Ontzag voor God (gaven van de Geest 7)
Innig met elkaar verbonden door de liefde.
Soms worden er dan grenzen overschreden.
De ander wordt toegeëigend.
Ook onze liefdesrelatie met God vraagt om respect voor Hem.
Hij woont in ons,
maar Hij is daarmee geen deel van ons.
Wij kunnen Hem niet bezitten
en naar willekeur over Hem en zijn werkende kracht beschikken.
De Geest, die in ons woont,
maakt ons dankbaar en vol ontzag voor wat Hij aan ons doet.
Christus geeft zichzelf als voedsel voor ons, als Brood en Wijn.
“Adoro te devote.” (Thomas van Aquino)
Ik aanbid U met eerbied.
Wijsheid (deugden 7)
Hoe moet ik leven?
Wat moet ik doen?
Wat is wijsheid?
Gedurende ons leven groeien wij.
Wij nemen toe in wijsheid.
Telkens weer hebben wij nieuwe ervaringen,
horen en zien we nieuwe ideeën.
Het is een leven lang leren
en openstaan voor het nieuwe.
Een leven lang luisteren naar de stem van God
en leven in zijn Licht.
Johannes 20,1-9
“Hij zag en geloofde.” (Joh 20,8)
Ontzetting en verwarring overvalt de leerlingen.
“Ze hebben de Heer uit het graf genomen.” (Joh 20,2)
Voor Johannes is het lege graf het teken van de verrijzenis.
Hij gelooft, dat de Heer werkelijk leeft.
Ook wij hebben geen wetenschappelijk bewijs.
We hebben de getuigenis van de leerlingen.
Aan hen is Hij verschenen.
Hij schonk hen zijn Geest.
Hij zond hen uit om aan alle mensen
zijn Blijde Boodschap te verkondigen.
Zijn Licht straalt in de wereld.
Zalig Pasen. Alleluia!
In zijn brief ‘De vreugde van het Evangelie’ schrijft paus Franciscus: “De roeping van een ondernemer is een edel werk, mits hij zich vragen laat stellen door een ruimere betekenis van het leven; dit maakt het hem mogelijk het algemeen welzijn werkelijk te dienen met zijn inspanning de goederen van deze wereld te vermenigvuldigen en voor allen toegankelijker te maken.”
Roeping
Hiermee hebben we direct de kern van het christelijk ondernemen te pakken, van de plaats van het ondernemerschap binnen de sociale leer van de Kerk. De Kerk denkt positief over het ondernemerschap. De ondernemer heeft als opdracht een bijdrage te leveren aan het algemeen welzijn, aan het geluk van de medemens. Hij doet dit door goederen te produceren en die beschikbaar te maken voor anderen. Met dit laatste speelt naast de producent ook de handelaar een positieve rol in het bevorderen van het algemeen welzijn.
Begrenzingen
De paus plaatst ook een kanttekening bij de rol van de ondernemer. Hij moet zich laten bevragen door een ruimere betekenis van het leven. Deze ruimere betekenis ligt buiten het pure eigenbelang en buiten het enkel denken in financiële termen. Zij ligt in de menselijke waardigheid van alle betrokkenen en in de onderlinge solidariteit tussen mensen. Dit zijn grenzen die vanuit de Kerk aan het ondernemerschap worden gesteld.
Paus Franciscus schrijft: “Het is hinderlijk dat men spreekt over ethiek, het is hinderlijk dat men spreekt over wereldwijde solidariteit, het is hinderlijk dat men over verdeling van de goederen spreekt, het is hinderlijk dat men spreekt over het beschermen van arbeidsplaatsen, het is hinderlijk dat men spreekt over de waardigheid van de zwakken, het is hinderlijk dat men spreekt over een God die een inzet voor de gerechtigheid eist.”
Vraag en aanbod
Concreet betekent dit dat er vragen gesteld moeten worden bij zaken als speculatie. Hiermee wordt geen waarde toegevoegd. Het gaat louter om geld te verdienen en dat kan alleen maar ten koste van iemand anders gaan. Ook stelt de Kerk vragen bij ongebreideld kapitalisme. Niet alles mag alleen maar onderwerp van vraag en aanbod zijn. Dat geldt voor het loon dat voor de arbeid wordt betaald. Daarbij gaat het niet alleen om de economische waarde van de arbeid. Een salaris moet ook voldoende zijn om van te kunnen leven. Ook voor producten die voor het leven van mensen onontbeerlijk zijn, moet de prijs binnen het redelijke blijven. We mogen geen mensen laten verhongeren omdat iemand anders meer wil betalen voor een brood. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor medicijnen. Het eigendomsrecht is niet onbeperkt. Uiteindelijk dient het persoonlijk eigendom om anderen daarmee van dienst te kunnen zijn. Dat geldt ook voor octrooien op nieuwe medicijnen.
Menselijke waardigheid
Ondernemen doe je meestal niet alleen. De productie en het verhandelen van goederen en ook het verlenen van diensten vragen de samenwerking van velen. Binnen deze samenwerkingsverbanden moet ieder tot zijn recht kunnen komen. Arbeid is voor mensen ook een vorm van zelfontplooiing. Dat stelt eisen aan het werk, aan de arbeidsomstandigheden en aan de manier waarop mensen met elkaar omgaan.
Duurzaamheid
De productie van goederen mag niet leiden tot het verbruiken van de aarde. De aarde biedt ons vele vruchten en grondstoffen om te gebruiken en om van te leven. Wij hebben de opdracht de schepping te gebruiken en verder te ontwikkelen. Het misbruiken of zelfs vernietigen van de schepping betekent dat wij leven ten koste van de generaties na ons.
“Nog veertig dagen en dan zal Ninive vergaan!” Die boodschap predikt Jona in Nineve. Dat was zijn roeping: Ninive waarschuwen. Ook in het Evangelie horen we een roepingsverhaal. Jezus ziet Simon en Andreas bezig met vissen. Hij roept ze: “Komt, volgt Mij; Ik zal maken dat gij vissers van mensen wordt.” En iets verderop ziet Hij Jacobus en Johannes. En ook zij worden onmiddellijk geroepen.
Op het eerste gezicht heeft de tekst uit de brief van Paulus weinig overeenkomsten met deze roepingsverhalen. Deze tekst is een vermaning. Paulus roept met deze brief de christenen van Korinthe tot de orde. Er zijn allerlei misstanden in de gemeente van Korinthe en Paulus vindt het nodig orde op zaken te stellen. De woorden die Paulus kiest zijn volstrekt helder. Hij omschrijft heel duidelijk wat een christen wel en niet wordt geacht te doen. Toch is het geen belerende brief die alleen bestaat uit geboden en verboden. Paulus maakt in deze brief duidelijk waar het omgaat: wat staat er centraal in ons leven en waartoe worden wij in vrijheid geroepen. Vanuit liefde voor zijn medegelovigen spreekt Paulus hen en ook ons toe. Vol liefde roept Paulus zijn broeders en zusters in Christus op goed te leven. Als een vader maakt Paulus zich zorgen over de christenen van Korinthe. In de tekst die wij vandaag lezen gaat het over de omgang met aardse zaken. Welke plaats hebben huwelijk, verdriet, blijdschap en bezit in ons leven. De wijze waarop Paulus hierover spreekt, is niet een kwestie van geboden en verboden. Paulus probeert aan te geven wat is essentieel in ons leven en hij wil voorkomen dat we vervallen in extremen.
Wat we in ieder van de drie lezingen zien is de urgentie: er moet onmiddellijk iets gebeuren. Jona geeft Ninive nog veertig dagen. Paulus schrijft: “De tijd is kort geworden.” En Jezus zegt: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij.” In de eerste jaren na de dood en verrijzenis van Christus werd gedacht, dat Jezus hiermee bedoelde dat het einde van de wereld nabij was. Zijn leerlingen verwachten de wederkomst van Jezus nog tijdens hun leven. Deze brief van Paulus is zo’n twintig jaar na het leven van Christus geschreven. Het Evangelie volgens Marcus komt nog weer vijftien later tot stand. Als het einde van de wereld binnen enkele maanden of hooguit jaren plaatsvindt, komt alles in een ander licht te staan. Dan gaat het alleen nog om wat echt essentieel is. We zien dat ook vaak bij mensen die horen dat ze binnenkort gaan sterven: vanaf dat moment maken zij andere keuzes, dan wordt er alleen nog gekozen voor wat echt belangrijk is. Zo reageren ook de eerste leerlingen van Jezus: zij worden geroepen en onmiddellijk laten ze alles in de steek en volgen Hem.
Naast het nabije einde had Paulus nog met een andere situatie te maken. In Korinthe hadden de eerste christenen nogal uiteenlopende ideeën. Sommigen waren voor een strikt ascetisch leven: geen huwelijk, geen bezit, alleen op God gericht. Terwijl anderen tamelijk losbandige opvattingen hadden over seksualiteit. Zij waren door Christus vrijgemaakt. Nu mocht alles. Beide uitersten worden door Paulus afgewezen. Ondanks het nabije einde leert Paulus de christenen van Korinthe dat je natuurlijk op God gericht moet zijn, maar dat moet ook vorm krijgen in het normale leven. Het moet ook uitvoerbaar zijn voor normale mensen. Ook in ons dagelijkse leven moeten wij weten te onderscheiden wat essentieel is en wat werkelijk van waarde is.
Paulus schrijft: doe alsof je niet gehuwd bent, alsof je niet huilt, alsof je niet blij bent, alsof je geen bezit hebt. Hij zegt daarmee niet dat huwelijk, verdriet, blijdschap of bezit verkeerd zijn. Hij zegt daarmee: laat je niet helemaal door die zaken in beslag nemen. Deze boodschap is ook voor ons bestemd. Natuurlijk hebben wij onze aardse zorgen, onze vreugde en ons verdriet. Zij mogen ons echter niet geheel in beslag nemen. Ons leven draait niet om onszelf, maar om God en om de medemens.
Evenals wij in onze tijd hebben de christenen van Korinthe het moeilijk met hun vrijheid. Christus heeft hen en ons werkelijk vrij gemaakt. Maar hoe ga je met die vrijheid om? Elders in deze brief schrijft Paulus: “U zegt: ‘Alles is toegestaan.’ Zeker, maar niet alles is goed. ‘Alles is toegestaan’, maar niet alles is opbouwend. Wees niet op uzelf gericht, maar op de ander.” Daarin zit de kern van onze vrijheid: vrijheid is er niet voor onszelf, maar voor de ander. Vrijheid maakt verantwoordelijk en betekent dat we zelf moeten uitmaken hoe we goed zijn voor een ander. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de vrijheid van meningsuiting. Dat is een groot recht dat wij met zorg moeten gebruiken. Als wij het goede voor de onze medemens willen, zullen we onze vrijheid niet gebruiken om hem te kwetsen of te beledigen. Christus heeft ons vrij gemaakt om de ander lief te hebben, om de ander gelukkig te maken, om ons op een ander te richten. Door ons op de ander te richten, richten wij ons op God en dat zal ook onszelf gelukkig maken, hier en altijd. Daarin ligt onze roeping en onze bekering. Amen.
Wie dorst er niet naar liefde en waarheid? Zoals de aarde dorst naar water, zo dorst onze ziel naar liefde en waarheid. Jezus zegt dat Hij levend water geeft: levend water in de betekenis van stromend water, water waarmee mensen hun lichamelijke dorst lessen. Maar het gaat ook over water dat zelf een bron wordt waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft. Water als een teken van hoop: de kleine hoop op het lessen van de lichamelijke dorst en van de geweldige, de het hele leven dragende hoop op God, het diep menselijke verlangen naar liefde en waarheid. Iedere mens hunkert naar liefde en is op zoek naar waarheid. Ieder op zijn eigen wijze en velen in relatie met elkaar. Net zo goed als we als eenling geen liefde vinden, zo komen we ook alleen in relatie met anderen tot waarheid. Mensen hebben elkaar nodig. Ze hebben juist elkaars verscheidenheid nodig om de weg naar God te vinden. Vanuit onze verscheidenheid hebben we elkaar iets waardevols te zeggen. Alleen als mensen van elkaar verschillen kunnen ze van elkaar houden en hebben ze elkaar iets te vertellen. Stel je voor dat je echtgenoot geheel gelijk zou zijn aan jezelf, dan was het toch snel afgelopen met je huwelijk. Willen dat de ander geheel aan jou gelijk wordt, is een vorm van egoïsme en van zelfgenoegzaamheid. Dan is er geen verlangen naar liefde en geen verlangen naar waarheid.
Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Het zoeken naar waarheid zonder liefde leidt gemakkelijk tot fundamentalisme. Wat een ander te zeggen heeft, is bij voorbaat betekenisloos. Een gesprek is volkomen overbodig. Omgekeerd leidt liefde zonder waarheid tot relativisme. Het is een vorm van elkaar aardig vinden zonder in elkaar geïnteresseerd te zijn. De waarheid wordt als subjectief beschouwd: ieder heeft zijn eigen waarheid. Ook nu is een gesprek volstrekt overbodig. Van de zelfde orde is de opmerking: “Eigenlijk geloven we hetzelfde.” Dat getuigt niet van veel respect, want feitelijk zeg je dan: “Eigenlijk geloof jij hetzelfde als ik.” Hierin ontbreekt respect voor het anders zijn van het geloof van de ander. Fundamentalisme en relativisme zijn elkaars tegenpolen. Beide maken het gesprek onmogelijk. Zij begrenzen de ruimte waarbinnen een vruchtbaar gesprek mogelijk is.
De combinatie van liefde en waarheid brengt ons tot een gesprek met elkaar. Zij zoekt de eenheid die voortkomt uit verscheidenheid en haar respecteert. In een gesprek gebaseerd op liefde en waarheid is er werkelijke interesse voor de ander, is er respect voor de waarheid waarin de ander gelooft, en wordt de eigen waarheid niet verloochend, maar juist toegelicht en verklaart. Zo’n gesprek leidt tot begrip en waardering voor elkaar en doet het inzicht in de waarheid van het eigen geloof groeien. Juist in het gesprek met de ander leer je jezelf kennen.
Vijftig jaar geleden was het Tweede Vaticaans Concilie. Juist op het gebied van de oecumene en de interreligieuze dialoog is dit Concilie een mijlpaal in de geschiedenis van de Kerk. Het idee dat de ander alleen maar fout is, is losgelaten. Niet alleen in andere christelijke geloofsgemeenschappen, maar ook in andere godsdiensten is waarheid aanwezig. De oecumenische beweging was in protestantse kringen begonnen. Nu sloot ook de katholieke Kerk zich hierbij aan. Daarvoor waren andere christenen slechts ketters en scheurmakers. Vanaf dat moment waren het medechristenen, mensen die allen deel uitmaken van de Kerk van Jezus Christus. Vanaf dat moment was het mogelijk met elkaar in gesprek te zijn zonder dat de ander ervan overtuigd moest worden dat bekering tot het ware geloof de enige weg tot enig heil zou zijn.
Nu 50 jaar later zijn wij in staat samen te bidden en te zingen en samen naar Gods Woord te luisteren. Wij zijn ook in staat tot maatschappelijke samenwerking en wij vinden elkaar in het lenigen van noden in onze directe omgeving. Ook het gesprek met andere godsdiensten is op gang gekomen. Afgelopen week was ik bij een bijeenkomst van joden, moslims en katholieken. We herdachten hoe 50 jaar geleden dit onderlinge gesprek mogelijk werd. We mochten constateren dat vriendelijke en respectvolle omgang met elkaar nu mogelijk is. Maar zoals ook voor de oecumene geldt, is er ook voor de interreligieuze dialoog nog een lange weg te gaan.
In zijn brief ‘De vreugde van het Evangelie’ stelt paus Franciscus dat de dialoog belangrijk is: de oecumenische dialoog met andere christenen, de interreligieuze dialoog met aanhangers van andere godsdiensten en de dialoog met de seculiere wereld. Wij hebben elkaar nodig om tot vrede en eenheid in de wereld te komen. Om in onze multiculturele maatschappij in vrede met elkaar samen te leven is het nodig elkaar te begrijpen en te weten wat de ander beweegt. Wat zijn zijn waarden, wat is voor hem heilig en hoe geeft hij hieraan in zijn dagelijks leven gestalte? In gesprek met elkaar ontdekken we sporen van waarheid in de overeenkomsten, maar ook in de verschillen.
Ooit komt er een tijd – zoals Jezus zegt – dat we de Vader aanbidden in geest en in waarheid. Allen zijn we daarnaar onderweg. Laten we onderweg proberen goede protestanten en goede katholieken te zijn. Ook mogen wij bidden dat anderen goede joden, goede moslims, goede hindoes en goede boeddhisten mogen zijn. Het onderlinge gesprek zal ons en hen daarbij helpen. Amen.
Auteur: Walter Vogels
Titel: Abraham: Onze vader
Uitgever: Averbode, 2014
Prijs: € 22,50
ISBN: 978 90 317 3757 4
Aantal pagina’s: 220
Joden, christenen en moslims noemen Abraham hun vader. Het gaat hierbij niet alleen om het feit dat zij afstammelingen van Abraham zijn: de Israëlieten via Isaak en de Arabieren via Ismaël. Het belangrijkste is dat Abraham voor hen de spirituele vader is. Hij is hun vader in het geloof. De echte kinderen van Abraham zijn zij die zoals hij op God vertrouwen en Hem gehoorzamen.
Bijbelgeleerde Walter Vogels beschrijft de Bijbelverhalen over Abraham en hij gaat in op de visies die de drie verschillende religies op Abraham hebben. Daarna behandelt hij de rol van Abraham in de beeldende kunst en de geschiedkundige ideeën over hem. Tenslotte schrijft hij over de rol van Abraham in de interreligieuze dialoog. Abraham is voor ieder van de drie godsdiensten ‘de vriend van God’. Hij leert ons respect voor andere religies, open te staan voor de vreemde en het weigeren van geweld.
De studie over Abraham heeft een interessant boek opgeleverd voor hen die meer willen weten over Abraham en over wat hem bewoog. Dit boek geeft ook handvatten tot het voeren van de dialoog met de twee andere monotheïstische godsdiensten.
Jesaja zegt ons: “Laat het licht u beschijnen.” De glorie van de Heer zal over ons schijnen. Zijn glorie, zijn licht zal de duisternis verdrijven. “Sla uw ogen op en zie om u heen.” De wijzen uit het Oosten volgden een ster, een licht aan de hemel dat hen de weg wees. Zo vonden zij het goddelijk Kind. Het vervulde hen van overgrote vreugde.
Voortdurend zijn wij mensen op zoek naar het licht. Wij zoeken de liefde en wij zoeken de waarheid. Wij zoeken het werkelijke geluk in ons leven. In onze huidige tijd zijn velen ervan overtuigd dat je het geluk zelf kan en moet bewerkstelligen. Zij geloven in de maakbaarheid van alles. Zij geloven niet alleen in een maakbare samenleving, maar ook in de maakbaarheid van het geluk, van de liefde en van de waarheid. Een dergelijke houding legt een grote druk op je schouders. Want dit betekent dat het je eigen schuld is als het je tegen zit in het leven. Als je ongelukkig bent, heb je je blijkbaar niet voldoende ingespannen om het geluk over jezelf af te roepen. Dit gaat veel verder dan de kreet die wel in sport gebruikt wordt: Geluk dwing je af. Het is niet een kwestie van de juiste voorwaarden scheppen. Nee, men denkt het geluk werkelijk op eigen kracht tot stand te brengen. Zowel Jesaja als het Evangelie houden ons een andere weg voor. Wij moeten afgaan op het licht. Het geluk komt van buiten, niet uit onszelf. Het wordt ons ook niet zo maar toegeworpen. We worden opgeroepen het te gaan zoeken. Dat is wat anders dan het geluk zelf maken.
Waar vinden wij het geluk in onze tijd? De wijzen gingen op zoek en vonden het pasgeboren Kind. In het Kind werd hen Gods liefde geopenbaard. In het Kind is Gods Zoon mens geworden. Het Woord is vlees geworden. Jezus van Nazareth maakt zichtbaar wat Gods liefde voor ons betekent. Hij houdt ons niet een systeem van regels en geboden voor. Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt geloven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor kunt komen. Jezus zegt ons: Kijk naar Mij, hoe Ik op de Vader vertrouw. Kijk hoe de Vader van Mij houdt en Ik van Hem. Kijk hoe Ik die liefde deel met alle mensen. Doe net als Ik doe: leef met liefde en geloof. Dan zul je werkelijk gelukkig worden en ook anderen gelukkig maken.
In de liefde tussen mensen openbaart God zich. In de liefdevolle relatie tussen mensen is God zelf aanwezig. In de liefde tussen mensen wordt God telkens weer mens. In het scheppingsverhaal lezen we hoe God de mensen schept gelijkend op Hem. Hij schept de mens man en vrouw. Het is niet de enkele man of de enkele vrouw die op God gelijkt. Het zijn man en vrouw samen die in liefdevolle verbondenheid met elkaar, op God gelijken. In de liefdesrelatie tussen man en vrouw wordt Gods liefde zichtbaar. In die liefdesrelatie wordt Christus opnieuw geboren.
Niet alleen binnen het huwelijk wordt Gods liefde geopenbaard. Tegen het eind van zijn leven op aarde verteld Jezus over zijn wederkomst aan het einde der tijden. Daar zegt Hij: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht.” Enzovoort. Telkens als wij uit liefde voor de medemens handelen, ontmoeten wij Christus. In elke daad van liefde wordt Gods liefde voor de mensen geopenbaard.
Wij staan aan het begin van het nieuwe jaar. Ook staan we aan het begin van een nieuwe parochie. Gisteravond vierden we de start van de Christus Koning Parochie. Wij zijn christenen, dat wil zeggen gezalfden. Wij zijn gezalfd tot priesters, profeten en koningen. Jezus heeft ons laten zien wat dat inhoudt. Het koningschap waartoe wij met Christus gezalfd zijn, is er niet om te heersen. Het is er niet voor ons eigen genoegen. Ons koningschap is een nederig koningschap, zoals het koningschap van het Kind in de kribbe. Dit koningschap is om de ander liefdevol te dienen. Wij christenen zijn geroepen tot liefde voor iedere mens.
“Sla uw ogen op en zie om u heen”, zegt Jesaja ons. Als we om je heen zien, zien we onze medemens, dan zien we de mens die onze liefde nodig heeft. Wij zijn geroepen om anderen gelukkig te maken. Daarin zal God zich aan ons openbaren. Zo wordt zijn Zoon in ieder van ons opnieuw mens. Zo is Hij voor ons het Licht der wereld en volgen wij Hem na. Zo brengt Hij ons tot het geluk. Amen.
Het feest van de heilige Familie is niet erg oud. In de negentiende eeuw was er groeiende aandacht voor de heilige Familie. In 1920 voerde paus Benedictus XV het feest in voor de hele Kerk. Toen op de eerste zondag na Driekoningen. In 1969 werd het naar de zondag na Kerstmis verplaatst. Het is niet zo dat men er toen pas achter kwam dat er sprake is van een heilige Familie, van een heel bijzonder gezin: het gezin bestaande uit Jezus, Maria en Jozef. Door de eeuwen heen zijn er afbeeldingen gemaakt van dit bijzondere gezin. Door de eeuwen heen zijn mensen er door ontroerd en geraakt en door de eeuwen heen is het een bron van inspiratie geweest. Zo’n honderd jaar geleden vond de Kerk het nodig de plaats van het gezin extra aandacht te geven door het feest van heilige Familie een vaste plaats in het jaar te geven. Eeuwen lang zijn gezinnen en familiebanden het basismateriaal geweest waaruit de samenlevingen waren opgebouwd. In dorpen en op het platteland spelen ze nog steeds een belangrijke rol. Als in mijn geboortedorp in Friesland ben, stel ik nog vaak voor als de zoon van … of als de broer van …. In de huidige steeds meer verstedelijkte samenleving ligt de nadruk veel meer op het individu. Gezinnen en familiebanden zijn privéaangelegenheden geworden.
In deze veranderende samenleving wil de Kerk ons de heilige Familie als voorbeeld van liefde en harmonie voorhouden. De Kerk stelt het gezin centraal in het leven van mensen. Het idee dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is, wordt tegenwoordig door velen als een verouderd idee gezien. Op internet vond ik een consultant die beweert, dat het bedrijf de nieuwe hoeksteen van de samenleving is. Bedrijven zijn dan de plaatsen waar mensen zich met elkaar verbinden en waar mensen zich ontwikkelen. Maar hoe moet het dan met kinderen en jongeren die nog niet werken? Hoe moet het ouderen en mensen die niet in staat zijn om te werken? Tellen zij niet meer mee? Juist de zwakkeren vallen buiten de boot als er geen gezinnen en geen families meer bestaan. Om je goed te kunnen ontwikkelen heb je vooral liefdevolle opvoeders nodig. Het belangrijkste wat wij mensen moeten leren is de liefde. De liefde is voor ons de weg naar God en het is de weg naar elkaar. Alleen een leven in liefde leidt naar het geluk. Alleen de liefde leidt naar het geluk waar iedere mens naar zoekt.
In onze steeds zakelijker wordende wereld neemt het belang van liefdevolle relaties alleen maar toe. Als de liefde uit onze samenleving verdwijnt, wordt zelfs het doen van zaken onmogelijk. Zonder liefde is er geen vertrouwen meer en wordt alles achterdocht. Uiteindelijk draait onze wereld niet om geld maar om liefde. Jezus van Nazareth houdt ons voortdurend zijn boodschap van liefde voor en Hij laat ons zien hoe wij een leven in liefde kunnen leiden. Het is aan ons om zijn boodschap van liefde gestalte te geven in onze tijd. Wij mogen hier en nu het evangelie van de liefde verkondigen. Dat begint in onze gezinnen bij de opvoeding van onze kinderen. Net als Jezus heeft gedaan, wordt ook van ons gevraagd dat wij vooral aandacht hebben voor het doen. Van ons wordt gevraagd dat we de liefde aan onze kinderen voorleven, dat we laten zien wat het betekent dat mensen van elkaar houden. Woorden moeten vooral woorden van liefde zijn. De uitleg van wat we doen is ter ondersteuning. Ook bij Abraham zien we het belang van familiebanden. Hij en Sara geven hun geloof door aan hun zoon Isaak. Zij staan niet alleen aan de basis van een groot volk. Zij zijn de spirituele ouders van alle gelovigen. Joden, christenen en moslims zien allen Abraham als hun vader in het geloof.
Met feest van de heilige Familie staat het gezin centraal. Het gezin stelt ons in staat de liefde en het geloof door te geven. Wij leven niet in een ideale wereld. Wij zijn allemaal tekortschietende mensen. Dat betekent ook het ons lang niet altijd lukt om het ideale gezin te vormen. Maar dat neemt niet weg dat we daar wel aan moeten blijven werken en dat we blijven streven naar het ideaal, hoe moeilijk dat vaak is. Daarbij kunnen we ook elkaar tot steun zijn en elkaar bemoedigen. Ook dat zijn daden van geloof, hoop en liefde. Volhouden en doorgaan vragen vertrouwen, vertrouwen dat we ook aan elkaar kunnen geven.
De heilige Familie wordt ons voorgehouden als een voorbeeld van liefde en harmonie. Maar ook daar zal dat niet altijd vanzelf zijn gegaan en zeker niet zonder pijn. We weten hoe onbegrijpelijk het allemaal voor Maria was. Simeon zegt dat haar ziel door het zwaard zal worden doorboord. Geloof, hoop en liefde hebben Maria is staat gesteld haar rol te vervullen. De heilige Familie is ons niet alleen tot voorbeeld. Zij is ook onze voorspraak. Wij mogen hen vragen voor ons te bidden en ons bij te staan in moeilijke tijden. Amen.