dat moet zijn. De diaken moet dat bevorderen. Zo heb ik met de andere kerken in Rijswijk een afdeling van Schuldhulpmaatje opgericht. Verder is het ook belangrijk om naar elkaar om te zien, zoals ziekenbezoek en pastoraat van ouderen.
Prediking behoort tot het takenpakket van de diaken. Wat zijn de ingrediënten van een goede preek? Waar let je zelf op?
Aan het begin van de week lees ik de lezingen van de volgende zondag. Meestal staat daar wel een zin in waarover ik iets wil zeggen, de boodschap van de preek. Dat laat ik dan een paar dagen rijpen in mijn hoofd. Donderdag en vrijdag schrijf ik de preek. Zaterdag lees ik hem na en werk hem bij. Ik hou een soort van betogen. Ik ben wat minder van de anekdotes. Ik kan me voorstellen dat mijn preken niet altijd makkelijk zijn. Ik vertaal vooral grotere thema’s naar de cultuur van onze maatschappij. Ik besteed ook aandacht aan encyclieken en andere zaken die vanuit de Kerk naar de samenleving (en parochie) toe komen.
Getrouwde mannen mogen diaken worden, maar geen priester. Zelf ben je getrouwd. Merk je verschillen tussen permanente diakens en priesters?
Een andere voorgeschiedenis speelt zeker een rol. Als gehuwde man kun je pas na je 35e diaken worden. Daardoor heb je automatisch meer levenservaring en een maatschappelijke carrière gehad. Wij hebben geen kinderen, maar als je opgroeiende kinderen hebt dan sta je nog meer met je poten in de klei. Deze verschillen zijn overigens meer van toepassing op gemiddelden, want ieder individu is anders. Over het algemeen heeft iemand die net permanent diaken geworden is meer maatschappelijke ervaring dan iemand die net priester is geworden.
Zie je het voor je dat op een dag een van jouw opvolgers een vrouw is?
Ja, al denk ik niet dat ik dat nog mee ga maken. De Kerk is een wereldkerk en heeft met veel verschillende culturen te maken en dan moet je oppassen dat je de Nederlandse cultuur als maatstaf neemt. Verder moeten er ook in Nederland nog stappen worden gezet in de emancipatie, want ook in Nederland zijn we nog niet klaar met de begrippen ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ en de rollen die daarbij horen. In de Kerk (en de samenleving) moet dit werkbaar gemaakt worden door minder stereotypisch te denken over mannen en vrouwen. Mannen en vrouwen worden nog teveel in een bepaalde rol geduwd. Wel is er natuurlijk een duidelijke ontwikkeling in de samenleving die ook zijn weerslag heeft in de Kerk. Wat in de Kerk een rol speelt dat is dat die voor mensen zó belangrijk is dat in discussies hierover mensen heel sterk hun eigen opvattingen op de Kerk drukken.
Wat vind je de mooiste aspecten van het werk als diaken?
Het ‘leraar zijn’. Het faciliteren van het leren en het mensen met elkaar in gesprek laten gaan. Mensen zelf aan het woord laten. Het gesprek faciliteren is belangrijk, in plaats van de inhoud bepalen. Tijdens gesprekken komt er veel los en gebeuren er veel mooie dingen. Verder vind ik het doen van uitvaarten ook bijzonder. Dat zijn bij uitstek missionaire gelegenheden. Er komen daar ook mensen die normaal niet in de kerk komen. Het is een mogelijkheid om mensen kennis te laten maken met het geloof. Het geeft ook veel voldoening om mensen nabij te zijn en ervoor te zorgen dat zij op een goede manier afscheid kunnen nemen van hun geliefden.
Waar ben je het meest trots op?
Ik ben trots op Kerk aan de Vliet. Dat hebben we in korte tijd uit de grond gestampt en het is al negen jaar een mooi blad. Ik heb daar jaren met veel plezier aan gewerkt
Wat is lastig of moeilijk?
Je komt ook mensen tegen die je eigenlijk niet kunt helpen, bijvoorbeeld omdat ze met zichzelf in de knoop zitten. Het voelt machteloos, maar je kunt weinig anders doen dan die machteloosheid accepteren. Het helpt dat ik in staat ben om afstand te houden wanneer dat nodig is. Je hoopt dat er zijn ook het verschil maakt.
Hoe wil je herinnerd worden binnen onze parochie?
Daar heb ik me nooit mee bezig gehouden. Voor mij is het belangrijk wat ik zelf ervan vindt. Ik denk dat ik vooral in herinnering blijf als iemand die zijn eigen weg ging.
Wat ga je het meeste missen aan uw tijd in Voorburg, Leidschendam en Rijswijk?
Ik ga missen dat je samen met mensen dingen doet. Ik zal nauwelijks nog in de liturgie actief zijn. Preken zal er ook niet meer bij zijn, maar ik zal wel blijven schrijven.
Wat ga je nu doen?
Ik zit in het bestuur van de Stichting Straatpastoraat in Leiden. Verder wil ik de serie Geloof en wetenschap die ik hier in Voorburg gedaan heb, naar Leiden meenemen. In januari gaan we daar mee beginnen. Thuis ga ik nog wat meer koken, nu daar meer tijd voor komt.
Wat wil je nog meegeven aan de parochianen of aan uw collega’s in het pastoraal team?
Dienstbaarheid is niet alleen belangrijk voor een diaken, maar voor iedereen. Help en dien elkaar. Mijn vader had een kruidenierszaak. In zijn notitieboek had hij opgeschreven: ik had geen zaak, maar een dienstverlenend bedrijf. Dat bedoelde hij niet in de economische betekenis van het woord. Hij sprak ook met zijn klanten. Je kunt overal dienstbaar zijn.
Dit interview werd gehouden ter gelegenheid van mijn afscheid van de parochie HH. Maria en Jozef op 23 november 2025.
Op 9 november was er ter gelegenheid van mijn afscheid van de parochie HH. Maria en Jozef in de Sint Martinuskerk in Voorburg een symposium over dialoog.
De verschillende sprekers waren:
» Evelyne Verheggen over Kunst in de dialoog tussen protestanten en katholieken: het hart als huis van de ziel
» Giel Schormans over Dialoog: oecumene en gedeelde spiritualiteit
» Alper Alasag over Islam en dialoog
» Machiel Kleemans over Geloof en wetenschap
» Monique de Witte – van den Haak over Dialoog en Synode
» Hans Schnitzler over Dialoog in de kroeg
De teksten van de toespraken vindt u hier.
De tekst van het door mij gelezen gedicht van Piter Jelles Troelstra met een vertaling vindt u hier.
Afgelopen jaar is er een interreligieuze wandeling in Leiden ontwikkeld. Dit gebeurde in samenwerking met Büşra Saray & Esat Isik.
De folder van de wandeling kunt u hier downloaden.
Vrede aan u allen!
Wij katholieken vieren volgende week met Kerstmis de geboorte van Jezus van Nazareth. Dat is voor ons een belangrijk feest. Voor moslims is Jezus ofwel Isa een groot profeet. Voor ons christenen is Hij God de Zoon die mens is geworden. Ons geloof in de goddelijke drie-eenheid: Vader, Zoon en heilige Geest betekent ook voor ons dat er slechts één God is.
Moslims, joden en christenen delen het geloof in één God: de Barmhartige, de Liefdevolle. In het geloof zijn wij allen kinderen van Abraham. Wij delen het geloof in God die vol liefde voor ons mensen is. Uit liefde heeft God alles geschapen en Hij blijft heel zijn schepping met zijn liefde omringen. De menswording van God de Zoon is voor ons het ultieme teken van Gods liefde voor de schepping en voor ons mensen. De Schepper verenigt zich uit liefde op zeer innige wijze met zijn schepping.
In de Kerstnacht klinken in onze kerken de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.” “Een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken… Men noemt Hem: wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredesvorst.” Kerstmis wordt wereldwijd gezien als feest van vrede. Dat is ook wat ons hier vanavond samenbrengt. Wij willen ons inzetten voor de vrede. Daarvoor zoeken we elkaar op, ontmoeten wij elkaar en gaan we met elkaar in gesprek.
Het is een relatief nieuw inzicht in de geschiedenis van de mensheid. Vrede bereik je niet met wapens en geweld, niet met het voeren van oorlog. Vrede bereik je door elkaar te leren kennen en elkaar te begrijpen. Ook voor ons gelovigen – moslims en christenen – is dit nieuw. Dit jaar vierden wij katholieken dat zestig jaar geleden de verklaring Nostra eatate tot stand kwam. In deze verklaring spreekt de katholieke Kerk met waardering over andere godsdiensten. Zo maakt zij het gesprek met andere godsdiensten mogelijk.
Over moslims staat er geschreven: “De Kerk beschouwt ook met hoogachting de moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij trachten zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen, zoals Abraham, op wie het islamitisch geloof zich zo graag beroept, zich aan God onderwierp. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren zij Hem toch als profeet, en zij eren zijn maagdelijke Moeder Maria, die zij soms zelfs met godsvrucht aanroepen. Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, waarop God de mensen zal doen verrijzen en hun zal vergelden naar werken. Daarom staat een hoogstaand zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God, vooral door gebed, aalmoezen en vasten.”
De afgelopen decennia is – als vervolg hierop – wereldwijd en op alle niveaus, van hoog tot laag, de dialoog met vertegenwoordigers van andere godsdiensten gestart. Door naar elkaar te luisteren en de eigen gedachten toe te lichten leren wij elkaar kennen en begrijpen. Zo dragen we op eigen wijze en in de eigen omgeving bij aan de vrede. Ik ervaar dat ook als een persoonlijke verrijking. Door de dialoog wordt ook mijn eigen geloof verdiept.
Een voorbeeld hiervan is mijn contact met Büşra & Esat hier in Leiden. Een jaar geleden maakten wij een wandeling door de stad. Hierbij trokken we langs een aantal kerken en moskeeën, langs de synagoge en langs andere uitingen van religieus leven in deze stad. Het leidde tot mooie gesprekken met elkaar. Van deze interreligieuze wandeling is nu een folder gemaakt. Deze kunt u straks meenemen. Dan kunt u samen met anderen deze wandeling maken.
Ik wens u allen een vreugdevol en vredevol Kerstfeest toe.
Toespraak tijdens kerstdiner van Stichting Atlas in Leiden op 20-12-2025.
Vandaag wordt voor de honderdste keer het feest van Christus Koning gevierd. Het feest werd in december 1925 ingesteld door paus Pius XI. In zijn encycliek ‘Quas primas’ schrijft hij: “Wij achten geen middel doeltreffender om het herstel en de bevestiging van de vrede te bereiken, dan de heerschappij van onze Heer Jezus Christus weer in ere te herstellen.” Over een maand vieren we Kerstmis. Dan lezen we bij Jesaja: “Een Kind is ons geboren en een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd; en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9,5)
Pater Titus Brandsma schrijft in 1928: “Christus moet onze Koning zijn. Vooral op deze feestdag is het weer een heerlijk ideaal. Maar hij kan dat niet zijn, als wij ons niet onder zijn uitvoering stellen in onze strijd voor de vrede. Hij heeft het grote geheim van den vrede. Hij wil de vrede aan de wereld geven en vraagt om onze bijdrage. Door ons wil Hij de wereld zijn vrede deelachtig maken.” Werken aan vrede vraagt van ons dat we ons dienstbaar opstellen, dat we ons niet primair richten op het eigen belang, dat we onze medemensen niet zien als concurrenten, maar als onze broeders en zusters, als kinderen van één Vader.
Het feest van Christus Koning is geen triomfalistisch feest. Het eerder het tegendeel daarvan, een pleidooi voor dienstbaarheid en bescheidenheid en aan aanklacht tegen borstklopperij. Pius XI schrijft: “Als de vorsten en wettig gekozen overheden eenmaal de overtuiging hebben, dat zij niet zozeer krachtens eigen recht, maar in opdracht en in plaats van de goddelijke Koning besturen, dan zullen zij een heilig en verstandig gebruik maken van hun gezag.”
Jezus Christus, onze goddelijke Koning zegt van zichzelf: “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” (Mc 10,45) In Evangelie van vandaag laat Jezus ons zien, dat het niet gaat om machtsvertoon, maar om liefde voor de ander. Hij toont niet zijn macht door zichzelf te redden. Nee, Hij toont zich machtig in liefde door de berouwvolle misdadiger te redden. Zijn koninkrijk is het paradijs, het Rijk van de Liefde.
In het Bijbelse denken is een goede koning een koning die vrede en welvaart, het geluk voor heel zijn volk brengt. Het is een koning die als een herder en als een vader voor zijn volk zorgt. Het is een koning die dient. Hij is er niet voor zichzelf; hij is er voor de ander. Een goede koning, een goede leider is geen sterke man zoals het populisme voorstelt. Een sterke man denkt vrede te brengen door oorlog te voeren, door zijn wil – een gedwongen vrede – op te leggen aan het volk.
Vrede is meer dan het zwijgen van de wapens. Pater Titus Brandsma schrijft: “Woont Jezus’ liefde in ons, zijn vergevingsgezindheid, van volk tot volk, van gewest tot gewest, van stad tot stad, en vooral van mensen tot mensen in het gewone dagelijkse leven, dan is de vrede verzekerd.” Vrede begint bij innerlijke vrede. Vrede begint dicht bij huis. Vrede vraagt vrijheid, barmhartigheid en gerechtigheid, zodat mensen naar eigen inzichten een goed en gelukkig leven kunnen leiden.
Paulus schrijft dat in Christus onze bevrijding verzekerd is en onze zonden zijn vergeven. Het is Christus die ons redding en bevrijding brengt. Zijn koningschap is van kosmische aard. Hij is koning van alle ruimte en alle tijd. Hij is Koning van heel de schepping. Alles wordt door Hem gered.
Jezus Christus erkennen als onze Koning houdt ook in dat wij Hem willen navolgen. Petrus schrijft in zijn eerste brief: “Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie.” (1 Pe 2,9) Als volk van God hebben wij het gemeenschappelijk priesterschap: wij delen in het hogepriesterschap en in het koningschap van Christus. Wij worden uitgenodigd te handelen als koningen door ons in dienst te stellen van anderen en niet in de eerste plaats ons eigen belang te zoeken. Jezus kwam om te dienen, niet om gediend te worden. Laten wij Hem daarin navolgen. Amen.
Op 9 november was er in de Sint Martinuskerk in Voorburg een symposium ter gelegenheid van mijn afscheid als diaken.
Aan het einde van het symposium las ik onderstaand gedicht van de Friese dichter Piter Jelles Troelstra voor.
.
.
| LEAFDE Piter Jelles Troelstra (1860-1930) It alderheechste en bêste, Dat men op ierde fynt, Dat is dy golle leafde, Dy trouwe herten bynt. Mei blanke fingers knottet Hja hert oan herte fêst, En jout har yn har earmen De heechste wille en rêst. Wa s’ ienkear mei har eagen Fol wille en frede wonk, Dy fynt yn leed en lijen By har altiid in honk. Dy krûpt, by al it wrotten En wramen fan ‘e wrâld, As wyld de stoarmen bylje, Mar kûs by har yn ’t skad. O, wa dy himelingel Syn siel en sinnen jout, By har syn wille siket, Foar har syn timpel bout. Dy is allyk de swalker, Dy’t lang om rêste socht, Mar foar de frou Marije Se fûn by ’t ivich ljocht. Hy knibbelt foar it alter Yn djip ferjitten dol, Wyls dat ‘de Mem’ him seinjend Oanglimket himelgol. En as dy lott’re siele Dêr sa har boeiens brêkt, Gods ljocht troch ’t hege finster It ‘amen, amen!’ sprêkt. Geschreven in 1890 | LIEFDE Vertaling: Pier Tolsma Het allerhoogste en beste, Dat men op aarde vindt, Dat is die gulle liefde, Die trouwe harten bindt. Met blanke vingers knoopt Zij hart aan harte vast, En geeft haar in haar armen De hoogste vreugde en rust. Wie ze eenmaal met haar ogen Vol vreugde en vrede wenkte, Die vindt in leed en lijden Bij haar altijd een honk. Die kruipt, bij al het wroeten En zwoegen van de wereld, Als wild de stormen razen, Maar knus bij haar in de schaduw. O, wie de hemelengel Zijn ziel en zinnen geeft, Bij haar zijn vreugde zoekt, Voor haar een tempel bouwt. Die is gelijk de zwerver, Die lang naar rusten zocht, Maar voor de vrouw Maria Ze vond bij het eeuwig licht. Hij knielt voor het altaar In diep vergeten dol, Terwijl ‘de Moeder’ hem zegenend Toelacht hemelgul. En als de gelouterde ziel Daar zo haar boeien breekt, Gods licht door het hoge venster Het ‘amen, amen!’ spreekt. |
Auteur: Jason M. Brown
Titel: Thuiskomen in de wildernis: Wat ecospiritualiteit ons kan leren
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 8528 800 8
Aantal pagina’s: 255
Ecologisch theoloog Jason M. Brown beschrijft de gesprekken die hij met monniken van vier verschillende afgelegen kloosters tijdens het werk en al wandelend voert. Dat geeft het boek een aangename traagheid. Op beeldende en reflecterende wijze beschrijft hij de plaats, de natuur en de stilte waarmee de monniken zich op spirituele wijze innig verbonden voelen. Een monnik vertelt: “Ik breng mijn leven in de liturgie; mijn ervaringen die ik had in het bos, of toen ik in de tuin de grond bewerkte en dingen zag groeien. Mijn tijd op mijn eentje in het bos heeft me geholpen om te zien wat er in de liturgie plaatsvindt.”
In het laatste hoofdstuk geeft hij aan hoe we onze levensstijl kunnen veranderen door betekenis te geven aan plaats waar we verblijven. “Monniken fluisteren de wereld onophoudend en zonder veel tamtam toe: doe een rustig, stop even, let op, luister, bid, wees dankbaar, maak een wandeling in het bos.” Zij nodigen ons uit tot verandering. Tenslotte geeft Brown in dit inspirerende boek nog een aantal praktische tips.
Tegenwoordig wordt nogal eens opgeroepen tot vooral jezelf te zijn en iedereen moet de ruimte krijgen zichzelf te kunnen zijn. Mij lijkt het niet prettig: al die mensen die zichzelf zijn. En het lijkt mij voor mijn omgeving ook niet aangenaam als ik voortdurend bezig ben mezelf te zijn. Als mens kom je pas tot je recht in relatie met andere mensen. De mens is een relationeel wezen. Om dat vorm te kunnen geven heb je omgangsvormen nodig. Hoe ga op een goede manier met anderen om? Om daar in te voorzien is gedurende duizenden jaren de beschaving ontstaan, een beschaving die zich steeds blijft ontwikkelen.
Het christendom heeft een flinke bijdrage geleverd aan de beschaving in onze streken en op vele andere plaatsen in de wereld. Binnen het christendom is de menselijke persoon altijd in ontwikkeling. We zijn iemand en wij worden iemand. Kerkvader Augustinus drukt dit bij het uitreiken van de heilige Communie als volgt uit:“Ontvang wat je bent – Lichaam van Christus – en word wat je ontvangt: Lichaam van Christus”. Mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. We worden geboren als kinderen van God. Bij onze Doop zegt God ons – zoals eens bij de Doop van Jezus in de Jordaan – jij bent mijn geliefd kind. Dat is onze uitgangspositie. Dat is het grote geschenk van God aan ons.
Vanuit deze uitgangspositie mogen we verder groeien. Wij groeien in gelijkvormigheid met Jezus Christus. Zo word je jezelf. Zo ben je in ontwikkeling tot de mens zoals je bedoeld bent. Zo groei je in liefde en word je een gelukkig mens. Wie enkel zichzelf is en roept ‘zo ben ik nu eenmaal’ kent geen enkele progressie. Ons vermogen onszelf te ontwikkelen is een geschenk. Het is een geschenk dat ook – overeenkomstig de parabel van de talenten (Matteüs 25,14-30) – een opdracht inhoudt. Bij onze Doop worden we met het heilig Chrisma tot priester, koning en profeet gezalfd. Deze zalving is een opdracht ons leven te heiligen door te leven vanuit ons hart.
In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid, zo heiligen we ons leven en ontwikkelen wij ons tot gelijkvormigheid met Jezus.
Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/10/29/weekbrief-29-oktober/