Spring naar inhoud

Laudato si’ – Geprezen zijt Gij: Samenvatting

7 juli 2015

Op 18 juni verscheen een brief van paus Franciscus gericht aan alle mensen. De paus richt zich nadrukkelijk tot alle bewoners van ons gezamenlijk huis. Deze encycliek draagt de titel: ‘Laudato si’’ ofwel ‘Geprezen zijt Gij’. Deze woorden komen uit het Zonnelied, een loflied op God en zijn schepping: “Geprezen zijt Gij, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde, die ons voedt en leidt.” (1) Dit Zonnelied werd geschreven door Franciscus van Assisi. Deze “nodigt ons, trouw aan de Schrift, uit de natuur als een schitterend boek te zien waarin God tot ons spreekt en ons een glimp schenkt van zijn oneindige schoonheid en goedheid.” (12) De huidige paus heeft de naam van deze heilige aangenomen.

De encycliek gaat over duurzaamheid, over de schepping en haar voortbestaan en over de gevolgen van het onverantwoord omgaan met de schepping. Onze zuster, moeder aarde “schreeuwt ons op dit moment toe vanwege de schade die wij haar hebben toegebracht door ons onverantwoordelijk gebruik en misbruik van al het goede dat God haar heeft geschonken.” (2) Met deze encycliek treedt paus Franciscus in de voetsporen van zijn voorgangers die de laatste vijftig jaar de zorg voor de schepping geadresseerd hebben. De encycliek maakt onderdeel uit van de sociale leer van de Kerk. Zij gaat over hoop en over dialoog; de paus roept iedereen op. “Deze dringende oproep tot bescherming van ons gemeenschappelijke huis omvat de noodzaak de gehele menselijke familie bij elkaar te brengen om te zoeken naar een duurzame en integrale ontwikkeling, want wij weten dat zaken kunnen veranderen. (…) De mensheid heeft nog steeds de mogelijkheid samen te werken aan de opbouw van ons gemeenschappelijk huis.” (13) “Ik roep daarom nadrukkelijk op tot een nieuwe dialoog over de manier waarop we de toekomst van onze planeet vormgeven. We hebben een gesprek nodig waaraan iedereen deelneemt, want de milieu-uitdaging waarvoor we staan en haar menselijke oorzaken, betreffen ons allemaal en gaan ieder van ons aan.” (14)

Hoofdstuk 1: Wat gebeurt er met ons gemeenschappelijk huis

De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, temperatuurstijging, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen maar vooral de armen. “De aarde, ons huis, begint steeds meer op een enorme vuilnisbelt te lijken.” (21) “Deze problemen zijn nauw verbonden met de wegwerpcultuur, die zowel de uitgesloten mensen betreft als ook voorwerpen snel reduceert tot afval.” (22) “Klimaatverandering is een mondiaal probleem met ernstige gevolgen: ecologisch, sociaal, economisch, politiek en voor de verdeling van goederen. (…) Vele armen wonen in gebieden die in het bijzonder geraakt worden door de gevolgen van de opwarming, en hun middelen van bestaan zijn grotendeels afhankelijk van natuurlijke reserves en natuurgebonden bedrijven zoals landbouw, visserij en bosbouw. (…) Tragisch is de toename van het aantal migranten die op de vlucht zijn voor de groeiende armoede als gevolg van de achteruitgang van het milieu.” (25) “Waterschaarste raakt vooral Afrika waar omvangrijke bevolkingsgroepen geen toegang hebben tot veilig drinkwater of te maken hebben met droogte die de landbouwproductie treft.” (28) “De vermindering van bossen en wildernis betekent ook de vermindering aan soorten die in de toekomst buitengewoon belangrijk kunnen zijn, niet alleen als voedsel maar ook voor de productie van medicijnen en ander gebruik.” (32) “Omdat alle schepselen met elkaar zijn verbonden, moeten alle met liefde en respect gekoesterd worden, want wij allen zijn als levende schepselen van elkaar afhankelijk.” (42)

“Tot de sociale aspecten van de mondiale veranderingen behoren ook de gevolgen van de technologische innovaties op het gebied van de arbeid, de sociale uitsluiting, de ongelijkheid in de verdeling en het gebruik van energie en andere diensten, de afbraak van de gemeenschap, de toename van geweld en de opkomst van nieuwe vormen van sociale agressie, drugshandel en toenemend drugsgebruik door jongeren, en het verlies aan identiteit.” (46) “Het menselijke milieu en het natuurlijke milieu verslechteren in samenhang met elkaar; wij kunnen de achteruitgang van het milieu niet adequaat bestrijden zonder ook aandacht te besteden aan de oorzaken die verband houden met de menselijke en sociale achteruitgang.” (48) “Door alles te wijten aan de bevolkingsgroei in plaats van aan een extreem en selectief consumentisme door enkelen, weigert men de problemen onder ogen te zien. Het is een poging om het huidige verdelingsmodel te legitimeren, waarbij een minderheid het recht meent te hebben om te consumeren op een wijze die niet te veralgemeniseren is, omdat de planeet niet in staat is om het afval van een dergelijke consumptie op te slaan.” (50) De paus concludeert: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” (53) “Het is opmerkelijk hoe zwak de reacties van de internationale politiek zijn geweest.” (54)

Hoofdstuk 2: Het evangelie van de schepping

Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. “Als wij werkelijk een ecologie willen ontwikkelen die ons in staat stelt de schade die we hebben veroorzaakt, te herstellen dan mag geen enkele wetenschap en geen enkele vorm van wijsheid uitgesloten worden, ook de religies niet met haar eigen taal.” (63) Paus Franciscus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties is gebaseerd: met God, met de naaste en met de aarde zelf. (…) De harmonie tussen de Schepper, de mensheid en de schepping als geheel werd verstoord doordat wij ons aanmatigden de plaats van God in te nemen en weigerden onze beperkingen als schepselen te erkennen. Dat zorgde weer voor de vervalsing van de opdracht om te ‘heersen’ (Gen. 1,28) over de aarde en ‘haar te bewerken en te beheren’ (Gen. 2,15). Zo veranderde de oorspronkelijke harmonieuze relatie tussen de mensen en de natuur in een conflict.” (66) “Wij zijn niet God. De aarde was er al voordat wij er waren en zij werd aan ons gegeven.” (67)

De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. De schepping is ons niet gegeven om haar te beheersen en haar aan onze wil te onderwerpen. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Zij is ons gegeven om haar door te geven aan de volgende generaties. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.

“De verantwoordelijkheid voor Gods aarde betekent dat de mensen, begiftigd met verstand, de wetten van de natuur en het delicate evenwicht dat er tussen de schepselen van deze wereld bestaat, moeten respecteren…” (68) “Samen met onze plicht de aardse goederen op verantwoorde wijze te gebruiken, worden we ook opgeroepen te onderkennen dat de andere levende wezens in de ogen van God hun eigen waarde hebben en Hem alleen al met hun bestaan loven en verheerlijken…” (69) “Wij hebben de vrije keuze met onze intelligentie aan een positieve ontwikkeling bij te dragen of nieuwe rampen te veroorzaken, nieuwe oorzaken van lijden en van daadwerkelijke terugval. Dit veroorzaakt de spannende en dramatische menselijke geschiedenis waarbinnen vrijheid, groei, redding en liefde kunnen bloeien maar die ook tot verval en wederzijdse vernietiging kan leiden.” (79)

“Onze bewering dat iedere mens een afbeelding van God is, mag er niet de oorzaak van zijn dat we over het hoofd zien dat ieder schepsel zijn eigen doel heeft. Niets is overbodig.” (84) “God wil de onderlinge afhankelijkheid van de schepselen.” (86) “Een gevoel van innige verbondenheid met de rest van de natuur kan niet werkelijk bestaan als het onze harten ontbreekt aan tederheid, compassie en zorg voor onze medemensen.” (91) De paus pleit voor een holistische en allesomvattende visie. “Vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping zijn drie absoluut met elkaar verbonden thema’s, die niet van elkaar gescheiden en los van elkaar behandeld kunnen worden zonder opnieuw te vervallen in reductionisme.” (92) “Of we geloven of niet, we zijn het er tegenwoordig over eens dat de aarde wezenlijk een gezamenlijk erfgoed is waarvan de vruchten iedereen ten goede komen. (…) Het principe van de ondergeschiktheid van privébezit aan de universele bestemming van goederen, en dus het recht van iedereen op haar gebruik, is een gouden regel van sociaal gedrag en het belangrijkste principe van de gehele ethische en sociale ordening.” (93) “De rijken en de armen hebben gelijke waardigheid, want God is de Schepper van allen.” (94)

Hoofdstuk 3: De menselijke oorzaken van de ecologische crisis

Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Teveel wordt ons denken beheerst door wetenschap en technologie, door geld en markt. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. “We moeten onderkennen dat kernenergie, biotechnologie, informatietechnologie, kennis van ons DNA en vele andere vaardigheden die wij ons eigen hebben gemaakt, ons een enorme macht hebben gegeven.” (104) “De neiging bestaat te geloven dat iedere toename van macht een groei in vooruitgang betekent, meer veiligheid, voordelen, welvaart en vitaliteit (…), alsof de werkelijkheid, het goede en de waarheid automatisch uit de technologische en economische kracht zelf voortvloeien. (…) Onze enorme technologische ontwikkeling is niet vergezeld gegaan van een menselijke ontwikkeling in verantwoordelijkheid, waarden en geweten.” (105) De mensheid gebruikt “de technologie en haar ontwikkeling overeenkomstig een ongedifferentieerd en eendimensionaal paradigma. Dit paradigma staat voor de opvatting dat iemand die logische en rationele procedures hanteert, het buiten hem liggende object langzamerhand onder controle krijgt en het zo bezit. (…) Mensen en materiële zaken reiken elkaar niet meer vriendelijk de hand; de relatie is confronterend geworden. Dit heeft het gemakkelijk gemaakt het idee van een oneindige en onbegrensde groei te accepteren…” (106) “Het technocratische paradigma neigt de economie en de politiek te domineren.” (109) Verondersteld wordt dat winstmaximalisatie voldoende is om tot een betere wereld te komen.

Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang. Zonder te vervallen tot cultuurpessimisme geeft de paus kritiek op de huidige cultuur waarin technologie, economie en vooruitgang centraal staan. “Als we er niet in slagen de waardigheid van de arme, van het ongeboren kind en van de gehandicapte – om maar een paar voorbeelden te noemen –  te erkennen als deel van de werkelijkheid, wordt het moeilijk het hulpgeroep van de natuur zelf te horen; alles is met elkaar verbonden.” (117) “Er is geen nieuwe relatie met de natuur mogelijk zonder een nieuwe mens.” (118) De ecologische crisis komt voort uit een ethische, culturele en spirituele crisis. Door onszelf centraal te stellen en absoluut voorrang te geven aan ons eigen gemak en plezier, wordt al het andere betrekkelijk. Alles wat niet dienstbaar is aan ons directe eigenbelang wordt relatief en onbelangrijk. “De cultuur van het relativisme is de zelfde verwarring die de ene mens ertoe brengt voordeel te behalen op een ander, anderen louter als objecten te beschouwen, hen dwangarbeid op te leggen of tot slaaf te maken om hen hun schulden te laten betalen. (…) Het is ook de denkwijze van degenen die beweren: Laat de onzichtbare hand van de markt de economie reguleren en beschouw de impact op de samenleving en op de natuur als bijkomstige schade.” (123)

“Het verstandig ontwikkelen van de schepping is de beste manier om voor haar te zorgen. Dit betekent dat wijzelf het gereedschap van God worden om de mogelijkheden die Hij zelf in alles heeft gelegd tot ontplooiing te brengen.” (124) “Als we nadenken over een juiste relatie tussen mensen en de wereld om ons heen, dan wordt de noodzaak van een goed begrip van arbeid duidelijk… Aan de basis van iedere vorm van arbeid ligt de relatie die wij kunnen en moeten hebben met hetgeen dat buiten onszelf ligt.” (125) “We moeten bedenken dat mannen en vrouwen de mogelijkheid hebben tot verbetering van hun materiële situatie, tot morele vooruitgang en tot spirituele ontplooiing.” (127) “Het hogere doel moet altijd zijn dat mensen door arbeid een waardig leven verkrijgen. Stoppen met investeren in mensen om zo op korte termijn hogere winst te behalen, is een slechte zaak voor de maatschappij.” (128) “Ondernemen is een eervol beroep dat erop is gericht welvaart te produceren en onze wereld te verbeteren. Het kan een vruchtbare bron van voorspoed zijn voor de gebieden waar het opereert, vooral als het scheppen van banen als een wezenlijk onderdeel van haar dienst aan het algemeen welzijn wordt gezien.” (129)

De heilige Johannes Paulus II “maakte duidelijk dat de Kerk de voordelen waardeert die het resultaat zijn van studie en toepassing van de moleculaire biologie aangevuld door andere disciplines zoals de genetica en de technische toepassing in landbouw en industrie. Maar hij wees er ook op dat dit niet mag leiden tot geen onderscheid makende genetische manipulatie, die de negatieve effecten van dergelijke ingrepen ontkent.” (131) “Het respect dat het geloof voor het verstand heeft, vraagt om scherpe aandacht voor wat de biologische wetenschappen ons onafhankelijk van economische belangen door onderzoek kunnen leren over biologische structuren, hun mogelijkheden en hun mutaties.” (132) “De betrokken risico’s zijn niet altijd aan de gebruikte technieken te wijten, maar eerder aan oneigenlijk of buitensporig gebruik ervan.” (133)

Hoofdstuk 4: Integrale ecologie

Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit paus Franciscus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur staat niet los van de mensen. Het milieu is de samenhang tussen de natuur en de mensen die er leven. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. Ook vragen de culturen van de verschillende volkeren bescherming. Het zelfgerichte consumentisme gaat ten koste van anderen, ten koste van de cultuur van volkeren en ten koste van de schepping. “Een consumentistische visie, versterkt door de mechanismen van de hedendaagse geglobaliseerde economie, heeft een vervlakkend effect op culturen en vermindert de enorme verscheidenheid die het erfgoed van de mensheid is.” (144) “Vele vormen van intensieve uitbuiting en beschadiging van het milieu putten niet alleen de bronnen van bestaan van locale gemeenschappen uit, maar vernietigen ook de sociale structuren die gedurende lange tijd vorm hebben gegeven aan de culturele identiteit en aan de zin van het leven en van de gemeenschap.” (145)

Een integrale ecologie hangt direct samen met vrede en veiligheid, met stabiliteit en gerechtigheid, met de wijze waarop mensen met elkaar samenleven van dag tot dag, nu en in de toekomst. “Een werkelijke ontwikkeling omvat inspanningen te komen tot een integrale verbetering van de kwaliteit van het menselijk bestaan en dit vraagt aandacht voor de situatie waarbinnen het menselijk leven zich afspeelt.” (147) “Het is nodig de openbare ruimte, vergezichten en stadsparken te beschermen want zij versterken ons gevoel van verbondenheid, van geworteld zijn en van thuis voelen in de stad die ons omsluit en samenbrengt.” (151) “De kwaliteit van het stadsleven wordt sterk beïnvloed door de transportsystemen, die vaak een bron van veel ellende vormen voor de gebruikers.” (153) “Respect voor de menselijke waardigheid botst vaak met de chaotische werkelijkheid waarmee stadsmensen te maken hebben.” (154)

“Menselijke ecologie omvat ook een diepgaand aspect: de relatie tussen het menselijk leven en de morele wet, die in onze eigen natuur is vastgelegd. (…) Paus Benedictus XVI sprak van een ‘ecologie van de mens’, gebaseerd op het feit dat de mens een natuur heeft die hij moet respecteren en niet naar eigen believen kan manipuleren. (…) Het aanvaarden van onze lichamen als een geschenk van God is wezenlijk om de gehele wereld tegemoet te treden en te aanvaarden als een geschenk van de Vader en als ons gezamenlijk huis.” (155) “Menselijke ecologie is niet te scheiden van het idee van het algemeen welzijn…” (156) “Het algemeen welzijn vraagt om vrede, sociale stabiliteit en de veiligheid van een zekere ordening die niet bereikt kunnen worden zonder bijzondere aandacht voor de verdelende rechtvaardigheid want de gerechtigheid verkrachten brengt altijd geweld voort. De maatschappij als geheel en de overheid in het bijzonder zijn verplicht het algemeen welzijn te verdedigen en te bevorderen.” (157)

“We kunnen niet spreken over een duurzame ontwikkeling los van solidariteit tussen de generaties. Als we eenmaal beginnen te denken over welke wereld wij aan de toekomstige generaties willen nalaten, bekijken we alles anders. We realiseren ons dat de wereld een geschenk is dat wij zomaar hebben gekregen en dat we moeten delen met anderen. Als de wereld ons gegeven is, kunnen we de werkelijkheid niet langer met een puur utilitaristische blik waarin efficiëntie en productiviteit geheel op ons individuele profijt zijn gericht, bekijken.” (159) “De voorspellingen over de ondergang van de wereld kunnen niet langer met geringschatting en ironie beschouwd worden. Het zou wel eens enkel puin, verwoesting en afval kunnen zijn wat wij aan de volgende generaties nalaten. Het tempo van consumptie, vervuiling en veranderingen in het milieu heeft de mogelijkheden van de planeet zover overschreden, dat de huidige niet-duurzame wijze van leven alleen maar in catastrofes kan eindigen, zoals nu al zo nu en dan in verschillende gebieden het geval is.” (161)

Hoofdstuk 5: Wegen naar aanpak en actie

In dit hoofdstuk beschrijft de paus wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. “Een wereld van onderlinge afhankelijkheid maakt ons niet alleen meer bewust van de negatieve effecten van bepaalde levenswijzen, productiemethoden en consumptie die ons allemaal treffen. Nog belangrijker is dat zij ons motiveert tot oplossingen die uitgaan van een mondiaal perspectief en niet alleen de belangen van enkele landen verdedigen. Onderlinge afhankelijkheid verplicht ons te denken in termen van één wereld met een gezamenlijk plan.” (164) De paus stelt de volgende onderwerpen aan de orde: vervuilende fossiel brandstoffen, biodiversiteit, klimaatverandering en broeikasgassen.

“Voor arme landen moet de prioriteit liggen bij de uitroeiing van extreme armoede en de bevordering van de sociale ontwikkeling van de bevolking. Tegelijkertijd moeten zij het schandalige niveau van consumptie door sommige bevoorrechte delen van hun bevolking onderkennen en de corruptie effectiever bestrijden. Evengoed moeten ook zij minder verontreinigende vormen van energieproductie ontwikkelen, maar daarbij hebben zij de hulp nodig van landen die ten koste van de voortdurende vervuiling van de planeet grote groei hebben doorgemaakt.” (172) “Gegeven de situatie is het wezenlijk tot sterkere en efficiënter georganiseerde internationale instellingen te komen met functionarissen die bevoegd zijn tot het uitdelen van sancties en die aangesteld worden bij overeenkomst tussen de nationale regeringen. (…) De diplomatie krijgt zo een nieuw belang met het ontwikkelen van internationale strategieën ter voorkoming van serieuze problemen die ons allen treffen.” (175)

Hoofdstuk 6: Ecologische opvoeding en spiritualiteit

Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De paus biedt een moreel kompas aan, niet alleen voor de politiek, maar voor iedere mens. Hierover gaat het laatste hoofdstuk. Zo heeft de paus het over een ecologische bekering. Dit vraagt een ecologische spiritualiteit. “Vele zaken moeten veranderen, maar bovenal moeten wij mensen veranderen.” (202) “Sinds de markt, om haar producten te verkopen, er toe neigt buitensporige consumptie te promoten, kunnen mensen gemakkelijk gevangen worden in een spiraal van onnodige aankopen en uitgaven. (…) Mensen geloven dat ze vrij zijn zolang ze de vermeende vrijheid tot consumeren hebben.” (203) “Hoe leger iemands hart is, hoe meer hij of zij de behoefte heeft om zaken te kopen, te bezitten en te consumeren. Het wordt bijna onmogelijk om de grenzen te accepteren die de realiteit oplegt. Tegen deze horizon verdwijnt een authentiek gevoel voor het algemeen welzijn. (…) Een door consumptie geobsedeerde levensstijl kan alleen tot geweld en tot wederzijdse vernietiging leiden, zeker wanneer dit slechts voor een beperkt aantal mensen is weggelegd.” (204)

Wij mensen moeten veranderen en een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Mensen zijn “in staat boven zichzelf uit te stijgen, opnieuw voor het goede te kiezen en een nieuwe start te maken.” (205) De paus bepleit een ecologische bewustwording. “Het bewustzijn van de ernst van de huidige culturele en ecologische risico’s moet naar nieuwe gewoonten vertaald worden.” (209) “Ecologische bewustwording moet het mogelijk maken de sprong naar het transcendente te maken dat een ecologische moraal haar diepste betekenis geeft.” (210) “Het is nodig dat politieke organisaties en vele andere sociale groeperingen werk maken van het verhogen van het bewustzijn bij de mensen. Dat geldt ook voor de Kerk.” (214)

“Christelijke spiritualiteit biedt een alternatief begrip van de kwaliteit van het leven en zij moedigt aan tot een profetische en bezinnende manier van leven, een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor het consumeren. (…) Het gaat om de overtuiging ‘minder is meer’.” (222) Soberheid maakt vrij. Hiervan vinden we talloze voorbeelden in de Bijbel en in de geschiedenis van de Kerk. “Echter niemand is in staat tot een leven van soberheid en tevredenheid, als hij of zij niet in vrede met zichzelf leeft. (…) Innerlijke vrede is nauw verbonden met de zorg voor de ecologie en het algemeen welzijn…” (225)

“De sacramenten vormen een bevoorrechte wijze waarop God de natuur verheft tot een middel om aan het bovennatuurlijke leven deel te nemen. In onze liturgie worden we uitgenodigd de wereld op een ander niveau te omhelzen. Water, olie, vuur en kleuren krijgen hun volle symbolische kracht en worden onderdeel van onze lofprijzing.” (235) De paus legt de relatie naar de heilige Drie-eenheid die gemeenschap in zichzelf is en als eenheid de wereld heeft geschapen. “Alles is met elkaar verbonden en dat nodigt ons uit een spiritualiteit van mondiale solidariteit te ontwikkelen die voortvloeit uit het mysterie van de heilige Drie-eenheid.”

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s