God laat zijn schepping nooit in de steek. Hij laat ons mensen niet aan ons lot over. Zo geeft Hij de Israëlieten te eten. Hij laat hen niet omkomen in de woestijn. Ze zijn op weg naar het beloofde land, het land van vrede en vrijheid. Dat is de weg die God voor hen heeft uitgestippeld. Hij zorgt ervoor dat zij deze weg ook daadwerkelijk kunnen gaan. Ook wij zijn mensen die op reis zijn, mensen die voedsel voor onderweg nodig hebben. Ook wij kunnen onze weg niet zonder hulp volbrengen. De hele mensheid, zelfs de hele schepping is onderweg naar het Rijk Gods. Wij gaan niet een eenzame reis; wij reizen gezamenlijk, als gemeenschap en in verbondenheid met elkaar. Het is juist de gemeenschap die gevoed moet worden.
Om als individu in leven te blijven volstaat het brood dat we bij de bakker halen. Om als gemeenschap in leven te blijven moeten we ons voeden met het Brood uit de hemel. Dit is het Brood dat door God zelf is getekend. Hij heeft er zijn stempel op gedrukt. Dit is het Brood van liefde en vrede, het Brood dat ons in Christus tot elkaar brengt tot één lichaam, tot een gemeenschap van mensen die gezamenlijk en in verbondenheid met elkaar op weg zijn. Mensen hebben elkaar nodig. Als individuen kunnen wij niet leven. Alleen in relatie met elkaar komen wij werkelijk tot leven en kunnen wij ons ontplooien tot de personen zoals wij bedoeld zijn. Alleen in verbondenheid met elkaar komen wij tot een leven in liefde en waarheid.
Paulus schrijft: “Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.” Om te zijn zoals we bedoeld zijn, moeten wij onze oude mens afleggen door afstand te doen van onze zelfgerichtheid. Onze zelfliefde moeten wij omvormen tot liefde voor de ander. Dit vraagt om bekering en verlossing. Het is aan ons om ons hiervoor open te stellen en ontvankelijk te zijn. Het is God zelf die ons in en door Christus de verlossing schenkt. Hij geeft onze de genade die ons brengt tot geloof en tot bekering. Hij heeft ons zijn eigen Zoon gegeven tot voedsel voor onderweg. Door ons met het eten van het Brood met Christus te verenigen, komen wij tot de liefde en de waarheid die Hij ons geeft. Hij is onze weg ten leven.
Paulus leert ons: “leeft niet langer zoals de heidenen in hun waanwijsheid.” Ook wij leven vaak in de waanwijsheid, dat we prima in staat zijn ons zelf te redden. We zijn niet van anderen afhankelijk. We kunnen heel goed voor onszelf zorgen. Wij gaan ons eigen pad en hebben daarbij niemand nodig. Dit is de waanwijsheid van de heidenen waarvoor Paulus ons waarschuwt. Deze waanwijsheid doet ons enkel het eigen plezier zoeken. Het is de waanwijsheid van de zelfliefde die ten koste gaat van anderen. Door ons te verenigen met Christus, leren wij Hem kennen. Dan vinden wij de werkelijke vreugde van de liefde gericht op de ander. Dan komen wij tot gemeenschap met elkaar, tot vrede met elkaar en tot innerlijke vrede. Alleen God kan ons in Christus deze vreugde en vrede schenken. Hij geeft ons het Brood uit de hemel. En wij zullen nooit meer honger hebben en nooit meer dorst krijgen. Amen.
Auteur: Walther Burgering
Titel: Pastoraat in Stelling
Uitgever: FortMedia, 2014
Prijs: € 11,95
ISBN: 978 90 77219 69 0
Aantal pagina’s: 128
“Pastoraat is wezenskenmerk van geloofsgemeenschap-zijn en derhalve gekoppeld aan een pastorale beroepskracht, aan (actieve) kerkleden…” “Haar oogmerk is redding, bevrijding, heling en mensen op hun levensbestemming brengen vanuit een gelovig verstaan van de werkelijkheid, waar hoop en liefde het laatste woord hebben.” Dit is voor diaken Walther Burgering reden om aandacht aan de kwaliteit van het pastoraat te besteden. Hij baseert zijn boek op zijn ervaringen in het parochiepastoraat en die in het gevangenispastoraat.
De parochie ziet zichzelf als een gemeenschap, maar door het toegenomen individualisme wordt zij steeds meer als een service-instituut gezien. Pastorale beroepskrachten zien het individueel pastoraat over het algemeen als de kern van het pastoraat en constateren tevens dat ze hier te weinig aan toekomen. Ook hun aandacht voor de gemeenschap is beperkt.[*]
Burgering pleit op basis van zijn ervaringen in het instellingenpastoraat voor meer organisatie en een meer beleidsmatige aanpak in het pastoraat. Het is nodig dat er keuzes gemaakt worden. Samenwerking en werkverdeling binnen pastorale teams en met de vrijwilligersorganisatie zijn nodig om tot kwaliteitsverbetering te komen.
Dit boek is een aanrader voor allen die betrokken zijn bij het parochiepastoraat, voor allen wier hart bij de Kerk ligt.
[*] Zie ook mijn notitie ‘Pastoraat van gemeenschap’: https://diakenpiertolsma.com/2015/06/16/pastoraat-van-gemeenschap/.
Op 18 juni verscheen een brief van paus Franciscus gericht aan alle mensen. De paus richt zich nadrukkelijk tot alle bewoners van ons gezamenlijk huis. Deze encycliek draagt de titel: ‘Laudato si’’ ofwel ‘Geprezen zijt Gij’. Deze woorden komen uit het Zonnelied, een loflied op God en zijn schepping: “Geprezen zijt Gij, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde, die ons voedt en leidt.” (1) Dit Zonnelied werd geschreven door Franciscus van Assisi. Deze “nodigt ons, trouw aan de Schrift, uit de natuur als een schitterend boek te zien waarin God tot ons spreekt en ons een glimp schenkt van zijn oneindige schoonheid en goedheid.” (12) De huidige paus heeft de naam van deze heilige aangenomen.
De encycliek gaat over duurzaamheid, over de schepping en haar voortbestaan en over de gevolgen van het onverantwoord omgaan met de schepping. Onze zuster, moeder aarde “schreeuwt ons op dit moment toe vanwege de schade die wij haar hebben toegebracht door ons onverantwoordelijk gebruik en misbruik van al het goede dat God haar heeft geschonken.” (2) Met deze encycliek treedt paus Franciscus in de voetsporen van zijn voorgangers die de laatste vijftig jaar de zorg voor de schepping geadresseerd hebben. De encycliek maakt onderdeel uit van de sociale leer van de Kerk. Zij gaat over hoop en over dialoog; de paus roept iedereen op. “Deze dringende oproep tot bescherming van ons gemeenschappelijke huis omvat de noodzaak de gehele menselijke familie bij elkaar te brengen om te zoeken naar een duurzame en integrale ontwikkeling, want wij weten dat zaken kunnen veranderen. (…) De mensheid heeft nog steeds de mogelijkheid samen te werken aan de opbouw van ons gemeenschappelijk huis.” (13) “Ik roep daarom nadrukkelijk op tot een nieuwe dialoog over de manier waarop we de toekomst van onze planeet vormgeven. We hebben een gesprek nodig waaraan iedereen deelneemt, want de milieu-uitdaging waarvoor we staan en haar menselijke oorzaken, betreffen ons allemaal en gaan ieder van ons aan.” (14)
Hoofdstuk 1: Wat gebeurt er met ons gemeenschappelijk huis
De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, temperatuurstijging, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen maar vooral de armen. “De aarde, ons huis, begint steeds meer op een enorme vuilnisbelt te lijken.” (21) “Deze problemen zijn nauw verbonden met de wegwerpcultuur, die zowel de uitgesloten mensen betreft als ook voorwerpen snel reduceert tot afval.” (22) “Klimaatverandering is een mondiaal probleem met ernstige gevolgen: ecologisch, sociaal, economisch, politiek en voor de verdeling van goederen. (…) Vele armen wonen in gebieden die in het bijzonder geraakt worden door de gevolgen van de opwarming, en hun middelen van bestaan zijn grotendeels afhankelijk van natuurlijke reserves en natuurgebonden bedrijven zoals landbouw, visserij en bosbouw. (…) Tragisch is de toename van het aantal migranten die op de vlucht zijn voor de groeiende armoede als gevolg van de achteruitgang van het milieu.” (25) “Waterschaarste raakt vooral Afrika waar omvangrijke bevolkingsgroepen geen toegang hebben tot veilig drinkwater of te maken hebben met droogte die de landbouwproductie treft.” (28) “De vermindering van bossen en wildernis betekent ook de vermindering aan soorten die in de toekomst buitengewoon belangrijk kunnen zijn, niet alleen als voedsel maar ook voor de productie van medicijnen en ander gebruik.” (32) “Omdat alle schepselen met elkaar zijn verbonden, moeten alle met liefde en respect gekoesterd worden, want wij allen zijn als levende schepselen van elkaar afhankelijk.” (42)
“Tot de sociale aspecten van de mondiale veranderingen behoren ook de gevolgen van de technologische innovaties op het gebied van de arbeid, de sociale uitsluiting, de ongelijkheid in de verdeling en het gebruik van energie en andere diensten, de afbraak van de gemeenschap, de toename van geweld en de opkomst van nieuwe vormen van sociale agressie, drugshandel en toenemend drugsgebruik door jongeren, en het verlies aan identiteit.” (46) “Het menselijke milieu en het natuurlijke milieu verslechteren in samenhang met elkaar; wij kunnen de achteruitgang van het milieu niet adequaat bestrijden zonder ook aandacht te besteden aan de oorzaken die verband houden met de menselijke en sociale achteruitgang.” (48) “Door alles te wijten aan de bevolkingsgroei in plaats van aan een extreem en selectief consumentisme door enkelen, weigert men de problemen onder ogen te zien. Het is een poging om het huidige verdelingsmodel te legitimeren, waarbij een minderheid het recht meent te hebben om te consumeren op een wijze die niet te veralgemeniseren is, omdat de planeet niet in staat is om het afval van een dergelijke consumptie op te slaan.” (50) De paus concludeert: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” (53) “Het is opmerkelijk hoe zwak de reacties van de internationale politiek zijn geweest.” (54)
Hoofdstuk 2: Het evangelie van de schepping
Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. “Als wij werkelijk een ecologie willen ontwikkelen die ons in staat stelt de schade die we hebben veroorzaakt, te herstellen dan mag geen enkele wetenschap en geen enkele vorm van wijsheid uitgesloten worden, ook de religies niet met haar eigen taal.” (63) Paus Franciscus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties is gebaseerd: met God, met de naaste en met de aarde zelf. (…) De harmonie tussen de Schepper, de mensheid en de schepping als geheel werd verstoord doordat wij ons aanmatigden de plaats van God in te nemen en weigerden onze beperkingen als schepselen te erkennen. Dat zorgde weer voor de vervalsing van de opdracht om te ‘heersen’ (Gen. 1,28) over de aarde en ‘haar te bewerken en te beheren’ (Gen. 2,15). Zo veranderde de oorspronkelijke harmonieuze relatie tussen de mensen en de natuur in een conflict.” (66) “Wij zijn niet God. De aarde was er al voordat wij er waren en zij werd aan ons gegeven.” (67)
De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. De schepping is ons niet gegeven om haar te beheersen en haar aan onze wil te onderwerpen. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Zij is ons gegeven om haar door te geven aan de volgende generaties. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.
“De verantwoordelijkheid voor Gods aarde betekent dat de mensen, begiftigd met verstand, de wetten van de natuur en het delicate evenwicht dat er tussen de schepselen van deze wereld bestaat, moeten respecteren…” (68) “Samen met onze plicht de aardse goederen op verantwoorde wijze te gebruiken, worden we ook opgeroepen te onderkennen dat de andere levende wezens in de ogen van God hun eigen waarde hebben en Hem alleen al met hun bestaan loven en verheerlijken…” (69) “Wij hebben de vrije keuze met onze intelligentie aan een positieve ontwikkeling bij te dragen of nieuwe rampen te veroorzaken, nieuwe oorzaken van lijden en van daadwerkelijke terugval. Dit veroorzaakt de spannende en dramatische menselijke geschiedenis waarbinnen vrijheid, groei, redding en liefde kunnen bloeien maar die ook tot verval en wederzijdse vernietiging kan leiden.” (79)
“Onze bewering dat iedere mens een afbeelding van God is, mag er niet de oorzaak van zijn dat we over het hoofd zien dat ieder schepsel zijn eigen doel heeft. Niets is overbodig.” (84) “God wil de onderlinge afhankelijkheid van de schepselen.” (86) “Een gevoel van innige verbondenheid met de rest van de natuur kan niet werkelijk bestaan als het onze harten ontbreekt aan tederheid, compassie en zorg voor onze medemensen.” (91) De paus pleit voor een holistische en allesomvattende visie. “Vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping zijn drie absoluut met elkaar verbonden thema’s, die niet van elkaar gescheiden en los van elkaar behandeld kunnen worden zonder opnieuw te vervallen in reductionisme.” (92) “Of we geloven of niet, we zijn het er tegenwoordig over eens dat de aarde wezenlijk een gezamenlijk erfgoed is waarvan de vruchten iedereen ten goede komen. (…) Het principe van de ondergeschiktheid van privébezit aan de universele bestemming van goederen, en dus het recht van iedereen op haar gebruik, is een gouden regel van sociaal gedrag en het belangrijkste principe van de gehele ethische en sociale ordening.” (93) “De rijken en de armen hebben gelijke waardigheid, want God is de Schepper van allen.” (94)
Hoofdstuk 3: De menselijke oorzaken van de ecologische crisis
Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Teveel wordt ons denken beheerst door wetenschap en technologie, door geld en markt. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. “We moeten onderkennen dat kernenergie, biotechnologie, informatietechnologie, kennis van ons DNA en vele andere vaardigheden die wij ons eigen hebben gemaakt, ons een enorme macht hebben gegeven.” (104) “De neiging bestaat te geloven dat iedere toename van macht een groei in vooruitgang betekent, meer veiligheid, voordelen, welvaart en vitaliteit (…), alsof de werkelijkheid, het goede en de waarheid automatisch uit de technologische en economische kracht zelf voortvloeien. (…) Onze enorme technologische ontwikkeling is niet vergezeld gegaan van een menselijke ontwikkeling in verantwoordelijkheid, waarden en geweten.” (105) De mensheid gebruikt “de technologie en haar ontwikkeling overeenkomstig een ongedifferentieerd en eendimensionaal paradigma. Dit paradigma staat voor de opvatting dat iemand die logische en rationele procedures hanteert, het buiten hem liggende object langzamerhand onder controle krijgt en het zo bezit. (…) Mensen en materiële zaken reiken elkaar niet meer vriendelijk de hand; de relatie is confronterend geworden. Dit heeft het gemakkelijk gemaakt het idee van een oneindige en onbegrensde groei te accepteren…” (106) “Het technocratische paradigma neigt de economie en de politiek te domineren.” (109) Verondersteld wordt dat winstmaximalisatie voldoende is om tot een betere wereld te komen.
Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang. Zonder te vervallen tot cultuurpessimisme geeft de paus kritiek op de huidige cultuur waarin technologie, economie en vooruitgang centraal staan. “Als we er niet in slagen de waardigheid van de arme, van het ongeboren kind en van de gehandicapte – om maar een paar voorbeelden te noemen – te erkennen als deel van de werkelijkheid, wordt het moeilijk het hulpgeroep van de natuur zelf te horen; alles is met elkaar verbonden.” (117) “Er is geen nieuwe relatie met de natuur mogelijk zonder een nieuwe mens.” (118) De ecologische crisis komt voort uit een ethische, culturele en spirituele crisis. Door onszelf centraal te stellen en absoluut voorrang te geven aan ons eigen gemak en plezier, wordt al het andere betrekkelijk. Alles wat niet dienstbaar is aan ons directe eigenbelang wordt relatief en onbelangrijk. “De cultuur van het relativisme is de zelfde verwarring die de ene mens ertoe brengt voordeel te behalen op een ander, anderen louter als objecten te beschouwen, hen dwangarbeid op te leggen of tot slaaf te maken om hen hun schulden te laten betalen. (…) Het is ook de denkwijze van degenen die beweren: Laat de onzichtbare hand van de markt de economie reguleren en beschouw de impact op de samenleving en op de natuur als bijkomstige schade.” (123)
“Het verstandig ontwikkelen van de schepping is de beste manier om voor haar te zorgen. Dit betekent dat wijzelf het gereedschap van God worden om de mogelijkheden die Hij zelf in alles heeft gelegd tot ontplooiing te brengen.” (124) “Als we nadenken over een juiste relatie tussen mensen en de wereld om ons heen, dan wordt de noodzaak van een goed begrip van arbeid duidelijk… Aan de basis van iedere vorm van arbeid ligt de relatie die wij kunnen en moeten hebben met hetgeen dat buiten onszelf ligt.” (125) “We moeten bedenken dat mannen en vrouwen de mogelijkheid hebben tot verbetering van hun materiële situatie, tot morele vooruitgang en tot spirituele ontplooiing.” (127) “Het hogere doel moet altijd zijn dat mensen door arbeid een waardig leven verkrijgen. Stoppen met investeren in mensen om zo op korte termijn hogere winst te behalen, is een slechte zaak voor de maatschappij.” (128) “Ondernemen is een eervol beroep dat erop is gericht welvaart te produceren en onze wereld te verbeteren. Het kan een vruchtbare bron van voorspoed zijn voor de gebieden waar het opereert, vooral als het scheppen van banen als een wezenlijk onderdeel van haar dienst aan het algemeen welzijn wordt gezien.” (129)
De heilige Johannes Paulus II “maakte duidelijk dat de Kerk de voordelen waardeert die het resultaat zijn van studie en toepassing van de moleculaire biologie aangevuld door andere disciplines zoals de genetica en de technische toepassing in landbouw en industrie. Maar hij wees er ook op dat dit niet mag leiden tot geen onderscheid makende genetische manipulatie, die de negatieve effecten van dergelijke ingrepen ontkent.” (131) “Het respect dat het geloof voor het verstand heeft, vraagt om scherpe aandacht voor wat de biologische wetenschappen ons onafhankelijk van economische belangen door onderzoek kunnen leren over biologische structuren, hun mogelijkheden en hun mutaties.” (132) “De betrokken risico’s zijn niet altijd aan de gebruikte technieken te wijten, maar eerder aan oneigenlijk of buitensporig gebruik ervan.” (133)
Hoofdstuk 4: Integrale ecologie
Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit paus Franciscus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur staat niet los van de mensen. Het milieu is de samenhang tussen de natuur en de mensen die er leven. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. Ook vragen de culturen van de verschillende volkeren bescherming. Het zelfgerichte consumentisme gaat ten koste van anderen, ten koste van de cultuur van volkeren en ten koste van de schepping. “Een consumentistische visie, versterkt door de mechanismen van de hedendaagse geglobaliseerde economie, heeft een vervlakkend effect op culturen en vermindert de enorme verscheidenheid die het erfgoed van de mensheid is.” (144) “Vele vormen van intensieve uitbuiting en beschadiging van het milieu putten niet alleen de bronnen van bestaan van locale gemeenschappen uit, maar vernietigen ook de sociale structuren die gedurende lange tijd vorm hebben gegeven aan de culturele identiteit en aan de zin van het leven en van de gemeenschap.” (145)
Een integrale ecologie hangt direct samen met vrede en veiligheid, met stabiliteit en gerechtigheid, met de wijze waarop mensen met elkaar samenleven van dag tot dag, nu en in de toekomst. “Een werkelijke ontwikkeling omvat inspanningen te komen tot een integrale verbetering van de kwaliteit van het menselijk bestaan en dit vraagt aandacht voor de situatie waarbinnen het menselijk leven zich afspeelt.” (147) “Het is nodig de openbare ruimte, vergezichten en stadsparken te beschermen want zij versterken ons gevoel van verbondenheid, van geworteld zijn en van thuis voelen in de stad die ons omsluit en samenbrengt.” (151) “De kwaliteit van het stadsleven wordt sterk beïnvloed door de transportsystemen, die vaak een bron van veel ellende vormen voor de gebruikers.” (153) “Respect voor de menselijke waardigheid botst vaak met de chaotische werkelijkheid waarmee stadsmensen te maken hebben.” (154)
“Menselijke ecologie omvat ook een diepgaand aspect: de relatie tussen het menselijk leven en de morele wet, die in onze eigen natuur is vastgelegd. (…) Paus Benedictus XVI sprak van een ‘ecologie van de mens’, gebaseerd op het feit dat de mens een natuur heeft die hij moet respecteren en niet naar eigen believen kan manipuleren. (…) Het aanvaarden van onze lichamen als een geschenk van God is wezenlijk om de gehele wereld tegemoet te treden en te aanvaarden als een geschenk van de Vader en als ons gezamenlijk huis.” (155) “Menselijke ecologie is niet te scheiden van het idee van het algemeen welzijn…” (156) “Het algemeen welzijn vraagt om vrede, sociale stabiliteit en de veiligheid van een zekere ordening die niet bereikt kunnen worden zonder bijzondere aandacht voor de verdelende rechtvaardigheid want de gerechtigheid verkrachten brengt altijd geweld voort. De maatschappij als geheel en de overheid in het bijzonder zijn verplicht het algemeen welzijn te verdedigen en te bevorderen.” (157)
“We kunnen niet spreken over een duurzame ontwikkeling los van solidariteit tussen de generaties. Als we eenmaal beginnen te denken over welke wereld wij aan de toekomstige generaties willen nalaten, bekijken we alles anders. We realiseren ons dat de wereld een geschenk is dat wij zomaar hebben gekregen en dat we moeten delen met anderen. Als de wereld ons gegeven is, kunnen we de werkelijkheid niet langer met een puur utilitaristische blik waarin efficiëntie en productiviteit geheel op ons individuele profijt zijn gericht, bekijken.” (159) “De voorspellingen over de ondergang van de wereld kunnen niet langer met geringschatting en ironie beschouwd worden. Het zou wel eens enkel puin, verwoesting en afval kunnen zijn wat wij aan de volgende generaties nalaten. Het tempo van consumptie, vervuiling en veranderingen in het milieu heeft de mogelijkheden van de planeet zover overschreden, dat de huidige niet-duurzame wijze van leven alleen maar in catastrofes kan eindigen, zoals nu al zo nu en dan in verschillende gebieden het geval is.” (161)
Hoofdstuk 5: Wegen naar aanpak en actie
In dit hoofdstuk beschrijft de paus wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. “Een wereld van onderlinge afhankelijkheid maakt ons niet alleen meer bewust van de negatieve effecten van bepaalde levenswijzen, productiemethoden en consumptie die ons allemaal treffen. Nog belangrijker is dat zij ons motiveert tot oplossingen die uitgaan van een mondiaal perspectief en niet alleen de belangen van enkele landen verdedigen. Onderlinge afhankelijkheid verplicht ons te denken in termen van één wereld met een gezamenlijk plan.” (164) De paus stelt de volgende onderwerpen aan de orde: vervuilende fossiel brandstoffen, biodiversiteit, klimaatverandering en broeikasgassen.
“Voor arme landen moet de prioriteit liggen bij de uitroeiing van extreme armoede en de bevordering van de sociale ontwikkeling van de bevolking. Tegelijkertijd moeten zij het schandalige niveau van consumptie door sommige bevoorrechte delen van hun bevolking onderkennen en de corruptie effectiever bestrijden. Evengoed moeten ook zij minder verontreinigende vormen van energieproductie ontwikkelen, maar daarbij hebben zij de hulp nodig van landen die ten koste van de voortdurende vervuiling van de planeet grote groei hebben doorgemaakt.” (172) “Gegeven de situatie is het wezenlijk tot sterkere en efficiënter georganiseerde internationale instellingen te komen met functionarissen die bevoegd zijn tot het uitdelen van sancties en die aangesteld worden bij overeenkomst tussen de nationale regeringen. (…) De diplomatie krijgt zo een nieuw belang met het ontwikkelen van internationale strategieën ter voorkoming van serieuze problemen die ons allen treffen.” (175)
Hoofdstuk 6: Ecologische opvoeding en spiritualiteit
Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De paus biedt een moreel kompas aan, niet alleen voor de politiek, maar voor iedere mens. Hierover gaat het laatste hoofdstuk. Zo heeft de paus het over een ecologische bekering. Dit vraagt een ecologische spiritualiteit. “Vele zaken moeten veranderen, maar bovenal moeten wij mensen veranderen.” (202) “Sinds de markt, om haar producten te verkopen, er toe neigt buitensporige consumptie te promoten, kunnen mensen gemakkelijk gevangen worden in een spiraal van onnodige aankopen en uitgaven. (…) Mensen geloven dat ze vrij zijn zolang ze de vermeende vrijheid tot consumeren hebben.” (203) “Hoe leger iemands hart is, hoe meer hij of zij de behoefte heeft om zaken te kopen, te bezitten en te consumeren. Het wordt bijna onmogelijk om de grenzen te accepteren die de realiteit oplegt. Tegen deze horizon verdwijnt een authentiek gevoel voor het algemeen welzijn. (…) Een door consumptie geobsedeerde levensstijl kan alleen tot geweld en tot wederzijdse vernietiging leiden, zeker wanneer dit slechts voor een beperkt aantal mensen is weggelegd.” (204)
Wij mensen moeten veranderen en een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Mensen zijn “in staat boven zichzelf uit te stijgen, opnieuw voor het goede te kiezen en een nieuwe start te maken.” (205) De paus bepleit een ecologische bewustwording. “Het bewustzijn van de ernst van de huidige culturele en ecologische risico’s moet naar nieuwe gewoonten vertaald worden.” (209) “Ecologische bewustwording moet het mogelijk maken de sprong naar het transcendente te maken dat een ecologische moraal haar diepste betekenis geeft.” (210) “Het is nodig dat politieke organisaties en vele andere sociale groeperingen werk maken van het verhogen van het bewustzijn bij de mensen. Dat geldt ook voor de Kerk.” (214)
“Christelijke spiritualiteit biedt een alternatief begrip van de kwaliteit van het leven en zij moedigt aan tot een profetische en bezinnende manier van leven, een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor het consumeren. (…) Het gaat om de overtuiging ‘minder is meer’.” (222) Soberheid maakt vrij. Hiervan vinden we talloze voorbeelden in de Bijbel en in de geschiedenis van de Kerk. “Echter niemand is in staat tot een leven van soberheid en tevredenheid, als hij of zij niet in vrede met zichzelf leeft. (…) Innerlijke vrede is nauw verbonden met de zorg voor de ecologie en het algemeen welzijn…” (225)
“De sacramenten vormen een bevoorrechte wijze waarop God de natuur verheft tot een middel om aan het bovennatuurlijke leven deel te nemen. In onze liturgie worden we uitgenodigd de wereld op een ander niveau te omhelzen. Water, olie, vuur en kleuren krijgen hun volle symbolische kracht en worden onderdeel van onze lofprijzing.” (235) De paus legt de relatie naar de heilige Drie-eenheid die gemeenschap in zichzelf is en als eenheid de wereld heeft geschapen. “Alles is met elkaar verbonden en dat nodigt ons uit een spiritualiteit van mondiale solidariteit te ontwikkelen die voortvloeit uit het mysterie van de heilige Drie-eenheid.”
Onlangs verscheen een brief van paus Franciscus gericht aan alle mensen. Deze encycliek draagt de titel ‘Geprezen zijt Gij’. Deze woorden komen uit het Zonnelied, een loflied op God en zijn schepping, geschreven door Franciscus van Assisi. De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, temperatuurstijging, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen, waaraan de mens medeschuldig is, treffen alle mensen maar vooral de armen. “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.”
Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. Paus Franciscus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties gebaseerd is: met God, met de naaste en met de aarde zelf.” De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te ontwikkelen en met respect te beheren. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Teveel wordt ons denken beheerst door wetenschap en technologie, door geld en markt. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang.
Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit de paus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur staat niet los van de mensen. Het milieu is de samenhang tussen de natuur en de mensen die er leven. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. Daarnaast vragen ook de culturen van de verschillende volkeren bescherming. Een integrale ecologie hangt direct samen met vrede en veiligheid, met stabiliteit en gerechtigheid, met de wijze waarop mensen met elkaar samenleven van dag tot dag, nu en in de toekomst.
Vervolgens beschrijft de paus wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De paus biedt een moreel kompas aan, niet alleen voor de politiek, maar voor iedere mens. Hierover gaat het laatste hoofdstuk. Wij mensen moeten veranderen en een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Mensen zijn “in staat boven zichzelf uit te stijgen, opnieuw voor het goede te kiezen en een nieuwe start te maken.” Zo heeft de paus het over een ecologische bekering. Dit vraagt een ecologische spiritualiteit. “Het gaat om de overtuiging ‘minder is meer’.” Soberheid maakt vrij. Werkelijk geluk wordt gevonden in liefde, vrede en vertrouwen.
Column in De Heraut, 1 juli 2016
Onlangs verscheen een brief van paus Franciscus gericht aan alle mensen. De paus richt zich nadrukkelijk tot alle bewoners van ons gezamenlijk huis. Deze encycliek draagt de titel: ‘Laudato si’’ ofwel ‘Geprezen zijt Gij’. Deze woorden komen uit het Zonnelied, een loflied op God en zijn schepping. Dit Zonnelied werd geschreven door Franciscus van Assisi. Franciscus van Assisi ziet de hand van God in alles wat geschapen is. De huidige paus heeft de naam van deze heilige aangenomen.
De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, temperatuurstijging, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen maar vooral de armen. De paus schrijft: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.”
Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. Paus Franciscus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties gebaseerd is: met God, met de naaste en met de aarde zelf.” De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. De schepping is ons niet gegeven om haar te beheersen en haar aan onze wil te onderwerpen. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Zij is ons gegeven om haar door te geven aan de volgende generaties. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.
Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Teveel wordt ons denken beheerst door wetenschap en technologie, door geld en markt. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang. Zonder te vervallen tot cultuurpessimisme geeft de paus kritiek op de huidige cultuur waarin technologie, economie en vooruitgang centraal staan. De ecologische crisis komt voort uit een ethische, culturele en spirituele crisis. Door onszelf centraal te stellen en absoluut voorrang te geven aan ons eigen gemak en plezier, wordt al het andere betrekkelijk. Alles wat niet dienstbaar is aan ons directe eigenbelang wordt onbelangrijk.
Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit de paus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur staat niet los van de mensen. Het milieu is de samenhang tussen de natuur en de mensen die er leven. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. Ook vragen de culturen van de verschillende volkeren bescherming. Een integrale ecologie hangt direct samen met vrede en veiligheid, met stabiliteit en gerechtigheid, met de wijze waarop mensen met elkaar samenleven van dag tot dag, nu en in de toekomst. Het zelfgerichte consumentisme gaat ten koste van anderen, ten koste van de cultuur van volkeren en ten koste van de schepping. Tenslotte leidt het consumentisme tot geweld en tot wederzijdse vernietiging.
Vervolgens beschrijft de paus wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De paus biedt een moreel kompas aan, niet alleen voor de politiek, maar voor iedere mens. Hierover gaat het laatste hoofdstuk. Paus Franciscus schrijft: “Hoe leger iemands hart is, hoe meer hij of zij de behoefte heeft om zaken te kopen, te bezitten en te consumeren. Het wordt bijna onmogelijk om de grenzen te accepteren die de realiteit oplegt. Tegen deze horizon verdwijnt een authentiek gevoel voor het algemeen welzijn.”
Wij mensen moeten veranderen en een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Mensen zijn – schrijft de paus – “in staat boven zichzelf uit te stijgen, opnieuw voor het goede te kiezen en een nieuwe start te maken.” Zo heeft de paus het over een ecologische bekering. Dit vraagt een ecologische spiritualiteit. “Christelijke spiritualiteit biedt een alternatief begrip van de kwaliteit van het leven en zij moedigt aan tot een profetische en bezinnende manier van leven, een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor het consumeren. (…) Het gaat om de overtuiging ‘minder is meer’.” Soberheid maakt vrij. Hiervan vinden we talloze voorbeelden in de Bijbel en in de geschiedenis van de Kerk. Werkelijk geluk wordt gevonden in liefde, vrede en vertrouwen. Amen.
Auteur: Charles Caspers
Titel: Een bovenaardse vrouw: Zes eeuwen verering van Liduina van Schiedam
Auteur: Thomas van Kempen
Titel: Het leven van de Heilige Maagd Liduina
Uitgever: Verloren, 2014
Prijs: € 18,=
ISBN: 978 90 8704 487 9
Aantal pagina’s: 168
Liduina leefde van 1380 tot 1433. Tijdens haar leven had zij al een grote bekendheid. Door een val op het ijs brak zij als vijftienjarige een rib. Dit was het begin van een levenslange lijdensweg. Zij offerde haar lijden op ter bevrijding van de zielen uit het vagevuur. Met haar eigen lijden verminderde zij het lijden van anderen.
Charles Caspers schrijft over de geschiedenis van de verering van Liduina. Al in 1434 werd er een kapel boven haar graf gebouwd en even later verscheen het eerste boek over haar leven. Door de eeuwen heen is de devotie voor Liduina blijven bestaan. Ook in onze tijd kunnen wij van haar leren hoe wij kunnen leven met het lijden dat ons overkomt.
In 1455 voltooide Thomas van Kempen Het leven van de Heilige Maagd Liduina. Dit boek geeft ons een beeld van die tijd. We worden meegevoerd in de wondere wereld van de late Middeleeuwen. Voor de hedendaagse rationeel denkende mens kost het moeite om hierin mee te gaan. Voor Thomas is het leven van Liduina één grote lofprijzing op God. Rijcklof Hofman zorgde voor een gemakkelijk te lezen vertaling in hedendaags Nederlands.
In Schiedam is 2015 uitgeroepen tot Liduinajaar. Een goede gelegenheid om met dit fraai uitgegeven boek kennis te maken met deze bijzondere heilige van Nederlandse bodem.
Jezus vertelt ons dat het Rijk Gods is als een zaaier. Hij gaat het land op om te zaaien en daarna moet hij afwachten. De vruchtbare aarde doet haar werk en brengt vruchten voort. Het Rijk Gods is ook als een mosterdzaadje. Het begint heel klein en groeit uit tot een flinke boom. Het Rijk Gods is een geleidelijk iets. Het moet groeien. Het Rijk Gods is niet iets dat er plotseling – pats boem – is. Het is niet zo dat wij bij ons overlijden plotseling in een totaal andere wereld terecht komen, in een wereld die in niets lijkt op onze tijdelijke bestaan hier op aarde.
Het eeuwig leven maakt deel uit van het Rijk Gods, maar het Rijk Gods omvat meer. Het is iets dat al in ons aardse bestaan aan het groeien is en soms zichtbaar wordt – soms heel even – op die momenten van intens geluk. Het Rijk Gods maakt deel uit van de reële werkelijkheid van ons aardse bestaan. Zo kunnen wij ook onze eigen bijdrage leveren aan het Rijk Gods. Het Rijk Gods is niet alleen een gave, niet alleen een geschenk van Gods liefde voor ons. Het Rijk Gods is ook een opgave. Van ons wordt gevraagd dat wij daadwerkelijk bijdragen aan de komst van het Rijk Gods.
Het Rijk Gods heeft te maken met hoe wij ons als mens ontwikkelen. Wij willen allemaal goed en gelukkige mensen worden. Zo komen wij tot onze bestemming. Wij zijn geschapen voor het geluk. Deze volmaaktheid zullen we pas bereiken in God, in het eeuwig leven. In ons opgaan in God, in zijn volmaakte liefde en geluk ligt onze bestemming. In onze aardse leven groeien we daar naar toe. Nu al mogen wij ons in Jezus Christus verenigen met God. We doen dat niet als individuele mensen, maar als mensen die deel uit maken van de gemeenschap, in verbondenheid met elkaar. In relatie met onze medemens komen wij tot onze volle ontplooiing. Alleen in relatie met anderen worden wij volledig mens. Als wij ons niet met onze medemens willen verbinden en niet solidair zijn met elkaar, gaan wij ook geen relatie met Christus aan en verenigen wij ons niet met God. Sterker nog dan nemen wij juist afstand van God en van zijn liefde voor ons.
Paulus schrijft dat wij niet in ons lichaam moeten blijven. Als wij in ons lichaam blijven, zijn we alleen gericht op onze individuele lichamelijke genoegens. Een dergelijke zelfgerichtheid sluit de medemens buiten of maakt hem tot een object om ons eigen genoegen te realiseren. Als wij verhuizen naar buiten ons lichaam, richten wij ons op het geluk van de ander. Op die wijze gaan mensen relaties met elkaar aan, zijn zij solidair met elkaar en houden zij van elkaar. In die relaties tussen mensen, in die solidariteit en liefde is Jezus aanwezig. Dat zijn de momenten waarop wij daadwerkelijk bouwen aan het Rijk Gods. Hier vinden wij ook die momenten van intens geluk, waarin wij raken aan het Rijk Gods en er even van kunnen proeven.
Als wij dan ooit voor Christus’ rechterstoel verschijnen, zal Hij tot ons zeggen wat wij in Matteüs 25 kunnen lezen: “Komt, gezegenden van mijn Vader, en ontvangt het Rijk dat voor u gereed is vanaf de grondvesting der wereld. Want Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven…” Amen.
Hoe hoog mogen salarissen zijn? Zijn er in het denken van de Kerk grenzen aan de hoogte van het inkomen? Paus Leo XIII schreef in 1891 in de encycliek Rerum novarum over rechtvaardige loonsbepaling. Mensen moeten met het loon uit hun arbeid in staat zijn “om op eerzame wijze in het levensonderhoud te voorzien”. De aandacht van de Kerk is sinds die tijd vooral gericht geweest op de laagste inkomens. In algemene termen wordt er gepleit voor een eerlijke inkomensverdeling waarin ook criteria van sociale rechtvaardigheid worden nagestreefd. Een mens is niet alleen een productiefactor. Een mens is ook niet alleen een salaris. Het gaat altijd om de gehele mens en zijn menselijke waardigheid.
Rijkdom
Rijkdom en veel geld verdienen wordt door de Kerk niet afgewezen. Uit de Bijbel kennen we verschillende mensen die met grote rijkdom gezegend worden, zoals bijvoorbeeld aartsvader Abraham en koning Salomo. Wel wordt er bijvoorbeeld door de profeet Amos en de apostel Jacobus krachtig stelling genomen tegen uitbuiting van mensen. “Hoort, het loon dat gij hebt onthouden aan de arbeiders (…) roept luid, en de kreten van uw oogsters zijn doorgedrongen tot de oren van de Heer der heerscharen.” (Jak 5,4) Rijkdom mag, maar je moet het wel op een eerlijke manier verwerven. Dat betekent dat het niet ten koste van anderen mag gaan en ook niet ten koste van de schepping.
Verslaving
Jezus raadt de rijke jongeling aan al zijn bezit weg te geven en Hem te volgen. (Mc 10,17-22) Dat gaat de goed levende jongeman te ver. Hij is gehecht aan zijn bezit. Jezus wijst de rijkdom niet af, maar waarschuwt hier wel voor verslaving aan bezit. Een hoog inkomen geeft ons een comfortabel leven. Rijkdom biedt ons zekerheid en macht, maar bovenal geven een hoog inkomen en rijkdom ons status. Ik kan me goed herinneren hoe ik in het begin mijn salaris vergeleek met dat van vrienden. Wie meer verdient, heeft het idee een beter mens te zijn. Dit kan ontaarden in hoogst merkwaardige competities tussen de ontvangers van topinkomens.
Rechtvaardigheid
Soms vinden mensen iets onrechtvaardig omdat zij zichzelf benadeeld voelen, maar misschien is dit eerder een vorm van jaloezie. Ook wettelijke bepalingen en economische mechanismen bepalen niet werkelijk wat rechtvaardig is. Niet alles wat mag, is goed. Op de arbeidsmarkt is schaarste van grotere invloed op de hoogte van salarissen dan de werkelijk toegevoegde waarde die iemand levert. Een rechtvaardige inkomensverdeling is geen eenvoudig doel. Wat een voldoende inkomen is om fatsoenlijk van te kunnen leven, is nog wel te bepalen, maar wanneer verdient iemand te veel? Hoe dan ook niet elke inkomensverdeling is rechtvaardig. In Nederland kennen we de Balkenendenorm. Deze geldt voor de publieke sector. Andere sectoren zoals het bedrijfsleven kennen zo’n norm niet. Geld groeit niet aan een boom. Wat de ene mens aan inkomen verdient, is niet voor een ander beschikbaar. Geld is het middel om schaarse zaken onder de mensen te verdelen. De rijke draagt een grote verantwoordelijkheid. Zijn geld is uiteindelijk ook van de arme. Een hoog inkomen geeft niet alleen de grote verantwoordelijkheid zoals in de functieomschrijving staat, maar ook een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid buiten de functiebeschrijving om.