Spring naar inhoud

Afscheidssymposium over Dialoog

Op 9 november was er ter gelegenheid van mijn afscheid van de parochie HH. Maria en Jozef in de Sint Martinuskerk in Voorburg een symposium over dialoog.

De verschillende sprekers waren:
» Evelyne Verheggen over Kunst in de dialoog tussen protestanten en katholieken: het hart als huis van de ziel
» Giel Schormans over Dialoog: oecumene en gedeelde spiritualiteit
» Alper Alasag over Islam en dialoog
» Machiel Kleemans over Geloof en wetenschap
» Monique de Witte – van den Haak over Dialoog en Synode
» Hans Schnitzler over Dialoog in de kroeg

De teksten van de toespraken vindt u hier.
De tekst van het door mij gelezen gedicht van Piter Jelles Troelstra met een vertaling vindt u hier.

Interreligieuze Stadswandeling in Leiden

Afgelopen jaar is er een interreligieuze wandeling in Leiden ontwikkeld. Dit gebeurde in samenwerking met Büşra Saray & Esat Isik.

De folder van de wandeling kunt u hier downloaden.

Vrede en dialoog

Vrede aan u allen!

Wij katholieken vieren volgende week met Kerstmis de geboorte van Jezus van Nazareth. Dat is voor ons een belangrijk feest. Voor moslims is Jezus ofwel Isa een groot profeet. Voor ons christenen is Hij God de Zoon die mens is geworden. Ons geloof in de goddelijke drie-eenheid: Vader, Zoon en heilige Geest betekent ook voor ons dat er slechts één God is.

Moslims, joden en christenen delen het geloof in één God: de Barmhartige, de Liefdevolle. In het geloof zijn wij allen kinderen van Abraham. Wij delen het geloof in God die vol liefde voor ons mensen is. Uit liefde heeft God alles geschapen en Hij blijft heel zijn schepping met zijn liefde omringen. De menswording van God de Zoon is voor ons het ultieme teken van Gods liefde voor de schepping en voor ons mensen. De Schepper verenigt zich uit liefde op zeer innige wijze met zijn schepping.

In de Kerstnacht klinken in onze kerken de woorden: “Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.” “Een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken… Men noemt Hem: wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredesvorst.” Kerstmis wordt wereldwijd gezien als feest van vrede. Dat is ook wat ons hier vanavond samenbrengt. Wij willen ons inzetten voor de vrede. Daarvoor zoeken we elkaar op, ontmoeten wij elkaar en gaan we met elkaar in gesprek.

Het is een relatief nieuw inzicht in de geschiedenis van de mensheid. Vrede bereik je niet met wapens en geweld, niet met het voeren van oorlog. Vrede bereik je door elkaar te leren kennen en elkaar te begrijpen. Ook voor ons gelovigen – moslims en christenen – is dit nieuw. Dit jaar vierden wij katholieken dat zestig jaar geleden de verklaring Nostra eatate tot stand kwam. In deze verklaring spreekt de katholieke Kerk met waardering over andere godsdiensten. Zo maakt zij het gesprek met andere godsdiensten mogelijk.

Over moslims staat er geschreven: “De Kerk beschouwt ook met hoogachting de moslims, die de éne, levende en uit zichzelf bestaande, barmhartige en almachtige God aanbidden, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij trachten zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen, zoals Abraham, op wie het islamitisch geloof zich zo graag beroept, zich aan God onderwierp. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren zij Hem toch als profeet, en zij eren zijn maagdelijke Moeder Maria, die zij soms zelfs met godsvrucht aanroepen. Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, waarop God de mensen zal doen verrijzen en hun zal vergelden naar werken. Daarom staat een hoogstaand zedelijk leven bij hen zeer in achting en vereren zij God, vooral door gebed, aalmoezen en vasten.”

De afgelopen decennia is – als vervolg hierop – wereldwijd en op alle niveaus, van hoog tot laag, de dialoog met vertegenwoordigers van andere godsdiensten gestart. Door naar elkaar te luisteren en de eigen gedachten toe te lichten leren wij elkaar kennen en begrijpen. Zo dragen we op eigen wijze en in de eigen omgeving bij aan de vrede. Ik ervaar dat ook als een persoonlijke verrijking. Door de dialoog wordt ook mijn eigen geloof verdiept.

Een voorbeeld hiervan is mijn contact met Büşra & Esat hier in Leiden. Een jaar geleden maakten wij een wandeling door de stad. Hierbij trokken we langs een aantal kerken en moskeeën, langs de synagoge en langs andere uitingen van religieus leven in deze stad. Het leidde tot mooie gesprekken met elkaar. Van deze interreligieuze wandeling is nu een folder gemaakt. Deze kunt u straks meenemen. Dan kunt u samen met anderen deze wandeling maken.

Ik wens u allen een vreugdevol en vredevol Kerstfeest toe.

Toespraak tijdens kerstdiner van Stichting Atlas in Leiden op 20-12-2025.

Christus Koning; Kol 1,12-20; Lc 23,35-43

Vandaag wordt voor de honderdste keer het feest van Christus Koning gevierd. Het feest werd in december 1925 ingesteld door paus Pius XI. In zijn encycliek ‘Quas primas’ schrijft hij: “Wij achten geen middel doeltreffender om het herstel en de bevestiging van de vrede te bereiken, dan de heerschappij van onze Heer Jezus Christus weer in ere te herstellen.” Over een maand vieren we Kerstmis. Dan lezen we bij Jesaja: “Een Kind is ons geboren en een Zoon werd ons geschonken; Hem wordt de macht op de schouders gelegd; en men noemt Hem: Wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, Eeuwige Vader, Vredevorst.” (Jes 9,5)

Pater Titus Brandsma schrijft in 1928: “Christus moet onze Koning zijn. Vooral op deze feestdag is het weer een heerlijk ideaal. Maar hij kan dat niet zijn, als wij ons niet onder zijn uitvoering stellen in onze strijd voor de vrede. Hij heeft het grote geheim van den vrede. Hij wil de vrede aan de wereld geven en vraagt om onze bijdrage. Door ons wil Hij de wereld zijn vrede deelachtig maken.” Werken aan vrede vraagt van ons dat we ons dienstbaar opstellen, dat we ons niet primair richten op het eigen belang, dat we onze medemensen niet zien als concurrenten, maar als onze broeders en zusters, als kinderen van één Vader.

Het feest van Christus Koning is geen triomfalistisch feest. Het eerder het tegendeel daarvan, een pleidooi voor dienstbaarheid en bescheidenheid en aan aanklacht tegen borstklopperij. Pius XI schrijft: “Als de vorsten en wettig gekozen overheden eenmaal de overtuiging hebben, dat zij niet zozeer krachtens eigen recht, maar in opdracht en in plaats van de goddelijke Koning besturen, dan zullen zij een heilig en verstandig gebruik maken van hun gezag.”

Jezus Christus, onze goddelijke Koning zegt van zichzelf: “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” (Mc 10,45) In Evangelie van vandaag laat Jezus ons zien, dat het niet gaat om machtsvertoon, maar om liefde voor de ander. Hij toont niet zijn macht door zichzelf te redden. Nee, Hij toont zich machtig in liefde door de berouwvolle misdadiger te redden. Zijn koninkrijk is het paradijs, het Rijk van de Liefde.

In het Bijbelse denken is een goede koning een koning die vrede en welvaart, het geluk voor heel zijn volk brengt. Het is een koning die als een herder en als een vader voor zijn volk zorgt. Het is een koning die dient. Hij is er niet voor zichzelf; hij is er voor de ander. Een goede koning, een goede leider is geen sterke man zoals het populisme voorstelt. Een sterke man denkt vrede te brengen door oorlog te voeren, door zijn wil – een gedwongen vrede – op te leggen aan het volk.

Vrede is meer dan het zwijgen van de wapens. Pater Titus Brandsma schrijft: “Woont Jezus’ liefde in ons, zijn vergevingsgezindheid, van volk tot volk, van gewest tot gewest, van stad tot stad, en vooral van mensen tot mensen in het gewone dagelijkse leven, dan is de vrede verzekerd.” Vrede begint bij innerlijke vrede. Vrede begint dicht bij huis. Vrede vraagt vrijheid, barmhartigheid en gerechtigheid, zodat mensen naar eigen inzichten een goed en gelukkig leven kunnen leiden.

Paulus schrijft dat in Christus onze bevrijding verzekerd is en onze zonden zijn vergeven. Het is Christus die ons redding en bevrijding brengt. Zijn koningschap is van kosmische aard. Hij is koning van alle ruimte en alle tijd. Hij is Koning van heel de schepping. Alles wordt door Hem gered.

Jezus Christus erkennen als onze Koning houdt ook in dat wij Hem willen navolgen. Petrus schrijft in zijn eerste brief: “Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie.” (1 Pe 2,9) Als volk van God hebben wij het gemeenschappelijk priesterschap: wij delen in het hogepriesterschap en in het koningschap van Christus. Wij worden uitgenodigd te handelen als koningen door ons in dienst te stellen van anderen en niet in de eerste plaats ons eigen belang te zoeken. Jezus kwam om te dienen, niet om gediend te worden. Laten wij Hem daarin navolgen. Amen.

Liefde

Op 9 november was er in de Sint Martinuskerk in Voorburg een symposium ter gelegenheid van mijn afscheid als diaken.

Aan het einde van het symposium las ik onderstaand gedicht van de Friese dichter Piter Jelles Troelstra voor.

.

.

LEAFDE
Piter Jelles Troelstra (1860-1930)

It alderheechste en bêste,
Dat men op ierde fynt,
Dat is dy golle leafde,
Dy trouwe herten bynt.

Mei blanke fingers knottet
Hja hert oan herte fêst,
En jout har yn har earmen
De heechste wille en rêst.

Wa s’ ienkear mei har eagen
Fol wille en frede wonk,
Dy fynt yn leed en lijen
By har altiid in honk.

Dy krûpt, by al it wrotten
En wramen fan ‘e wrâld,
As wyld de stoarmen bylje,
Mar kûs by har yn ’t skad.

O, wa dy himelingel
Syn siel en sinnen jout,
By har syn wille siket,
Foar har syn timpel bout.

Dy is allyk de swalker,
Dy’t lang om rêste socht,
Mar foar de frou Marije
Se fûn by ’t ivich ljocht.

Hy knibbelt foar it alter
Yn djip ferjitten dol,
Wyls dat ‘de Mem’ him seinjend
Oanglimket himelgol.

En as dy lott’re siele
Dêr sa har boeiens brêkt,
Gods ljocht troch ’t hege finster
It ‘amen, amen!’ sprêkt.
                                Geschreven in 1890
LIEFDE
Vertaling: Pier Tolsma

Het allerhoogste en beste,
Dat men op aarde vindt,
Dat is die gulle liefde,
Die trouwe harten bindt.

Met blanke vingers knoopt
Zij hart aan harte vast,
En geeft haar in haar armen
De hoogste vreugde en rust.

Wie ze eenmaal met haar ogen
Vol vreugde en vrede wenkte,
Die vindt in leed en lijden
Bij haar altijd een honk.

Die kruipt, bij al het wroeten
En zwoegen van de wereld,
Als wild de stormen razen,
Maar knus bij haar in de schaduw.

O, wie de hemelengel
Zijn ziel en zinnen geeft,
Bij haar zijn vreugde zoekt,
Voor haar een tempel bouwt.

Die is gelijk de zwerver,
Die lang naar rusten zocht,
Maar voor de vrouw Maria
Ze vond bij het eeuwig licht.

Hij knielt voor het altaar
In diep vergeten dol,
Terwijl ‘de Moeder’ hem zegenend
Toelacht hemelgul.

En als de gelouterde ziel
Daar zo haar boeien breekt,
Gods licht door het hoge venster
Het ‘amen, amen!’ spreekt.  
 

Sint Maarten

Het verhaal is ons bekend. De jonge Martinus ontmoet als Romeins soldaat op een winterse dag een vrijwel naakte bedelaar bij de poort van Amiëns. Bij gebrek aan geld geeft hij de helft van zijn legermantel aan de bedelaar. ’s Nachts droomt hij dat hij Jezus ziet, gekleed in zijn halve mantel. De doopleerling Martinus begrijpt nu wat de woorden van Jezus betekenen: “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.” (Mt 25,40)

Een maand geleden verscheen de eerste exhortatie van paus Leo XIV. Deze brief aan alle christenen met de titel ‘Dilexi te’ (“Ik heb je liefgehad”) gaat over de liefde voor de armen. De paus schrijft: “We mogen onze waakzaamheid ten aanzien van armoede niet laten verslappen. We maken ons met name zorgen over de ernstige omstandigheden waarin veel mensen verkeren als gevolg van een gebrek aan voedsel en water. Elke dag sterven duizenden mensen aan de gevolgen van ondervoeding. Ook in rijke landen zijn de cijfers over het aantal armen zorgwekkend. (…) Ook christenen laten zich vaak meeslepen door houdingen voortkomend uit wereldse ideologieën of politieke en economische benaderingen die leiden tot onrechtvaardige generalisaties en misleidende conclusies. (…) We mogen de armen niet vergeten, we moeten delen in de levende stroom van de Kerk die voortkomt uit het evangelie en altijd en overal vruchtbaar is.”

Paus Leo pleit voor een Kerk van en voor de armen. Hij roept ons op de armen lief te hebben. Armoede is niet alleen een financieel probleem. Het gaat ook om zorg voor zieken, gevangenen en migranten. “Voor christenen zijn de armen niet zomaar een sociaal probleem: zij zijn deel van onze familie. Het zijn onze armen. Onze relatie met hen kan niet worden gereduceerd tot zomaar een activiteit of taak van de Kerk.” Paulus wijst ons erop dat wijzelf de Kerk zijn: “Gij zijt Gods bouwwerk. (…) De tempel van God is heilig en die tempel zijt gij.” (1 Kor 3,9b-17) De voorkeursoptie voor de armen, de liefde van de Kerk voor hen, spoort ons aan tot verbondenheid met hen.

Armen zijn geen onderwerpen van liefdadigheid of probleemgevallen. Het zijn mensen die hun eigen leven vormgeven. Christelijke armenzorg is geen instrumentele bezigheid. Het is geen bureaucratische voorziening. Het gaat om het aangaan van relaties met mensen. Het gaat om daden van liefde. Dit is de essentie van de werken van barmhartigheid. Dit is ook wat Sint Maarten heeft ervaren. In de arme ontmoeten wij Jezus zelf. “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders, hebt gij voor Mij gedaan.” De paus wijst erop “dat men God niet kan liefhebben zonder die liefde uit te breiden tot de armen”. Het beste antwoord op Gods liefde voor ons is de liefde voor de naaste. In de liefde voor de naaste wordt onze liefde voor God zichtbaar. De apostel Johannes schrijft: “God is liefde: wie in de liefde woont, woont in God en God is met hem.” (1 Joh 4,16).

Daden van liefde, de werken van barmhartigheid zijn relationeel. Er zijn twee partijen in het geding: de gever en de ontvanger. Beide partijen zijn op elkaar betrokken. Beiden zijn mensen met een gezicht. De liefde voor de arme valt samen met de liefde voor de Heer. Jezus zegt: “Armen hebt gij altijd in uw midden.” (Mt 26,11) En Hij belooft zijn leerlingen: “Ik ben met u alle dagen.” (Mt 28,20) Het contact met mensen zonder aanzien, schrijft de paus, is een fundamentele manier om de Heer te ontmoeten. Jezus heeft ons nog steeds iets te zeggen via de armen.

We moeten de keuze voor de armen voortdurend in gedachten houden. Deze liefdevolle aandacht is het begin van oprechte zorg voor hen en de basis voor ons streven naar hun welzijn. “Liefdadigheid is geen mogelijke keuze, maar een voorwaarde voor ware eredienst.” Bij het Laatste Avondmaal gaf Jezus ons het voorbeeld. Voetwassing en Eucharistie zijn wezenlijk met elkaar verbonden.

De heilige pater Titus Brandsma schreef: “Wij zijn niet geroepen om grootse en opvallende dingen te doen, maar om de gewone dingen op grootse wijze te doen.” Dit is ook het voorbeeld van Sint Maarten. Hij was groot in het kleine. Met een klein gebaar van barmhartigheid heeft Sint Maarten zijn liefde voor Jezus getoond. Het is aan ons om ieder voor zich en samen met elkaar naar eigen draagkracht daden van liefde te verrichten en zo samen een netwerk van liefde te vormen in deze tijd in onze maatschappij. Amen.

Thuiskomen in de wildernis

Auteur: Jason M. Brown

Titel: Thuiskomen in de wildernis: Wat ecospiritualiteit ons kan leren
Uitgever: Otheo, 2025
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 8528 800 8
Aantal pagina’s: 255

Ecologisch theoloog Jason M. Brown beschrijft de gesprekken die hij met monniken van vier verschillende afgelegen kloosters tijdens het werk en al wandelend voert. Dat geeft het boek een aangename traagheid. Op beeldende en reflecterende wijze beschrijft hij de plaats, de natuur en de stilte waarmee de monniken zich op spirituele wijze innig verbonden voelen. Een monnik vertelt: “Ik breng mijn leven in de liturgie; mijn ervaringen die ik had in het bos, of toen ik in de tuin de grond bewerkte en dingen zag groeien. Mijn tijd op mijn eentje in het bos heeft me geholpen om te zien wat er in de liturgie plaatsvindt.”

In het laatste hoofdstuk geeft hij aan hoe we onze levensstijl kunnen veranderen door betekenis te geven aan plaats waar we verblijven. “Monniken fluisteren de wereld onophoudend en zonder veel tamtam toe: doe een rustig, stop even, let op, luister, bid, wees dankbaar, maak een wandeling in het bos.” Zij nodigen ons uit tot verandering. Tenslotte geeft Brown in dit inspirerende boek nog een aantal praktische tips.

Jezelf zijn of jezelf worden

Tegenwoordig wordt nogal eens opgeroepen tot vooral jezelf te zijn en iedereen moet de ruimte krijgen zichzelf te kunnen zijn. Mij lijkt het niet prettig: al die mensen die zichzelf zijn. En het lijkt mij voor mijn omgeving ook niet aangenaam als ik voortdurend bezig ben mezelf te zijn. Als mens kom je pas tot je recht in relatie met andere mensen. De mens is een relationeel wezen. Om dat vorm te kunnen geven heb je omgangsvormen nodig. Hoe ga op een goede manier met anderen om? Om daar in te voorzien is gedurende duizenden jaren de beschaving ontstaan, een beschaving die zich steeds blijft ontwikkelen.

Het christendom heeft een flinke bijdrage geleverd aan de beschaving in onze streken en op vele andere plaatsen in de wereld. Binnen het christendom is de menselijke persoon altijd in ontwikkeling. We zijn iemand en wij worden iemand. Kerkvader Augustinus drukt dit bij het uitreiken van de heilige Communie als volgt uit:“Ontvang wat je bent – Lichaam van Christus – en word wat je ontvangt: Lichaam van Christus”. Mensen zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. We worden geboren als kinderen van God. Bij onze Doop zegt God ons – zoals eens bij de Doop van Jezus in de Jordaan – jij bent mijn geliefd kind. Dat is onze uitgangspositie. Dat is het grote geschenk van God aan ons.

Vanuit deze uitgangspositie mogen we verder groeien. Wij groeien in gelijkvormigheid met Jezus Christus. Zo word je jezelf. Zo ben je in ontwikkeling tot de mens zoals je bedoeld bent. Zo groei je in liefde en word je een gelukkig mens. Wie enkel zichzelf is en roept ‘zo ben ik nu eenmaal’ kent geen enkele progressie. Ons vermogen onszelf te ontwikkelen is een geschenk. Het is een geschenk dat ook – overeenkomstig de parabel van de talenten (Matteüs 25,14-30) – een opdracht inhoudt. Bij onze Doop worden we met het heilig Chrisma tot priester, koning en profeet gezalfd. Deze zalving is een opdracht ons leven te heiligen door te leven vanuit ons hart.

In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid, zo heiligen we ons leven en ontwikkelen wij ons tot gelijkvormigheid met Jezus.

Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/10/29/weekbrief-29-oktober/

Gods gerechtigheid; (Sir 35,12-14.16-18); Lc 18,9-14

Het boek Ecclesiasticus ofwel de Wijsheid van Jezus Sirach is bijna tweehonderd jaar voor Christus geschreven en behoort tot de zogenaamde wijsheidsliteratuur. In de lezing van vandaag wordt God met een rechter vergeleken. De eerste vraag bij het lezen van deze tekst is, roept dit bij ons hetzelfde beeld op als in de tijd van Jezus Sirach? Als wij denken aan een rechter dan hebben het beeld voor ogen van iemand die het gedrag van mensen toetst aan de wet: is er sprake van een wetsovertreding, is er sprake van een strafbaar feit?

Bij Jezus Sirach gaat het niet primair om het naleven van de wet maar om het doen van gerechtigheid. Hij beschrijft de gerechtigheid van God. Zoals ook hier duidelijk wordt, valt Gods gerechtigheid samen met zijn barmhartigheid. Gods gerechtigheid is op de eerste plaats barmhartigheid. Recht doen aan de armen en de zwakken vraagt om barmhartigheid. Barmhartigheid is het recht van de zwakke. Gods gerechtigheid volgen is opkomen voor de zwakke.

Ons huidige denken is vooral juridisch van aard. Als iets niet verboden is, mag het en is het niet slecht. Gods gerechtigheid is wezenlijk anders. Hier gaat het om barmhartigheid. Het vraagt dat wij het goede doen, los van wat de wet voorschrijft. Gerechtigheid betekent vooral recht doen aan de armen en de zwakken.

In de onlangs verschenen exhortatie van paus Leo XIV ‘Dilexi te’ (Ik heb je liefgehad) schrijft de paus: “God toont zich bezorgd om de noden van de armen. (…) Daarom worden wij, wanneer wij naar de roep van de armen luisteren, geroepen om ons te identificeren met het hart van God, die zorgzaam is voor de noden van zijn kinderen, en in het bijzonder voor de meest behoeftigen.”

Wij worden opgeroepen ons hart te laten spreken. In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid.

Ook in het Evangelie gaat het over het laten spreken van het hart. De Farizeeër is God dankbaar dat hij geen slecht mens is en daar is natuurlijk niets op tegen, maar hij acht zichzelf ook een beter mens dan anderen. Dat maakt hem blind voor zijn eigen falen en tekortschieten, ook al houdt hij zich keurig aan de voorschriften. De tollenaar blijft op afstand. Hij durft zijn ogen niet op te heffen naar de hemel. Hij weet dat hij niet volmaakt is, dat hij gezondigd heeft. Hij vraagt God om genade. Hij erkent dat hij afhankelijk is van Gods barmhartigheid. Hij spreekt vanuit zijn hart.

Paus Leo XIV schrijft in ‘Dilexi te’ over Gods liefde voor de armen. Hij roept ons op tot solidariteit. Hij schrijft: “We mogen onze waakzaamheid ten aanzien van armoede niet laten verslappen. We maken ons vooral zorgen over de ernstige omstandigheden waarin veel mensen verkeren door een gebrek aan voedsel en water. Elke dag sterven duizenden mensen aan de gevolgen van ondervoeding. Ook in rijke landen zijn de cijfers over het aantal armen zorgwekkend.”

De liefde voor de naaste is het tastbare bewijs van onze liefde voor God. Met de woorden van Jezus: “Voorwaar, ik zeg u: alles wat gij voor een van deze minste broeders van mij hebt gedaan, hebt gij voor mij gedaan.” (Mt 25,40) De paus schrijft: “Ik hoop dat het aantal politici toeneemt dat in staat is een authentieke dialoog aan te gaan die effectief gericht is op het genezen van de diepe wortels (…) van het kwaad in de wereld… We moeten ons steeds meer inzetten om de structurele oorzaken van armoede op te lossen. Dit is een dringende noodzaak die niet kan wachten…”

Het gaat niet alleen om materiële armoede. Het gaat ook over zieken, over migranten en vluchtelingen. Het gaat over alle vormen van uitsluiting. Deze week zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Wij zijn geroepen om ons hart te laten spreken. Stemmen met ons hart is kiezen voor het algemeen welzijn, kiezen voor het welzijn van alle mensen, niemand uitgezonderd. Onze onderbuik moeten we laten zwijgen. En dat geldt ook voor de stem van onze portemonnee. Ik wens u veel wijsheid en liefde toe. De geest des Heren zal met u zijn. Amen.

Laat je hart spreken; Hab 1,2-3;2,2-4; 2 Tim 1,6-8.13-14; Lc 17,5-10

De profeet Habakuk schrijft: “Waarom laat Gij mij onrecht lijden en ziet Gij die ellende maar aan? Waarom moet ik leven te midden van geweld en verdrukking en waarom rijst er twist en moet men lijden onder tweedracht?” Deze tekst van Habakuk kunnen we zo toepassen op onze eigen situatie in deze tijd. Ook als we niet direct zelf onrecht lijden, vragen wij ons af wanneer er een einde komt aan het geweld waarmee we elke dag in de media worden geconfronteerd. Wanneer komt er een einde aan de tweedracht in de vorm van steeds toenemende polarisatie, wereldwijd en ook in ons eigen land. We voelen ons vaak totaal machteloos. Habakuk vraagt zich af: “Hoelang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert? Hoelang moet ik de hemel nog geweld aandoen, terwijl Gij maar geen uitkomst brengt?” In een visioen wordt het Habakuk duidelijk dat hij de hoop niet mag verliezen, dat hij moet blijven geloven: “Want dit visioen, al wacht het de vastgestelde tijd nog af, hunkert niettemin naar zijn vervulling… Het komt niet te laat.” Ook al is ons geloof klein als een mosterdzaadje, we mogen blijven hopen. Habakuk smeekte God om iets te doen. Zijn voorbeeld moeten we zeker volgen.

Paulus herinnert Timoteüs eraan hoe hij Gods genade heeft ontvangen. Paulus zelf heeft hem de handen opgelegd. Ook ons is een aantal keren de handen opgelegd: bij ons Doopsel en bij ons Vormsel en bij een enkeling bij de Wijding. Ook wij hebben Gods genade ontvangen: een geest van kracht, liefde en bezonnenheid. Ook in ons brandt het vuur van Gods genade.

Tijdens de vredesweek hadden we een spreker van PAX op bezoek. Zij vertelde over de manier waarop deze vredesorganisatie bezig is maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen. Ze maakte ons duidelijk dat massale demonstraties – zoals vanmiddag in Amsterdam – wel degelijk invloed hebben. Ook vertelde ze dat we niet teveel energie moeten stoppen in het bestrijden verkeerde denkbeelden. Het is veel effectiever er een goed verhaal tegenover te zetten. Draag een aantrekkelijke boodschap uit. Houd een goed verhaal.

Dit is wat ook Habakuk met zijn visioen doet en Paulus ons voorhoudt. Ieder van ons mag getuigen van onze Heer en bijdragen aan de verkondiging van het Evangelie. Paulus zegt ons dat we ons niet moeten schamen voor ons geloof. Wij moeten ons niet schamen voor onze zwakte. Wij mogen ons gedragen en gesteund weten door de liefde van Christus en de hulp van de heilige Geest die in ons woont. Eind deze maand zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Dat is een gelegenheid bij uitstek om te getuigen van het goede. Meer dan Habakuk zijn wij werkelijk in staat de besluitvorming in ons land in de goede richting te sturen.

Daarvoor moeten ons laten leiden door ons hart. In zijn laatste encycliek ‘Dilexit nos’ (Hij heeft ons liefgehad) mediteert paus Franciscus op de liefde. Hij doet dit aan de hand van de devotie van het heilig Hart van Jezus. Alles, ziel en lichaam, is verenigd in het hart. Het hart is de zetel van de liefde. Alles speelt zich af in het hart, daar zijn wij onszelf. Het verstand en de wil moeten zich ten dienste stellen van het hart. Het hart herkend het hogere goed. De wil moet zich daar op richten. Ook de verbeeldingskracht en gevoelens laten zich leiden door het hart. Door ons hart te laten spreken, handelen we uit liefde en laten wij ons leiden door de waarheid die wij in Jezus vinden. Zo komen we tot ware wijsheid. Stemmen met ons hart is kiezen voor het algemeen welzijn, kiezen voor het welzijn van alle mensen, niemand uitgezonderd. Wij zijn geroepen om ons hart te laten spreken. Net als Timoteüs moeten we ons daar niet voor te schamen. Onze onderbuik moeten we laten zwijgen. En dat geldt ook voor onze portemonnee.

Eigenlijk maakt dit het stemmen gemakkelijk. Alle harteloze partijen kunnen we zonder meer doorstrepen. We stemmen niet op een partij die wie dan ook in de kou laat staan of erger nog het liefst ziet verdwijnen. We stemmen ook niet op een partij die alleen maar het belang van een bepaalde groep nastreeft, ook al gaat dat ten koste van anderen of ten koste van de schepping. Kortom luister naar uw hart en niet naar uw onderbuik of portemonnee. Ik wens u de komende tijd veel wijsheid en liefde toe. De geest des Heren zal met u zijn. Amen.