Spring naar inhoud

Alles draait om God; Ps 103,1-2.11-12.19.22

De Heer heeft zijn troon in de hemel.

Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
zijn heilige Naam uit het diepst van uw wezen.
Verheerlijk, mijn ziel, de Heer,
vergeet zijn weldaden niet.

Zo wijd als de hemel de aarde omspant,
zo alomvattend is zijn erbarmen.
Zo ver als de afstand van oost tot west,
zo ver verdrijft Hij van ons de zonde.

De Heer heeft zijn troon in de hemel,
Hij voert heerschappij over heel het heelal.
Verheerlijkt de Heer, al zijn schepselen,
verheerlijkt Hem, overal waar Hij regeert.

De Heer heeft zijn troon in de hemel.

Met het bidden van deze Psalm roepen wij onszelf op om God te verheerlijken, om Hem te prijzen: “Verheerlijk, mijn ziel, de Heer, vergeet zijn weldaden niet.” God overlaadt ons met weldaden. Hij heeft ons het leven gegeven en Hij omringt ons met zijn liefde. Groot is zijn erbarmen met ons. God is onze Schepper: Hij kent ons door en door.

Uit liefde heeft Hij ons een vrije wil gegeven. Hij geeft ons niet alleen het leven. Hij maakt ons ook bewust van ons leven en geeft ons de ruimte in ons leven zelf keuzes te maken. Hij geeft ons de ruimte te kiezen voor het goede, het ware en het schone. Hij geeft ons de ruimte om te kiezen voor Hem, te kiezen voor onze medemens en te kiezen voor zijn schepping. Hij geeft ons ook de ruimte te kiezen voor onszelf en onszelf als het centrum van de wereld te beschouwen. “De Heer heeft zijn troon in de hemel.” God is het centrum van de ons bestaan, het centrum van de wereld. Alles draait om Hem, alles gaat van Hem uit en keert tot Hem terug.

Als wij verkeerde keuzes maken, als wij uitsluitend kiezen voor onszelf, schenkt Hij ons zijn genade. Hij maakt ons berouwvol en Hij vergeeft ons. Hij verdrijft de zonde verre van ons, zo ver als de afstand van oost tot west. Samen met heel de schepping, met al zijn schepselen mogen wij de Heer prijzen, want Hij is onze Redder. Hij geeft een bestemming aan ons leven. Wij zwalken niet doelloos rond, ook niet in tijden van crisis. De Heer heeft zijn troon in de hemel. Amen.

God is liefde; Ps 68,10-11.20-21

Zingt nu voor God, alle landen der aarde.

Een voedzame regen kwam neer uit de hemel,
uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt.
Uw kudde heeft daar zijn rustplaats gevonden,
die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid.

De Heer zij geloofd, dag aan dag:
Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.
Want onze God is een God die verlost,
de Heer onze God ontrukt aan de dood.

Zingt nu voor God, alle landen der aarde.

De Psalm bezingt Gods zorg voor ons mensen, “Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.” God is niet alleen onze Schepper, God staat niet alleen aan het begin. God is voortdurend met ons bezig. Dag in, dag uit bekommert Hij zich om ons. Zijn zegen komt als voedzame regen over ons. Wij zijn Gods erfgenamen, in Christus zijn wij mede-erfgenamen. Het Rijk Gods is er voor ons. Daar zullen wij onze rustplaats vinden. Als volk van God zijn wij op weg naar zijn Rijk van vrede en geluk.

God is onze Verlosser, onze Bevrijder. In Jezus Christus zijn wij verlost van het kwaad. Wij zijn vrije mensen, vrij om het goede te doen. Wij zijn bevrijd uit de slavernij van het kwaad, bevrijd uit de slavernij van onze eigen begeerten en onze zelfgerichtheid. Wij zijn geschapen en door de verlossing herschapen om lief te hebben, om te delen in de liefde die God zelf is. Gods liefde is geen begerende, zelfgerichte liefde. Het is een schenkende liefde die geheel op de ander is gericht. Zo is God voor ons: een en al schenkende op ons gerichte liefde. Wij zijn Gods erfgenamen. Wij mogen deze liefde niet alleen ontvangen. Wij mogen er ook in delen. Met diezelfde liefde mogen wij God liefhebben, onze medemensen liefhebben en heel Gods schepping liefhebben.

In deze tijd van crisis is het heilzaam Gods liefde voor ons te ervaren. Het is ook een liefde die vaak om bemiddeling vraagt. God heeft ons mensen nodig om zijn liefde over te brengen. Onze daden van liefde gericht op onze medemensen maken Gods liefde in de wereld zichtbaar. De heilige Geest is daarbij onze Helper, de Geest van vuur en liefde. Hij brengt ons vuur en liefde. Hij beweegt ons tot vurige liefde. Amen.

Ecologische bekering; Mc 10,20-22

 

De jongeman gaf Jezus
ten antwoord:

“Dat alles heb ik onderhouden
van mijn jeugd af.”

Toen keek Jezus hem
l
iefdevol aan en sprak:
“Een ding ontbreekt u:
ga verkopen wat ge bezit
en geef het aan de armen,

daarmee zult ge een schat
bezitten in de hemel.

En kom dan terug
om Mij te volgen.”

Dit woord ontstelde hem
en ontdaan ging hij heen,

omdat hij vele goederen bezat.

 

 

Paus Franciscus heeft alle katholieken uitgenodigd om deze week als Laudato si’-week te vieren. Op 24 mei is het vijf jaar geleden dat de encycliek Laudato si’ verscheen. In zijn videoboodschap vraagt de paus: “Wat voor wereld willen we nalaten aan hen die na ons komen, aan de kinderen die opgroeien?” Hij herhaalt zijn dringende oproep om te reageren op de ecologische crisis: “De schreeuw van de aarde en de schreeuw van de armen kan niet doorgaan. Laten we zorgen voor de schepping, een geschenk van onze goede Schepper God. (Zie ook hier.) Laten we samen de Week van Laudato si’ vieren.”

In Laudato si’ roept de paus ons op tot een ecologische bekering. Jezus roept de rijke jongeling op tot bekering. Het verhaal van de rijke jongeling laat ons hoe moeilijk bekering kan zijn. Het gaat hier om een brave jongeman. Vanaf zijn jeugd heeft hij alle geboden onderhouden. Nu is hij op zoek naar meer. Hij verlangt naar verdieping in zijn leven. Hij begrijpt dat Jezus hem hierin de weg kan wijzen. Jezus kijkt hem liefdevol aan en vraagt hem zijn volgeling te worden. Het is niet dat Jezus zijn rijkdom verwerpelijk vindt en hem tot een ascetisch leven wil verplichten. Waar het om gaat is dat hij zich niet moeten hechten aan zijn bezit, als hij een leerling van Jezus wil zijn.

Dit is ook de boodschap van de paus in Laudato si’. Liefde en zorg voor de schepping is niet te combineren met liefde voor bezit en liefde voor een luxe leven. Het is niet te combineren met leven gericht op consumptie. Jezus leert ons dat we niet God èn de mammon kunnen dienen. Genegenheid, liefde en zorg zijn van een andere orde dan nuttigheid en rendement.

Daarom roept de paus ons op tot soberheid. Door sober te zijn wat betreft de consumptie, ontstaat er ruimte in ons leven. Door soberheid krijgen wij oog voor de schoonheid van de schepping. Soberheid maakt vrij. Soberheid verlost ons van de concurrentiestrijd. Soberheid geeft ons ruimte voor de liefde: de liefde voor God, de liefde voor de medemens en de liefde voor de schepping. Amen.

‘Christelijk gebed met de schepping’ uit Laudato si’

Wij loven U, Vader, met al uw schepselen,
die uit uw machtige hand zijn voortgekomen.
Zij zijn van U en vol van uw aanwezigheid
en uw tederheid.
U zij de lof!

Zoon van God, Jezus,
door U is alles geschapen.
Gij hebt een menselijke gestalte aangenomen in de moederschoot van Maria,
Gij zijt deel geworden van deze aarde
en hebt naar deze wereld gekeken met menselijke ogen.
Vandaag zijt Gij levend in ieder schepsel
met uw heerlijkheid als Opgestane.
U zij de lof!

Heilige Geest, die door uw licht
deze wereld richt op de liefde van de Vader
en de weeklacht van de schepping begeleidt,
ook Gij leeft ook in onze harten
om ons aan te zetten tot het goede.
U zij de lof!

Heer God, Een en Drievuldig,
kostbare gemeenschap van oneindige liefde,
leer ons U te aanschouwen
in de schoonheid van het heelal,
waar alles spreekt van U.
Wek onze lofprijzing en dankbaarheid
om ieder wezen dat Gij hebt geschapen.
Geef ons de genade ons ten diepste verenigd te voelen
met al het bestaande.

God van liefde, toon ons onze plaats
in deze wereld
als instrumenten van uw liefde
voor alle wezens van deze aarde,
want geen enkel van hen wordt door U vergeten.
Verlicht hen die macht en geld bezitten,
opdat zij worden behoed
voor de zonde van de onverschilligheid,
het algemeen welzijn liefhebben, de zwakken ondersteunen,
en zorg dragen voor deze wereld, die wij bewonen.
De armen en de aarde schreeuwen:
Heer, doordring ons met uw macht en uw licht
om ieder leven te beschermen,
om een betere toekomst te bereiden,
opdat uw Rijk kome
het Rijk van gerechtigheid, vrede, liefde en schoonheid.
U zij de lof! Amen.

Schepping is liefde; Ps 33,5-9

De Heer heeft recht en gerechtigheid lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.

Het woord van de Heer heeft de hemel gemaakt.
de geest uit zijn mond schiep de hemelse machten.

Als in een waterzak bergt Hij de zee,
de stromen in regenbakken.

Laat heel de wereld de Heer vrezen,
laat al haar bewoners ontzag voor Hem hebben.

Paus Franciscus heeft alle katholieken uitgenodigd om deze week als Laudato si’-week te vieren. Op 24 mei is het vijf jaar geleden dat de encycliek Laudato si’ verscheen. In zijn videoboodschap vraagt de paus: “Wat voor wereld willen we nalaten aan hen die na ons komen, aan de kinderen die opgroeien?” Hij herhaalt zijn dringende oproep om te reageren op de ecologische crisis: “De schreeuw van de aarde en de schreeuw van de armen kan niet doorgaan. Laten we zorgen voor de schepping, een geschenk van onze goede Schepper God. Laten we samen de Week van Laudato si’ vieren.”

Verwijzend naar de gelezen Psalmtekst schrijft de paus in Laudato si’: “Zo worden wij erop gewezen dat de wereld voortkomt uit een besluit, niet uit chaos of toevalligheid en dit geeft haar nog meer luister. Er is een vrije keuze die tot uitdrukking komt in het scheppende woord. Het heelal is niet ontstaan als het resultaat van een willekeurige almacht, van krachtsvertoon of verlangen naar zelfbevestiging. De schepping behoort tot de orde van de liefde. Gods liefde is de fundamentele reden van heel de schepping. (…) Zo is ieder schepsel onderwerp van de tederheid van de Vader, die het een plaats in de wereld toewijst. Zelfs het vluchtige leven van het meest onbelangrijke wezen is onderwerp van zijn liefde en in die weinige seconden van zijn bestaan omgeeft Hij het met zijn genegenheid.” (LS 77)

Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. Het menselijk leven is op drie fundamentele relaties gebaseerd. Het is de relatie met God, de relatie met de naaste en de relatie met de aarde. Deze relaties zijn nauw met elkaar verbonden. Het is de liefde van de Schepper die ze met elkaar verbindt.

De liefde van God voor ons en zijn liefde voor heel de schepping nodigt ons uit tot zorg voor de schepping. Daarvoor moeten wij in ons denken de begrippen nuttigheid en rendement vervangen door genegenheid, liefde en zorg. In Laudato si’ roept de paus ons op tot een ecologische bekering. Daarover komende vrijdag meer. (Zie hier.) Amen.

‘Gebed voor onze aarde’ uit Laudato si’:

Almachtige God,
die aanwezig zijt in heel het onmetelijke heelal
én in het kleinste van uw schepselen,
Gij die met uw tederheid
al het bestaande omgeeft,
stort over ons uit de kracht van uw liefde
opdat wij zorgen
voor het leven en zijn schoonheid behoeden.
Overspoel ons met vrede,
opdat wij als broeders en zusters leven
zonder iemand te benadelen.
God van de armen,
help ons de verlaten en vergeten mensen van deze wereld
die zo waardevol zijn in uw ogen,
te redden.
Maak ons leven weer gezond,
opdat wij de wereld beschermen
en haar niet plunderen,
opdat wij schoonheid zaaien
en geen vervuiling en verwoesting.
Raak de harten
van allen die alleen maar voordeel zoeken
ten koste van de armen en van de aarde.
Leer ons de waarde van alle dingen te ontdekken,
met verbazing te kijken,
en te erkennen dat wij ten diepste verbonden zijn
met alle schepselen
op onze weg naar uw oneindig licht.
Dank dat Gij alle dagen met ons zijt.
Bemoedig ons, alstublieft, in onze strijd
voor gerechtigheid, liefde en vrede. Amen.

Duurzame duurzaamheid

Op 12 en 13 maart zou het congres ‘Duurzame duurzaamheid’ plaatsvinden. Corona wierp helaas roet in het eten en het congres werd afgeblazen. Gelukkig lag wel onmiddellijk de congresbundel[i] in de boekwinkel en heb ik die ondertussen kunnen lezen. Ik kan het u aanbevelen. Deze column is niet bedoeld als recensie van het boek, maar het boek heeft mij wel sterk geïnspireerd tot het schrijven van deze tekst.

Het eerste wat bij het lezen opvalt is de sterke gerichtheid op de deugdenethiek. Duurzame duurzaamheid vraagt om een houding van duurzaamheid van binnenuit, een houding die blijvend in de mens verankerd is. Anders dan voor de plichtenethiek is dit typerend voor de deugdenethiek. Door te oefenen, door de juiste maat te vinden die bij jou in jouw situatie past, maak je jezelf de deugd eigen. De deugd vormt niet alleen je persoonlijkheid; zij gaat er ook deel van uit maken.

Een belangrijke voorwaarde voor het je eigen maken van duurzame deugden is de liefde voor de schepping. We vinden dit bij Franciscus van Assisi, maar ook bij de auteurs Henry David Thoreau (Walden) en Rachel Carson (Silent Spring). Kennis van en liefde voor de natuur zijn essentieel voor het vergroten van ons ecologisch bewustzijn. Hierdoor beseffen we dat we deel uit maken van de natuur en dat alles met elkaar samenhangt. Voor de heilige Bonaventura is de schepping een afbeelding van God. Door de schepping kunnen we God leren kennen.

Een deugdzaam leven is ook een zoektocht. Er is geen allesomvattende pasklare oplossing. Het gaat om de samenwerking van verschillende disciplines en van verschillende benaderingen, om de samenwerking van politiek, wetenschap en technologie, kunst en religie. Het vraagt ook om het sluiten van compromissen. Het vraagt een spirituele benadering van meebewegen en in wisselwerking staan met de schepping en met de Schepper.

We hebben te maken met mondiale problemen die om individuele oplossingen vragen. Iedereen heeft zijn bijdrage te leveren. Ook de deugd van rechtvaardigheid speelt daarbij een rol. De lasten vragen om een eerlijke verdeling, een verdeling naar draagkracht. Ieder draagt zijn steentje bij en als je niet weet waar je moet beginnen, zijn er de wijze woorden van Elie Wiesel: “Waar je moet beginnen? Begin gewoon ergens.” Begin met iets wat jij belangrijk vindt, waarvoor jij je wilt inspannen en waar je samen met anderen iets aan kunt doen. Begin gewoon!

 

[i] Krijn Pansters (red.), Duurzame duurzaamheid: Ecologische bekering en betrokkenheid, Utrecht: Eburon, 2020.

 

Op 18 mei 2020 gepubliceerd op de website Kerk en Milieu.

Levende stenen; Hnd 6,1-7; 1 Pt 2,4-9; Joh 24,1-12

“Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning.” De apostelen beseffen dat zij geen van hun taken mogen verwaarlozen. Hoe belangrijk de ondersteuning ook is, het woord van God mag niet verwaarloosd worden. Deze tekst uit de Handelingen van de apostelen wordt gezien als de instelling van het ambt van diaken. Zeven mannen krijgen de handen opgelegd om dienstbaar te zijn. In onze vertaling worden de woorden ondersteuning en bediening gebruikt, in de oorspronkelijke Griekse tekst staan hier de woorden diakonia en diakonein. Hier zijn onze woorden diaconie en diaken van afgeleid.

De zeven hebben de taak om dienstbaar te zijn. Mogen zij daarom wel het woord van God verwaarlozen? De tekst die we gelezen hebben doet daar geen uitspraak over. Wel lezen we verderop in Handelingen over Stefanus en Fillipus. Daar lezen we hoe Stefanus vol vuur de Blijde Boodschap verkondigt. Het gevolg daarvan is dat hij gestenigd wordt en sterft als de eerste martelaar. Ook van Filippus wordt vermeld dat hij het Evangelie verkondigt. Hij wordt een evangelist genoemd. Ook wordt er iemand door hem gedoopt. Het is duidelijk dat ook diakens meer zijn dan maatschappelijk werkers.

Dit jaar hebben we meer dan anders aandacht voor het woord van God. Wat voor de apostelen geldt, geldt voor iedere christen. Het gaat altijd weer om het juiste evenwicht. Leerling zijn van Jezus is niet alleen maar dienstbaarheid, het is ook niet alleen maar bidden, en ook niet alleen maar Bijbellezen. Het gaat erom dat we de juiste maat weten te vinden: een maat die bij onszelf past, een maat die bij onze omstandigheden past, een maat die bij onze rol in de gemeenschap past, een maat die een leerling van Jezus past.

Petrus schrijft in zijn brief: “Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.” Petrus vergelijkt ons met stenen waarmee een gebouw wordt opgetrokken. Wij denken daarbij in onze tijd in de eerste plaats aan bakstenen, maar dat geldt niet voor Petrus Petrus denkt aan een verzameling natuurstenen. Dat blijkt ook uit het citaat uit Psalm 118: “De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden.” De bouwers zoeken de juiste steen voor de juiste plaats en functie.

Zo zijn ook wij als levende stenen deel van het bouwwerk van de gemeenschap. Ieder heeft daarin zijn vaardigheden en talenten. Iedereen heeft daarin zijn plaats en rol. Juist door onze verschillen kunnen we samen een hechte gemeenschap vormen. De diversiteit is de basis voor een christelijke gemeenschap. Jezus zegt daarover: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.” Van ons wordt gevraagd dat we als geloofsgemeenschap gastvrij zijn. Voor ieder die op zoek is naar God is er een plaats. Het is niet aan ons om een levende steen af te keuren.

Hoe vinden wij onze plaats en onze rol binnen de gemeenschap? Hoe kunnen we ons als levende steen laten voegen in de bouw van de geestelijke tempel? Hoe vormen wij samen christelijke gemeenschap? In zijn tweede brief schrijft Petrus: “Doet daarom uw uiterste best om uw geloof te voeden met deugd, de deugd met kennis, de kennis met zelfbeheersing, de zelfbeheersing met standvastigheid, de standvastigheid met godsvrucht, de godsvrucht met broederliefde, en de broederlijke genegenheid met liefde voor allen.” (2 Pe 1,5-7)

Het gaat niet primair om het handhaven van strenge regels en geboden. Op de eerste plaats gaat het om onze gezindheid. Hoe staan wij in het leven, hoe verhouden wij ons tot God en de medemens? Het beoefenen van de deugden helpt ons op onze weg. Petrus noemt geloof, kennis, standvastigheid, godsvrucht, genegenheid en liefde. Het zijn zaken die we onszelf – en ook anderen – niet kunnen opleggen. We kunnen ze oefenen. Door ze te oefenen maken wij onze deze deugden eigen. Door de oefening worden ze deel van onze persoonlijkheid. Zo vinden we in ons doen en laten de juiste maat. Zo worden we levende stenen die werkelijk de Kerk opbouwen en zo zorgen we er ook voor dat de Kerk een huis is waar ruimte is voor velen.

Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wij worden opgeroepen Hem na te volgen, om zijn leerling te zijn. Hij houdt ons niet een systeem van regels en geboden voor. Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt geloven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor kunt komen. Jezus zegt ons: Kijk naar Mij, hoe Ik op de Vader vertrouw. Kijk hoe de Vader van Mij houdt en Ik van Hem. Kijk hoe Ik die liefde deel met alle mensen. Doe net als Ik doe: leef met vertrouwen en liefde.

Jezus is onze Verlosser. Hij heeft ons gemaakt tot vrije mensen. Wij zijn geen slaven: niet van het kwaad en ook niet van wat mensen van ons eisen. Christelijke vrijheid geeft ons ook christelijke verantwoordelijkheid. In verbondenheid met Christus kunnen wij onze verantwoordelijkheid inhoud geven. In verbondenheid met Hem groeien wij uit tot levende stenen die de christelijke gemeenschap opbouwen.

Wij worden opgeroepen Jezus na te volgen. Daarnaast is ook zijn moeder Maria een toonbeeld van geloof en van liefde. Zij stelde zich als levende steen geheel in dienst van God. Zij is ook de moeder van de Kerk en ons aller moeder. In haar eren wij alle moeders, allen die hun leven in dienst stellen van hun kinderen. Amen.

Ramadan; Mt 4,1-2

 

In die tijd werd Jezus door de Geest naar de woestijn gevoerd om door de duivel op de proef gesteld te worden. Nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij honger.

 

In deze tijd hoor je regelmatig het woord quarantaine gebruiken. Dit woord betekent veertig dagen van afzondering. Het doet denken het verblijf van Jezus in de woestijn. Hier heeft Hij veertig dagen in afzondering met vasten doorgebracht. Onze Veertigdagentijd is hiermee verbonden: veertig dagen van soberheid om ruimte te maken voor spiritualiteit en solidariteit.

Op dit moment vieren de moslims de Ramadan: een maand van vasten, van bezinning en van gerichtheid op de medemens. De Ramadan is bij uitstek een gemeenschapsgebeuren, maar dit jaar niet. Door de coronamaatregelen dit jaar geen uitgebreide iftar maaltijden maar sociale afzondering.

Een bevriende moslima schreef op Facebook: “Ik ben al een tijdje bezig met de gedachte wat te doen in plaats van de iftar maaltijden thuis. Al jaren hebben wij de traditie om gedurende de hele vastenmaand mensen uit allerlei windstreken thuis te ontvangen of zelf op bezoek te gaan. Nu dat vanwege corona niet kan, was ik op zoek naar iets anders. Ik ben er eindelijk uit. Zojuist schoot mij het idee te binnen om gedurende de maand Ramadan en misschien ook daarna, een cliënt van de Voedselbank te adopteren en deze wekelijks te ondersteunen met een deel van de boodschappen.”

Ruim vijftig jaar geleden verklaarde het Tweede Vaticaans Concilie: “De Kerk beschouwt met hoogachting de moslims… Zij trachten zich met heel hun hart aan Gods verborgen raadsbesluiten te onderwerpen, zoals Abraham (…) zich aan God onderwierp. (…) Daarom staat een hoogstaand zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God, vooral door gebed, aalmoezen en vasten.”

In mijn contact met moslims heb ervaren hoezeer het Concilie het hier bij het rechte eind heeft. Ik ben moslims werkelijk gaan waarderen en respecteren.

In de jaarlijkse Vaticaanse Ramadanboodschap schrijft Kardinaal Ayuso Guixot over de bevordering van de broederschap tussen christenen en moslims. In het bijzonder schrijft hij over de bescherming van gebedshuizen. “Voor zowel christenen als moslims zijn kerken en moskeeën ruimtes die gereserveerd zijn voor gebed, zowel persoonlijk als gemeenschappelijk. Ze zijn gebouwd en ingericht om stilte, bezinning en meditatie te bevorderen. Het zijn ruimtes waar men diep in zichzelf kan gaan en in de stilte God kan ervaren.”

Net als wij missen moslims in deze tijd hun gebedshuizen en hun gemeenschap. Bidden wij dat de Ramadan ondanks dit gemis voor hen vruchten mag dragen en hen dichter bij God mag brengen. Amen.

 

Hier vindt u de Vaticaanse Ramadanboodschap: https://www.rkkerk.nl/boodschap-bij-gelegenheid-van-ramadan-en-id-al-fitr-samen-gebedsplaatsen-beschermen/

Vrijheid; 1 Kor 10,23-24.31b;11,1


Broeders en zusters,

“Alles is geoorloofd.”
Ja, maar niet alles is heilzaam.
“Alles is geoorloofd.”
Ja, maar niet alles is dienstig.
Niemand zoeke zijn eigen voordeel,
maar dat van zijn naaste.
Wat gij ook doet,
doet alles ter ere Gods.
Weest mijn navolgers,
zoals ik het ben van Christus.

 

Vandaag is het Bevrijdingsdag. We vieren onze vrijheid. Maar wat verstaan we onder vrijheid? Wat betekent vrijheid voor ons? Tegenwoordig wordt vrijheid vaak gezien als kunnen doen wat je wilt. Maar is dit werkelijk vrijheid? Is dit de vrijheid waarvoor mensen hun leven hebben gegeven?

We hoorden de vermaning van Paulus richting de Korintiërs. Ook hier is de vraag aan de orde: wat is vrijheid. Voor welke vrijheid heeft Christus zijn leven gegeven. Hij heeft ons bevrijd. Hij is onze Verlosser. Voor Paulus is vrijheid iets heel anders dan doen waar je zin in hebt. Volgens Paulus zijn wij vrij om het goede te doen, om een goed mens te zijn. Dit is de vrijheid die Christus ons geeft: vrijheid die gebaseerd is op liefde. Deze vrijheid stelt ons in staat dat wij met onze daden God eren.

Het idee dat vrijheid inhoudt dat je kunt doen waar je zin hebt, komt voort uit het denken van de Verlichting. Hierin draait alles om de individuele vrijheid en om het bevredigen van persoonlijke begeerten en behoeften. Dit Verlichtingsdenken kwam in de zeventiende eeuw tot ontwikkeling, maar is pas de laatste vijftig jaar massaal omarmd. Tot voor kort stond het streven naar het goede, het ware en het schone centraal. De vraag is dan niet: waar heb ik zin in? De vraag is dan: hoe bereik ik het goede, het ware en het schone. Met dit laatste streven dienen we God en onze medemensen. In dit streven staan niet het individu en zijn persoonlijke behoeften centraal. In dit steven staan God en de gemeenschap centraal.

Elders schrijft Paulus: “Broeders en zusters, gij werd geroepen tot vrijheid. Alleen, misbruik de vrijheid niet als voorwendsel voor de zelfzucht. Integendeel, dient elkander door de liefde.” (Gal 5,13) Wij maken misbruik van onze vrijheid als wij haar enkel gebruiken voor ons eigen genot en onszelf in het centrum van de wereld plaatsen.

Het is uit liefde voor het goede, het ware en het schone, uit liefde voor andere mensen, uit liefde voor de gemeenschap dat mensen hun leven geven voor de vrijheid. Laten wij dan ook in ons denken over vrijheid die liefde centraal stellen. Alleen zo zijn wij ware leerlingen van Jezus Christus. Hij gaf ons het gebod van de liefde. Hij maakte de liefde waar. “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden.” (Joh 15,13) Amen.

Lente; Mt 6,26-28

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Let eens op de vogels in de lucht: ze zaaien niet en maaien niet en verzamelen niet in schuren, maar uw hemelse Vader voedt ze. Zijt gij dan niet veel meer dan zij? Trouwens, wie van u is in staat met al zijn tobben aan zijn levensweg een el toe te voegen? En wat maakt gij u zorgen over kleding? Kijkt naar de leliën in het veld: hoe ze groeien. Ze arbeiden noch spinnen.”

Het is lente. Dat zien we overal om ons heen: het frisse, jonge groen en de voorjaarsbloemen. Ik rijd regelmatig over de A4 van huis naar de parochies. Momenteel zie je dan in de Vlietlanden een overvloed aan gele bloemen. De velden staan er vol met bloeiend koolzaad. Vorige week ben ik over Stompwijk gereden om de Vlietlanden te bezoeken en om er foto’s te maken van deze gele overvloed. Daar rondlopend moest ik denken aan deze uitspraak van Jezus, met name aan de leliën op het veld.

Jezus kende de natuur. Hij was er van kindsbeen af mee vertrouwd. Hij groeide weliswaar op in de stad Nazareth, maar wat was een stad in die tijd? Hij was geen stadsmens zoals we tegenwoordig in onze steden aantreffen. We weten dat Hij vanaf zijn twaalfde jaar ieder jaar met Pasen van Nazareth naar Jeruzalem liep. Op die manier zag hij elk jaar weer de lente in vele vormen opbloeien. In de Evangelieverhalen zien we dat Jezus leeft in nauwe verbondenheid met de schepping. Hij ziet hoe heel de schepping Gods lof zingt, en ook hoe alles in de schepping met elkaar samenhangt, waardoor ieder schepsel tot volle bloei kan komen. Het is Gods voorzienigheid die hierin heeft voorzien.

In die samenhang van heel de schepping heeft ook de mens zijn plaats. Ook voor de mens biedt de schepping alles wat hij nodig heeft. Daarnaast is de mens ook belast met zorg voor de schepping. God heeft ons mede verantwoordelijk gemaakt voor het werk van zijn handen.

Velen stellen in deze tijd vragen bij onze manier van leven. Beseffen we wel voldoende onze afhankelijkheid van de schepping en beseffen we wel voldoende onze verantwoordelijkheid voor de schepping.

In mei is het vijf jaar geleden dat paus Franciscus de encycliek Laudato si’ schreef. Ik kom daar volgende maand op terug. In deze encycliek roept hij ons op te zorgen voor de schepping, voor ons gemeenschappelijk huis, voor het geschenk van de goede en liefhebbende Schepper aan ons. Amen.

 

Klik op de foto voor uitvergroting.

H. Petrus Canisius; 2 Tim 4,1-2

Dierbare, Ik bezweer u voor het aanschijn van God en van Christus Jezus die levenden en doden zal oordelen, bij zijn verschijning en bij zijn koningschap: verkondig het woord, dring aan te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in één woord, geef uw onderricht met groot geduld.

 

Vandaag is de feestdag van de heilige Petrus Canisius. De aansporing van Paulus aan Timoteüs, die we zonet hebben gelezen, heeft Petrus Canisius zeer duidelijk op zichzelf betrokken. Hij werd in 1521 als Peter Kanis in Nijmegen geboren. Zijn vader was burgemeester van de stad. Hij studeerde filosofie en theologie in Keulen. In 1543 trad hij – als eerste Nederlander – in bij de toen pas opgerichte orde van de jezuïeten. In 1549 deed hij zijn plechtige kloostergeloften. Na zijn promotie tot doctor in de godgeleerdheid predikte en doceerde hij op vele plaatsen in Duitsland. Vanwege zijn ijver in de verkondiging van het geloof wordt hij de tweede apostel van Duitsland genoemd – Sint Bonifatius is de eerste.

Petrus Canisius speelde een voorname rol in de Contrareformatie, de katholieke reactie op de Reformatie. Zo nam hij deel aan het Concilie van Trente. Zijn grootste bekendheid verwierf hij als schrijver van een drievoudige catechismus. De versie voor het volk – de kleinste – werd het meest succesvol. Deze kende meer dan duizend herdrukken in 26 verschillende talen en is een van de meest herdrukte boeken in de Nederlandse geschiedenis. Zijn doel was het bestrijden van de Reformatie en van de onwetendheid op geloofsgebied onder de katholieken. Hij overleed in 1597 en werd in 1925 heilig verklaard.

Petrus Canisius heeft geleefd zoals Paulus ons voorhoudt: “verkondig het woord, dring aan te pas en te onpas, weerleg, berisp, bemoedig, in één woord, geef uw onderricht met groot geduld.” Ook in onze tijd en met name in deze tijd van crisis is het van belang het Woord van God te verkondigen. Zijn Woord wijst ons de weg in onze onzekerheid. Zijn Woord brengt ons ook troost en geeft ons vertrouwen.

Vandaag denken we daarbij aan de ijver van de heilige Petrus Canisius en vragen hem om zijn voorspraak bij onze inspanningen voor het Evangelie. Amen.