Auteur: Erik Borgman
Titel: Waar blijft de kerk: Gedachten over opbouw in tijden van afbraak
Uitgever: Adveniat, 2015
Prijs: € 19,50
ISBN: 97894 9209 312 7
Aantal pagina’s: 158
Erik Borgman stelt voor de berichten over krimp en de prognoses over afbraak van de kerk als een list van de heilige Geest te beschouwen. De r.-k. kerk kan niet meer gered worden door bezuinigingen, efficiënter beheer of intelligentere organisatie. “We moeten niet allereerst iets doen, we moeten weer iets gaan ontvangen: de signalen van de Geest.” Wij moeten terug naar de vraag: “wie en wat is God en wat betekent het in hem te geloven.”
De theoloog Borgman zoekt in dit boek naar de bron van de kerk. Het gaat hem om de vraag hoe de kerk in onze tijd teken en instrument van de liefde van God kan zijn. “Haar taak is te doen wat in het licht van het geloof als nodig verschijnt, ook al lijkt het onmogelijk.” De kerk moet niet met alle winden meewaaien, maar wel weten dat het verlangen naar God zich steeds weer opnieuw en zich steeds weer anders voordoet, en daarvoor openstaan. Dat vraagt een open en creatieve manier van kijken naar de wereld van vandaag.
De benadering van Borgman is verfrissend. Hij schrijft vanuit zijn liefde voor de kerk en noemt het boek een liefdesverklaring. Gods liefde voor ons doet ons “weten dat wij, wat er ook gebeurt, niet kunnen en mogen ophouden kerk te zijn.”
Jezus is zijn optreden in de synagoge begonnen met een tekst uit de profeet Jesaja te lezen. Vorige week hoorden we deze tekst: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” Dit is de tekst waarvan Jezus – zoals we vandaag horen – zegt: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.” Jezus betrekt deze tekst op zichzelf. Hij is degene waarover de profeet Jesaja spreekt. Jezus presenteert zichzelf als een ware profeet.
Jezus is door God gezonden om Gods liefde voor de mensen te verkondigen. Hij is gekomen om het goede nieuws, de Blijde Boodschap te brengen: Hij verkondigt de bevrijding die God bewerkt. Eerder zijn de profeten van het Oude Testament gezonden met de opdracht deze boodschap van bevrijding te verkondigen. Al snel wordt duidelijk dat het leven van een profeet niet gemakkelijk is. Na een eerste enthousiaste reactie slaat de stemming van zijn stadsgenoten om. Jezus ziet dit gebeuren en concludeert: “Geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad”. Jezus herinnert er ook aan hoe het de grote profeten Elia en Elisa is vergaan. Ook wij ervaren in onze tijd dat het niet gemakkelijk is te spreken over God, over zijn liefde voor ons en over de hoop en het vertrouwen waarmee wij – dankzij die liefde – kunnen leven.
Paulus reikt ons de sleutel aan voor een goede verkondiging. Hij schrijft in zijn brief aan de Korintiërs over de liefde. In deze indrukwekkende tekst beschrijft hij het belang van de liefde. De liefde staat centraal, alles draait om de liefde. Dit geldt niet alleen voor de verkondiging, maar voor al ons doen en laten. Al ons spreken en al ons handelen moet vergezeld gaan van liefde. Wij leven in relatie met andere mensen en alles wat wij doen is relationeel en heeft met andere mensen te maken. Leven in pure eenzaamheid houden we niet lang vol.
In relatie met anderen worden wij pas mens. Wij worden mens door werkelijk in contact te staan met anderen, in onze verbondenheid met elkaar. Daarom mag ons spreken en handelen nooit puur functioneel zijn, want dan wordt de ander tot een object, een ding teruggebracht. Daarmee doen we niet alleen de ander te kort. Ook wijzelf worden daardoor minder mens. Paulus spreekt daar zeer beeldend over: “… als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. … als ik de liefde niet heb, ben ik niets. … als ik de liefde niet heb, baat het mij niets.” Als wij niet spreken en handelen met liefde wordt het niets. Zonder liefde zijn wij geen goed ouders, zonder liefde zijn we geen goede onderwijzers, zonder liefde zijn we geen goede zorgers. Maar zonder liefde zijn we ook geen goede tuinders, geen goede bouwvakkers, geen goede bankiers, geen goede ambtenaren, geen goede kooplieden en zo kunnen we doorgaan.
Door ons spreken en handelen te doorspekken met liefde maken wij God zichtbaar in deze wereld. Door de liefde lijken wij op God. De liefde maakt zichtbaar dat wij naar het beeld van God geschapen zijn. Met een leven in liefde verkondigen wij God en verkondigen wij zijn blijde Boodschap. Met een leven van liefde zijn wij ware navolgers van Jezus Christus. Hij heeft ons laten zien hoe je leven in liefde kunnen leiden.
Bij de bewoners van Nazareth ging het niet om de liefde. Zij zagen Jezus als iemand die hun belangen kon dienen. Zij hadden alleen maar een functioneel idee over de rol van Jezus. Daarom wordt de belangstelling van Nazareth door Jezus afgewezen. Hij is gezonden om de liefde van God te brengen. Hij komt niet voor het particuliere gewin van zijn eigen stad. In onze tijd is ook alle aandacht gericht op eigen gewin en functionaliteit. Alles wordt instrumenteel gemaakt. Het gaat om meetbare resultaten en duidelijke doelen. Zo wordt ook alles verhandelbaar. Daarmee verdwijnt niet alleen de menselijkheid in onze onderlinge relaties, ook de functionaliteit zelf lijdt eronder. Onderwijs zonder liefde is slecht onderwijs. Zorg zonder liefde is slechte zorg. Maar ook huizen gebouwd zonder liefde zijn minder goede huizen en tomaten gekweekt zonder liefde zijn minder goede tomaten.
Velen zullen onze boodschap naïef noemen en niet serieus nemen. Net alles Jezus zullen we niet door iedereen gewaardeerd worden. Wij zelf zullen echter de kracht van de liefde ervaren in de mensen om ons heen en in onszelf. Dat maakt ons ongenaakbaar. Zoals Jezus door de menigte loopt, zo mogen ook wij ongenaakbaar zijn. Onze liefde voor iedereen zal uiteindelijk het respect van de ander oproepen. Met onze liefde voor allen wordt zichtbaar dat ook wij vervuld zijn van de Geest des Heren.
Wanneer wij delen in Gods liefde en ook de anderen daarin laten delen, zijn ook wij ware profeten en verkondigers van de Blijde Boodschap. Amen.
“Het woord is aan jou.” Geloven is niet iedereen gegeven. Geloven is een vrucht van Gods genade. Niet dat het buiten onszelf omgaat, maar primair wordt de genade ons gegeven. Wij mogen dit geschenk aanvaarden, maar kunnen het ook weigeren. Wij kunnen ons openstellen voor God, maar Hem ook afwijzen. Als wij de genade van het geloof in dankbaarheid aanvaarden, mogen we er ook mee aan de slag, dan is het woord aan ons. Op katholieke wijze wordt dat verwoord met het idee van ‘met de genade meewerken’.
Christen zijn is een uitverkiezing, maar het is geen privilege. Christen zijn is een roeping: wij zijn geroepen tot een opdracht. Vijftig jaar geleden legde het Tweede Vaticaans Concilie de basis voor de volgende omschrijving in onze katechismus: “Christengelovigen zijn zij die, door het doopsel in Christus ingelijfd, tot volk van God zijn gemaakt, en aldus aan de priesterlijke, profetische en koninklijke ambt van Christus op hun eigen wijze deelachtig, ieder volgens zijn eigen plaats, geroepen worden de zending uit te voeren die God aan de Kerk ter vervulling in de wereld toevertrouwd heeft.” Twee opmerkingen: Het gaat niet alleen over katholieken, maar over alle christengelovigen, allen die gedoopt zijn in de Naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Ook gaat het niet expliciet over de rooms-katholieke Kerk, maar over Kerk van Christus. Kortom deze omschrijving gaat over alle christenen, over ons allen zoals wij hier vanavond bijeen zijn.
Wij allen zijn door het Doopsel ingelijfd in de Kerk van Christus. Wij allen zijn daarmee geroepen tot priester, profeet en koning. Daarmee hebben wij allen deel aan het werk van Christus in deze wereld. De Letten hebben dit verwoord in het thema van deze dienst: “Het woord is aan jou.” Wij allen worden geroepen goede christenen te zijn. Wij allen worden geroepen daden van liefde te stellen. Zo zijn wij het licht van de wereld, een teken van Gods aanwezigheid onder de mensen.
Wij zijn gedoopt met water. Door het water van de Doop is ons een nieuw leven gegeven. Zoals Christus door de dood aan het kruis heen met zijn verrijzenis tot nieuw leven kwam, zo zijn wij door het water van de Doop heen een nieuw leven begonnen: een leven met Christus, een leven met God. In de katholieke Kerk volgt na de Doop een zalving met chrisma. Vanuit het Oude Testament kennen we de zalving van priesters, profeten en koningen. Wij noemen Jezus van Nazareth, de Messias en de Christus. Wij noemen Hem de Gezalfde.
Met de zalving krijgen mensen een ambt, een opdracht en een taak. De gezalfde wordt geroepen, uitverkoren en gewijd die opdracht uit te voeren. Zo worden wij met onze Doop de wereld ingestuurd om priesters, profeten en koningen te zijn, om op die manier ware volgelingen van Jezus Christus te zijn. Met de zalving ontvangen wij ook de Geest van Jezus, de heilige Geest. Hij stelt ons in staat tot ons christelijke opdracht. Als koningen zijn wij geroepen om elkaar te dienen, als profeten om elkaar te vertellen over de Blijde Boodschap van Christus, en als priesters om elkaar te bemoedigen, ons leven te heiligen en het aan God en aan elkaar toe te wijden. Jezus heeft ons laten zien hoe wij onze opdracht inhoud kunnen geven. Hij heeft ons de weg gewezen, sterker nog Hij zegt van zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wij worden geroepen Hem in woord en daad na te volgen: het woord is aan ons.
Onze huidige cultuur is erg gericht op comfort en geriefelijkheid. Welvaart en lichamelijke welzijn staan vaak op de eerste plaats. Welvaart en welzijn leveren ons een aangename verdoving op. Wij voelen ons goed en sluiten de gordijnen voor de boze buitenwereld. Er is niets tegen comfort en geriefelijkheid, maar er is meer. Veel mensen zoeken een uitdaging, ze willen iets presteren, ze willen van betekenis zijn in deze wereld, ze willen verschil uitmaken. Velen worden onrustig van comfort en geriefelijkheid. Zij zoeken avontuur, zij zoeken eer en roem, zij willen zich onderscheiden. Vooral jonge mensen hebben deze onrust in zich. De een trekt met een rugzak de wereld in, de ander zoekt het in drugs, weer een ander in uitzonderlijk avontuur en het nemen van extreme risico’s en weer anderen zoeken het in sportprestaties of carrière maken. Christelijke ambities komen in dit rijtje zelden voor. Sterker nog het geloof wordt eerder gezien als iets dat je juist troost en comfort biedt.
Onze wereld heeft nood aan idealen en aan mensen die zich daarvoor werkelijk willen inzetten, die zich willen inzetten voor anderen, mensen die niet uit zijn op persoonlijk gewin en persoonlijke roem. Het gaat in het leven niet om het opbouwen van een mooie cv. Het gaat erom werkelijk een bijdrage te leven aan de verbetering van de wereld en aan het geluk van anderen. Daarin ligt onze roeping tot priesters, profeten en koningen. Daarin kunnen we ons ware christenen tonen, navolgers van Jezus Christus.
Het woord is aan jou, aan mij, aan ons. Amen.
“Zij haalden hun schatten te voorschijn en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre.” De wijzen werden vervuld met overgrote vreugde. Zij staan oog in oog met het Kind en vallen op hun knieën neer. Geconfronteerd met de openbaring van het mysterie bieden zij hun geschenken aan het Kind aan. Alles is ons gegeven, niets wezenlijks hebben wij zelf tot stand gebracht. Omdat alles een geschenk is, worden wij zelf ook tot geven gebracht. Ons geven is een antwoord op de geschenken die wijzelf ontvangen.
In ons dagelijkse leven is er steeds meer sprake van ‘voor wat hoort wat’. Ons leven wordt meer en meer bepaald door afspraken en contracten. Ons leven hangt van overeenkomsten aan elkaar. Alles wordt tot handelswaar. Toch worden de meest wezenlijke zaken van ons bestaan ons gegeven. Dat begint al met het leven zelf. Het leven is ons zomaar gratis geschonken. We hebben er helemaal niets voor hoeven doen. Er rust ook geen hypotheek op die we gaandeweg moeten aflossen. We hebben er ook geen zeggenschap over. Op een goede dag – we weten niet wanneer – zullen we het weer teruggeven.
Ook liefde wordt ons gegeven. Liefde is niet te koop. Wel kan een betaalde dienst gepaard gaan met liefde. Hoe belangrijk deze toegevoegde liefde is, zien we bijvoorbeeld in de zorg. Maar ook de wijze waarop in een winkel geholpen worden, is er een voorbeeld van dergelijke liefde. Onze samenleving wordt koud en kil als de liefde en vriendelijkheid eruit verdwijnt. Enkel zakelijkheid levert een onleefbare wereld op. Onze meest innige relaties zijn gebaseerd op de liefde. Dat geldt vooral voor het huwelijk en voor het gezin. Dat geldt voor de familiebanden en vriendschappen. Maar ook collegialiteit en gemeenschapsvorming worden vooral gekenmerkt door de liefde.
Liefde en zakelijkheid kunnen heel goed samengaan. We noemden al de voorbeelden van de zorg en de klantvriendelijkheid. Maar liefde en zakelijkheid kunnen elkaar ook in de weg zitten. Als ze niet goed van elkaar gescheiden blijven, als ze door elkaar lopen en mensen hebben verschillende verwachtingen, kunnen er ernstige conflicten ontstaan. Zo zijn vele familieruzies het gevolg van het verdelen van een erfenis.
Het essentiële van een relatie die op liefde en vriendschap is gebaseerd, is dat het evenwicht tussen geven en ontvangen wordt losgelaten. Over het algemeen willen we graag evenwicht. Een bekend gezegde is dan ook dat de liefde niet van één kant kan komen, maar als het erop aan komt, hebben we daar geen enkel probleem mee. Neem de relatie tussen ouders en kinderen of het geval dat een van de huwelijkspartners ernstig ziek is. Het enige wat de ontvangende partij nog kan doen, is een goede ontvanger zijn.
Onze relatie met God is echt alleen gebaseerd op de liefde. God heeft geen zakelijk belang bij ons. God doet überhaupt niet in zaken. De Schepping is niet zijn bedrijf. De Schepping is geschapen uit liefde. Elk schepsel komt voort uit Gods liefde. Als wij mensen het hoogtepunt van de Schepping zijn, dan is dat omdat wij in staat zijn Gods liefde te beantwoorden. Wij zijn schepselen die ons niet alleen door onze driften laten drijven. Ons mensen is het gegeven elkaar lief te hebben, onze Schepper lief te hebben en ook zijn schepping lief te hebben.
Niet alleen in het Evangelie is er sprake van geven. Ook in de eerste en tweede lezing zijn geschenken aan de orde. In de eerste lezing wordt het volk Israël overladen met geschenken: de schatten van de zee en rijkdom van de volkeren. Zo openbaart de Heer zijn glorie aan hen. Paulus schrijft in zijn brief hoe het mysterie is geopenbaard. Via de apostelen en de profeten wordt de openbaring aan ons doorgegeven. Zo zijn wij in Christus Jezus mede-erfgenamen van Gods belofte.
Alles is ons gegeven, alles is genade. Het is aan ons om er open voor te staan en het te willen ontvangen. Als wij in staat zijn te ontvangen, zijn wij ook in staat zelf te geven. Alles wat ons gegeven wordt, kunnen en mogen wij ook doorgeven en delen met anderen. Amen.