Kerk in de wereld van deze tijd 2: Menselijke waardigheid
In de tweede catechese over de pastorale constitutie ‘Gaudium et Spes’ (Vreugde en Hoop) op 9 september sprak paus Leo XIV over de menselijke waardigheid. De waardigheid van de mens is geworteld in zijn identiteit. De mens is naar Gods beeld geschapen en is in staat God te kennen en lief te hebben. In de encycliek ‘Magnifica humanitas’ (Magnifieke menselijkheid) schrijft de paus: “Geschapen voor relaties, is elke mens door God bedoeld en gewild om in gemeenschap te treden met Hem, met anderen en met de schepping. Menselijke waardigheid hangt niet af van iemands bekwaamheden, bezit of status, en ook niet van de juiste en de verkeerde keuzes die iemand gemaakt heeft. Het is een geschenk, een blijk van Gods oneindige liefde.” (MH 50)
Het gaat niet alleen om de waardigheid van iedere mens. Het gaat ook om de waardigheid van heel de mens. Het gaat om ziel én lichaam, om alle denken en doen vanaf het eerste begin tot het laatste moment van het leven. Wij zijn begiftigd met de gaven van verstand om de waarheid te zoeken, van geweten om onze roeping te kennen en van vrijheid om het goede te kiezen. Alleen door Christus begrijpen wij dat persoon zijn relatie inhoudt en dat wij geroepen worden tot zelfgave aan God en aan de anderen. In onze omgang met anderen mag de ander nooit een middel zijn. Iedere mens is altijd een doel. Dus we kunnen mensen niet zien als proefkonijn, als kanonnenvlees, als lustobject, als kostenpost, als productiefactor of als consument. Altijd moeten wij voor ogen hebben dat de ander een mens is.
Citerend uit ‘Gaudium en spes’ (GS 13) stelt de paus: “De menselijke waardigheid is toevertrouwd aan de verantwoordelijkheid van iedere mens. Tegelijkertijd vraagt het ook om solidariteit en onderlinge zorg om ons te verdedigen tegen de vele valse voorstellingen en manipulaties die steeds ons beeld van de waardigheid vertroebelen en de realisatie van ieders waardigheid in de weg staan. De mens is in zichzelf verdeeld. Daardoor vertoont heel het menselijk leven, zowel individueel als collectief, het beeld van een strijd, een dramatische strijd tussen goed en kwaad, tussen licht en duisternis. Deze kwetsbare en beperkte menselijke conditie kunnen we echter met hoop bekijken. De Heer zelf is gekomen om de mens te bevrijden en hem te versterken door hem innerlijk te vernieuwen en door de vorst van deze wereld, die hem in de slavernij van de zonde gevangen hield, buiten te werpen.”
Zie voor de gehele tekst in diverse talen, maar niet in het Nederlands: www.vatican.va.
Artikel in de Weekbrug van de Hartebrugkerk 11-10-2026