Skip to content

Christendom en Islam in de Moderne Samenleving

9 januari 2013

Deze notitie gaat over de visie die christenen en moslims op elkaar hebben. Als inleiding daarop wordt ingegaan op een aantal factoren die hierop van invloed zijn. Voordat er een aantal conclusies wordt getrokken, wordt nog stilgestaan bij de houding van de katholieke Kerk ten opzichte van andere religies.

1. Factoren van invloed op de beeldvorming
Christendom en islam zijn beide missionaire religies en claimen de universele waarheid. Het gemeenschappelijke van het monotheïsme van Abraham leidt eerder tot onenigheid dan tot gelijkgezindheid. De ontstaansgeschiedenis van de beide religies speelt hierbij een rol. De islam ziet de Koran als de voltooiing en vervanging van eerdere openbaringen aan joden en christenen, terwijl het christendom Jezus Christus ziet als voltooiing van de openbaring. Voor christenen heeft Mohammed geen enkele status, terwijl moslims Jezus als profeet zien. Christenen en moslims zien elkanders religie vaak als verminkte versies van de eigen religie die daaraan niets toe te voegen hebben. Moslims zien de Bijbel als een openbaring waarmee geknoeid is en die verkeerd geïnterpreteerd is.

De begrippen occidentalisme en oriëntalisme staan tegenover elkaar als uitingen van diepgaand wantrouwen van het oosten en het westen ten opzichte van elkaar. Hierbij horen een islamitisch beeld van het westerse christendom als moreel bankroet, roofzuchtig en gewetenloos, en een westers beeld van de islam als fanatiek, intolerant en gewelddadig. Gesteld moet worden dat occidentalisme niet onlosmakelijk verbonden is met de islam, maar juist van Europese origine is. De op oriëntalisme gebaseerde beeldvorming over de islam en op occidentalisme gebaseerd beeldvorming over het westen hebben weliswaar zowel aan westerse als aan islamitische zijde een aantrekkelijke eenvoud, maar zullen de onderlinge spanning niet verminderen.

Sinds de vorige eeuw is er na de negatieve en vijandige christelijke houding ten aanzien van de islam sprake van een meer open benadering en zoekt men de interreligieuze dialoog. Vergelijking van religies met elkaar veronderstelt een te betwijfelen bestaan van een eenduidig gemeenschappelijk begrippenkader.

In de loop van de geschiedenis zijn christendom en islam verschillende keren met elkaar geconfronteerd. Tijdens de Arabische veroveringen identificeerde het Byzantijnse rijk zich als christelijk. Binnen het islamitische rijk waren christenen achtergesteld maar werden zelden vervolgd. Gaandeweg zijn vele christenen moslim geworden. De kruistochten en de herovering van Sicilië en het Iberisch schiereiland leidden tot verslechtering van de verhoudingen en met name aan de christelijke zijde tot blijvende negatieve beeldvorming. De islam werd door het christelijke Europa tot in de achttiende eeuw als een bedreiging ervaren niet alleen om militaire redenen maar in eerste instantie ook vanwege de culturele superioriteit van de islam. Vanaf de Renaissance ontstaat er meer waardering voor de culturele en wetenschappelijke ontwikkelingen binnen de islamitische cultuur. In de negentiende eeuw is enerzijds sprake van betere kennis van de islam waardoor sommige christenen afstand doen van de middeleeuwse vooroordelen, anderzijds leidt het superioriteitsgevoel van de Europeanen tot denigrerende visie op de moslims. Het westerse imperialisme, kolonialisme en christelijke missionering zijn voor de moslims bepalend voor hun kijk op het christendom.

De oecumene en de interreligieuze bewegingen hebben de christenen sterk beïnvloed. Verschillende vooronderstellingen en verwachtingen zijn echter aanleiding tot een moeizame communicatie tussen moslims en christenen. Moslims zijn over het algemeen wantrouwend ten aanzien van de dialoog met christenen en zien het als een vorm van da’wah (missie).

Er zijn drie verschillende methoden om een ander geloof vanuit het eigen geloof te zien: exclusivisme, inclusivisme en pluralisme. Traditioneel erkende het christendom geen heil buiten de kerk, de huidige visie is voornamelijk inclusivistisch – men beschouwt de andere godsdiensten als een opstap naar het Evangelie – een minderheid ziet alle godsdiensten als gelijkwaardig: pluralisme.

Hoe zien moslims en christenen elkaar? Aan beide kanten moet onderscheid gemaakt worden tussen het populaire beeld en het wetenschappelijke beeld.

2. De visie van moslims op christenen
De populaire visie van moslims op christenen houdt in dat zowel de tekst als interpretatie van de Bijbel verminkt zijn. Zij mist de zuiverheid van de Koran en is strijdig met de moderne wetenschappen. De bijbelse Jezus is niet de echte zoals in de Koran. Zijn verkondiging is gelijk aan de islam. Christendom, westerse beschaving en imperialisme zijn onlosmakelijk. Het christendom staat vijandig tegenover wetenschap. De islam daarentegen is rationalistisch. Het christelijke aanpassingsvermogen leidt tot een uitverkoop aan de moderniteit.

Vanaf de 9e eeuw is er een polemiek tussen moslims en christenen gaande. Momenteel is het aantal moslims met een specialistische kennis van het christendom gering en geen van hen beschikt over een grondige kennis van het Nieuwtestamentische Grieks of het Oudtestamentische Hebreeuws.

Omdat het christendom wordt gezien als de voorlaatste stap in de evolutie van religies, waarvan de islam de voltooiing vormt, bevat het enerzijds vele overeenkomsten met de islam en mist het anderzijds bepaalde aspecten van de islam. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de oorspronkelijke openbaring aan Jezus en het historisch gegroeide daarvan afwijkende christendom. Alleen de islam heeft haar authenticiteit behouden; het jodendom en christendom niet. Vanuit de islam is de oorspronkelijke missie van het christendom een correctie op het jodendom bestaande uit de universaliteit van de boodschap en de verinnerlijking van de ethiek. Alles wat in het christendom van waarde is, is door de islam overgenomen.

De islam combineert rationalisme en mystiek in zich. De Koran is de unieke synthese van het realisme van het Oude en het idealisme van het Nieuwe Testament. Het christendom is vooral gericht op het persoonlijke heil; de islam zorgt voor de heroriëntatie op de wereld. De Koran brengt helderheid over de beeld van God.

De leer van de incarnatie, de Drie-eenheid, de erfzonde en de verlossing zijn voor moslims de meest problematische onderdelen van het christendom. De geschiedenis van schepping, zondeval, kruisiging en verrijzenis is een incoherent en God onwaardig verzinsel en leidend tot passiviteit een bedreiging voor de moraal. Het christendom doet afbreuk aan Gods transcendentie: God is niet de bondgenoot van de mens, Hij is zijn Schepper. De islam kan het christendom helpen bij het herontdekken en reconstrueren van het christelijke geloof.

Het christendom is gericht op individuele verlossing en passief ten opzichte van maatschappelijk onrecht. De ethiek van de politiek moet gebaseerd zijn op de religie. Het christendom kent geen regelgeving op het gebied van oorlog. De islam is tolerant, het christendom niet. De islam is gericht op de samenleving, het christendom op het individu. Mijn koninkrijk is niet van deze wereld. Christendom en islam hebben elkaar nodig in de strijd tegen de secularisatie.

Het meest vredelievend zijn de moslims die deelnemen aan de interreligieuze dialoog. Het zijn moslims uit de modernistische en vrijzinnige hoek, vaak voorstanders van religieus pluralisme en van scheiding tussen kerk en staat: geloof gaat boven religie. Alle religies staan in relatie met de Absolute Waarheid. Religieuze diversiteit biedt de mogelijkheid van een creatief conflict. De verschillende religies hebben elkaar nodig om te leren; zij zullen naar elkaar toe convergeren.

3. De visie van christenen op moslims
In de populaire visie van christenen op moslims wordt ervan uitgegaan dat moslims een andere God aanbidden en dat Mohammed gedurende zijn verblijf in Medina onoprecht en opportunistisch is. Op basis van een negatief beeld van de islam voortkomend uit de Middeleeuwen, is er nog steeds een neiging christendom en islam als rivaliserende beschavingen te zien. De neergang van de islam biedt de kans voor de verbreiding van het Evangelie. Tegenwoordig is men terughoudender in de benadering van de moslims en in de verwachting betreffende hun bekering tot het christendom: een confronterende benadering is improductief.

Vaak wordt de islam gezien als missionaire uitdaging, als voortdurende aanklacht tegen het falen van het christendom. Sommigen zien de Koran als een brug naar het christendom, de islam als een mogelijke voorbereiding op de bekering tot het christendom, anderen juist als een barrière of als antichristelijk. De waardering voor bepaalde aspecten van de islam gaat vaak samen met kritiek op de westerse cultuur. De status van de Koran binnen de islam als origineel goddelijk authentiek wordt als een obstakel voor elke vorm van dialoog gezien.

De positie van Mohammed in de islam is voor de christenen niet te combineren met die van Christus in het christendom. Voor velen betekent dit niet dat Mohammed zonder betekenis en onoprecht is; men ziet hem niet als de antichristelijk. Sommigen bewonderen hem vanwege zijn bijdrage aan de menselijkheid. Met Jezus als referentie wordt Mohammed bekritiseerd betreffende zijn militaire activiteiten, geweldpleging en omgang met vrouwen. Hij wordt door hen niet gezien als een volmaakt moreel voorbeeld voor de mensheid.

Over het algemeen wordt de God van de islam en het christendom tegenwoordig als dezelfde te zien; de moslims hebben echter geen volledig correct en compleet beeld van God. De christenen benadrukken Gods onconditionele liefde terwijl de moslims zijn soevereiniteit voorop stellen. Moslims zien God als de radicaal andere, terwijl christenen stellen dat mensen een gelijkenis met God vertonen. Voor moslims is God apathisch, voor christenen is Hij een bewogen God. Voor christenen is er sprake van een zelfopenbaring van God; voor moslims alleen van de openbaring van Zijn geboden. Het islamitische monotheïsme wordt als rigide en inflexibel betiteld, waarbinnen geen ruimte is voor het mysterie van de Drie-eenheid. De islam wordt gezien als ondermijnend voor de vrije wil, omdat deze een bedreiging vormt voor Gods soevereiniteit. Moslims hebben problemen de goddelijke transcendentie en immanentie met elkaar te verenigen.

In de christelijke optiek is de zonde onderdeel van de condition humain, zij treft zowel God als de mens en vraagt om verlossing. Voor moslims is zonde een wetsovertreding, zij treft alleen de mens en zijn uiteindelijke bestemming en vraagt om oordeel. Op ethisch gebied zijn moslims in de ogen van de christenen meer betrokken op uiterlijke handelingen dan op de innerlijke intenties: men ziet de moslims als wettisch.

Er wordt door veel christelijke wetenschappers geschreven over de islam, zowel godsdienstwetenschappelijk als theologisch. Het merendeel heeft een christelijke theologiestudie gedaan. Sinds Vaticanum II hebben katholieken meer aandacht voor de overeenkomsten met de islam.

In het verleden zijn er sterk uiteenlopende visies van christenen op de islam geweest. De oudst bekende schrijver op dit gebied is de H. Johannes van Damascus (650-749), die in zijn “Bron van Kennis” ook over de islam schrijft. Door zijn werk aan het hof van de kalief beschikte hij over een goede kennis van de islam. Hij beschouwde de islam als een van de vele ketterijen van die tijd. Latere schrijvers zien de islam als een vorm van afgoderij.

De sterk negatieve beelden worden bij de hedendaagse geleerden niet aangetroffen; men ziet veel goeds in de islam. Over het algemeen wordt aangenomen dat christenen en moslims dezelfde God aanbidden en dat er ook in de islam sprake is van goddelijke openbaring. De islam wordt door velen als een verwante godsdienst gezien. Joden, moslims en christenen zijn allen kinderen van Abraham. Niemand sluit de moslims uit van het heil. Sommigen hebben een pluralistische benadering, anderen een inclusivistische.

Voor christenen blijft de combinatie van de mens en profeet Mohammed problematisch, profeet en ook diplomaat, militair en politicus. Er is een groot verschil tussen Jezus en Mohammed. Velen gebruiken liever niet de titel profeet voor Mohammed; hij wordt gezien als een religieus en politiek genie met een speciale relatie met God.

De Koran wordt primair gezien als een resultaat van een menselijke activiteit. Openbaring is niet mogelijk zonder menselijke bemiddeling in een historische context. De Koran bevat op zich geen elementen die niet ook in de Bijbel aanwezig zijn. Dit neemt niet weg dat het ook voor christenen betekenis kan hebben.

Complete objectiviteit ten opzichte van een andere religie is onmogelijk. De Koran op christelijke wijze interpreteren past in de visie de islam te zien als voorbereiding op het Evangelie. Hiertegenover staat de visie dat primair uitgegaan moet worden van de eigen interpretatie door de moslims. Deze visie wordt echter gezien als obstakel in een interreligieuze dialoog; gepleit wordt voor een christelijk lezen in plaats van een christelijk interpreteren.

Speciale aandacht is er voor de beschrijving van Jezus en de houding ten aanzien van christenen. Over het algemeen wordt gekozen voor een christendomvriendelijke interpretatie. Een flexibelere relativerende benadering van de Koran door moslims wordt als wenselijk gezien.

4. R.-K. Kerk: Nostra aetate
Vaticanum II kwam met een nieuwe visie op andere religies. Deze is vastgelegd in de verklaring over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten ‘Nostra aetate’. “De katholieke Kerk verwerpt niets van datgene wat in deze godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en leefregels, die voorschriften en leerstellingen die, hoewel in veel opzichten verschillend van hetgeen zijzelf houdt en leert, toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid welke alle mensen verlicht.” (NA 2)

“De Kerk ziet ook met waardering naar de moslims, die de ene God aanbidden, de levende en uit zichzelf bestaande, de barmhartige en almachtige, de Schepper van hemel en aarde, die gesproken heeft tot de mensen. Zij leggen zich erop toe zich met heel hun hart ook aan zijn verborgen raadsbesluiten te onderwerpen zoals Abraham, naar wie het islamitisch geloof graag terug grijpt, zich aan God heeft onderworpen. Hoewel zij Jezus niet als God erkennen, vereren zij Hem toch als profeet en zij eren zijn maagdelijke moeder Maria, die zij somtijds zelfs eerbiedig aanroepen. Bovendien verwachten zij de dag van het oordeel, wanneer God alle mensen doet verrijzen en zal vergelden. Daarom houden zij het zedelijk leven hoog en eren God vooral door gebed, aalmoezen en vasten.” (NA 3)

Er wordt hier geen aandacht geschonken aan de vele overeenkomsten tussen Bijbel en Koran. Vele elementen van de Koran zijn terug te vinden in de Bijbel. Het probleem is echter dat het ontkennen van de Drie-eenheid en de verlossing door Christus deze teksten in de Koran een andere betekenis geeft.

5. Conclusies
Beelden van islam en christendom vormen over en weer elkanders omgekeerde spiegelbeelden. Elke beschuldiging kent een tegenbeschuldiging. Men beoordeelt elkaar vanuit de eigen criteria betreffende religie, leer, geschiedenis et cetera. De reciprociteit ontbreekt in de visie op de openbaring en op elkanders geschriften, Bijbel en Koran. Zowel bij moslims als bij christenen zijn er die in de eigen religie een basis vinden voor een pluralistische benadering. Vrijwel niemand wil de verschillen te verbloemen. Deze hebben te maken met essentiële elementen van de beide religies. Meningsverschillen hoeven echter niet te leiden tot wederzijdse verkettering.

De theologische benadering van christelijke zijde houdt in dat het christelijke interpretatieschema op de islam wordt toegepast. Religieuze begrippen worden op christelijke wijze geduid. Het vasthouden aan de eigen geloofswaarden betekent ook een inclusivistische visie: de islam maakt deel uit van de joods-christelijke heilsgeschiedenis. Stellen dat alle heil van Christus komt, kan door niet-christenen als spiritueel imperialisme ervaren worden.

Naast de theologische verschillen speelt ook de beeldvorming een rol. Het is voor een christen moeilijk het handelen van Mohammed als mens, militair en staatsman te combineren met zijn rol als profeet. De neiging hem te beoordelen naar huidige maatstaven is groot, echter er wordt ook op gewezen dat zijn tijdgenoten geen aanstoot namen aan zijn gedrag. De Koran zien op de wijze zoals moslims dat doen, is voor een christen lastig. Hij komt moeilijk los van het christelijke beeld van heilige boeken. Voor hem kent een heilig boek ook menselijke aspecten en is het niet los te zien van de context waarbinnen het ontstaan is. Velen bepleiten een kritische houding van moslims betreffende de Koran; hiertegenover wordt gesteld dat Korankritiek voor moslims hetzelfde is als psychoanalyse van Jezus voor christenen. Wat de beeldvorming betreft is er niet zo zeer sprake van vooronderstellingen betreffende de islam die belemmerend werken als wel van vooronderstellingen verbonden met het christendom die hiervoor zorgen.

Het hanteren van de christelijke theologie bij het bestuderen van de islam kan gezien worden als positieve vertekening van het beeld van de eigen groep als het onvoldoende onderkennen van het anders-zijn van de moslims. Ook de met het christendom verbonden vooronderstellingen en de gedachte dat moslims eenzelfde ontwikkeling zullen doormaken als christenen de afgelopen eeuwen hebben gedaan, kunnen als zo’n positieve vertekening worden gezien.

Als christenen de Koran gebruiken voor eigen spiritualiteit en voor reflectie op de eigen godsdienst is sprake van interreligieuze communicatie. Een discutabele stap verder is het christelijk interpreteren van de Koran. Dit leidt al snel naar de visie dat christenen beter weten wat de bedoeling van de Koran is dan moslims. Daarentegen stellen anderen dat de eigen interpretatie van de moslims voorrang heeft. Gezien het belang van interactie tussen religies kan niet ontkomen worden aan het lezen van elkanders geschriften met een vooronderstelling gebaseerd op de eigen religie, een vooronderstelling hoeft echter geen vooroordeel te betekenen hoe moeilijk dit ook met een eigen religieuze overtuiging te combineren is.

De positieve benadering van de islam vanuit het christendom wordt door vele moslims gezien als gewijzigde strategie: ondermijning in plaats van bekering.

6. Bibliografie
BECK, HERMAN, Islam in hoofdlijnen, Zoetermeer: Meinema, 2002.
BURUMA, IAN & MARGALIT, AVISHAI, Occidentalism: The West in de Eyes of Its Enemies, New York: The Penguin Press, 2004.
LEEMHUIS, FRED, De Koran: Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands, Houten: Fibula, 2002 (11e druk).
PETERS, FRANK E., Islam en de joods-christelijke traditie: Een verkenning, Amsterdam: Boom, 2005.
STRAELEN SVD, H.J.J.M. VAN, The church and the non-Christian religions at the treshold of the 21st century, London: Avon Books, 1998.
TWEEDE VATICAANS CONCILIE, Verklaring Nostra aetate over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten, 1965.
WAARDENBERG, JACQUES (RED.), Islam: Norm, ideaal en werkelijkheid, Oxford: University Press, 1984/2000 (5e druk).
ZEBIRI, KATE, Muslims and Christians Face tot Face, Oxford: Oneworld Publications, 2003.

maart 2006

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s