Jeremia 31,31-34
God sluit met ons in Christus een nieuw verbond.
“Dit is de beker van het nieuwe, altijddurende Verbond,
dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.”
Voor eens en voor altijd is de weg naar vergeving geopend.
Jezus Christus heeft deze weg voor allen begaanbaar gemaakt.
Zoals Israël eens uit Egypte werd bevrijd,
zo is nu voor ieder de weg naar God geopend.
Iedereen kan Hem leren kennen.
“Leer de Heer kennen.
Want iedereen, groot en klein kent Mij dan (…)
Dan vergeef Ik hun misstappen,
Ik denk niet meer aan hun zonden.” (Jr 31,34)
Hebreeën 5,7-9
Jezus Christus heeft zijn leven geofferd voor ons.
Hij is onze hogepriester.
Zijn offer is voor eens en altijd.
Hij offerde luid roepend en huilend zijn gebeden aan God.
Hij ging de weg van menselijk zwakheid en van dood en verdrukking.
Hij is het lijden niet uit de weg gegaan.
Hij ging ons voor op de weg van gehoorzaamheid aan God.
Hij werd de volmaakte mens.
God heeft Hem verhoord en uit de doden doen opstaan.
Christus is innig verbonden met God en volledig solidair met ons.
Hij is werkelijk onze enige middelaar bij God.
Gulzigheid (hoofdzonden 6)
We kunnen onverzadigbaar zijn.
Dit doet mij goed, doe er nog maar een.
Het verlangen naar genot is mateloos.
Steeds wil ik meer.
Alles wil ik en wel direct.
Gulzigheid leidt tot verslaving.
Het evenwicht is zoek en de vrijheid verloren.
Het verlangend uitzien is vervangen door onmiddellijke bevrediging.
Wachten en uitzien naar het Rijk Gods wordt dan onmogelijk.
Wij hebben zo weinig geduld.
“Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?” (Gerard Reve)
Aan de heilige Maria werd de geboorte van Jezus aangekondigd.
Zij is voor ons een voorbeeld van geduld en verlangend uitzien.
Vroomheid (gaven van de Geest 6)
Vroomheid klinkt ouderwets.
Tegenwoordig spreken we van spiritualiteit.
De Geest, die in ons woont,
doet ons leven voor het aangezicht van God.
Alles doen wij in innige verbondenheid met Hem.
“Iedereen die liefheeft,
is een kind van God en kent God.” (1 Joh 4,7)
Leven voor het aangezicht van God, leven in zijn Licht
brengt ons tot daden van liefde.
De heilige Geest maakt ons
tot liefdevolle en gelovige mensen.
Hij inspireert ons tot liefde en geloof.
Rechtvaardigheid (deugden 6)
Betaal ik een rechtvaardig loon
waarvan de ander kan leven?
Betaal ik een rechtvaardige prijs,
betaal ik voor alle kosten van arbeid en milieu?
Krijgt ieder zijn deel?
Leef ik niet ten koste van een ander?
Leef ik niet ten koste van de komende generaties?
Laat ik anderen delen in mijn geluk,
mijn bezit, mijn talenten
en in alles wat dat mij oplevert?
Marcus 11,1-10
“Gezegend de Komende in de naam des Heren.” (Mc 11,9)
Als een koning wordt Jezus binnengehaald en gehuldigd.
Onze Koning van nederigheid
zit op het veulen van een ezel.
Hij is onze Herder,
de goede Herder die zijn schapen kent. (zie Joh 10,14)
Hij is onze weg, onze waarheid, ons leven. (zie Joh 14,6)
Hij is onze hoop, ons verlangen.
Hij is met ons alle dagen van ons leven. (zie Mt 28,20)
Hij is ‘nu al’ en Hij is ‘nog niet’.
Eens kwam Hij in nederigheid,
als het Kind in de kribbe.
Ooit zal Hij komen in heerlijkheid.
Wij verkondigen zijn dood, totdat Hij komt.
Filippenzen 2,6-11
Gods Zoon is aan de mensen gelijk geworden.
Hij heeft ons leven en lijden op zich genomen.
Hij is de minste van allen geworden.
Alleen Hij is aller slaaf.
Hij heeft alles gegeven.
Hij was gehoorzaam tot de dood aan het kruis.
God heeft Hem weer ten leven gewekt
en Hem opgenomen in zijn heerlijkheid.
Hij is onze Redder, onze Verlosser.
Hij is onze Heer.
Hij is het Licht der wereld.
Op Hem is onze hoop gericht.
“Looft de Heer, goedertieren is Hij,
tot in eeuwigheid is zijn genade.” (Psalm 118,1)
Gemakzucht (hoofdzonden 7)
Kan ik er wat aan doen?
Het zijn de anderen die kwaad willen.
Het gaat mijn macht te boven.
Het zijn de zondige structuren in deze wereld.
Iedere mens maakt deel uit van een groter geheel.
Ieder heeft daarin zijn eigen rol
en zijn eigen verantwoordelijkheid.
Wij vormen samen één lichaam.
Niemand kan zeggen:
Ik kan niets bijdragen aan het geluk van anderen.
Iedereen kan een goed mens zijn.