Spring naar inhoud

Zalig gebakken

Auteurs: Marian Geurtsen & Bep Willers-van Oostwaard
Titel: Zalig gebakken: Verhalen, recepten en tradities wereldwijd – van Driekoningen tot Sinterklaas
Uitgever: Berne Media, 2015
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 90 8972 076 4
Aantal pagina’s: 176

Wat is er mooier dan met je gezin een speciaal gerecht te eten wat je zelf hebt klaargemaakt en waar ook nog een mooi verhaal bij te vertellen is? Dit bakboek geeft veertig traditionele brood-, koek- en gebakrecepten. Iedere hobbybakker kan ze zonder ingewikkelde kunstgrepen en moeilijk verkrijgbare ingrediënten of keukenapparatuur bereiden.

Alle recepten zijn verbonden met speciale feesten: de hoogtijdagen uit het kerkelijk jaar en de feestdagen van populaire heiligen. Zo kunt u voor de komende Kerst Oostenrijks Kletzenbrot bakken en met Driekoningen een Franse Driekoningenkoek. Elk recept wordt ingeleid met het verhaal van de feestdag en een bijbehorende illustratie. De tradities rond het feest worden toegelicht. En ook is er een mooie afbeelding van het resultaat.

Het geheel is een prachtig boekwerk geworden. Dit boek biedt mogelijkheden het geloof in de huiselijke kring te vieren en voor alle gezinsleden van jong tot oud concreet en tastbaar te maken. Het is een verhalenboek, receptenboek en kunstboek in één.

Heilige Familie; Lc 2,41-52

In oktober was in Rome de bisschoppensynode over het gezin. Een jaar eerder was er al de buitengewone synode met als thema: de pastorale uitdagingen voor het gezin in de context van de evangelisatie. U hebt ongetwijfeld kennis genomen van de berichtgeving hierover. Als we de media moeten geloven ging het over twee onderwerpen: Mogen mensen die gescheiden en hertrouwd zijn de Communie ontvangen, en kunnen mensen van hetzelfde geslacht met elkaar trouwen: het homohuwelijk. Misschien denkt u: moeten we ons daar nou zo druk over maken, laat die mensen dat fijn zelf uitmaken, dat is toch hun zaak. Misschien heeft u daar wel gelijk in maar toch ziet u één ding over het hoofd. In onze tijd willen mensen inderdaad zelf bepalen hoe ze leven, maar ze willen ook dat hun manier van leven door anderen niet alleen gerespecteerd wordt maar ook als goed wordt erkend. Dus willen ze ook van de Kerk horen dat het goed is wat zij doen. En daar wringt de schoen: de Kerk vindt niet dat alles maar moet kunnen.

De media hebben deze twee onderwerpen veel aandacht gegeven, maar ging het ook werkelijk over deze twee vragen? Centraal in het denken van de Kerk staan het geluk en het heil van de mensen, van iedere mens en van de gehele mens in heel zijn wezen met alles erop en eraan. Welke wegen leiden mensen tot het geluk dat God voor hen voor ogen heeft? Hoe kan de Kerk ook een middel en een teken van heil zijn voor mensen die moeite hebben met de leer van de Kerk over huwelijk en gezin? Er zijn mensen die na een mislukt huwelijk een nieuwe liefde hebben gevonden. Er zijn mensen met homoseksuele gevoelens. Ook zij verlangen naar liefde en geluk. Ook zij zijn kinderen van God. God houdt ook van hen. Ook zij mogen deel uit maken van de Kerk van Jezus Christus. Ook hen moeten wij liefhebben en zeker niet veroordelen en uitsluiten.

De Kerk wordt tegenwoordig vaak gezien als een instituut dat allerlei onmogelijke regeltjes voorschrijft, als een instituut dat geen oog heeft voor de werkelijkheid van vandaag. Het zijn niet alleen de media die dit beeld hebben doen ontstaan. Ook de Kerk zelf, ook wijzelf hebben daaraan bijgedragen. Heldere regels maken het leven op een prettige manier overzichtelijk. Je weet waar je je aan moet houden en wat je te doen staat. Maar dat leidt er vaak toe dat de regels en wetten op de voorgrond komen te staan. Dan wordt vergeten welke waarden zij vertegenwoordigen en raakt de liefde en de barmhartigheid in de verdrukking. Dan verdelen de regels de wereld en de mensen in goed en fout.

Bij de afsluiting van de synode was paus Franciscus heel duidelijk: het gaat niet om de letter maar om de geest van de wet, niet om de ideeën maar om de mens, niet om de formules maar om de genade van de liefde van Christus en van zijn vergeving. De synode was volgens de paus niet bedoeld om zaken voor eens en voor altijd op te lossen, maar om hedendaagse pastorale kwesties betreffende huwelijk en gezin te zien in het licht van het Evangelie en in het licht van de traditie en van tweeduizend jaar geschiedenis van de Kerk. Waar dit alles toe leidt is nog onduidelijk. Waarschijnlijk komt de paus in de loop van volgend jaar met een document waarin hij de vruchten van de synode verwerkt.

Vandaag op het feest van de heilige Familie gaat onze aandacht uit naar het gezin bestaande uit Jezus, Maria en Jozef. Zij worden ons voorgehouden als een voorbeeld en als een bron van inspiratie. Hoe voorbeeldig is dit gezin eigenlijk. Het is zeker niet het mooie gezinnetje wat vele jonge stellen voor ogen hebben. Laten we eens kijken welke informatie het Evangelie ons geeft. Ten eerste is er sprake van een ongehuwde vrouw, Maria die in verwachting raakt. Dan is er de man, Jozef die er aan denkt zijn verloofde te verlaten omdat zij een kind van een ander verwacht. Het jonge stel gaat samen op reis van Nazareth naar Bethlehem: een tocht van zo’n 150 kilometer te voet, heuvel op, heuvel af. Geen hotelreserveringen en dus geen plaats in de herberg op het moment dat Maria moet bevallen. Ruw volk over de vloer: de herders die het kind willen zien, en dan nog die vreemde snuiters uit het oosten met hun dure cadeaus waar je niets aan hebt. In de tempel komt ene Simeon nog vertellen, dat het kind zijn moeder veel verdriet zal bezorgen: een zwaard zal haar ziel doorboren. Vervolgens vluchten ze met het kind naar Egypte. En ook nu weer te voet. Na een aantal jaren keren ze terug naar Nazareth. Eindelijk een beetje rust. Het kind groeit op en als het twaalf jaar is, gaat het mee op de jaarlijks pelgrimstocht naar Jeruzalem om daar het Paasfeest te vieren. Gezellig met de hele familie en alle vrienden en bekenden op reis. Dan meent de belhamel dat hij – zonder iets aan zijn ouders te zeggen – nog even in de tempel met de leraren in gesprek moet en hij laat zijn ouders alleen naar huis vertrekken.

Dit is alles wat wij weten van het gezin van Jezus, Maria en Jozef. Mooier kunnen we het niet maken. Dit is inderdaad niet wat mensen voor ogen hebben, als ze een gezin gaan stichten. Dit is ook niet wat we wie dan ook toewensen. Toch is dit wat ons vandaag als voorbeeld wordt voorgehouden. Het voorbeeld zit zeker niet in deze feiten, maar in de manier waarop deze drie mensen met deze feiten omgaan. Dit gebeurt met veel geloof, hoop en liefde. Aan het begin van dit gezin staan de woorden van Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.” Vandaag lezen we hoe Maria zich staande houdt: “Zijn moeder bewaarde alles wat er gebeurd was in haar hart.” Het zijn deze regels, deze korte verwijzingen naar geloof, hoop en liefde waar wij het mee moeten doen. Dus geen handboek over een gelukkig en ideaal gezinsleven, maar slechts enkele tekens van geloof, hoop en liefde hoe om te gaan met moeilijke situaties.

De heilige Familie is ons niet alleen tot voorbeeld. Zij is ook onze voorspraak. Wij mogen hen vragen voor ons te bidden en ons bij te staan in moeilijke tijden. Amen.

Licht in duistere tijden; Lc 2,1-14

“Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer, in de stad van David. En dit zal voor u een teken zijn: gij zult het pasgeboren kind vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe.” Plotseling wordt het de herders duidelijk. Midden in de winternacht, midden in de duisternis is er licht. Op het meest onverwachte moment wordt het heil verkondigd. Er schijnt licht in duistere tijden. Gods aanwezigheid wordt in zijn volle omvang zichtbaar. Heel de aarde wordt vervuld van Gods glorie.

Ons menselijk bestaan is niet alleen licht en liefde, vrede en geluk. Soms verkeren wij in het duister en zien we het even niet zitten. De wereld om ons heen staat in brand door oorlog en geweld. In onze directe omgeving zien we onverschilligheid en worden mensen aan hun lot overgelaten. Ook in onszelf ervaren we het kwaad van onze zelfgerichtheid, van een egoïstische zorg en angst om het eigen bestaan. We voelen ons soms geheel teruggeworpen op ons materiële bestaan. Alles wat ons daarboven uittilt is dan weg. Dan ervaren we geen licht en liefde, geen vrede en geluk.

Maar wij zijn naar hier gekomen omdat wij hoe dan ook geloven, dat er meer is dan ons louter materiële bestaan. Wij geloven dat er ook in de diepste duisternis licht zal gaan branden. Wij geloven in God als Schepper van hemel en aarde. Wijzelf en alles om ons heen is door Hem gemaakt. Hij heeft zichzelf er in uitgedrukt en maakt zichzelf er in kenbaar. In alles mogen wij zijn hand zien: het is het werk van zijn handen.

Dit maakt ons mensen ook tot meer dan alleen materie. Wij zijn geschapen naar het beeld van onze Schepper. Hij heeft ons gemaakt tot mensen die in staat zijn het goede te doen, elkaar lief te hebben en elkaar te vergeven. Wij kunnen werkelijk relaties aangaan en leven in verbondenheid met elkaar. Wij zijn niet alleen maar materie en biologie. Wij zijn meer dan alleen chemische reacties, hormonen, driften en lusten, meer dan angst en strijd om te overleven. Wij kunnen ook verlangen en liefhebben, hopen en geloven. Wij hebben een vrije wil waarmee wij werkelijk keuzes kunnen maken.

Ondanks al het goede in ons kost het ons soms moeite om los te komen van ons materiële bestaan, van onze driften en angsten. We laten ons erdoor meeslepen en we verkeren in het duister. Dan zien we geen uitweg meer en is het licht verdwenen. God is niet alleen onze Schepper. Hij is ook onze Verlosser. Met de geboorte van Jezus Christus heeft God ons werkelijk bevrijd. Jezus Christus bevrijdt ons van onze driften en angsten. Hij bevrijdt ons van het kwaad in de wereld en van het kwaad in onszelf.

Jezus verkondigt ons God. Hij laat ons God kennen als onze liefhebbende Vader. Hij laat ons zien wat werkelijk liefde is. Hij heeft afstand gedaan van zijn goddelijke heerlijkheid en het menselijk bestaan aangenomen, een leven in eenvoud en armoede. Jezus leeft geheel vanuit de liefde. De liefde is de bron van zijn bestaan. Vanuit die liefde geeft Hij alles. Hij is mensen tot steun. Hij geneest de zieken en brengt vergeving. Hij richt mensen weer op en geeft ze nieuw leven. Als teken van zijn oneindige liefde voor ons geeft Hij ook zijn leven. Hij is een en al liefde en zo is Hij het licht in de duisternis. Zijn liefde vervult heel de schepping en alle mensen. Hij vervult heel de aarde van de glorie van God. Jezus Christus, Gods Zoon daalt uit de hemel neer. Gods Zoon wordt mens. Hij wordt een van ons. Hij deelt ons menselijk bestaan. Daarmee brengt Hij ons op een hoger niveau. Hij tilt ons op. Hij brengt het goede in ons tot leven en tot bloei.

De menswording van Christus is niet alleen iets van tweeduizend jaar geleden. Wij vieren Kerstmis niet om een historisch feit te gedenken. Wij vieren Kerstmis omdat de menswording van Christus doorgaat en telkens weer opnieuw gebeurt in ieder van ons. Als wij Hem de ruimte geven door te erkennen dat we Hem nodig hebben, komt Hij tot ons, leeft Hij in ons en mogen wij ons met Hem verbinden. Dan werkt zijn liefde in ons en door ons. Als wij ons met Jezus Christus verbinden, als wij ons realiseren dat we het niet op eigen kracht kunnen, stelt Hij ons in staat zelf ook een bron van liefde te worden. Dan zet Hij ons op het spoor van het goede leven. Dan laat Hij ons anderen gelukkig maken. Dan breekt zijn licht in ons door. Dan schijnt er door ons heen licht in de duisternis. Als wij ons met Jezus Christus verbinden, als wij Hem de ruimte geven mens te worden in ons, worden wij zelf dragers van zijn Blijde Boodschap, worden wij zelf brengers van liefde, vrede en vergeving, van verbondenheid en geluk. Dan gaan wij zelf stralen van geluk, dan wordt onze manier van leven aanstekelijk voor anderen, dan nemen anderen een voorbeeld aan ons, dan worden wij zelf een licht in duistere tijden.

Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Nu daagt het in het oosten; Js 7,10-14; Lc 1,26-38

Nu daagt het in het oosten,
het licht schijnt overal.
Hij komt de volken troosten,
die eeuwig leven zal.

Gisteren was het de kortste dag. Vanaf vandaag worden de dagen weer langer. Midden in de duisternis van de winter vieren wij het feest van Kerstmis: een feest van vrede, van warmte en van licht.

De zonne, voor wier stralen
het nacht’lijk duister zwicht,
en die zal zegepralen,
is Christus, ’t eeuwig licht!

Het is Jezus Christus, Gods Zoon die als mens wordt geboren. Hij is ons licht, onze zon. Daarom zijn onze kerken ook op het oosten gericht. Wij richten ons in gebed naar Christus: de opgaande zon. De zon als symbool van Christus: het Licht van de wereld. De opgaande zon is elke dag weer een teken van hoop. zoals ook elk pasgeboren kind een teken van hoop is. Onze opgaande zon, Christus wordt als een kind geboren. “Zie, de jonge vrouw zal ontvangen en een zoon baren, en zij zal hem noemen, Immanuel, God-met-ons.”

Gods Zoon wordt mens. Zo wordt Hij een van ons. Hij deelt ons menselijk bestaan. Het is echter niet alleen een neerdaling vanuit de hoogte; het is ook een opheffing. Door de menswording van Christus worden wij mensen opgeheven tot het goddelijke. Wij worden uit ons aardse bestaan opgetild tot een hoger niveau, tot een leven met God. God-met-ons betekent ook dat wij met God mogen zijn. Wij mogen Hem nabij zijn, zoals Hij ons nabij is.

Het is nog Advent. Wij zijn ons nog aan het voorbereiden op de komst van Christus. De Advent is ook een tijd van bezinning. Wat betekent Christus voor ons. Hoe is Hij het Licht in ons leven? Hoe brengt Hij ons vrede? Wat moeten wij zelf doen om in vrede te leven? Hoe zijn wij ontvankelijk voor zijn vrede? Telkens weer worden wij geconfronteerd met oorlog en geweld. Zoveel mensen leven met onderdrukking en bedreiging. Zij zijn hun leven niet zeker. Wij willen zo graag vrede in de wereld. Maar ook in onze eigen omgeving leven mensen in onvrede, zij leven in onvrede met de wereld om hen heen en in onvrede met zichzelf. Ook wijzelf zijn lang niet altijd gelukkig en tevreden. Wat zit ons dwars? Hoe maken we schoon schip? De Advent is een tijd om ons daarop te bezinnen. Hoe leven wij in vrede met onze omgeving en met onszelf? Wie moeten wij om vergeving vragen en wie moeten wij zelf vergeven? Hoe komen we tot acceptatie van het leven zoals dat ons gegeven is? Hoe komen we tot acceptatie van onszelf?

Christus is mens geworden. Dat is niet alleen geschiedenis. De menswording van Christus is ook de realiteit van vandaag. Ook vandaag wil Hij mens worden, mens worden in ieder van ons. Hij wil ons vrede geven en gelukkig maken. Dat vraagt van ons dat wij ons openstellen voor Hem, dat wij Hem toelaten mens te worden in ons. Als wij onze eigen onvrede en onrust onder ogen zien, maken wij ruimte voor Hem en zal Hij ons rust en vrede te geven.

Maria is ons hierin tot voorbeeld. Zei sprak: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.” Maria is de eerste die in geloof Christus ontvangen heeft. “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen.” Maria was ontvankelijk voor het Woord van God. Op concrete en lichamelijke wijze heeft Gods Woord in haar gewoond. Jezus Christus is de vrucht van haar schoot.

Ook wij mogen Gods Woord, Jezus Christus ontvangen. Wij mogen dragers zijn van Hem, dragers van Gods Woord. Zo kan zijn licht stralen door ons. Zo verbinden wij ons met Christus en zijn wij werkelijk christen. Amen.

Rorate caeli; Js 45,8-12

“Rorate caeli desuper, et nubes pluant justum.” “Dauwt hemelen van boven en wolken, beregene ons met gerechtigheid.” Deze Latijnse tekst is het refrein van een gregoriaans lied dat tijdens de Advent vaak in onze kerken wordt gezongen. Het refrein is gebaseerd op het eerste vers van de tekst die we zonet hebben gelezen.

De Advent is een tijd van uitzien naar, een tijd van hoop. We zien uit naar de komst van onze Verlosser. Hij zal ons het heil brengen. Hij brengt de wereld gerechtigheid. Dit is de strekking van het lied en ook de boodschap die Jesaja ons vandaag voorhoudt. Jesaja maakt ons duidelijk dat wij ons vertrouwen op God moeten stellen. Hij en Hij alleen brengt ons het heil. Hij is onze Schepper en onze Vader. Hij weet wat goed voor ons is. Wij zijn het werk van zijn handen. Zijn liefde voor ons maakt ons gelukkig en stelt ons staat tot liefde voor Hem en voor elkaar.

Gods liefde en genade stellen ons in staat te geloven. Ons geloof geeft ons vertrouwen. Het geloof voedt de hoop. Onze christelijke hoop geeft ook richting aan ons menselijk verlangen: het verlangen van iedere mens naar het goede leven, het verlangen naar een leven in liefde en waarheid, het verlangen naar een leven in een wereld van gerechtigheid. Gerechtigheid kent twee kanten die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn: liefde en waarheid. Gerechtigheid vraagt om waarheid. Als de waarheid niet boven tafel komt maar wordt toegedekt, is er geen sprake van gerechtigheid. Gerechtelijk vraagt ook om liefde. Zonder liefde en barmhartigheid is er geen vergeving mogelijk. Liefde en waarheid zijn beide nodig om een nieuw begin te maken. God is liefde en God is waarheid. Dat is wat Jezus Christus ons met zijn leven geopenbaard heeft.

In onze huidige cultuur ligt de nadruk sterk om de waarheid. De liefde schiet er nogal eens bij in. Waarheid zonder liefde leidt tot kille zakelijkheid. In plaats van gerechtigheid is er dan enkel de kille toepassing van wetsregels. Mensen worden dan alleen gezien als productiemiddelen of als consumenten. Vluchtelingen worden gelukszoekers. Vrijheid van meningsuiting vervalt in het recht tot beledigen. Omdat iedereen een potentiële oplichter is, wordt vertrouwen vervangen door procedures en controles. Maar liefde zonder waarheid gaat ook niet goed. Dan leven we in een roze wolk en verliezen we de werkelijkheid uit het oog. Zonder waarheid verwordt liefde tot sentimentaliteit. Zonder waarheid worden onze kinderen allemaal uitzonderlijke talenten. Zonder waarheid is er geen oog meer voor het kwaad. Zonder waarheid is er ook geen oog meer voor onze eigen zondigheid. Zonder waarheid is er geen vergeving mogelijk.

De Advent is een tijd van hoop. Het is ook een tijd van bezinning. Wat mogen wij zelf doen om te leven in liefde en waarheid en om de wereld van gerechtigheid dichterbij te brengen. Het heil komt van God, maar Hij nodigt ons ook uit daaraan zelf onze bijdrage te leveren. Wij mogen ook zelf bijdragen aan de verbetering van de wereld en op die manier het Rijk Gods dichterbij te brengen.

De Advent is een tijd van hoop en daarmee geeft het ook troost. God zal ons werkelijk heil en vergeving brengen. Het Rijk Gods is nabij. Ik eindig met het laatste couplet van het gregoriaanse Adventslied.

“Troost u, troost u, mijn volk!
Spoedig zal uw heil komen.
Waarom wordt gij door verdriet verteerd,
grijpt de smart u opnieuw aan?
Vreest niet, Ik zal u redden.
Want ik ben de Heer, uw God,
de Heilige van Israël, uw Verlosser.”

Amen.

In dialoog met andere godsdiensten

Auteur: Berry van Oers
Titel: In Dialoog, met mensen van andere godsdiensten en levensbeschouwingen

Uitgever: SRKK, 2015
Prijs: €10,-; te bestellen via: bestel@rkk.nl of 076-522.34.44
ISBN: 979 90 824431 0 3
Aantal pagina’s: 160 

“Een cultuur van solidariteit betekent dat men de anderen niet als rivalen ziet of als statistieken, maar als broeders en zusters.” In de huidige tijd is het meer dan ooit noodzakelijk dat mensen met verschillende godsdiensten en levensbeschouwingen met elkaar in gesprek zijn.

Bovenstaande uitspraak deed paus Franciscus op 25 juli 2013 in Rio de Janeiro. In Evangelii gaudium besteedt Franciscus een hele paragraaf aan de sociale dialoog als bijdrage aan de vrede. Hij noemt hierin het belang van de dialoog tussen geloof, rede en wetenschap, de oecumenische dialoog, de relaties met het jodendom en de interreligieuze dialoog. Over de interreligieuze dialoog schrijft hij: “De dialoog moet solide en vreugdevol gebaseerd zijn op de eigen identiteit, maar zo dat men ook de waarden van anderen kan erkennen, de zorg kan waarderen die onder hun vragen liggen en licht kan laten schijnen over gedeelde overtuigingen.”

Nostra aetate

Paus Franciscus staat hiermee in de traditie van het Tweede Vaticaans Concilie. Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat het Conciliedocument Nostra aetate het licht zag. Dit document is de verklaring over de houding van de Kerk ten opzichte van de niet-christelijke godsdiensten. Hierin wordt met respect gesproken over andere religies en wordt erop gewezen dat ook daar waarheid omtrent het goddelijk geheim wordt gezocht en gevonden. “De katholieke Kerk verwerpt niets van datgene wat in deze godsdiensten waar en heilig is. Met oprechte eerbied beschouwt zij die gedrags- en levensregels, die – hoewel in veel opzichten verschillend van wat zij zelf houdt en leert – toch niet zelden een straal weerspiegelen van die Waarheid welke alle mensen verlicht.”

In Dialoog, met mensen van andere godsdiensten en levensbeschouwingen

Onder deze titel beschrijft Berry van Oers, secretaris van de landelijke katholieke Contactraad voor Interreligieuze Dialoog, de houding van de r.-k. Kerk ten opzichte van andere godsdiensten. Hij doet dit met een ruime verzameling citaten uit Conciliedocumenten en uit uitspraken en documenten van de pausen van de afgelopen vijftig jaar en van organen van de Romeinse Curie. Op deze wijze ontstaat een helder beeld van het kerkelijk denken en doen op dit gebied. Het boek is bedoeld als een vitale motivatie en inspiratie en om daarnaast praktische handvaten voor het voeren van de interreligieuze dialoog aan te reiken.

Het eerste hoofdstuk van het boek gaat over de grondslagen van de interreligieuze dialoog en het tweede over de doelen ervan. Daarna komt de praktische kant aan bod. In hoofdstuk drie worden vormen en plaatsen van interreligieuze dialoog beschreven: wie doet wat en waar? In het vierde hoofdstuk worden handreikingen voor het voeren van de dialoog gegeven. Hoofdstuk vijf beschrijft hoe de verhoudingen de afgelopen vijftig jaar veranderd zijn en gaat in op de specifieke situatie in Nederland.

In de aanbeveling van de Pauselijke Raad voor Interreligieuze Dialoog spreekt de Raad haar waardering voor dit boek uit. Zij schrijft: “De katholieke Kerk is er van overtuigd dat de ‘dialoog geen optie is maar een vitale noodzakelijkheid, waarvan in grote mate onze toekomst afhangt’ (Benedictus XVI, 25-09-2006).”

Dialoog hier en nu

De interreligieuze dialoog is geen hobby of specialisme van enkelen. Zij is een kernopdracht van de Kerk en betreft daarmee ook alle gelovigen. De dialoog is een zaak van het geloof zelf. Het meest nadrukkelijk is dit aan de orde in de dialoog van het leven. Mensen van verschillende godsdiensten ontmoeten elkaar als buren, collega’s en zelfs als echtgenoten. Hier liggen belangrijke momenten om met elkaar te spreken over elkaars levenswijze en motivatie. Daarnaast zijn er de georganiseerde ontmoetingen. Hier ligt een taak voor de parochies. Berry van Oers noemt in zijn boek hiervan vele voorbeelden. Ook beschrijft hij voorbeelden van gezamenlijke actie voor de integrale ontwikkeling en bevrijding van mensen.

Veel concrete activiteiten van landelijke katholieke Contactraad voor Interreligieuze Dialoog vinden plaats binnen het bisdom Rotterdam. Hier is het meest sprake van multiculturaliteit en multireligiositeit. Een voorbeeld hiervan zijn de dialoogbijeenkomsten die samen met het Platform INS in Rotterdam werden georganiseerd. Christenen en moslims vanuit eenzelfde beroepsgroep spraken met elkaar over hun geloof in relatie met hun beroep.

Deugdethiek, levensbeschouwing en religie

Auteur: Andreas Kinnegin en Timo Slootweg (red.)
Titel: Deugdethiek, levensbeschouwing en religie
Uitgever: Het Spectrum, 2015
Prijs: € 22,50
ISBN: 978 90 00 34527
Aantal pagina’s: 319

Velen streven ernaar een goed en deugdzaam mens te zijn. De deugdethiek reikt handvaten en wegen aan om dit streven vorm te geven. Dit boek bevat een serie artikelen van verschillende filosofen over de deugdethiek binnen verschillende religies en levensbeschouwingen. Zij geven een beeld van de verschillen en overeenkomsten tussen de verschillende religies en levensbeschouwingen in hun visie op het streven van mensen naar het goede. Er blijken veel overeenkomsten te zijn en de deugdethiek is daarmee een goed onderwerp voor de interreligieuze dialoog. Zij kan hiermee de interreligieuze dialoog bevorderen en intensiveren. De overeenkomsten liggen in de gemeenschappelijke waarden, de deugden. De normen, de manieren waarop die waarden vorm worden gegeven, kunnen juist grote verschillen vertonen.

Andreas Kinneging: De deugden in de Oudheid

Kinneging ziet deugden als morele waarden die mensen zich eigen gemaakt hebben waardoor ze hun karakter stempelen en een eigenschap zijn geworden. Hij maakt onderscheid tussen sociale en individuele deugden. De sociale deugden zijn gericht op een harmonieuze inpassing van het individu in de gemeenschap; de individuele op het welslagen van het individu zelf.

Aristoteles en Plato werken in hun geschriften de deugdethiek uit, maar Homerus heeft hiervoor eerder al in zijn Ilias en Odyssee op verhalende wijze de basis gelegd. Homerus is in deze zin de ‘opvoeder der Grieken’ geweest. Plato zoekt op abstracte wijze een antwoord op de vraag hoe te leven. Goed leven is volgens hem de deugden beoefenen. Alleen wie deugt, kan uiteindelijk gelukkig zijn. Hij stelt de rechtvaardigheid centraal. Verstandigheid, moed en matigheid zijn hiervoor noodzakelijk.

Aristoteles komt tot een opsomming van vele deugden zonder hierin ordening en samenhang te onderkennen. Hij ziet de deugd als de ‘gulden middenweg’, een midden tussen twee ondeugden. Dit midden is voor iedereen verschillend en afhankelijk van de persoonlijke omstandigheden. Het gaat ook om het handelen op het juiste moment, met het juiste doel en op de juiste manier. Cicero grijpt later terug op Plato en Aristoteles. Hun denken is bepalend geweest voor de eeuwen na hen en vormt mede de basis voor de christelijke deugdethiek.

Paul van Tongeren: De kerstening van de klassieke deugden: aanpassing en aanvulling

Van Tongeren laat zien hoe de kerstening van de antieke deugden drievoudig van aard is: ze werden vertaald en opnieuw geïnterpreteerd, ze werden verder gedifferentieerd en gesystematiseerd en ze werden aangevuld met enkele nieuwe deugden.

Het vertalen hield in dat een nieuwe boodschap in het jargon van vroeger werd verwoord. Het is een omduiden van de klassieke traditie in een hogere aan het christendom ontleende betekenis. Van Ambrosius is het gebruik van de term kardinale deugden voor vier hierboven genoemde centrale deugden van Plato. Thomas van Aquino vertaalt en interpreteert de aristocratische ethiek van Aristoteles zo dat die past bij en een verheldering oplevert van het christelijk leven van de gewone mens.

Mede door de toepassing van de deugdethiek in de concrete levenspraxis is er een systematische ordening nodig. De vier kardinale deugden spelen hierin een belangrijke rol. Thomas ontwikkelt een schema waarin hij zeer vele deugden kan ordenen en elk hun eigen plaats geven.

Het christendom brengt ook een radicaal nieuw element in de deugdethiek aan: nederigheid en aandacht voor de ander. Augustinus maakt duidelijk dat niet de zelfwerkzaamheid maar de activiteit van God op de eerste plaats staat. Hij verlegt de aandacht van het lukken naar het falen en er verschijnen drie nieuwe deugden: geloof, hoop en liefde. Deze drie theologale deugden komen niet voort uit onze wil maar worden ons door God geschonken.

Timo Slootweg: De deugd en het protestantisme

Slootweg begint zijn bijdrage door de rooms-katholieken een obsessie met eenvormigheid toe te schrijven, waar hij het protestantse idee van de kerk als in vele facetten geslepen diamant tegenover plaatst. Het reformatorische protestantisme staat gereserveerd ten opzichte van de deugdethiek die verbonden is met het idealisme dat strijdig is met de protestantse verscheidenheid. Dit idealisme is het christendom binnengeslopen en is strijdig met het Bijbelse personalisme. Voor het protestantisme wordt de hoogste waarde gevormd door de persoon en niet door het idee. Dit betekent dat het niet gaat om normen en waarden, noch om deugden maar om de waarheid van de ontmoeting. De deugdenleer is geestelijke slavernij. Deze positie wordt in het artikel verder uitgewerkt.

Niet alleen de deugdethiek wordt verworpen, ook het idee dat een mens goed zou kunnen zijn, past niet in het protestantse denken. Alle mensen zijn even onwaardig en zondig en totaal onbekwaam tot enig goed. De deugdenleer is een instrument om tot zelfrechtvaardiging in plaats van de rechtvaardiging door het geloof en door God te zoeken. Het gebod te geloven is het hoogste gebod. Niet de deugd is het tegenovergestelde van de zonde maar het geloof. De objectieve geldigheid van waarden en deugden is strijdig met het protestantse idee van een moeten dat aan de individuele persoon geopenbaard wordt. Uit de Bijbel kan worden ervaren wat God van de mens verlangt.

Binnen dit boek neemt dit artikel een unieke positie in die niet uitnodigt tot dialoog op dit gebied.

Rico Sneller: Jodendom en deugd

Sneller stelt dat het in het jodendom om vrijheid gaat. Omdat die vrijheid een goddelijke vrijheid is, moet de mens zich ervoor inspannen haar te verwerkelijken. Deze inspanning wordt in de Thora aangeduid als levensheiliging. Om dichter bij God te komen, is het nodig slechte karaktertrekken te breken. Vrijheid maakt verantwoordelijk. Deugden hebben te maken met de gezindheid van waaruit iemand handelt. De deugden zijn de toestand, de plichten de inhoud van de daad. De gezindheid is gefundeerd op deugd en bevat de plichten.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen verstandsdeugden zoals kennis en waarachtigheid en gevoelsdeugden die een cultivering van onmiddellijke gevoelens inhouden. Medelijden, medevreugde en plichtsgevoel zijn gevoelsdeugden. De belangrijke categorie is die van de wilsdeugden. De wil is de grondslag van het morele handelen en bepaalt de gezindheid. Zelfbeheersing, bezonnenheid, harmonie, vlijt, dapperheid, standvastigheid en onbevreesheid zijn wilsdeugden. Hier speelt de vrijheid een wezenlijke rol. Tenslotte wordt berouw genoemd niet als deugd maar vanwege haar betekenis voor deugdzaamheid. Een andere indeling kent deugden van het denken (waarachtigheid en bescheidenheid), sociale deugden (gerechtigheid en vrede) en deugden van de wil (dapperheid en trouw).

In de joodse deugdenleer gaat het om heiliging: om volwassenwording en vrijheid. De deugden sluiten aan bij de menselijke constitutie. Om God beter te kunnen kennen, is Thorastudie een hulpmiddel in het gezamenlijk zoeken naar God. Deugden bieden mensen een wapenuitrusting. De waarachtigheid doet de vrijheid oplichten. Berouw en boetedoening zijn essentieel voor de vrijheid. De menselijke deugden dienen zich te oriënteren op de attributen van God.

Henk Barendregt en Sabine Wassenberg: Boeddhistische deugden

Het Boeddhisme kent de Weg, het pad van de verlichting waardoor de deugden tot uiting komen na het zuiveren van het bewustzijn. De mens is in wezen goed; de mogelijkheid tot verlichting is altijd al aanwezig. De verlichting is echter verduisterd door onwetendheid. In deze conditionering ligt het zondige.

Er kunnen volgens Barendregt en Wassenberg vier grenzeloze deugden onderscheiden worden die ieder tegengestelde eigenschap kennen en een eigenschap die erop lijkt maar een wolf in schaapskleren is. De deugd compassie heeft als tegengestelde wreedheid en als wolf in schaapskleren medelijden. Voor gelijkmoedigheid zijn het rusteloosheid en onverschilligheid; voor medevreugde jaloezie en eer willen krijgen en voor liefdevolle vriendelijkheid zijn het tenslotte haat en liefde opdat…

De vier deugden hebben allemaal hun kiem in het loslaten van het mechanisme van de egogerelateerde beoordeling. Zonder dit loslaten verkeert het deugdelijk proberen in eigenschappen die een wolf in schaapskleren zijn. Wel kan het deugdelijk gedrag ook helpen het pad van de verlichting te gaan zonder dat de wortel van de ondeugden al verwijderd is.

Buchard Mansvelt Beck: Deugden in het confucianisme

Het confucianisme leert dat de schriftgeleerden, die kennis hebben van de oude geschriften, deelnemen aan de kracht ten goede. De doctrine van de schriftgeleerden stelt dat in elk sociaal contact sprake is van ongelijkheid. Er is altijd een hogere of meerdere en een lagere of mindere. De gedragsregels in de sociale contacten gelden als de traditionele confucianistische deugden. Uit de grote hoeveelheid deugden worden er vier nader door Mansvelt Beck beschreven. Dit zijn de eerbied voor de ouders, de kuisheid die de vrouw aan haar man verschuldigd is, en de twee paradepaardjes van de doctrine: betrokkenheid en plaatsbesef. De toepassing van deze laatste twee is vooral zichtbaar op politiek, openbaar niveau. Zij leiden tot het nemen van sociale maatregelen.

Geheel eigen aan het confucianisme is de plicht tot kritiek. Staatsdienaren mogen en moeten gevraagd en ongevraagd kritiek leveren op de plannen van hun superieuren. Deze confuciaanse deugd is echter tegenwoordig verdwenen.

Freek L. Bakker: Deugden in het hindoeïsme

Binnen het hindoeïsme heeft het karma een centrale plaats: elke daad heeft zijn gevolg binnen de grote kringloop van wedergeboorte en dood. De uitweg uit deze kringloop van lijden ligt in het juiste inzicht dat verkregen wordt door meditatie en leidt tot de absolute vrijheid. Een belangrijk doel van het leven is dat je dingen die je doet goed doet, dus volgens de ethische regels. Ook in het handelen ligt een weg die de mens loutert en tot de absolute vrijheid leidt. Belangrijke ethische geboden zijn volgens Bakker afzien van geweld, liefde voor de waarheid, niet stelen, kuisheid en vrijgevigheid. Op een volgend niveau liggen lichamelijke zuiverheid, innerlijke tevredenheid, soberheid, zelfstudie en overgave aan God.

Evenals in andere grote religies kent het Hindoeïsme de Gouden Regel: “Doe een ander niet aan wat jou onaangenaam is.” De Gouden Regel is binnen het hindoeïsme een weg naar vrede en naar geweldloosheid.

Gürkan Çelik en Karel Steenbrink: Een deugdzaam karakter volgens islamitische ethiek

Çelik en Steenbrink schrijven dat naast de geboden van de sjarie’a de islam haar deugdenleer kent met aandacht voor de menselijke ontwikkeling en keuzevrijheid. De basis voor de ethiek ligt in de nobele eigenschappen van Mohammed. Naast de Koran is de soennah, de overleveringen (hadieth) van de profeet dan ook een belangrijke bron in de islam. Hoewel het een vaste regel binnen de jurisprudentie daden te beoordelen naar de intentie, speelt de deugdethiek een ondergeschikte rol.

In het verleden hebben moslimgeleerden veel studie van de Griekse oudheid gemaakt. De klassieke deugdenleer heeft hierdoor haar sporen in de islamitische ethiek achtergelaten. In onze tijd is Fethullah Gülen een belangrijk denker. Hij pleit voor altruïsme, tolerantie, dialoog, acceptatie en respect voor anderen. Onderwijs en de media ziet hij als sleutelinstrumenten tot ethische vorming. Hij ziet mensen als spiegels van de namen en eigenschappen van God. De middenweg is een belangrijk begrip in zijn leer. De ideale mens vindt het evenwicht tussen de uitersten. Het leven van de profeet Mohammed is een uitmuntend voorbeeld en de uiteindelijke bestemming van de menselijke reis. Gülen geeft vier principes om deugdzaam te worden: zelfkennis, goede vrienden, losraken van verkeerde ideeën en maatschappelijke betrokkenheid.

Bart Labuschagne: Deugd en zedelijkheid bij Hegel

Volgens Labuschagne wordt de deugd bij Hegel altijd overstegen door een hoger beginsel en wordt het belang van een uitgewerkte deugdethiek door Hegel danig afgezwakt. De individuele ethiek maakt deel uit van de geestelijke infrastructuur van de samenleving als geheel. Rechtschapenheid vraagt een inbedding in een zedelijkheid die gestalte krijgt in de samenleving. De deugdethiek is van belang in de ontstaansfase van een beschaving.

De deugden bevinden zich tussen de liefde en de plichten. Zij vormen het complement op de gehoorzaamheid aan de wetten. De liefde op haar beurt verzoent de mens met de deugd. De deugd gaat op in het hogere beginsel van de liefde. De liefde is de basis van de deugden.

Het individu moet zich inpassen in het grotere geheel. In de deugd onderwerpt hij zijn drijfveren en wensen aan het handelen ten bate van het algemene. Het deugdzame individu weet dat hij het plan van de geschiedenis, van de vooruitgang, van het goede voltrekt. De verwerkelijking van het goede is echter niets anders dan het bewustzijn dat men heeft over de historische gebeurtenissen en blijft daarmee steken op het niveau van het abstracte.

Labuschagne stelt dat de huidige mens door de verregaande individualisering op zichzelf is teruggeworpen. Hij is verweesd, van God verlaten, ontworteld en overgeleverd aan oerdriften. De traditionele zedelijkheid is verdwenen. We zullen de deugdethiek nog lange tijd nodig hebben.

Jan Pieter van Oudenshoven, Marlies Pomp en Anne Fetsje Sluis: Deugden in de praktijk

Van Oudenshoven, Pomp en Sluis hebben onderzoek gedaan naar de deugden in Nederland. Zij onderscheiden de volgende groepen: katholieken, protestanten, moslims en niet-religieuzen. Er wordt ook onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen en naar opleiding. Zij hebben hun onderzoek gericht op opinieleiders: geestelijk leiders, leerkrachten van scholen en gemeenteraadsleden. Ook zijn leerlingen van gemiddeld 15 jaar ondervraagd.

Deugden worden gedefinieerd als goede eigenschappen die iedereen kan bezitten. Onderscheiden worden: betrouwbaarheid, bescheidenheid, zorgzaamheid, respect, openheid, geloof, doelgerichtheid, genade, liefde, wijsheid, matigheid, vreugde, rechtvaardigheid, moed en hoop.

De voornaamste conclusies van het onderzoek zijn dat er afgezien van accentverschillen er geen grote verschillen tussen de onderscheiden groepen bestaan. Deugden spelen een belangrijke rol. Er is een duidelijke verschuiving van de vier klassieke deugden en de drie christelijke deugden naar meer sociale deugden: respect, betrouwbaarheid, rechtvaardigheid, liefde en zorgzaamheid.

Het andere gezicht van de kerk

Auteur: Tom van den Beld
Titel: Het andere gezicht van de kerk: De Acht Mei Beweging 1985-2003
Uitgever: Valkhof Pers, 2015
Prijs: € 19,50
ISBN: 978 90 5625 443 8
Aantal pagina’s: 208

Anders dan in andere landen heeft het Tweede Vaticaans Concilie veel beroering teweeg gebracht in katholiek Nederland. Het idee ontstond dat alles anders moest. Dit leidde hier tot forse tegenstellingen binnen de Kerk. Een van de vruchten van deze ontwikkelingen was de Acht Mei Beweging.

Tom van den Beld heeft de geschiedenis van de Acht Mei Beweging beschreven. Hij ziet de organisatie als een generatieverschijnsel. Vrijwel alle betrokkenen hadden het concilie bewust meegemaakt. Zij zagen zichzelf als een vernieuwingsbeweging die niet alleen kerkelijk maar ook maatschappelijk geëngageerd was. Anderen zagen haar vooral als een binnenkerkelijke protestbeweging.

Van den Beld is zeker geen neutrale en afstandelijke geschiedschrijver. Hij sympathiseert met de ideeën van de Acht Mei Beweging en dat laat ook zijn sporen na in dit boek. Ondanks zijn betrokkenheid is hij erin geslaagd een goed beeld van deze roerige tijd te schetsen. Dat maakt het tot een waardevol boek dat ook inzicht geeft in de situatie van de Kerk in het Nederland van vandaag.

Christus Koning 2015; Da 7,13-14; Apk 1,5-8; Joh 18,33-37

De profeet Daniël ziet een mens die bekleed wordt met luister en koninklijke macht. Voor ons is dit duidelijk een profetie over het koningschap van Christus. Ook de openbaring van Johannes spreekt in termen die wij passend vinden bij dat koningschap. “Hem zij de heerlijkheid en de macht in de eeuwen der eeuwen! Amen.” Hoe waar deze beelden van het koningschap ook zijn, in het Evangelie zien we een totaal andere Koning. Jezus zegt: “Mijn koningschap is niet van deze wereld.” Wat dit betekent, weten we uit het vervolg op de gelezen tekst: “Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten vlochten een kroon van doorntakken, zetten Hem die op het hoofd en wierpen Hem een purperen mantel om. Ze traden op Hem toe en zeiden: ‘Gegroet , koning der Joden!’ En zij sloegen Hem in het gezicht.” (Joh 19,1-3)

Verheven beelden van het koningschap en het beeld van een verschoppeling, beelden die tegelijkertijd waar zijn. Zij sluiten elkaar niet uit. Zij vullen elkaar aan. Op deze laatste zondag van het kerkelijk jaar vieren wij het hoogfeest van Christus Koning, Christus: Koning van het heelal. We vieren het als een bekroning van het kerkelijk jaar, als een bekroning van het leven en heilswerk van Jezus Christus.

Ja, het is feest vandaag, maar toch is deze dag niet te vergelijken met de koningsdag, waarop onze wereldse koning geëerd wordt. Jezus Christus – onze Koning – is ook een verschoppeling. Hij wordt bespot en vernederd en sterft aan het kruis. Hij toont niet het krachtig en zelfbewust leiderschap waar velen in deze tijd vragen om met macht de orde tot stand te brengen. Hij kiest een geheel andere weg dan we van wereldse heersers gewend zijn. Hij zegt ook van zichzelf: “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” (Mc 10,45) Christus Koning is niet een feest van alleen pracht en praal. Het is niet een feest van alleen gezelligheid en leuke dingen. Dit feest confronteert ons ook met de totaal andere weg die Jezus kiest: de weg van de liefde, de weg van de opoffering, de weg van de verschoppeling. Hij is het ook die zichzelf herkent in de mens in nood. Hij is de mens die honger en dorst heeft. Hij is de zieke, de gevangene, de vluchteling.

Jezus draait voortdurend de zaak om. Hij laat ons telkens weer met andere ogen naar de waarheid kijken. Waar wij een koning verwachten verschijnt een verschoppeling. Waar wij een heerser verwachten verschijnt een dienaar. Waar wij een machthebber verwachten verschijnt een mens in nood. Waar wij een grootheid verwachten verschijnt de kleinste van allen. Waar wij geweld verwachten komt Hij met liefde. Jezus maakt het ons niet gemakkelijk. In de taal van vandaag: Hij haalt ons uit onze comfort zone. Het feest van Christus Koning geeft ons een ongemakkelijk gevoel.

Jezus Christus erkennen als onze Koning houdt ook in dat wij Hem willen navolgen, Hem, “die ons gemaakt heeft tot een koninkrijk van priesters.” Petrus schrijft in zijn eerste brief: “Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie.” (1 Pe 2,9) Als volk van God hebben wij het gemeenschappelijk priesterschap: wij delen in het priesterschap en het koningschap van Christus. Wij proberen Christus na te volgen in zijn koninklijk priesterschap. Wij willen een gelovig antwoord op Gods heilswerk in Christus geven. Hij nodigt ons uit te handelen als koningen door ons in dienst te stellen van anderen en niet in de eerste plaats ons eigen belang te zoeken. Daarom vieren wij het feest van Christus Koning als een diaconaal feest.

Dit feest leert ons te kijken met de ogen van Jezus. Zo leren wij de diepere dimensie van onze werkelijkheid te begrijpen. Zo ontdekken we hoezeer God de wereld bemint en haar steeds weer tot liefde voor Hem brengt. Het is Gods liefde voor ons die ons brengt tot liefde voor elkaar. Zo zijn wij een werktuig in de hand van God. Wij brengen niet op eigen kracht de verbetering van de wereld tot stand. Het is Gods genade die ons dit laat doen. Jezus geeft ons niet alleen een ongemakkelijk gevoel. Hij geeft ons ook het geloof en het vertrouwen dat God ons nabij is. Wij staan er nooit alleen voor. Wij hoeven niet de last van de wereld op onze schouders te nemen. Wat er van ons gevraagd wordt dat wij in geloof onze bijdrage leveren, dat wij met God meewerken aan een betere wereld.

Het is een opdracht van de Kerk om dienstbaar te zijn aan de wereld. Die opdracht hebben wij ook als parochie, als gemeenschap van gelovigen. Ieder van ons levert als deel van de gemeenschap zijn aandeel. Wij allen zijn geroepen om de naastenliefde in de praktijk te brengen. Ieder van ons kan hierin het zijne doen. De een door actief aan de slag te gaan; de ander door financiële ondersteuning te bieden aan het goede werk. Voor allen geldt dat het handelen altijd gepaard kan gaan met gebed. Ook in het gebed kunnen wij werkelijk gestalte geven aan onze liefde voor elkaar.

Christus kwam om te dienen, niet om gediend te worden. Hij kwam met liefde, niet met macht en geweld. Laten wij Hem daarin navolgen. Amen.

Lied voor Christus Koning

       melodie: Aan U, o Koning der eeuwen

Heer Jezus is onze Koning.
Dat feest vieren wij vandaag.
Nederig Dienaar van allen:
Hij luistert naar iedere vraag
Op ’t einde van de tijden
redt Hij ons van de dood.
De Herder kent ons lijden.
Hij is onze Koning groot!

“Wat jij nu doet aan de minsten,
dat heb je aan Mij gedaan.
Geeft hen te eten en drinken
en trekt hen weer kleren aan.
Wie ziek is of gevangen,
gevlucht is uit zijn wijk.”
Hij roept steeds al zijn schapen:
“Treedt binnen in mijn Rijk.”

Heer Jezus is onze Koning.
Gods Zoon, wij aan Hem gelijk.
Herder en Dienaar van allen:
Hij opende ons zijn Rijk.
Wij mogen Hem navolgen
met goede daad en woord.
De liefde Gods voor allen:
Nu zingt en zegt het voort.