Skip to content

Voedselverspilling; Joh 6,1-15

25 juli 2015

Met vijf broden en twee vissen geeft Jezus vijfduizend man te eten. Na afloop halen de leerlingen twaalf manden aan etensresten op. Het verhaal vertelt niet hoelang de leerlingen hier nog van hebben gegeten. Niet alleen is Gods genade overvloedig, ook met het schenken van materiële zaken is hij beslist niet karig. Zo is God. Hij is bepaald niet zuinig en zeker niet afgemeten. Dit is ook wat Jezus ons laat zien. God geeft ons in overvloed. Neem bijvoorbeeld Psalm 23: “De Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken… Een tafel richt Gij mij aan in het aangezicht van mijn belagers en zalft met olie mijn hoofd. Mijn beker vloeit over.” (Psalm 23,1.5) Ondanks die overvloed van een overvloeiende beker en van genoeg eten voor vijfduizend man, zegt Jezus tegen zijn leerlingen: “Haalt nu de overgebleven brokken op om niets verloren te laten gaan.” Je zou toch denken: “In het veen ziet men niet op een turfje.” Of: “Aan een boom zo vol geladen, mist men één twee pruimpjes niet.” Wat zul je moeilijk doen over de restjes als er overvloed is?

Ik ben opgegroeid in de jaren vijftig. Aan tafel hoorde ik mijn ouders vaak zeggen: “In de oorlog vochten we erom.” Niet dat er op het platteland van Friesland honger was geleden, maar verspilling van eten was in mijn jeugd duidelijk een zonde. Dus je at je bordje leeg en creatieve restverwerking was een belangrijke vaardigheid van huisvrouwen. Krapte en gebrek zorgen ervoor dat je niets verspilt. Met de groeiende welvaart nam de waarde van het eten af. Waarom oud brood eten als er ook vers te koop is? Gaandeweg zijn wij eraan gewend dat eten in overvloed aanwezig is. Nu ligt het gevaar van verspilling op de loer. Overvloed stimuleert niet tot zuinigheid en dat geldt niet alleen voor voedsel. Verspilling doet zich voor op alle gebieden van ons leven.

Vaak zijn we ons niet bewust van beperkingen en van grenzen. Vaak lijken onze mogelijkheden onbegrensd. Velen van ons zijn opgegroeid met het idee dat alles steeds beter wordt. Velen van ons hebben een heilig geloof in de vooruitgang. Het is zelfs zo erg dat we stilstand achteruitgang noemen. Onlangs werd de TV-serie ‘De ijzeren eeuw’ uitgezonden. De negentiende eeuw stond geheel in het teken van het temmen en onderwerpen van de natuur. Toen begon het idee van de maakbare samenleving. Vijftig jaar geleden bracht het ons tot het idee dat de bomen tot hemel door zouden groeien.

Gods liefde voor ons is onbegrensd. Overvloedig schenkt Hij ons zijn liefde en barmhartigheid. Ook de mogelijkheden van de door Hem geschapen wereld lijken ons eindeloos. Als er overvloed is en de mogelijkheden grenzeloos zijn, kun toch niet van verspilling spreken, want dan is er hoe dan ook voor iedereen meer dan genoeg. Toch roept Jezus ons op “om niets verloren te laten gaan.” Naar aanleiding van het teken van de broodvermenigvuldiging volgen er de nodige gesprekken tussen Jezus en de mensen. Hierin zegt Jezus op een geven moment dat Hij van allen die Hem zijn toevertrouwd, niemand verloren zal laten gaan. (Joh 6,39) Hier zegt Hij dat zijn volgelingen niet zijn eigendom zijn, maar Hem door zijn Vader zijn toevertrouwd.

Iets wat ons gegeven wordt of toevertrouwd wordt, is niet iets waar wij vrijelijk over mogen beschikken. Een gave is ook altijd een opgave. Dat geldt voor de talenten die we hebben gekregen. Dat geldt voor de mensen die ons worden toevertrouwd. Dat geldt voor het voedsel dat door de aarde wordt voortgebracht. Dat geldt voor heel de schepping, voor alle aspecten van ons leven. Wij mogen niets van de overvloed verloren laten gaan en niets verspillen, want het is ons gegeven om goed te gebruiken, niet om te misbruiken. Alles heeft zijn waarde en doel en het is onze opdracht dat te respecteren en daarnaar te handelen. Dit is ook de boodschap van de groene encycliek Laudato si’ die paus Franciscus onlangs heeft geschreven.

Niet verspillen heeft niets met gierigheid of krenterigheid te maken of met zuinigheid voor eigen gewin. Nee, ook wij worden opgeroepen om overvloedig te zijn met onze geschenken aan anderen. Ook onze liefde en gastvrijheid richting anderen mogen – naar het voorbeeld dat God ons geeft – overvloedig zijn. Van alles dat ons gegeven wordt, mogen wij op onze beurt rijkelijk uitdelen. Als wij ons bedenken dat alles – heel ons leven en heel de schepping – ons geven is, zullen we niets verspillen. We zullen zorgvuldig en respectvol omgaan met al onze gaven en we zullen niet schromen onze rijkdom te delen met anderen. Amen.

Advertenties

From → Preken

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s