Auteur: Thomas a Kempis
Titel: De navolging van Christus
Uitgever: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2007; prijs: € 16,95
ISBN: 978 90 253 6321 5; aantal pagina’s: 208
Bijna 600 jaar geleden schreef Thomas a Kempis ‘De imitatione Christi’ (De navolging van Christus). Na de Bijbel is dit het meest gelezen boek ter wereld. Het komt voort uit de Nederlandse spiritualiteit van de Moderne Devotie.
Het boek bestaat uit vier delen: Adviezen voor een spiritueel leven; Adviezen om op je innerlijk gericht te blijven; Spirituele oproep tot de communie; Traktaat over Gods innerlijke steun. Thomas richt zich als novicenmeester tot jongeren die zich voorbereiden op het kloosterleven, maar zijn adviezen gelden iedere christen. Hoe kom je tot gemeenschap met God? Hoe verenig je je leven met het leven van Christus? Hoe volg Hem werkelijk na? Hoe laat je los, waaraan je gehecht bent?
Met enige regelmaat verschijnen er nieuwe vertalingen van dit boek. Leraar klassieke talen Paul Silverentand is er in zijn vertaling in geslaagd hedendaagse taal te gebruiken. Hij heeft er een zeer leesbaar boek van weten te maken. Mijn ervaring met een oudere vertaling maakte mij niet gelukkig, maar deze kan ik van harte aanbevelen.
mei 2009
Auteur: Ton Crijnen
Titel: Titus Brandsma: De man achter de mythe
Uitgever: Valkhof Pers, 2008; prijs: € 39,50
ISBN: 978 90 5625 278 6; aantal pagina’s: 519
Heiligen zijn voor ons voorspraak en voorbeeld. Als deel van de gemeenschap van de Kerk kunnen wij hen vragen voor ons tot God te bidden. We kunnen ons ook in hun aardse leven verdiepen en hun navolging van Christus onszelf tot voorbeeld stellen.
Titus Brandsma heeft tijdens zijn aardse leven voor velen gebeden. Nog steeds mogen wij hiervoor een beroep op hem doen. Ton Crijnen heeft in zijn biografie van Titus Brandsma vooral de mens achter de heilige beschreven. Hiermee maakt hij van Titus niet een heilige hoog in de hemel, maar iemand van vlees en bloed die daadwerkelijk inspireert tot navolging. Traditioneel spelen relikwieën een grote rol in de devotie rond heiligen. Van pater Titus zijn geen stoffelijke resten beschikbaar, van hem rest alleen zijn voorbeeld, waarmee ook wij ons nu kunnen identificeren. Zijn martelaarschap was de voltooiing van zijn leven als getuigenis van Christus: zelfs te midden van onmenselijkheid bleef hij mens.
Het zeer leesbare boek geeft een compleet overzicht van het leven van Titus Brandsma, van zijn werk als wetenschapper, in de journalistiek, voor het katholiek onderwijs en de Friese beweging en van zijn verzet tegen het nationaalsocialisme. Tevens geeft het een beeld van het katholicisme in het vooroorlogse Nederland.
februari 2009
Auteur: Patrick Chatelion Counet
Titel: Brieven van Bernadette uit Lourdes en Nevers
Uitgever: Katholieke Bijbelstichting, 2008; prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 6173 027 9; aantal pagina’s: 206
Dit jaar is het 150 jaar geleden dat Maria in Lourdes aan Bernadette de Soubirous verscheen. Het zet het leven van de dan veertienjarige Bernadette volledig op de kop. Patrick Chatelion Counet heeft een kleine honderd brieven van haar vertaald en becommentarieerd. Bernadette geeft hierin verslag van de verschijningen en een beeld van haar verdere leven.
Uit de brieven komt Bernadette te voorschijn als een bescheiden maar ook zelfverzekerde jonge vrouw die zich niet makkelijk door anderen laat beïnvloeden. De verschillende verslagen van de verschijningen geven telkens tot in de details het zelfde beeld. Er worden in de loop van de tijd geen verfraaiingen toegevoegd en zij weigert woorden te gebruiken die anderen haar in de mond willen leggen.
Zij kiest voor een aan God gewijd leven en leeft vanaf 1866 in een klooster in Nevers, waar ze in 1879 – 35 jaar oud – na vele jaren van ziekte overlijdt. Ondanks haar ziekte voelt ze zich na het overlijden van haar ouders als oudste kind verantwoordelijk voor haar jongere broers en zus. De brieven zijn compact geschreven en direct van stijl en laten zich ook lezen als gebeden van een bijzondere vrouw.
juni 2008
Auteur: Kitty Bouwman
Titel: De spiritualiteit van je kind: ‘Mam, God kan zich wel in dúízend stukjes verdelen’
Uitgever: KBS, 2007; prijs: € 15,90
ISBN: 978 90 6173 0187; aantal pagina’s: 208
Voor veel kinderen is geloven heel gewoon. Zij zijn nog niet gewend alles wat ze ervaren, rationeel te willen verklaren. Ze vormen zichzelf beelden van God en van het mysterie van het leven. De kunst is op de juiste wijze te reageren op de – voor volwassenen vaak wonderlijke – uitspraken van kinderen. Het kind neemt hierin de volwassene bij de hand.
Theologe Kitty Bouwman schrijft op een zeer toegankelijke wijze over geloofservaringen van kinderen. Haar uitgangpunt is dat het kind zelf een bron van spirituele ervaring, een vindplaats van God is. Religiositeit is niet aangeleerd, maar is van nature aanwezig. Door hun ontvankelijkheid aanvaarden kinderen de goddelijke werkelijkheid en kunnen daar heel dicht bij vertoeven. Het boek wil volwassenen bewust maken van wat er in deze zin in kinderen omgaat. Het geeft ook handreikingen hoe daarmee om te gaan en de taal te verstaan die kinderen hierbij gebruiken. Ook bevat het boek praktische tips voor het gelovig opvoeden van kinderen en hoe ouders het geloof kunnen voorleven aan hun kinderen.
Het boek is een aanrader voor ieder die met kinderen omgaat: voor leerkrachten, medewerkers kindercatechese, maar vooral voor ouders.
april 2008
Auteur: Katia Mrowiec, Michel Kubler en Antoine Sfeir
Titel: God, Adonai, Allah: Vragen over de drie grote religies
Uitgever: Katholieke Bijbelstichting, 2006
ISBN: 90 6173 897 0; aantal pagina’s: 188; prijs: € 22,50
Kinderen van nu groeien op in een wereld waarin veel ter discussie staat. Zij ontmoeten kinderen van verschillende religies en ook kinderen die zonder enig geloof worden opgevoed. Dit doet hen allerlei vragen stellen. Kinderen willen weten hoe het zit.
In dit boek worden ruim honderd vragen beantwoord die kinderen stellen over het geloof van joden, christenen en moslims. In zeven hoofdstukken wordt ingegaan op: grote vragen van gelovigen, het geloof, het leven van de gelovigen, gebed en geloofspraktijk, religieuze feesten en symbolen, heilige plaatsen en vragen over gelovigen in de 21ste eeuw. Verder is er een verklarende woordenlijst, een overzicht van de geschiedenis en van de grote religieuze feesten.
Het boek is mooi uitgegeven en fraai geïllustreerd. Het is bedoeld voor kinderen 10-14 jaar. Ook voor volwassenen biedt het veel informatie. Het is van begin tot eind te lezen en ook te gebruiken als naslagwerk om eens wat op te zoeken. Door over andere godsdiensten te lezen, begrijp je ook je eigen godsdienst beter. Al ruim 1200 Nederlandse scholen voor het basis- en voortgezet onderwijs reageerden positief op het project dat rond dit boek is opgebouwd.
december 2007
Auteur: Joseph Ratzinger Benedictus XVI
Titel: Jezus van Nazareth, Deel I
Uitgever: Lannoo, 2007; prijs: € 29,95
ISBN: 978 90 209 7176 7; aantal pagina’s: 377
Een jaar na het aantreden van paus Benedictus XVI schreef Vaticaandeskundige John Allen dat Benedictus een grote leraar lijkt te worden. Na het lezen van zijn boek ‘Jezus van Nazareth’ en eerder de encycliek ‘Deus caritas est’ lijkt het mij dat hij een grote leraar is. Leraar in twee betekenissen. Hij is een goede docent: met eenvoudige taal worden de meest complexe zaken op zeer heldere wijze beschreven. Daarnaast weet hij ons de weg te wijzen: de weg van het leven, de weg van Jezus Christus.
In behapbare hoofdstukken en paragrafen worden verschillende facetten van het leven van Jezus van Nazareth op toegankelijke wijze beschreven. Benedictus maakt hierbij gebruik van de inzichten van wetenschappelijke Bijbelstudie, maar beperkt zich daar niet toe. Hij weet wetenschap en geloof te combineren. Alleen vanuit het geloof is de verhaal van Jezus te lezen als de geschiedenis van God met ons.
Voor ieder die zich wil verdiepen in Jezus van Nazareth is dit een absolute aanrader. Het boek geeft inzicht in de Evangelieverhalen, brengt de persoon van Jezus – God en mens – dichterbij, biedt stof voor persoonlijke meditatie en voor geloofsgesprekken. Door de uitgebreide registers is het tevens een handig naslagwerk.
september 2007
Verkiezingen
Overige enkele maanden zijn er weer landelijke verkiezingen. Hoe ziet de Kerk democratie als staatsvorm? De Kerk waardeert democratie positief, maar ziet het niet als enige mogelijke staatsvorm. Zij beoordeelt de democratie primair naar de wijze waarop zij omgaat met voor de Kerk belangrijke waarden.
Johannes Paulus II
In 1991 schrijft paus Johannes Paulus II: “De Kerk waardeert het democratische systeem voor zover het de medezeggenschap van de burgers in de politieke keuzen verzekert en aan de onderdanen de mogelijkheid waarborgt om hun bestuurders te kiezen en te controleren, evenals de mogelijkheid hen op vreedzame wijze te vervangen waar dit wenselijk blijkt.” “Een authentieke democratie is alleen mogelijk in een rechtsstaat en op basis van een juiste opvatting over de mens.”
Democratische waarden
Democratie is geen doel; het is een goed middel om het algemeen welzijn te bevorderen en de waardigheid van de gehele mens en van iedere mens te garanderen. Naleving van mensenrechten, garantie van godsdienstvrijheid, handhaving van rechtszekerheid en scheiding van machten zijn noodzakelijke voorwaarden voor een goede democratie. Iedere burger moet zichzelf kunnen ontplooien en iedereen moet kunnen bijdragen aan het realiseren van het algemeen welzijn. Het maatschappelijk middenveld heeft haar eigen plaats binnen een goede democratie.
Een goede democratie is niet zozeer het resultaat van het naleven van de regels, maar veel meer de vrucht van de overtuiging dat democratische waarden de basis vormen voor het goede leven van iedere burger. Volksvertegenwoordigers hebben de opdracht het welzijn van alle burgers na te streven en niet alleen de belangen van hun eigen achterban. Zo zijn christelijke politici er niet alleen voor het belang van de christenen, maar dienen zij vanuit een christelijke visie het belang van alle burgers te bevorderen. Dit geldt op dezelfde wijze voor socialisten en liberalen. One-issue partijen, partijen die slechts opkomen voor één bepaalde groep of één bepaald belang, bedreigen de democratie.
Vormen van meer directe democratie zoals bijvoorbeeld referenda en gekozen burgemeesters vergroten de deelname van de burgers en zijn in die zin goed. Directe democratie kan echter ook leiden tot meer belangenbehartiging en zij kan de neiging van de meerderheid haar standpunten op te leggen aan minderheden vergroten.
juni 2012
Bonum commune
De sociale leer van de Kerk kent een aantal principes; een daarvan is het algemeen welzijn. In het Latijn heet het ‘bonum commune’ en in het Engels ‘common good’. Een letterlijke vertaling is ‘het gemeenschappelijk goede’. Hiermee wordt duidelijk dat het bij het algemeen welzijn gaat om het goede voor alle mensen en voor geheel de mens. Het goede beperkt zich ook niet tot het materiële en aardse; het betreft alles wat goed is voor mensen.
Geschiedenis
De Griekse filosoof Aristoteles (384-322 v. Chr.) was een van de eersten die het begrip algemeen welzijn hanteerde. Binnen het christendom waren het vooral de kerkvader Sint Augustinus (354-430) en de kerkleraar Sint Thomas van Aquino (1225-1274) die dit begrip op christelijke wijze inhoud gaven.
Binnen de sociale leer duidt het algemeen welzijn op het totaal van die sociale voorwaarden, waardoor zowel groepen als enkelingen hun eigen volmaaktheid vollediger en sneller kunnen bereiken. Het principe van het algemeen welzijn vloeit voort uit de waardigheid, de eenheid en de gelijkheid van alle mensen. Alle mensen zijn kinderen van God.
Gemeenschap
Mensen hebben elkaar nodig; samen werken zij aan het algemeen welzijn van de gemeenschap. Het algemeen welzijn beperkt zich hierbij niet tot alleen de leden van de eigen gemeenschap. Het algemeen welzijn betreft de hele wereldbevolking en ook de nog komende generaties. Het algemeen welzijn kan nooit ten koste gaan van minderheden of delen van de gemeenschap uitsluiten. Het gaat niet om het welzijn van een meerderheid.
Staat en overheid
Het is de opdracht van alle mensen om naar vermogen bij te dragen aan het algemeen welzijn. Het zijn de overheden die hierin een belangrijke taak hebben. Het algemeen welzijn is de bestaansreden voor staatsvorming en de aanstelling van burgerlijke overheden. Zij moeten de samenhang, de eenheid en de organisatie garanderen waardoor het algemeen welzijn met de hulp van alle burgers bevorderd wordt. De juiste afweging van het particulier welzijn van verschillende groepen en individuen is een van de meest delicate taken van een overheid.
Rijk Gods
Het algemeen welzijn is meer dan een eenvoudig sociaaleconomisch welzijn. Het uiteindelijke streven is niet een wereldse heilstaat maar het Rijk Gods. God is het ultieme doel van al zijn schepselen. De transcendente dimensie overstijgt en voltooit de historische dimensie van het algemeen welzijn.
april 2012
Caritas in veritate
De sociale leer van de Kerk is voortdurend in ontwikkeling. Nieuwe situaties vragen nieuwe antwoorden. In 2009 schreef paus Benedictus XVI de sociale encycliek Caritas in veritate (Liefde in waarheid). Deze encycliek gaat over de ontwikkeling van de mens en van de volkeren. In een later artikel zal daar dieper op ingegaan worden.
De paus besteed in deze encycliek veel aandacht aan de complexiteit en de ernst van de economische crisis. Volgens hem moeten we met realisme, vertrouwen en hoop naar oplossingen zoeken. Er zijn nieuwe wegen en nieuwe regels nodig. De rol en de macht van de staat moet aangepast worden zodat de staten weer de mogelijkheid hebben de uitdagingen van de huidige wereld aan te pakken.
Het geldwezenbehoeft nieuwe doelstellingen en structuren, zodat het weer een instrument wordt dat gericht is op opbouw van welvaart en op ontwikkeling. Financiers moeten opnieuw de ethische grondslag van hun handelen ontdekken. Ethiek, transparantie en het streven naar goede resultaten zijn te combineren en mogen niet van elkaar worden losgemaakt. Door regulering van de financiële sector worden de zwakkeren beschermd en schandelijke speculaties verhinderd.
Noodzakelijke hervormingen
De groeiende wereldwijde afhankelijkheid van mensen van elkaar vraagt op korte termijn hervorming van de Verenigde Naties,de internationale economie en het geldwezen. Zo kan het concept van een familie van volken werkelijk concreet vorm gegeven worden. Dit is nodig om de solidaire ontwikkeling van alle volken tot stand te brengen. Een echt politiek wereldgezag is dringend noodzakelijk. Zo wordt de wereldeconomie richting gegeven en de door de crisis getroffen economie gesaneerd. Verergering van de crisis en daaruit voortvloeiende onevenwichtigheden worden hiermee voorkomen.
Wereldbank
Afgelopen oktober publiceerde de Pauselijke Raad Justitia et Pax (Vrede en Gerechtigheid) een nota met concrete voorstellen om uit de crisis te komen. Er wordt gepleit voor de oprichting van een publieke autoriteit met universele competentie op economisch en financieel vlak. Deze centrale ‘Wereldbank’ kan een stabiel economisch en financieel systeem voor iedereen waarborgen door de monetaire transacties te regelen op de manier van de centrale Nationale Banken zoals de centrale Europese Bank dat voor de Europese Unie doet.
februari 2012
Geschiedenis
Kerk en staat zijn in onze samenleving niet ondergeschikt aan elkaar. De Kerk is niet de baas over de staat en de staat niet over de Kerk. Dat is een groot goed, dat gaandeweg tot stand is gekomen.
Tweeduizend jaar geschiedenis laten zien dat de Kerk nooit geheel onderdanig was aan de staat en ook omgekeerd niet. Wel vielen kerkelijke en wereldlijke macht soms samen en er was ook vaak strijd om de macht. Een voorbeeld dicht bij huis is de bisschop van Utrecht. Hij regeerde in de Middeleeuwen niet alleen het bisdom Utrecht, maar was ook leenheer van de keizer en had de wereldlijke macht over Het Sticht (de huidige provincies Utrecht, Overijssel en Drenthe).
In de 11e en de 12e eeuw was er de Investituurstrijd. Karel de Grote was in 800 door de paus tot keizer gekroond. Zijn opvolgers werden steeds machtiger en gingen zich met de benoeming van bisschoppen bemoeien. Dit had ook te maken met de dubbelfuncties zoals bij de bisschop van Utrecht. Er kwam een reactie van de Kerk. Spreekwoordelijk is de gang naar Canossa: na excommunicatie ondernam Hendrik IV in 1077 een boetetocht om zich aan de paus te onderwerpen. Pas na drie dagen wachten werd hij door de paus ontvangen.
Wederzijdse afhankelijkheid
Ook bij scheiding tussen Kerk en staat kan er sprake zijn van wederzijdse afhankelijkheid. Zo wordt in België het onderhoud van kerken en het inkomen van pastores door de overheid betaald. Nederland kende een soortgelijke situatie. Denk aan de bouw van r.-k. kerken in de tweede helft van de 19e eeuw door het Ministerie van Waterstaat: de zogenaamde waterstaatskerken. In 1983 zijn in ons land de laatste directe financiële banden of ‘zilveren koorden’ tussen Kerk en staat verbroken.
De lekenstaat (laïcité)
Tegenwoordig wordt er vaak gesproken over scheiding tussen Kerk en staat, maar dan in de betekenis van de lekenstaat, waarin religie alleen een privézaak is. Dit is een onjuiste interpretatie van het principe van scheiding tussen kerk en staat. De religie wordt daarmee uit het openbare leven geweerd en politieke opvattingen gebaseerd op geloofsovertuiging zijn uit den boze. Hiermee komt de vrijheid van godsdienst in gevaar. Het is eigen aan godsdiensten om zich ook uit te spreken over wereldse zaken.
De sociale leer van de Kerk beweegt zich juist op dit gebied. Hoe neem ik als katholiek deel aan de maatschappij? Hoe kom ik tot de juiste afwegingen in economische en politieke kwesties?
december 2011







