Een aantal jaren geleden was bisschop Desmond Tutu in Den Haag. Met veel enthousiasme sprak hij over de Schepping als een ‘orgie van creativiteit’ en een ‘vloed van verscheidenheid’. Een verscheidenheid die leidt tot een netwerk van onderlinge afhankelijkheid. Geen enkel deel van de Schepping heeft betekenis los van het geheel. Geen enkele mens kan zonder de andere mensen.
De mens is niet goddelijk en ook niet volmaakt. De mens is met zijn vrije wil in staat voor het goede te kiezen, maar hij kan zich ook van het goede afkeren. Dit is het geval als een mens denkt het wel alleen te kunnen, als hij denkt het zonder God en zonder medemensen te kunnen, als hij zichzelf beter acht dan andere mensen, als hij het evenwicht tussen individualiteit en gemeenschap verbreekt, als hij de verscheidenheid niet als een rijkdom ziet maar als een last. Om ons de ogen te openen en ons opnieuw een kans te geven, wordt Gods Zoon, Jezus Christus, mens zoals wij. Hij maakt zichzelf aan ons gelijk: Hij komt in de wereld. Door zelf schepsel te worden, beaamt Hij nog eens dat de Schepping goed is, want God verbindt zich niet met het kwaad. Tutu stelde dat God ons met de menswording van zijn Zoon vraagt zijn droom te realiseren: de droom van onderlinge afhankelijkheid van heel de Schepping, de droom van verbondenheid van alle mensen met elkaar. Vrede, eenheid: het is de realisatie van Gods droom: alle mensen levend in verbondenheid met elkaar, levend met respect voor de Schepping waarvan zij afhankelijk zijn en geen enkele mens die wanhoopt.
Jezus bidt zijn Vader om eenheid van allen die in Hem geloven. Deze eenheid van de christenen is een teken voor de wereld. Eenheid en vrede zijn niet alleen de realisatie van Gods droom, het is ook waar mensen van dromen. Onlangs werd prins Willem-Alexander als nieuwe koning ingehuldigd. In dit kader werd iedere Nederlander opgeroepen zijn droom voor ons land op de speciaal daarvoor ingerichte website te plaatsen. Ik ben eens wezen kijken wat dat zoal oplevert. De inzenders kiezen zelf een categorie waarin hun droom thuis hoort. De categorie die het meest populair is, is de categorie ‘samen’. Populair zijn de dromen met de thema’s verbondenheid, gemeenschap en samen. Eenheid, vrede en verbondenheid zijn de dromen, de diepste verlangens van mensen.
Desmund Tutu laat ons zien dat eenheid en verbondenheid niet vraagt dat wij allemaal aan elkaar gelijk worden. Het is juist de verscheidenheid die om eenheid en verbondenheid vraagt. We zien dat ook in de kleinste eenheid van onze samenleving: het huwelijk. Het wezen van het huwelijk is gebaseerd op het verschil tussen de partners. Man en vrouw zijn wezenlijk verschillend van elkaar en hebben juist daardoor elkaar nodig. Het zijn niet alleen de biologische verschillen. Ik moet er niet aan denken, dat mijn vrouw in alles hetzelfde zou denken als ik. Wat zouden we elkaar nog te vertellen hebben? Juist de verschillen maken het huwelijk tot iets moois. Juist de verschillen smeden de eenheid.
Maar waarom horen we in onze maatschappij dan voortdurend dat mensen zich moeten aanpassen, dat migranten net zo moeten worden als de Nederlanders die hier al generaties lang wonen? Waarom is verscheidenheid nu plotseling een probleem?
Laat ik eerlijk zijn. Het is niet eenvoudig: een multiculturele samenleving. Ik heb drieënhalf jaar in Den Haag mogen werken in een interculturele parochie, een parochie waar niet alleen Nederlands maar ook Spaans de voertaal is. Naast Nederlanders en Latijns-Amerikanen kwamen hier ook Afrikanen, Antillianen, Polen en Surinamers. Kortom een veelkleurige parochie. Samenleven met mensen met diverse culturen vraagt veel verbeeldingskracht: dat wat voor jou normaal is, hoeft het voor de ander in het geheel niet te zijn en omgekeerd. In die zin is het ook weer niet zoveel anders dan een huwelijk. Wat voor een vrouw normaal is, is voor een man soms erg raar en wat mannen normaal vinden, vinden vrouwen soms verwerpelijk. Het is goed dat man en vrouw daar rekening mee houden, maar het is niet goed als een van beiden zich geheel aanpast aan de ander. Dan gaat er een persoon verloren en is er geen eenheid en verbondenheid meer. Dan verandert de verhouding in een relatie van onderdanigheid. Wat voor het huwelijk geldt, geldt ook voor onze samenleving. We moeten niet aan elkaar gelijk worden maar rekening met elkaar houden. Dit is geen vorm van onverschilligheid, maar komt voort uit oprechte verbondenheid met elkaar. De verbondenheid maakt het mogelijk de verschillen te laten bestaan en ze vruchtbaar te maken. Door de verbondenheid groeit er eenheid in verscheidenheid.
De eerste lezing gaat over Stefanus, de eerste martelaar. Stefanus was een van de zeven mannen – de eerste diakens – die de apostelen aanstelden ter ondersteuning van de Griekstalige leerlingen. De eerste parochie van de Kerk is een multiculturele parochie. En dat leverde ook toen al problemen op. De oplossing die bedacht werd, was niet dat de Griekstaligenen zich moesten aanpassen. Nee, er werden voor hen diakens aangesteld die Grieks spraken. De eerste vorm van migrantenpastoraat was een feit.
Als Jezus bidt om eenheid, vraagt Hij zijn Vader niet de verscheidenheid van de Schepping teniet te doen. De verscheidenheid is een geschenk van God. Zij maakt deel uit van een Schepping, waarvan God zelf zegt, dat zij goed is. Als Jezus bidt om eenheid, vraagt Hij om oprechte verbondenheid met elkaar. De eenheid is het resultaat van de liefde voor elkaar. De vrucht van Gods liefde voor ons, is onze liefde voor elkaar. Jezus heeft ons de liefde voor God en voor de medemens voorgeleefd. De heilige Geest leert ons deze liefde in de praktijk te brengen: de liefde die vrede en eenheid brengt en de verscheidenheid niet teniet doet. Liefde en eenheid zijn tekens van Gods aanwezigheid in de wereld. Op weg naar Pinksteren bidden wij dat de heilige Geest ook onze Helper is, om in liefde en eenheid te leven. Amen.
Zelf heb ik met veel plezier 25 jaar in de technische industrie gewerkt. Mijn ervaring is dat het tot stand brengen van concrete producten mensen voldoening geeft en dat het hen met trots vervuld. Later toen ik theologie studeerde heb ik dit werk leren zien als het zijn van een medewerker in Gods scheppende arbeid.
Caritas in veritate
In ‘Caritas in veritate’ schrijft paus Benedictus XVI onder de titel ‘De ontwikkeling van de volkeren en techniek’ een hoofdstuk over dit onderwerp. “De ontwikkeling van de mens komt niet tot groei als hij zich aanmatigt dat hij zijn eigen en enige schepper is. Op dezelfde wijze raakt de ontwikkeling van de volkeren uit de koers als de mensheid denkt zichzelf te kunnen herscheppen dankzij de ‘wonderen’ van de techniek. (…) Er dient onderstreept te worden dat de techniek een fenomeen is dat ten volle menselijk is en verbonden met de autonomie en de vrijheid van de mens. In de techniek komt de macht van de geest over de materie tot uitdrukking. (…) De techniek stelt ons in staat materie te beheersen, risico’s te verminderen, ons moeite te besparen, levensomstandigheden te verbeteren. De techniek is in overeenstemming met de wezenlijke roeping van de menselijke arbeid: in de techniek, als werk van zijn geest, herkent de mens zichzelf en verwezenlijkt hij zijn eigen mens-zijn. (…) De techniek heeft dus zijn plaats in de opdracht ‘de aarde te bewerken en te beheren’ (vgl. Gen, 2,15), die God de mens heeft toebedeeld. Zijn doel is de band tussen mens en milieu te versterken, die de spiegel van Gods scheppende liefde moet zijn.”
Gebruik van techniek
Paus Benedictus wijst erop dat bij het gebruik van techniek we ons niet mogen beperken tot de vraag naar het ‘hoe’, maar ook altijd de vraag naar het ‘waarom’ gesteld moet worden. De mens is geen slaaf van de techniek. “De techniek oefent een grote aantrekkingskracht uit op de mens, want ze bevrijdt hem van fysieke beperkingen en verbreedt zijn horizon. Maar de menselijke vrijheid is alleen zichzelf als ze op de betovering door de techniek reageert met beslissingen die het resultaat zijn van morele verantwoordelijkheid. Vandaar de dringende noodzaak om zich te vormen op het vlak van moreel verantwoord omgaan met techniek.”
Conclusie
Het uitgangspunt kan nooit zijn dat alles wat kan, ook moet. Het gebruik van techniek mag nooit in strijd zijn met de menselijke waardigheid. Het moet bijdragen aan de ontwikkeling van de mensheid: alle mensen en de gehele mens. Dat betekent dat het niet alleen gaat om materiële ontwikkeling, maar ook om geestelijke. Het gaat niet alleen om de individuele mens maar ook altijd om mensen in relatie met elkaar en in relatie met hun Schepper. De techniek is ons als een gave gegeven, voor het gebruik ervan dragen wij zelf de verantwoordelijkheid.
Een paus die zijn eerste optreden begint met de mensen goedenavond te wensen: buonasera. Voordat hij de zegen geeft, vraagt hij eerst de zegen van de talloze mensen die naar het plein van de Sint Pieter zijn gekomen. Een paus die op Witte Donderdag naar de gevangenis gaat om daar de voeten te wassen van de gevangenen, onder wie vrouwen en moslims.
Op 13 maart 2013 wordt de Argentijn Jorge Mario Bergoglio verkozen tot bisschop van Rome. Ook weer zoiets: hij noemt zichzelf niet paus maar systematisch heeft hij het over de bisschop van Rome. Hij is de eerste niet-Europese paus sinds de Syrische paus Gregorius III (731-741) en de eerste van het zuidelijk halfrond. Ook is hij de eerste jezuïet die paus is geworden.
Bergoglio neemt de naam Franciscus aan. Hierin is hij de eerste. Het is een eerbetoon aan Franciscus van Assisi. Tijdens zijn verkiezing zit kardinaal Hummes naast hem. Bij het bereiken van de tweederde meerderheid feliciteert deze hem en zegt: “Vergeet de armen niet.” Op 16 maart vertelt de paus hoe dat woord recht bij hem naar binnen gaat: “De armen, de armen. Onmiddellijk bij de gedachte aan de armen dacht ik aan Franciscus van Assisi. Ik dacht aan de oorlogen – terwijl het tellen van de stemmen verder ging; tot het einde toe – en aan Franciscus, de man van vrede. Zo kwam die naam in mijn hart: Franciscus van Assisi. Voor mij de man van armoede, de man van vrede, de man die de schepping liefheeft en beschermt. – In deze tijd waarin de relatie met de schepping niet zo goed is, toch? – En de man die ons de geest van vrede geeft, de arme man. Zo wil ik houden van een Kerk die arm is en die er voor de armen is.”
Andere opmerkelijke zaken zijn dat deze paus geen gouden borstkruis draagt en niet in het pauselijk paleis woont. ’s Avonds na zijn verkiezing laat hij de voorgereden limousine voor gezien. Samen met de kardinalen stapt hij in de bus om met hen terug te keren naar het Domus Sanctae Marthae, het gastenverblijf van het Vaticaan. Hier woont hij nu en hier eet hij in de gemeenschappelijke eetzaal. Deze paus kiest consequent voor soberheid. Ook daarin volgt hij Franciscus van Assisi na.
Op 14 april wijst de paus ons erop dat onze woorden moeten overeenstemmen met onze daden: “Als priesters en gelovigen niet consistent zijn in wat ze zeggen en wat ze doen, tussen hun woorden en hun daden, dan ondermijnt dat de geloofwaardigheid van de Kerk. Men moet in onze acties zien wat men uit onze monden hoort.” Dat zal hij ook op zichzelf betrekken. Zijn opvallende gedrag is dus niet alleen uiterlijk vertoon, maar welgemeend voortkomend uit zijn hoofd en zijn hart.
Op 7 april, Beloken Pasen, moedigt paus Franciscus ons aan “niet bang zijn om christen te zijn en als christenen te leven” en om “moediger te getuigen van het geloof in de verrezen Christus.” Daarvoor heeft hij op 27 maart tijdens de Chrismamis de priesters opgeroepen erop uit te trekken “om onze zalving in de praktijk te brengen, haar macht en haar verlossende werkzaamheid: in de ‘randgebieden’, waar lijden heerst en bloedvergieten; blindheid, die verlangt naar het licht; we moeten daarheen gaan waar zovele slechte heersers mensen gevangen houden.”
Gaat deze paus de wereld op zijn kop zetten? Het zou kunnen… maar dan op een heel andere manier dan degenen die zijn voorganger Benedictus XVI bekritiseerden, graag wensen. Ook deze paus is rooms-katholiek. Hij staat in de traditie van het Evangelie en van de Kerk. Hij is een volgeling van Jezus Christus en zal op dezelfde wijze als Hij deed, een tegengeluid laten horen.
De Morgenster, mei 2013
Johannes droomt van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij ziet het heel concreet voor zich: “er zal geen dood meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij.” En Christus, die op de troon is gezeten, zegt: “Zie, ik maak alles nieuw.”
Johannes droomt over de toekomst. Jezus spreekt in het Evangelie ook over de toekomst, over een op dat moment zeer nabije toekomst. Deze tekst komt uit zijn afscheidsrede bij het laatste avondmaal. Jezus spreekt deze woorden uit na de voetwassing. Hij spreekt over het aanstaande lijden en over zijn dood en verrijzenis. Als Johannes in zijn Evangelie spreekt over verheerlijking, gaat het niet alleen over de verrijzenis maar ook over de dood aan het kruis: de verheerlijking op het kruis. Jezus vertelt zijn vrienden hoe zij daarna verder kunnen: “gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.” Jezus is hier niet aan het dagdromen. Hij geeft ons een heel concrete aanwijzing hoe wij goed kunnen leven: een leven niet als individu, maar als gemeenschap, een leven als mens in liefdevolle relatie met de medemens, een leven ook als een teken, als een licht voor de wereld.
Ook paus Franciscus spreekt over de toekomst. Afgelopen woensdag richtte hij zich speciaal tot de jongeren. Hij sprak: “Het leven is ons niet gegeven om het voor onszelf te bewaren maar opdat wij het zouden geven. Wees niet bang om van grote dingen te dromen.” “We moeten het licht van het geloof, van de hoop, van de liefde levendig houden en ons hart open houden voor het goede en het schone én voor de waarheid.” “Deze tijd is een tijd voor actie. Wij moeten de gaven van God werkelijkheid doen worden, niet voor onszelf, maar voor Hem, voor de Kerk en voor anderen.” “Wij moeten het goede in de wereld verspreiden, zeker nu wij een periode van crisis beleven.” Tot zover de paus.
Als wij als christenen dromen is dat altijd in dubbele zin: enerzijds is het van de genade van God en van zijn oneindige liefde en anderzijds is het van ons eigen handelen. Enerzijds is het Christus die zegt: “Zie, ik maak alles nieuw.” Anderzijds is er de opdracht aan ons: “Gij moet elkaar liefhebben.” Het is enerzijds God die altijd aan het begin staat en het anderzijds de mens die zelf zijn bijdrage heeft te leveren. Onze bijdrage is het antwoord op Gods liefde voor ons. Vanouds is dit samengevat in de katholieke gedachte, dat wij met de genade moeten meewerken.
Volgende week wordt prins Willem-Alexander als nieuwe koning ingehuldigd. En zelfs de meest uitgesproken republikein kan daar niet omheen. Heel Nederland is in beweging en maakt zich op voor de grote dag. Er wordt veel gedaan om er een mooi feest van te maken, een feest voor het hele land, voor allen die hier wonen. Er is natuurlijk een nationaal comité: de Stichting Nationaal Comité Inhuldiging. Wat hebben deze zaken met elkaar te maken: de blijde boodschap van Christus en een Oranjefeest in Nederland.
Op de radio hoorde ik een van de leden van het comité spreken over de actie ‘Deel jouw droom’. Iedere Nederlander wordt opgeroepen zijn droom voor ons land op de speciaal daarvoor ingerichte website te plaatsen. Ik ben eens wezen kijken wat dat zoal oplevert. De inzenders kiezen zelf een categorie waarin hun droom thuis hoort. De categorie die het meest populair is, is de categorie ‘samen’. Je kunt de dromen van anderen steunen en zo ontstaat er een overzicht van populaire dromen. Onder de meest populaire dromen kwam ik het volgende tegen. Een droom met de titel “samen zijn, samen zorgen, samen genieten”.
Uit een andere droom komt het volgende citaat:
“Toekomstdroom, verbintenis,
met elkaar, hand in hand.
Maak een vuist tegen geweld,
pas dan ben je een superheld.
Pas dan maken wij samen
een tolerant
Nederland.”
Uit weer een ander droom:
“mijn droom
onze droom
is een Nederland
waar liefde regeert
ons hart op de troon zit
en de waarheid het woord voert
een land
waar we vechten tegen armoede
onrecht en ziekte
samen één eenheid van leven
gedragen door ons land
waar respect hoogtij viert”.
Vaak zijn wij somber over de cultuur van deze tijd: Zijn we niet veel te veel met onszelf bezig? Wie heeft er nog aandacht voor een ander? Uit de populariteit van de dromen met thema’s als verbondenheid, gemeenschap en samen mogen we afleiden dat alles wat Jezus Christus verkondigt nog steeds samenvalt met de dromen, de diepste verlangens van mensen en zeker met de dromen en verlangens van jonge mensen. Voor zover er foto’s bij stonden, zag ik geen grijze haren. De boodschap die Jezus ons verkondigt en die wij als christenen doorgeven, sluit aan bij de diepste verlangens die mensen koesteren. Mensen willen leven in relatie met andere mensen. Mensen willen elkaar liefhebben en ze hebben de liefde van de ander nodig. Mensen willen leven in harmonie en in eenheid.
Jezus wijst ons hierin de weg. Hij heeft ons laten zien hoe wij goed kunnen leven. Hoe wij elkaar kunnen liefhebben en hoe wij de waarheid op het spoor kunnen komen. Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Liefde, waarheid en het volle leven: het wordt ons door Hem gegeven en wij vinden liefde, waarheid en leven door te leven zoals Hij ons voordeed. Van ons wordt gevraagd dat wij Gods liefde willen ontvangen, ons openstellen voor Hem en dat wij zijn liefde delen en doorgeven aan onze medemens.
Ik wens u allen een mooi feest komende week. Het huis van Oranje kan in ons land een symbool van eenheid en verbondenheid zijn, maar de werkelijke eenheid en verbondenheid brengen zij niet tot stand. Het is Christus die de liefde en eenheid is en brengt en zelfs Hij doet het niet zonder onze medewerking. Amen.
Auteur: Arnold Smeets (red.)
Titel: Rome door de ogen van Antoine Bodar: Een spirituele gids voor de Eeuwige Stad
Uitgever: Ten Have, 2012; prijs: € 19,95
ISBN: 978 90 259 0189 9;
aantal pagina’s: 176
Wie binnenkort naar Rome gaat om nader kennis te maken met de nieuwe paus, zal ongetwijfeld ook enige tijd willen besteden aan het beleven van deze bijzondere stad. Hierbij is een goede reisgids onmisbaar.
Voor het radioprogramma ‘Echo van Eeuwigheid’ wandelt Antoine Bodar samen met Arnold Smeets en Sylvester Beelaert door Rome. Deze wandelingen vormen de basis voor dit boek. Om Rome werkelijk ervaren, is lopen de aangewezen wijze van door de stad trekken. Vele bijzondere plaatsen in Rome worden beschreven. De religieuze en historische achtergronden worden verteld. De beschrijvingen worden aangevuld met gedichten en liederen en met verwijzingen naar religieuze muziek.
Arnold Smeets heeft het boek samengesteld. Het is fraai geïllustreerd met foto’s van Werry Crone. Het is een zeer waardevolle aanvulling op de normale reisgids waarvan dit niet een vervanging is. Ieder die een bezoek aan Rome als een spirituele gang beschouwt, is het een aanrader. Ook is het een boek om gewoon thuis Rome te ervaren.
Het volk Israël trok weg uit Egypte. Een heel volk sloeg een nieuwe weg in: de weg van een nieuw leven, de weg van de vrijheid. Voordat ze op pad gaan wordt er gegeten. Je moet goed eten voor je op reis gaat. Maar dit is niet zo maar een maaltijd. Het is ook een rituele maaltijd, een maaltijd die ieder jaar herhaald moet worden om stil te staan bij die gedenkwaardige dag, waarop ze uit Egypte wegtrokken. Daarmee gedenken zij niet alleen die ene dag, maar ook de lange weg van veertig jaar woestijn. Ze gedenken hoe God hen geleid heeft en met hen is meegegaan op weg. Ze gedenken hoe Hij hen uiteindelijk het Beloofde Land liet binnentrekken. Ze gedenken alle grote daden die God voor hen verrichtte.
Vandaag is het Witte Donderdag. Ook wij zijn bij elkaar voor een rituele maaltijd. Paulus vertelt ons hoe Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en daarna de beker. Van dit brood en deze beker zegt Hij: “Dit mijn lichaam voor u. Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.” En heeft ons een opdracht: “Doet dit tot mijn gedachtenis.” Ook wij staan stil bij een gebeurtenis in het verleden. Maar er is meer aan de orde: het is niet enkel verleden; het is ook heden. Ook vandaag worden brood en beker genomen. Ook vandaag eten en drinken wij zijn Lichaam en Bloed. Het voedsel dat Hij destijds gaf aan zijn leerlingen, geeft Hij vandaag aan ons. Brood en Wijn: het is voedsel voor onderweg. Voedsel voor onze weg ten leven. Elke keer als wij dit Brood eten en uit deze Beker drinken, worden wij uitgenodigd die nieuwe weg ten leven te gaan: de weg te gaan die tot het echte leven leidt en die ons werkelijk geluk brengt.
Jezus eet met zijn vrienden – niet gehaast zoals de Israëlieten hun Paasmaal eten – nee, Hij heeft hen nog veel te zeggen en Hij neemt er de tijd voor. Johannes besteedt er in zijn Evangelie vijf hoofdstukken aan. Het begint met de tekst die wij vanavond hebben gelezen. Anders dan Mattheüs, Marcus en Lucas schrijft Johannes niet over de maaltijd zelf: de instellingswoorden over Brood en Wijn, die wij van Paulus hoorden en die ook in de drie andere Evangeliën staan, vermeldt Johannes niet. Hij legt een geheel ander accent, een accent dat we alleen bij hem vinden. Johannes vertelt ons over de voetwassing en over het lange gesprek dat Jezus met zijn leerlingen voert. Bij Johannes is Jezus aan het woord over de weg die Hij moet gaan, en over de weg die zijn leerlingen zullen gaan: de weg waartoe ook wij uitgenodigd zijn om te gaan. Johannes maakt duidelijk dat het niet om die ene gebeurtenis gaat, maar om het hele leven. Het leven is geen gebeurtenis; het leven is een weg.
Hoe deze weg eruit ziet laat Jezus eerst zien door zijn vrienden de voeten te wassen. Hiermee stelt Hij een daad van liefde en verbondenheid. Daarna vertelt Hij over de weg die Hij zal gaan, de weg naar zijn Vader, de weg die door de dood heen tot leven leidt. Hij vertelt de leerlingen hoe ook zij die weg zullen gaan, deze weg van liefde, deze weg ten leven. Hij zal hen de Helper, de heilige Geest geven om hen bij te staan. Maar zijn voorbeeld Blijft de belangrijkste richtwijzer: Jezus zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”
Zo worden ons vandaag twee tekens gegeven: De tekens van Brood en Wijn en het teken van de voetwassing. Twee tekens van liefde die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Onder de gedaanten van Brood en Wijn is Christus werkelijk zichtbaar en tastbaar onder ons aanwezig. Hij voedt ons met zijn eigen Lichaam en Bloed. Zo kunnen wij ons op innige wijze met Hem verenigen en ons laven aan zijn gaven van liefde en genade. Het teken van de voetwassing maakt duidelijk hoe wij zelf deze weg ten leven kunnen gaan. “Als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.” Jezus maakt hier heel concreet wat Hij bedoelt met: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Dit is de weg van het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Dit is ook de weg die ons in Mattheus 25 wordt voorgehouden. Daar zegt Jezus: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.”
Op deze wijze horen Eucharistie en diaconie bij elkaar. In ‘Deus caritas est’ schreef paus Benedictus XVI: “De Kerk kan de liefdadigheid evenmin verwaarlozen als de sacramenten en het Woord. Het wezen van de Kerk komt tot uitdrukking in een drievoudige opdracht: de verkondiging van Gods Woord, het vieren van de sacramenten, de dienst van de liefde. Deze opdrachten veronderstellen elkaar en zijn niet te scheiden. De dienst van de liefde is voor de Kerk geen soort steunverlening, die men ook aan anderen zou kunnen overlaten, doch behoort tot haar wezen, is een onontbeerlijke uitdrukking van haar diepste wezen.”
De tekens van Brood en Wijn en het teken van de voetwassing, Eucharistie en diaconie zijn onlosmakelijk, niet los van elkaar verkrijgbaar. Petrus wordt dit duidelijk gemaakt als hij de voetwassing weigert. Hier maakt Jezus duidelijk dat het niet alleen gaat om het geven van liefde. Wij moeten ook liefde willen ontvangen. Als we geen liefde willen ontvangen, kunnen we ook geen liefde geven. Als wij ons niet openstellen voor de liefde van God en voor de liefde van de medemens zijn we dood. Liefde heeft ook geen eindbestemming. We kunnen de liefde niet oppotten, niet bewaren en niet voor onszelf houden. Liefde is er alleen in relatie. Liefde is er alleen in een eindeloze keten van ontvangen en geven. Deze keten van de liefde is voor ons de weg ten leven. Jezus heeft ons met de voetwassing het voorbeeld gegeven en Hij is ons werkelijk nabij in de Eucharistie als heilzaam voedsel op onze levensweg. Amen.
Auteur: Monique Samuel
Titel: Dagboek van een zoekend christen
Uitgever: Ark Media, 2012; prijs: € 12,50
ISBN: 978 90 33800 05 4; aantal pagina’s: 135
Monique Samuel getuigt van haar blijmoedige, opgewekte en dankbare geloof. Ze vertelt over haar zoektocht naar het ware christen-zijn en over een oprecht verlangen naar liefde en bevrijding. Hoe kun je als jonge vrouw in deze tijd Christus werkelijk navolgen. Hoe vind je God en hoe vind je als mens je bestemming.
Aan de hand van de tien geboden zoekt zij naar de werkelijke waarden van het menselijk bestaan. Zij geeft scherpe kritiek op onze hedendaagse cultuur en ook de christenen en de christelijke kerken ontkomen niet aan haar commentaar. Openhartig schrijft zij over haar vreugdes en over haar pijnen. Pijnlijke en moeilijke onderwerpen gaat zij niet uit de weg.
Publicist en schrijver Monique Samuel (1989) kreeg in 2011 als politicoloog landelijke bekendheid met haar commentaren op de opstand in Egypte. Zij heeft een vlotte pen en weet je op boeiende wijze mee te nemen op haar zoektocht langs vele vormen van christendom. Het boek geeft een mooi inzicht in het geloof van deze jonge vrouw.
In deze tijd wordt ons voorgehouden dat wij zoveel mogelijk moeten genieten. Vooral als je met pensioen bent, mag er geen dag voorbij gaan zonder te genieten. Alles moet leuk zijn! Je moet zoveel mogelijk leuke dingen doen.
Dat moet die jongste zoon ook hebben gedacht. Dat kost natuurlijk een paar centen, maar die heeft pa wel. Dus vraagt hij om zijn erfdeel en trekt de wereld in: van nu af wordt het elke dag genieten! Hij “vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.” Meer vertelt het verhaal niet. We komen niet te weten of de jongste zoon ook echt genoten heeft. We weten niet of het hem gelukkig heeft gemaakt. Het woord ‘verkwisten’ kan verwijzen naar een zekere dwangmatigheid: meer genieten en nog meer genieten, sensaties en nog grotere sensaties. Toen alles op was en hij gebrek leed, zat hij in ieder geval niet na te genieten van zijn wilde leven. Het gaf hem geen napret en geen aangename herinneringen. Nee, hij dacht terug aan zijn vroegere leven: het leven bij zijn vader thuis. Dat was blijkbaar het goede leven, daar was hij gelukkig geweest.
Daar tegenover staat de oudste zoon. Deze doet braaf zijn plicht. Nooit springt hij uit de band. Nog geen bokje wordt er geslacht om met zijn vrienden feest te vieren. Terwijl ook hij zijn erfdeel heeft gekregen en dus geld genoeg heeft. Zijn vader zegt tegen hem: “alles wat van mij is, is ook van jou.” Ook deze zoon is niet gelukkig.
De jongste zoon denkt zijn geluk te vinden in een leven vol passie, sensaties en genietingen. De oudste denkt dat braafheid tot het uiteindelijke geluk zal leiden. Beiden worden teleurgesteld in hun verwachtingen. Beide wegen leiden niet tot het geluk. De enige die gelukkig is in dit verhaal, is de vader. Hij houdt van zijn twee zonen. Ze brengen hem verdriet, maar ook vreugde, werkelijk geluk. De vader ontloopt het leven niet. Hij vlucht niet in de roes van het genieten en de sensatie. Hij keert zich ook niet van het leven af door alleen maar braaf zijn plicht te doen. De twee zonen leven niet; ze zijn dood. Zij zijn bang voor het ware leven en zijn gevlucht, de een in de roes, de ander in de braafheid.
Afgelopen donderdag spraken we hier in de pastorie over hoe je een goed mens kunt zijn. Deze eerste avond van een serie van drie ging over ‘God is liefde’. Onder die titel heeft paus Benedictus zeven jaar geleden zijn eerste encycliek ‘Deus caritas est’ geschreven. De paus onderscheidt in de liefde twee facetten die wezenlijk met elkaar verbonden zijn. Ten eerste de begerende, de opstijgende liefde die uit de menselijke natuur voortkomt: de eros. En ten tweede de schenkende, de neerdalende liefde die van God komt: de agape. De eros is de liefde van de verliefdheid en van de erotiek. De eros is primair op de persoon zelf gericht, het is vooral eigenliefde. De agape is op de ander gericht, zij is belangeloos. De agape is de naastenliefde. De eros geeft een roes van korte duur. De agape geeft blijvend geluk. De agape leidt tot een blijvende relatie en verbondenheid met de naaste en met God.
Terug naar het Evangelie. Het moge ondertussen duidelijk zijn dat er niet sprake is van één verloren zoon. Dit verhaal gaat over twee verloren zonen. De jongste heeft zijn leven verloren in de korte termijn sensatie. De oudste verliest het leven door vermijding. Hij ontloopt het leven. Doordat hij zichzelf niet wil liefhebben, kan hij ook zijn naaste niet liefhebben: zonder eros geen agape. De jongste komt tot inkeer. Hij erkent dat hij een verkeerde weg gekozen heeft en keert terug naar zijn vader om hem vergeving te vragen. Hij doet een beroep op de liefde van zijn vader. Hiermee stelt hij zich open voor de schenkende liefde. Door deze liefde te ontvangen zal hij daarna in staat zijn zelf ook liefde te geven. Alleen door liefde te ontvangen zijn wij in staat liefde te geven. De oudste zoon heeft nog een weg te gaan. Hij is niet in staat de liefde van zijn vader te ontvangen. Hij kan daardoor ook zijn broer niet liefhebben en noemt hem “die zoon van u”. Zijn vader geeft echter de moed niet op en heeft het over “die broer van je” die dood was en weer levend is geworden, verloren was en is teruggevonden. De vader hoopt ook zijn oudste zoon tot leven te brengen.
Ons menselijk leven is lang niet altijd eenvoudig. Voortdurend is er de verleiding van het kortdurende genot. De twee zoons maken twee geheel verschillende keuzes. De jongste kiest de weg van het najagen van het kortdurende genot en de oudste kiest voor het tegenovergestelde. Hij is bang voor de verleiding, bang voor het genot en probeert het tot het uiterste te vermijden en te ontlopen. Beiden zitten op een doodlopende weg. Zoals vaak ligt de waarheid in het midden. Wij zijn mensen en moeten leven als mensen. Maar wij lijken ook op God, zijn naar zijn beeld geschapen en ook in onze levenswijze moeten wij op God lijken.
De paus schreef in zijn encycliek dat eros en agape, menselijke en goddelijke liefde innig met elkaar verbonden zijn. Zij kunnen niet zonder elkaar. Wij moeten de eros niet uit ons leven wegbannen, maar haar in toom houden. Wij moeten ons niet verliezen in de eros. Vanuit de eros komen wij tot de agape, vanuit de menselijke tot de goddelijke liefde. Dit is een proces dat een leven lang duurt. Dit is ook de weg die gehuwden met elkaar gaan. Vanuit de eerste verliefdheid groeien zij tot een wezenlijke verbondenheid met elkaar, van eigenliefde groeien zij naar de schenkende liefde voor elkaar.
Zoals elk proces is ook deze weg een ontdekkingstocht. In Jezus Christus hebben wij een voorbeeld. Hij heeft ons voorgeleefd hoe wij een leven van liefde kunnen leiden. Maar nog steeds moeten wij zelf dat voorbeeld naar onze eigen situatie vertalen en dat betekent dat wij zelf keuzes moeten maken en dat wij daarbij fouten maken net als de twee verloren zonen. Maar altijd is er de liefde van God, de schenkende liefde, de neerdalende liefde die altijd weer vergeving schenkt en ons een nieuwe start gunt. Amen.
Vanuit een christelijke achtergrond wordt een overzicht van het bidden in de islam gegeven.
De vijf zuilen van de islam
De eerste zuil van de islam betreft de geloofsinhoud de andere vier de rituele plichten (ibadaat). God heeft geopenbaard hoe de mens Hem moet benaderen en met Hem moet omgaan en hoe hij hem moet vereren. Daarnaast regelen deze plichten de geloofsgemeenschap en de onderlinge solidariteit.
- Geloofsbelijdenis (sjahada)
a. De een- en enigheid van God
b. Engelen
c. Gezanten en profeten
d. Geopenbaarde geschriften
e. Laatste dag
f. Raadsbesluit van God (‘predestinatie’) - Rituele gebed (salaat)
- Religieuze belasting (zakaat)
- Vasten tijdens de ramadan (saum)
- Bedevaart naar Mekka (hadj)
Bidden in christendom en islam
Volgens de Christelijke Encyclopedie[i] is bidden het uitdrukken van de gerichtheid op God. Dit kan een individuele activiteit zijn, maar ook een met anderen gedeelde. Deze definitie kun je ook gebruiken voor het bidden in de islam. Er zijn uiterlijk naast verschillen veel overeenkomsten tussen het bidden van christenen en het bidden van moslims. Kijkend naar de inhoud van het gebed en vooral naar de mentale houding van de bidder zijn de verschillen groter. Dit hangt direct samen met het verschil in Godsbeeld. Tot een liefhebbende en nabije Vader bidt je anders dan tot een hoogverheven en soevereine Rechter. Dit godsbeeld is ook de reden van de strenge reglementering van het verplichte gebed in de islam.
Het verplichte gebed (salaat)
In de Koran is de salaat de meest genoemde religieuze plicht. De salaat vormt de kern van de islamitische liturgie en is de belangrijkste vorm van godsdienstige verering van de islam. Dagelijks wordt er vijf keer gebeden. De vaste momenten zijn: voor zonsopgang, halverwege de middag, voor zonsondergang, na zonsondergang en ’s nachts voor het slapen. De gebedstijden worden met de gebedsoproep (adzaan) door de gebedsoproeper (moe’addzin) aangekondigd.
De tekst van de Adzaan is als volgt: viermaal ‘God is groot’; tweemaal ‘Ik getuig dat er geen godheid is dan God’; tweemaal ‘Ik getuig dat Mohammed de gezant van God is’; tweemaal ‘Haast U naar het gebed’; tweemaal ‘Haast U naar het heil’; tweemaal ‘God is groot’ en tenslotte ‘Er is geen godheid dan God’. Aan de oproep voor het eerste gebed ’s morgens wordt nadat men tweemaal ‘Haast U naar het heil’ heeft geroepen tweemaal ‘Het gebed is beter dan de slaap’ toegevoegd.
Het gezamenlijk verrichten van de salaat versterkt de gemeenschapszin, de oemma. De salaat kent ook een mystieke dimensie. Mohammed kreeg de opdracht tot de vijf dagelijkse salaats tijdens het nachtelijk visioen waarin hij de zeven hemelen betrad. Elke salaat is eigenlijk zo’n mystieke hemelreis. De soefi’s gebruiken de salaat als uitgangspunt voor hun dzikr-rituelen: oefeningen in de mystiek of vroomheid.
Het gebed is alleen geldig als het op de voorgeschreven wijze wordt uitgevoerd. Dit betekent:
- Vaste tekst en rituele reinheid door middel van een kleine wassing (woedoe) in de moskee en een grote wassing (ghoesl) thuis.
- Ritueel reine ruimte: buiten de moskee is dit te bereiken door het uitrollen van het gebedskleed. Het gebed wordt bij voorkeur in de moskee verricht, maar kan ook elders. Voor mannen is het vrijdagmiddaggebed verplicht in de moskee. In de moskee zitten de vrouwen apart.
- Opstelling in de juiste richting (kibla). Dit is in de richting van de ka’ba in Mekka en wordt in de moskee aangegeven door de mihraab, een nis in de moskee.
- Uitspreken van de intentie (nijja): ‘Tot meerdere eer en glorie van God’.
- Juiste houding.
Naast deze verplichte vormgeving is ook het hebben van de juiste intentie belangrijk. Dit is voor een niet-moslim niet mogelijk.
De salaat bestaat uit de volgende onderdelen. De getallen verwijzen naar de figuur.[ii]
- Uitspreken intentie (nijja): “Ter meerdere eer en glorie van God.”
- Uitspreken takbir: “God is groot.” (Allahoe akbar)
- Opening van het gebed
a. Lofprijzing (as-Sana): “Heilig bent U, o God, en lof zij U, en gezegend is Uw naam en hoog is Uw roem, er is geen god behalve U. Ik zoek mijn toevlucht bij God tegen de vervloekte Satan.”
b. Openingssoera Koran: “In naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige. Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners, de Erbarmer, de Barmhartige, de Heerser op de oordeelsdag. U dienen wij en U vragen wij om hulp. Leid ons op de juiste weg, de weg van hen aan wie u genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.”
c. Recitatie van een andere soera. - Buiging (roekoe)
a. “God is groot.”
b. “Geprezen zij mijn Heer, de Almachtige.” (driemaal) - Staand: “Moge God luisteren naar hem die Hem geprezen heeft. Onze Heer, U zij alle lof.” en “God is groot.”
- Prosternatie (soedjoed): “Geprezen zij mijn Heer, de Almachtige.” (driemaal) en “God is groot.”
- Zittend: “O God, vergeef mij en heb genade.” en “God is groot.”
- Prosternatie (soedjoed): “Geprezen zij mijn Heer, de Almachtige.” (driemaal) en “God is groot.”
- De onderdelen 3) tot en met 8) vormen samen een rak’a. Afhankelijk van de gebedstijd bestaat de salaat uit een aantal rak’a’s. Tussen twee rak’a’s volgt staand: “God is groot.”
De volgende rak’a wordt in de figuur met de getallen 10) tot en met 14) aangegeven. Na iedere twee rak’a’s en na de laatste rak’a wordt zittend de tasjahhoed uitgesproken (15) : “Alle aanbidding in woord, daad en bezit komt aan God toe. Vrede, zij met U, o Profeet en de genade van God en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de ware dienaren van God.” Deze wordt afgesloten met de sjahada: “Ik getuig dat er geen godheid is dan God en dat Mohammed zijn afgezand is.”Zittend wordt de tasjahhoed uitgesproken. Iedere mens wordt begeleid door twee engelen die alle daden van de mens tot in detail opschrijven in zijn levensboek dat op de dag des oordeels dient als getuige. Eerst wordt ter afsluiting van de salaat de engel te rechterzijde begroet (16) met de woorden: “Vrede zij met U en de genade van God.” Tenslotte wordt op de zelfde wijze de engel ter linkerzijde begroet (17).
Andere vormen van bidden in de islam
Naast het verplichte gebed kent de islam vele andere vormen van bidden. Zo is er de persoonlijke smeekbede (dua). Soera 2,186: “Wanneer Mijn dienaren jou naar Mij vragen: Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van iemand die bidt, wanneer hij Mij aanroept. Zij moeten Mij dus gehoor geven en in mij geloven. Misschien zullen zij de goede weg opslaan.”
De islam kent verschillende vormen van bedevaart. Als eerste is er de hadj, de officiële bedevaart naar Mekka, die iedere moslim eens in zijn leven geacht wordt te gaan. Daarnaast zijn er het informele bezoek (ziyara) aan Jeruzalem of het graf van Mohammed in Medina. Mekka, Medina en Jeruzalem zijn de drie heilige plaatsen van de islam. De hadj bestaat uit zeven onderdelen uit te voeren op drie dagen. De zevenvoudige rondgang rond de ka’ba is hiervan het meest bekend. De hadj wordt afgesloten met offerfeest (ied al-adha) dat wereldwijd gevierd wordt. Tijdens het offerfeest wordt het dier binnen de familie gegeten en een deel aan de armen gegeven. De andere grote feestdag is na afloop van de ramadan: de ied al-fitr, het feest van het verbreken van het vasten.
Deze feestdagen en andere belangrijke momenten in het leven zoals geboorte, huwelijk en dood kennen hun eigen vormen van salaat.
Mystiek
Van Mohammed wordt verteld dat hij mystieke ervaringen had. In zijn slaap is hij weggevoerd, eerst naar Jeruzalem en daarna vanaf de tempel naar de hemel. Dit staat bekend als de hemelvaart van Mohammed. De mystieke ervaringen van Mohammed vormen de basis voor het soefisme, een mystieke beweging binnen de islam die verwant is aan het oosterse christelijke kloosterleven. Ook in de Koran vindt de mystiek haar wortels: “God is het licht van de hemelen en de aarde. Zijn licht lijkt bijvoorbeeld op een nis met een lamp erin. De lamp staat in een glas. Het glas is zo schitterend als een stralende ster. Zij brandt [op olie] van een gezegende boom, een olijfboom – geen oostelijke en geen westelijke – waarvan de olie bijna [uit zichzelf] licht geeft, ook al heeft geen vuur haar aangeraakt; licht boven licht. God leidt tot Zijn licht wie Hij wil.” (Soera 24,35) De weg van soefi’s leidt naast versterving tot kennis van het bovennatuurlijke.
Voor de gewone moslims kregen de soefi’s de status van heiligheid. Zij werden vrienden van God (wali) genoemd. In rangorde komen de wali direct na de profeten. Zij zijn in staat tot wonderen en hebben een zegenrijke invloed (baraka). Deze baraka is ook verbonden met overleden wali en leidt tot een cultus rond hun graftombes, bestaande uit bedevaarten, retraites en het brengen van votiefgeschenken. Ook aan de afstammelingen van Mohammed wordt baraka toegeschreven.
Een andere vorm van volksvroomheid is het gebedssnoer (tasbih). De tasbih is een hulpmiddel bij het denken aan God (dzikr) door het noemen van de 99 schone namen van God en het prijzen van God door 33 maal Soebhan Allah (verheven is God), 33 maal Al-hamdoelillah (alle lof zij God) en 33 maal Allahoe akbar (God is groot) te zeggen. Dit gebedssnoer vindt zijn oorsprong in India en is via de islam tot het christendom gekomen in de vorm van de Rozenkrans.
Literatuur
Herman Beck, Islam in hoofdlijnen, Zoetermeer: Meinema, 2002.
Fred Leemhuis, De Koran: Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands, Houten: Fibula, 2002, 11e druk.
Frank E. Peters, Islam en de joods-christelijke traditie: Een verkenning, Amsterdam: Boom, 2005.
Jacques Waardenburg (red.), Islam: Norm, ideaal en werkelijkheid, Houten: Fibula, 2000, 5e druk.
[i] George Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie, Kampen: Kok, 2005, 192-193.
[ii] Dr. Th.W. Juynboll, Handleiding tot de kennis van de Mohammedaansche Wet volgens de leer der Sjâfi’itische school, Leiden: Brill, 1903, 68.