Spring naar inhoud

Hij is het! Joh 1,28-34

Jezus en Johannes de Doper zijn achterneven van elkaar. Hun moeders Maria en Elisabeth zijn elkaars nichten. Lucas vertelt ons dat Maria Elisabeth bezoekt als zij zwanger is van Johannes. Verder weten we niet hoe de twee achterneven met elkaar omgingen. Zagen ze elkaar regelmatig? Zijn ze samen opgegroeid? Ze woonden in hun jeugd op een flinke afstand van elkaar: Jezus in Nazareth en Johannes ergens in het bergland van Juda. Dat vroeg een voetreis een enkele dagen. Dus zullen ze elkaar zeker niet dagelijks gezien hebben. Wat we wel met enige zekerheid kunnen aannemen, is dat ze beiden ieder jaar voor het joodse Paasfeest naar Jeruzalem reisden. Zo’n jaarlijkse bedevaart is natuurlijk een gelegenheid bij uitstek om de familiebanden te onderhouden en te versterken. Lucas schrijft dat Johannes van vreugde opsprong in de buik van zijn moeder op het moment dat Maria en Elisabeth – beiden zwanger – elkaar ontmoeten. Elisabeth zal dit later vast aan haar zoon verteld hebben en hem ook verteld hebben welke bijzondere ervaring deze ontmoeting voor haar was. Zo wist Johannes al jaren dat zijn achterneef Jezus een bijzondere man is.

En dan is daar dat moment bij de Jordaan. Twee mannen – nu beiden dertigers –ontmoeten elkaar weer. Johannes weet zich geroepen zijn volk op te roepen tot bekering. Over zichzelf zegt Johannes: “Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: Maakt de weg recht voor de Heer!” Johannes ziet zichzelf als de wegbereider voor iemand die groter is dan hij. Dan komt daar Jezus aan en vraagt aan Johannes om gedoopt te worden. In de Evangelie volgens Matteüs hoorden we vorige week, dat Johannes dit eigenlijk niet wil. Niet hij moet Jezus dopen, maar Jezus moet hem dopen.

Ik probeer me dat voor te stellen. Johannes staat daar in de Jordaan vol overtuiging de mensen te dopen en dan komt daar zijn achterneef aan lopen. Hij kent hem van de Paasfeesten in Jeruzalem en hij kent Hem uit de verhalen van zijn moeder Elisabeth. Jezus vraagt aan Johannes “wil je Mij ook dopen” en Johannes heeft het gevoel ‘hier klopt iets niet’ en hij protesteert. Maar Jezus houdt aan en Johannes geeft toe.

Vandaag horen we Johannes getuigen van deze gebeurtenis. Weer komt daar zijn achterneef aanlopen. Maar nu zijn Johannes de ogen opengegaan. Destijds wist hij niet wat hij met Jezus aan moest. Hij zegt daarover: “Ook ik kende Hem niet.” Johannes kende Jezus wel als mens, maar hij kende Hem niet als de Zoon van God. Dat gebeurde tijdens de doop in de Jordaan. Toen zag Johannes de Geest van God op Jezus neerdalen en blijven rusten. Plotseling dringt het tot Johannes door: Hij is het!

Johannes heeft hier een ervaring die wij mensen allemaal wel eens hebben. Plotseling valt het kwartje. Plotseling zie je wat er aan de hand is. Plotseling besef je dat die aardige vriendin je vrouw moet worden. Plotseling weet je dat die collega van de vierde etage je man moet worden. Plotseling weet je wat je met je leven aan moet, wat je roeping is. Daar kunnen vele jaren aan vooraf gaan. Jaren van zoeken, jaren van vermoeden maar niet zeker weten, jaren van de moed niet hebben om een radicale keuze te maken. Het zijn jaren die we nodig hebben om wijzer te worden, te rijpen en te groeien, jaren om tot een werkelijke overtuiging te komen. Het zijn zeker geen verloren jaren, ook al snap je later niet dat het zolang moest duren. Vaak hebben we zetje nodig om de juiste weg in ons leven te vinden. Iemand spreekt lovende woorden over die collega van de vierde etage en jij krijgt een kop als een boei. Plotseling is daar het moment dat het kwartje valt. Je ziet iets op de televisie of je leest een boek en dan dringt tot je door wat jou te doen staat, wat jouw roeping is.

Zo kan het ook gaan met het geloof. Je wist altijd al dat er wel “iets” moest zijn, maar je begreep het niet. Je hebt een vaag gevoel, maar het wil maar niet concreet worden. Dan kom je iemand tegen die je over Jezus vertelt en wat Jezus voor hem betekent. Plotseling dringt het tot je door dat het zogenaamde “iets” heel concreet is: Hij is het! Jezus Christus is de Zoon van God. In Hem zie je God zelf. Hij is de openbaring van de liefde van God. Jezus maakt je vrij. Jezus is je weg door het leven. Plotseling gebeurt dat wat ook Johannes de Doper overkwam.

Zo’n moment van bekering is er niet alleen voor onkerkelijken. Ook wij katholieken hebben wel eens zo’n ervaring nodig. Ons geloof kan een gewoonte worden, een sleur. We doen braaf wat er van ons gevraagd wordt, maar de bezieling ontbreekt. Dan wordt het hoog tijd voor een nieuwe kennismaking met Jezus. Willen wij werkelijk zijn leerlingen en volgelingen zijn is het nodig Hem steeds weer opnieuw te ontmoeten. Het vraagt dat we Hem steeds weer opnieuw leren kennen. Steeds weer zullen we Hem ook weer met andere ogen zien. Telkens weer krijgt Hij dan weer een nieuwe betekenis voor ons.

Het is zoals met die collega van de vierde etage. Ook als je gelukkig met elkaar getrouwd bent, moet je blijven werken aan je relatie en elkaar steeds weer opnieuw vinden. Dat geldt ook voor ons leerling zijn en voor onze relatie met Jezus. Amen.

Openbaring; Ef 3,2-3a.5-6; Mt 2,1-12

De Wijzen uit het oosten volgen een ster. Een licht wijst hen de weg. Zij zijn op zoek naar de pasgeboren koning. Mensen zijn op zoek naar het licht, zij zijn op zoek naar waarheid. Dat was 2000 jaar geleden al zo met de drie wijzen. Altijd – vanaf het allereerste begin tot op de dag van vandaag – willen mensen weten hoe het zit.

In onze huidige cultuur verwachten velen dat de wetenschap hen precies zal kunnen vertellen hoe het zit. En als dat vandaag nog niet lukt dan zal dat binnenkort wel het geval zijn. Inderdaad verklaren wetenschappers ons op vele gebieden hoe de wereld in elkaar zit en hoe het werkt. Er is echter naast de vraag naar hoe het zit, ook de vraag naar het waarom. Waarom bestaat de wereld? Waarom besta ik? Waarom houd ik van andere mensen? Waarom is iets goed of mooi? Dit zijn vragen waar de wetenschappen geen antwoord op hebben. Deze vragen zijn ook geen onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappers hebben hierop geen andere antwoorden dan u en ik.

Kennis over het waarom vinden we niet in de wetenschap. Deze kennis wordt alleen verkregen door openbaring, door een bijzondere ervaring van mensen. Over deze kennis spreekt Paulus in zijn brief aan de christenen van Efeze. Paulus schrijft: “door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld”. Het Griekse woord mystérion is hier vertaald met geheim. Liever gebruik ik hier het woord mysterie. Een geheim is vooral iets wat we niet weten, terwijl een mysterie meer iets is wat we niet begrijpen. Denk bijvoorbeeld aan de woorden na de Consecratie: “Verkondigen wij het mysterie van het geloof.” We hebben het dan niet over een geheim. Het moet ook helemaal niet een geheim zijn. Sterker nog het mysterie moet verkondigd worden. Paulus heeft zijn kennis niet verkregen door studie en ook niet door wetenschappelijk onderzoek maar door openbaring. Deze kennis wordt ons door de Geest geopenbaard.

Deze brief van Paulus gaat over het mysterie van de verlossing van de mens in en door Jezus Christus. Deze verlossing geldt niet alleen voor het uitverkoren volk van Israël. De verlossing die Christus brengt, is er voor alle mensen, ook voor de heidenen. In Jezus Christus zijn de heidenen mede-erfgenamen. Zij zijn medeleden en mededeelgenoten van de belofte. De Blijde Boodschap is er voor alle mensen. Zij wordt aan alle mensen geopenbaard.

De Wijzen volgen een ster. De ster is voor hen een teken. De werkelijke openbaring aan de Wijzen is op het moment dat zij het huis binnengaan en het Kind en zijn moeder Maria zien. Dan vallen zij op hun knieën en brengen het Kind hun hulde. Op dat moment ervaren zij dat dit Kind meer is dan een gewone pasgeboren koning. Openbaring is een veel voorkomende menselijke ervaring. Ieder van ons kent het. Iedereen kent de ervaring van een onverwacht inzicht. Op zo’n moment zie je plotseling alles helder. Alles valt op zijn plaats. Het zijn momenten van liefde, momenten waarop wij ons innig verbonden voelen met de mensen om ons heen. Het zijn momenten van waarheid, momenten ook van geluk.

De apostel Johannes leert ons dat God liefde is. Hij schrijft: “Iedereen die liefheeft is een kind van God, en kent God.” (1 Joh 4,7) In onze liefde voor elkaar leren wij God kennen. In de liefde wordt God aan ons geopenbaard. In de liefde wordt ook Gods Zoon Jezus Christus aan ons geopenbaard. Jezus is de weg van de liefde tot het uiterste gegaan. Hij verlost ons van onze zelfgerichtheid en opent onze harten voor elkaar. Hij verlost ons en maakt ons tot vrije mensen, tot mensen die tot werkelijke liefde in staat zijn.

Jezus heeft met zijn menswording, zijn leven, dood en verrijzenis alle mensen, heel de mensheid verlost. Bij zijn hemelvaart geeft Hij zijn leerlingen de opdracht alle volkeren tot zijn leerlingen te maken. Hij vraagt aan ons om de mensen om ons heen tot zijn leerlingen te maken. Wat begon met de openbaring aan de Wijzen mogen wij verder voortzetten. Zoals er eens een heldere ster aan de hemel stond, mogen wij op onze beurt een licht zijn in onze eigen omgeving. Wij mogen ons licht laten schijnen en zo Gods liefde voor alle mensen openbaren. Alles wij elkaar liefhebben wordt God niet alleen aan ons geopenbaard. Door onze daden van liefde zijn wij ook een teken voor anderen. Onze liefde is een licht en teken in deze wereld. Onze liefde brengt anderen tot God en tot zijn Zoon Jezus Christus. Dat is geen geheim, maar wel een mysterie.

Ik wens u allen een Zalig Nieuwjaar. Amen.

Bron en de basis van ons leven; Js 52,7-10: Hb 1,1-6; Joh 1,1-18

De apostel Johannes schrijft: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Gods Zoon is mens geworden. Jezus Christus is een van ons. Hij is mens zoals wij. Hij heeft ons leven geleefd. Jezus is de mens geworden Zoon van God. De apostel Paulus gebruikt de woorden uit Psalm 2: “Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.” De profeet Jesaja schrijft: “De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.” Iedereen moet weten dat Gods Zoon mens geworden is. Vannacht hoorden we het Kerstverhaal volgens Lucas. Toen hoorden we: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer…” Jezus Christus is onze redder en bevrijder. Hij verlost ons van het kwaad. Paulus schrijft dat Jezus de reiniging van de zonden heeft voltrokken.

Jezus Christus is de bron en de basis van ons leven. “Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.” In Hem en door Hem heeft God alles geschapen. Zelf zal Jezus aan het einde van zijn leven zeggen: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wij mensen zijn geschapen uit liefde en geschapen voor de liefde. Wij zijn ook geschapen met een vrije wil. Bovenal zijn wij geschapen als mensen. Wij zijn mensen met onze goede kanten, maar ook met onze tekortkomingen. Onze vrije wil stelt ons in staat om lief te hebben en om het goede te doen. Wij hebben ook de vrijheid om tegen de liefde en tegen het goede in te gaan. We zijn ook in staat te kiezen voor het kwaad.

Om ons te verlossen, om ons te bevrijden van het kwaad is Jezus mens geworden, heeft Hij als mens onder de mensen geleefd en heeft Hij geleden en is Hij gestorven. God heeft het leven van de mens aangenomen. Hij is naar ons mensen afgedaald, maar daarmee verheft Hij ook de mens naar een hoger niveau. Wij leven niet langer in slavernij, maar zijn vrije mensen. Wij zijn niet langer slaven van onze driften, maar zijn in staat onze driften te ontstijgen en te beteugelen. Wij zijn niet langer slaaf van onze zelfgerichtheid, maar zijn in staat ons op anderen te richten. Wij zijn in staat tot werkelijke liefde voor onze medemens.

Jezus Christus is de bron en de basis van ons leven. Met zijn menswording heeft Hij ons leven op een hoger plan gebracht. Hij heeft ons laten zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor komt, hoe je werkelijk een vrij mens bent. Jezus koos radicaal voor de liefde, voor de waarheid en voor de vrijheid. Het kostte Hem zijn leven. Hij werd gekruisigd en werd begraven. Deze radicale keuze maakte Hem ook meester over de dood. God deed Hem uit de doden opstaan. Toen “heeft Hij zich neergezet aan de rechterzijde van de majesteit in den hoge, ver verheven boven de engelen… Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen.” Met Pasen vieren wij deze bekroning van het leven van Jezus. Pasen is de bekroning van Kerstmis. Met Kerstmis vieren wij de komst van het Licht in de wereld: “het ware Licht dat iedere mens verlicht”. Met Pasen ontsteken we de Paaskaars: Christus, het Licht van de wereld.

Niet iedereen erkent dit Licht. Sommigen zijn verblind door het kwaad, anderen wenden zich af van het Licht. “Aan allen echter die Hem wel aanvaarden, aan hen die in zijn Naam geloven gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden.” Door te geloven worden wij herboren. Door te geloven worden wij opnieuw verwekt en uit God geboren.

Jezus heeft ons gered en bevrijd. Hierdoor zijn wij in staat zelf brengers van het licht te zijn. Wij zijn in staat zijn liefde voor ons door te geven door onze medemensen lief te hebben. Door onze medemensen lief te hebben, ervaren wij zijn liefde voor ons. Dan is zijn liefde voor ons de drijvende kracht in ons leven die ons hart opent voor onze medemensen. Dan leven we als leerlingen van Jezus het Evangelie. Het Evangelie leven is leven zoals Jezus ons heeft verkondigd en zoals Hij ons heeft voorgedaan. Wij mogen op onze beurt zijn Evangelie verkondigen aan onze medemensen. Wij mogen op onze beurt laten zien wat het betekent te leven in liefde en waarheid, te leven als werkelijk vrije mensen.

Een paar weken geleden was ik in de Martinus met kinderen in gesprek. Zij hadden toen even geen antwoord op mijn vraag. Ik heb ze gezegd dat het goede antwoord bijna altijd ‘Jezus’ is. Uit de inleiding van pastor Olsthoorn heeft u natuurlijk al begrepen, dat ook vandaag Jezus het antwoord is op al onze vragen.

Jezus Christus is de bron en de basis van ons leven. Jezus brengt ons leven en Hij brengt ons vreugde. Hij maakt ons vrij en maakt ons leven tot een feest. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Richting het Licht; Js 9,1-3.5-6; Lc 2,1-14

Plotseling is het een en al licht. Midden in de nacht verschijnt een engel aan de herders. Zij worden omstraald door de glorie des Heren. De herders zien het licht en zij gaan op zoek naar de bron van dit licht. Jesaja schrijft over een volk dat in het donker wandelt. In het donker zien zij een groot licht: licht in de duisternis, licht dat blijdschap en vreugde brengt, licht dat bevrijdt.

Het is een beweging van twee kanten: het licht schijnt in de duisternis en de mens zoekt het licht. Voortdurend zoekt de mens naar het licht van vrijheid en vrede, het licht van blijdschap en vreugde, het licht van geluk. Het licht verschijnt en de mens gaat richting het licht. Ook in onze relatie met God zijn er twee bewegingen. Wij mensen verlangen naar God en zoeken Hem. Maar ook God is op zoek. Hij zoekt ons mensen en Hij zoekt onze liefde voor Hem. Het is als twee geliefden die elkaar nog niet echt gevonden hebben. Ze verlangen naar elkaar en zoeken elkaar. Ze zoeken naar een antwoord op hun liefde.

Je eigen zoektocht heb je redelijk onder controle. Je zoekt wanneer het jou goed uitkomt en wanneer je daarvoor in de juiste stemming bent. Maar ondertussen is die ander op zoek naar jou. Die ander kan elk moment plotseling voor je deur staan. De zoektocht van de ander heb je in het geheel niet onder controle. Daar word je plotseling mee geconfronteerd, ook als het je even niet uitkomt en je hoofd er even niet naar staat.

En juist dat plotselinge moment kan essentieel zijn voor het verloop van de verdere liefdesgeschiedenis. Juist je reactie op dat onverwachte moment kan ervoor zorgen dat het een gelukkige of een ongelukkige liefde wordt. Kortom op dat cruciale moment wil je er klaar voor zijn. Op dat moment wil je geen fouten maken, maar juist op je best tevoorschijn komen.

De dag van Kerstmis is redelijk voorspelbaar. Dat vieren we ook dit jaar weer op 25 december. Maar de dag van onze werkelijke ontmoeting met de Heer is niet voorspelbaar. Daarover zegt Jezus: (Mt 24,42) “Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.” Het overkwam Maria. Plotseling was daar de engel die aankondigt dat zij zwanger wordt en de Zoon van de Allerhoogste zal baren. Plotseling komt God heel concreet in haar leven. Het moet even tot Maria doordringen en dan antwoordt zij: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.” Het overkomt ook de herders. Plotseling staat daar die engel. De herders schrikken en worden bang, maar de engel zegt hen: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap… Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer…” En dan gaan de herders op pad.

Hoe is het met ons. Zijn wij in staat goed te reageren als de Heer plotseling op onze deur klopt. Is Hij dan welkom, staat ons hart dan voor Hem open, of is dan ons geloof gedoofd en ons vertrouwen gestorven?

Misschien denkt u: de Heer ontmoeten, dat zal zo’n vaart niet lopen, dat laat nog wel even op zich laat wachten. Er zijn echter vele momenten in ons leven waarop we plotseling met onze Heer geconfronteerd worden. Tegen het einde van zijn leven spreekt Jezus zijn leerlingen toe. Hij vertelt hen over het einde der tijden. Hij zegt: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” (Mt 25,35-36) Jezus vertelt ons heel concreet hoe Hij plotseling in ons leven verschijnt. En Hij geeft ook heel duidelijk aan welke reactie Hij dan van ons verwacht. In Jezus Christus in God mens geworden. Jezus laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor komt, hoe je werkelijk een vrij mens bent.

God is liefde. Hij houdt van ons. Hij heeft ons uit liefde geschapen. Onze liefde voor God en voor zijn mens geworden Zoon Jezus krijgt vorm in onze liefde voor onze medemens. Jezus Christus is het Licht der wereld, maar ook wij mogen een licht zijn en brengers van het licht zijn. Wij gaan richting het licht door juist zelf licht uit te stralen. Wij zijn onderweg naar Jezus door als zijn leerlingen te handelen zoals Hij deed. Als wij openstaan voor de ander staat ons hart ook open voor de Heer. Hij heeft ons lief. Door onze medemensen lief te hebben, ervaren wij zijn liefde voor ons. Dan is zijn liefde voor ons de drijvende kracht in ons leven. Het is zijn reddende en bevrijdende kracht die ons bevrijdt van onze zelfgerichtheid en die ons hart opent voor onze medemensen.

Sta open voor de ander, en vrede, liefde en geluk zullen uw deel zijn. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Gaudete: Verheugt u; Js 35, 1-6a.10; Mt 11,2-11

Gaudete: Verheugt u. “Blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.” Jezus maakt met deze tekst duidelijk dat Hij het is die het Rijk Gods brengt. Hij gebruikt hiervoor de woorden die eerder door Jesaja gebruikt zijn. Jesaja beschrijft een paradijselijke situatie van vrede, welzijn en gerechtigheid voor iedereen. Dat is wat ook Jezus ons voorhoudt als het Rijk Gods, niet meer en niet minder. Jesaja schrijft over de toekomst. Jezus spreekt over het moment zelf. Met zijn komst is de beloofde toekomst aangebroken. Deze teksten geven ons stof tot nadenken. Hoe zien wij het Rijk Gods? Wanneer verwachten wij het Rijk Gods?

Deel van mijn opvoeding was het uit je hoofd leren van de catechismus. Vandaag hebben we genoeg aan de eerste vraag daaruit. “Waartoe zijn wij op aarde?” Het antwoord op deze vraag luidde: “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.” Onder u zijn ongetwijfeld ook mensen aanwezig die een ander antwoord geleerd hebben. Eerder luidde het antwoord namelijk: “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hiernamaals gelukkig te zijn.” Het ‘hier’ is midden vorige eeuw toegevoegd. Daarvoor ging het enkel om het geluk in het hiernamaals. Tegenwoordig beschouwen we ook het aardse geluk als een deel van de bestemming van het leven.

Dat lijkt een kleine verandering: de toevoeging van het woord ‘hier’. En velen zullen het destijds ook zo beleefd hebben. Zo’n verandering verandert niet onmiddellijk het denken van mensen. Zij sijpelt heel langzaam door en pas na enige tijd zie je dat de mensen anders in het leven staan. Tegenwoordig zul je het niet meer in je hoofd halen om iemand die in financiële nood is te troosten met het idee dat het later in de hemel allemaal goed komt.

Jezus verkondigt aan armen de Blijde Boodschap. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen genezen, doven horen en doden staan op. De lichamelijke problemen lost Jezus op. En de armen? Worden die hier toch met een kluitje het riet ingestuurd? Zij moeten het doen met de Blijde Boodschap. Nergens lees je dat Jezus echt iets aan hun situatie doet. Geldt voor de armen dan toch dat zij moeten wachten op het geluk in het hiernamaals? Jesaja schetst ons een beeld van vrede, welzijn en gerechtigheid voor iedereen.

Ook Jezus heeft het regelmatig over gerechtigheid, maar het oplossen van misstanden, het oplossen van armoede en onrechtvaardige situaties laat Hij blijkbaar aan anderen over. Jezus roept op tot naastenliefde, solidariteit en gerechtigheid en het zijn zijn leerlingen die daar daadwerkelijk mee aan de slag gaan. In de Handelingen van de Apostelen kunnen we lezen hoe de eerste leerlingen alles met elkaar delen. De geschiedenis van de vroege Kerk leert ons hoe het christendom een nieuwe manier van denken brengt. Het gaat niet langer om het recht van de sterkste. Het nieuwe denken van het christendam houdt in dat mensen naar elkaar omzien. Gaandeweg tot op de dag van vandaag heeft deze nieuwe manier van denken steeds meer invloed gekregen. Onder andere onze huidige sociale wetgeving is er het resultaat van.

Het Rijk Gods is niet alleen een belofte voor een toekomstig leven. Het Rijk Gods gaat niet alleen over het leven in het hiernamaals. Het Rijk Gods gaat ook over het leven hier op aarde. Het Rijk Gods gaat ook over ons leven van dag tot dag. De belofte van het Rijk Gods betekent dat God wil dat wij gelukkige mensen zijn hier en in het hiernamaals. Door zieken te genezen en doden te laten opstaan, laat Jezus dat zien. Maar Jezus betrekt ook ons erbij. Ook wij krijgen de opdracht te werken aan het Rijk Gods. Wij worden opgeroepen de dingen te doen waartoe wij in staat zijn. Wij worden opgeroepen tot daden van liefde: hongerigen voeden, dorstigen laven, zieken bezoeken et cetera. Ook worden wij opgeroepen om een rechtvaardige en vredige samenleving tot stand te brengen.

In deze tijd wordt onze aandacht gevraagd voor de Adventsactie. Dit jaar wordt onze steun gevraagd voor de opvang van jonge kinderen die vanuit Venezuela zijn gevlucht naar Lima, de hoofdstad van Peru. Meer dan twee miljoen mensen zijn naar Peru gevlucht. Zij wonen in primitieve omstandigheden en leven veelal van straatverkoop. Jonge kinderen zijn in deze situatie het meest kwetsbaar.

Gerard Reve schreef ooit: “Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?” De belofte van het Rijk Gods maakt ons soms ongeduldig. Dood, ellende, pijn en verdriet verdwijnen niet uit onze aardse werkelijkheid. Ze maken wezenlijk deel uit van onze aardse bestaan. Daarnaast geeft God ons de middelen om mee te werken aan een betere wereld. Wij mogen daarmee onze bijdrage leveren aan zijn Koninkrijk en eens zullen wij leven in zijn Rijk van vrede en geluk. Amen.

De vreugde van het Evangelie; Js 11,1-10; Mt 3,1-12

Waar preek je over als je je koperen jubileum viert. Drie weken geleden hoorde ik onze bisschop bij de diakenwijding spreken over de zware taak van het diaconaat. Deze woorden worden gebruikt aan het begin van de wijdingsplechtigheid. Zij die er destijds bij waren, zullen zich dat natuurlijk nog herinneren en waarschijnlijk dachten ze: waar begint hij aan? De huidige bisschop vertelde, dat dit geen oproep is tot medelijden want een diaken doet zijn werk met de hulp van de Heer. Nu snapt u ook hoe het komt dat ik met een zekere lichtheid, opgewektheid en zorgeloosheid mijn leven leidt en mijn werk doe.

Wat wil een mens nog meer dan weten dat er iemand van je houdt, dat er iemand is dat die wil dat je gelukkig wordt en daar ook voor zorgt? Dat is de kern van de boodschap waarmee ik op pad ben gestuurd. Dit ontslaat ons mensen niet van onze eigen verantwoordelijkheid. Liefde vraagt ook om een antwoord. Onbeantwoorde liefde houdt geen stand. Liefde kan je niet onverschillig laten.

Toen ik afgelopen week naar de lezingen van vandaag keek, viel mij het begin van de eerste lezing op. “De geest van de Heer zal op hem rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en vreze des Heren, en deze vreze des Heren zal hij uitstralen.” Aan het begin van zijn openbare leven heeft Jezus deze woorden op zichzelf betrokken. Maar Hij deed dit niet exclusief. Hij beperkte het niet alleen tot zichzelf. Sterker nog aan het einde van zijn leven belooft Hij ons de heilige Geest. De heilige Geest is onze Helper.

Met ons Doopsel en Vormsel ontvangen wij de hiergenoemde gaven van de heilige Geest. Het is zoals Johannes de Doper over Jezus verkondigt: “Hij die na mij komt, (…) zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” Dit is er wat er bij ons Doopsel en Vormsel gebeurt. Wij worden niet alleen gedoopt met water, maar ook met de heilige Geest. Bij de diakenwijding wordt dit nog eens lichtjes overgedaan. Opnieuw bidt de bisschop dat de wijdeling de gaven van de heilige Geest mag ontvangen om zo zijn werk als diaken te kunnen verrichten.

Johannes de Doper kondigde de komst van Jezus aan. Zou zijn aanpak ook vandaag tot resultaten leiden? Johannes de Doper is een boeiend iemand: lekker radicaal, flinke uitspraken en grote woorden. Ook in zijn gedrag is hij bijzonder met een kleed van kameelhaar en het eten van sprinkhanen en wilde honing. Wilde honing lijkt me niet slecht. Sprinkhanen zijn minder aantrekkelijk. Overigens is het eten van insecten nu ook in onze streken in opkomst. Ik heb ze een keer gekocht en wij hebben ze ook gegeten. Ze smaken niet slecht, maar het mondgevoel is minder aantrekkelijk. In Wageningen wordt hier gelukkig nog hard aan gewerkt. Mogelijk wordt Johannes de Doper op deze manier nog een echte trendsetter. Wat onze kleding betreft: de pastoor koos voor deze gewaden. Ik weet niet of hij nog aan kleden van kameelhaar heeft gedacht. Ik in ieder geval niet. Ik houd niet van gekriebel. Zes jaar geleden schreef paus Franciscus in Evangelii gaudium: “Een evangelist moet er nooit uitzien alsof hij net van een begrafenis is teruggekeerd!” Het Evangelie verkondigen is een vreugdevolle bezigheid. Dat mag ook uit onze kleding blijken.

Het woord vreugde keert steeds weer terug in die brief aan alle katholieken. “Niemand moet denken dat deze uitnodiging niet voor hem of haar bedoeld is, want niemand wordt uitgesloten van de vreugde die door de Heer wordt gebracht.” Aldus de paus. Het doel van zijn brief omschrijft Franciscus met: “In deze exhortatie wil ik de christenen aanmoedigen deel te nemen aan een nieuw hoofdstuk van evangelisatie dat gekenmerkt wordt door deze vreugde.” Hij wil nieuwe wegen voor de Kerk aangeven. Het duurt natuurlijk altijd even voordat dan iedereen op gang komt. Maar ondertussen hebben wij hier ter plekke een eerste stap gezet met ons nieuw pastoraal beleidsplan: “Als leerling het Evangelie leven”. Ik hoop echt dat het ons lukt op deze weg stappen te zetten en een nieuwe toekomst in te gaan. Iedere christen heeft de opdracht als leerling van Jezus op weg te gaan en zonder aarzeling, tegenzin of angst het Evangelie te verkondigen aan iedereen op alle plaatsen en bij alle gelegenheden en ieder op de manier die bij hem past.

Op zich spreekt de radicaliteit van Johannes de Doper mij wel aan, maar ik denk niet dat het werkt als we de mensen om ons heen uitmaken voor “adderengebroed”. De mensen van tegenwoordig zijn niet te vergelijken met de toehoorders van Johannes de Doper. De mens van tegenwoordig kan zich vaak niet voorstellen dat het mogelijk is dat iemand anders dan jezelf jou gelukkig kan maken. Mensen denken vaak dat ze daar echt helemaal alleen voor staan. Eigen zelfgerichtheid maakt het onmogelijk te denken, dat iemand anders zich kan richten op jouw geluk en ook een liefhebbende God raakt daarmee geheel buiten beeld.

Ons mensbeeld en ons beeld van hoe de wereld in elkaar steekt, kan ons behoorlijk in de weg zitten. Te absolute beelden beperken ons voorstellingsvermogen en onze vrijheid van denken. Het loslaten van absolute denkbeelden is niet eenvoudig. Het is het loslaten van zekerheden. Het is ook aanvaarden van complexiteit en van niet kunnen weten. We zien om ons heen hoe moeilijk dat in de politiek is. Simpele en heldere standpunten en ideeën zijn aantrekkelijk. Daarbij is het niet eens nodig dat ze overeenkomen met de werkelijkheid en ook niet dat ze bijdragen tot een betere wereld.

En dan komen wij met “de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en vreze des Heren”. Toch ben ik er van overtuigd de liefde sterker is dan alle materiële en ingebeelde zekerheden van tegenwoordig. Geloof en liefde vormen de basis voor vertrouwen, niet voor zekerheden. Zelfs rotsvast vertrouwen leidt niet tot een objectieve zekerheid. Geloof en liefde vormen ook niet de basis voor de wetenschap. Daar wordt naar andere waarheden gezocht. En dat is een goede zaak.

Onze Blijde Boodschap van de liefde kan mensen in hun hart treffen. Bij elke uitvaart zie ik weer hoe de liefde het alles overheersende thema is. Het gaat altijd over de liefde van en voor de overledene. Al het andere valt dan weg. Het mag genoemd worden, maar is niet echt belangrijk. Het is ook de liefde die maakt dat een niet voortleven onvoorstelbaar is. Het is aan ons om de liefde, de liefde van God voor de mensen en liefde van de mensen voor elkaar zichtbaar te maken in onze wereld. Dat vraagt om woorden en daden van liefde. Daarover moeten we ook het gesprek met de huidige seculiere cultuur aangaan. Dat is de vreugdevolle taak waaraan ik graag mijn bijdrage lever. Amen.

Eerste hulp bij katholieke begrippen

Auteurs: Eric van den Berg, Frank G. Bosman en Peter van Zoest
Titel: Eerste hulp bij katholieke begrippen
Uitgever:
Berne Media, 2019
Prijs: € 16,90
ISBN: 978-90-8972-323-9
Aantal pagina’s: 192

Weet u wat een croceferarius of een fanon is en waarom bepaalde feestdagen roerend worden genoemd? U vindt het allemaal en nog veel meer katholiek begrippen in dit handzame boekje. Op een zeer toegankelijke wijze hebben de auteurs allerlei begrippen uit het katholieke leven op een rijtje gezet en toegelicht. Ze hebben het duidelijk eenvoudig willen houden en zijn daardoor wel eens wat erg kort door de bocht. Desondanks is het een praktisch naslagwerkje geworden.

Het boek is ontstaan naar aanleiding van het opvallend gebrek aan kennis dat vele journalisten op dit gebied vertonen. Eenmaal bezig ontdekten de schrijvers de omvang van de schat aan katholieke begrippen waarvan vele ook voor ingewijden onbekend zijn. In totaal worden meer dan achthonderd woorden in dit boek toegelicht.