Spring naar inhoud

Wij geloven erin; Hnd 10,34a.37-43; Joh 20,1-9

Het is Pasen. De Heer is waarlijk verrezen! Veertig dagen zijn we onderweg geweest. En vooral de afgelopen week leefden we toe naar de dag van vandaag. Zo was afgelopen maandagmorgen deze kerk gevuld met de kinderen van de Maria Bernadetteschool. En woensdagmorgen waren hier de kinderen van groep 5 t/m 8 van de Balans, de basisschool uit Leidschenveen. De scholen vinden het belangrijk op deze wijze aandacht te besteden aan Pasen.

Hoe leg je aan kinderen uit wat Pasen is? Waar geloven wij in? Hoe vind je de juiste toon. Dat gaat de ene keer beter dan de andere keer. Hoe voorkom je dat de kinderen het saai vinden? Maar Pasen is ook niet alleen maar leuk. Pasen is veel meer dan leuk. Pasen is echte vreugde, echte blijdschap. Pasen is verrijzenis, opstanding en nieuw leven. Pasen is vergeving van onze zonden en een nieuw begin maken. Maar Pasen wordt ook voorafgegaan door Goede Vrijdag.

Beide scholen hadden gekozen voor het Trefwoordthema Overwinnen. Met het woord overwinnen raak je aan de essentie van Pasen. Jezus overwint de dood. Hij is weer levend. Het goede overwint het kwade. God zorgt ervoor dat het uiteindelijk goed komt. Hij zorgt ervoor dat onze pijn en ons verdriet niet het laatste woord hebben. Zijn liefde overwint de dood en overwint het kwaad. Dat is de kern van ons geloof. Dat is de ervaring van de apostel Johannes toen hij tot geloof kwam.

Pasen ervaren we ook in ons eigen leven. Voortdurend zijn er gebeurtenissen die we kunnen zien als Paaservaringen. Afgelopen maandagavond vond ik een berichtje op mijn telefoon. Een goede vriend was in het ziekenhuis opgenomen. Hij schreef er luchtig over, maar het klonk toch ernstig. De volgende dag vond ik een bericht of ik hem wat spullen wou brengen. Ja, de operatie had ’s nachts al plaatsgevonden en was geslaagd. Ik vond hem even later opgewekt en met een goed humeur in zijn bed. Alsof er niets gebeurd was.

Maandag werd de wereld opgeschrokken door de brand in de Notre Dame. Wie heeft de beelden van de felle brand niet gezien. Plotseling blijkt zo’n gebouw tot het wezen van Frankrijk te behoren. Een heel land zat verslagen te kijken naar wat er gebeurde. Op zo’n moment besef je weer hoe belangrijk het voor ons is dat wij onze verbeelding, onze gedachten en gevoelens, ons geloof in materie vorm kunnen geven. Ook de bloemen die vanuit de Bollenstreek naar Rome gestuurd worden om het Sint Pietersplein met Pasen te verfraaien, zijn er een voorbeeld van. Het is ook daarom belangrijk dat de bisschop de bloemen zegent. Wij zijn mensen van vlees en bloed, wij zijn niet enkel geesten en gedachten. De materie maakt een wezenlijk onderdeel uit van ons bestaan. Daarom is de verrijzenis van het lichaam van enorme betekenis voor ons leven en ons geloof. We weten niet wat we ons bij een verheerlijkt lichaam moeten voorstellen. Het is niet om aan het aardse vast te houden, maar het is ook niet om onze menselijkheid achter ons te laten. De volgende dag werd duidelijk dat herstel van de Notre Dame mogelijk is. De president beloofde dat de kathedraal er over vijf jaar weer in volle glorie zal staan. En vanaf dat moment stroomde ook het benodigde geld binnen.

Een heel andere Paaservaring hadden mijn vrouw en ik afgelopen dinsdag. We waren samen naar de Keukenhof. De weelde van de vele bloemen en van al die kleuren: het is werkelijk een fantastisch gezicht. Maar wat minstens zo indrukwekkend is, zijn de mensen. Mensen van allerlei volkeren en naties, jong en oud, arm en rijk, allen genieten van de schoonheid zonder zich te ergeren aan elkaar. Iedereen gunt elkaar de ruimte en er valt geen onvertogen woord. Mijn vrouw opperde dat de Keukenhof de Nobelprijs voor de vrede verdient.

Woensdagavond was ik in de kathedraal bij de Chrismaviering waarin jaarlijks de oliën door de bisschop gezegend en gewijd worden. Het was een mooie viering met een bemoedigend preek van de bisschop. Op de terugweg hoorde ik op de radio het bericht van het busongeluk op Madeira. Plotseling is het dan weer Goede Vrijdag. Hoe zal het voor deze mensen en hun nabestaanden weer Pasen worden? Op de dag van Goede Vrijdag horen we van de journalist Lyra McKee die in Noord-Ierland door kogels wordt getroffen en overlijdt. Het kwaad is zeker niet de wereld uit. Telkens weer steekt het zijn kop op. Telkens weer worden mensen daar het slachtoffer van.

Ondanks dat blijven wij erin geloven. Achter elk kruis van Goede Vrijdag gloort het licht van de verrijzenis. De verrijzenis van Christus stelt ons in staat om te gaan met het kwaad. Wij geloven dat het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben. Dat het leven verder gaat. Dat er altijd een nieuw begin is. Dat het goede het kwade uiteindelijk altijd overwint. De liefde van God die Jezus Christus ons getoond heeft, is vele malen sterker dan alle kwaad van de wereld. Zijn liefde overwint alles. Wij mogen leven vanuit die liefde van God voor ons. Wij geloven erin. En dit geloof mogen wij net als Petrus verkondigen aan allen die hunkeren naar liefde en geluk. Ik wens u allen een zalig Pasen. Amen.

Advertenties

Zondig niet meer; Js 43,16-21; Joh 8,1-11

Het is de dag na het loofhuttenfeest. Een week lang was het feest in Jeruzalem. De stad was vol vreemdelingen en dag en nacht verkeerde men in een feestroes. In zo’n situatie gebeuren er nog al eens dingen die niet door de beugel kunnen. Deze gehuwde vrouw pleegde overspel. En in de roes van het feest was ze blijkbaar niet op haar hoede en kon ze daarbij betrapt worden. Je vraagt je wel af waar is die man gebleven; overspel pleeg je toch niet alleen? De schriftgeleerden en Farizeeën zullen gedacht hebben: dit is een interessant geval om eens aan die Jezus voor te leggen. Hij heeft met zijn mooie verhalen de laatste tijd heel wat onrust veroorzaakt. Eens kijken of Hij zich ook staande weet te houden als het er echt op aan komt?

Afgelopen week werden wijzelf opgeschrikt door het verhaal van een Amsterdamse priester. Een verhaal waar ik met mijn verstand niet bij kan en met mijn gevoel al helemaal niet. Waarschijnlijk heeft u dat ook. Wat moeten wij hier nu weer van denken?

Jezus schrijft op de grond in het zand. Hij is in gedachten verzonken en zegt niets. Na langer aandringen komt zijn uitspraak: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” Daarna schrijft Hij weer op de grond en bemoeit zich er niet mee. Aan het eind van dit tafereel zegt Jezus tegen de vrouw: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” De feiten zijn blijkbaar duidelijk: de vrouw heeft gezondigd. Maar voor Jezus is dat geen aanleiding om haar te veroordelen. Wel heeft Hij een oordeel over haar daden: “Ga heen en zondig van nu af niet meer.” Gods Zoon is niet in de wereld gekomen om te veroordelen, maar om de mensen te redden door de vergeving van de zonden. Hij wil dat wij ons bekeren, dat we ons afwenden van het kwaad.

Zo maakt Jezus ons duidelijk dat wij mensen niet mogen veroordelen. Maar wij moeten zeker oordelen over iemands daden. Woorden en daden moeten wij op hun merites beoordelen. Andermans woorden en daden kunnen zowel in goede als in slechte zin ons tot voorbeeld zijn. Dat vraagt om onderscheidingsvermogen. Wij hebben ook de plicht om elkaar waar nodig te corrigeren. Iemand een compliment geven is een daad van liefde. Evenzeer is het een daad van liefde iemand op discrete wijze aan te spreken op zijn fouten en onhebbelijkheden. Het gaat erom dat we de zonde veroordelen, niet de zondaar. De zondaar is een kind van God, een drager van menselijke waardigheid. Wij mogen oordelen over woorden en daden. Het oordeel over mensen is alleen aan God.

Het onderscheid tussen zonde en zondaar is overigens niet zo eenvoudig in onze huidige tijd. In deze tijd moeten mensen samenvallen met hun daden. Dat uit zich in veel stoere praat en uitspraken zoals: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.” Gelukkig zijn veel mensen in staat hun gedachten niet onmiddellijk te uiten en er al helemaal niet toe overgaan ze ook onmiddellijk uit te voeren. De meeste mensen denken daar eerst nog eens rustig over na. Reflectie is een goede zaak. Dat kan door in het zand te schrijven, het kan ook op vele andere manieren.

De bisschop van Haarlem-Amsterdam zal ook wel even nagedacht hebben. Mogelijk achter zijn bureau of in overleg met zijn medewerkers, misschien in de huiskapel of tijdens een strandwandeling. Ik weet niet hoe bisschoppen besluiten nemen. Zijn conclusie was waarschijnlijk: laat ik deze priester eerst maar eens wat rust gunnen en tijd om na te denken hoe hij zijn leven vorm en inhoud wil geven. De bisschop besloot de priester te vragen voorlopig zijn priesterlijke taken neer te leggen voor een bezinningsperiode. De bisschop was eerder al in gesprek met deze priester en had hem gevraagd zich te houden aan zijn celibaatsbelofte die hij bij zijn priesterwijding heeft afgelegd. De mens werd door hem niet veroordeeld, ook zijn homoseksuele geaardheid niet, wel is hem gevraagd zijn gedrag te veranderen.

Het idee dat de mens samenvalt met zijn woorden en zijn daden, maakt ook dat wij anders over onze eigen daden oordelen. We doen dat niet zonder vooroordeel en niet zonder bijgedachten. We willen onszelf niet afwijzen en dus praten we onze daden goed. Als we geen onderscheid kunnen maken tussen onszelf en onze zonden, moeten we om onszelf niet te veroordelen, onze zonden wel wegredeneren. Zo praten we vaak recht wat krom is en vermijden we dat we werkelijk op ons gedrag gaan reflecteren. Maar zonder reflectie komen we ook niet tot verbetering van ons gedrag. Zonder reflectie staan we ook niet open voor een uitweg. Dan zien we niet dat de Heer voor ons een nieuwe weg aanlegt, een weg door de steppe en een rivier door de woestijn. Door bezinning en reflectie komen we tot inzicht. Het brengt ons ertoe vergeving te vragen en het opent voor ons nieuwe wegen.

Regelmatig vragen wij Maria om voor ons zondaars te bidden. Wij mogen op onze beurt ook voor anderen bidden. Niemand van ons is zonder zonde. Wel zijn we allemaal kinderen van God. Amen.

God ervaren; Gn 15,5-12.17-18; Lc 9,28b-38

Soms heb je een moment van gelukzaligheid, een moment van volmaakt geluk. Alles is schoonheid. Alles straalt vrede uit. Je bent omgeven door liefde, door mensen van wie je houdt. Alles valt even op zijn plaats. Even zijn er geen vragen en twijfel, even is alles helder en duidelijk. Het zijn momenten van liefde en van waarheid, momenten van Godservaring. Ik denk dat dit Abram overkwam, toen hij naar de sterrenhemel keek en hem duidelijk werd hoe talrijk zijn nageslacht zou gaan worden. Op dat moment voelde hij zich omarmt door de liefde van God en wist hij precies waarom God hem op pad had gestuurd. Op dat moment geloofde hij onomstotelijk in God. Maar hoe gaat dat bij ons mensen. Zo’n moment van gelukzaligheid is altijd van korte duur. Daarna is het voorbij en staan we weer in de harde realiteit. Dan slaat ook de twijfel weer toe. Dat gebeurt Abram ook en dus zegt hij: “Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?”

Petrus, Johannes en Jakobus hebben ook zo’n ervaring van volmaakt geluk. Alles staat in een helder licht, alles is duidelijk en alles is liefde. Dat willen ze blijven vasthouden en dus zegt Petrus: “Meester het is goed dat we hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen.” Maar Petrus wist niet wat hij zei. Ook hij moest terug naar de werkelijkheid, naar de weerbarstigheid van het dagelijks leven. Het Evangelie van vandaag maakt duidelijk, dat wij op zo’n moment van volmaakt geluk even raken aan het Rijk Gods. De leerlingen ervaren Jezus zoals Hij werkelijk is: de Zoon van God. Deze herinnering blijven zij met zich mee dragen. Pas na het ontvangen van de heilige Geest begrijpen ze dit en kunnen ze hun ervaringen met anderen delen.

Onze bestemming is het Rijk Gods. Wij zijn onderweg en mogen zo nu en dan een voorproefje ervaren. Op weg zijn naar het Rijk Gods is geen individuele aangelegenheid. We zijn gezamenlijk op weg: alle mensen en heel de schepping is op weg. Het is ook geen kwestie van louter passief afwachten. Niet dat we het in eigen hand hebben, maar we mogen ons steentje bijdragen. Ten eerste is het aan ons om ons open te stellen voor het geluk en ons open te stellen voor de komst van het Rijk Gods. Ook mogen wij bijdragen aan het geluk van onze medemensen. En tenslotte is ons de schepping gegeven om haar te beheren, om voor haar te zorgen en haar verder te ontwikkelen.

Paus Franciscus legt veel nadruk op deze zaken. Hij maakt duidelijk dat de Kerk er in de eerste plaats voor de armen is. In hen ontmoeten wij Christus. De armen leren ons wat naastenliefde is. Met de encycliek Laudato si’ wijst hij ons op onze verantwoordelijkheid voor de schepping. De schepping is er voor ons allemaal. Wij moeten voor de schepping zorgen en haar verder ontwikkelen. Ook moeten we de vruchten die zij ons geeft, delen met alle mensen, de mensen van vandaag en ook alle toekomstige bewoners van de aarde. Ook dat is onderdeel van het werken aan het Rijk Gods.

De Bisschoppelijke Vastenactie vraagt dit jaar aandacht voor water. Water is een eerste levensbehoefte voor iedereen. Het kunnen beschikken over schoon water is van levensbelang. In grote delen van de wereld is schoon water niet direct voor handen. Dat veroorzaakt allerlei problemen: op het gebied van gezondheid, opleiding en scholing, economische ontwikkeling en de verhouding tussen mannen en vrouwen. De Vastenactie heeft vijf waterprojecten uitgekozen om te ondersteunen. De projecten zijn op verschillende plaatsen in de wereld. Het gaat om het slaan van waterputten, om het verbeteren van het waterbeheer en de hygiëne, en om het aanleggen van watervoorzieningen en toiletten. Overal wordt er ook gewerkt aan het oprichten van watercomités. Hiervoor worden lokale mensen opgeleid. Zij moeten gaan zorgen voor de instandhouding van de watervoorzieningen en ervoor zorgen dat ze goed onderhouden worden. Zij regelen dat de gebruikers hiervoor een kleine bijdrage betalen waarmee er lokaal ook verantwoordelijkheid wordt gedragen. Zij zorgen voor afspraken over het gebruik van de voorzieningen.

De Vastenactie heeft voor deze projecten € 150.000 nodig. In totaal zullen zo’n 35.000 mensen van deze projecten profiteren. Dus met elke € 5 die wij geven, maken we een medemens gelukkig. Nog wat feiten:

  • Iedere euro die in water en sanitaire voorzieningen wordt geïnvesteerd, levert een economisch rendement op tussen de 3 en de 34 euro;
  • ruim 800 miljoen mensen hebben géén schoon drinkwater ter beschikking;
  • 260 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen voor water;
  • 2,3 miljard mensen beschikken niet over sanitaire basisvoorzieningen;
  • jaarlijks gaan ruim 400 miljoen schooldagen verloren omdat kinderen ziek zijn door het drinken van verontreinigd water;
  • de helft van alle ziekenhuisbedden op de wereld wordt ingenomen door mensen die door vies water ziek zijn geworden;
  • in ontwikkelingslanden wordt ongeveer 80% van de ziektes veroorzaakt door verontreinigd water;
  • en iedere 90 seconden sterft er een kind door vervuild water.

Werken aan het Rijk Gods doen we door de noden van anderen te lenigen. Door hen te helpen, brengen we hen geluk. Geen zorgen meer over genoeg schoon water voor je kinderen is mogelijk ook een moment van gelukzaligheid en proeven aan het Rijk Gods. Amen.

God ontdekken in jezelf en jezelf in Hem

Vandaag is de Veertigdagentijd begonnen: veertig dagen die staan in het teken van bezinning en van inkeer. veertig dagen om te groeien in echte vrijheid, om te groeien in vertrouwen en hoop op God. Veertig dagen lang zijn wij samen met Jezus op weg naar Pasen. Veertig dagen lang mogen wij ons extra verbinden met Hem. Hij is onze weg naar de Vader. Niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.

Een paar dagen geleden las ik een tekst van Thomas Merton. Thomas Merton leefde van 1915 tot 1968. Hij was een Amerikaanse trappist, theoloog en mysticus. Van hem zijn de volgende woorden: “Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen, en anderen zoals zij zijn, met hun beperkingen.”

Vaak schrijven mystici over een intense verbondenheid met God. Die intense verbondenheid maakt dat Thomas Merton God in zichzelf en zichzelf in God zoekt. In het meest innerlijke van ons wezen vinden we de sporen van God. Daar vinden we zijn Geest die Hij ons heeft ingeblazen en die ons leven geeft. Het ontdekken van God in jezelf is niet jezelf tot God uitroepen. Het is Gods Geest die in ons woont. Het gaat om een relationele ervaring, een ontmoeting tussen twee personen: enerzijds God en anderzijds de mens. Vanuit dit relationele perspectief, vanuit deze ontmoeting kan Thomas Merton ook zichzelf ontdekken in God. Wij zijn immers naar zijn beeld geschapen en wij mogen ons verenigen met Christus, met Gods Zoon die mens is geworden zoals wij mens zijn.

“Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen…” Thomas Merton stelt dat het moed vraagt om deze ontdekking te doen, want het vraagt dat wij onszelf onder ogen zien, dat wij onszelf zien zoals we werkelijk zijn, met al onze beperkingen. Als wij ons anders voordoen dan we zijn, zullen we God niet ontdekken, waar en hoe intens we Hem ook zoeken. Alleen als we in alle oprechtheid en naaktheid en zonder iets te verbergen naar onszelf durven te kijken, gaan onze ogen open. Alleen dan komen we God op het spoor en zullen wij onszelf vinden in Hem.

“Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen, en anderen zoals zij zijn, met hun beperkingen.” Thomas Merton voegt nog een voorwaarde toe. Het gaat er niet alleen om om jezelf te zien zoals je bent, maar om ook de anderen te zien zoals zij zijn, niet beter en ook niet slechter. Het is geen puur individuele aangelegenheid. De mens is niet alleen. Echt mens word je pas in relatie met andere mensen.

God ontdekken en jezelf ontdekken doe je niet in je eentje. God ontdekken en jezelf ontdekken doe je in verbondenheid met elkaar en in verbondenheid met Jezus Christus die voor ons mens geworden is. Samen in verbondenheid met elkaar gaan we deze veertig dagen in. Samen gaan we ons bezinnen, komen wij tot inkeer en tot verzoening. Samen zoeken we de vrijheid door ons te onthechten en sober zijn. Samen geven we uiting aan onze verbondenheid met alle mensen en geven we gestalte aan de solidariteit met de armen en behoeftigen. Samen verbinden we ons met Christus, die onze weg ten leven is. Amen.

Water, een eerste levensbehoefte voor iedereen

De vrouw bij de put vraagt Jezus om levend water, zodat zij nooit meer dorst zal krijgen (Joh 4,15). Het gaat hier over water in de gewone betekenis van drinkwater en over water in de symbolische betekenis van genade en heil. Water is levengevend. Wij hebben water nodig voor ons lichamelijk bestaan en ook voor ons geestelijk leven.

In Nederland zijn wij meer bekend met de strijd tegen het water dan met een watertekort. Afgelopen zomer was in die zin duidelijk een uitzonderingssituatie. In de streek waar Jezus rondtrok, was en is dat nog steeds anders. Ook wereldwijd hebben velen met een watertekort te maken en is er steeds meer sprake van strijd om water. Meer dan een miljard mensen wonen in gebieden met waterschaarste. De eindige hoeveelheid zoet water is mogelijk een veel groter probleem dan het duurzaam opwekken van energie.

Met de in 2015 verschenen encycliek Laudato si’ roept paus Franciscus iedereen op “tot bescherming van ons gemeenschappelijke huis” en “te zoeken naar een duurzame en integrale ontwikkeling”. Alles hangt met elkaar samen. De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Haar bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.

De paus wijst erop dat het bovenal een verdelingsvraagstuk is: “Door alles te wijten aan de bevolkingsgroei in plaats van aan een extreem en selectief consumentisme door enkelen, weigert men de problemen onder ogen te zien.” Ondanks politici die beweren dat we onze huidige leefstijl kunnen voortzetten, zijn er ondertussen steeds meer mensen die denken zoals de paus, die pleit voor een holistische en allesomvattende visie. “Vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping zijn drie absoluut met elkaar verbonden thema’s.” Het gaat om een integrale ecologie. Het zelfgerichte consumentisme gaat ten koste van anderen en ten koste van de schepping. De paus roept op tot een ecologische spiritualiteit, “een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor het consumeren”. Soberheid maakt vrij.

De waterschaarste is een verdelingsprobleem. De hoeveelheid zoet water is beperkt. Per wereldburger is er ongeveer 2000 liter water beschikbaar. In Nederland gebruiken we nu gemiddeld het dubbele. Het overgrote deel daarvan is onzichtbaar. Het gaat de productie van voedsel en vooral naar de productie van dierlijke producten. Ook de productie van elektriciteit met fossiele brandstoffen kost veel water en elektriciteit is nodig voor vrijwel alle producten die wij kopen. Willen we ons watergebruik werkelijk halveren dan is soberheid de aangewezen weg.

 

In februari 2019 gepubliceerd in Kerk aan de Vliet jaargang 3, nummer 1.

Zie ook: De mens is geen plaag

Leerling zijn; Jr 17,5-8; Lc 6,17.20-26

Vandaag horen we de zaligsprekingen zoals Lucas ze heeft beschreven. Deze versie van Lucas is minder bekend dan die van Matteüs. De versie van Matteüs wordt veel vaker aangehaald en klinkt ons daardoor ook bekender in de oren. Lucas en Matteüs geven ongetwijfeld beiden een getrouw beeld van deze gebeurtenis en van de woorden van Jezus, maar de beide evangelisten leggen wel verschillende accenten.

In beide gevallen is er sprake van een berg. De berg is de plaats van de Godsontmoeting. Jezus staat tijdens het uitspreken van zijn redevoering in directe relatie met zijn Vader. Wat Jezus ons te zeggen heeft, komt van God zelf. Bij Matteüs spreekt Jezus zijn leerlingen op de berg toe, terwijl Lucas Jezus en de leerlingen van de berg laat afdalen, zodat de menigte die zich op de vlakte verzameld heeft, het ook kan horen. Zo spreekt Jezus niet alleen tot zijn leerlingen, maar indirect tot iedereen.

Een opvallend verschil is dat Lucas de zaligsprekingen tot vier beperkt en dat hij ze aanvult met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken een op een tegenover de zaligsprekingen. In zijn brief ‘Verheugt u en juicht’ noemt paus Franciscus de zaligsprekingen de identiteit van de christen. Hij citeert daarbij de versie van Matteüs. Door de tegenstelling die Lucas creëert met het tegenover elkaar plaatsen van de zaligsprekingen en de wee-uitspraken, kun deze versie van het verhaal typeren als de keuze van de christen. Kies je als leerling van Jezus de ene of de andere weg in je leven. Terwijl Matteüs de nadruk op het resultaat legt, gaat bij Lucas de aandacht meer uit naar het proces. Bij Lucas gaat het om de vragen: hoe word ik een goede leerling van Jezus en welke keuzes heb ik daarbij te maken?

Jezus richt zich tot de leerlingen, maar ondertussen mag iedereen het horen. Leerling van Jezus zijn doe je niet in het geheim. Er zijn geen geheime regels. Het staat voor iedereen open. Het gedrag van de leerlingen dient ook als een voorbeeld voor de wereld.

Lucas vermeldt vier zaligsprekingen en vier wee-uitspraken. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. We kunnen deze tegenstellingen lezen als een troost voor de misdeelden. Daar waar het lijden groot is, is ook Gods reddingbrengende genade groot. Een mens in nood staat vaak ook meer open voor de Blijde Boodschap.

Een andere manier van lezen is het zien van de tegenstellingen als keuzemogelijkheden, de keuze tussen de ene of de andere manier van leven. Dit is ook wat we in de eerste lezing zien. De profeet Jeremia schetst de keuze van de mens heel beeldend: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt… Gezegend is hij de op de Heer vertrouwt…” Het is de keuze tussen onvruchtbaarheid en vruchtbaarheid, de keuze tussen dood en leven.

Leerling zijn van Jezus vraagt om durf en om moed. Het vraagt om afzien en het vraagt om geduld. Het vraagt te kiezen voor zaken die er werkelijk toe doen, te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan en daarvan te getuigen zodat ook anderen deze keuze kunnen maken. Leerling van Jezus zijn betekent dat je beseft dat je van Hem afhankelijk bent, dat je het geluk niet op eigen kracht bereikt. Het betekent dat al het goede je gegeven wordt en dat het geen eigen prestatie is. Het geluk is niet te koop. Je krijgt het werkelijk cadeau.

Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is hij die het aandurft pijn te lijden. Zalig is hij die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is hij die tegen de stroom in durft te gaan.

Als wij in staat zijn te ontvangen, kunnen we ook geven. De liefde en genade die ons geschonken wordt, kunnen we delen met iedereen. Door leerling van Jezus te worden, worden we ook zijn navolgers. En als navolgers gaan we ook van Hem getuigen, getuigen in woord en in daad. Van leerlingen worden we navolgers en verkondigers. Amen.

Liefde en genade zijn; 1 Kor 12,31-13,13; Lc 4 21-30

Afgelopen vrijdag zag ik op Facebook een cartoon die mij aansprak. Het is een afbeelding van een groepje mensen die allemaal een Bijbel in hun hand hebben. Tegenover hen staat Jezus. Jezus zegt tegen hen: “Het verschil tussen mij en jullie is dat jullie de Bijbel gebruiken om te bepalen wat liefde betekent, terwijl ik de liefde gebruik om te bepalen wat de Bijbel betekent.” Zo’n cartoon kun je natuurlijk op allerlei manieren interpreteren. Een mogelijke interpretatie die bij mij opkwam, is dat het niet gaat om de letter om de geest van de wet.

Waar ik vandaag echter bij stil wil staan, is de rol van de liefde, de betekenis van de liefde in ons christelijk leven. Op basis van de cartoon kan de volgende vraag gesteld worden. Moeten we uit de Bijbel leren wat liefde is of is de liefde aangeboren? Uit de cartoon kunnen we concluderen dat liefde aangeboren is. Je hebt de Bijbel niet nodig om te weten wat liefde is. Je hebt de liefde al en juist daardoor kun je de Bijbel lezen en begrijpen.

God is liefde en wij zijn naar zijn beeld geschapen. De liefde is ons aangeboren. Het is een van de talenten die ons gegeven zijn. Paulus heeft het in zijn brief over de gave van de liefde. De ons gegeven talenten en gaven moeten wij zelf verder ontwikkelen. We moeten ze vruchtbaar maken in ons leven en gebruiken om anderen gelukkig te maken. Paulus helpt ons daarbij door uit te leggen hoe liefde zich uit en wat liefde allemaal kan doen. Liefde is aangeboren, maar het gaat nog verder dan dat alleen. Liefde wordt ons ook telkens weer opnieuw gegeven. Gods liefde voor ons is overvloedig en eindeloos, en zij is er telkens opnieuw.

We moeten nog even terug naar vorige week zondag. Toen hoorden we Jezus voorlezen uit de profeet Jesaja: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” Jezus betrekt deze tekst op zichzelf. Hijzelf is degene waarover de profeet Jesaja spreekt. “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.” Om genade en liefde te brengen, is Jezus gezalfd en gezonden. Met de zalving met de Gods Geest heeft Hij genade en liefde ontvangen. Zo is Hij toegerust om zijn opdracht uit te kunnen voeren.

Wij zijn met ons Doopsel en Vormsel gezalfd. Wij zijn op dezelfde wijze als Jezus gezalfd om gezonden te worden. De liefde en de genade die wij van God ontvangen door de sacramenten, maken ons gelijkvormig aan Jezus Christus. Ook wij zijn in staat de Blijde Boodschap met liefde te verkondigen. Zo kunnen ook wij de mensen om ons heen Gods genade laten ervaren.

In plaats van God, zelf brenger van liefde en genade zijn, dat ging de bewoners van Nazaret te ver. Zij waren trots op hun stadsgenoot omdat Hij een goede leraar was. Hij kon goed uitleggen wat er zoal in de Bijbel staat over liefde en genade. Maar zelf een bron van liefde en genade zijn, dat is toch even iets anders. Dan krijg je reacties als ‘doe even normaal, zoon van Josef’ en ‘bemoei je met jezelf’.

Vertellen over wat de Bijbel over liefde en genade te zeggen heeft, is een veilige manier van doen. Het is veilig voor de spreker en het is veilig voor de luisteraar. Je kunt er een goed gesprek over hebben. Je kunt ook ernstig van mening verschillen zonder dat dat de sfeer bederft. Uiteindelijk heb je het over iets dat buiten je staat. Zelf sta niet ter discussie. Dat wordt anders als je zelf een bron van liefde en genade wordt. Dan ben je zelf in het geding. Dan ben je er met heel je wezen bij betrokken. Paulus laat ons zien wat het met je doet, als je de liefde hebt.

Maar dit geldt ook voor degene tot wie jij je richt. Nu is het geen vrijblijvend gesprek meer. Nu zit je elkaar dicht op de huid. Nu wordt de ander aangesproken door iemand die werkelijk om hem geeft. Ook de luisteraar, degene die aangesproken wordt, is nu een betrokkene die iets moet doen. Nu is het niet langer een verstandelijk gesprek. Nu is naast het hoofd ook het hart in het geding. Beide partijen zijn er nu met heel hun wezen bij betrokken en dat maakt de situatie een stuk heftiger en ook emotioneler.

De bewoners van Nazaret werden boos. Dat kan ons ook overkomen. Liefde uitstralen kan als tamelijk irritant worden ervaren. Maar de reactie kan natuurlijk ook positief zijn. Hoe vaak wordt liefde niet met liefde beantwoordt. In dat geval is er een wereld gewonnen, want dan kun je het werkelijk hebben over de Blijde Boodschap en over wat Jezus en God voor je betekenen. Wij allen zijn gezalfd om de Blijde Boodschap met liefde te verkondigen. Wij staan daar niet alleen voor. Jezus heeft ons gezegd dat Hij altijd bij ons zal zijn en dat zijn Geest onze Helper is.

Jezus vertelde niet alleen over liefde en genade. Hij is liefde en genade en Hij vraagt ook ons om liefde en genade te zijn. Amen.