Jezus is de Christus. Hij is de Vredesvorst. Hij is de Messias die ons verlost van het kwaad. Hij geeft ons vrede. Hij biedt ons veiligheid. Kwaad, vrede en veiligheid: het zijn nauw met elkaar verbonden begrippen. Daar waar het kwaad heerst, is er geen vrede en is het niet veilig. Daar waar vrede heerst, voelen wij ons veilig.
Veiligheid is in onze tijd een veel besproken begrip. Mensen voelen zich om uiteenlopende redenen niet veilig. Dat kan veroorzaakt worden door concreet geweld in de eigen omgeving. Het kan ook de dreiging zijn van oorlog en geweld waarmee we via de media geconfronteerd worden. Het kan ook de angst zijn die we elkaar aanpraten. Hierbij spelen ook de sociale media een niet onbelangrijke rol. Veiligheid is vooral een gevoel. Door de eeuwen heen en ook vandaag de dag zien we verschillende opvattingen over het kwaad en daarmee ook over vrede en veiligheid. Enerzijds is er het optimistische idee dat het kwaad niet meer is dan het ontbreken van het goede. Door hun onvolkomenheid zou het mensen niet lukken altijd het goede te doen. Een betere opvoeding, betere omstandigheden voor mensen, rechtvaardiger verhoudingen in de wereld et cetera: ze zouden ervoor zorgen dat het kwaad steeds kleiner zou worden. Daar tegenover staat het pessimistische idee dat het kwaad zeer concreet bestaat. Het kwaad zou nadrukkelijk onderdeel van de menselijke natuur zijn. Het kwaad vind je in deze visie vooral bij anderen. Dat vraagt om bestrijding en onderdrukking van het kwaad. Het idee van vooruitgang zou een illusie zijn. Mensen zouden maar beter niet te veel vrijheid kunnen hebben, want dan zou het mis gaan omdat ze het kwaad in zichzelf niet zouden kunnen beteugelen.
Beide opvattingen kom je overal tegen. Je komt ze tegen bij mensen met een godsdienst, bij joden, christenen, moslims, hindoes et cetera, en je komt ze tegen bij mensen die niet in God geloven. Wat kunnen wij als gelovige christenen hierover zeggen? Hoe verhouden wij ons tot het kwaad en wat betekent dat voor ons idee van veiligheid? Ten eerste hebben wij niet voor alles een sluitende verklaring nodig. Christenen kunnen leven met mysteries. Ook het kwaad in deze wereld is zo’n mysterie. De Franse filosoof Paul Ricoeur schreef, dat we ons niet moeten bezighouden met vragen als: “Vanwaar het kwaad en waarom het kwaad?” Daar komen we niet verder mee. Beter is het bezig te zijn met de vraag: “Hoe om te gaan met het kwaad?” We weten dat we in een gebroken wereld leven. We ervaren het kwaad in onszelf en in de wereld om ons heen. Maar we weten ons ook geroepen tot het goede. We zijn ook in staat tot het goede, maar dat gaat niet vanzelf. Het kost strijd, strijd om af te zien van het kwaad en strijd tegen het kwaad om ons heen. Het belangrijkste is dat wij leven met hoop. Het kwaad is er, maar het is eindig. Christus heeft het kwaad voor altijd overwonnen. Onze hoop en de verwachting van het Rijk Gods mag ons denken over het kwaad en over vrede en veiligheid bepalen.
Veiligheid is een gevoel. Het gaat niet alleen over de situatie van hier en nu. Het gaat vooral over verwachtingen. Wat zal de toekomst brengen. De toekomst is onzeker en onbekend. Wij hebben haar niet in de hand. maar ze ligt wel in de hand van God. Veiligheid is nooit volkomen, nooit honderd procent. Veiligheid is ook niet het hoogste goed. Risico’s horen bij het leven. Het uitbannen van alle risico’s brengt ons een politiestaat waarin mensen geen vrijheid hebben, waarin alle vertrouwen is verdwenen. Het is een situatie zonder vergeving en zonder verzoening. Alles wat afwijkt zou onderdrukt en uitgebannen moeten worden.
Het geloof in de overwinning op het kwaad door Christus, de hoop op het einde van het kwaad en onze liefde voor God en onze medemens stellen ons in staat om te leven in een gebroken wereld. Geloof, hoop en liefde maken het ons mogelijk te leven met risico’s. Ondertussen mogen we werken aan een betere wereld, onze bijdrage leveren aan de komst van Rijk Gods en we mogen zelf vredestichters zijn. We mogen werken aan herstel van vertrouwen, aan verzoening en aan gerechtigheid. We mogen onbaatzuchtig zijn, liefdevol, barmhartig en verdraagzaam.
Met dergelijke daden maken wij ons geloof zichtbaar. Het zijn onze daden die ons op het pad van heiligheid zetten, op het pad van het goede leven en ook op het pad van onze eigen heilige strijd voor het goede. Het leven is niet zonder kruis en kiezen voor het goede vraagt dat wij het kwade in onszelf verloochenen, onderdrukken en overwinnen. Met onze daden zijn wij een voorbeeld voor de komende generaties. Zij zullen van ons moeten leren wat vrede en veiligheid betekenen en hoe je moet omgaan met het kwaad. Amen.
Voor deze preek heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het volgende boek:
Beatrice de Graaf, Heilige strijd: Het verlangen naar veiligheid en het einde van het kwaad, Utrecht: Boekencentrum, 2017.
Auteur: Piet Grobler
Titel: Franciscus en de dieren
Uitgever: Lemniscaat, 2018
Prijs: € 14,95
ISBN: 978 90 477 1067 7
Aantal pagina’s: 30
Franciscus geloofde in het goede. Met zijn vriend Ezel reisde hij rond. Op een dag begon hij tegen de dieren te praten… en de wereld werd nog mooier.
Piet Grobler heeft een mooi prentenboek gemaakt met korte teksten om voor te lezen. Hij verbeeldt de ontmoetingen van Franciscus met allerlei dieren op een kleurige, dromerige manier. Een mooi cadeau voor uw kinderen en kleinkinderen.
Auteur: Hans Wilbrink
Titel: Leven en werk van Hildegard van Bingen
Uitgever: Berne Media, 2018, derde druk
Prijs: € 19,90
ISBN: 978 90 8972 246 1
Aantal pagina’s: 224
Hildegard van Bingen leefde meer dan achthonderd jaar geleden. In 2012 werd zij officieel heilig verklaard en tot kerklerares benoemd. In visioenen zag zij het “Levende Licht” en verkreeg zij inzicht en wijsheid. Haar ervaringen heeft zij zeer beeldend en met veel symboliek vastgelegd in boeken, brieven en liederen. Zij schrijft met veel spiritueel gezag en de wijsheid van het hart. Veel nadruk legt zij op de afhankelijkheid van God en de daarbij behorende nederigheid. De arrogantie van de macht wordt door deze moedige vrouw fel bestreden. Je moet je hart openen voor Gods genade en deugdzaam leven. Zo ontvang je “groenkracht”, de in mens en schepping werkzame creatieve en vruchtbare goddelijke kracht.
De neerlandicus Hans Wilbrink ontsluit met dit boek (derde herziene uitgave) het werk van Hildegard van Bingen voor een breder publiek. Hij geeft vertalingen van delen van haar teksten en licht deze toe. Het is een interessant boek voor wie kennis wil nemen van het denken in de Middeleeuwen.
Auteur: Jan Prij
Titel: God en geld
Uitgever: Klement, 2018
Prijs: € 21,99
ISBN: 978 90 8687 230 5
Aantal pagina’s: 210
De mens is niet te reduceren tot enkel een rationeel wezen. Naast rationaliteit gaat het altijd ook om geloof, hoop en liefde, om schoonheid en om verbondenheid, vertrouwen en afhankelijkheid. Dat maakt het leven de moeite waard om te leven, maar het maakt het bestaan ook ingewikkeld. Naast het goede is er ook het kwaad. Altijd gaat het om ons gehele leven: het materiële en het geestelijke. Alles is met elkaar verbonden. Heel de schepping, alle schepselen staan in relatie tot elkaar en kunnen niet zonder elkaar. Ook het hogere en het lagere, hemel en aarde zijn met elkaar verbonden.
Jan Prij is econoom, filosoof en lekenpreker. Hij laat zien hoe religie, economie en politiek met elkaar verbonden zijn en geeft zijn visie op deze drie aspecten van het menselijk bestaan vanuit bovenstaand gezichtspunt. Als rode draad door het boek gebruikt hij de Griekse god Hermes. Hermes is de boodschapper van de goden. Hij is de verbinder en vertaler, de verrader, de helper en de schenker. Hij is de uitvinder van het vuur en van het schrift. Hij is de god van de handel, van de dieven en van de vrede. In Hermes komen religie, economie en politiek bij elkaar. De hermeneutiek is met zijn naam verbonden. Zij staat voor het overbrengen, vertalen en interpreteren van andermans gedachten. Deze communicatie is volgens Prij de essentie van religie, economie en politiek. Hiermee maken zij het mogelijk het leven te kunnen vieren als een geschenk. De hermeneutische kern van religie is dat zij hemel en aarde met elkaar probeert te verbinden. De economie staat in het teken van het verbinden van het hogere en het lagere, van inspirerende idealen en de aardse werkelijkheid van alledag. Bij de politiek gaat het om het vermogen om vrede te stichten en het goede leven mogelijk te maken.
Voor Prij is aan religie doen “een poging de hemelse werkelijkheid met de aardse te verbinden. Het is proberen om gehoor te geven aan diverse goddelijke boodschappen die van de andere kant komen en een verplichtend karakter hebben.” Het cynische beperken van de wereld tot het waarneembare en meetbare veroordeelt de mens “om een speelbal te zijn van doofstomme afgoden van de moderniteit in termen van eendimensionale dimensies van macht en natuurkracht, nut en functionalisme.” Onze cultuur is een en al zelfgenoegzaamheid. “Religie is als een verontrustend appel dat radicaal onze positie als selfmade man onder kritiek stelt en laat zien hoezeer ons lot feitelijk verbonden is met dat van anderen.” Religie stelt mensen in staat om boven zichzelf uit te stijgen.
In het deel over economie komt Prij echt los. Hier weet hij zich zeker van zijn zaak, is hij overtuigend en geeft hij duidelijke richtingen aan. Prij beschrijft hoe de economie is ontspoort tot een puur rationele wetenschap in plaats van uit te groeien tot een sociale wetenschap. Het gevolg is dat de mens enkel gezien wordt als een te programmeren productiefactor of als een rationeel calculerende consument. Prij houdt een stevig pleidooi voor een nieuwe aanpak los van egoïsme en eigenbelang. “Het gaat erom dat je in het echte leven niets gedaan krijgt, als je je niet allereerst verplaatst in de situatie van de ander.” De economie is de menselijke bijdrage om tot een goede samenhang binnen de schepping te komen, om de verbondenheid van alles met elkaar werkelijkheid te laten worden. Het gaat om een “economie van dankbaarheid die in de gift haar basis heeft”. Vanuit het besef dat het bestaan geen eigen prestatie is maar een gift, willen mensen bijdragen aan het welzijn van anderen en werken aan een betere wereld. Zo is een duurzame economie mogelijk waarin mensen een menswaardige rol kunnen spelen en werkelijk verantwoordelijkheid kunnen dragen. “Geld is in deze visie geen neutrale rekeneenheid of een bij voorbaat verdorven middel, maar een expressie van die dankbaarheid.”
“Theedrinken staat (…) symbool voor fatsoen en gastvrijheid, een van de belangrijkste steunpilaren van onze samenleving.” In een enge visie is het politieke beperkt tot een strijd om macht en tot een technocratisch verdelingsmodel van middelen en bevoegdheden. Politici zitten hierdoor gevangen in een net van verwachtingen zowel van henzelf als van de kiezers. Prij stelt: “Het politieke verbindt mensen als burgers in een staat en belichaamt de macht en het vermogen van burgers om gezamenlijk zorg te dragen voor verantwoorde ‘vertaling’ en institutionele vormgeving van het goede leven, waarbinnen iedereen zo veel mogelijk tot zijn recht kan komen.” Het is de taak van de politiek om voortdurend te werken aan het wegnemen van onrechtvaardigheid en te streven naar werkelijke vrede. Maakbaarheid en daadkracht moeten hierbij ingeleverd worden voor perspectief bieden en verbinden. Echt concrete oplossingen geeft Prij hier niet. Mogelijk zijn de huidige ontwikkelingen op gemeentelijk niveau in deze zin een interessant studieobject.
Prij is zich terdege bewust van de kwetsbaarheid van de door hem aangedragen oplossingsrichtingen. Vertrouwen is hierbij een sleutelwoord. Heel onze maatschappij wordt meer en meer gebouwd op wantrouwen. Telkens weer worden er regels toegevoegd. Met als gevolg dat de uitvoerders zich nog minder verantwoordelijk gaan voelen en de burgers nog minder in staat zijn tot onderscheiding. Vertrouwen geven betekent minder focus op afwijkingen en zondigheid en accepteren dat het wel eens fout gaat. Vaak is het beter het onkruid samen met het graan te laten opgroeien (Mt 13,24-30).
God en geld is grotendeels een bundeling van eerder werk van Prij en hier en daar is dat ook te merken. Jammer dat Prij niet uitgebreider gebruik heeft gemaakt van de katholieke sociale leer. Nu is het beperkt tot een enkele verwijzing naar Rerum novarum van paus Leo XIII en naar Laudato si’ van paus Franciscus. Niettemin is het geheel een lezenswaardig werk dat duidelijk een richting aangeeft naar een menswaardige en duurzame samenleving.
Na een dramatische gebeurtenis in je leven moet je daarvan herstellen. Je moet proberen het leven weer op te pakken. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Zekerheden die normaal waren zijn gaan wankelen. Je moet opnieuw houvast vinden. Het leven moet weer normaal worden.
Oefenen in blij zijn lijkt mij een belangrijk onderdeel van het herstellen. Stilstaan bij de dingen die je goed doen en je realiseren dat ze je blij maken. Dat vraagt een actieve houding, Het gebeurt niet vanzelf. Je moet de situaties ook opzoeken en zelf creëren. Op het moment dat ik dit schrijf is het een mooie zonnige dag. Straks maar eens een terras opzoeken en naar de stad kijken.
Paus Franciscus schreef onlangs de brief ‘Gaudete et exsultate’ (Verheugt u en juicht). Ik maakte daar een uitgebreide samenvatting van. Wij worden geroepen tot heiligheid, tot het leiden van een goed leven. Dat is de weg die leidt tot het geluk waarvoor we geschapen zijn. Jezus zegt aan het einde van de zaligsprekingen ‘Verheugt u en juicht’ (Mt 5,12). Soms is het goed aan het einde te beginnen en zo even een voorproefje te krijgen van wat je te wachten staat. Als je de smaak van het geluk niet kent wordt het pad van heiligheid een kwestie van ploeteren en een vreugdeloos gebeuren. Dat kan de bedoeling niet zijn. Ook oefenen in blij zijn maakt onderdeel uit van de heiliging van het leven.
Gezegend zij de Heer,
de Schepper van ’t heelal.
Hij schiep de ruimte en de tijd,
de oorsprong van alles is Hij.
Gezegend zij de Heer
de schepping is zo goed.
Hij schiep materie, energie,
verbond ze innig met elkaar.
Hij schiep onzekerheid van plaats en tijd
onmeetbaar tegelijkertijd.
Gezegend zij de Heer
de schepping is zo goed.
Hij schiep de zwaartekracht
en ’t elektromagnetisme.
Hij schiep de kernkracht, sterk en zwak
en bracht dit alles bij elkaar.
Gezegend zij de Heer
de schepping is zo goed.
Hij schiep de energie,
en bracht zo alles in beweging.
Hij schiep de entropie,
en alles kreeg een richting.
Gezegend zij de Heer
de schepping is zo goed.
Hij schiep verscheidenheid
en afhankelijkheid.
Hij schiep de evolutie en de oerknal,
de aanpassing en ontwikkeling.
Gezegend zij de Heer
de schepping is zo goed.
Hij schiep in alles eigenheid,
persoonlijkheid en vrije wil.
Hij schiep de mensen naar zichzelf
en in gemeenschap met elkaar.
Gezegend zij de Heer
de schepping is zo goed.
Hij geeft aan ons geloof
dat doet in Hem vertrouwen.
Hij schenkt aan ons de hoop
en doet ons voortgaan op zijn weg.
Gezegend zij de Heer
oneindig is zijn liefde.
Hij heeft ons innig lief
en doet ook ons beminnen.
Hij geeft aan ons geluk
en Hij is onze vreugde.
Gezegend zij de Heer
oneindig is zijn liefde.
Hij geeft aan ons zijn Zoon
zijn wezen deelt Hij zo met ons.
Hij geeft aan ons zijn Geest
en wijst ons onze weg.
Gezegend zij de Heer
oneindig is zijn liefde.
Ook gepubliceerd op Kerk en Milieu.
In de Handelingen van de Apostelen lezen we hoe de heilige Geest neerdaalt op de apostelen en hoe Hij zijn gaven aan de apostelen geeft. Zo gaat in vervulling wat Jezus hen beloofde: “Ontvangt de heilige Geest.” Zo ontvangen ook wij de heilige Geest en zijn gaven. In de persoon van heilige Geest leeft God in ons. Jezus, Gods Zoon, is mens geworden. Hij schenkt ons zijn Geest. Met de inwoning van de heilige Geest in ieder van ons wordt de menswording van Jezus Christus in onszelf werkelijkheid. Zo is God in ieder van ons werkzaam.
We kennen de zeven gaven van de heilige Geest: wijsheid, inzicht, raad, moed, liefde, kennis en ontzag voor de Heer. Dit lijstje van zeven gaven kunnen we eindeloos aanvullen. Zo schrijft de apostel Paulus aan de Galaten over de vruchten van de heilige Geest. Hij noemt: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid en ingetogenheid. Er zijn vele verschillende gaven. Ze worden door de heilige Geest rijkelijk over de gelovigen uitgestrooid. Ieder krijgt zijn deel en ieder moet er op zijn eigen manier mee aan de slag.
Onlangs verscheen een brief van paus Franciscus ‘Verheugt u en juicht’. Met deze brief roept de paus ons op tot heiligheid. Hij roept ons op ons leven te heiligen. De oproep tot heiligheid is aan alle gelovigen gericht. Iedere gelovige wordt geroepen tot heiligheid. Dat vraagt geen speciale geloften, kwalificaties of diploma’s. De paus schrijft: “De heilige Geest strooit overal in Gods heilig en gelovig volk overvloedig heiligheid uit.” (6)
Het gaat om het leven van alledag, om het goed doen van de gewone dingen. Iedereen is geroepen zijn leven op zijn eigen wijze goed te leven. Heiligheid leidt echter niet tot een middelmatig en rustig leven. De paus schrijft: “Verlies de moed niet, want de kracht van de heilige Geest stelt je hiertoe in staat. Uiteindelijk is heiligheid de vrucht van de heilige Geest in je leven (zie Gal 5,22-23).” (15) “Het is belangrijk, dat iedere gelovige zijn eigen weg onderscheidt en het beste uit zichzelf naar boven haalt, dat wat God hem persoonlijk gegeven heeft (vgl. 1 Kor 12,7).” (11) “Dit is een krachtige oproep aan ons allen. (…) Laat de Geest in jou vorm geven aan dit persoonlijk mysterie, dat Jezus Christus weerspiegelt in de wereld van vandaag.” (23) “Het pad van heiligheid is een door de heilige Geest aan ons geschonken bron van vrede en vreugde.” (164)
De paus geeft heel duidelijk aan dat een goed leven, een heilig leven een gave van de heilige Geest is. Hij geeft ook vijf houdingen aan die belangrijk zijn op onze weg van heiliging. Het zijn: zachtmoedigheid, humor, bevlogenheid, gemeenschapszin en een geest van gebed. Je kunt ze zo plaatsen naast de rijtjes die we eerder hebben genoemd. Ook dit zijn gaven van de heilige Geest. Het pad van heiligheid is ook een geestelijke strijd. Het vraagt waakzaamheid en onderscheiding. Ook dat zijn gaven van de heilige Geest.
De paus schrijft: “Hoe weten we of iets van de heilige Geest komt of dat het voortkomt uit de geest van de wereld of uit de geest van de duivel? De enige methode is de onderscheiding, die meer is dan intelligentie en een gezond verstand. Het is een geschenk waarom we moeten vragen.” (166) “Zonder de wijsheid van de onderscheiding vallen wij gemakkelijk ten prooi aan elke voorbijkomende trend.” (167) “Dit is vooral belangrijk als zich iets nieuws in ons leven voordoet. Dan moeten wij onderscheiden of het nieuwe wijn is die van God komt, of een illusie afkomstig van de geest van de wereld of van de duivel. Op andere momenten gebeurt het tegenovergestelde, als de krachten van het kwaad ons verleiden niet de veranderen en de zaken te laten zoals ze zijn, te kiezen voor onbeweeglijkheid en starheid. Zo beletten wij het waaien van de heilige Geest.” (168)
De oproep tot heiligheid, tot het leven van een goed leven, een leven naar het voorbeeld van Jezus Christus geldt voor ons allemaal. Wij allen zijn ervoor verantwoordelijk dat we ieder voor zich en samen met elkaar gevolg geven aan deze oproep. Samen vormen we één lichaam, want allen zijn wij gedoopt in één Geest. Samen vormen wij het Lichaam van Christus. Het is de heilige Geest die ons voortdurend helpt hieraan gestalte te geven. Hij schenkt ons zijn gaven. Hij helpt ons op ons pad van heiligheid. Wij moeten dat wel zelf willen en ons ervoor openstellen. Amen.
Zie ook een uitgebreider artikel over de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’.