Spring naar inhoud

Leerling zijn; Joh 1,43.45-48

Toen Jezus in die tijd
naar Galilea wilde vertrekken,

trof Hij Filippus aan
en zei tot hem: “Volg Mij.”

Filippus ontmoette Natanaël
en zei hem:
“Degene over wie
Mozes in de Wet geschreven heeft
en ook de profeten,

Hem hebben wij gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”
Natanaël smaalde: “Uit Nazaret, kan daar iets goeds vandaan komen?”
Waarop Filippus antwoordde: “Kom dan kijken.”
Jezus zag Natanaël naar zich toekomen en zei, doelend op hem:
“Dat is waarlijk een Israëliet in wie geen bedrog is!”
Natanaël zei tot Hem: “Hoe kent Gij mij?”
Jezus gaf hem ten antwoord:
“Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom zitten.”
Toen zei Natanaël tot Hem:
“Rabbi, Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning van Israël.”
Jezus antwoordde: “Omdat Ik u zei dat Ik u onder de vijgenboom zag, gelooft ge?
Gij zult grotere dingen zien dan deze.”

Vorige week ging het over het leerlingen maken, het opwekken van verlangen en de noodzaak om Jezus te ontmoeten. We hoorden hoe Jezus de eerste leerlingen, Jacobus en Johannes, uitnodigt bij Hem op bezoek te gaan. Aansluitend volgt de roeping van Petrus. Petrus is door Jacobus naar Jezus toegestuurd. Dan volgt de tekst die we vandaag hebben gelezen.

Jezus roept Filippus met de eenvoudig oproep “Volg Mij.” Vermoed wordt dat Petrus Filippus op de weg van Jezus bracht. Filippus op zijn beurt vertelt Natanaël over Jezus. Het proces herhaalt zich een aantal malen. Iemand ontdekt Jezus, hij vertelt het aan iemand anders, die vervolgens ook Jezus ontdekt en het weer verder doorverteld. Het is niet Jezus die leerlingen zoekt. Het zijn de leerlingen die Jezus vinden. Vervolgens roept Jezus hen op Hem te volgen. De leerlingen vinden Jezus. Jezus kent hen echter al voordat zij Hem ontdekken. Dit blijkt uit het verhaal over Natanaël. “Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom zitten.”

Wij mensen mogen in alle vrijheid Jezus vinden. Wij zijn vrij Hem te zoeken en ons bij Hem te melden. Jezus wacht op ons. Hij weet al wie we zijn en wacht geduldig af. Als wij dan naar Hem toe komen, worden wij liefdevol door Hem ontvangen. En na die concrete kennismaking met elkaar volgt de roeping: “Volg Mij.” Als we Jezus werkelijk gaan volgen, begint het pas echt: “Gij zult grotere dingen zien dan deze.” De leerlingen gaan met Jezus op pad. Ze trekken naar Galilea om daar de Blijde Boodschap te verkondigen. En ze volgen Hem weer op zijn weg naar Jeruzalem.

In Jeruzalem zal hen blijken wat het werkelijk betekent om Jezus te volgen. Hier zal blijken wat het betekent zijn leerling te zijn. Bij het laatste Avondmaal horen zij Jezus zeggen: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” (Joh 14,6) De daarop volgende dag wordt duidelijk waar zijn weg van liefde toe kan leiden. Dan wordt duidelijk dat Hij zijn weg van liefde tot het uiterste gaat.

Door Jezus te volgen, door zijn weg te gaan ontdekken we wat werkelijk leven en liefde betekent. Door zijn leerling te zijn komen we op het spoor van de waarheid. Door leerling te zijn ontdekken wat het mysterie van ons leven inhoudt. Door de weg van de liefde te volgen vinden we God in ons leven. Door Jezus te volgen worden we goede en gelukkige mensen.

Komende donderdag horen we hoe de leerlingen de Kerk gaan vormen en hoe de eerste christenen de opdracht van Jezus gestalte geven. Amen.

Menselijke waardigheid; Jr 20,10-13; Rom 5,12-15; Mt 10,26-33

In de eerste lezing horen we dat Jeremia zich opgejaagd voelt. Zelfs zijn vrienden willen hem ten val brengen. In onze tijd zijn er velen die zich opgejaagd voelen. Vele mensen slaan werkelijk op de vlucht voor oorlog en geweld. Mensen worden vervolgd vanwege hun geloof en overtuiging. Anderen worden gediscrimineerd vanwege hun huidskleur. Mensen met schulden worden belaagd door hun schuldeisers.

Ook de leerlingen van Jezus vrezen vervolging. Jezus zegt hen: “Weest niet bang voor de mensen.” We vallen vandaag binnen midden in een gesprek van Jezus met zijn leerlingen. In het voorafgaande zendt Hij hen uit om het Koninkrijk de hemelen te verkondigen en geeft hen allerlei aanwijzingen en goede raad mee. Jezus heeft hen ook moed ingesproken en gezegd dat ze vertrouwen mogen hebben. Ze hoeven niet bang te zijn. De Vader in de hemel zal hen behoeden voor het kwaad. Zij zijn toch meer waard dan een zwerm mussen.

In de ogen van God is iedere mens van onschatbare waarde. Iedere mens is door Hem uit liefde geschapen. Iedere mens is geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. Dit is de kern van onze menselijke waardigheid. Het begrip menselijke waardigheid is een centraal begrip in de sociale leer van de Kerk. De waardigheid van iedere mens en van heel het menselijke leven vormt de basis voor het katholieke denken over de samenleving.

De mens is geschapen naar het beeld van God. Zo zijn alle mensen gelijkwaardig aan elkaar ongeacht hun kleur. Zo is er geen verschil tussen man en vrouw, tussen arm en rijk en tussen jong en oud. Zo is er geen sprake van rangen en standen. Mensen zijn niet van waarde vanwege hun prestatie. Ze zijn niet van waarde vanwege hun nuttigheid. Het gaat er niet om wat zij bijdragen aan de samenleving. Het enige wat telt is hun bestaan. Het bestaan van iedere mens geeft hem zijn waardigheid elk moment van zijn leven. Het is Gods liefde voor de mens die de basis vormt van zijn waardigheid. Deze liefde stopt niet wanneer de mens zondigt. Ook al is de mens zelf een veroorzaker van kwaad, dat betekent niet het einde van Gods liefde voor ons.

In de brief van Paulus lezen we dat ondanks onze misstappen Gods genade overvloedig is. Deze overvloedige genade van God heeft gestalte gekregen in de ene mens Jezus Christus. Door het leven, lijden en sterven van Jezus zijn wij niet langer in de macht van de dood, in de macht van het kwaad. Hij heeft het kwaad overwonnen en zo heeft Hij ons onze waardigheid teruggegeven.

In deze tijd zijn er diverse zaken aan de orde waarbij we het begrip van de menselijke waardigheid nodig hebben om ons een oordeel te kunnen vormen. Overal waar mensen zich opgejaagd voelen, zich aan de kant gezet voelen is er sprake van een aantasting van de menselijke waardigheid. Ik noemde de mensen die op de vlucht slaan voor oorlog en geweld. mensen die worden vervolgd vanwege hun geloof en overtuiging, mensen die worden gediscrimineerd vanwege hun huidskleur. mensen met schulden die worden belaagd door hun schuldeisers.

Hoe vaak oordelen wij over deze mensen in termen van probleemgevallen, in termen van aantallen, in termen van schuldvraag in plaats van in termen van menselijke personen. Het gaat er niet om wie de schuldige is. Het gaat er niet om hoe groot of hoe klein het probleem is. Het gaat er niet om of het er veel of weinig zijn. Er gaat om mensen die in hun waardigheid zijn aangetast.

Jeremia sluit af met: “Zingt een lied, een loflied voor de Heer, want Hij heeft het leven van de arme uit de macht van de boosdoeners gered.” Evenals bij Jezus is het bij Jeremia duidelijk dat God nooit ook maar één mens in de steek laat. Maar hoe zit het met ons? Is de zaak van de menselijke waardigheid alleen een zaak van God of is het ook de verantwoordelijkheid van iedere mens?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Wij zijn aan onze eigen waardigheid verplicht de waardigheid van onze medemensen te respecteren. En dat betekent hen ook daadwerkelijk terzijde te staan als hun menselijke waardigheid in het geding is. Dat vraagt van ons dat wij met hen in contact treden. Zo onderscheiden wij de persoon van de groep. Zo ontdekken wij de mens achter het probleem. Zo voelen wij de pijn die de ander lijdt. Zo maken wij hun problemen tot onze problemen en zo kunnen we daadwerkelijk bijdragen aan oplossingen. Zo ontmoeten wij Jezus zelf in de pijn van onze medemens. Zo zingen ook wij een loflied voor de Heer. Amen.

Leerling zijn; Joh 1,35-39

In die tijd stond Johannes daar,
met twee van zijn leerlingen.

Hij richtte het oog op Jezus
die voorbijging
en sprak: “Zie het Lam Gods.”

De twee leerlingen hoorden
hem dat zeggen
en gingen Jezus achterna.
Jezus keerde zich om
en toen Hij zag
dat zij Hem volgden vroeg Hij hun:

“Wat verlangt gij?”
Ze zeiden tot Hem: “Rabbi” – vertaald betekent dit: Meester – “waar houdt Gij U op?”
Hij zei hun: “Gaat mee om het te zien.”
Daarop gingen zij mee en zagen waar Hij zich ophield. Die dag bleven zij bij Hem.

Afgelopen maandag (zie hier) hoorden we de opdracht van Jezus: “Gaat en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen…” (Mt 28,19) Leerlingen maken is vooral verlangen opwekken. Johannes wekt dat verlangen bij zijn leerlingen op door Jezus aan te wijzen als het Lam Gods. Dit maakt de twee leerlingen van Johannes nieuwsgierig. Zij willen weten wie deze Jezus is. En dan nodigt Jezus hen uit om bij Hem op bezoek te komen: “Gaat mee om het te zien.” Deze uitnodiging van Jezus geldt iedereen die in Hem geïnteresseerd is. Hij nodigt iedereen uit Hem te ontmoeten en zo beter te leren kennen. Leerling worden van Jezus begint met Hem te ontmoeten. Hoe ontmoeten wij Jezus? Hoe kunnen wij bij Hem zijn?

Er zijn verschillende manieren voor een kennismaking met Jezus. We kunnen over Jezus horen vertellen, we kunnen over Hem lezen, we kunnen Hem ontmoeten in de Eucharistie, het gebed en in de schepping en we kunnen Hem ontmoeten in onze medemens. Deze verschillende manieren vullen elkaar aan. Daarnaast hebben mensen ook hun eigen voorkeuren en volgen zij hun eigen wegen.

We ontmoeten Jezus in onze medemens als wij de nood van een medemens lenigen. Hierover zegt Jezus: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.” (Mt 25,40) Als ons hart geraakt wordt door de nood van onze medemens, is dat een ontmoeting met Jezus. Paulus schrijft over Jezus Christus: “Want in Hem is alles geschapen… Het heelal is geschapen door Hem en voor Hem.” (Kol 1,16) Jezus heeft zich wezenlijk verbonden met heel de schepping. Als wij het goede en het schone van de schepping zien, ontmoeten wij Hem. Op de avond voor zijn lijden gaf Jezus ons het Sacrament van de Eucharistie: “Onder de maaltijd nam Jezus brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het hun met de woorden: ‘Neemt, dit is mijn Lichaam.’ Daarna nam Hij de beker en na het spreken van het dankgebed reikte Hij hun die toe en zij dronken allen daaruit. En Hij sprak tot hen: ‘Dit is mijn Bloed van het Verbond, dat vergoten wordt voor velen.’” (Mc 14,22-24) Door de heilige Communie te ontvangen, komen we tot een persoonlijke, maar ook een gemeenschappelijke vereniging met Jezus. Ook het aanschouwen en aanbidden van het heilig Sacrament is een vorm van ontmoeting met Hem. Hem ontmoeten in het gebed kan natuurlijk onder alle omstandigheden. Altijd en overal kunnen we het gesprek met Hem aangaan, want “Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Horen en lezen over Jezus doen we vooral door de Bijbelverhalen over Hem. In de woorden door Hem gesproken en over Hem gesproken ontdekken we wie Hij is en leren wij Hem lief te hebben. Dat geldt ook als we mensen over Hem horen vertellen over hun ervaringen met Jezus, over wat Hij in hun leven betekent.

Leerling worden van Jezus begint met een ontmoeting. Die ontmoetingen zijn ook nodig om de relatie met Hem in stand te houden. De volgende stap is Hem volgen. Daarover komende dinsdag. Amen.

Leerling zijn; Mt 28,16-20

In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea,
naar de berg die Jezus hun aangewezen had.
Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer;
sommigen echter twijfelden.
Jezus trad nader en sprak tot hen:
“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.
Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen
en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.
Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”

Voordat Jezus ten hemel opstijgt zendt Hij zijn leerlingen uit. Zij krijgen de opdracht alle volkeren tot zijn leerling te maken. In ons pastoraal beleid staat het leerling zijn centraal. Vandaag en de komende gebedsvieringen zal ik daar bij stilstaan. Het gaat over het zelf leerling zijn en het anderen tot leerling maken. Vandaag gaat het over het leerlingen maken. Jezus zegt ons: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.” De kern van deze opdracht die Jezus ons geeft, is het maken van leerlingen. Leerling van Jezus zijn betekent dat je verbindt aan een levenslang proces van leren van en over Jezus. Je verbindt je aan een levenslang groeiproces. Dat vraagt toewijding, volharding en discipline. Je bent ook hierin nooit te oud om te leren. Iedere fase van je leven vraagt ook weer een eigen wijze van leerling zijn.

In onze huidige tijd is christen zijn niet vanzelfsprekend. Een christelijke wijze van leven wordt je niet vanuit je omgeving opgedrongen. Eerder is het omgekeerde het geval. Christenen beginnen steeds meer een minderheid te vormen en dat geldt zeker voor christenen die serieus leerling van Jezus willen zijn. Hoe maken we in zo’n situatie anderen tot leerling van Jezus? Leerling zijn vraagt een inspanning. Tot die inspanning kom je pas als er een verlangen is, een verlangen naar kennis. Dat verlangen naar Jezus en naar kennis van Jezus moet gewekt worden. Leerlingen maken is dan ook vooral verlangen opwekken.

Wij wekken dat verlangen op door zichtbaar te maken wat het voor onszelf betekent om leerling te zijn, wat het voor onszelf betekent om met Jezus te leven. Het rusteloos zoeken naar Jezus leidt uiteindelijk naar vreugde en vrede, naar het besef dat we mogen leven vanuit de genade die Hij ons geeft. Ons leven verbinden met Jezus verlost ons van het voortdurend streven naar nieuwe ervaringen en nieuwe bezittingen. Niets maakt zo ontevreden als verantwoordelijk zijn voor het eigen geluk, als het zoeken van het eigen geluk, het zoeken van het geluk in bezit, genietingen en piekervaringen. Dat voedt alleen maar de honger naar meer.

Ons leven verbinden met Jezus verlost ons ook van onze zelfgerichtheid. Jezus richt ons op het leven zelf, op het goede en op het ware. Hij tilt ons op uit onze zelfgerichtheid en brengt ons op een hoger plan. Hij is “de Weg, de Waarheid en het Leven”. (Joh 14,6) Verlost van onze zelfgerichtheid zijn we ook verlost van de eenzaamheid. Hij is met ons “alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Wij staan er nooit alleen voor. Hij staat ons altijd terzijde. Zo gaat de wereld voor ons open. Zijn liefde voor ons is er altijd als wij ons voor Hem openstellen en zijn liefde voor ons beantwoorden door een relatie met Hem aan te gaan.

Om leerlingen te maken is het op de eerste plaats nodig dat wijzelf leerlingen zijn. Daarover komende donderdag. Amen.

Woord van God; Joh 1,1-4.14

In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.

Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.

In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.

Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid.

In het kader van het Jaar van het Woord van God lazen we afgelopen woensdag uit het Oude Testament, uit het boek Deuteronomium. (Zie hier.) We zagen hoe God via Mozes bekend heeft gemaakt, hoe wij als mensen goed kunnen leven door zijn Woord te onderhouden. Vandaag lezen wat het Nieuwe Testament schrijft over het Woord van God. Met de geboorte van Jezus, met de menswording van Gods Zoon, breekt een nieuwe tijd aan. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”

Vanaf dit moment is niet de Bijbel de openbaring van God en van Gods wil. Vanaf dit moment is het Jezus Christus, die de openbaring van God is. Ook hier is duidelijk dat Gods wil geopenbaard moet worden. Het Woord was bij God en het is vlees geworden.

Hier zien we waarom we de Bijbel en de Koran, en ook Jezus en Mohammed niet met elkaar moeten vergelijken. Voor ons is Christus de ultieme openbaring van God. Gods Zoon is mens geworden; het Woord is vlees geworden. Voor moslims is de Koran de ultieme openbaring van de wil van God. In christelijke termen: het Woord is boek geworden. Als je een vergelijking tussen christendom en islam wilt maken, dan moet je Christus en de Koran op één lijn plaatsen. Dit maakt ook waarom voor ons de Bijbel toch iets minder heilig is dan dat voor de joden het geval is en bij moslims voor de Koran geldt.

Is hiermee de Wet van Mozes door Jezus aan de kant gezet? Daar is Jezus heel duidelijk over: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen.” (Mt 5,17) Vervolgens komt Jezus met een radicale uitleg van de Wet van Mozes. Jezus maakt duidelijk dat het niet alleen gaat om het naleven van de regels. Het gaat primair om onze houding, om onze intenties. Het naleven van de regels volgt daaruit.

Jezus verkondigt ons een hoog ideaal, het ideaal van de liefde. Alles draait om het dubbelgebod van de liefde: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.”(Mt 22,37-39) Al ons doen en laten, al ons spreken en zwijgen, heel ons bestaan moeten wij grondvesten op het gebod van de liefde. Jezus heeft ons laten zien dat dit voor mensen mogelijk is. Hij heeft ons laten zien hoe je Gods liefde kunt delen met alle mensen. De liefde die God voor ons heeft, houden we niet voor onszelf. De liefde van God is er om te delen. Het gaat niet op de eerste plaats om onszelf. Het gaat primair om God en om de medemens.

Jezus verkondigt ons een hoog ideaal en Hij weet dat wij mensen in ons streven naar dit ideaal telkens weer tekort schieten. Jezus leert ons ook over de barmhartigheid van God. God zal ons altijd weer vergeven en ons een nieuwe kans bieden. Amen.

Solidariteit met ouderen

In deze tijd van corona wordt vaak gesproken over solidariteit. En dat is goed. Solidariteit is tussen mensen, tussen mensen in verschillende omstandigheden, is uiterst belangrijk voor een goed functionerende samenleving. Solidariteit is een daad van liefde. Solidariteit maakt mensen gelukkig.

Maar hoe ver gaat solidariteit. Moeten we bijvoorbeeld de muziek afschaffen uit solidariteit met mensen die niet kunnen horen en dus niet van muziek kunnen genieten. Deze vraag kwam bij mij op toen ik op de radio een gesprek hoorde. Het ging over het onderscheid maken tussen leeftijdsgroepen bij het versoepelen van de maatregelen tegen corona. Moeten we jongeren verbieden naar het café gaan omdat het voor 60+-ers niet goed is daar te zijn? Moeten jongeren zich iets onthouden omdat wij ouderen mogelijk jaloers op hen worden? Is dat solidariteit tussen leeftijdsgroepen? Het is goed dat organisaties zoals de KBO de belangen van ouderen behartigen. Maar je eigen belangen behartigen wil toch niet zeggen dat je een ander iets niet gunt? Dat je niet solidair kunt zijn met groepen met andere belangen?

Er was nog iets in dat gesprek wat mij stoorde. Er werd gesproken over 60+-ers als de mensen die ons land hebben opgebouwd. Ik ben al bijna tien jaar 60+-er, maar durf niet van mijzelf te zeggen dat ik iemand ben die dit land heeft opgebouwd. Ik heb mijn werk gedaan en ongetwijfeld een bijdrage geleverd aan de maatschappij, maar het land opbouwen? Ik denk dan eerder aan de generatie van mijn ouders: mensen die na de oorlog bezig waren weer een normale samenleving tot stand te brengen. Maar ook mijn ouders heb ik nooit horen zeggen dat zij het land hebben opgebouwd. Zelf ben ik eerder bang dat ik over tien jaar aangesproken wordt met de vraag: ben jij ook niet van die generatie die dacht dat de bomen tot in de hemel zouden groeien en die alles voor zichzelf opeiste. Ben jij ook niet van die er generatie die het oplossen van de klimaatcrisis aan ons over heeft gelaten en er zelf vrolijk op los leefde?

Solidariteit is een grote christelijke waarde. Solidariteit begint altijd bij jezelf, met de vraag met wie ben ik solidair. Solidariteit dwing je niet af bij de ander. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan leert ons dat het voor iedereen om de vraag gaat: voor wie ben ik een naaste, met wie ben ik solidair?

 

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juni 2020

Woord van God; Dt 30,11-14

In die dagen
sprak Mozes tot het volk:

“De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
Zij zijn niet in de hemel
en gij hoeft niet te zeggen:

‘Wie zal naar de hemel opvaren
om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen,

zodat wij ze kunnen volbrengen’?
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen’?

Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart.
Gij kunt het dus volbrengen.”

Het boek Deuteronomium is het vijfde boek van de Bijbel. De eerste vijf boeken van het Oude Testament, de joodse Bijbel, wordt door de joden de Thora genoemd. Het zijn de vijf boeken van Mozes, waarin de Wet van Mozes is vastgelegd. Het boek Deuteronomium kun je lezen als één lange toespraak van Mozes waarin hij de wet bekend maakt.

Dit jaar vieren we in ons bisdom als het Jaar van het Woord van God. In de vandaag gelezen Bijbeltekst horen we wat er in de Bijbel over het Woord van God geschreven staat. Komende zaterdag kijken we naar een tekst uit het Nieuwe Testament.

Een van de vragen die een gelovig mens zich stelt, is: wat wil God van mij, hoe leef ik op de manier die God van mij vraagt? Het antwoord van de Thora is: houd je aan de voorschriften die God ons via Mozes heeft gegeven: te beginnen met de Tien Geboden en verder uitgewerkt in de Wet van Mozes.

Onze hedendaagse mening hierover is vaak dat het orthodoxe jodendom een wettische godsdienst is. Je moet je aan allerlei – voor ons vaak onbegrijpelijke – regels houden. Hetzelfde zeggen we over de islam. Voor de islam is de Koran de openbaring van God en van wat God van de mensen vraagt. De hedendaagse mening is gebaseerd op het idee van de moderne mens dat hij zelf wel uitmaakt wat goed en wat kwaad is. En daarbij neemt hij zichzelf als de maat.

Het idee van het jodendom en ook van de islam is dat wij uit onszelf niet kunnen weten wat goed en kwaad is en dus niet kunnen weten hoe we moeten leven. Een goed uitgewerkt geheel van regels is dan een geschenk van God aan ons, want dan weten we wat we moeten doen en wat we moeten laten. Het is niet voor niets dat het jodendom een feest heeft, dat Simchat Thora heet: de Vreugde van de Wet. Men viert op die dag uitbundig het einde van de Thoralezing, en start op deze dag weer opnieuw de jaarcyclus, met het begin van de Thora.

God heeft het volk van Israël een wet gegeven, zodat zij goed kunnen leven overeenkomstig het Verbond dat God met hen gesloten heeft. God kent de mens en stelt geen onmogelijke eisen aan hem. Het Woord is niet te zwaar, het is bekend en het is dicht bij u, gij kunt het volbrengen.

Wat heeft Jezus hierover te zeggen? Daarover gaat het zaterdag. (Zie hier.) Amen.

Alles draait om God; Ps 103,1-2.11-12.19.22

De Heer heeft zijn troon in de hemel.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

De Heer heeft zijn troon in de hemel,
Hij voert heerschappij over heel het heelal.
Verheerlijkt de Heer, al zijn schepselen,
verheerlijkt Hem, overal waar Hij regeert.

De Heer heeft zijn troon in de hemel.

Met het bidden van deze Psalm roepen wij onszelf op om God te verheerlijken, om Hem te prijzen: “Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet.” God overlaadt ons met weldaden. Hij heeft ons het leven gegeven en Hij omringt ons met zijn liefde. Groot is zijn erbarmen met ons. God is onze Schepper: Hij kent ons door en door.

Uit liefde heeft Hij ons een vrije wil gegeven. Hij geeft ons niet alleen het leven. Hij maakt ons ook bewust van ons leven en geeft ons de ruimte in ons leven zelf keuzes te maken. Hij geeft ons de ruimte te kiezen voor het goede, het ware en het schone. Hij geeft ons de ruimte om te kiezen voor Hem, te kiezen voor onze medemens en te kiezen voor zijn schepping. Hij geeft ons ook de ruimte te kiezen voor onszelf en onszelf als het centrum van de wereld te beschouwen. “De Heer heeft zijn troon in de hemel.” God is het centrum van de ons bestaan, het centrum van de wereld. Alles draait om Hem, alles gaat van Hem uit en keert tot Hem terug.

Als wij verkeerde keuzes maken, als wij uitsluitend kiezen voor onszelf, schenkt Hij ons zijn genade. Hij maakt ons berouwvol en Hij vergeeft ons. Hij verdrijft de zonde verre van ons, zo ver als de afstand van oost tot west. Samen met heel de schepping, met al zijn schepselen mogen wij de Heer prijzen, want Hij is onze Redder. Hij geeft een bestemming aan ons leven. Wij zwalken niet doelloos rond, ook niet in tijden van crisis. De Heer heeft zijn troon in de hemel. Amen.

God is liefde; Ps 68,10-11.20-21

Zingt nu voor God, alle landen der aarde.

Een voedzame regen kwam neer uit de hemel,
uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt.
Uw kudde heeft daar zijn rustplaats gevonden,
die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid.

De Heer zij geloofd, dag aan dag:
Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.
Want onze God is een God die verlost,
de Heer onze God ontrukt aan de dood.

Zingt nu voor God, alle landen der aarde.

De Psalm bezingt Gods zorg voor ons mensen, “Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.” God is niet alleen onze Schepper, God staat niet alleen aan het begin. God is voortdurend met ons bezig. Dag in, dag uit bekommert Hij zich om ons. Zijn zegen komt als voedzame regen over ons. Wij zijn Gods erfgenamen, in Christus zijn wij mede-erfgenamen. Het Rijk Gods is er voor ons. Daar zullen wij onze rustplaats vinden. Als volk van God zijn wij op weg naar zijn Rijk van vrede en geluk.

God is onze Verlosser, onze Bevrijder. In Jezus Christus zijn wij verlost van het kwaad. Wij zijn vrije mensen, vrij om het goede te doen. Wij zijn bevrijd uit de slavernij van het kwaad, bevrijd uit de slavernij van onze eigen begeerten en onze zelfgerichtheid. Wij zijn geschapen en door de verlossing herschapen om lief te hebben, om te delen in de liefde die God zelf is. Gods liefde is geen begerende, zelfgerichte liefde. Het is een schenkende liefde die geheel op de ander is gericht. Zo is God voor ons: een en al schenkende op ons gerichte liefde. Wij zijn Gods erfgenamen. Wij mogen deze liefde niet alleen ontvangen. Wij mogen er ook in delen. Met diezelfde liefde mogen wij God liefhebben, onze medemensen liefhebben en heel Gods schepping liefhebben.

In deze tijd van crisis is het heilzaam Gods liefde voor ons te ervaren. Het is ook een liefde die vaak om bemiddeling vraagt. God heeft ons mensen nodig om zijn liefde over te brengen. Onze daden van liefde gericht op onze medemensen maken Gods liefde in de wereld zichtbaar. De heilige Geest is daarbij onze Helper, de Geest van vuur en liefde. Hij brengt ons vuur en liefde. Hij beweegt ons tot vurige liefde. Amen.

Ecologische bekering; Mc 10,20-22

 

De jongeman gaf Jezus
ten antwoord:

“Dat alles heb ik onderhouden
van mijn jeugd af.”

Toen keek Jezus hem
l
iefdevol aan en sprak:
“Een ding ontbreekt u:
ga verkopen wat ge bezit
en geef het aan de armen,

daarmee zult ge een schat
bezitten in de hemel.

En kom dan terug
om Mij te volgen.”

Dit woord ontstelde hem
en ontdaan ging hij heen,

omdat hij vele goederen bezat.

 

 

Paus Franciscus heeft alle katholieken uitgenodigd om deze week als Laudato si’-week te vieren. Op 24 mei is het vijf jaar geleden dat de encycliek Laudato si’ verscheen. In zijn videoboodschap vraagt de paus: “Wat voor wereld willen we nalaten aan hen die na ons komen, aan de kinderen die opgroeien?” Hij herhaalt zijn dringende oproep om te reageren op de ecologische crisis: “De schreeuw van de aarde en de schreeuw van de armen kan niet doorgaan. Laten we zorgen voor de schepping, een geschenk van onze goede Schepper God. (Zie ook hier.) Laten we samen de Week van Laudato si’ vieren.”

In Laudato si’ roept de paus ons op tot een ecologische bekering. Jezus roept de rijke jongeling op tot bekering. Het verhaal van de rijke jongeling laat ons hoe moeilijk bekering kan zijn. Het gaat hier om een brave jongeman. Vanaf zijn jeugd heeft hij alle geboden onderhouden. Nu is hij op zoek naar meer. Hij verlangt naar verdieping in zijn leven. Hij begrijpt dat Jezus hem hierin de weg kan wijzen. Jezus kijkt hem liefdevol aan en vraagt hem zijn volgeling te worden. Het is niet dat Jezus zijn rijkdom verwerpelijk vindt en hem tot een ascetisch leven wil verplichten. Waar het om gaat is dat hij zich niet moeten hechten aan zijn bezit, als hij een leerling van Jezus wil zijn.

Dit is ook de boodschap van de paus in Laudato si’. Liefde en zorg voor de schepping is niet te combineren met liefde voor bezit en liefde voor een luxe leven. Het is niet te combineren met leven gericht op consumptie. Jezus leert ons dat we niet God èn de mammon kunnen dienen. Genegenheid, liefde en zorg zijn van een andere orde dan nuttigheid en rendement.

Daarom roept de paus ons op tot soberheid. Door sober te zijn wat betreft de consumptie, ontstaat er ruimte in ons leven. Door soberheid krijgen wij oog voor de schoonheid van de schepping. Soberheid maakt vrij. Soberheid verlost ons van de concurrentiestrijd. Soberheid geeft ons ruimte voor de liefde: de liefde voor God, de liefde voor de medemens en de liefde voor de schepping. Amen.

‘Christelijk gebed met de schepping’ uit Laudato si’

Wij loven U, Vader, met al uw schepselen,
die uit uw machtige hand zijn voortgekomen.
Zij zijn van U en vol van uw aanwezigheid
en uw tederheid.
U zij de lof!

Zoon van God, Jezus,
door U is alles geschapen.
Gij hebt een menselijke gestalte aangenomen in de moederschoot van Maria,
Gij zijt deel geworden van deze aarde
en hebt naar deze wereld gekeken met menselijke ogen.
Vandaag zijt Gij levend in ieder schepsel
met uw heerlijkheid als Opgestane.
U zij de lof!

Heilige Geest, die door uw licht
deze wereld richt op de liefde van de Vader
en de weeklacht van de schepping begeleidt,
ook Gij leeft ook in onze harten
om ons aan te zetten tot het goede.
U zij de lof!

Heer God, Een en Drievuldig,
kostbare gemeenschap van oneindige liefde,
leer ons U te aanschouwen
in de schoonheid van het heelal,
waar alles spreekt van U.
Wek onze lofprijzing en dankbaarheid
om ieder wezen dat Gij hebt geschapen.
Geef ons de genade ons ten diepste verenigd te voelen
met al het bestaande.

God van liefde, toon ons onze plaats
in deze wereld
als instrumenten van uw liefde
voor alle wezens van deze aarde,
want geen enkel van hen wordt door U vergeten.
Verlicht hen die macht en geld bezitten,
opdat zij worden behoed
voor de zonde van de onverschilligheid,
het algemeen welzijn liefhebben, de zwakken ondersteunen,
en zorg dragen voor deze wereld, die wij bewonen.
De armen en de aarde schreeuwen:
Heer, doordring ons met uw macht en uw licht
om ieder leven te beschermen,
om een betere toekomst te bereiden,
opdat uw Rijk kome
het Rijk van gerechtigheid, vrede, liefde en schoonheid.
U zij de lof! Amen.