Jezus vertelt ons over een zaaier. Zijn inspanningen leveren verschillende resultaten op. Een deel van het zaad valt op de weg en wordt door de vogels opgegeten; een deel valt op rotsige bodem en vindt te weinig vruchtbare aarde; een ander deel valt onder de distels en wordt verstikt; en een deel valt op goede grond en levert vrucht op.
Dat kan wel beter denk je dan. Laten we beginnen met een grondonderzoek. Dan zaaien we alleen daar waar goede grond is. Dat spaart veel zaad en moeite uit. Daarna gaan we wat aan de distels doen. Wat dacht u van bestrijdingsmiddelen of toch liever een ecologische aanpak? Dan de rotsige bodem. Een gedeelte valt mogelijk te verbeteren en de rest schrijven we af. Tenslotte: op de weg zaaien is natuurlijk gewoon dommigheid. Maar Jezus komt in het geheel niet met zulke aanbevelingen. Het is dus geen bericht voor land- en tuinbouw. Het gaat er niet om de opbrengst van de grond en van het zaad en het rendement van het werk van de zaaier te verbeteren.
Onze manier van reageren op deze gelijkenis wordt sterk beïnvloed door het rendementsdenken van deze tijd. Al ons handelen is gericht op resultaat. Het behaalde succes is er dankzij onze inspanning, maar ook een mislukking is geheel onze eigen verantwoordelijkheid. Dat maakt ons terughoudend. Als er geen zekere weg naar succes is, beginnen we er liever niet aan. We lopen met een flinke dosis faalangst rond. Onze faalangst leidt vaak tot uitstel en lethargie. Ons denken in termen van rendement en resultaat geeft ons oogkleppen. Mogelijkheden buiten dit denken zien we gewoon niet meer. Bijvoorbeeld de mogelijkheid dat het resultaat helemaal niet van ons afhangt. Jezus eindigt niet voor niets met de uitspraak: “Wie oren heeft, hij luistere.” Hij vraagt ons echt te luisteren en na te denken over zijn woorden.
Paulus schreef ooit aan de christenen van Korinte: “… ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft.” (1 Kor 3,6-7) Volgens Paulus moeten wij ons realiseren dat wijzelf soms helemaal niet verantwoordelijk zijn voor het resultaat. De zaaier doet zijn werk maar het is God die voor het resultaat zorgt. Tweeduizend jaar geleden was dat een normale manier van denken. Het maakbaarheidsdenken van onze tijd heeft ons veel welvaart gebracht, maar maakt het ook moeilijk om iets aan God over te laten. We kunnen toch alles zelf.
Drie weken geleden heb ik u over de actie Kerkproeverij verteld. Deze landelijke missionaire campagne gaat uit van de Raad van Kerken. De campagne mondt op zaterdag 9 en zondag 10 september uit in kerkdiensten van lokale parochies en gemeenten waarbij de gelovigen mensen uitnodigen deze diensten bij te wonen. Ook onze parochies doen hieraan mee. De sleutel tot succes ligt in de persoonlijke uitnodiging van de gelovigen naar mensen in hun directe omgeving. Van een welkome kerk willen we komen een uitnodigende kerk.
Drie weken geleden zei Jezus dat we niet bang moeten zijn. Geen angst moeten hebben dat we het misschien niet goed doen en dat we misschien wel een negatieve reactie krijgen. Vandaag horen we dat het God zelf is die voor het resultaat zorgt. God steunt ons en draagt ons. Gods Geest werkt in ons als wij anderen over Hem vertellen. Het is onze rol om de Blijde Boodschap te verkondigen, om te vertellen over Gods liefde voor alle mensen. Wij mogen zaaien, maar het is God zelf die het zaad doet ontkiemen en tot wasdom laat komen. Hij zorgt ervoor zijn Woord pas terugkeert wanneer het Gods wil heeft volbracht en zijn zending heeft vervuld. Hoe het Woord van God zijn werk doet, is voor ons een mysterie. Het ligt buiten onze competentie. Onze opdracht is dat wij het laten horen en dat we mensen uitnodigen zich open te stellen voor Gods liefde. Meer over de actie Kerkproeverij vindt u op de parochiewebsite en in augustus wordt er over bericht in Kerk aan de Vliet. We hebben nog tijd tot begin september.
Missionair zijn vraagt om moed. We moeten ons over onze vrees heen zetten. We moeten accepteren dat we het resultaat ons werk niet in eigen hand hebben. Dat vraagt moed en vertrouwen, vertrouwen op God. Wij kunnen Hem uitnodigen mee te doen en ons werk te ondersteunen. We kunnen Hem vragen dat ons werk niet zonder resultaat blijft. Missionair zijn vraagt dat wij onszelf en ons werk in Gods handen leggen. Missionair zijn vraagt om ons aller gebed. Amen.
We vallen vandaag binnen midden in een gesprek van Jezus met de apostelen. In het voorafgaande zendt Hij hen uit om het Koninkrijk der hemelen te verkondigen en Hij geeft hen allerlei aanwijzingen en goede raad mee. Ook waarschuwt Hij hen voor tegenslag en gevaar: “Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven. Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven. Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen.” (Mt 10,16-17) Jezus heeft hen ook moed ingesproken en gezegd dat ze vertrouwen mogen hebben: “… op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.” (Mt 10,19-20) Ze hoeven niet bang te zijn.
Nu is bang zijn geen slechte zaak. Het zorgt ervoor dat wij op onze hoede zijn bij gevaar en niet roekeloos door het leven gaan. Maar er zijn ook angsten die duiden op een gebrek aan vertrouwen. Van dergelijke angsten zegt Jezus: Weest niet bang. Het is God die de apostelen er op uit stuurt. Hij zal hen ook beschermen. Als boodschappers van God zijn zij toch meer waard dan een paar mussen. Jezus zegt hun dat zijn Vader ook hun Vader is. Zij leven in eenheid en verbondenheid met elkaar. Wie Jezus loochent, loochent deze verbondenheid en daarmee zichzelf.
Niet alleen de apostelen hebben een missionaire taak. Wij allemaal zijn geroepen om de Blijde Boodschap te verkondigen. Wij allen zijn geroepen om anderen te vertellen over God en over zijn grote liefde voor de mensen. Wij zijn geroepen om te vertellen over Jezus en zijn leven voor ons. Ook tegen ons wordt gezegd: Weest niet bang.
Binnenkort hoort u meer over de actie Kerkproeverij. Dit is een landelijke missionaire campagne die uitgaat van de Raad van Kerken en waaraan vele kerkgenootschappen in Nederland deelnemen. De campagne mondt op zaterdag 9 en zondag 10 september uit in kerkdiensten van lokale parochies en gemeenten waarbij de gelovigen mensen uitnodigen deze diensten bij te wonen. De uitvoering van de actie Kerkproeverij ligt bij de plaatselijke kerken. Ook onze parochies doen hieraan mee. De sleutel tot succes ligt in de persoonlijke uitnodiging van de gelovigen naar mensen in hun directe omgeving. Van een welkome kerk willen we komen een uitnodigende kerk. Door mensen uit te nodigen deel je met hen die je goed kent, datgene wat jou na aan het hart ligt en belangrijk voor je is. Iemand deelgenoot maken van het geloof dat je lief is en goed doet, is een vorm van naastenliefde.
Maar net als de apostelen hebben ook wij angst en twijfel. Waar zijn we bang voor? De grootste angst is de vrees voor afwijzing: hoe zal degene die ik uitnodig, reageren en wat doet dat met onze relatie? Vind ik wel de juiste woorden? Zal hij mij geen moeilijke vragen stellen, waarop ik geen antwoord weet? Zal de viering wel leuk genoeg zijn voor de genodigde? Wat zullen de andere kerkgangers van de door mij genodigde vinden? Angst maakt ons ook creatief en dus zullen we allerlei uitvluchten weten te verzinnen. Jezus kende de gedachten van de apostelen. Hij wist dat hun angst reëel was en nam die angst serieus. Hij vertelt ook hoe om te gaan met een afwijzing. “Als men u ergens niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten.” (Mt 10,14)
Angst is een vorm van liefde, van eigenliefde. We willen onszelf beschermen uit liefde voor onszelf. Waar het om gaat is de eigenliefde om te buigen in naastenliefde. Voortdurend lezen we in de Bijbel: Vreest niet. Het reddende werk van Christus is er ook opgericht ons te bevrijden van onze angsten en vooroordelen, onze eigenliefde om te buigen in onbaatzuchtige liefde. Daarmee weekt Hij ons ook los uit de comfortabele bubble van ‘ons soort mensen’ en uit onze onverschilligheid. Ook wij mogen vertrouwen op God en ons door Hem gedragen weten. Ook worden wij gedragen door het gebed voor elkaar. En we kunnen elkaar ook concreet steunen. Bij Lucas lezen we dat Jezus de leerlingen twee aan twee stuurde (Lc 10,1).
De komende tijd zult u meer over de actie Kerkproeverij horen. In augustus wordt er over bericht in het parochieblad ‘Kerk aan de Vliet’. Er zal informatie op de parochiewebsite worden geplaatst. Ook krijgt u nog allerlei tips aangereikt voor het uitnodigen. Nu al kunt eens bij u zelf nagaan wie u zou willen uitnodigen. U kunt ook eens gaan nadenken wat u er misschien van weerhoudt om daadwerkelijk in actie te komen. We hebben nog tijd tot begin september.
Ook de leerlingen kenden angst en twijfel. Vlak voor zijn Hemelvaart en de laatste zending door Jezus lezen we nog: “… sommigen echter twijfelden” (Mt 28,17). Het evangelie volgens Matteüs eindigt met: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” (Mt 28,20) Wij staan er niet allen voor. Jezus is altijd bij ons. Hij steunt ons. Wij mogen op Hem vertrouwen en hoeven niet bang te zijn. Amen.
Auteurs: Dalai Lama, Desmund Tutu met Douglas Abrams
Titel: Het boek van vreugde
Uitgever: HarperCollins, 2016
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 94 027 1800 3
Aantal pagina’s: 350
Vijf dagen lang spreken de Dalai Lama en bisschop Desmund Tutu met elkaar over vreugde. Dit boek doet verslag van de ontmoeting tussen deze twee bijzondere mannen. Zij vieren hiermee hun vriendschap en praten met elkaar over het wezen van ware vreugde, over obstakels op de weg naar vreugde en over acht pijlers van vreugde. Deze ontmoeting is ook een ontmoeting tussen het christendom en het boeddhisme.
Iedere mens is op zoek naar geluk, “maar meer vreugde vinden zal ons niet behoeden voor tegenspoed en hartzeer. Misschien zullen we zelfs sneller huilen, maar we zullen ook sneller lachen. Misschien zullen we vooral meer léven.” De vraag is: “Hoe kan ik helpen liefde en compassie te verspreiden.” Geen mens kan zichzelf gelukkig maken: “Vreugde is een bijproduct.” “Uit een te egocentrische houding komt lijden voort. Uit compassie en bezorgdheid voor anderen komt geluk voort. (…) We moeten voor onszelf zorgen zonder alleen op onszelf gericht te zijn.”
Met dit bijzondere boek laten de twee mannen ons niet alleen delen in hun wijsheid, maar ook in hun menselijkheid. Daarmee is dit boek zelf ook een bron van vreugde, van hoop en van troost.
Auteur: Mohamed El Bachiri en David van Reybrouck
Titel: Een jihad van liefde
Uitgever: De Bezige Bij, 2017
Prijs: € 7,99
ISBN: 978 90 234 7162 3
Aantal pagina’s: 94
Op 22 maart 2016 blijft Mohamed El Bachiri met drie jonge kinderen achter als zijn vrouw Loubna bij de aanslagen in Brussel het leven verliest. De teksten die hij daarna schrijft, zijn door David van Reybrouck samen met uitspraken uit een interview in dit boek opgetekend.
El Bachiri noemt zichzelf: “een jihadist van de liefde. Vraag me niet om te haten, nog liever zou ik sterven!” Over het boek schrijft hij: “Een gedicht. Een eerbetoon, een ode aan Loubna. Een antwoord aan de menselijkheid, niet aan de waanzin. De uitdrukking van pijn, maar ook van veerkracht – door liefde. Liefde, menselijkheid, geloof – ik denk dat dat het is.” En over de liefde: “Liefde, dat wat me drijft, me laat leven en overleven.”
Het is een prachtig en ontroerend boekje, een boekje dat troost en hoop geeft, een toonbeeld van grote wijsheid.
Met vertegenwoordigers van verschillende religies spraken we over duurzaamheid. Welke specifieke bijdrage kunnen wij op dit gebied leveren. De politiek en de wetenschap moeten concrete maatregelen aandragen en doorvoeren. Concrete maatregelen vragen echter een voedingsbodem waarin ze aanvaard worden en tot bloei komen. Hieraan kunnen de religies een belangrijke bijdrage leveren. Zij kunnen zorgen voor een nieuwe manier van denken. Paus Franciscus roept in Laudato si’ op tot een ecologische bekering en tot een ecologische spiritualiteit.
Het was zeer bemoedigend te zien dat de toch zeer verschillende religies elkaar vinden in een gelijke houding ten opzichte van de schepping en de inzet voor een duurzame samenleving. De gevoerde gesprekken leverden een waaier van gedachten op waarin iedereen zich kon vinden. Deze gedachten vat ik hier samen onder de term duurzame deugden.
In willekeurige volgorde gaat het om de volgende deugden: wijsheid, moed, compassie, verantwoordelijkheid, dienstbaarheid, verbondenheid, gerechtigheid, dankbaarheid, vreugde en hoop. De beoefening van deze duurzame deugden zetten ons op het spoor van een ecologische spiritualiteit. Uiteindelijk leiden ze ons tot een ecologische bekering en tot een nieuwe manier van denken waarmee wij openstaan voor concrete maatregelen die onze manier van leven ingrijpend zullen veranderen.
Column op de website Kerk en Milieu, mei 2017: www.kerkenmilieu.nl
Column in Kerk aan de Vliet mei/augustus 2017
De vakantietijd breekt aan. Een tijd van rust en ontspanning, een tijd van loslaten en reflectie. Even de boel de boel laten, even niet presteren, even niet alles onder controle. In deze jachtige tijd is de behoefte aan vakantie groot.
Hoe anders was dat vijftig jaar geleden. Mijn vader zei altijd: “Ik hoef geen vakantie, want ik heb elke dag vakantie.” Niet dat hij rentenier was. Hij had een kruidenierswinkel en een foeragehandel. Niet bepaald een beroep met keurig afgebakende werktijden. Daarnaast waren er zeven kinderen op te voeden en werkte mijn moeder natuurlijk ook in de winkel. Blijkbaar was er toch voldoende rust in het dagelijkse leven om geen vakantie te willen.
Druk, druk, druk…
Nu is iedereen druk en als je niet druk bent, klopt er iets niet. Is het nog wel mogelijk voldoende rust in te bouwen in het leven van alledag of zijn we er toe veroordeeld ons telkens over de kop te werken tot de volgende vakantie? Wat doen we trouwens met onze vrije tijd? Besteden we die aan rust en aan elkaar of moeten we ook dan weer van alles presteren en vullen we het weekeinde met rennen van de ene activiteit naar de andere? Vrije tijd en vakantie: ook daar kunnen we het geweldig druk mee hebben. Wat moeten we allemaal nog meemaken en wat hebben we nog niet van de wereld gezien? Wat beweegt ons?
Tijd om te leven
Misschien moeten we toch maar eens wat activiteiten schrappen en is de beste vrijetijdsbesteding werkelijk niets doen. Vanuit die rust kunnen we eens rustig om ons heen kijken, aandacht voor elkaar hebben en werkelijk tot leven komen. Ook als we de natuur intrekken, vreemde steden bezoeken of ons eens laten verwennen kunnen we dat doen vanuit een houding van rust. Door los te laten is het geen eigen prestatie, maar overkomt het je en wordt het een geschenk dat je aangeboden wordt. Zo wordt het een ervaring waarvan je werkelijk geniet.
Tot slot een waarschuwing. Door loslaten, rust en reflectie is het mogelijk dat je tot nieuwe inzichten komt, werkelijk tot leven komt en dat je overvallen wordt door een geheel nieuwe onrust: de onrust van het leven, van de liefde, van God zelf. Ik wens iedereen een fijne vakantie.
Artikel in Kerk aan de Vliet mei/augustus 2017
Vorige week hoorden we Jezus zeggen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Vandaag komt dat thema weer op een andere manier terug: “Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; gij echter zult Mij zien, want Ik leef en ook gij zult leven.” In het Evangelie volgens Johannes leren we Jezus kennen als de bron van leven: Hij is het leven zelf. Hij leeft en door Hem leven ook wij. Hij is het brood des levens en Hij geeft ons levend water. Johannes begint het Evangelie met de woorden die wij met Kerstmis lezen: “In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan.”
Jezus verbindt vandaag een aantal zaken aan elkaar: leven, liefhebben, geboden onderhouden en waarheid. Begrippen die wij niet gewend zijn zo met elkaar in verband te brengen. Hij maakt ook onderscheid tussen biologisch leven en werkelijk leven. Het biologisch leven, het leven van de wereld ziet Hem niet meer. Dat leven zag Hem alleen toen Hij hier als mens van vlees en bloed op aarde rondliep. Dat leven is niet ontvankelijk voor de Geest van waarheid. Dat leven is de duisternis dat het licht niet aanneemt. De leerlingen zullen echter leven. Zij zullen Jezus blijven zien en ervaren dat Hij leeft. Zij ontvangen de Geest van waarheid, de Geest die bij hen blijft en in hen zal wonen. Zij zullen leven in God en leven in zijn liefde.
Jezus geeft ons werkelijk leven als wij zijn geboden onderhouden. Het belangrijkste gebod dat Hij ons leert, is het gebod van de liefde: “Gij zult de Heer, uw God, beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Alle andere geboden zijn hiervan afgeleid. Wie Jezus liefheeft, kan niet anders dan zijn geboden onderhouden. Dat is geen plicht of opdracht; het is een resultaat van de liefde. Zo zijn leven, liefde, waarheid en geboden onderhouden met elkaar verbonden. Jezus waarschuwt dat de wereld hiervoor niet ontvankelijk is. Zij is niet ontvankelijk voor de Geest van waarheid, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. De wereld is door blindheid geslagen en verkeert in de duisternis.
Jezus is de bron van leven. Niemand kan zichzelf het leven geven. Waartoe we ook in staat zijn, hoe zelfredzaam we ook denken te zijn, nooit zal er iemand in staat zijn zichzelf het leven te geven. Het leven is werkelijk een geschenk dat wij ontvangen. Leven, liefde en waarheid: het zijn zaken die ons geschonken worden. Maar geschenken moet je wel aannemen. Zij vragen om ontvankelijkheid. Als wij niet ontvankelijk zijn, als wij denken alles zelf te kunnen, zullen we deze geschenken niet aannemen. Als wij niet ontvankelijk zijn, zien we de Geest der waarheid niet, dan zien we geen licht in de duisternis, dan zien we niet dat Jezus leeft en dat Hij leven geeft, dan komen we ook zelf niet werkelijk tot leven, dan blijft ons leven beperkt tot het biologische en materiële.
De wereld is door blindheid geslagen en verkeert in de duisternis. Het is onze opdracht de mensen de ogen te openen. In de eerste lezing zien we hoe de diaken Filippus dat doet. Hij verkondigt het Evangelie en verricht tekenen. Filippus is een van zeven die door de apostelen de handen krijgen opgelegd om dienstbaar te zijn. Hij is een van de eerste diakens. Vorige week hebben we het over dienstbaarheid gehad, de dienstbaarheid van de Kerk, de dienstbaarheid van de diakens en de dienstbaarheid van alle gelovigen. Samen vormen wij een netwerk van liefde en verrichten we daden van liefde. Vanuit dat netwerk verkondigen we met woord en daad het Evangelie. Komende maandagavond gaan we hier met elkaar in gesprek over de wijze waarop we de barmhartigheid en onze dienstbaarheid concreet gestalte kunnen geven binnen onze parochies. U bent daarbij allen van harte welkom.
Jezus belooft ons de heilige Geest, de Geest der waarheid. Telkens weer hebben wij deze Helper en zijn gaven nodig. Het zijn deze gaven van wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, kennis, liefde en ontzag voor God die ons brengen tot een waarachtig leven in navolging van Christus, tot een leven in liefde en waarheid en tot het onderhouden van de geboden die Jezus Christus ons geeft. Amen.
De Hellenisten beginnen te morren tegen de Hebreeën, want hun weduwen worden achtergesteld. Wat is hier de situatie? We staan nog helemaal aan het begin van het christendom: alle christenen komen op dat moment nog voort uit het jodendom. Zij vormen op dat moment een nieuwe beweging binnen het jodendom. Het verschil is hier dat de Hebreeën Aramees spreken en de Hellenisten Grieks, maar beide groepen zijn joods. Bij welke dagelijkse ondersteuning van de weduwen van Hellenisten worden achtergesteld wordt in de tekst niet duidelijk. In de oorspronkelijke Griekse tekst is er sprake van de dienst van de tafel. Dit kan betekenen dat de vrouwen bij de dagelijkse maaltijd tekort komen, maar het kan ook verwijzen naar de tafel van de Eucharistie. Mogelijk kunnen de Hellenisten het Aramees van de apostelen niet goed verstaan en voelen ze zich daardoor achtergesteld.
Ongetwijfeld zijn de Hellenisten een minderheidsgroep en zijn de Hebreeën de dominante groep. Een voor de hand liggende oplossing is dan ook dat de apostelen inburgering en taallessen voor de Hellenisten organiseren: leer onze taal en gewoonten en je wordt helemaal opgenomen in onze groep. Maar dat doen de apostelen niet. Ze komen met een geheel andere oplossing. Zeven mannen krijgen de opdracht aandacht te besteden aan de ondersteuning van de weduwen van de Hellenisten. Deze zeven mannen hebben Griekse namen; zij zelf ook Hellenisten. Het zijn zeven mannen uit de minderheidsgroepering. Zij moeten de achterstelling opheffen. Daarmee wordt deze groep voor vol aangezien en worden ze serieus genomen. Jezus zegt ons: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.” De apostelen laten hier zien wat dat voor hun eigen handelen betekent. Zij maken ruimte voor de anderen, voor mensen met een andere taal en cultuur. Later zullen ze hierin nog verder gaan door ook heidenen te dopen.
De tekst uit de Handelingen van de apostelen wordt gezien als de instelling van het ambt van diaken. De zeven mannen krijgen de handen opgelegd om dienstbaar te zijn. In onze vertaling worden de woorden ondersteuning en bediening gebruikt, in de oorspronkelijke Griekse tekst staan hier de woorden diakonia en diakonein. Hier zijn onze woorden diaconie en diaken van afgeleid. Het woord diaken komt in de tekst van de Handelingen niet voor. In sommige vertalingen wordt het ter verduidelijking toegevoegd. Dat zullen we volgende week horen als het over Filippus gaat om hem niet te verwarren met de apostel Filippus die we in het Evangelie aan het woord hoorden. Alleen Stefanus en Fillipus komen we in het vervolg nog tegen. Hoe het de andere vijf is vergaan, weten we niet. Wel wordt in de brieven van Paulus ook over diakens geschreven. Direct in het volgende hoofdstuk lezen we hoe Stefanus vol vuur de Blijde Boodschap verkondigt. Het gevolg daarvan is dat hij gestenigd wordt en sterft als de eerste martelaar. Ook van Filippus wordt vermeld dat hij het Evangelie verkondigt. Hij wordt een evangelist genoemd. Ook wordt er iemand door hem gedoopt.
Hoewel heel summier zien we hier toch de eerste vorm van het diakenambt. De diaken wordt gewijd voor de dienstbaarheid: de dienst van de liefdewerken, de dienst van het woord en de dienst aan de tafel. Hij geeft de dienstbaarheid van de Kerk gestalte. Hij doet dit door naar binnen en naar buiten de Kerk zelf dienstbaar te zijn en door de dienstbaarheid van de geloofsgemeenschap te bevorderen.
Daar waar het de caritas betreft, de dienst van de liefdewerken is het belangrijker dat de diaken de parochianen hiertoe stimuleert dan dat hij op dit gebied zelf enorm actief is. De aanwezigheid van een diaken maakt een parochie nog niet diaconaal. Dat zullen de parochianen toch echt zelf moeten doen. De diaken moet oog hebben voor de noden in de maatschappij en deze onder de ogen van de geloofsgemeenschap brengen. Maandag 22 mei is er een bijeenkomst over barmhartigheid. Dan zullen met elkaar bespreken hoe deze dienstbaarheid concreet gestalte krijgt in onze parochies.
De dienst van het woord krijgt binnen de Kerk gestalte met het lezen van het Evangelie en ook het doen van de verkondiging. Daarnaast treedt de diaken ook met de Blijde Boodschap naar buiten en probeert vanuit de Kerk ook de maatschappij van dienst te zijn. De diaken mag de dienstbaarheid van Jezus Christus in de Kerk en in de wereld zichtbaar maken en aan de orde stellen. Hij mag Christus Dienaar binnen en buiten de Kerk present stellen. Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Wij worden opgeroepen Hem na te volgen. Van ons allen wordt gevraagd dat we dienstbaar zijn.
De diaken mag ook werken aan de gemeenschap, aan een gemeenschap van solidariteit en verbondenheid, aan het komen tot een eenheid in verscheidenheid, zoals we vandaag ook zien bij de aanstelling van de zeven. De diaken mag bouwen aan het netwerk van liefde. Hij probeert mensen over grenzen heen bij elkaar te brengen. Met de dienst aan de tafel, het assisteren van de priester maakt de diaken de dienstbaarheid in de liturgie zichtbaar. Deze dienstbaarheid symboliseert de dienst van de Kerk aan de wereld.
Vaak wordt aan diakens de vraag gesteld wat ze allemaal wel en niet mogen. U zult nu begrijpen dat die vraag niet zo interessant is. De opdracht die de diaken heeft, vraagt niet zozeer om bevoegdheden. Deze opdracht vraagt om medewerking van de parochianen. Dat kan door mee te denken en mee te doen. Daarvoor komen we op 22 mei bij elkaar – Daarnaast vraagt dit werk om de ondersteuning met uw gebed.
Jezus zegt ons: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wij worden opgeroepen Hem na te volgen en dienstbaar te zijn zoals Hij is. Daarnaast is ook zijn moeder Maria een toonbeeld van dienstbaarheid. Zij stelde zich geheel in dienst van God. Zij is ook de moeder van de Kerk en ons aller moeder. In haar eren wij alle moeders, allen die hun leven in dienst stellen van hun kinderen. Amen.
“Geduldig verdragen dat gij te lijden hebt om uw goede daden, dat is het wat God behaagt.” Ik weet niet hoe het u vergaat, maar bij zo’n uitspraak is mijn eerste reactie: hoezo geduldig het lijden verdragen? Wil God graag dat ik lijd? Daar kan ik mij niets bij voorstellen. Wat is de boodschap van deze brief voor ons?
Laten we eerst even kijken naar de situatie waarin de brief geschreven is. Hij is gericht aan christenen die maken hebben met discriminatie en verdrukking. Zij leven in een maatschappij die hen niet goed gezind is. In het begin van de brief gaat het over “allerlei beproevingen”. Het lijden is een belangrijk thema in deze brief. Er wordt een relatie gelegd naar het lijden van Christus. Vanuit die relatie worden de lezers bemoedigd en gesterkt met geloof en hoop. In die context wil de brief een antwoord geven op de vraag wat onze roeping is.
De brief gaat over de christelijke roeping om je beschikbaar te stellen en dienstbaar te zijn aan alle mensen. Deze roeping kent geen grenzen. Zij geldt voor alle omstandigheden en naar alle mensen, ook naar de goddelozen. Het gaat om naastenliefde en heiligheid: weest heilig want God is heilig. De brief gaat verder over de gemeenschap die wij in Christus vormen. “Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel.” “Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, Gods eigen volk.”
Wij worden geroepen om Christus na te volgen, in zijn voetstappen te treden en deel uit te maken van zijn gemeenschap. Dat kan met lijden en beproevingen gepaard gaan. Ook Christus is het lijden niet uit de weg gegaan. Roeping kunnen we ook niet los zien van gemeenschap. We worden geroepen om dienstbaar te zijn naar elkaar. Dienstbaar te zijn binnen de gemeenschap die heel concreet vorm krijgt in de gemeenschap van de Kerk, maar daartoe niet begrensd is. Uiteindelijk gaat het om de gemeenschap van alle mensen. Alle mensen zijn kinderen van God. Alle mensen hebben God nodig, alle mensen hebben liefde nodig. Niemand kan zonder een ander. Christelijke roeping is er niet voor jezelf maar voor de ander. Je wordt persoonlijk geroepen dienstbaar te zijn aan de medemens.
We worden geroepen ten behoeve van de gemeenschap, maar we worden ook geroepen door de gemeenschap. Onze roeping van Godswege wordt concreet in wat mensen van ons vragen. Mensen worden geroepen tot gemeenschap, tot relatie met elkaar. Wie denkt zelf niet afhankelijk te zijn van een ander, kan er ook niet zijn voor de ander. Als ik niemand nodig heb, heeft ook niemand mij nodig. God wil ons geluk. Hij roept ons tot het geluk. Hij roept ons tot geluk als onderdeel van de gemeenschap. Hij roept ons tot geluk in relatie met anderen. Het geluk is niet los van anderen verkrijgbaar. Deel uitmaken van de gemeenschap gaat ook niet zonder lijden. Juist door onze relatie met elkaar kwetsen we ook elkaar. Dat is het lijden dat we geduldig te verdragen hebben. Dat is het lijden dat het gevolg is van de goede daden.
Wij worden allen geroepen een christelijk leven te leiden, ieder op zijn eigen wijze, met zijn eigen taak en in zijn eigen rol. Zo vormen wij samen de wereldkerk en zo vormen wij ook ter plaatse de lokale geloofsgemeenschap. Vandaag wordt ons gebed gevraagd voor speciale roepingen: roeping tot het gewijde ambt van bisschop, priester of diaken en roeping tot het religieuze leven. Dit zijn vormen van christelijk leven die van essentieel belang zijn voor de opbouw van de gemeenschap.
In het Evangelie wordt ons het beeld van de herder en zijn schapen voorgehouden. De schapen kennen de stem van de herder en de herder roept de schapen bij hun naam. Zo vormen herder en schapen één gemeenschap. Ook de roepingen tot het gewijde ambt en het religieuze leven zijn roepingen ten behoeve van de gemeenschap. Ook deze vorm van roeping is nooit puur persoonlijk. Zij is niet los verkrijgbaar, niet los te zien van de gemeenschap.
Ook vanuit onze eigen gemeenschap moeten wij onze stem laten horen en mensen aanmoedigen bijzondere keuzes te maken in hun leven. Het begint ermee dat wij ons medeverantwoordelijk weten om mensen op te roepen tot een christelijk leven. Het vraagt ons gezamenlijke gebed voor roepingen. En wij moeten weten dat wij ook zelf geroepen worden, en dat zichtbaar maken voor de wereld om ons heen. Soms gaat dat gepaard met lijden dat wij geduldig moeten verdragen. Amen.