Op 19 maart gaan we een nieuwe gemeenteraad kiezen. Dan bepalen we hoe onze directe omgeving de komende vier jaar bestuurd wordt. Dat is ons recht, maar ook onze verantwoordelijkheid. Als leden van de gemeenschap zijn wij ook medeverantwoordelijk voor de gemeenschap waartoe wij behoren en voor de wereld om ons heen.
Waar laten wij ons door leiden bij het uitbrengen van onze stem? Is dat vooral ons eigen belang of stellen we het algemeen belang op de eerste plaats? Er zijn veel onderwerpen die onze aandacht vragen. Om een overzicht te geven: zorg en welzijn, ondernemen en werkgelegenheid, duurzaamheid en milieu, onderwijs, cultuur, sport en recreatie, jongeren en ouderen, vrede en veiligheid, armoede, vreemdelingen, gemeenschapsvorming, huisvesting en verkeer. En op al die onderwerpen zijn er weer verschillende visies mogelijk.
Helaas moet ik u teleurstellen. Ik reik u niet – met de Bijbel in de hand – een eenduidig stemadvies aan. Ook de Sociale leer van de Kerk voorziet daar niet in. U zult dus vooral zelf uw keuze moeten maken. Maar in de brief van paus Franciscus ‘De vreugde van het Evangelie’ vinden wel een aantal belangrijke overwegingen. De paus schrijft hierin: “De grootste bedreiging van de van consumentisme doordrongen wereld van vandaag is de troosteloosheid en gekweldheid die voortkomen uit een zelfgenoegzaam en begerig hart, uit de ziekelijke zucht naar oppervlakkig vermaak en uit een afgestompt geweten. Gods stem wordt niet meer gehoord, de kalme vreugde van de liefde wordt niet langer ervaren en de wens om goed te doen vervaagt.”
Centraal in het denken van de paus staat zijn zorg voor de armen en de ontheemden, zij die niet gezien worden. Het gaat om de toekomst van alle mensen en heel de schepping. Hij komt met de volgende stellingen over de maatschappij:
Nee tegen een economie van uitsluiting
Nee tegen de nieuwe afgoderij van het geld
Nee tegen een financieel systeem dat heerst in plaats van dient
Nee tegen de ongelijkheid die geweld voortbrengt.
Hiermee geeft paus Franciscus ons voldoende stof om over na te denken. Hoeveel geloof hechten wij aan het puur economische denken? Hoe belangrijk is bezit voor ons? Sluiten wij mensen uit? Wat doen wij aan de bestrijding van de armoede? Hoe dragen wij bij tot de vrede? Laten wij ons leiden door puur eigen belang of denken wij vooral aan de medemens en het algemeen belang?
Welke partij, welke man of vrouw weet in onze eigen gemeente de juiste antwoorden op deze vragen te geven? Aan wie geven wij onze stem en ons vertrouwen. Ik wens u veel wijsheid.
Column in Telstar, 12 februari 2014
Wat betekent het voor jou?
De Levende is voor mij Jezus Christus. Hij is Gods Zoon. Hij is mens geworden. Hij heeft geleden, is gestorven en Hij is verrezen. Hij leeft hier en nu en in eeuwigheid. Hij heeft zijn leven gegeven ook voor mij. Zijn leven is een leven in liefde. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Hij is onze weg ten leven.
Jezus Christus is mens geworden zoals wij mens zijn. Hij heeft zich met ons verbonden en op onze beurt mogen wij ons met Hem verbinden. Wij mogen een leven leiden zoals Hij heeft gedaan: een leven in liefde. Zoals Hij uit de dood is opgestaan, zullen ook wij uit de dood opstaan. Ook wij zullen verrijzen en mogen leven in eeuwigheid. Zoals Hij zich verbonden wist met God, met zijn Vader in de hemel, zo mogen ook wij ons met God verbonden weten.
Jezus Christus is Gods Zoon. Hij is God. De ene levende God is Vader, Zoon en heilige Geest. Dat is het mysterie van de heilige Drie-eenheid. In Jezus Christus heeft God zich aan ons geopenbaard. In Hem maakt God ons deelgenoot aan zijn goddelijk leven. In Hem zijn ook wij kinderen van God en erfgenamen van Gods Koninkrijk.
Wat betekent het voor je dagelijks leven?
Ik mag mij een kind van God noemen. Dat geeft mij vertrouwen en vervult me met trots en met vreugde: ik mag er zijn! Ik mag mijn leven verbinden met het leven van Jezus van Nazareth. Hem mag ik navolgen en Hij zal er altijd zijn. Hij laat mij nooit in de steek. Door Hem en met Hem en in Hem mag ik delen in het eeuwig leven, in een leven van liefde en geluk.
Jezus Christus heeft ons zijn sacramenten gegeven: reële tekenen van zijn genade en aanwezigheid. En vooral in de viering van de Eucharistie kan ik mij fysiek met Hem verbinden. Dat geeft mij de kracht en de genade om een goed mens te willen zijn.
Wat herken je erin bij de ander?
De islam kent geen mensgeworden Zoon van God. Het bovenstaande past niet in hun Godsbeeld. Wel is voor moslims evenals voor christenen God een onomstotelijke werkelijkheid: de Levende. God is geen vaag idee, niet iets vaags of enkel abstracts zoals een ‘energie’ of een ‘iets’.
Voor moslims en christenen is God concrete werkelijkheid. Wij mogen Hem aanbidden en liefhebben. Wij mogen ons vertrouwen op Hem stellen. Door zijn levende aanwezigheid mogen wij elkaar liefhebben en mogen wij goed zijn voor elkaar.
Laat uw licht stralen! Jezus zegt ons: “Gij zijt het zout der aarde.” “Gij zijt het licht der wereld.” Hij roept ons op aanstekelijk te leven. Zo te leven dat anderen ons als voorbeeld nemen, dat zij zien dat wij leven uit de liefde van God en de vreugde van het Evangelie. Onze manier van leven moet de ander naar God brengen. “Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien.” Dat willen we allemaal wel: dat de mensen zien hoe goed wij wel niet zijn! In onze cultuur zoeken we voortdurend het centrum van de belangstelling. Maar hoe zat het ook al weer met die linker- en rechterhand?
We lezen in deze tijd stukken tekst uit de Bergrede. De Bergrede wordt wel het ethisch manifest van Jezus genoemd. Aan het begin van zijn openbare leven zet Jezus uiteen hoe wij als mensen zouden moeten leven. Het begint met de zaligsprekingen en dan het gedeelte wat we vandaag gelezen hebben. Iets verderop zegt Jezus ons: “Als gij een aalmoes geeft, laat uw linkerhand dan niet weten wat uw rechter doet.” Deze tekst lezen we op Aswoensdag. Enerzijds zegt Jezus ons dus: laat zien dat je goede werken doet, wees een licht, een voorbeeld voor de wereld. En anderzijds zegt Hij: doe het in het verborgene. Hij zegt dat in een en dezelfde Bergrede; in tijd zit er nog geen kwartier tussen de ene en de andere boodschap.
Waarom twee op het oog tegenstrijdige boodschappen? Laten we de tekst eens wat nader bekijken. Vandaag zegt Jezus ons dat we het zout der aarde en het licht der wereld moeten zijn. “Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.” Het gaat er dus niet om dat we laten zien hoe goed wij zijn; het gaat er niet om zelf geëerd te worden. Nee, de mensen moeten onze goede werken zien opdat zij God verheerlijken. Door goed te zijn voor de ander brengen wij de mensen dichter bij God. Dat is de reden waarom ons licht moet stralen. En inderdaad daar waar Jezus zegt dat wij in het verborgene goed moeten doen, gaat het erom dat wij ons niet trots op de borst slaan en niet rondbazuinen dat wij zulke goede mensen zijn: “beoefent uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen om de aandacht te trekken; anders hebt gij geen recht op loon bij uw Vader die in de hemel is.” Zoals vaker gaat het om de intentie en minder om de daad zelf.
We raken hier ook nog aan een andere kwestie: Waarom doen wij goed? Jezus heeft het uitdrukkelijk over een beloning die wij mogen verwachten. En ook in de eerste lezing legt Jesaja een verband tussen het doen van goede werken en Gods antwoord op ons gebed. Zo’n 500 jaar geleden worstelde Maarten Luther met deze zaak. Hij verzette zich tegen de gedachte dat wij de hemel kunnen verdienen, tegen een al te menselijke voorstelling van Gods handelen. Het is niet zo: wij doen wat voor God, dan doet Hij iets voor ons. Bij God is het geen: ‘voor wat, hoort wat’. De boodschap die Jezus ons brengt is dat Gods liefde en genade grenzeloos zijn, dat Gods barmhartigheid geen grenzen kent en dat Hij ons altijd zal vergeven als wij tekort schieten. Als reactie op het idee van de hemel verdienen – zoals dat in de tijd van Luther door velen werd gedacht – sloeg een deel van de christenen weer door de andere kant op. Zij zien de mens tot niets goeds in staat en alles is enkel en alleen afhankelijk van Gods genade.
Het is geen kwestie van ‘voor wat, hoort wat’. En het is ook niet zo dat de mens is overgeleverd aan een voor eens en altijd vastgestelde bestemming. God is liefde. Hij houdt van ons en nodigt ons uit van Hem te houden. Hij heeft het initiatief genomen. Hij heeft ons geschapen en Hij geeft ons het leven. En in Jezus Christus heeft Hij ons bevrijdt van het kwaad. Jezus is mens geworden zoals wij en een leven van liefde geleid. Daarmee is Jezus onze weg ten leven. God heeft ons als vrije mensen geschapen: wij mogen zelf besluiten voor of tegen zijn liefde te kiezen. Wij kunnen Gods liefde afwijzen en onze eigen weg gaan. We kunnen ook door de genade van het geloof Gods liefde beantwoorden. Dat doen we vooral door elkaar lief te hebben als kinderen van één God. Als antwoord op Gods liefde voor ons doen wij de goede werken. En zo maken wij Gods liefde in de wereld zichtbaar. Zo verkondigen wij het Evangelie. Zo brengen wij de mensen tot God.
Het begint met ons open te stellen voor de liefde van God. Als wij die liefde in ons leven toelaten, willen haar ook beantwoorden. Door goed te doen verkondigen wij de Blijde Boodschap van Jezus Christus. Door goed te doen laten wij zien dat God van ons houdt. Door goed te doen tonen wij de vreugde van het Evangelie. Door goed te doen delen wij in de oneindige liefde en goedheid van God en delen wij in het leven van de verrezen Christus, nu en altijd. Amen.
Licht geef je door. De rijkdom van het geloof, de ervaring van de liefde van God en de blijdschap van het Evangelie willen we doorgeven aan onze kinderen. Datgene dat onszelf inspireert en geluk brengt, willen we niet voor onszelf houden maar doorgeven. We willen dat ook de ander en zeker onze kinderen gelukkig worden. Maar hoe geef je dit allemaal door? Geloof, liefde, geluk: het zijn geen tastbare zaken, geen zaken die per kilo of per strekkende meter kunt afbakenen. Het zijn geen zaken die mooi kunt verpakken en – met een strik er om heen – iemand cadeau kunt doen. Hoe geef je het licht van het geloof door?
Jozef en Maria hadden het makkelijker dan de ouders die hier vandaag met kun kinderen naar toe gekomen zijn. Jozef en Maria hielden zich aan de Wet van Mozes. Ze wisten dat de Wet het verbond was dat met God was gesloten: de mensen doen wat God van hun vraagt en God maakt hen gelukkig. Ik verwacht niet dat er hier iemand in de kerk zit omdat het moet, omdat de zondagsplicht dat voorschrijft. Wij houden niet zo van wetten en regeltjes die ons zeggen wat we moeten doen. Er zijn ongetwijfeld mensen die hier elke zondag komen en die daar een goede gewoonte van hebben gemaakt. Maar iedereen die hier is, is hier uit vrije wil. Het is de eigen keuze. Misschien zijn er een paar kinderen die liever wat anders zouden willen doen. Maar zij weten: als je in mei je eerste Communie wilt doen, dan hoort dit erbij. Misschien hebben deze kinderen wel beter in de gaten wat wetten en regeltjes voor ons betekenen dan menig volwassene. Zij zien de wetten en regeltjes als iets dat erbij hoort.
Hoe was dat met Jozef en Maria? Zij leefden in een andere tijd, in een ander land en in een totaal andere cultuur. Voor hen waren wetten en regels de gewoonste zaak van de wereld. Die had je nodig om goed te kunnen samenleven, maar vooral om op de juiste wijze met God om te gaan. Hoe ga je met God om? Hoe ga je om met een God die hoog in de hemel is, een God die hoogverheven en almachtig is? Je hebt als mens geen idee. Hoe prettig is het dan dat God daar zelf voorschriften voor heeft gegeven. Niet voor niets kent het jodendom het feest van de vreugde van de Wet.
Jezus leert ons dat de Wet belangrijk is. Geen punt of komma zal Hij ervan veranderen. Maar Hij leert ook dat de liefde het belangrijkste is en boven alles gaat. Hij leert ons dat de liefde de kern van de Wet is. Daarmee schaft Hij de Wet niet af, maar maakt Hij mensen zelf verantwoordelijk. Nu is het niet meer een kwestie van doen wat er gezegd wordt, maar van in de eerste plaats zelf oordelen over de situatie: wat is hier nodig dat ik doe, wijst de Wet mij de juiste richting aan? Liefde is een groot geschenk, maar liefde maakt ook verantwoordelijk. Als jonge ouders ondervind je dat aan de lijve. Je kind is uit liefde geboren en je liefde voor dit jonge leven is grenzeloos, maar hoe zorg je ervoor dat je het allemaal goed doet, dat dit kind werkelijk gelukkig wordt, een goed mens wordt? Dat is een grote verantwoordelijkheid die op je rust.
Misschien helpt het ons als wij wetten en regels minder als lastige verplichtingen zien maar meer als hulpmiddelen, als hulpmiddelen die ons helpen de juiste weg te vinden in ons leven en bij de opvoeding van onze kinderen. Dat vraagt van ons dat wij ons afvragen wat is het doel van de wet, wat is het doel van regel? Waarom is deze regel, welke waarde zit erachter? Dat geeft ons ook inzicht in hoe de regel ons op weg helpt het goede te doen. Wetten en regels staan niet boven het leven. Zij zijn er een wezenlijk onderdeel van. Zij bouwen onze gemeenschap op. Zij maken het mogelijk met elkaar samen te leven. Zo weten wij wat we aan elkaar hebben.
De liefde die Jezus ons verkondigt, maakt ons vrij en die vrijheid maakt ons verantwoordelijk. God wil met ons een relatie op basis van liefde voor elkaar. Hiervoor heeft Hij ons als vrije en verantwoordelijke mensen geschapen, zodat wij uit vrije wil voor zijn liefde kunnen kiezen. We kiezen voor God door in liefde voor elkaar te kiezen, door elkaar vrijheid te gunnen en voor elkaar verantwoordelijk zijn. Wetten zijn hierbij richtlijnen die ons op de juiste weg houden. Zij helpen ons het licht door te geven. Zij helpen ons bij de opvoeding van onze kinderen.
Ouders, jullie staan voor de taak om je kinderen op te voeden tot goede mensen. Jullie zullen hen leren op een goede manier met regels om te gaan en op een goede manier in vrijheid te leven en het goede te doen. Jullie zullen hen opvoeden tot verantwoordelijke mensen, tot mensen die God en de anderen liefhebben. Jullie staan hierin niet alleen. Je familie en vrienden staan je terzijde en ook de gemeenschap van de Kerk. Bovenal heb je het voorbeeld van Jezus van Nazareth en de liefde en genade van God, die je nooit in de steek zal laten. Met de hulp van zijn genade zul je het licht doorgeven. Amen.
Auteur: Hans Sevenhoven
Titel: Eenvoud: Franciscaanse spiritualiteit hier en nu
Uitgever: Franciscaanse Beweging, 2013
Prijs: € 9,50
ISBN: 978 90 71115 00 4
Aantal pagina’s: 95
Het leven van de Sint Franciscus van Assisi is nog altijd een bron van inspiratie. Hij probeerde Jezus van Nazareth zo goed mogelijk na te volgen. Eenvoud en armoede waren voor hem sleutelbegrippen. Velen proberen ook nu de Franciscaanse spiritualiteit en vooral de eenvoud in hun eigen leven vorm te geven.
Hans Sevenhoven laat ons kennis maken met het doen en denken van Franciscus. Echte eenvoud is voor hem onder ogen durven te zien dat je niets nodig hebt om iemand te zijn. Zo word je langzamerhand steeds meer jezelf. Hij daagt de lezer uit de eenvoud uit te proberen, af te tasten en af te wegen, en raadt aan het met vreugde, met een knipoog en een glimlach te doen.
Het fraai uitgevoerde boek bevat een bloemlezing van teksten van en over Franciscus. Ze worden door Sevenhoven gebruikt om de Franciscaanse spiritualiteit toe te lichten. Het is een mooi boekje voor een eerste kennismaking. Het geeft ook informatie voor hen die zich verder in deze spiritualiteit willen verdiepen.
Paulus roept de christenen van Korinthe op: “Laat er geen verdeeldheid onder u zijn: weest volkomen één van zin en één van gevoelen.” Eenheid en eensgezindheid dat willen we allemaal wel. Er zijn weinig mensen die plezier hebben in verdeeldheid. Maar ondanks dat ervaren wij voortdurend de verdeeldheid in deze wereld en lijden wij ook onder de verdeeldheid binnen het christendom.
Paulus geeft als reden van de verdeeldheid dat ieder zijn eigen leus heeft: “Ik ben van Paulus.” “Ik van Apollos.” “Ik van Kefas.” “Ik van Christus.” Ieder heeft blijkbaar zijn eigen waarheid. Dat maakt het leven niet eenvoudig en zeker niet als je vindt dat je iets met elkaar te maken hebt, als niet onverschillig bent ten opzichte van elkaar. Het hebben van een eigen waarheid is een vorm van zelfgenoegzaamheid. Je luistert niet meer naar de ander. De ander moet maar naar jou luisteren. Want jij hebt het gelijk aan je kant en er gaat niets boven de waarheid. De waarheid is geen bezit. Je hebt de waarheid niet. Je kunt de waarheid spreken; althans je kunt een poging doen de waarheid te verwoorden, maar daarmee wordt de waarheid niet je eigendom.
In het Evangelie wordt Jezus vergeleken met een groot licht. Eerder schreef Jesaja over dit grote licht: “Het volk dat in het donker wandelt, ziet een groot licht; een licht straalt over hen die wonen in het land van doodse duisternis.” Jezus Christus is onze waarheid. Hij is het grote licht. Zoals het licht van buiten komt, zoals het licht ons beschijnt, zo is het ook met de waarheid. Je staat in het licht van de waarheid, in het licht van het Evangelie. De waarheid verlicht je en jij weerkaatst het. Maar de weerkaatsing is niet volkomen gelijk aan de bron. Als er wit licht op een rode spiegel valt, wordt er alleen rood licht weerkaatst. Als wij proberen de waarheid te spreken, is deze altijd beïnvloed door onszelf en zo verminken wij de waarheid. Dat is eigen aan onze menselijke onvolmaaktheid. Daarom is het zo belangrijk met elkaar in gesprek te zijn en naar elkaar te luisteren. We hebben elkaar nodig om elkaar aan te vullen en te corrigeren. Alleen samen kunnen wij een redelijk beeld van de waarheid krijgen.
In zijn brief ‘De vreugde van het Evangelie’ stelt paus Franciscus dat de dialoog belangrijk is: de oecumenische dialoog met andere christenen, de interreligieuze dialoog met aanhangers van andere godsdiensten en de dialoog met de seculiere wereld. Wij hebben elkaar nodig om tot vrede en eenheid in de wereld te komen. De paus geeft ook aan hoe het geloof in de verschillende culturen op verschillende manieren vorm wordt gegeven. Ook hierin hebben we elkaar nodig. Je kunt niet zeggen dat de West-Europese manier van geloven de enige juiste is. Je kunt al helemaal niet zeggen dat wij Nederlanders altijd gelijk hebben. Wij mogen blij zijn dat we deel uitmaken van een wereldkerk en daardoor horen hoe het christendom binnen andere culturen gestalte krijgt. Zo ontvangen wij een veel completer idee van de waarheid dan wanneer we haar alleen maar vanuit onze eigen positie zouden kunnen zien.
De paus noemt de verdeeldheid van de christenen een schande. Dat treft ook ons. Het gaat ieder van ons aan. Wij allen kunnen onze bijdrage aan de eenheid leveren door met de anderen in gesprek te gaan en respectvol naar elkaar te luisteren. De schande zit niet in het hebben van verschillende interpretaties. De schande zit in het elkaar verketteren en het niet naar elkaar luisteren. Daardoor wordt de eenheid die van Christus uitgaat gebroken. Het is aan kerkleiders en theologen om verschillen in interpretaties op te helderen en om tot overeenstemming te komen. Ondertussen kunnen wij met elkaar in gesprek zijn en elkaars taal leren verstaan. Wij kunnen op die manier zelf bijdragen tot het wegnemen van de gebrokenheid en komen tot een eenheid in verscheidenheid.
Met verscheidenheid is niets mis. De schepping is een en al verscheidenheid. Daarvan sprak God dat het goed was. Als man en vrouw schiep Hij de mens naar zijn gelijkenis. Stel je eens voor dat je partner, je man of je vrouw geheel gelijk zou zijn aan jou? Wat had elkaar dan te vertellen? Wat had elkaar dan te geven? Was er dan sprake van liefde? Was dan sprake van eenheid? Man en vrouw samen zijn een toonbeeld van eenheid in verscheidenheid. En die eenheid in verscheidenheid lijkt op God. En hiervan sprak Hij dat het goed was. Laten we blijven bidden voor eenheid in de verscheidenheid. Laten we bidden voor vrede en eenheid in de wereld. Laten wij zoals de leerlingen Christus navolgen, Hem volgen die onze waarheid is, ieder op zijn eigen wijze en in verbondenheid met elkaar. Amen.
“God heeft de aarde met alles wat daarin is bestemd voor het gebruik van alle mensen en volkeren, zodat de geschapen goederen in een billijke verdeling aan allen moeten toekomen, onder de schutse van de rechtvaardigheid, vergezeld van de liefde.” Zo verwoordt het Tweede Vaticaans Concilie het principe van de universele bestemming van de goederen van de aarde. God heeft de aarde aan heel het mensengeslacht gegeven, om alle leden ervan te onderhouden zonder iemand uit te sluiten of te bevoorrechten. Iedereen moet toegang hebben tot het welzijnsniveau dat nodig is voor zijn volledige ontwikkeling.
Privébezit
De universele bestemming van goederen wil niet zeggen dat alles van iedereen is of dat iedereen van ieder object gebruik kan maken. Door arbeid en door het gebruik van zijn talenten krijgt de mens grip op de aardse materie. Zo maakt hij een deel van de aarde tot zijn individuele eigendom. Privébezit geeft iedereen de noodzakelijke ruimte voor autonomie en is een verlengstuk van de menselijke vrijheid. Het is één van de voorwaarden voor de burgerlijke vrijheden en een essentieel element van een sociale en democratische politiek.
Privébezit is geen onaantastbaar recht. Het is ondergeschikt aan het principe van de universele bestemming van de goederen. Privébezit is geen doel maar een middel. Het gebruik van bezit moet op het bereiken van het algemeen welzijn gericht zijn en niet alleen op het voordeel voor de eigen persoon en het eigen gezin. Daarom mag men zijn bezit ook niet onproductief laten, maar moet men het vruchten laten voortbrengen.
Onder bezit vallen ook de nieuwere vormen van bezit zoals wetenschap, technologie en informatie. Ook zij moeten worden gebruikt om te voorzien in de behoeften van de gehele mensheid. Barrières en monopolies die vele landen buitensluiten, moeten worden afgebroken.
Duurzaamheid
Het is onze opdracht de schepping te gebruiken en verder te ontwikkelen, niet om te misbruiken of te verbruiken. Paus Benedictus XVI wijst ons erop dat wij met de ons toevertrouwde werkelijkheid niet kunnen doen wat we maar willen. We moeten luisteren naar de stem van de aarde: “het zijn zelf, onze aarde spreekt tot ons en wij moeten luisteren als wij willen overleven en de boodschap van de aarde willen ontcijferen.”
Voorkeur voor de armen
Paus Franciscus geeft een centrale plaats aan de zorg voor de armen en de ontheemden, zij die niet gezien worden. Een van zijn stellingen in ‘Evangelii gaudium’ luidt: “Nee tegen de ongelijkheid die geweld voortbrengt.” Sociale en economische systemen die mensen buitensluiten en ongelijkheid bevorderen, bedreigen de vrede. In zijn ‘Boodschap voor werelddag van de vrede 2014’ schrijft hij: “Men ziet ook de behoefte aan beleid dat een buitensporige onbalans tussen inkomens kan verlichten.”
“Zie, het Lam Gods, dat de zonden van de wereld wegneemt.” Vorige week vierden we het feest van de Doop van de Heer. Vandaag lezen we hoe Johannes de Doper Jezus aanwijst als degene die onze Verlosser is. Blijkbaar is Jezus nog steeds even onopvallend als voor zijn Doop in de Jordaan. Johannes vertelt over wat er gebeurde bij de Doop van Jezus: “Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen en Hij bleef op Hem rusten.” Blijkbaar hebben de omstanders dit niet gezien of niet als iets bijzonders beschouwd. Johannes wel. Hij weet: “Deze is de Zoon van God.” “Hij is het die doopt met de heilige Geest.” Johannes verklaart dat deze onopvallende figuur de Messias is, sterker nog Hij is de Zoon van God. Op een mens zoals wij daalt de heilige Geest neer. Hij wordt geraakt door de Geest. Aan de buitenkant is dat niet te zien, maar Hij zal de zonden van de wereld wegnemen. Als het Lam Gods neemt Hij de zonden van de wereld op zich.
In dezelfde zin waarin Johannes zegt dat de Geest op Jezus is neergedaald, zegt hij dat Jezus zal dopen met de heilige Geest. Jezus is als mens gelijk aan ons, Hij is mens zoals wij zijn. Met zijn Doopsel maakt Hij ons gelijk aan Hem. Hij doopt ons met de heilige Geest. Ook wij worden door de Geest geraakt. Wij kunnen Hem navolgen en ons vereenzelvigen met Jezus. Wij kunnen aan Hem gelijk worden. Bij het Doopsel dopen we niet alleen met water. We zalven de dopeling ook met het Chrisma en zo ontvangt hij de H. Geest. Evenals Christus de Gezalfde is, zijn wij christenen gezalfden. In de Doop zegt God ook tegen ons: jij bent mijn welgeliefde zoon, mijn welgeliefde dochter. Wij zijn kinderen van God en evenals Jezus Christus gezalfd tot priesters, koningen en profeten.
Voor de meesten van ons betekent dit dat wij al op jonge leeftijd zijn geraakt door de Geest. Wij ontvangen de heilige Geest. We krijgen de Geest, ontvangen inspiratie of kracht. Zolang het daarbij blijft, is het te overzien en blijven we zelf de baas over ons eigen leven. Maar het kan verder gaan. We worden enthousiast en stijgen boven ons zelf uit. Het enthousiasme gaat met ons op de loop. Dan zijn we niet langer zelf de baas over ons eigen leven. Het is de Geest die in ons leeft en die de macht overneemt. Hoever durven wij daarin te gaan? Durven we het aan ons werkelijk te laten raken door de Geest? Durven we het aan bevlogen mensen te worden? Durven we het aan onszelf een beetje te verliezen?
Of kiezen we toch liever voor een gecontroleerd geraakt zijn? Een beetje steun, een beetje kracht, een beetje inspiratie, zodat we er weer even tegen kunnen. Over een paar weken komen we wel terug om weer even bij te tanken. Is het geloof een soort therapie? Is de Kerk een wellness centre? Gaat het erom dat wij ons prettiger voelen? Dat het geloof ons leven wat aangenamer maakt? Of durven we ons ook te laten uitdagen? Hoeveel vertrouwen hebben wij in de Geest? Laten wij ons door Hem op paden van werkelijk enthousiasme leiden?
We weten dat de Geest niet van de makkelijke weg is. Jezus zelf is die moeilijke weg gegaan. Voor Hem was er geen andere mogelijkheid. Dit moest Hij doen. Hier ging Hij voor. Dit was zijn leven. Hij kon alleen leven door er te zijn voor de ander. Hij kon alleen leven door de zondenlast van heel de wereld op zich te nemen. Jezus geloofde dat deze weg Hem tot het eeuwig geluk zou brengen, een geluk dat niet alleen in de verre toekomst ligt, maar ook in het hier en nu. Het is een geluk dat groter is dan een comfortabel en aangenaam leven. Er is niets tegen comfort, maar een mens wil meer. Een mens wil echt leven.
Echt leven is je verbonden weten met anderen, weten dat je van betekenis bent voor anderen en dat ook jij niet zonder de ander kunt. Echt leven is leven in gemeenschap, een gemeenschap waarbinnen wij ons geborgen weten, maar ook een gemeenschap waaraan wij bijdragen, die wij met onze tijd en ons geld mede opbouwen. Echt leven is leven als een werkelijk vrij mens, een mens die vrij is om het goede te doen, die vrij is van gewoonten, zekerheden, verslavingen en comfort. Echt leven is leven met enthousiasme en bevlogenheid. Echt leven is een leven van liefde, van geliefd zijn en van liefhebben. De liefde voor elkaar brengt ons werkelijk geluk. De liefde brengt niet alleen rust. Ze brengt ook onrust. De liefde geeft niet alleen comfort. Ze daagt ons ook uit en brengt ons in beweging.
Voor het ontvangen van de Eucharistie geldt hetzelfde als voor het ontvangen van H. Geest. Het ontvangen van de Eucharistie geeft je voedsel voor je leven. Maar met het ontvangen van Christus, verbind je je ook met Hem. Zoals de heilige Augustinus schrijft: “Ontvang wat je bent en word wat je ontvangt”. Je met Christus verbinden, je met Hem inlaten heeft gevolgen voor je hele leven. Door Hem te ontvangen ga je Hem navolgen. Door Hem te ontvangen word je gelijkvormig aan Hem. Door Hem te ontvangen word je geraakt door zijn Geest. Als wij Hem werkelijk ontvangen, is het gedaan met de rust. Amen.