Spring naar inhoud

Wijnstok als gemeenschap; Hnd 9,26-31; 1 Joh 3,18-24; Joh 15,1-8

Jezus roept ons op om gemeenschap te vormen: een gemeenschap in, met en door Christus. Hij is de ware wijnstok. Wij zijn de ranken. Zonder Hem kunnen wij niets.

In het verleden was er weinig aandacht voor de Kerk als gemeenschap. In de catechismus die ik in de jaren vijftig uit mijn hoofd leerde, komt het woord gemeenschap maar twee keer voor. Het belangrijkste was dat je als mens goed leefde. Het is zoals mijn moeder kon zeggen: Als je vriendje in de sloot springt, hoef jij dat nog niet te doen. Let niet op wat anderen doen, maar ga zelf de juiste weg. Vijftig jaar geleden kwam daar verandering in. Het Tweede Vaticaans Concilie legt veel nadruk op gemeenschap, communio. De mens is een sociaal wezen: zonder band met anderen kan hij niet leven en zijn talenten niet ontplooien. In het scheppingsverhaal lezen we: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft.” (Gn 2,18) Een mens wordt pas echt mens als hij niet alleen is. Tegen het steeds sterker wordende individualisme in pleit de Kerk voor gemeenschap.

Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wij lijken op God die liefde is. Wij lijken op de heilige Drie-eenheid: de drie-ene God die gemeenschap in zichzelf is. Wij kunnen niet bestaan zonder gemeenschap. Wij zijn deel van de gemeenschap, maar de gemeenschap is ook deel van ons. De gemeenschap en de relatie met andere mensen is een wezenlijk deel van ons bestaan. De gemeenschap zit in ons.

Het is niet zo eenvoudig om gemeenschap te vormen. Wij mensen zijn allemaal verschillend van elkaar. Alles wat anders is dan wij, maakt ons achterdochtig. Wij zijn van nature een beetje bang voor alles wat vreemd is. Die angst moeten wij overwinnen. Het anders-zijn van onze medemens is geen bedreiging, maar juist een verrijking. Doordat de ander anders is, heeft hij ons wat te vertellen. Door de ander krijgen wij een beter zicht op de waarheid. Dit hebben de eerste christenen ook moeten ontdekken. Zij wantrouwden Paulus en dat was niet zonder rede. Voor zijn bekering had hij – als Saulus – de christenen vervolgd. Hij was erbij toen Stefanus als eerste martelaar gestenigd werd. Zou deze rabiate christenhater nu plotseling bekeerd zijn? Gelukkig was daar Barnabas die Paulus wel geloofde. Deze vreemdeling Paulus heeft een enorme bijdrage geleverd aan de verbreiding van het christendom. Tot op de dag van vandaag lezen wij zijn brieven.

Een ander helpt ons niet alleen de waarheid te leren kennen, hij stelt ons ook in staat tot liefhebben. Een mens in eenzaamheid kan niet liefhebben en heeft ook geen andere mens die van hem houdt. Zonder liefde kan een mens niet leven. In eenzaamheid wordt hij doodongelukkig. Johannes wijst er in zijn brief op dat liefde concrete daden vraagt. Het zijn niet onze mooie woorden maar de daden van liefde die de gemeenschap opbouwen. Het is de Geest van God, de Geest van liefde die in ons woont. De heilige Geest brengt ons tot daden van liefde. Zo bouwt Hij aan de gemeenschap.

Jezus zegt ons dat liefde niet een zoetsappig sprookje is. Liefde vraagt ook om waarheid. Zonder waarheid verwordt liefde tot sentimentaliteit. Liefde in waarheid maakt ons verantwoordelijk voor elkaar. Wij zijn medeverantwoordelijk voor wat de ander doet. Binnen de gemeenschap hebben wij de verantwoordelijkheid elkaar op het goede spoor te houden. Inderdaad als je vriendje in een sloot springt, is dat geen reden om het ook te doen. Daar had mijn moeder gelijk in. Maar bovendien heb ik de verantwoordelijkheid om tegen mijn vriendje te zeggen, dat in een sloot springen niet goed is en dat hij dat beter niet meer doet.

Zo zijn wij medeverantwoordelijk voor elkaar. Niemand van ons wil dat iemand anders uit onze gemeenschap, weggezuiverd moet worden omdat hij geen vrucht draagt. Door onze verbondenheid met elkaar willen wij het lijden van de ander niet. En wij willen ook niet deze verbondenheid verbroken wordt. Een gemeenschap in Christus maakt ieder op zijn geheel eigen wijze medeverantwoordelijk voor het geheel. Dat is de enige manier waarop wij zelf goed en gelukkig kunnen zijn. Ons geluk staat niet los van het geluk van de gemeenschap als geheel.

In deze tijd – op weg naar Pinksteren – bidden wij om de heilige Geest, de Geest van liefde en gemeenschap. Wij vragen dat Hij onze harten doet branden van liefde voor elkaar, dat Hij ons opbouwt tot een hechte en sterke gemeenschap. Amen.

Bankier of priester; 1 Joh 3,1-2; Joh 10,11-18

Zo’n vijfenvijftig jaar geleden zong het Leidsch Studenten Cabaret: “Laat je zoon studeren, laat hem voor minister leren…” Het was de tijd van de vooruitgang en van een nog betere toekomst. Met een studie aan de universiteit was de toekomst van je kind verzekerd. In welke richting stimuleren wij vandaag onze kinderen? Willen wij dat zij bankier worden of priester? Moeten zij gaan voor het grote geld en het individuele geluk of vragen wij hen dienstbaar te zijn aan de samenleving en daarin hun geluk te vinden? Er is een tijd geweest waarin de beroepskeuze min of meer al bij de geboorte bepaald was. Bijvoorbeeld: de oudste zoon nam het bedrijf over en de tweede werd priester. Tegenwoordig is het gelukkig veel meer een eigen keuze, maar dat wil niet zeggen dat de directe omgeving van het kind daar geen invloed op heeft.

Wij willen graag dat onze kinderen gelukkig worden en doen alle moeite om daarvoor de voorwaarden te scheppen. We zorgen ervoor dat zij de opleiding krijgen die het beste bij hen past en die hen voorbereidt op een goed en gelukkig leven. Als je op internet zoekt op “hoe wordt mijn kind gelukkig”, vind je een overvloed aan adviezen. Persoonlijk denk ik, dat het niet gaat om gelukkig worden, maar om gelukkig zijn. Het belangrijkste is dan de manier waarop ouders zelf gelukkig zijn. Ouders leven het leven voor. Kinderen volgen hen hierin na. Hun manier van gelukkig zijn, is hun kinderen tot voorbeeld.

Eén ding is zeker: gelukkig ben je alleen samen met anderen. Geluk in eenzaamheid bestaat niet. Wij mensen zijn sociale wezens en worden pas echt mens in relatie met anderen. Dat is het belang van samen gemeenschap vormen. De relatie met anderen is zo’n wezenlijk onderdeel van ons bestaan, dat ook de gemeenschap waarvan wij deel uit maken een deel van ons zelf is. Wij zijn niet alleen deel van de gemeenschap, de gemeenschap zit ook in ons. Binnen de gemeenschap heeft iedereen zijn unieke plaats en rol. Dat is een rol die sterk met ons zelf verbonden is, maar die zeker ook niet los gezien kan worden van onze omgeving. Wij leven niet voor onszelf alleen, wij leven ook voor de anderen. Ieder van ons draagt op zijn eigen wijze verantwoordelijkheid voor het geheel.

Jezus heeft ons bij uitstek laten zien wat dat betekent. Hij heeft ons een teken gegeven van zijn liefde tot het uiterste toe. Hij zegt: “Ik geef mijn leven voor de schapen.” Johannes schrijft in zijn brief: “Vrienden, hoe groot is de liefde die de Vader ons betoond heeft! Wij worden kinderen van God genoemd en wij zijn het ook.” Wij mensen zijn in liefde met elkaar verbonden. Wij vormen één grote familie: allen zijn wij kinderen van God. In dat teken staat ons leven. Wij allen zijn geroepen tot een leven in liefde. Met ons leven maken wij onze liefde voor elkaar zichtbaar en concreet. Met deze roeping voor ogen zoeken wij onze plaats en rol in de gemeenschap.

Voor de een zal dat bankier zijn en voor de ander priester. Beiden zullen zich er bewust van moeten zijn dat zij geroepen zijn door en voor de gemeenschap. Roeping is niet iets individueels. Je hebt geen roeping. De roeping is niet van degene die geroepen wordt. De roeping is van en door de gemeenschap. Je wordt geroepen ten dienste van de gemeenschap. Als wij willen dat onze kinderen goede en gelukkige mensen worden, moeten we ze laten zien dat wijzelf gelukkig worden door ons in dienst te stellen van de mensen om ons heen. Als wij ons inzetten voor anderen, zullen onze kinderen dat ook doen. Als wij alleen op onszelf gericht zijn of ons geluk alleen in materiële zaken zoeken, zullen onze kinderen dat ook doen.

Onze samenleving heeft behoefte aan goede bankiers, bankiers die weten dat zij er zijn ten dienste van de maatschappij. Er zijn vele levenskeuzes die bijdragen aan het algemeen welzijn. De eigen talenten die ons gegeven zijn, bepalen in grote mate onze keuze. Onze roeping is ook gelegen in het tot ontwikkeling brengen van onze talenten. Het gaat daarom de goede combinatie te vinden van eigen mogelijkheden en onze verantwoordelijkheid voor het geheel. Zo worden wij zelf gelukkig en dragen we bij aan het geluk van anderen.

Vandaag hebben we speciaal aandacht voor roeping voor het gewijde ambt van priester en diaken en voor het aan God gewijde kloosterleven. Ook deze roepingen brengen de geroepene en vele anderen geluk. Vandaag ervaren wij het gemis van een priester die ons kan voorgaan in de Eucharistie. Dat vraagt dat ook deze geloofsgemeenschap priesters voortbrengt. Vandaag bidden wij voor roepingen. Minstens zo belangrijk is het dat wij een klimaat realiseren waarin roepingen goed gedijen: een klimaat waarin wij dergelijke roepingen stimuleren en het zelf aandurven ons te laten roepen en ook anderen op te roepen tot dienst aan de gemeenschap. Roeping begint bij onszelf. Amen.

Leven met Thomas Merton

Auteur: Kick Bras
Titel: Leven met Thomas Merton: Wegwijzer naar vrijheid
Uitgever: Meinema, 2015
Prijs: € 14,95
ISBN: 978 90 211 4384 2
Aantal pagina’s: 134

Thomas Merton werd 100 jaar geleden geboren. Na een turbulente jeugd en het vroege overlijden van zijn ouders groeide hij naar het rooms-katholicisme toe en werd hij in 1938 gedoopt. In 1941 sloot hij zich aan bij de trappisten. In het klooster in Kentucky in de Verenigde Staten zette hij zijn zoektocht voort en schreef hij vele diepzinnige teksten.

Een belangrijke vraag in het leven van Merton is: Hoe wordt je een werkelijk vrij mens? Hij vindt de vrijheid in het klooster en in de eenzaamheid, maar ziet zichzelf vervolgens als daarvan afhankelijk en dus toch weer onvrij. Vrijheid is ook een soort lenigheid die je in staat stelt je aan te passen aan de omstandigheden. Om werkelijk tot God, tot zuivere liefde en vertrouwen te komen, moet je je van alles losmaken, ook van jezelf.

Kick Bras voorziet in dit opnieuw uitgegeven boek teksten van Thomas Merton van commentaar. Zo laat hij ons op een toegankelijke wijze kennis maken met de boeiende persoon Merton, zijn spiritualiteit en met zijn veelgelezen werk.

Aan het licht komen! Joh 20,1-9

“Ze hebben de Heer uit het graf genomen en wij weten niet waar ze Hem hebben neergelegd.” Dat is wat Maria Magdalena zag en vertelde aan de leerlingen. Zij was op dat moment niet in staat te zien wat er werkelijk was gebeurd. Hoe vaak gebeurt het ons niet dat de werkelijkheid niet tot ons doordringt. We worden geheel opgeslokt door het leven van alle dag, door onze bezigheden en door onze grote en kleine zorgen. Een andere reden waarom we niet zien wat er werkelijk aan de hand is, ligt in onze manier van kijken, onze manier van denken. Door onze vooringenomenheid komt de waarheid niet aan het licht.

Een van de redenen waarom mensen tegenwoordig niet geloven, is omdat ze het werkelijk niet kunnen. Ze kunnen het niet geloven. Bij doopgesprekken kom ik dat regelmatig tegen: een van de ouders is katholiek en de ander gelooft helemaal niets. De ongelovige heeft veel respect voor het geloof van de partner en heeft ook geen enkel bezwaar tegen de doop van het kind, maar is niet in staat zelf ook te geloven. De ongelovige bekijkt de wereld puur rationeel. Voor hem is waarheid datgene wat wetenschappelijk kan worden aangetoond. Meer dan dat kan er volgens hen niet bestaan. De ongelovige denkt zoals Maria Magdalena denkt. Het graf is leeg. De enige logische verklaring is dat iemand het lichaam heeft meegenomen.

Het kan ook anders. Johannes schrijft in het Evangelie over zichzelf: “hij zag en geloofde.” Blijkbaar keek Johannes met andere ogen. Maria Magdalena had alleen maar gezien dat het graf leeg was en daaruit had zij haar conclusie getrokken. Petrus en Johannes zien meer. Zij zien ook dat de zwachtels er nog lagen en op een andere plaats de zweetdoek die zijn hoofd had bedekt. Petrus heeft blijkbaar geen idee wat hij hiermee aan moet, terwijl bij Johannes het eerste teken van geloof zichtbaar is. Blijkbaar leefde Johannes ondanks alles in de verwachting dat de dood het einde niet kon zijn, dat er nog hoop en toekomst moest zijn. Zonder te beseffen wat er precies gebeurd is, komt bij Johannes een eerste glimp van de waarheid aan het licht.

Ons denken wordt sterk beïnvloed door de cultuur waarin wij leven. Hierin zijn wij opgevoed en hierin voelen wij ons thuis. Zonder een gedeelde cultuur zou het leven tamelijk ingewikkeld zijn. Dan zouden we voortdurend aan elkaar moeten uitleggen wat we met een bepaald woord of gebaar bedoelen. De wereld zou ten onder gaan aan misverstanden. Maar het heeft ook zijn keerzijde. Onze manier van denken kan ons ook verblinden. Niet dat we bewust onze ogen sluiten, maar we zien het gewoon niet. Dat is aan de orde bij geloven, maar ook als wij het over vrijheid hebben.

Christus is onze Verlosser en Redder. Hij heeft ons bevrijd. Als we het tegenwoordig over vrijheid hebben, hebben het vooral over doen waar je zin in hebt. Dat is de vrijheid van het neoliberale denken van deze tijd. Iedereen streeft naar zoveel mogelijk vrijheid: lekker doen waar je zin in hebt. De enige beperking die we kennen is de vrijheid van de ander. De beleving van onze eigen vrijheid mag niet ten koste gaan van onze medemens. Daar gaat dan ook de discussie over. Wanneer wordt vrijheid van meningsuiting een vorm van beledigen? Een ander voorbeeld is godsdienstvrijheid. Mag je in vrijheid je geloof beleven ook als anderen vinden dat hun waarden daarmee in het geding zijn?

Dit is echter niet de vrijheid die Christus ons brengt. Hij heeft ons bevrijd van het kwaad, met name van het kwaad in onszelf. Door deze bevrijding zijn wij in staat een goed en gelukkig mens te zijn door goed te doen en onze medemens lief te hebben. Jezus heeft ons bevrijd van ons egoïsme, van onze neiging altijd en overal onszelf als het centrum van de wereld te zien. Zelf heeft Hij het ons voorgeleefd. Hij heeft ons laten zien hoe je goed kunt leven. Met zijn leven, dood en verrijzenis heeft Hij ons de ogen geopend. Hij heeft ons laten zien welke weg wij kunnen gaan: de weg van liefde en geluk, de weg van licht en vrede. De vrijheid die Jezus ons geeft, is de vrijheid om goed te zijn, de vrijheid om elkaar lief te hebben, de vrijheid om te doen wat God van ons vraagt. Deze vrijheid in onbegrensd. Er zijn geen grenzen aan liefhebben en goed zijn. Het enige wat ons in de weg staat, is ons eigen tekortschieten.

Christus heeft de relatie tussen God en mensen hersteld. Hij heeft ons heel zijn leven gegeven, al zijn liefde en al zijn genade. Hij geeft ons zijn Geest: de heilige Geest die in ons woont. Het is zijn Geest die onze Helper is, die ons kracht geeft en liefde en wijsheid. Het is zijn Geest die ons de ogen opent, die ons de ware werkelijkheid laat zien. Zo komt Gods bedoeling met ons aan het licht. De God van liefde heeft ons zijn Zoon gegeven als een teken van zijn liefde tot het uiterste toe. In die liefde mogen leven en vrij zijn en doen wat goed is voor onze medemens. Zo mogen wij met de verrezen Heer ten volle leven nu en in eeuwigheid. Amen.

Zelfgenoegzaam

Wij Nederlanders hebben het nogal getroffen met onszelf. Wij scoren hoog bij internationale onderzoeken naar geluk. Vrijwel nergens zijn de mensen zo gelukkig als hier. Ondertussen zijn we zo tevreden met onszelf, dat we ons absoluut niet kunnen voorstellen dat iemand niet zo wil zijn als wij zijn. Wij zijn zo goed dat iedereen zo moet worden als wij.

Dit denken heeft echter wel ernstige gevolgen voor mensen die ervoor kiezen op hun eigen wijze zichzelf te zijn en gelukkig te worden: mensen met een andere culturele achtergrond. Onlangs werd duidelijk dat zij weinig kans hebben op de Nederlandse arbeidsmarkt. Vrijwel nergens ter wereld is de relatieve werkloosheid onder allochtonen zo hoog als hier. De werkloosheid onder allochtonen is veel hoger dan onder autochtonen. Ongetwijfeld zijn daar vele oorzaken voor te noemen, maar zolang we alleen maar mensen in dienst nemen die precies zo doen en denken als wijzelf, zal er weinig veranderen.

Komende zondag vieren we Pasen: het feest van het nieuwe leven. Ons Paasfeest is voortgekomen uit het joodse Paasfeest: een lentefeest waarbij de bevrijding uit de slavernij in Egypte gevierd wordt. Voor christenen is het de dag waarop Jezus van Nazareth uit de dood opstond. Na zijn dood aan het kruis is Hij door God uit de dood tot leven gewekt. Daarmee is Hij voor altijd een levende realiteit.

Zoals de joden bevrijd zijn uit de slavernij, zo bevrijdt Jezus Christus de mensheid van het kwaad. Hij maakt ons vrij om het goede te doen. De vrijheid die Hij ons geeft, is niet de vrijheid van onze hedendaagse neoliberale cultuur. Het is niet de vrijheid van doen waar je zin in hebt zolang je een ander maar niet teveel tot last bent. De vrijheid die Christus ons geeft, is de vrijheid om een goed mens te zijn, de vrijheid om God en medemens lief te hebben. Deze vrijheid kent geen grenzen. Het een vrijheid die leidt tot geluk zonder verzadiging. Door de ander lief te hebben en goed voor hem te zijn, maak je je medemens gelukkig. Dat zal ook jezelf werkelijk gelukkig maken.

Vele vormen van vrijheid zijn in onze grondwet vastgelegd. In ons land is ieder vrij op de zelf gekozen wijze het persoonlijk geluk na te streven en bij te dragen aan het algemeen welzijn. Pasen kan het feest zijn waarop wij ons laten bevrijden van onze zelfgenoegzaamheid. Als we werkelijk onze medemens liefhebben en respecteren, zullen we hem ook de ruimte geven niet te zijn zoals wij zijn. Dat begint met niet alles af te wijzen wat anders is dan wij normaal vinden.

Column in Telstar, 1 april 2015

Zondige structuren

Kan ik er wat aan doen!? Regelmatige lopen we tegen zaken aan waarmee we niet gelukkig zijn, maar waar we ons ook niet meteen verantwoordelijk voor voelen. Denk aan wet- en regelgeving in ons eigen land en aan internationale economische structuren. We zouden het graag anders zien, maar ondertussen levert het vaak wel voordeel op en laten wij ons dat welgevallen.

Paus Johannes Paulus II

In 1987 schreef paus Johannes Paulus II de encycliek Sollicitudo rei socialis (Over de sociale zorg). Hierin bezint hij zich op een centraal thema in zijn denken: de solidariteit. De encycliek is positief over de optie voor de armen: de hele traditie van de Kerk getuigt ervan dat zij er voor de armen moet zijn. In deze encycliek gebruikt de paus het begrip zondige structuren.

Alle regels en structuren die tot onrechtvaardige situaties leiden, tot uitbuiting en onderdrukking, die de menselijke waardigheid aantasten en de solidariteit tussen mensen in de weg staan, kunnen we als zondig beschouwen. Zij komen voort uit eenzijdige behartiging van het eigen belang en de eigen macht, persoonlijk of als groep. Zondige structuren zijn uiteindelijk terug te voeren op de persoonlijke zonde van mensen die ze tot stand hebben gebracht. Door de vastlegging in wetten en internationale afspraken hebben deze structuren een officieel en blijvend karakter. Dit maakt het moeilijk ze te bestrijden. Sterker nog het maakt ze krachtiger en zij worden op hun beurt de bron van nieuwe zondige structuren.

Hedendaagse zondige structuren

In Sollicitudo rei socialis ging het vooral over internationale economische structuren. Op dit gebied is er nog steeds veel regelgeving ten nadele van arme landen. Daarnaast kunnen we dichter bij huis ook denken aan hoe wij omgaan met de kosten van milieuvervuiling. Meestal zijn deze niet opgenomen in de prijs van de producten die we kopen. Wat moeten we denken van steeds strengere bureaucratische regels waarvan juist de zwakken in onze samenleving de dupe zijn? Een kleine fout in een hopeloos ingewikkeld formulier leidt tot korting op de uitkering. Hoe rechtvaardig is de gezondheidszorg waarin alles draait om medische verrichtingen in plaats van de gezondheid van mensen? Hoe staat het met onze rechtsstaat als de toegang tot de rechter vanwege de hoge kosten voor een deel van de mensen niet mogelijk is?

Wat kan ik er aan doen?

Wij staan niet machteloos tegenover zondige structuren. In ons economisch handelen kunnen we er rekening mee houden door er niet in mee te gaan en trachten ze te vermijden. We kunnen kiezen voor duurzame producten en eerlijke handel. Daarnaast hebben we ons stemrecht. Dat kunnen we gebruiken om de wereld stap voor stap rechtvaardiger te maken. We hoeven niet voor ons eigen belang te kiezen. We kunnen ook het algemeen belang en het belang van de zwakkeren tot hoogste prioriteit maken. De verlossing en bevrijding die Christus ons brengt, is niet alleen een verlossing van de individuele zonde. Het Rijk Gods is ook een bevrijding van het gezamenlijk kwaad en daarmee van de zondige structuren. Van ons wordt gevraagd mee te werken aan Gods Rijk.

Dienaar zijn; Jr 31,31-34; Joh 12,20-33

Een stel Grieken wil Jezus graag spreken. We weten niet wie deze Grieken zijn. Johannes vertelt dat ze behoren bij degenen die voor het Paasfeest naar Jeruzalem zijn gekomen. Waarschijnlijk zijn het heidenen die belangstelling hebben voor de joodse godsdienst. Ze zien hoe Jezus de stad is binnen gekomen: gezeten op een ezel en toegejuicht als de koning van Israël, de intocht die wij op Palmzondag zullen vieren. Deze man willen zij spreken en zij wenden zich tot Filippus, die evenals Andreas, een Griekse naam heeft en Grieks spreekt. Ook tweeduizend jaar geleden was er in het Romeinse Rijk sprake van globalisering met het Grieks als wereldtaal. Blijkbaar was het toen niet vreemd voor joodse ouders om hun kinderen Griekse namen te geven. U ziet er is niets nieuws onder de zon.

De tijd van Jezus wijkt hiermee sterk af van wat we in de eerste lezing lezen. Daar wordt teruggeblikt naar het begin van Israël: de uittocht uit Egypte. Toen was de gedachte: ieder volk heeft zijn eigen land en zijn eigen god. Het is een streven naar zuiverheid dat ook in deze tijd gehoord kan worden: alles wat vreemd is, is slecht en moet uitgebannen worden en iedereen moet zich aanpassen aan ons en worden zoals wij zijn. De situatie van Israël was ondertussen sterk veranderd. Jeremia schrijft in de tijd van de ballingschap. Het volk is weggevoerd naar Babylon. Hier ontdekken zij dat God met hun meetrekt. Dat je God overal kunt dienen en aanbidden. God zal met hen een nieuw verbond sluiten anders dan het oude dat gebonden was aan het land Israël. God zal zijn wet in hun hart leggen, waar ze zich ook bevinden.

Dit nieuwe verbond krijgt gestalte in Jezus Christus. Met zijn leven, zijn dood en verrijzenis brengt Hij het tot stand. Het is het uur van zijn verheerlijking: de graankorrel sterft in de aarde en brengt veel vrucht voort. De wet die Hij ons in ons hart legt, is de wet van de liefde. Hij roept ons allen op dienaar te zijn, dienaar van Hem en dienaar van elkaar en om Hem en elkaar lief te hebben. Het dienaarschap zoals Jezus ons leert, is er niet alleen voor de joden. Ook de Grieken, ja alle mensen zijn geroepen tot dienaar. Allen zijn geroepen om te delen in de liefde van God. Ondanks alle verschillen in rassen en talen zijn wij mensen één volk. Allen zijn wij kinderen van één Vader.

Dit geldt niet alleen in Israël en voor ons hier in Nederland. Het is ook de boodschap die de Kerk in Sri Lanka verkondigt. Daar strijdt de Kerk tegen de discriminatie van de Tamils die werken op de theeplantages. De Kerk zet zich in voor vrede en verzoening over religieuze, culturele en etnische grenzen heen. Haat en wantrouwen tussen boeddhisten, hindoes, christenen en moslims moeten worden omgezet in begrip, vertrouwen en vriendschap. Er moet een einde komen aan uitbuiting en achterstelling.

Het Vastenaktieproject van dit jaar roept ons op tot steun voor het jongerenwerk van SETIK, de caritasinstelling van het bisdom Kandy. Veel kinderen worden slecht begeleid en verlaten voortijdig hun school. Op jonge leeftijd gaan ze werken of zwerven ze op straat. SETIK wil de kinderen en jongeren zelfstandig en zelfbewust maken. Met een groot aanbod aan trainingen en workshops stimuleren zij kinderen en jongeren hun schoolopleiding af te maken en een voorbeeldfunctie in de samenleving te vervullen. Zo worden ze voorbereid op een volwaardig lidmaatschap van de maatschappij. SETIK ontmoedigt kinderarbeid. Zij organiseert bijeenkomsten en trainingen, computercursussen maar ook cursussen over thema’s als ‘persoonlijk leiderschap’ en ‘geweldloos samenleven’. SETIK zorgt voor extra opvang en begeleiding voor kinderen na schooltijd. Er worden kleine bibliotheekjes ingericht in de dorpjes op de theeplantages. De kinderen kunnen hier terecht voor extra lessen en hulp bij hun huiswerk. Deze opvang gebeurt door jongeren die zelf deel uitmaken van de programma’s van SETIK. Zo leren de jongeren zelf ook dienstbaar te zijn.

Wij kunnen onze dienstbaarheid concreet maken door het werk van SETIK financieel te ondersteunen. Zo tonen wij onze verbondenheid en solidariteit met onze broeders en zusters in achterstandsituaties. Zo brengen wij hoop en toekomst voor kinderen en jongeren in de verdrukking. Zo tonen wij ons dienaar en navolger van Jezus Christus. Jezus is aanwezig in de nood in Sri Lanka. Wie Hem wil dienen, moet Hem volgen. Waar Hij is, daar zal ook zijn dienaar zijn. Het is niet nodig om naar Sri Lanka af te reizen. Wij kunnen daar ook zijn met ons gebed en met onze financiële ondersteuning. Ook op die wijze verbinden wij ons met Jezus Christus en volgen wij Hem over alle grenzen heen na. Amen.

Maria: De korste weg naar Jezus

Auteur: René Stockman
Titel: Maria: De kortste weg naar Jezus
Uitgever: Garant, 2014
Prijs: € 20,00
ISBN: 978 90 441 3148 2
Aantal pagina’s: 192

Het leven van Maria draait om Jezus. Hij staat centraal in haar en in ons leven. Geen mens stond dichter bij Hem dan Maria. Zij is daarmee voor ons de kortste weg naar Jezus. Zij is niet een poortwachter of een secretaresse waar je niet om heen kunt. Nee, zij is – als een voorbeeld van geloof – een weg die voor ons begaanbaar is. Met en door Maria komen wij tot gelijkvormigheid met Jezus.

Wij richten ons gebed tot God de Vader. Tot Hem bidden wij via zijn Zoon Jezus en met Maria. Zo bidden wij ook de rozenkrans. Door te mediteren op de geheimen van de rozenkrans, wordt het rozenkransgebed een evangelisch gebed: “een verkwikkende wandeling doorheen het leven van Jezus aan de hand van Maria”. De twintig geheimen openen en sluiten met Maria, maar verreweg de meeste betreffen het leven van Jezus.

Broeder René Stockman mediteert in dit boek over de twintig geheimen. Daarmee gaat dit boek veel meer over Jezus dan over Maria. Het prettig geschreven boek laat ons nadenken over onze relatie met Jezus en helpt ons ook om het rozenkransgebed verder te verdiepen en meer inhoud te geven.

Dat mag gezien worden; Ef 2,4-10; Joh 3,14-21

Jezus zegt: “Wie de waarheid doet gaat naar het licht.” Maar als onze daden slecht zijn, beminnen wij de duisternis. Licht en duisternis, goed en kwaad: iets mag gezien worden of moet juist verborgen blijven. Ons leven is er vol van: zaken waarover we volop praten en waar we trots op zijn en zaken waar we liever over zwijgen en waarvoor we ons schamen.

Het is Veertigdagentijd. We zijn onderweg naar Pasen. Het feest van het leven. Het leven dat de dood overwint. Jezus Christus is na zijn dood aan het kruis door God weer tot leven gewekt. En ook wij zullen ooit opstaan tot nieuw leven, een leven met God, een leven in het volle licht van zijn oneindige liefde. Het is ook voorjaar, de tijd van overal ontluikend nieuw leven. Het wordt weer warmer en lichter. Wij laten de winter achter ons. Het maakt ons opgewekt en enthousiast: we willen er weer tegenaan en maken voor alles en nog wat plannen. Dit kenmerkt ook het leven van Jezus: Hij heeft een geweldige missie. Zijn Vader heeft Hem gezonden om de mensen tot het geloof te brengen en daarmee het eeuwig leven te geven zodat zij niet verloren gaan en verdwijnen in de duisternis. Jezus brengt ons het licht. Hij is het licht der wereld.

Hij niet gekomen om te oordelen, maar om ons te verlichten zodat wij door Hem gered worden. Hij roept het goede in ons op en brengt dat aan het licht. Als wij ons van dat licht afwenden en de duisternis zoeken, dan veroordelen wij onszelf. Als wij het licht toelaten in ons leven en ons keren tot Christus, worden wij gelukkig, nu en in eeuwigheid. Zijn genade brengt ons redding en geeft ons leven. Jezus heeft ons voorgedaan hoe wij goed kunnen leven, hoe wij kunnen leven in liefde en waarheid. Hij houdt ons niet een systeem van regels en geboden voor. Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt geloven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor kunt komen. Als wij Hem navolgen, leiden wij een leven dat gezien mag worden. Dan komen wij door zijn genade zelf aan het licht en brengen wij Hem aan het licht. Dan worden de goede daden zichtbaar die God voor ons bereid heeft. Dan komt Christus in ons tot leven en wordt Hij zichtbaar in deze wereld.

Vaak zijn wij schuchter en verlegen in het spreken over ons geloof. Wij mensen zijn nogal geneigd om stil te staan bij onze negatieve ervaringen. Goed nieuws is geen nieuws. Moord en doodslag, list en bedrog: dat is nieuws en dat is sensatie. Wij vergeten te spreken over het goede dat ons overkomt. Jezus is gekomen om het goede nieuws te brengen. Hij brengt ons de Blijde Boodschap. Ook hierin mogen wij Hem navolgen. Wij mogen het luid verkondigen: al het goede dat God aan ons doet, de liefde die Hij ons geeft, de redding die Christus ons brengt, de belofte van het eeuwig leven in liefde en geluk. Dat alles is ons toegezegd en wij mogen dat aan het licht brengen. Het is een boodschap die waarachtig gezien mag worden.

Wij leven in een geseculariseerde wereld. God is op de achtergrond geraakt. Hij heeft niet langer de eerste plaats in het leven van mensen. Ook wij zelf vergeten wel eens dat wij leven vanuit de genade. We denken dan dat iets onze eigen prestatie is en vergeten dankbaar te zijn voor de talenten die God ons gegeven heeft. De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning. Wat is de plaats van God in ons leven? Als wij Hem in het centrum weten te stellen, komen wij tot een leven in liefde en waarheid, tot een leven dat gezien mag worden. Dan is ons leven niet alleen voor onszelf de moeite waard dan mag het door iedereen gezien worden, dan heeft ons leven voor ieder die wij ontmoeten betekenis.

Als wij leven vanuit de genade van Christus, gaan wij ook getuigen van zijn genade en van het geluk dat Hij ons brengt. Komende zaterdag is de Hoop Tour in Berkel. Dat is een prachtige gelegenheid om ons te oefenen in het laten zien van ons geloof. De Hoop Tour is bedoeld om de missionaire opdracht van onze Kerk hier en nu inhoud te geven. Het geloof is er niet om het als een geheim voor onszelf te houden. Het geloof is er om het uit te dragen en met iedereen te delen. Iedereen mag weten wat ons gelukkig maakt. Ons geloof mag gezien worden. Het geloof is niet alleen een privézaak. Het is ook een openbare aangelegenheid. Vanuit ons geloof nemen wij deel aan de samenleving.

Na afloop van deze viering wordt u een flyer aangereikt. Deze flyer gaat over Pasen, over het vieren van het leven. Hij biedt ons stof tot nadenken over de plaats van God in ons leven. Van daar uit komen wij tot handelen en tot het vertellen over ons geloof. Als wij God in ons leven ervaren, maken wij dat met woord en daad zichtbaar in ons eigen leven. Amen.

Weeffouten

Op zondag 1 maart vertelde Joris Luyendijk in het programma Tegenlicht over de misstanden die hij was tegengekomen tijdens zijn onderzoek in de Londense bankwereld. De verbazing stond nog op zijn gezicht. De titel van het boek dat hij hierover schreef, luidt: ‘Dit kan niet waar zijn’. Gaandeweg zijn er in de financiële sector structuren en culturen ontstaan, waarover we ons ten zeerste verbazen. Was dit de bedoeling van liberalisering en globalisering? Luyendijk had het over monsters.

De organisatie van de financiële wereld is een van de weeffouten die er gaandeweg in onze maatschappij zijn ontstaan, maar er zijn er veel meer. Studenten protesteren tegen het efficiëntiedenken in het onderwijs. In de zorgsector wordt vooral gedacht in medische verrichtingen in plaats van de gezondheid van mensen. Het denken in termen van efficiëntie en van meetbare doelstellingen doet ons blijkbaar de menselijke maat en de menselijke waardigheid uit het oog verliezen. Het gaat er niet alleen om wat goed is voor mensen, maar ook wat ervaren mensen als goed voor zichzelf en voor hun medemens. Andere voorbeelden zijn handelsbarrières waarvan vooral arme landen last hebben, en milieuvervuiling die niet in de prijs van de producten wordt doorberekend.

Misschien is het woord weeffout wel veel te vriendelijk. De katholieke Kerk heeft het in haar denken over de maatschappij over ‘zondige structuren’. Alle regels en structuren die tot onrechtvaardige situaties leiden, tot uitbuiting en onderdrukking, die de menselijke waardigheid aantasten en de solidariteit tussen mensen in de weg staan, kunnen we als zondig beschouwen. Zij komen voort uit eenzijdige behartiging van het eigen belang en de eigen macht, persoonlijk of als groep. Zondige structuren zijn uiteindelijk terug te voeren op de persoonlijke zonde van mensen die ze tot stand hebben gebracht. Weeffouten ontstaan per ongeluk, maar zonde is iets wat je bewust doet. Door dergelijke zaken als zondig te bestempelen wijst de Kerk uitdrukkelijk op de verantwoordelijkheid van mensen.

Door de vastlegging in wetten en internationale afspraken hebben zondige structuren vaak een officieel en blijvend karakter. Dit maakt het moeilijk ze te bestrijden. Sterker nog het maakt ze krachtiger en zij worden op hun beurt de bron van nieuwe zondige structuren. Hierdoor voelen wij ons nogal machteloos, maar de vraag is of we werkelijk ook machteloos zijn. Veel van deze misstanden leveren ons ondertussen wel mooi persoonlijk voordeel op. We kunnen er ook voor kiezen in ons eigen handelen als consument en als burger af te zien van het persoonlijk voordeel en prioriteit te geven aan het algemeen belang. Op 18 maart gaan we naar de stembus. Kiezen we daar voor het voortbestaan of voor het bestrijden van zondige structuren? Kiezen we voor het persoonlijk eigenbelang of voor het algemeen belang?

Column in Telstar, 11 maart 2015