Spring naar inhoud

Geschiedenis

In de vierde eeuw werd het christendom de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. Vanaf die tijd ontstond er gaandeweg een vaste taakverdeling tussen Kerk en staat. Deze hield stand tot de Franse revolutie in 1789. In de daaropvolgende 19e eeuw raakte de Kerk met haar denken over de inrichting van de maatschappij steeds meer in een isolement. Zij verzette zich heftig tegen de producten van de Verlichting: liberalisme, socialisme, mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en democratie. Dit antimodernisme werd in 1864 door paus Pius IX verwoord in de encycliek Quanta cura.

Leo XIII

In 1891 sloeg paus Leo XIII met de encycliek Rerum novarum een nieuwe weg in. Hij had oog voor de snel veranderende samenleving en legde de basis voor een katholieke maatschappijvisie. Dit wordt gezien als het begin van de sociale leer van de Kerk. Deze derde weg naast het liberalisme en het socialisme werd door paus Pius XI verder uitgewerkt in de encycliek Quadragesimo anno (1931). Belangrijke begrippen in deze maatschappijvisie zijn: solidarisme en corporatisme. Deze begrippen werden echter ook door het fascisme omarmd, vervormd en daardoor besmet. Ondanks dat hebben ze hun invloed gehad. Zo is in Nederland door de inzet van de KVP de SER (Sociaal-Economische Raad) hieruit voortgekomen.

Johannes XXIII

Met de encycliek Mater et Magistra verliet paus Johannes XXIII in 1961 het idee van de derde weg. Er is niet langer sprake van een door de Kerk aanbevolen eigen systeem. Iedere samenleving heeft het recht haar eigen keuzes te maken. Deze worden vanuit het gelovige sociale denken van de Kerk beoordeeld. Hierbij is de aandacht voor de menselijke waardigheid een belangrijk criterium. Deze nieuwe manier van denken wordt verder uitgewerkt in het Conciliedocument Gaudium et spes (1965). Het gaat voortaan om “de opdracht de tekenen des tijds te onderzoeken en in het licht van het Evangelie te interpreteren”. Sleutelbegrippen van het nieuwe denken zijn: algemeen welzijn, personalisme, solidariteit en subsidiariteit.

Recente ontwikkelingen

In 1967 verbreedt paus Paulus VI met de encycliek Populorum progressio het blikveld van de Kerk tot de hele wereld. Hij pleit voor de ontwikkeling van de gehele mens en van alle mensen. Alle volken hebben recht op ontwikkeling. Paus Johannes Paulus II zet met de encycliek Sollicitudo rei socialis het milieuvraagstuk op de kerkelijke agenda. Wij kunnen niet ongestraft gebruik maken van alles wat levend of levenloos deel uit maakt van deze wereld. Onze natuurlijke hulpbronnen zijn niet onuitputtelijk en milieuvervuiling heeft ernstige gevolgen voor de wereldbevolking. Benedictus XVI zet deze lijn door en wordt de groene paus genoemd. Ook brengt hij in Caritas in veritate (2009) de vraagstukken van de globalisering, de migratie en van de toenemende speculatie onder de aandacht. Paus Franciscus schrijft in 2015 Laudato si’. Vanaf dat moment heeft de zorg voor de schepping een belangrijke plaats in het sociale denken van de Kerk.

De sociale leer van de Kerk is steeds in ontwikkeling en zal dit blijven om steeds weer te kunnen reageren op de voortdurend veranderende situatie in de wereld. Zo wordt de betekenis van het Evangelie voor ons dagelijks leven steeds weer opnieuw doordacht.

Burgers en de overheid; Js 45,1.4-6; 1 Tess 1,1-5b; Mt 22,15-21

Jesaja noemt Cyrus – de koning van de Perzen – de gezalfde van de Heer. Een vreemde overheerser de titel van messias geven is opmerkelijk. Cyrus maakt geen deel uit van Gods uitverkoren volk. Hij is wel degene die het volk van Israël bevrijdt uit de ballingschap door de Babyloniërs te verslaan. Ook het vaatwerk van de tempel keert weer naar Jeruzalem terug. En het is onder de heerschappij van de Perzen dat de tempel herbouwd wordt. Maar ondanks dat alles blijft Cyrus een ongewenste vreemde overheerser. Ook vreemde overheersers en dictators doen soms goede dingen. Maar hoever kun je gaan in het verwelkomen van een vreemde overheerser of van een leider die zich steeds meer als een dictator gedraagt? Hoe opportunistisch mag je zijn? Hoe blij kunnen we zijn met de huidige autoritaire leiders die in de ogen van christenen soms ook goede dingen doen? Ook Jezus wordt geconfronteerd met een vreemde overheerser. Moet je belasting betalen aan de Romeinse keizer? Moeten wij in onze tijd onderdanig zijn aan een onwettige regering? Moeten we überhaupt doen wat de regering van ons vraagt en ons voorschrijft?

In Nederland hebben we niet te maken met een onwettige regering en ook niet met leiders die zich steeds meer autoritair gaan gedragen, zoals we in aantal andere landen zien gebeuren. Desondanks zien we dat vele mensen er moeite mee hebben om het gezag van de regering te aanvaarden als zij zelf een andere mening hebben over het gevoerde beleid. Het eigenbelang en de eigen mening blijken vaak de enige criteria te zijn.

Wat leert de Kerk ons hierover? In de Catechismus van de Katholieke Kerk is een aantal artikelen (2234-2246) gewijd aan plaats van de overheid in de burgerlijke samenleving. Hierin gaat het over de plichten van de overheid en de plichten van de burgers. Zij die gezag uitoefenen, moeten dit doen als dienaar. Niemand mag iets opleggen dat in strijd is met de menselijke waardigheid of met fundamentele rechten. Ieders vrijheid en verantwoordelijkheid moet bevorderd worden. Het gaat om het bevorderen van de vrede en het algemeen welzijn.

Burgers moeten de overheden respecteren. Het is de plicht van de burgers om samen met de overheid bij te dragen aan de vrede en aan het algemeen welzijn. Hiertoe behoren ook het betalen van belasting en het gebruik maken van het stemrecht. Bij loyale medewerking hoort ook het recht en zelfs de plicht om gegronde kritiek uit te oefenen als de overheid niet naar behoren handelt. De burger is verplicht om de voorschriften van de overheid niet te volgen als zij ingaan tegen de fundamentele rechten van de mens of tegen de leer van het Evangelie. Hier refereert de Catechismus aan de Evangelietekst van vandaag: “Geeft dan aan de keizer wat de keizer toekomt, en aan God wat God toekomt.” In het boek Handelingen der Apostelen lezen we: “Men moet aan God meer gehoorzamen dan aan de mensen.” (Hnd 5,29) Zelfs gewapend verzet tegen de eigen overheid is soms toegestaan.

Tenslotte lezen we in deze artikelen dat rijkere landen de plicht hebben zoveel mogelijk onderdak te verlenen aan vreemdelingen die op zoek zijn naar veiligheid en levensonderhoud. Gezien de rijkdom van ons land is dit een zaak waar we de plicht hebben ons kritische geluid richting de overheid te laten horen.

Op vele andere gebieden mogen we in dit land wel iets meer respect voor onze overheden hebben. Veelvuldig geklaag en wantrouwen creëren een cultuur van disrespect. In een dergelijke respectloze cultuur moeten we ons niet verbazen over intimidatie en gewelddadig gedrag ten opzichte van hulpverleners en ten opzichte van andere vertegenwoordigers van het gezag. Gefundeerde kritiek gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen bouwt onze samenleving op. Ongefundeerd klagen, zeuren en wantrouwen breekt haar af. In een democratie zijn we samen verantwoordelijk voor het geheel. Dat vraagt dat ieder in zijn eigen situatie zich verantwoordelijk weet en doet wat er gevraagd wordt.

Als christenen mogen we er altijd nog wel een schepje bovenop doen wanneer het gaat om de vrede in de wereld en het welzijn van alle mensen. Het is vandaag Missiezondag. Overal vieren katholieke gelovigen in gebed en solidariteit hun wereldomvattende gemeenschap. Deze zondag collecteren we voor Missio. Het motto van dit jaar is ‘Gelukkig de vredestichters’. West-Afrika krijgt dit jaar de volle aandacht. Te midden van grote problemen als honger, armoede, terreur en de coronapandemie wil Missio er stemmen van hoop laten horen. Stemmen van mensen die ijveren voor de vrede, vrede tussen christenen en moslims en vrede tussen verschillende bevolkingsgroepen. Speciaal met hen zijn wij vandaag in gebed en solidariteit verbonden.

Leerling zijn van Jezus vraagt dat wij getuigen van ons geloof. Onze manier van doen en onze daden zijn daarbij veel overtuigender dan mooie woorden. Naast ons geven aan God en aan de keizer worden we ook geroepen te geven aan onze medemensen. Ook zij moeten in staat een goed leven te leiden. Amen.

Wees onbezorgd! Js 5,1-7; Fil 4,6-9; Mt 21,33-43

Jesaja begint vandaag met een opbeurende tekst: “Ik wil zingen voor mijn vriend, zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard.” Maar gaandeweg wordt het verhaal somberder: “Wat had ik nog meer kunnen doen voor mijn wijngaard en heb ik voor hem niet gedaan?” En het eindigt met: “Ik maak van hem een verwilderd stuk grond.”

In de gelijkenis die Jezus vertelt, horen we een soortgelijk verloop van het verhaal. Ook hier loopt het niet goed af. Bij Jesaja gaat de wijngaard verloren. Hierbij is de wijngaard het huis van Israël, dat niet het goede maar het kwade doet. Jezus bekritiseert de religieuze leiders. Zij luisteren niet naar de boodschappen van de profeten en vermoorden zelfs de zoon van de eigenaar. De wijngaard wordt aan mensen gegeven die wel luisteren.

In beide verhalen doet God iets dat goed is voor de mensen, maar wordt deze daad van liefde niet met liefde beantwoord. God schenkt ons zijn liefde om die liefde vrucht te laten dragen. Gods liefde voor ons draagt vrucht als wij op onze beurt God en onze medemens liefhebben. God en de medemens liefhebben staat haaks op een mentaliteit van zelfgerichtheid en egoïsme. Als wij ons zelf in het centrum van de wereld plaatsen, als alles draait om onszelf en alles in dienst van onszelf moet staan, is er geen plaats voor liefde voor God en voor onze medemens.

In onze dagen kunnen we de wijngaard ook zien als een beeld van de schepping. God heeft ons de schepping gegeven als iets wat goed is. De schepping is er om ons te voorzien van alles wat wij nodig hebben om goed te kunnen leven. Op het moment dat wij de schepping misbruiken en haar mishandelen, komt er een einde aan de vruchtbaarheid van de schepping. Als wij niet voor de schepping zorgen, is de schepping niet meer in staat ons te geven wat wij nodig hebben.

De verhalen die Jesaja en Jezus ons vandaag laten horen, brengen ons misschien in verlegenheid. In ieder geval geldt dat voor mij. Hoe sta ik in deze verhalen? Je kunt natuurlijk denken: gelukkig ben ik niet zoals die wijnbouwers. Met die gedachte kies je in feite de kant van de religieuze leiders die neerkijken op de tollenaars en ontuchtige vrouwen. Juist deze religieuze leiders worden door Jezus bekritiseerd, zoals we ook vorige week hebben gehoord. Je echter aansluiten bij de tollenaars en ontuchtige vrouwen is ook niet een voor de hand liggende optie.

Gelukkig is er ook nog de brief van Paulus. Paulus roept ons op onbezorgd te zijn. Wij mogen al onze zorgen en twijfels bij God neerleggen. In het gebed is God ons nabij. In het gebed ervaren wij zijn aanwezigheid. Paulus geeft ook aan hoe wij onbezorgd kunnen leven. Hij daagt ons uit de waarheid te zoeken, te zoeken wat goed en rechtvaardig is. Paulus sluit daarmee aan bij de Griekse denkwereld.

Voor Griekse filosofen als Plato en Aristoteles gaat het om het goede, het ware en het schone. Door het streven naar het goede, ware en schone komen mensen tot een deugdzaam leven. Het zal de christenen van Filippi bekend in de oren hebben geklonken. Paulus sluit aan bij de hen bekende wijze van denken. Hoe anders is dat onze tijd. Voor Paulus en voor de Grieken zijn het ware, het goede en het schone absolute begrippen. Voor hen is waarheid niet – zoals nu vaak wordt gezegd – ook maar een mening. Voor hen bestaan er geen alternatieve waarheden. Voor hen geldt niet: ieder zijn eigen waarheid. Het ware, het goede en het schone overstijgt ons mensen. Het zijn geen zaken die door ons worden bedacht. Zij bestaan buiten ons en zijn niet van ons afhankelijk. Daarom moeten we ook zoeken naar het ware, het goede en het schone.

In het Evangelie volgens Johannes lezen we: “Het Woord is vlees geworden.” Wij kunnen ook zeggen: Jezus is de mensgeworden waarheid, goedheid en schoonheid. Van zichzelf zegt Jezus: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”

De zoektocht naar het ware, het goede en het schone betreft ook ons eigen leven, ons eigen doen en laten. Als wij goed naar onszelf kijken, zien we in welke mate we overeenkomen met de religieuze leiders die door Jezus bekritiseerd worden, en in welke mate we overeenkomen met de tollenaars en ontuchtige vrouwen, die beseffen dat ze zondaars zijn en weten dat ze tekort schieten. Niet wijzelf hebben de waarheid in pacht. Wij vinden de waarheid in Jezus Christus. Dat maakt ons bescheiden, maar geeft ons ook vrede. Jezus Christus laat ons onbezorgd leven. Amen.

Vrede verbindt verschil; Js 55,6-9; Fil 1,20-24.27; Mt 20,1-16

Iedere mens mag er zijn. Iedere mens heeft het recht te bestaan. Iedere mens heeft recht op voldoende eten en drinken. Iedere mens heeft recht op alles wat nodig is om een volwaardig leven te leiden. Dat is de boodschap die Jezus ons vandaag met deze gelijkenis voorhoudt.

Wij leven in een tijd waarin alles tot economie wordt verklaard. Alles wordt beoordeeld op zijn economische waarde. Niet alleen het milieu, niet alleen onze aarde lijdt daar onder. Het gaat ook ten koste van mensen. Jezus maakt duidelijk dat er meer is dan economie. Ons leven is meer dan vraag en aanbod. Zo heeft de hoogte van het dagloon ook een ethische kant. Eén denarie was in die tijd een fatsoenlijk dagloon: een gezin kon daar een dag van leven. Door iedereen die ene denarie te betalen hoeft er niemand honger te lijden.

De Kerk heeft de boodschap hiervan vertaalt in haar sociale leer. De Kerk leert dat iedereen met het loon voor zijn arbeid in staat moet zijn om een gezin te onderhouden. De prijs die voor arbeid betaald wordt, is niet alleen een economisch gegeven, niet alleen afhankelijk van de marktwerking. De arbeidskosten kennen ook een ethische kant. In ons land vinden we dat terug in het wettelijk minimumloon. Het gaat niet alleen om de waarde van het verrichte werk. Het gaat ook om de waardigheid van de mens. Waarde en waardigheid zijn verschillende begrippen. De waarde van iets kun je in geld uitdrukken. Waardigheid is een absoluut begrip. Waardigheid is niet te koop. Dingen hebben waarde. Zij hebben een prijs. Mensen hebben waardigheid. Dingen zijn ook vervangbaar. Hun waarde wordt bepaald door de markt. Mensen zijn daarentegen uniek en onvervangbaar. Iedereen is geschapen als beeld en gelijkenis van God. Zo zijn alle mensen gelijkwaardig aan elkaar. Ook mensen in conflictgebieden, ook vluchtelingen zijn mensen met waardigheid.

We staan aan het begin van de vredesweek. Vrede en vrijheid is meer dan het ontbreken van oorlog. Vrede is leven in harmonie met elkaar. Dat vraagt dat iedere mens met respect wordt behandeld en dat vraagt dat iedere mens heeft wat hij nodig heeft om een volwaardig leven te leiden.

Jesaja wijst erop dat God geheel anders is dan wij mensen. Toch zijn wij geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Iedere mens is een kind van God en lijkt op God en toch is God geheel anders. Zo lijken ook wij mensen op elkaar en zijn we toch ook heel verschillend. We komen voort uit verschillende culturen. We hebben verschillende overtuigingen en verschillende religies. We verschillen van kleur. We hebben verschillende talenten en capaciteiten. Het motto van de Vredesweek is: ‘Vrede verbindt verschil’. In vrede en harmonie met elkaar samenleven betekent niet dat we de verschillen moeten opheffen. Het gaat er niet om allemaal aan elkaar gelijk te worden. We moeten de verschillen niet willen wegpoetsen. We moeten de verschillen juist respecteren en waarderen. Alle mensen lijken evenveel op God, hoezeer we ook van elkaar verschillen.

Paulus ziet het als zijn opdracht de christenen van Filippi ertoe te brengen te leven in verbondenheid met Christus. Hij wil dat zij een leven leiden dat het Evangelie van Christus waardig is. Ook wij worden daartoe geroepen. Paulus roept ons op tot gemeenschap en eenheid, tot saamhorigheid en eensgezindheid, tot eenheid in verscheidenheid. We zullen dat volgende week horen. Voor hem is het duidelijk dat de werkelijke vrede alleen te vinden is in een leven in verbondenheid met Christus.

Jezus houdt ons voor wat menswaardig is. Het gaat om meer dan vraag en aanbod. Het heeft te maken met gerechtigheid en met de waardigheid van iedere mens. Het gaat om het respecteren en waarderen van de verschillen.

Vrede verbindt verschil. Door vrede worden de verschillen niet weggepoetst. Door vrede krijgen de verschillen hun plaats binnen het geheel. Door vrede hebben de vrijheid om van elkaar te verschillen. De werkelijke vrede en vrijheid vinden in en door Christus. In Jezus Christus vinden we vrede, vrijheid en verbondenheid. Amen.

Uit één stuk

Zelf heb je vaak het idee dat je altijd en overal dezelfde bent. Een paar dagen geleden werd ik er aan herinnerd dat dat bij mij niet zo is. Op 12 augustus werd de volgende video over ‘Zorg voor de schepping’ op de parochiewebsite geplaatst. Voor deze gelegenheid was ik naar mijn geboortedorp Westhem in Friesland afgereisd. Bij het bekijken ervan viel het mijn vrouw op dat ik daarin veel meer Fries was dan gewoonlijk. Blijkbaar word ik al anders als ik mij op een andere plaats begeef. Eerder had ze wel eens tegen me gezegd dat ik me anders gedraag wanneer Fries spreek in plaats van Nederlands. Kortom ik ben blijkbaar niet de man uit één stuk die ik misschien graag wil zijn.

De vraag komt dan op: moet ik dat wel willen, een man uit één stuk zijn? Moet je wel overal en altijd dezelfde willen zijn? De meesten van ons willen niet te boek staan als iemand waarvan je niet weet wat je eraan hebt. Maar van de andere kant worden we ook wel tamelijk onuitstaanbare mensen als we ons niet aanpassen aan de situatie waarin we verkeren. Gelukkig doen we dat meestal ongemerkt, zoals bij een bezoek aan je geboorteplaats. Er zijn ook momenten dat we ons er duidelijk bewust van moeten zijn hoe wij ons gedragen en hoe we daarmee door anderen gezien worden. Het is vaak niet alleen een kwestie van gedrag maar nog meer van de juiste woorden kiezen.

Nederlanders staan er niet om bekend dat ze erg zorgvuldig zijn in het kiezen van hun woorden bij het vertellen van een belangrijke boodschap. Nederlanders zijn nogal recht voor zijn raap, op het botte af. Daarmee kun je ongewild veel schade berokkenen. Het is belangrijk dat je een boodschap helder en duidelijk vertelt en dat je de waarheid vertelt, maar dat kan op verschillende manieren. Het sleutelwoord hierin is liefde. Het gaat erom dat wij de waarheid met liefde vertellen. Dat we gericht zijn op de ander, dat we met onze boodschap de ander van dienst willen zijn en dat we begrip voor de ander hebben. Dat is een andere houding dan die van boosheid of gelijkhebberigheid. Waarheid zonder liefde is een op jezelf gerichte houding. Daarmee zul je geen goed doen. Het zal de relatie eerder verslechteren dan verbeteren. Toch maar liever geen man uit één stuk.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact augustus 2020

Het Groene Normaal; Ez 33,7-9; Rom 13,8-10; Mt 18,15-20

Van Sint Augustinus is de volgende uitspraak: “Bemin en doe dan wat u wilt.” Het klinkt misschien als: Bemin en doe maar wat. Het kan verder niet schelen. Maar dat is niet wat Augustinus bedoelde. Hij bedoelde het zoals ook Paulus het verwoord. Het gebod van de liefde – ‘Bemin uw naaste als uzelf.’ – is de samenvatting van alles wat God van ons vraagt: “De liefde vervult de gehele wet.” Als Augustinus zegt “Bemin en doe dan wat u wilt.”, dan zegt hij dat ons handelen goed zal zijn als het gebaseerd is op de werkelijke onbaatzuchtige liefde. Als ons doen en laten voortkomt uit liefde voor elkaar, dan zal het God welgevallig zijn.

Paulus schrijft: “Zorgt dat gij niemand iets schuldig zijt.” Op vele manieren kunnen we bij iemand in de schuld staan. In het voorafgaande schrijft Paulus: “Geeft ieder wat hem toekomt: belasting en rechten aan wie gij belasting en rechten verschuldigd zijt, ontzag en eerbied aan wie ontzag en eerbied toekomen.” In onze tijd kunnen we hier een aantal voorbeelden toevoegen die te maken hebben met onze houding ten opzichte van de schepping. Breng geen schade toe aan de aarde en de natuur en gebruik niet meer van de natuurlijke hulpbronnen dan de aarde kan dragen. Als wij deze richtlijnen niet naleven staan we in de schuld bij de armen en bij de toekomstige generaties. Ons overmatige consumentisme gaat ten koste van de armen, de arme landen en de komende generaties.

De kern van de boodschap die Jezus Christus ons brengt, luidt: heb elkaar lief, want God heeft jullie lief en als je elkaar lief hebt, raak je aan God zelf. Omdat God liefde is, delen wij in zijn wezen als wij elkaar liefhebben. In de eerste lezing en ook in het Evangelie wordt een voorbeeld van onderlinge liefde gegeven. De profeet Ezechiël houdt ons voor hoe wij elkaar op het rechte pad kunnen houden. Wij dragen verantwoordelijkheid voor elkaar. Dus als iemand de fout in gaat, moeten wij elkaar daar op wijzen. Jezus gaat nog verder dan Ezechiël. Jezus vraagt om een nog grotere inspanning. Na een eerste poging volgen nog twee stappen die ondernomen moeten worden.

Het is geen makkelijke opdracht die wij hier krijgen. Jezus spoort ons aan behoedzaam en zorgvuldig te zijn. Elkaar liefdevol en onbaatzuchtig op fouten wijzen is een daad van werkelijke liefde. Elkaar op het rechte pad houden is ook nodig als we het hebben over zorg voor de schepping. We hebben elkaar nodig om van slechte gewoonten af te komen. We hebben elkaar nodig om de juiste keuzes te maken.

In de boodschap ter gelegenheid van de gebedsdag voor de schepping waarschuwt de paus tegen de aanhoudende aantasting van het milieu, het schijnbaar ongebreidelde verlangen naar consumptie en het toenemende sociale onrecht. “De bossen gaan dood, de grond erodeert, de velden verdwijnen, de woestijnen worden almaar groter, de zeeën zijn zuur en de stormen worden steeds heviger: de schepping kreunt! Dat moet ons aansporen tot een bezinning over de manier waarop wij met energie, consumptie, transport en voeding omgaan.”

Paus Franciscus roept ons op tot een ecologische bekering. Dat begint bij onszelf. U herinnert u mogelijk ook nog de spreuk van de Bond zonder Naam: “Verbeter de wereld, begin bij je zelf”. De persoonlijke bekering is echter slechts een begin. Het gaat om een complete cultuuromslag. We moeten van een wegwerpcultuur naar een zorgcultuur. Het gaat om een zorgcultuur die geworteld is in een beschaving van liefde liefde voor onze medemens, liefde voor de schepping en liefde voor God. Alleen vanuit een zorgcultuur zijn wij in staat tot de verplichting om het gemeenschappelijke huis te onderhouden. Deze zorg voor de schepping is een integraal onderdeel van het christelijk leven. Hiervoor hebben we elkaar nodig. Hiervoor is het nodig dat we anderen tot nadenken brengen en vervolgens in beweging laten komen. Dit geldt in onze directe persoonlijke omgeving maar bepaalt ook ons maatschappelijk handelen.

Over een half jaar zijn er weer landelijke verkiezingen. Nu al is het belangrijk erover na te denken wat de zorg voor de schepping voor uw politieke keuze betekent. Mogelijk bent u lid van een politieke partij. Dan kunt u nu nog invloed uitoefenen op de keuzes van uw partij. Een week geleden is ‘Het Groene Normaal’ gelanceerd. Dit Nederlandse manifest is een dringende oproep gericht aan christenen om voorop te lopen in de strijd voor een duurzame wereld. Diverse organisaties hebben zich hier inmiddels achter geschaard, waaronder Laudato Si’, de werkgroep van de Nederlandse Bisschoppenconferentie en Konferentie Nederlandse Religieuzen. Ook u kunt dit manifest ondertekenen en hiermee invloed uitoefenen. Zie hiervoor www.hetgroenenormaal.nl of op onze eigen website. Het is een kleine moeite, maar wel een manier om uw stem te laten horen.

Op deze wijze draagt u eraan bij onze maatschappij op het rechte pad te houden. Zo probeert u geen schuld op te bouwen bij huidige en toekomstige generaties. Zo werken wij in verbondenheid met elkaar en in verbondenheid met Christus aan een beschaving van liefde en aan het behoud van de schepping. Amen.

Zorg voor de schepping

Per 1 juli 2020 is er binnen de federatie Vlietstreek een nieuwe serie van video-opnames gestart. De serie draagt de titel: Leef- en geloofmoment. Zoals de titel aangeeft, gaat het over leven en over geloven en vooral ook over de combinatie van die twee. Hoe leiden we een gelovig leven en hoe hebben we een levend geloof?

Het gaat hierbij niet om uitgebreide uiteenzettingen, maar om een kort moment van reflectie en bezinning midden in de week. Een bepaald thema wordt kort besproken en we sluiten af met een gebed.

Zorg voor de schepping

In dit kader verzorg ik een subserie onder de naam ‘Zorg voor de schepping’, de zorg voor ons gemeenschappelijk huis. Vijf jaar geleden verscheen de encycliek Laudato si’: Geprezen zijt Gij. Paus Franciscus schreef in deze brief aan alle mensen over de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, temperatuurstijging, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen maar vooral de armen. De paus schrijft: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.”

In deze subserie wordt ingegaan op de inhoud van de encycliek. Er wordt stilgestaan bij de oproep van de paus tot een ecologische bekering. Er is aandacht voor wat ons daarbij in de weg staat, en hoe wijzelf over de schepping denken en hoe dat denken mogelijk verandering vraagt. De opnames worden voor een deel gemaakt in prieel Byvliet in de tuin van de Sint Martinuskerk, maar er zullen ook andere locaties bezocht worden om daar bepaalde aspecten van dit onderwerp te belichten. Als u zelf suggesties hebt voor onderwerpen en locaties, meld het mij.

Toegang tot de video’s vindt u hier.

Binden en ontbinden; Mt 16,13-20

Binden en ontbinden. Wat betekenen deze begrippen voor ons? Ik ben opgegroeid in een kleine gemeenschap op het Friese platteland. Deel uit maken van de gemeenschap was daar – zeker in de jaren vijftig van de vorige eeuw – een belangrijke waarde. Als u overigens een beeld wilt krijgen van mijn geboorteplaats, moet u op onze website de voorlaatste aflevering van de nieuwe serie video-opnames Leef en geloofmomenten bekijken. Daar ziet u mij in mijn geboorteplaats.

Tot zo’n tien jaar geleden heb ik de Evangelielezing van vandaag vanuit het perspectief van mijn jeugd gelezen. Het binden beschouwde is als iets positiefs en het ontbinden had voor mij een negatieve lading. Tien jaar geleden werd deze tekst gelezen tijdens een catecheseavond. Een van de aanwezigen – een Antilliaanse vrouw – werd sterk geraakt door deze tekst. Als ik het mij goed herinner viel deze avond in de week waarin de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij plaatsvindt. Voor haar was juist het ontbinden de positieve boodschap van de tekst. Voor haar ging het over het ontbinden van de ketenen van de slavernij. Ontbinden is dan een synoniem voor bevrijden. Dat wierp voor mij een geheel nieuw licht op deze tekst.

Zowel binden als ontbinden zijn dus belangrijke waarden. Het zijn waarden die niet los staan van elkaar. Als je niet vrij bent, ben je ook niet in staat je te binden. Een leven van louter ongebondenheid is onmenselijk. Gebondenheid heb je nodig om in relatie te staan met anderen. Gebondenheid heb je nodig om waarlijk mens te zijn. Maar een leven van alleen maar gebondenheid is een leven in slavernij, een leven onderworpen aan verslavingen, een leven onderworpen aan onze eigen of andermans driften.

Jezus is mens geworden om ons met zijn leven, zijn lijden en sterven te bevrijden, om ons te verlossen uit de slavernij van het kwaad. Hij maakt ons vrij. Hierdoor kunnen wij ons op een nieuwe manier binden. Door de verlossing zijn wij in staat tot banden van liefde. De gebondenheid van werkelijke liefde vraagt om vrijheid, om ongebondenheid. De liefde vraagt dat wij verlost worden van ons eigenbelang, van onze zelfgerichtheid, van onze driften en onze verslavingen. Zonder verbinding met Jezus is er geen bevrijding van het kwaad. Zonder bevrijding door Jezus is er geen verbinding met het goede. Binden en ontbinden hebben elkaar nodig. Binden en ontbinden komen beide voort uit de genade die Jezus ons geeft.

Er is nog een andere invalshoek voor het lezen van deze Evangelietekst. Dat is vanuit het joodse perspectief. Binden en ontbinden hebben dan te maken met het leergezag van de joodse wetgeleerden. Zij verklaren wat mensen wel en niet moeten geloven en doen. Jezus geeft hier in Petrus deze bevoegdheid aan de gemeenschap van de Kerk. Binnen de verbondenheid van de Kerk komen wij tot inzicht en tot waarheid. Wij hebben de verbondenheid met Jezus nodig om in gemeenschap tot geloof en tot waarheid te komen. Maar ook hier is de vrijheid, de ongebondenheid van belang. Als wij niet vrij zijn en niet vanuit onszelf het leergezag van de Kerk aanvaarden, zijn we niet in staat deze waarheid tot de onze te maken. We kunnen niet tot geloof gedwongen worden. Waarheid kan niet worden opgelegd. Waarheid moet worden aanvaard.

Jezus geeft ons in Petrus de sleutels, de genade om te doen wat nodig is. Hij geeft deze sleutels niet aan iemand individueel puur ten behoeve van persoonlijk gebruik. Hij geeft ze in de persoon van de ambtsdrager aan de gemeenschap van de Kerk. In die Kerk mogen wij ons in vrijheid verenigen met Hem. Amen.

Waar is God? 1 K 19,9a.11-13a; Rom 9,1-5; Mt 14,22-33

Elia is op de vlucht. Hij is bang zijn leven te verliezen. Hij zoekt steun bij God. Hij hoopt rust te vinden bij de berg Horeb, de berg van God. Hij vindt God niet in de storm, niet in de aardbeving en niet in het vuur. In het natuurgeweld vindt Elia God niet, maar in de zachte bries is God voor Elia aanwezig.

In de rust vinden we God en God geeft ons rust. Wij mensen denken graag in termen van oorzaak en gevolg. Alles moet een oorzaak en een reden hebben. Er moet altijd iets vooraf zijn gegaan. Zo kunnen we ons ook de vraag stellen: Brengt de rust ons tot God of brengt God ons rust? Het is een kip-en-eiprobleem. Wat was er eerder de kip of het ei? De rust brengt ons tot God en God brengt ons rust. Beide zijn waar. Een ontmoeting is nooit eenzijdig. God zoekt ons maar er is geen ontmoeting als wij ons er niet voor open stellen, als wij niet de rust nemen voor de ontmoeting. Wij zoeken God. Wij zoeken vertrouwen en rust in ons leven. Wij kunnen God ontmoeten omdat Hij altijd voor ons klaar staat.

In het Evangelie horen we over de tegenwind die de leerlingen op het meer ervaren. Ook in ons leven kan het flink stormen en is er vaak tegenwind. Mijn vader nam van zijn grootmoeder de schipperswijsheid over, dat je op het water en ook in het leven de meeste tijd tegenwind hebt: In het Fries luidt dat: “De measte einen binne tsjin ‘e wyn yn.” Tegenslag is een wezenlijk onderdeel van ons leven. Juist op die momenten zoeken wij God en zoeken wij houvast. Petrus roept vol overtuiging “Heer, red mij!” Het zijn woorden van geloof, maar het zijn ook woorden van twijfel. Juist in onze nood is er ook twijfel en ongeloof. Juist dan hebben wij er moeite mee Gods aanwezigheid te ervaren.

Waar was God in Auschwitz? Waar was God in Hiroshima? Velen hebben er moeite mee om dergelijke gebeurtenissen uit de geschiedenis te verenigen met hun beeld van de almachtige God. Ook gebeurtenissen uit de persoonlijke levensgeschiedenis kunnen op deze wijze tot ongeloof leiden. Onze manier van denken over God zorgt ervoor dat we God niet zien. Omdat God niet doet wat wij van Hem verwachten zien we Hem niet. maar dat wil niet zeggen dat Hij er ook niet is.

God was er in de storm, in de aardbeving en in het vuur. Elia was niet in staat Hem daar te zien. Elia had rust nodig en zo vond Hij God in de zachte bries. Ook bij Paulus gaat het niet van een leien dakje. Vorige week hoorden we nog: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Een paar regels verder in zijn brief schrijft Paulus: “in mijn hart is grote droefheid en een pijn die niet ophoudt”. Paulus heeft het er erg moeilijk mee dat zijn volksgenoten, zijn broeders – dat zijn de Joden – zich niet tot Jezus Christus bekeren. Het verhaal van Petrus is bekend. Hij heeft hier nog een lange weg te gaan. Telkens weer blijkt de weg van Jezus, de weg van God een andere te zijn dan Petrus zich voorstelt.

God was in Auschwitz. God was in Hiroshima. God is er als wij tegenwind hebben. God is er als het stormt in ons leven. God is er als wij in nood zijn. Jezus zegt ons bij zijn Hemelvaart: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Leerling zijn van Jezus houdt in dat wij hierop vertrouwen, dat we leren te zien hoe in Jezus God ons altijd nabij is

U kent ongetwijfeld het gedicht ‘Voetstappen in het zand’. De dichter kijkt terug op haar leven, een leven met God. In het zand ziet ze twee sporen: een van haarzelf en een van God die met haar meeloopt. Maar op de moeilijke momenten in haar leven is het maar één paar voetstappen. Zij vraagt zich af: God waar was je toe ik het moeilijk had. God antwoordt haar: “Mijn lieve kind, toen het moeilijk was, toen heb ik jou gedragen…” Amen.

Wat is wijsheid? Js 55,1-3; Rom 8, 35.37-39; Mt 14,13-21

Jezus weet veel mensen op de been te brengen. Het is een grote menigte die Hem vanuit de steden achterna gaat. Dat zien we vaker: iemand die veel mensen weet aan te spreken. Dat kan goed uitpakken, maar het kan ook tot het kwade leiden. We kennen de volksmassa’s eind jaren dertig in Duitsland. We kennen ook de betogingen onder leiding van Martin Luther King. In ons land zien we bijeenkomsten op het Malieveld in Den Haag en op de Dam in Amsterdam. Hoeveel waarheid en hoeveel wijsheid wordt er dan verkondigd?

Wat moeten we denken van de lezingen van vandaag. Het klinkt nogal populistisch. Jesaja roept: “Komt kopen, geniet zonder geld en zonder te betalen. Komt kopen wijn en melk.” Jezus laat aan duizenden mensen gratis brood en vis uitdelen. Het kan niet op!

De afgelopen zondagen hoorden we Jezus gelijkenissen vertellen. Toen leerden we Hem kennen als een wijsheidsleraar. Ook in de eerste lezingen ging het toen over wijsheid. Vandaag zien we een andere Jezus. Vandaag geeft Hij te eten in overvloed. Of is het toch dezelfde Jezus? We lezen fragmenten uit het Evangelie. Na de gelijkenissen die we afgelopen weken lazen, schrijft Mattheüs eerst nog over de reacties die daarop volgen. In Nazareth, de geboortestad van Jezus, zijn ze bepaald niet enthousiast: “Waar heeft Hij die wijsheid vandaan en de macht om wonderen te doen? Is Hij niet de zoon van de timmerman?” Jezus roept duidelijk nogal tegengestelde reacties op.

Hoe weten we dat iemand wijsheid verkondigt. Juist in onze tijd is onderscheidingsvermogen belangrijk. We worden overstelpt met informatie. Hoe vinden we daarin onze weg?

Een week geleden schreef iemand in De Volkskrant over de menselijke zoektocht naar wijsheid. Hij bepleit dat we nieuwe moderne wijsheden moeten formuleren. We moeten op zoek naar wijsheden die de toets van de wetenschap kunnen doorstaan. We moeten niet kritiekloos de klassieken zoals Aristoteles en Augustinus volgen. Op het eerste gezicht klinkt het aannemelijk. Bij de klassieke filosofen komen we ook ideeën tegen die we nu verwerpen. Denk aan ideeën over slavernij en over de plaats van de vrouw in de samenleving.

De wijsheidsboeken in het Oude Testament bevatten veel wijsheden die duidelijk gebaseerd zijn op de jarenlange ervaring van mensen. Ze zijn niet wetenschappelijk onderbouwd maar men had ervaren dat het werkte. In die zin beweerde de schrijver niets nieuws. Toch werd ik niet blij van dit artikel. Alles werd teruggebracht tot wijsheid en waarheid die wetenschappelijk aantoonbaar is. Alleen dan zou er sprake zijn van werkelijke wijsheid.

Ruim tien jaar geleden schreef paus Benedictus XVI de encycliek ‘Caritas in veritate’: Liefde in waarheid. De begrippen liefde en waarheid staan centraal in deze encycliek. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Volgens de paus wordt liefde zonder waarheid sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Bij waarheid zonder liefde wordt alles enkel technologie en nuttigheid. Zonder liefde wordt wetenschap onmenselijk. De liefde richt haar juist op de mens en de menselijke waardigheid.

Jesaja en Jezus leren ons hoe waarheid en liefde met elkaar verbonden zijn. Jesaja tekent een beeld van de Messiaanse tijd, van Gods heerschappij op aarde, van het Rijk Gods. Dan is er overvloed niet alleen aan water en brood, maar ook aan wijn en melk: tekenen van weelde en vreugde. God de Heer zelf is onze gastheer. Hij laat ons delen in zijn gastvrijheid, delen in zijn liefde. Jezus leert ons zelf ook gastvrij te zijn. Hij zegt tegen zijn leerlingen en daarmee tegen ons: “Geeft gij hun maar te eten.” Jezus geeft het brood aan zijn leerlingen en die geven het weer aan het volk. De volgelingen van Jezus zijn nauw betrokken bij het uitdelen van het brood, bij het geven van gastvrijheid, het geven van liefde.

Werkelijke wijsheid geeft niet alleen maar kennis en inzicht. Werkelijke wijsheid smeedt ook banden van liefde. Paulus schrijft: “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?” Zijn liefde en wijsheid verbindt ons met Hem.

Paus Benedictus schrijft dat we liefde in waarheid vinden bij Jezus Christus. In Hem is liefde in waarheid werkelijkheid geworden. Hij roept ons op onze broeders en zusters in waarheid lief te hebben. Hijzelf is de Waarheid. Dit jaar is door onze bisschop uit geroepen tot het Jaar van Woord van God. Het Woord van God vinden wij in de Bijbel. Het Woord van God is de Wijsheid die vanaf het begin bij God was. Het is deze wijsheid waarover de apostel Johannes schrijft: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Jezus Christus zelf is het Woord van God. Hij is de mensgeworden wijsheid. Onze verbondenheid met Jezus Christus geeft ons het onderscheidingsvermogen dat we nodig hebben om werkelijke wijsheid te herkennen. Amen.