Jezus zegt: “Wie de waarheid doet gaat naar het licht.” Maar als onze daden slecht zijn, beminnen wij de duisternis. Licht en duisternis, goed en kwaad: iets mag gezien worden of moet juist verborgen blijven. Ons leven is er vol van: zaken waarover we volop praten en waar we trots op zijn en zaken waar we liever over zwijgen en waarvoor we ons schamen.
Het is Veertigdagentijd. We zijn onderweg naar Pasen. Het feest van het leven. Het leven dat de dood overwint. Jezus Christus is na zijn dood aan het kruis door God weer tot leven gewekt. En ook wij zullen ooit opstaan tot nieuw leven, een leven met God, een leven in het volle licht van zijn oneindige liefde. Het is ook voorjaar, de tijd van overal ontluikend nieuw leven. Het wordt weer warmer en lichter. Wij laten de winter achter ons. Het maakt ons opgewekt en enthousiast: we willen er weer tegenaan en maken voor alles en nog wat plannen. Dit kenmerkt ook het leven van Jezus: Hij heeft een geweldige missie. Zijn Vader heeft Hem gezonden om de mensen tot het geloof te brengen en daarmee het eeuwig leven te geven zodat zij niet verloren gaan en verdwijnen in de duisternis. Jezus brengt ons het licht. Hij is het licht der wereld.
Hij niet gekomen om te oordelen, maar om ons te verlichten zodat wij door Hem gered worden. Hij roept het goede in ons op en brengt dat aan het licht. Als wij ons van dat licht afwenden en de duisternis zoeken, dan veroordelen wij onszelf. Als wij het licht toelaten in ons leven en ons keren tot Christus, worden wij gelukkig, nu en in eeuwigheid. Zijn genade brengt ons redding en geeft ons leven. Jezus heeft ons voorgedaan hoe wij goed kunnen leven, hoe wij kunnen leven in liefde en waarheid. Hij houdt ons niet een systeem van regels en geboden voor. Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt geloven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor kunt komen. Als wij Hem navolgen, leiden wij een leven dat gezien mag worden. Dan komen wij door zijn genade zelf aan het licht en brengen wij Hem aan het licht. Dan worden de goede daden zichtbaar die God voor ons bereid heeft. Dan komt Christus in ons tot leven en wordt Hij zichtbaar in deze wereld.
Vaak zijn wij schuchter en verlegen in het spreken over ons geloof. Wij mensen zijn nogal geneigd om stil te staan bij onze negatieve ervaringen. Goed nieuws is geen nieuws. Moord en doodslag, list en bedrog: dat is nieuws en dat is sensatie. Wij vergeten te spreken over het goede dat ons overkomt. Jezus is gekomen om het goede nieuws te brengen. Hij brengt ons de Blijde Boodschap. Ook hierin mogen wij Hem navolgen. Wij mogen het luid verkondigen: al het goede dat God aan ons doet, de liefde die Hij ons geeft, de redding die Christus ons brengt, de belofte van het eeuwig leven in liefde en geluk. Dat alles is ons toegezegd en wij mogen dat aan het licht brengen. Het is een boodschap die waarachtig gezien mag worden.
Wij leven in een geseculariseerde wereld. God is op de achtergrond geraakt. Hij heeft niet langer de eerste plaats in het leven van mensen. Ook wij zelf vergeten wel eens dat wij leven vanuit de genade. We denken dan dat iets onze eigen prestatie is en vergeten dankbaar te zijn voor de talenten die God ons gegeven heeft. De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning. Wat is de plaats van God in ons leven? Als wij Hem in het centrum weten te stellen, komen wij tot een leven in liefde en waarheid, tot een leven dat gezien mag worden. Dan is ons leven niet alleen voor onszelf de moeite waard dan mag het door iedereen gezien worden, dan heeft ons leven voor ieder die wij ontmoeten betekenis.
Als wij leven vanuit de genade van Christus, gaan wij ook getuigen van zijn genade en van het geluk dat Hij ons brengt. Komende zaterdag is de Hoop Tour in Berkel. Dat is een prachtige gelegenheid om ons te oefenen in het laten zien van ons geloof. De Hoop Tour is bedoeld om de missionaire opdracht van onze Kerk hier en nu inhoud te geven. Het geloof is er niet om het als een geheim voor onszelf te houden. Het geloof is er om het uit te dragen en met iedereen te delen. Iedereen mag weten wat ons gelukkig maakt. Ons geloof mag gezien worden. Het geloof is niet alleen een privézaak. Het is ook een openbare aangelegenheid. Vanuit ons geloof nemen wij deel aan de samenleving.
Na afloop van deze viering wordt u een flyer aangereikt. Deze flyer gaat over Pasen, over het vieren van het leven. Hij biedt ons stof tot nadenken over de plaats van God in ons leven. Van daar uit komen wij tot handelen en tot het vertellen over ons geloof. Als wij God in ons leven ervaren, maken wij dat met woord en daad zichtbaar in ons eigen leven. Amen.
Op zondag 1 maart vertelde Joris Luyendijk in het programma Tegenlicht over de misstanden die hij was tegengekomen tijdens zijn onderzoek in de Londense bankwereld. De verbazing stond nog op zijn gezicht. De titel van het boek dat hij hierover schreef, luidt: ‘Dit kan niet waar zijn’. Gaandeweg zijn er in de financiële sector structuren en culturen ontstaan, waarover we ons ten zeerste verbazen. Was dit de bedoeling van liberalisering en globalisering? Luyendijk had het over monsters.
De organisatie van de financiële wereld is een van de weeffouten die er gaandeweg in onze maatschappij zijn ontstaan, maar er zijn er veel meer. Studenten protesteren tegen het efficiëntiedenken in het onderwijs. In de zorgsector wordt vooral gedacht in medische verrichtingen in plaats van de gezondheid van mensen. Het denken in termen van efficiëntie en van meetbare doelstellingen doet ons blijkbaar de menselijke maat en de menselijke waardigheid uit het oog verliezen. Het gaat er niet alleen om wat goed is voor mensen, maar ook wat ervaren mensen als goed voor zichzelf en voor hun medemens. Andere voorbeelden zijn handelsbarrières waarvan vooral arme landen last hebben, en milieuvervuiling die niet in de prijs van de producten wordt doorberekend.
Misschien is het woord weeffout wel veel te vriendelijk. De katholieke Kerk heeft het in haar denken over de maatschappij over ‘zondige structuren’. Alle regels en structuren die tot onrechtvaardige situaties leiden, tot uitbuiting en onderdrukking, die de menselijke waardigheid aantasten en de solidariteit tussen mensen in de weg staan, kunnen we als zondig beschouwen. Zij komen voort uit eenzijdige behartiging van het eigen belang en de eigen macht, persoonlijk of als groep. Zondige structuren zijn uiteindelijk terug te voeren op de persoonlijke zonde van mensen die ze tot stand hebben gebracht. Weeffouten ontstaan per ongeluk, maar zonde is iets wat je bewust doet. Door dergelijke zaken als zondig te bestempelen wijst de Kerk uitdrukkelijk op de verantwoordelijkheid van mensen.
Door de vastlegging in wetten en internationale afspraken hebben zondige structuren vaak een officieel en blijvend karakter. Dit maakt het moeilijk ze te bestrijden. Sterker nog het maakt ze krachtiger en zij worden op hun beurt de bron van nieuwe zondige structuren. Hierdoor voelen wij ons nogal machteloos, maar de vraag is of we werkelijk ook machteloos zijn. Veel van deze misstanden leveren ons ondertussen wel mooi persoonlijk voordeel op. We kunnen er ook voor kiezen in ons eigen handelen als consument en als burger af te zien van het persoonlijk voordeel en prioriteit te geven aan het algemeen belang. Op 18 maart gaan we naar de stembus. Kiezen we daar voor het voortbestaan of voor het bestrijden van zondige structuren? Kiezen we voor het persoonlijk eigenbelang of voor het algemeen belang?
Column in Telstar, 11 maart 2015
“Gij zult geen godenbeelden maken.” Het Oude Testament is heel duidelijk in het afwijzen van fysieke beelden van God. Dus geen beelden van hout, van steen of van metaal en geen schilderijen en tekeningen van God. Het jodendom van het Oude Testament neemt duidelijk afstand van de afgoderij van de omringende volkeren. God is de geheel andere. Hij maakt geen deel uit van de aardse werkelijkheid. Hij is de Schepper van hemel en aarde.
Met de geboorte van Jezus Christus komt dit alles in een nieuw perspectief te staan. Gods Zoon is mens geworden. Het Woord is vlees geworden. God openbaart zichzelf in een concrete mens, een mens van vlees en bloed. Dit opent de weg naar het maken van afbeeldingen van Christus en van zijn moeder Maria, maar ook van God de Vader en van de heilige Geest. Toch blijft het maken van dergelijke beelden een hachelijke zaak en ligt het gevaar van ontsporing voortdurend op de loer. In de geschiedenis vinden we dit terug. Om te beginnen bij het ontstaan van de islam. Mohammed verzet zich tegen het veelgodendom van zijn volk. Evenals het jodendom en het christendom kent de islam slechts één God. En ook in de islam is God de geheel andere. Daarom is het maken van beelden van God uit den boze. Zo’n honderd jaar later verbiedt de keizer van het Oost-Romeinse Rijk het maken en vereren van beelden en iconen. Hij ziet dit als een vorm van afgoderij binnen het christendom. Het tweede Concilie van Nicea maakt een einde aan dit beeldenverbod. Zij spreekt uit dat aanbidding verboden is, maar verering wel goed is.
De juiste omgang met dit uitgangspunt blijft lastig. Wanneer gaat verering over in aanbidding en wanneer gaan beelden een magische rol spelen in het geloof van mensen? In de zestiende eeuw leidt het in West-Europa een uitbarsting. Deze beeldenstorm is het meest heftig in de Nederlanden. Tot op de dag van vandaag is de verering van beelden een verschil tussen de hier wonende katholieken en protestanten.
Hoe zien we dit alles in onze tijd? Een nieuwe beeldenstorm in ons land ligt niet voor de hand. Maar ook hier kan fundamentalisme wortel schieten. Fundamentalisme is niet iets dat alleen in de islam voorkomt. Ook het christendom kent fundamentalistische bewegingen. In onze tijd ligt de dreiging niet in het aanbidden van met de hand gemaakte beelden. De dreiging ligt in de beelden die wij ons met ons hoofd, met ons verstand van God vormen.
Wij mensen zijn beperkte wezens. Wij zijn niet in staat de grootheid en het anders-zijn van God met ons verstand te begrijpen. Juist om die reden hebben wij beelden nodig. Niet zozeer fysieke beelden, maar beelden die we in woorden kunnen vatten. Op een of andere manier moeten wij een vertaling maken naar ons menselijk bevattingsvermogen. We hebben woorden nodig om met God en over Hem te kunnen spreken. In het Oude Testament vinden we vele in woorden gegoten beelden van God en Jezus Christus heeft met zijn spreken in gelijkenissen ons vele beelden van zijn Vader aangereikt. Ook wij in onze tijd mogen en moeten woorden vinden om over God te spreken. Het gevaar is echter dat we onze eigen woorden en beelden letterlijk gaan nemen. Dan ligt de dreiging van fundamentalisme op de loer.
Als we overgaan van tastend spreken, van het zoeken naar woorden naar een zeker weten en met grote stelligheid over God spreken staan we niet meer open voor wat God ons te zeggen heeft. Dan bereiken we het stadium waarin wij weten wat God moet doen. Dan is het niet langer dat wij naar het beeld van God geschapen zijn. Dan scheppen wij ons een God naar onze eigen woorden en beelden. Kortom we draaien de zaak om. Dan gaan we uit van ons eigen denken. Dan stellen wij in plaats van God onszelf in het centrum. Paulus heeft het over deze ontwikkeling als hij zegt: “Joden eisen wonderen, Grieken wijsheid.” En Jezus maakt met tempelreiniging duidelijk dat we God niet aan onze aardse werkelijkheid ondergeschikt mogen maken.
De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning en soberheid. De soberheid is er om ruimte te maken voor God en voor onze medemens. Ook in ons denken past soberheid. Richting onze medemens moeten wij oppassen voor vooroordelen. Die ontnemen onze naaste de ruimte om zichzelf te zijn. Ook in het spreken over God past ons soberheid en bescheidenheid. Wij moeten God niet willen vangen in onze eigen woorden en beelden. Wel mogen en moeten wij vrijuit en overvloedig spreken over hoe wijzelf God in ons leven ervaren. Op die manier getuigen wij werkelijk van Gods liefde voor ons zonder afbreuk te doen aan zijn grootsheid en anders-zijn. God blijft een mysterie, maar wat Hij met ons doet, is een wezenlijk menselijke en concrete ervaring. Hierover kunnen we nooit genoeg spreken. De Hoop Tour op zaterdag 21 maart in Berkel is daar een mooie gelegenheid voor. Amen.
Afgelopen week waaide er weer het nodige stof op in katholiek Nederland. Antoine Bodar had zich in Trouw kritisch uitgelaten over Paus Franciscus en zijn woordgebruik was niet erg diplomatiek. Waar hij zich het meest aan ergerde was echter aan de fans van paus Franciscus. Deze fans hoor je vaak zeggen, dat deze paus alles goed doet en zijn voorganger alles verkeerd deed. Dit is overigens ook het beeld dat vele media schetsen. De vraag is natuurlijk: is er werkelijk een groot verschil tussen beide pausen. Als we ons verdiepen in wat ze beiden hebben gezegd en geschreven, moeten we concluderen dat er geen grote verschillen zijn. De verschillen betreffen vooral de manier van optreden en de wijze waarop ze hun boodschap presenteren. Benedictus hebben we leren kennen als een bescheiden en schuchtere geleerde, terwijl Franciscus de joviale man van het volk is. Het is ook het verschil tussen een West-Europeaan en een Zuid-Amerikaan.
Vandaag lezen we in het Evangelie hoe Jezus van gedaante verandert. Petrus, Johannes en Jacobus leren Jezus kennen zoals Hij werkelijk is. Hun vriend Jezus is niet zomaar een rabbi van vlees en bloed. Hij is Gods Zoon, de Welbeminde, naar wie zij moeten luisteren. Deze zeer bijzondere rabbi is hun vriend. Hij is op hun weg gekomen. Zij hebben Hem ontmoet en zijn met Hem bevriend geraakt. Het is hun vriend die hen iets te zeggen heeft.
Paus Benedictus maakte zich zorgen over de ontkerkelijking in Europa. Als antwoord op deze ontwikkeling schreef hij diepzinnige encyclieken over geloof, hoop en liefde. Ik heb ze met veel genoegen gelezen en mij erdoor laten inspireren. Benedictus heeft duidelijk invloed gehad op mijn denken. Deze paus leert ons dat christen-zijn in eerste instantie niet een ethische beslissing of een hoogstaand idee is. Het wezen van het christendom is de ontmoeting met Christus. Professor Schillebeeckx noemde Christus het oersacrament. Hij is het sacrament van Godsontmoeting. Het gaat niet primair om normen en waarden en het je houden aan de voorschriften. Centraal in het christendom staat de relatie met Christus. Door de ontmoeting met Christus komen we tot God. Wij worden uitgenodigd tot vriendschap met Jezus Christus. God is liefde: alleen door de liefde komen we tot God en door God komen we tot liefde voor de medemens. De ontmoeting met Christus brengt ons als vanzelf tot een goed leven.
Voor de leerlingen was het niet eenvoudig. Zij zagen Jezus als hun leraar, maar voortdurend lezen we dat ze Jezus niet begrijpen en dat zijn boodschap niet bij hen overkomt. Als Jezus hen vertelt over zijn aanstaande lijden en sterven, stuit dat op onbegrip en verzet bij de leerlingen. Petrus, Johannes en Jacobus staan van de leerlingen het dichtst bij Jezus. Deze kerngroep wordt door Jezus meegenomen om zijn verheerlijking mee te maken. Hier maakt een stem uit de hemel hen duidelijk dat ze werkelijk naar Jezus moeten luisteren en Hem op zijn woord geloven. Om iemand op zijn woord te kunnen geloven, is het nodig een goede relatie met elkaar te hebben. Liefde en vriendschap maken dat je mensen werkelijk durft te vertrouwen. Petrus, Johannes en Jacobus krijgen een extra steun in de rug, om daarna voor de andere leerlingen een voorbeeld te zijn in het eerbiedig luisteren naar wat Jezus te zeggen heeft.
De meesten van ons worden niet meegenomen een berg op om daar Jezus in zijn volle glorie te ontmoeten. Slechts een enkel mens heeft een mystieke ervaring die in die richting gaat. Maar dat wil niet zeggen dat we Christus in ons leven niet ontmoeten. Denk bijvoorbeeld aan momenten van gelukzaligheid, aan momenten waarop alles even op zijn plaats valt. Die momenten van waarheid en openbaring hebben vaak met God van doen. Er zijn verschillende wegen die wij zelf kunnen gaan op weg naar een ontmoeting met Christus. Wij gaan op weg en Hij zal ons tegemoetkomen. Allereerst kunnen we Christus ontmoeten in de sacramenten. Christus is ons in de sacramenten met zijn bijzondere genade nabij. Het meest duidelijk is dat in de Eucharistie, waarin Hij zichzelf geeft tot voedsel voor ons. Wij kunnen Christus ook ontmoeten in het lezen van de Bijbel. Vooral in de Evangelieverhalen spreekt Hij tot ons en wij mogen luisteren naar wat Hij ons te zeggen heeft. Ook het gebed is een vorm van ontmoeting en ons openstellen voor de boodschap van Christus. Tenslotte ontmoeten wij Christus in onze medemens, met name in de mens in nood. Jezus heeft zelf verteld dat alles wat wij doen voor mensen in nood, wij voor Hem doen. In de mens in nood ontmoeten wij Hem. Deze laatste vorm van ontmoeten van Christus wordt sterk benadrukt door paus Franciscus. Met zijn manier van doen maakt Hij duidelijk dat de Kerk er in de eerste plaats voor de armen is. In hen ontmoeten wij Christus. De armen leren ons wat naastenliefde is.
De beide pausen, Benedictus en Franciscus, laten ons zien hoe wij Christus in ons leven kunnen ontmoeten door de sacramenten, Schriftlezing, gebed en naastenliefde. Het zijn vormen die elkaar aanvullen en elkaar nodig hebben. Ieder kan zelf uitkiezen welke mix het best bij hem past. Voor ieder is er een passende weg naar Christus om daar Gods liefde werkelijk te ervaren. Amen.
Dao Zi (pseudoniem voor Wang Samuel Min)
Dao Zi is in 1956 geboren in de Chinese plaats Quingdao. Hij is een van de weinige christelijke kunstenaars in China en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van ‘Saintism Art’, een kunstrichting die de traditionele Chinese schilderkunst met haar Zen-invloeden wil omzetten in een nieuwe, spirituele kunst. De kunst van Dao Zi is vaak kalligrafisch van aard, waarbij hij Chinese schrifttekens als basis neemt. Hij beperkt zich meestal tot het gebruik van de kleuren zwart en wit en hun schakeringen. Voor hem is schilderen een heilige handeling met veel gebed en meditatie. Zi probeert zowel in zijn kunst als in zijn dagelijks leven het thema duurzaamheid vorm te geven. Ook is hij sociaal actief.
De hongerdoek
Dao Zi wil ons iets laten zien wat we nog niet gezien hebben en ons daarmee innerlijk raken. De hongerdoek toont een klomp goud die als een meteoriet de aarde, de zwarte balk, doorboort. Samen vormen zij een kruis. Links (zes) en rechts (één) liggen zeven kleine goudklompjes. Rechtsboven zien we drie rode stempels met daarop spijkers. Het geheel is geschilderd op een grijze achtergrond. Grijs staat voor de realiteit, een vermenging van het goede (wit) en het kwade (zwart). De realiteit kan alle kanten op, goed of slecht. Niet alles is meteen goed, maar ook niet meteen slecht. Zi speelt met de dubbelheid van het bestaan. Zo staat het goud voor God en ook voor het oppotten van rijkdom.
Meditaties
Een eerste verkenning
Een goudklomp.
Goud: symbool van God,
ook van aardse rijkdom
en van hebzucht.
Een zwarte balk: de aarde.
Het kwaad is zwart.
Is er nog hoop en
toekomst voor de aarde?
Goud doorboort de aarde.
God wordt mens.
Samen tot een kruis.
Het lijden van Gods Zoon.
Omgeven door het grijs.
’t Echte leven
is niet goed of kwaad.
Dubbel is het leven.
God in de wereld
Goud: de kleur van God.
God is liefde.
God is licht.
Onzichtbaar is God.
Als een meteoriet
komt God de wereld in,
doorboort de aarde,
doordringt het al.
Christus is God.
Hij is Gods Zoon.
Hij is als wij.
Hij slaat de brug.
Hij geeft ons hoop
en Hij is toekomst.
Hij daagt ons uit.
En wat doen wij?
Materiële rijkdom
God of goud.
De mammon of God.
Wie wil ik dienen?
Beiden zal niet gaan.
Hoeveel heb ik nodig?
Hoeveel is genoeg?
Speculatie, hebzucht:
Houdt het ooit op?
Soberheid geeft ruimte.
Ruimte voor de ander,
voor gerechtigheid
en solidariteit.
Ruimte voor God,
voor spiritualiteit.
Verzamel u dan:
schatten in de hemel.
De aarde waar wij wonen
Vruchtbaar is de aarde:
d’ aarde die ons voedt.
Zij is als een moeder.
Zij is ons gegeven.
Wij zijn de beheerders.
Wij laten haar bloeien.
Wij zijn medescheppers.
Verantwoordelijk zijn wij.
Duurzaamheid:
voor ons en onze aarde.
Toekomst en hoop
voor onze kinderen.
Gods liefde in de wereld:
alle duisternis verdwijnt.
Jezus is Gods Zoon.
Hij is ’t Licht voor ons.
Zeven is genoeg
In zeven dagen
schiep God de wereld.
Hij sprak: “Zo is het goed.”
Zeven was genoeg.
Zeven klompjes goud.
D’ rijkdom eerlijk delen.
Dit getal is heilig.
Zeven is genoeg.
Zevenvoud
schenkt Hij zijn gaven.
Gaven van genade.
Zeven is genoeg.
Het goede leven is:
liefde voor iedereen.
Delen brengt geluk.
Liefde is genoeg.
Het lijden van Christus
De mensgeworden God
vertelde van Gods liefde.
Aanstoot gaf Hij ook.
’t Kruis werd zo zijn dood.
Leven is ook lijden.
Solidair is Hij met ons:
nam het lijden op zich.
Zo ging Hij onze weg.
Drie rode stempels:
met spijkers van het kruis:
God, die drie en een is,
en ’t lijden van de mens.
Ons heil is in het kruis.
Door de dood naar leven.
Christus is verrezen.
God: oneindig trouw.
Hoogmoed (hoofdzonden 1)
Ik voel me sterk en machtig.
Ik kan de wereld aan.
Wie heb ik nog nodig?
Wat kan mij gebeuren?
Dan klinkt er:
“Stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeren.” (Gn 3,19)
Ik ben klein en nietig.
Ik kan niet zonder Gods genade.
Ik kan het niet alleen.
“Bekeert u en gelooft in het Evangelie.” (Mc 1,15)
Zo helpe mij God almachtig.
Wijsheid (gaven van de Geest 1)
Gods Geest, de Geest van liefde
schenkt ons wijsheid.
Hij geeft ons het vermogen
om alles met Gods ogen te zien.
Zo horen en zien wij niet alleen met oren en ogen,
maar ook met ons hart.
Gods Geest woont in ons.
Hij is in staat ons van binnenuit om te vormen.
Hij spreekt tot ons.
Hij vraagt ons om onszelf open te stellen
en naar Hem te luisteren.
Hij spreekt woorden van liefde en waarheid.