Spring naar inhoud

De goede gemeenschap

Auteurs: Remco van Mulligen & Wouter Beekers (red.)
Titel: De goede gemeenschap: Katholiek sociaal denken over politiek en maatschappij
Uitgever: Wetenschappelijk Instituut ChristenUnie, 2018
Prijs: € 22,50
ISBN: 978 90 825291 2 8
Aantal pagina’s: 175

Het wetenschappelijk instituut van de ChristenUnie besteedt aandacht aan de sociale leer van de katholieke Kerk. Dertien vrijwel allemaal katholiek auteurs zijn gevraagd een onderwerp uit de sociale leer te belichten. Deze zijn bijeengebracht in vier delen: Mens in gemeenschap, Leven in bloei, Recht doen in de wereld en Kerk in diversiteit. Daarnaast eindigt elk deel vier interviews waarin een katholiek en een protestant met elkaar over de sociale leer in gesprek zijn.

De sociale leer wordt wel het best bewaakte geheim van de katholieke Kerk genoemd. Over het algemeen is er weinig aandacht voor. Desondanks liggen veel ideeën uit die leer aan de basis van wetgeving in Nederland en de inrichting van de Europese Unie. Dit boek geeft een helder en beknopt overzicht van het denken van de Kerk. Er wordt ook een vergelijking gemaakt met het protestantse en liberale denken gemaakt. Dit maakt nog duidelijker waar de katholieke Kerk voor staat. Het is een vlot geschreven boek.

Huwelijk: Gn 2,18-24; Mc 10,2-16

April dit jaar was het vijfentwintig jaar geleden dat Joke en ik elkaar het ja-woord gaven in de Sint Petruskerk in Leiden. We spraken uit dat we elkaar trouw zullen blijven tot dood ons zal scheiden. Je zou dus kunnen zeggen, dat ik – wat het huwelijk betreft – een ervaringsdeskundige ben. Maar is dat ook zo? Ik ken alleen maar ons eigen huwelijk van binnenuit. En daarvan weet ik alleen maar hoe ik daar zelf in sta en hoezeer ik van mijn vrouw houd.

Maar Joke, mijn vrouw: wat weet ik van haar? Nou een heleboel! Maar wat haar ten diepste beweegt, hoe zij werkelijk in elkaar zit, wat zij precies bedoelt met de woorden die zij tot mij spreekt, wat haar diepste gedachten zijn: weet ik dat? Kan ik haar werkelijk helemaal kennen en begrijpen? En zou ik dat ook willen? En zou ik dan nog steeds van haar houden? Is zij dan nog wel een ander?

De eerste lezing van vandaag is uit het tweede scheppingsverhaal. Het boek Genesis kent twee scheppingsverhalen. Het eerste lezen we in jaarlijks in de Paaswake. In dit eerste verhaal staat: “En God schiep de mens als zijn beeld; als het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” In het tweede scheppingsverhaal wordt de schepping van de mens uitvoeriger geschreven. Ook de volgorde is er anders. In het eerste verhaal is de schepping van de mens het sluitstuk van de schepping. Zo ziet de mens zichzelf als de bekroning van Gods scheppingswerk.

In dit tweede verhaal wordt na de schepping van hemel en aarde als eerste de mens geschapen en daarna pas de planten en de dieren. In het begin is de mens alleen. Er is ook nog geen sprake van een man of een vrouw. Er is een mens. Deze mens is alleen en dat is niet goed. De mens is niet geschapen om alleen te zijn. Dat is niet in overeenstemming met zijn vermogen om liefde te ontvangen en liefde te geven. De mens heeft een hulp nodig, een hulp die bij hem past.

De mens heeft al een hulp. God zelf is zijn hulp. God heeft de mens lief en wij mensen kunnen God liefhebben. Maar de mens is niet gelijkwaardig aan God en dus is God geen hulp die bij hem past. De dieren zijn ook niet gelijkwaardig aan de mens. De mens staat boven de dieren. Hij bepaalt welke namen zij krijgen. De mens kan van dieren houden en ook zij kunnen hun genegenheid tonen. De dieren zijn wel een hulp voor de mens, maar geen hulp die bij hem past.

De mens heeft een medemens nodig, een medemens past bij hem. Daartoe splitst God de mens als het ware in tweeën. Zo wordt de mens man en vrouw. Vanaf dat moment bestaat het onderscheid tussen man en vrouw. Als man en vrouw zijn zij een hulp voor elkaar die bij hen past. Als gelijkwaardige mensen kunnen zij van elkaar houden. Man en vrouw zijn niet gelijk aan elkaar. Man en vrouw zijn gelijkwaardig aan elkaar. De een is geen kloon van de ander. De ander is werkelijk een ander. De ander is werkelijk anders.

Dat is de essentie van het huwelijk: je echtgenoot is wezenlijk iemand anders. Dat is maar goed ook, want wat zou je elkaar te vertellen hebben als je aan elkaar gelijk bent. Dan kom je in een situatie zoals Wim Sonneveld ooit aangaf: “Mijn vrouw is een mooi boek, maar ik heb het al uit.” Het huwelijk gaat over man en vrouw, twee verschillende personen, maar het huwelijk is ook gemeenschap. Man en vrouw vormen een gemeenschap, een eenheid, door gemeenschap met elkaar te hebben worden ze ook werkelijk een, één vlees. Het huwelijk is een twee-eenheid: er is eenheid en er is verscheidenheid. Het is een eenheid tussen twee personen die van elkaar houden. Het is het mysterie van de liefde waarop het huwelijk gebaseerd is. Het is dit mysterie dat het huwelijk tot een sacrament maakt. Het ontstijgt ons menselijke denken en doen. Het mysterie van de liefde is de goddelijke dimensie van het huwelijk.

De liefde tussen man en vrouw is allereerst een geschenk van God. Maar dit is niet alleen een gave, het is ook een opgave. Wijzelf worden geroepen om deze liefde inhoud te geven. Wij moeten er aan werken om deze liefde levend te houden en uit te laten groeien tot een werkelijk onbaatzuchtige liefde. Dat vraagt allereerst onze bereidheid dit geschenk te aanvaarden. Jezus zegt ons dat wij Gods liefde en genade moeten aannemen als een kind. Wij moeten ontvankelijk zijn. Wij moeten niet het idee hebben dat we ons geluk zelf kunnen realiseren. Pas als wij ons open stellen voor Gods liefde, zijn wij in staat tot liefde voor elkaar. Als wij God als bron van onze liefde aanvaarden, zijn wij in staat die liefde aan elkaar te geven. Alleen als wij ons gedragen weten door Gods liefde, als wij ons werkelijk verbonden weten met Christus, die onze weg ten leven is, alleen dan zijn wij in staat moeilijkheden en tegenslagen te verwerken en te overwinnen. Alleen als wij met Christus bereid zijn ook ons kruis te dragen, kunnen wij elkaar werkelijk gelukkig maken.

Tenslotte vraagt Gods liefde van ons mee te leven met hen die ondanks alle inspanningen niet in staat zijn deze weg te gaan en te bidden voor allen die door welke reden dan ook teleurgesteld zijn in het huwelijk en de liefde voor elkaar. Amen.

Controle; Nm 11,25-29; Jak 5,1-6; Mc 9,38-48

Zaterdag een week geleden schreef Fokke Obbema in de Volkskrant een uitvoerig verhaal over wat hem is overkomen. Anderhalf jaar geleden heeft hij een hartstilstand gehad. In zijn artikel schrijft hij hoe het hem daarna is vergaan. U begrijpt dat ik dit verhaal met interesse las. Vier maanden geleden had ik zelf een hartstilstand en ook ik heb het overleefd.

Fokke Obbema verwacht in eerste instantie dat hij weer snel zijn werk als journalist kan oppakken, maar dat valt tegen. Hij begint zich af te vragen waarom hem dit is overkomen. Hij leeft gezond, rookt niet, drinkt weinig, sport veel en het is ook geen erfelijke aangelegenheid. In plaats van weer aan het werk te kunnen, begint hij te piekeren. Waarom ik? En hoe voorkom ik een volgende keer? Hoe krijg ik mijn leven weer onder controle? Hoe ban ik de onzekerheid uit? Hoe word ik weer een gelukkig mens?

Onzekerheid is iets waar wij mensen moeite mee hebben. Onzekerheid kan ons angst aanjagen. Dus doen we veel moeite om onzekerheid te vermijden. We proberen ons leven zoveel mogelijk onder controle te krijgen. Als echte controle niet mogelijk is, doen we het met schijncontrole. Door gezond te leven, denken we lang en gelukkig te leven. Sterker nog dan hebben we daar recht op, zo maken wij ons zelf wijs.

Met dit verhaal nog in mijn hoofd las ik deze week de lezingen van vandaag. En dat is het mooie van de Bijbel vaak gaat hetgeen je leest over wat je op dat moment bezig houdt. Elk verhaal heeft zoveel lagen en betekenissen dat het in heel veel verschillende gevallen van toepassing is. Zo zag ik dat de lezingen van vandaag ook over controle gaan.

In het Evangelie willen de leerlingen controle, zoals dat ook in de eerste lezing het geval is. Als iedereen maar profeteert of duivels uitdrijft, wordt het een zootje, dan hebben wij het niet meer onder controle. Controle willen hebben gaat al gauw ten koste van anderen. Anderen moeten zich aan mijn regels houden, dan gaat het goed. Ook de brief van Jakobus is op deze manier te lezen. Als anderen maar doen wat ik wil, kan ik in welstand leven. Maar rijkdom geeft geen zekerheid. De zo verkregen rijkdom is verrot en ondanks de rijkdom wordt men geconfronteerd met rampen.

Jezus wijst de leerlingen erop dat het niet gaat om het hebben van controle. Als iemand in zijn naam duivels uitdrijft, dan is dat goed. Dat is ook goed als hij zich geen volgeling van Jezus noemt, als hij zich niet houdt aan de regels die zijn leerlingen graag zien. Als iemand zich op een of ander manier met Christus verbindt, zal hij niet snel iets verkeerds doen. Het is zoals Augustinus zegt: “Heb lief en doe wat je wilt.” Als lief hebt, als je je leven met Christus verbindt, doe niet snel kwaad, je handelen zal vanzelfsprekend op het goede gericht zijn.

Controle willen uitoefenen betekent ook dat je jezelf beter voelt dan de ander. Jij weet het beter, jouw manier van geloven is beter. Jezus wijst de leerlingen erop dat het niet om hen gaat, maar om de ander. De ander die soms moeizaam en stuntelend probeert te geloven. Kapittel hem niet, maar geef hem de ruimte om zijn weg te vinden, want maar al te makkelijk laat je deze mens struikelen en breng hem tot zonde. Geen oog hebben voor de minste en je beter voelen dan hem, is echt het ergste wat er is. Iedere mens mag er zijn en is geschapen naar het beeld van God. Iedere mens is een kind van God. Dat vraagt dat je niet jezelf centraal stelt maar dat je God centraal stelt en dat je je leven verbindt met dat van Christus. Dan heb je al die controle niet nodig. Als je je leven verbindt met Christus, durf je te vertrouwen. Het maakt je minder bang en angstig voor de toekomst, want Hij zal er altijd voor je zijn.

In het laatste deel van het Evangelie kunnen we lezen, waartoe het leidt als we alles zelf onder controle wil hebben. Als je op eigen kracht wil voorkomen dat je zondigt, dan moet je misschien wel zeer drastische maatregelen nemen zoals handen afhakken en ogen uitrukken. Beter is het om met Jezus het pad van de liefde te volgen. Dan ben je barmhartig naar je medemens en ook barmhartig naar jezelf. Dan weet je dat je niet volmaakt hoeft te zijn. Dan weet je dat om vergeving kunt vragen en die ook zult krijgen. Dan laat je ieder de ruimte om zijn eigen weg op het pad van liefde te vinden.

Fokke Obbema is nog bezig zijn pad van liefde te vinden. Hij is op de goede weg. Meer is ook niet mogelijk want je eigen pad van liefde vinden is een levenslange zoektocht. Misschien zal ook hij ooit ontdekken dat Jezus die weg is.

En hoe het ondertussen met mij is? Ik neem de woorden van mijn grootvader, pake Pier, ter harte. “Leef alsof je het eeuwig leven hebt, maar besef ook dat je ieder moment kunt sterven.” Ondertussen vertrouw ik op God en weet ik dat mijn leven in zijn handen ligt. Amen.

Heilige strijd; Jak 2,14-18; Mc 8,27-35

Jezus is de Christus. Hij is de Vredesvorst. Hij is de Messias die ons verlost van het kwaad. Hij geeft ons vrede. Hij biedt ons veiligheid. Kwaad, vrede en veiligheid: het zijn nauw met elkaar verbonden begrippen. Daar waar het kwaad heerst, is er geen vrede en is het niet veilig. Daar waar vrede heerst, voelen wij ons veilig.

Veiligheid is in onze tijd een veel besproken begrip. Mensen voelen zich om uiteenlopende redenen niet veilig. Dat kan veroorzaakt worden door concreet geweld in de eigen omgeving. Het kan ook de dreiging zijn van oorlog en geweld waarmee we via de media geconfronteerd worden. Het kan ook de angst zijn die we elkaar aanpraten. Hierbij spelen ook de sociale media een niet onbelangrijke rol. Veiligheid is vooral een gevoel. Door de eeuwen heen en ook vandaag de dag zien we verschillende opvattingen over het kwaad en daarmee ook over vrede en veiligheid. Enerzijds is er het optimistische idee dat het kwaad niet meer is dan het ontbreken van het goede. Door hun onvolkomenheid zou het mensen niet lukken altijd het goede te doen. Een betere opvoeding, betere omstandigheden voor mensen, rechtvaardiger verhoudingen in de wereld et cetera: ze zouden ervoor zorgen dat het kwaad steeds kleiner zou worden. Daar tegenover staat het pessimistische idee dat het kwaad zeer concreet bestaat. Het kwaad zou nadrukkelijk onderdeel van de menselijke natuur zijn. Het kwaad vind je in deze visie vooral bij anderen. Dat vraagt om bestrijding en onderdrukking van het kwaad. Het idee van vooruitgang zou een illusie zijn. Mensen zouden maar beter niet te veel vrijheid kunnen hebben, want dan zou het mis gaan omdat ze het kwaad in zichzelf niet zouden kunnen beteugelen.

Beide opvattingen kom je overal tegen. Je komt ze tegen bij mensen met een godsdienst, bij joden, christenen, moslims, hindoes et cetera, en je komt ze tegen bij mensen die niet in God geloven. Wat kunnen wij als gelovige christenen hierover zeggen? Hoe verhouden wij ons tot het kwaad en wat betekent dat voor ons idee van veiligheid? Ten eerste hebben wij niet voor alles een sluitende verklaring nodig. Christenen kunnen leven met mysteries. Ook het kwaad in deze wereld is zo’n mysterie. De Franse filosoof Paul Ricoeur schreef, dat we ons niet moeten bezighouden met vragen als: “Vanwaar het kwaad en waarom het kwaad?” Daar komen we niet verder mee. Beter is het bezig te zijn met de vraag: “Hoe om te gaan met het kwaad?” We weten dat we in een gebroken wereld leven. We ervaren het kwaad in onszelf en in de wereld om ons heen. Maar we weten ons ook geroepen tot het goede. We zijn ook in staat tot het goede, maar dat gaat niet vanzelf. Het kost strijd, strijd om af te zien van het kwaad en strijd tegen het kwaad om ons heen. Het belangrijkste is dat wij leven met hoop. Het kwaad is er, maar het is eindig. Christus heeft het kwaad voor altijd overwonnen. Onze hoop en de verwachting van het Rijk Gods mag ons denken over het kwaad en over vrede en veiligheid bepalen.

Veiligheid is een gevoel. Het gaat niet alleen over de situatie van hier en nu. Het gaat vooral over verwachtingen. Wat zal de toekomst brengen. De toekomst is onzeker en onbekend. Wij hebben haar niet in de hand. maar ze ligt wel in de hand van God. Veiligheid is nooit volkomen, nooit honderd procent. Veiligheid is ook niet het hoogste goed. Risico’s horen bij het leven. Het uitbannen van alle risico’s brengt ons een politiestaat waarin mensen geen vrijheid hebben, waarin alle vertrouwen is verdwenen. Het is een situatie zonder vergeving en zonder verzoening. Alles wat afwijkt zou onderdrukt en uitgebannen moeten worden.

Het geloof in de overwinning op het kwaad door Christus, de hoop op het einde van het kwaad en onze liefde voor God en onze medemens stellen ons in staat om te leven in een gebroken wereld. Geloof, hoop en liefde maken het ons mogelijk te leven met risico’s. Ondertussen mogen we werken aan een betere wereld, onze bijdrage leveren aan de komst van Rijk Gods en we mogen zelf vredestichters zijn. We mogen werken aan herstel van vertrouwen, aan verzoening en aan gerechtigheid. We mogen onbaatzuchtig zijn, liefdevol, barmhartig en verdraagzaam.

Met dergelijke daden maken wij ons geloof zichtbaar. Het zijn onze daden die ons op het pad van heiligheid zetten, op het pad van het goede leven en ook op het pad van onze eigen heilige strijd voor het goede. Het leven is niet zonder kruis en kiezen voor het goede vraagt dat wij het kwade in onszelf verloochenen, onderdrukken en overwinnen. Met onze daden zijn wij een voorbeeld voor de komende generaties. Zij zullen van ons moeten leren wat vrede en veiligheid betekenen en hoe je moet omgaan met het kwaad. Amen.

 

Voor deze preek heb ik dankbaar gebruik gemaakt van het volgende boek:
Beatrice de Graaf, Heilige strijd: Het verlangen naar veiligheid en het einde van het kwaad, Utrecht: Boekencentrum, 2017.

Jezus geeft leven; Spr 9,1-6; Joh 6,51-58

Vijf zondagen achter elkaar lezen we uit het Evangelie volgens Johannes. We lezen het verhaal van de broodvermenigvuldiging, de reacties van de mensen daarop en de uitleg die Jezus eraan geeft. Vandaag komt het verhaal tot een hoogtepunt: Jezus maakt duidelijk wat zijn rol is, dat zijn Lichaam en Bloed ons het heil en de verlossing brengen. Hijzelf is onze redding. Hij geeft ons leven. Johannes besteedt veel aandacht aan de broodvermenigvuldiging. Op de vijf zondagen waarop we uit dit verhaal lezen is er ook elke keer een bijpassende lezing uit het Oude Testament die een bepaald licht werpt op de Evangelietekst. Vandaag is die uit het boek Spreuken.

Het boek Spreuken bevat zoals de titel al aangeeft een verzameling wijsheden. Het boek behoort tot de wijsheidsliteratuur in de Bijbel, zoals ook het boeken Prediker, Wijsheid en Wijsheid van Jezus Sirach. Het boek Spreuken is het oudste boek in deze soort. Het bevat teksten die meer 3000 jaar geleden zijn ontstaan. Het zijn echte volkswijsheden en vaak ook heel praktisch van aard. Goed ambachtschap is ook een vorm van wijsheid. Het Griekse filosofische en abstracte denken is hier nog niet aan de orde.

Ook geloven, het aanvaarden van het mysterie en het vertrouwen op God zijn vormen van wijsheid die passen in de denkwereld van Spreuken. Zo past de gelezen tekst uit Spreuken ook bij het Evangelie van vandaag. Het brood en de wijn die Jezus ons geeft, brengen ons tot inzicht en geloof, ze zetten ons op het pad van de heiliging van ons leven.

In maart verscheen er een brief van paus Franciscus: de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’. Met deze brief roept de paus ons op tot heiligheid. Hij roept ons op ons leven te heiligen. De oproep tot heiligheid is aan alle gelovigen gericht. De vreugde die het volgen van onze roeping tot heiligheid geeft, is er niet alleen voor hen die door de Kerk heilig worden verklaard. Iedere gelovige wordt geroepen tot heiligheid. Dat vraagt geen speciale geloften, kwalificaties of diploma’s. Het gaat niet alleen ambtsdragers of kloosterlingen, maar om alle mensen. Het gaat om het leven van alledag, om het goed doen van de gewone dingen. Iedereen is geroepen zijn leven op zijn eigen wijze goed te leven. Het gaat om het vinden van het geluk in het bijzondere van het gewone. Het gaat om de wijsheid die we ook in het boek Spreuken aantreffen.

De paus schrijft: “Het is belangrijk, dat iedere gelovige zijn eigen weg onderscheidt en het beste uit zichzelf naar boven haalt, dat wat God hem persoonlijk gegeven heeft (vgl. 1 Kor 12,7), en dat hij niet hopeloos probeert iets te imiteren dat helemaal niet voor hem bedoeld is.” Verder schrijft de paus dat heiligheid tot een beter en menselijker leven leidt: “Wees niet bang voor heiligheid. Zij ontneemt je geen energie, vitaliteit of vreugde. In tegendeel, je wordt wat de Vader bedoelde toen Hij je schiep, en je zult trouw aan jezelf zijn.” (32) “Wees niet bang hogere doelen te stellen en je door God te laten liefhebben en bevrijden. Wees niet bang jezelf te laten leiden door de heilige Geest. Heiligheid maakt je niet minder menselijk, want het is een ontmoeting tussen je eigen zwakte en de kracht van Gods genade.” (34)

De titel Verheugt u en juicht (Mt 5,12) komt uit de zaligsprekingen, het begin van de Bergrede van Jezus. De paus ziet de zaligsprekingen als de weg voor de christen, als de weg van heiliging. Hij schrijft: “De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen.” (63) “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” (64)

Het is een weg die tegen de stroom in gaat. De paus benoemt de gevaren van deze tijd en de verleidingen waaraan wij blootstaan. De weg van Jezus volgen, het pad van de heiligheid gaan, betekent dat je je niet laat verleiden en dat je anders durft te zijn. Het betekent dat je een andere mening durft te hebben als het gaat om mensen in de verdrukking en dat je durft op te komen voor de rechten van de armen en de mensen in nood. Het betekent dat je weet dat alle mensen je broeders en zusters zijn. Er is geen sprake van een blauwdruk, geen sprake van een sjabloon. De paus geeft geen pasklare antwoorden. Hij geeft richtingen aan. Hij legt veel nadruk op de noodzaak van onderscheiding. Hoe maak ik onderscheid tussen goed en kwaad, hoe leer ik de stem van God verstaan en hoe laat ik de heilige Geest en Gods genade in mij werken?  Ook geeft hij vijf houdingen aan die belangrijk zijn op onze weg van heiliging. Het zijn: zachtmoedigheid, humor, bevlogenheid, gemeenschapszin en een geest van gebed. Een centraal begrip in deze brief is de barmhartigheid. Uiteindelijk gaat het er altijd om wat heb ik voor mijn medemens gedaan.

Heiligheid leidt niet tot een middelmatig en rustig leven. Ook het lijden eist zijn plaats op in ons leven. Onze tegendraadsheid, ons tegen de stroom in gaan zal ons niet alleen maar applaus opleveren. We zullen er ook om worden veracht en vernedert. Men maakt ons het liefst belachelijk: hoe kun je dat nu allemaal geloven. Het is zoals bij de Joden in het Evangelie van vandaag: “Hoe kan Hij ons zijn vlees te eten geven?”

Het antwoord van Jezus aan ons is dat het geloof ons juist het leven geeft. Elders zegt Hij: “Uw geloof heeft u gered.” Vandaag zegt Jezus ons: “Het brood dat Ik zal geven is mijn vlees, ten bate van het leven der wereld.” en “Zoals Ik door de Vader die leeft gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij.” Amen.

 

Zie ook: Verheugt u en juicht.

Franciscus en de dieren

Auteur: Piet Grobler
Titel: Franciscus en de dieren
Uitgever: Lemniscaat, 2018
Prijs: € 14,95
ISBN: 978 90 477 1067 7
Aantal pagina’s: 30

Franciscus geloofde in het goede. Met zijn vriend Ezel reisde hij rond. Op een dag begon hij tegen de dieren te praten… en de wereld werd nog mooier.

Piet Grobler heeft een mooi prentenboek gemaakt met korte teksten om voor te lezen. Hij verbeeldt de ontmoetingen van Franciscus met allerlei dieren op een kleurige, dromerige manier. Een mooi cadeau voor uw kinderen en kleinkinderen.

Leven en werk van Hildegard van Bingen

Auteur: Hans Wilbrink
Titel: Leven en werk van Hildegard van Bingen
Uitgever: Berne Media, 2018, derde druk
Prijs: € 19,90
ISBN: 978 90 8972 246 1
Aantal pagina’s: 224

Hildegard van Bingen leefde meer dan achthonderd jaar geleden. In 2012 werd zij officieel heilig verklaard en tot kerklerares benoemd. In visioenen zag zij het “Levende Licht en verkreeg zij inzicht en wijsheid. Haar ervaringen heeft zij zeer beeldend en met veel symboliek vastgelegd in boeken, brieven en liederen. Zij schrijft met veel spiritueel gezag en de wijsheid van het hart. Veel nadruk legt zij op de afhankelijkheid van God en de daarbij behorende nederigheid. De arrogantie van de macht wordt door deze moedige vrouw fel bestreden. Je moet je hart openen voor Gods genade en deugdzaam leven. Zo ontvang je “groenkracht, de in mens en schepping werkzame creatieve en vruchtbare goddelijke kracht.

De neerlandicus Hans Wilbrink ontsluit met dit boek (derde herziene uitgave) het werk van Hildegard van Bingen voor een breder publiek. Hij geeft vertalingen van delen van haar teksten en licht deze toe. Het is een interessant boek voor wie kennis wil nemen van het denken in de Middeleeuwen.

Wie denk jij wel wie je bent!? Mc 6,1-6

Wie denk jij wel wie je bent!? We hebben je ouders en je grootouders nog goed gekend. Dat waren gewone mensen zoals wij. En nu denk jij ons te kunnen vertellen wat wij moeten doen? Als je, zoals ik, in een kleinere gemeenschap zoals een dorp bent opgegroeid, komen dergelijke woorden je niet vreemd voor. Je wordt geacht in de voetsporen van je ouders en je grootouders te treden. Je wordt geacht te doen wat men in het dorp normaal vindt. Dat houdt de zaak lekker overzichtelijk. Alles blijft zoals het altijd was.

Maar dat is niet de boodschap die Jezus heeft. Zijn opdracht is juist om verandering aan te kondigen en mensen tot geloof en tot bekering te brengen. Hij brengt de wereld een revolutionaire boodschap: Hij verkondigt de komst van het Rijk Gods. Na zijn dood en verrijzenis is het de taak van zijn volgelingen deze verkondiging voort te zetten. Nu is het aan ons de komst van het Rijk Gods te verkondigen.

Viereneenhalf jaar geleden verscheen een brief van paus Franciscus: de exhortatie ‘De vreugde van het Evangelie’. In deze brief roept hij ons allen op deze opdracht van Jezus aan ons gestalte te geven in ons leven. Onlangs verscheen er een nieuwe brief van de paus: de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’. Met deze brief roept de paus ons op tot heiligheid. Hij roept ons op ons leven te heiligen. Hiermee geeft de paus nadere invulling aan wat hij in de vorige brief vroeg: de verkondiging van het Evangelie in ons dagelijks leven. Als wij met ons christelijk leven een voorbeeld voor anderen zijn, is dat bij uitstek een vorm van verkondiging.

De oproep tot heiligheid is aan alle gelovigen gericht. De vreugde die het volgen van onze roeping tot heiligheid geeft, is er niet alleen voor hen die door de Kerk heilig worden verklaard. Iedere gelovige wordt geroepen tot heiligheid. Dat vraagt geen speciale geloften, kwalificaties of diploma’s. Het gaat niet alleen ambtsdragers of kloosterlingen, maar om alle mensen. Het gaat om het leven van alledag, om het goed doen van de gewone dingen. Iedereen is geroepen zijn leven op zijn eigen wijze goed te leven. Ook vijftig jaar lief en leed met elkaar delen is een teken van heiligheid. Het gaat om het vinden van het geluk in het bijzondere van het gewone.

De paus schrijft: “Het is belangrijk, dat iedere gelovige zijn eigen weg onderscheidt en het beste uit zichzelf naar boven haalt, dat wat God hem persoonlijk gegeven heeft, en dat hij niet hopeloos probeert iets te imiteren dat helemaal niet voor hem bedoeld is.” Verder schrijft de paus dat heiligheid tot een beter en menselijker leven leidt: “Wees niet bang voor heiligheid. Zij ontneemt je geen energie, vitaliteit of vreugde. In tegendeel, je wordt wat de Vader bedoelde toen Hij je schiep, en je zult trouw aan jezelf zijn. (…) Wees niet bang hogere doelen te stellen en je door God te laten liefhebben en bevrijden. Wees niet bang jezelf te laten leiden door de heilige Geest. Heiligheid maakt je niet minder menselijk, want het is een ontmoeting tussen je eigen zwakte en de kracht van Gods genade.”

De titel ‘Verheugt u en juicht’ komt uit de zaligsprekingen, het begin van de Bergrede van Jezus. De paus ziet de zaligsprekingen als de weg voor de christen, als de weg van heiliging. Hij schrijft: “De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen. (…) Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” Het is een weg die tegen de stroom in gaat. De paus benoemt de gevaren en de verleidingen van deze tijd. De weg van Jezus volgen, het pad van de heiligheid gaan, betekent dat je je niet laat verleiden en dat je anders durft te zijn. Het betekent dat je een andere mening durft te hebben als het gaat om mensen in de verdrukking en dat je durft op te komen voor de rechten van de armen en de mensen in nood. Het betekent dat je weet dat alle mensen je broeders en zusters zijn.

Er is geen sprake van een blauwdruk, geen sprake van een sjabloon. De paus geeft geen pasklare antwoorden. Hij geeft richtingen aan. Hij legt veel nadruk op de noodzaak van onderscheiding. Hoe maak ik onderscheid tussen goed en kwaad, hoe versta ik de stem van God en hoe laat ik de heilige Geest en Gods genade in mij werken? Ook geeft hij vijf houdingen aan die belangrijk zijn op onze weg van heiliging. Het zijn: zachtmoedigheid, humor, bevlogenheid, gemeenschapszin en een geest van gebed. Een centraal begrip in deze brief is de barmhartigheid. Uiteindelijk gaat het er altijd om wat heb ik voor mijn medemens gedaan. Heiligheid leidt niet tot een middelmatig en rustig leven. Ook het lijden eist zijn plaats op in ons leven. Onze tegendraadsheid, ons tegen de stroom in gaan zal ons niet alleen maar applaus opleveren. We zullen er ook om worden veracht en vernedert.

De paus maakt ons duidelijk dat Jezus navolgen en zijn boodschap verkondigen, betekent dat we het moeten aandurven anders te zijn en dat we ons niet moeten overgeven aan zelfgenoegzaamheid. Onze eigen weg gaan, de weg van onze roeping gaan leidt tot heiligheid en brengt ons vreugde en geluk. Amen.

 

Zie ook een uitgebreider artikel over de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’.

God en geld

Auteur: Jan Prij
Titel: God en geld
Uitgever: Klement, 2018
Prijs: € 21,99
ISBN: 978 90 8687 230 5
Aantal pagina’s: 210

De mens is niet te reduceren tot enkel een rationeel wezen. Naast rationaliteit gaat het altijd ook om geloof, hoop en liefde, om schoonheid en om verbondenheid, vertrouwen en afhankelijkheid. Dat maakt het leven de moeite waard om te leven, maar het maakt het bestaan ook ingewikkeld. Naast het goede is er ook het kwaad. Altijd gaat het om ons gehele leven: het materiële en het geestelijke. Alles is met elkaar verbonden. Heel de schepping, alle schepselen staan in relatie tot elkaar en kunnen niet zonder elkaar. Ook het hogere en het lagere, hemel en aarde zijn met elkaar verbonden.

Jan Prij is econoom, filosoof en lekenpreker. Hij laat zien hoe religie, economie en politiek met elkaar verbonden zijn en geeft zijn visie op deze drie aspecten van het menselijk bestaan vanuit bovenstaand gezichtspunt. Als rode draad door het boek gebruikt hij de Griekse god Hermes. Hermes is de boodschapper van de goden. Hij is de verbinder en vertaler, de verrader, de helper en de schenker. Hij is de uitvinder van het vuur en van het schrift. Hij is de god van de handel, van de dieven en van de vrede. In Hermes komen religie, economie en politiek bij elkaar. De hermeneutiek is met zijn naam verbonden. Zij staat voor het overbrengen, vertalen en interpreteren van andermans gedachten. Deze communicatie is volgens Prij de essentie van religie, economie en politiek. Hiermee maken zij het mogelijk het leven te kunnen vieren als een geschenk. De hermeneutische kern van religie is dat zij hemel en aarde met elkaar probeert te verbinden. De economie staat in het teken van het verbinden van het hogere en het lagere, van inspirerende idealen en de aardse werkelijkheid van alledag. Bij de politiek gaat het om het vermogen om vrede te stichten en het goede leven mogelijk te maken.

Voor Prij is aan religie doen “een poging de hemelse werkelijkheid met de aardse te verbinden. Het is proberen om gehoor te geven aan diverse goddelijke boodschappen die van de andere kant komen en een verplichtend karakter hebben. Het cynische beperken van de wereld tot het waarneembare en meetbare veroordeelt de mens “om een speelbal te zijn van doofstomme afgoden van de moderniteit in termen van eendimensionale dimensies van macht en natuurkracht, nut en functionalisme. Onze cultuur is een en al zelfgenoegzaamheid. “Religie is als een verontrustend appel dat radicaal onze positie als selfmade man onder kritiek stelt en laat zien hoezeer ons lot feitelijk verbonden is met dat van anderen. Religie stelt mensen in staat om boven zichzelf uit te stijgen.

In het deel over economie komt Prij echt los. Hier weet hij zich zeker van zijn zaak, is hij overtuigend en geeft hij duidelijke richtingen aan. Prij beschrijft hoe de economie is ontspoort tot een puur rationele wetenschap in plaats van uit te groeien tot een sociale wetenschap. Het gevolg is dat de mens enkel gezien wordt als een te programmeren productiefactor of als een rationeel calculerende consument. Prij houdt een stevig pleidooi voor een nieuwe aanpak los van egoïsme en eigenbelang. “Het gaat erom dat je in het echte leven niets gedaan krijgt, als je je niet allereerst verplaatst in de situatie van de ander.” De economie is de menselijke bijdrage om tot een goede samenhang binnen de schepping te komen, om de verbondenheid van alles met elkaar werkelijkheid te laten worden. Het gaat om een “economie van dankbaarheid die in de gift haar basis heeft”. Vanuit het besef dat het bestaan geen eigen prestatie is maar een gift, willen mensen bijdragen aan het welzijn van anderen en werken aan een betere wereld. Zo is een duurzame economie mogelijk waarin mensen een menswaardige rol kunnen spelen en werkelijk verantwoordelijkheid kunnen dragen. “Geld is in deze visie geen neutrale rekeneenheid of een bij voorbaat verdorven middel, maar een expressie van die dankbaarheid.”

“Theedrinken staat (…) symbool voor fatsoen en gastvrijheid, een van de belangrijkste steunpilaren van onze samenleving. In een enge visie is het politieke beperkt tot een strijd om macht en tot een technocratisch verdelingsmodel van middelen en bevoegdheden. Politici zitten hierdoor gevangen in een net van verwachtingen zowel van henzelf als van de kiezers. Prij stelt: “Het politieke verbindt mensen als burgers in een staat en belichaamt de macht en het vermogen van burgers om gezamenlijk zorg te dragen voor verantwoorde ‘vertaling’ en institutionele vormgeving van het goede leven, waarbinnen iedereen zo veel mogelijk tot zijn recht kan komen.” Het is de taak van de politiek om voortdurend te werken aan het wegnemen van onrechtvaardigheid en te streven naar werkelijke vrede. Maakbaarheid en daadkracht moeten hierbij ingeleverd worden voor perspectief bieden en verbinden. Echt concrete oplossingen geeft Prij hier niet. Mogelijk zijn de huidige ontwikkelingen op gemeentelijk niveau in deze zin een interessant studieobject.

Prij is zich terdege bewust van de kwetsbaarheid van de door hem aangedragen oplossingsrichtingen. Vertrouwen is hierbij een sleutelwoord. Heel onze maatschappij wordt meer en meer gebouwd op wantrouwen. Telkens weer worden er regels toegevoegd. Met als gevolg dat de uitvoerders zich nog minder verantwoordelijk gaan voelen en de burgers nog minder in staat zijn tot onderscheiding. Vertrouwen geven betekent minder focus op afwijkingen en zondigheid en accepteren dat het wel eens fout gaat. Vaak is het beter het onkruid samen met het graan te laten opgroeien (Mt 13,24-30).

God en geld is grotendeels een bundeling van eerder werk van Prij en hier en daar is dat ook te merken. Jammer dat Prij niet uitgebreider gebruik heeft gemaakt van de katholieke sociale leer. Nu is het beperkt tot een enkele verwijzing naar Rerum novarum van paus Leo XIII en naar Laudato si’ van paus Franciscus. Niettemin is het geheel een lezenswaardig werk dat duidelijk een richting aangeeft naar een menswaardige en duurzame samenleving.

Oefenen in blij zijn

Na een dramatische gebeurtenis in je leven moet je daarvan herstellen. Je moet proberen het leven weer op te pakken. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Zekerheden die normaal waren zijn gaan wankelen. Je moet opnieuw houvast vinden. Het leven moet weer normaal worden.

Oefenen in blij zijn lijkt mij een belangrijk onderdeel van het herstellen. Stilstaan bij de dingen die je goed doen en je realiseren dat ze je blij maken. Dat vraagt een actieve houding, Het gebeurt niet vanzelf. Je moet de situaties ook opzoeken en zelf creëren. Op het moment dat ik dit schrijf is het een mooie zonnige dag. Straks maar eens een terras opzoeken en naar de stad kijken.

Paus Franciscus schreef onlangs de brief ‘Gaudete et exsultate’ (Verheugt u en juicht). Ik maakte daar een uitgebreide samenvatting van. Wij worden geroepen tot heiligheid, tot het leiden van een goed leven. Dat is de weg die leidt tot het geluk waarvoor we geschapen zijn. Jezus zegt aan het einde van de zaligsprekingen ‘Verheugt u en juicht’ (Mt 5,12). Soms is het goed aan het einde te beginnen en zo even een voorproefje te krijgen van wat je te wachten staat. Als je de smaak van het geluk niet kent wordt het pad van heiligheid een kwestie van ploeteren en een vreugdeloos gebeuren. Dat kan de bedoeling niet zijn. Ook oefenen in blij zijn maakt onderdeel uit van de heiliging van het leven.