Spring naar inhoud

Maria: Een trinitaire theologie

Auteur: Titus Brandsma
Titel: Maria: Een trinitaire theologie
Uitgever: Sjibbolet, 2020
Prijs: € 7,50
ISBN: 978 94 9111 044 3
Aantal pagina’s: 62

“Zo schonk de Moeder Gods ons die innige vereniging met God, terwijl zij zichzelf als een voorbeeld stelde voor de meest innige gemeenschap.” Deze woorden sprak professor Brandsma in 1932 als rector magnificus van de Nijmeegse universiteit. Voor de karmeliet Brandsma had Maria een bijzondere plaats in zijn leven. In 1936 houdt hij een voordracht voor het Mariacongres in Tongerlo. Hierin werkt hij zijn denken en intuïtie over Maria systematisch uit. Onder de titel ‘Maria in haar verhouding tot de Drie Goddelijke Personen’ wordt Maria beschreven als degene waarin de relatie tussen God en mens bij uitstek concreet wordt. “God is liefde en in Maria komt tot uitdrukking hoe God de mens liefheeft.” Zij laat ons kennismaken met de liefde die God zelf is.

Pater Titus Brandsma schetst in deze voordracht de relatie van de drie goddelijke Personen met Maria. Hiermee schept hij ons via Maria een beeld van God. Dat is in zijn ogen bij uitstek de plaats van Maria. Zij helpt ons God te leren kennen. Het is een tekst om op te kauwen. Die gelukkig voorzien is van een heldere inleiding door Inigo Bocken.

Dood en verrijzenis, lijden en opstaan

We zijn op weg naar de Goede Week en Pasen, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Vorig jaar waren tijdens dit hoogtepunt de kerken gesloten. We moesten dit feest thuis vieren. Dat was een vervreemdende ervaring. Hoe Pasen te vieren als je het niet met je hele zijn uitjubelt in een Paaslied. Dit jaar zijn er gelukkig meer mogelijkheden. Het aantal kerkgangers zal nog tot dertig beperkt blijven en samenzang zal zeker geen optie zijn, maar we kunnen samen het lijden en sterven van onze Heer volgen en met Pasen zijn verrijzenis vieren.

Ook los van Pasen zien we uit naar meer bewegingsruimte en meer ontmoeting met elkaar. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma op stoom en stijgen de temperaturen, waardoor corona minder kans krijgt om zich heen te grijpen en ons leven te verstoren. Als het mee zit, wordt eind maart de avondklok opgeheven en kunnen we in april weer op een terras zitten. Maar hoe dan ook wordt het weer Pasen. “De steppe zal bloeien (…) en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.” Maar wij zijn mensen, mensen met al onze onvolkomenheid. We hebben het nodig dat we de vreugde van Pasen ook fysiek ervaren.

De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen: “De ‘wet’ van de Geest die in Christus Jezus het leven schenkt, heeft u vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.” Jezus bevrijdt ons. Al onze onvolkomenheden kunnen we ontstijgen. Dat geldt ook voor de ongemakken van corona. De vrijheid die Jezus geeft, maakt dat we niet afhankelijk zijn van lichamelijk en materieel welzijn. Het is uiteindelijk alleen de liefde die telt. Paulus schrijft verder: “Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.” Door het geloof in de Verrezen Christus zijn wij vrije mensen. Jezus geeft ons leven en Hij maakt ons vrij. We staan er lang niet altijd bij stil en vaak kost het ons werkelijk moeite om dit leven en deze vrijheid te ervaren, maar toch: “wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.” Ik wens u allen een zalig Pasen.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact april 2021

Vruchten van het geloof; 2 Kr 36,14-16.19-23; Ef 2,4-10; Joh 3,14-21

God is rijk aan erbarming. Aan zijn genade danken wij onze redding. Vandaag drie lezingen waarin dit gegeven centraal staat. Het volk van Israël maakte zich schuldig aan gruweldaden en ontheiligden de tempel. Maar na hun ballingschap zorgt de Heer ervoor dat ze kunnen terugkeren naar hun land en dat ze Jeruzalem en de tempel weer kunnen opbouwen. Paulus leert ons dat wij ondanks onze zondigheid gered worden. Door Gods genade komen we tot geloof. Onze goede daden zijn de vruchten van het geloof. Alles wat we zijn, wat we hebben en wat wij doen is een geschenk. Alles is louter genade. Het is Gods liefde voor ons. Jezus zegt ons: “Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben.”

Gods liefde voor ons, de genade die Hij ons geeft: het vraagt om een antwoord. Ook het geloof is een geschenk, maar het moet wel geactiveerd worden. Liefde en geschenken kunnen niet zonder relatie. Beide partijen hebben daarin een actieve rol. Het licht komt naar de wereld. De mensen op hun beurt kunnen naar het licht toekomen, maar ze kunnen zich er ook van afwenden en de schaduw en de duisternis zoeken. Een leven in liefde en geloof brengt ons naar het licht. De keuze is aan ons. Wij zijn vrije mensen.

De vruchten van het geloof zijn zichtbaar in onze samenleving. Het zijn tekenen van Gods liefde voor de mensen. Zij tonen de overgrote rijkdom van zijn genade. Voor het volk van Israël was dat vooral zichtbaar in de rijkdom van de tempel en van Jeruzalem. De herbouw van de tempel en stad is om God te verheerlijken en om zijn glorie zichtbaar te maken in de wereld. Ook in onze tijd zijn kerken zichtbare tekens van Gods aanwezigheid onder de mensen. Jezus zegt over zichzelf: “De mensenzoon moet omhoog worden geheven (…), opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” De gekruisigde Christus is een teken van Gods aanwezigheid, van zijn liefde, zijn genade en zijn goedheid. Paulus geeft aan dat de gelovigen zelf Gods liefde, genade en goedheid zichtbaar maken in de wereld. Onze goede daden maken Gods glorie zichtbaar. Het is zijn werk dat in ons wordt verricht.

Afgelopen week schreven de bisschoppen over de komende verkiezingen. De bisschoppen roepen ons op te gaan stemmen en ons hierbij te laten leiden door geloof, hoop en liefde. Ze roepen ons op te kiezen voor het nieuwe normaal, het normaal van het Rijk Gods. We hebben nu meer dan ooit de kans de samenleving nieuw leven in te blazen. De bisschoppen noemen hierbij de volgende aandachtspunten.

1. Kiezen voor het leven Iedere mens heeft een onaantastbare waardigheid. Iedereen telt. Het gaat om ieder leven en om het gehele leven van het allereerste begin tot aan een natuurlijke dood. Het gaat niet om het nut. Ieder van ons is gewenst, ieder van ons is nodig. Het leven vraagt ook om een vrije en rechtvaardige samenleving en zorg voor de schepping.

2. Kiezen voor een open samenleving Het gaat om een samenleving waarin mensen open staan voor elkaar, ook voor mensen die anders zijn, en ook voor kwetsbare mensen. Het gaat om een echte ontmoeting tussen mensen, om een samenleving waarin iedereen zich in vrijheid kan ontplooien, om een samenleving die de rechten van minderheden beschermt.

3. Kiezen voor het algemeen welzijn Het doorgeschoten marktdenken maakt mensen ondergeschikt aan de belangen van enkelen. In plaats van een doel worden mensen hiermee tot middel. Algemeen welzijn vraagt om onderlinge solidariteit en om gemeenschap. Het gaat niet om ‘ik’. Het gaat om ‘wij’.

4. Kiezen als broeders en zusters Mensen zijn broeders en zusters van elkaar. Dat vraagt een politiek van elkaar aanvaarden, openheid naar elkaar, aandacht voor kwetsbaren en ruimte voor verschillen.

De brief van de bisschoppen vindt u via onze website. Neem er kennis van voordat u uw stem gaat uitbrengen.

Ook wordt onze aandacht gevraagd voor jongeren in ontwikkelingslanden, voor beroepsonderwijs en voor ondernemerschap. Met een gedegen opleiding zijn zij beter in staat een redelijk inkomen te verdienen en eventueel een eigen bedrijf op te zetten. Tegenwoordig volgt wereldwijd 91 procent van alle kinderen basisonderwijs. Dat is een bijna een verdubbeling ten opzichte van twintig jaar geleden. Vooral voor vrouwen en meisjes is dat een grote verbetering. Maar helaas kunnen veel jongeren na de basisschool niet verder leren. Hierdoor hebben zij drie keer meer kans op werkloosheid dan volwassenen. Vastenactie ondersteunt projecten die jongeren vervolgonderwijs bieden of hulp bij het starten van een eigen bedrijfje. De afgelopen drie jaar volgden al meer dan vierduizend mensen een beroepsopleiding met hulp van Vastenactie.

Tijdens de Vastenactie-campagne van dit jaar willen we nog veel meer mensen een steuntje in de rug geven, om hen te helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen, zodat ze voor zichzelf en voor hun familie kunnen zorgen én een rol kunnen spelen in hun gemeenschap. Met uw hulp kunnen veel jongeren werken aan hun toekomst. Iedere mens heeft het recht te groeien en zich te ontwikkelen. Zelf kunnen zorgen voor het brood dat je eet geeft je waardigheid en vreugde. Werken stelt je in staat bij te dragen aan de opbouw van de gemeenschap, aan de opbouw van je land en aan het algemeen welzijn. Met onze steun aan de jongeren in de ontwikkelingslanden dragen wij bij aan de wereldwijde broederschap en de sociale vriendschap tussen alle mensen. Zo wordt de weg naar de vrede geopend.

De komende dagen gaan we stemmen. We kiezen voor de duisternis van het eigenbelang en de zelfgerichtheid of we kiezen voor het licht, voor het normaal van het Rijk Gods. Wij worden opgeroepen – om met Paulus te spreken – Gods liefde, genade en goedheid met onze goede daden, met onze wijze politieke keuze zichtbaar te maken in de wereld. Met onze steun aan de Vastenactie wordt Gods glorie zichtbaar in het welzijn van de jongeren in de ontwikkelingslanden. Zo laten wij het toe dat de Heer zijn werk in ons verricht. Zo beantwoorden wij zijn liefde en genade voor ons. Amen.

Een nieuw verbond; Gn 9,8-15; Ps 25,4-9; 1 Pe 3,18-22; Mc 1,12-15

“De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap”. Dit zijn de eerste woorden die Marcus uit de mond van Jezus optekent. Marcus dringt snel door tot de kern van wat Jezus te vertellen heeft. Het Rijk Gods is nabij; de tijd is vervult. Er breekt een geheel nieuwe tijd aan. Zorg ervoor dat je er klaar voor bent: “bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap”.

Petrus schrijft in zijn eerste brief dat Christus eens en voor al gestorven is voor de zonden om ons tot God te brengen. Het oude leven is teniet gedaan, een nieuw leven is begonnen. Door het Doopsel zijn wij tot nieuw leven gekomen, tot een leven in Christus, tot een leven verbonden met God. Bij het laatste Avondmaal sprak Jezus de woorden die telkens weer worden uitgesproken: “dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.” Het Rijk Gods is nabij. Er is een nieuw verbond gesloten. Een verbond dat boven alle eerdere verbonden uitstijgt.

In de Bijbel lezen we dat God voortdurend de mensen zoekt. God wil zich met de mensen verbinden. Uit liefde heeft Hij de wereld geschapen. Liefde kan niet zonder antwoord. God zoekt de liefde van de mensen voor Hem. Hij maakt afspraken met de eerste mensen over de wijze waarop zij Hem lief kunnen hebben. Later sluit God een verbond met Noach. Daarna volgt het verbond met Abraham en weer later het verbond met het volk Israël. De vastlegging hiervan is de Wet van Mozes: de eerste vijf boeken van het Oude Testament: de Thora. Blijkbaar was het in de ontwikkeling van de mensheid nodig de liefdesverbintenis van God met de mensen in regels te gieten. Het verbond moet nageleefd worden. Het moet worden onderhouden. Vandaag hebben uit Psalm 25 gelezen: “Leer mij uw paden te kennen. Leid mij volgens uw woord.”

Met de menswording van Gods Zoon, Jezus Christus, met zijn leven, lijden en sterven wordt duidelijk waar het werkelijk omgaat. Het gaat om een verbond van liefde. Niet het naleven van regeltjes staat centraal, maar het handelen uit liefde. Dan zul je automatisch voldoen aan alle regels en geboden. Weinig gehuwden zullen zich in het huwelijksrecht hebben verdiept. In ieder geval heb ik mij daar nooit mee bezig gehouden. De rechten en plichten binnen het huwelijk zijn keurig vastgelegd, maar waar het om gaat is het verbond van liefde. Alleen de liefde maakt een huwelijk tot een goed huwelijk. De liefde bepaalt hoe de gehuwden met elkaar omgaan.

Jezus heeft ons laten zien wat leven uit liefde werkelijk betekent. Hij heeft ons verlost. Hij heeft ons bevrijd van onze zelfgerichtheid. Als leerlingen van Jezus kunnen wij ons leven verbinden met Hem. Zo stelt Hij ook ons in staat een leven in liefde te leven. Een leven in liefde beperkt zich niet tot het huwelijksleven. In Jezus Christus zijn wij mensen allen kinderen van God en daarmee zijn wij broeders en zusters van elkaar. In de encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) roept paus Franciscus ons op tot broederschap en sociale vriendschap. Wereldwijde broederschap en sociale vriendschap worden concreet in onze bijdrage aan het project van de Vastenactie. Broederschap betekent altijd vooral aandacht hebben voor de zwakkeren. Aandacht voor je zwakkere broer of zus.

Vandaag wordt onze aandacht gevraagd voor jongeren in ontwikkelingslanden, voor beroepsonderwijs en voor ondernemerschap. Met een gedegen opleiding zijn zij beter in staat een redelijk inkomen te verdienen en eventueel een eigen bedrijf op te zetten. Tegenwoordig volgt wereldwijd 91 procent van alle kinderen basisonderwijs. Dat is een enorme vooruitgang, want 20 jaar geleden was dat nog maar 54 procent. Vooral voor vrouwen en meisjes is dat een grote verbetering. Maar helaas kunnen veel jongeren na de basisschool niet verder leren. Hierdoor hebben zij drie keer meer kans op werkloosheid dan volwassenen. Vastenactie ondersteunt projecten die jongeren vervolgonderwijs bieden of hulp bij het starten van een eigen bedrijfje. De afgelopen drie jaar volgden al meer dan vierduizend mensen een beroepsopleiding met hulp van Vastenactie. Tijdens de Vastenactie-campagne van dit jaar willen we nog veel meer mensen een steuntje in de rug geven, om hen te helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen, zodat ze voor zichzelf en voor hun familie kunnen zorgen én een rol kunnen spelen in hun gemeenschap. Met uw hulp kunnen veel jongeren werken aan hun toekomst.

Iedere mens heeft het recht te groeien en zich te ontwikkelen. Zelf kunnen zorgen voor het brood dat je eet geeft je waardigheid en vreugde. Werken stelt je in staat bij te dragen aan de opbouw van de gemeenschap, aan de opbouw van je land en aan het algemeen welzijn. Met onze steun aan de jongeren in de ontwikkelingslanden dragen wij bij aan de wereldwijde broederschap en de sociale vriendschap tussen alle mensen. Zo wordt de weg naar de vrede geopend. Zo dragen wij bij aan het Rijk Gods dat nabij is. Zo geven wij als leerlingen van Jezus inhoud aan het nieuwe verbond. Amen.

Jezus geeft liefde en hoop; Job 7,1-4.6-7; 1 Kor 9,16-19.22-23; Mc 1,29-39

Job heeft het zwaar. Hij ziet het leven als gezwoeg en getob. Hij ziet zijn leven teneinde lopen en ziet geen toekomst. Job heeft geen hoop meer. Ook Paulus werkt hard. Hij ziet zichzelf als een slaaf. Hij moet dit doen: “Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig!” Hij doet alles voor het Evangelie. Dat is zijn roeping. In het Evangelie lezen we dat ook Jezus hard moet werken. Alle lijdenden en bezetenen worden bij Hem gebracht. “Heel de stad stroomde voor de deur samen.” De Blijde Boodschap levert Hem veel werk op.

Het zijn drie totaal verschillende situaties. De drie hoofdrolspelers hebben totaal verschillende ideeën. Job heeft na alle tegenslag de moed verloren en het zal nog even duren voordat hij zich verzoent met zijn situatie en voordat hij weer hoop krijgt. Paulus is een en al ‘Sturm und Drang’. Nadat hij zelf leerling van Jezus is geworden wil hij zoveel mogelijk mensen “voor Christus winnen”. Marcus schrijft dat Jezus predikt. Hij verkondigt de Blijde Boodschap. Vorige week werd dat een leer met gezag genoemd. Maar we lezen niets over de inhoud van die Blijde Boodschap. Tot nu lezen we niet wat Hij zegt, maar wat Hij doet. Hij roept leerlingen Hem te volgen. Hij geneest zieken en Hij drijft boze geesten uit. Dat alles roept veel enthousiasme op. Velen komen eropaf. Jezus vindt het nodig rust te zoeken. Hij zoekt de innerlijke rust van het gebed.

We worden vandaag wat heen en weer geslingerd tussen verschillende emoties: de emoties van Job, van Paulus, van Jezus, van de leerlingen en van het volk. Emoties die we herkennen in ons eigen leven. Puur menselijke emoties die in ieder leven voorkomen. Hoe tegengesteld de situaties ook zijn Job en Jezus zoeken op soortgelijke wijze een antwoord: beiden zoeken het antwoord in gebed. Voor Job is het een klaagzang. In het gesprek met zijn vrienden vertelt hij wat hem dwars zit. Ook dat is een vorm van gebed. Dit blijkt uit het feit, dat God – zij het later – hierop zal antwoorden. Jezus zoekt rust op een eenzame plaats. Daar kan Hij alleen zijn met zijn Vader. Hij heeft de liefde en het samenzijn met zijn Vader nodig, om verder te kunnen, om nieuwe energie op te doen.

Vriendschap, liefde en vertrouwdheid helpen ons onze emoties te verwerken. Een goed gesprek brengt ons rust, het brengt ons tot nieuwe inzichten. Zo krijgen we toekomst. Zo is er weer hoop. Veel kunnen wij mensen aan elkaar geven. Voor de ultieme liefde en de ultieme hoop moeten we bij God zijn. Alleen Hij kan ons die liefde en hoop geven. Jezus Christus is voor ons het sacrament van liefde en hoop. Hij is het die liefde en hoop bewerkstelligt.

Als leerling van Jezus zijn wij op zoek naar Hem. Marcus beschrijft hier inderdaad niet wat Jezus predikt. Hij vertelt wat Jezus doet. Zijn Blijde Boodschap is blijkbaar vooral een kwestie van handelen: daden van liefde, mensen genezen en bevrijden. Genezen en bevrijden dat is wat Jezus ook voor ons doet. Dat is wat ook wij zoeken. Jezus is ook onze Redder en Verlosser. Paulus spant zich in om iedereen voor Christus te winnen. Hiervoor verkondigt hij het Evangelie, de Blijde Boodschap. Jezus treedt handelend op en de mensen stromen toe. Mensen zoeken Jezus of worden bij Hem gebracht. Ze zijn op zoek naar liefde en naar hoop. Ze zoeken genezing en redding.

Dan is er nog iets opvallends: Jezus drijft boze geesten uit, maar deze boze geesten mogen niet spreken, omdat zij Jezus kennen. Vorige week hoorden we ook zo iets. Toen riep de boze geest: “Ik weet wie Gij zijt: de Heilige Gods.” Jezus legde deze boze geest het zwijgen op. We komen dit in het Marcusevangelie nog vaker tegen. Ook de leerlingen wordt een zwijgen opgelegd. Dit wordt het ‘Messiasgeheim’ genoemd. Mensen en geesten die weten dat Jezus de Messias is, moeten daarover zwijgen. Blijkbaar is het de bedoeling van Jezus dat mensen zelf ontdekken wie Hij is.

‘Van horen zeggen’ kan je op weg helpen, maar wij mensen moeten vooral zelf ervaren om tot geloof te kunnen komen. Ik kan hier van alles vertellen, maar als u niet zelf op zoek gaat, zal het u niet baten. Wij kunnen elkaar oproepen te gaan zoeken. We kunnen elkaar daarbij ook ondersteunen. Het is nodig dat we woorden vinden voor onze ervaringen. Liefde, genezing en verlossing zijn ervaringen die vaak moeilijk te begrijpen en te verwoorden zijn. Als leerlingen van Jezus kunnen samen onze zoektocht maken. Samen kunnen we vinden wat Hij voor ieder van ons betekent. Amen.

Wat zag Jezus vanaf het kruis?

Auteur: Jeroen Smith
Titel: Wat zag Jezus vanaf het kruis?
Uitgever: Katholiek Alpha Centrum, Betsaida en De Boog, 2019
Prijs: € 7,50
ISBN: 978 90 818917 9 0
Aantal pagina’s: 103
Verkrijgbaar via http://www.betsaida.org

Hangend aan het kruis ziet Jezus uit over de stad Jeruzalem. Hij ziet de tempel, de berg Sion en de bovenzaal van het laatste avondmaal. Hij ziet de plaatsen van het Oude en het Nieuwe Verbond. Hij ziet de voorbijgangers, de vrouwen, de leerlingen, de twee moordenaars. Hij ziet zijn moeder en Hij ziet ieder van ons. Hij lijdt en Hij ziet de mensen, die Hij mateloos liefheeft en voor wie Hij lijdt. Hij gaat in zijn liefde voor ons tot het uiterste toe. Lijden en liefde gaan hand in hand: “Zo groot als zijn liefde is, zo groot is zijn lijden.”

Pastoor Jeroen Smith heeft een serie lijdensmeditaties bewerkt en gebundeld. Het zijn geen theologische uiteenzettingen. Het zijn preken waarin Smith ons meeneemt in het lijden van Jezus. Hij beschrijft de feitelijkheden van de kruisiging en de diepte van het lijden. Hij voert ons naar de kern van ons geloof en het zijn van leerling van Jezus. Hij doet dit met veel liefde voor Jezus, voor de Kerk en voor de Sacramenten en met veel liefde voor de mensen. Het boek is een aanrader voor de Veertigdagentijd.

Fratelli tutti: Allen broeders

Op 3 oktober verscheen de encycliek Fratelli tutti: Allen broeders. In deze brief van paus Franciscus staan de begrippen broederschap en sociale vriendschap centraal. De paus pleit voor een open samenleving met mensen die openstaan voor mensen die anders zijn, voor het liefdevol openen van onze harten naar alle mensen. Hij pleit voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om een geleidelijk groeiende consensus. De liefde moet het spirituele hart van de politiek zijn. De liefde brengt ons met elkaar in gesprek. Een echt gesprek met anderen behoedt ons voor zelfgerichtheid en brengt ons tot solidariteit en samenwerking gericht op het algemeen welzijn. De zorg voor het gemeenschappelijke huis, de aarde vraagt een minimum aan universeel bewustzijn en gemeenschappelijke zorg.

Wereldgemeenschap
De coronapandemie kan volgens de paus een les zijn op weg naar een betere toekomst. Samengevat schrijft hij het volgende. Door de wereldwijde tragedie van de coronapandemie beseffen we dat we een wereldgemeenschap zijn, dat allen in hetzelfde schuitje zitten en dat het probleem van de één ieders probleem is. We realiseren ons dat niemand alleen gered wordt, dat het alleen mogelijk is om samen gered te worden. De harde en onverwachte klap van deze pandemie dwong ons weer aandacht te hebben voor het belang van alle mensen in plaats van het voordeel van enkelen. Nu beseffen we dat we onszelf gevoed hebben met dromen van pracht en praal en dat we uiteindelijk enkel verstrooiing, bekrompenheid en eenzaamheid hebben geconsumeerd.

Saamhorigheid en solidariteit
Als alles met elkaar verbonden is, is het moeilijk voor te stellen dat deze catastrofe los staat van de wijze waarop we de werkelijkheid zien met onze claim dat we de absolute heersers zijn over ons eigen leven en over alles wat er bestaat. Het is de wereld zelf die schreeuwt en rebelleert. Maar we vergeten al snel de lessen van de geschiedenis. Als deze gezondheidscrisis voorbij is, zal de ergste reactie zijn dat we ons nog meer in een koortsachtig consumentisme en nieuwe vormen van egoïstisch zelfbehoud storten. Als we er niet in slagen de gedeelde passie voor een gemeenschap van saamhorigheid en solidariteit terug te winnen, zal de wereldwijde illusie die ons misleidt, ineenstorten en velen achterlaten in de greep van angst en leegte. Laten we hopen dat de immense pijn niet nutteloos zal zijn, maar dat we een stap maken naar een nieuwe manier van leven en definitief ontdekken dat we elkaar nodig hebben.

Deze column is op 9 december gepubliceerd op Kerk en milieu.

Roeping; 1 Sam 3,3b-10.19; 1 Kor 6,13c-15a.17-20; Joh 1, 35-42

Samuël wordt door de Heer geroepen: “Samuël, Samuël!” Van Eli, de oude priester, leert Hij in het roepen de stem van God te horen. Samuël heeft geleerd naar de stem van God te luisteren en er op de juiste wijze gevolg aan te geven. Ook in het Evangelie horen we een roepingsverhaal. Twee leerlingen van Johannes de Doper gaan Jezus achterna. Door de woorden van Johannes – “Zie het Lam Gods.” – zijn zij nieuwsgierig geworden. Ze willen weten wie die man is, hoe Hij leeft. Jezus nodigt hen uit: “Gaat mee om het te zien.”

Geroepen worden is op de eerste plaats geen zaak van een opdracht ontvangen. Geroepen worden is vooral een ontdekkingstocht: “Gaat mee om het te zien.” Jezus nodigt de twee mannen uit tot een onderzoek en tot een ervaring. Zelf moeten zij ontdekken wie Jezus is en wat het betekent Hem te volgen. Ook onze roeping is primair een zoektocht. Ook wij worden uitgenodigd Jezus te volgen en te ontdekken wat dat voor ons betekent. Ook wij verlangen ernaar goed te leven en zo gelukkig te worden. Wij willen op een goede manier omgaan met de geschenk van het leven en met al het andere dat ons is gegeven.

Pas veel later – bij het laatste Avondmaal – zegt Jezus tegen zijn leerlingen: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Pas als de eerste stappen zijn gezet, als er vertrouwen is gegroeid, zegt Jezus tegen zijn leerlingen waar het werkelijk omgaat. Jezus is het leven zelf. In en door Hem is alles geschapen. In en door Hem komen ook wij tot leven. Hij is onze weg ten leven. Jezus is ons leven. Hij is ook de waarheid. Hij is het Woord dat vlees is geworden. Hij is de enige waarheid. In en door Hem kunnen wij God kennen. Hij is de enige weg die tot God leidt: de weg van de liefde. Onze roeping is met Jezus deze weg te gaan. In en door Hem vinden wij onze bestemming: de ware vervulling van ons leven. Jezus volgen is ons geheel en al verbinden met Hem, zoals Hij zich met alle mensen heeft verbonden.

Op het eerste gezicht heeft de tekst uit de brief van Paulus weinig overeenkomsten met deze roepingsverhalen. De tekst heeft veel meer het karakter van een vermaning. En laat er geen misverstand over bestaan: dat is het ook. Paulus roept met deze brief de christenen van Korinthe tot de orde. Er zijn allerlei misstanden in de gemeente van Korinthe en Paulus vindt het nodig orde op zaken te stellen.

Wij hebben ons leven als een geschenk ontvangen. Ons lichaam is een belangrijk aspect van dat geschenk. Een geschenk is helemaal je eigendom, je mag ermee doen wat je wilt. Maar een geschenk is ook een daad van liefde. En liefde vraagt altijd om een antwoord. Liefde is er alleen als er sprake is van een relatie. Een voorbeeld: Ik draag een trouwring. Die heeft mijn vrouw mij gegeven als teken van haar liefde voor mij. Het zal u duidelijk zijn, dat ik deze ring niet kan verkopen als ik eens krap bij kas zit. Dat zou geheel tegen de bedoelingen van de schenker ingaan.

Alles wat wij ons bezit noemen, is een geschenk. Natuurlijk noemen wij soms zaken onze eigen verdienste, maar ook dan geldt dat alleen mogelijk is door de talenten die we kregen. Eigendom en bezit zijn sociale constructies om ordelijk te kunnen samenleven. Bij het denken en handelen betreffende onze bezittingen moeten we altijd onze roeping en het doel van ons bezit voor ogen houden. Waartoe heb ik mijn lichaam gekregen? Waartoe dienen de goederen die ik in bezit heb?

In de onlangs verschenen brief Fratelli tutti, Allen broeders schrijft paus Franciscus over de sociale dimensie van eigendom. De paus schrijft: “De wereld bestaat voor iedereen, want wij mensen worden allemaal met dezelfde waardigheid geboren. God gaf de aarde aan de hele mensheid, opdat zij al haar leden zou voeden zonder iemand uit te sluiten of te bevoorrechten. Het recht op privé-eigendom kan slechts worden beschouwd als een secundair natuurrecht dat is afgeleid van de universele bestemming van alle goederen.” De paus maakt ons duidelijk dat privé-eigendom ondergeschikt is aan het recht van iedereen op het gebruik ervan. De paus past dit ook toe op landen, hun grondgebied en hun hulpbronnen. Hij schrijft: “Rechtvaardigheid vereist niet alleen de erkenning van de rechten van individuen, maar ook van de sociale rechten en van de rechten van de volkeren. Als we het grote principe accepteren dat er rechten voortvloeien uit onze onvervreemdbare menselijke waardigheid, kunnen we de uitdaging aangaan te denken over een nieuwe menselijkheid. We kunnen verlangen naar een aarde die land, thuis en werk biedt voor iedereen. Dit is de ware weg naar vrede.” Niet het privé-eigendom staat op de eerste plaats, maar de menselijke waardigheid en de wezenlijke menselijkheid. Dat geldt ook voor het land waar we wonen. Dat land is niet exclusief ons land. Dat land is er ook voor anderen.

Onze roeping ligt in de wezenlijke menselijkheid en de waardigheid van iedere mens. Christus heeft ons vrij gemaakt, Hij heeft ons verlost om elkaar lief te hebben, om de ander gelukkig te maken. Dat is zijn weg die wij als zijn leerling kunnen gaan door ons met Hem te verbinden. Amen.

Koningschap; Js 60,1-6; Ps 72; Ef 3,2-3a.5-6, Mt 2,1-12

“Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen. Volkeren komen af op uw licht, koningen op de luister van uw dageraad.” Jesaja beschrijft hoe Jeruzalem schittert in Gods glorie. Van overal komt men eropaf. De rijkdommen der aarde worden aan Jeruzalem afgedragen: wierook, goud en een zee van kamelen.

Je zou gaan denken dat God er vooral voor de rijken is. Ook bij Matteüs krijg je die indruk. Hier lezen we niets over een stal en ook niet over herders op het veld. Bij Matteüs zijn het drie Wijzen die op kraambezoek komen en zij brengen goud, wierook en mirre mee. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. De drie wijzen zijn op zoek naar de pasgeboren koning der Joden, maar koning Herodus weet van niets. Hier krijgen al het eerste signaal dat het koningschap van Jezus van een andere orde is. De drie Wijzen ontdekken dat ze de nieuwe koning niet in het paleis moeten zoeken. Zij vinden hem als een eenvoudig Kind samen met zijn moeder. De nederigheid van deze nieuwe koning leert ook hen nederigheid: “op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde”.

In internationale betrekkingen tussen de groten der aarde is het van groot belang dat er evenwicht is. De gastheer moet zich niet verheffen boven zijn gast en omgekeerd. Ook is het niet goed dat de een zich onderdanig toont aan de ander. Juist door het evenwicht en de gelijkwaardigheid is het mogelijk om een relatie op te bouwen en zaken met elkaar te doen.

Het koningschap van Jezus leert ons dat nederigheid en bescheidenheid de basis voor een liefdevolle relatie vormen. Juist in het tonen van je kwetsbaarheid en afhankelijkheid wordt zichtbaar dat je van de ander houdt. In het koningschap van Jezus is geen rol weggelegd voor de trotse Herodus die vooral uit is op macht en materiële rijkdom. De drie Wijzen keren niet meer naar hem terug. Langs een andere weg gaan zij na deze overweldigende ervaring en met geheel nieuwe inzichten weer naar huis.

In de Psalm die we gebeden hebben, wordt duidelijk hoe het koningschap bedoeld is. Het gaat om een koning met wijsheid en rechtvaardigheid. Hij zal regeren van zee tot zee en alle volkeren dienen hem, want de arme die steun vraagt zal hij bevrijden en hij zal zich ontfermen over misdeelden. De ware koning heeft juist aandacht voor de armen en de misdeelden. Daarin ligt de grootsheid van zijn heerschappij. Hij brengt welvaart en vrede op aarde. Niet door zijn zelfgerichtheid maar door de gerichtheid op de ander wordt hij bedolven onder rijkdom.

Ook bij Jesaja is het niet de rijkdom die Jeruzalem doet stralen. Iets verderop staat de volgende zin: “De vrede benoem Ik tot gezaghebber bij u, en tot leider de gerechtigheid.” Het zijn vrede en gerechtigheid die Jeruzalem doen stralen. Op dat licht komen de volkeren af. Dat is de luister van de dageraad.

Het afgelopen jaar heeft ons opnieuw bewust gemaakt van onze kwetsbaarheid. We hebben ons leven en ons bestaan niet in onze macht. We zijn sterk afhankelijk van andere mensen en van hun doen en laten. We hebben ook kunnen leren hoeveel moeite ons dat kost. We zijn zo gehecht aan onze zelfredzaamheid en onze vrijheid om zelf te kunnen besluiten wat we wel en niet doen.

Ter gelegenheid van wereldvrededag schreef paus Franciscus dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. We hebben een hectisch jaar achter ons liggen. Om het schip van de mensheid in rustiger vaarwater te krijgen, hebben we een duidelijk kompas nodig. De paus reikt de sociale leer van de Kerk aan al kompas naar de vrede. Hij roept de internationale gemeenschap en ieder individu op om een ‘cultuur van zorg’ te bevorderen. Echte zorg voor ons eigen leven en onze relatie met de natuur zijn onlosmakelijk verbonden met broederschap, rechtvaardigheid en eerlijkheid tegenover anderen. Hij maant aan nooit toe geven aan de verleiding om anderen te negeren en de andere kant op te kijken. In plaats daarvan moeten we er dagelijks heel concreet en praktisch naar streven “een gemeenschap te vormen die bestaat uit broeders en zusters die elkaar accepteren en voor elkaar zorgen.”

Paulus schrijft dat hij door openbaring kennis kreeg van het geheim. De heilige Geest heeft geopenbaard dat alle mensen in Christus Jezus mede-erfgenamen zijn, medeleden en mededeelgenoten van de belofte door middel van het Evangelie. We zijn allen broeders en zusters van elkaar met Jezus als onze grote broer. In Hem leren we dat we er voor elkaar zijn, dat we aan elkaar gegeven worden. Niemand leeft voor zichzelf, we zitten allen in hetzelfde schuitje. Het bestuur van dit schip is aan ons toevertrouwd. Wij mensen zijn zelf verantwoordelijk: wij hebben samen het roer in handen. Maar we staan er niet alleen voor. In Jezus Christus hebben we een betrouwbaar kompas. Hij wijst ons de weg. Hij is het licht dat over de volkeren straalt. Hij is de Vredevorst. Hij is de Koning van liefde. Hij is met ons alle dagen van ons leven.

Ik wens u allen een Zalig Nieuwjaar. Amen.

Het Groene Normaal

Auteur: Alfred Slomp
Titel: Het Groene Normaal: Samen opstaan voor een duurzaam leven
Uitgever: Plateau, 2020
Prijs: € 14,99
ISBN: 978 90 5804 177 7
Aantal pagina’s: 135

De coronapandemie is voor velen een teken dat we niet op een goede manier omgaan met de schepping en dat we anders moeten gaan leven. Dit leidde tot het manifest ‘Het Groene Normaal’.

Alfred Slomp sprak met tien Nederlandse christenen van verschillende denominaties die actief betrokken zijn bij de zorg voor de schepping, over hun manier van leven en wat hun daartoe beweegt. Het zijn mensen die de daad bij het woord willen voegen. In een voorwoord schrijft bisschop De Korte over de encycliek ‘Laudato si’’ van paus Franciscus: “Het gaat om de inzet voor een cultuur van het leven.” De paus pleit “voor een globale sociale gerechtigheid en het beschermen van onze aarde als ons gemeenschappelijk huis”.

Naast de tien interviews bevat het boek de tekst van het manifest, een handleiding voor drie thema-avonden over het boek en een verzameling praktische tips. Het is een inspirerend boek voor allen die zorg hebben voor de schepping, en een oproep om je als christen aan te sluiten bij “de wave van duurzaamheid”.