Spring naar inhoud

“Hé raka, kijk uit!” Mt 5,17-37


“Wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin…” Raka wordt op verschillende manieren vertaald als leeghoofd, waardeloze vent of sufferd, maar ook als goddeloze. Raka is een Aramees woord. De taal die Jezus sprak. Hé raka, kijk uit. Zie je niet dat ik eraan kom? Je zou het in onze tijd kunnen horen op het voetbalveld. En op straat in het verkeer, misschien ook wel als twee mensen met een rollator elkaar tegenkomen. Het woord raka leent zich hier goed voor. Het klinkt behoorlijk venijnig. Maar ook al klinkt het dan wel lekker als scheldwoord, het is toch niet extreem beledigend. We horen regelmatig scheldwoorden die mensen echt kwetsen. Toch zegt Jezus dat wie raka tegen iemand zegt gestraft zal worden door de rechtbank, door het Sanhedrin. En wie iemand voor dwaas uitmaakt zal branden in de hel. Dat zijn toch wel stevige straffen voor iets wat we zien als een kleine fout.

We horen Jezus vandaag een aantal voorbeelden geven. Hij zegt wat de wet is en dan komt Hij met een geval dat niet erg ernstig klinkt, maar door Jezus wel als heel erg genoemd wordt. Laten we eerste voorbeeld wat nader bekijken. “Gij zult niet doden.” Dat is één van de Tien Geboden, een gebod dat staat als een huis. Iedereen zal zeggen dat je dat inderdaad niet mag doen. Ook in onze wetgeving staan op moord en doodslag flinke straffen. Onze wetten gaan nog een stapje verder. Ook mishandeling is strafbaar. Iemand ernstig letsel toebrengen, iemand verkrachten, iemand veel leed bezorgen wordt stevig bestraft. Maar het is niet zo dat je voor alles wat je pijn doet, naar de politie kunt stappen. Je gaat geen aangifte doen als iemand je aan je oor trekt of je uitscheldt. Ook als iemand boos op je is, is dat geen reden om de politie te bellen. Daar is de politie niet voor.

Toch zegt Jezus hier dat wanneer iemand boos is op iemand anders, hij strafbaar zal zijn, en ook als hij iemand uitscheldt, hem een raka of een dwaas noemt. Jezus heeft het over situaties die volgens de Joodse wetten en ook volgens onze wetten niet strafbaar zijn. Niet strafbaar zijn betekent echter niet dat het goed is. Jezus laat zien dat er vele gevallen zijn waarvoor je niet door de wet gestraft wordt, maar waarin je toch niet het goede doet. In het Rijk Gods, in een wereld van liefde en geluk hoort dergelijk gedrag niet thuis. En dus zegt Jezus dat ze strafbaar zullen zijn.

Als wij leerlingen van Jezus willen zijn, gelden deze uitspraken ook voor ons. Ook voor ons geldt niet dat alles goed is en mag wat niet verboden is. Nee, heel veel van wat niet verboden is, is niet goed. Van leerlingen van Jezus wordt verwacht dat zij het goede doen. In onze samenleving gaan we zeker niet altijd vriendelijk met elkaar om. Je hoort regelmatig klagen over de verruwing van onze samenleving. We leven met veel mensen op een klein stukje grond en dat geeft nogal eens ergernis. Iedereen ergert zich weleens aan het gedrag van anderen. Iedereen heeft wel eens zin om hartgrondig raka te roepen.

Misschien zijn het verkeer en de sportvelden daar wel de duidelijkste voorbeelden van. Mijn vrouw zegt weleens: “Je bent altijd zo vriendelijk en rustig, maar in de auto is dat plotseling verdwenen.” Zowel in het verkeer als op de sportvelden zie je ook dat de grens tussen wat wel en niet kan dun is. Voordat je het weet ben je je niet alleen aan het ergeren. Je wordt boos, je gaat schelden en je gaat nog ergere dingen doen. Voordat je het weet ga je een grens over en doe iets waar je later behoorlijk spijt van hebt.

Het is best lastig om je nooit aan anderen te ergeren. De mensen om je heen zijn net als jezelf nu eenmaal niet volmaakt. Maar we zijn niet op de wereld om ons aan elkaar te ergeren, om boos op elkaar te zijn en erger nog om elkaar te haten. Wij zijn als broeders en zusters van elkaar geschapen. Wij zijn geschapen voor de liefde, geschapen om elkaar lief te hebben. Dat is wat Jezus ons voortdurend weer wil leren.

Wetten, geboden en verboden zijn belangrijk. Zij geven uiterste grenzen aan. Het zijn richtingaanwijzers in ons leven. Maar uiteindelijk moeten we ons laten leiden door de liefde voor elkaar. Liefde vraagt dat we elkaar om vergeving vragen. Liefde vraagt dat we elkaars fouten vergeven. Liefde vraagt dat we onze ergernis ombuigen naar respect, geduld en mededogen voor elkaar. Liefde vraagt dat we ons telkens weer met elkaar verzoenen, dat we de relaties met andere mensen telkens weer herstellen en goed maken. Jezus leert ons elkaar lief te hebben. Amen.

Alleen liefde heeft toekomst

Auteur: Yves Bériault
Titel: Alleen liefde heeft toekomst: De getuigenissen van Etty Hillesum en Christian de Chergé
Uitgever: Berne Media, 2019
Prijs: € 16,90
ISBN: 978 90 8972 356 7
Aantal pagina’s: 141

Volgens Christian de Chergé heeft alleen de liefde toekomst en Etty Hillesum schrijft dat de liefde de enige oplossing in deze wereld is. Beiden “hebben stand gehouden in hun vastbeslotenheid in niets toe te geven aan de haat”. Beiden zijn net als Jezus de weg van de liefde tot het uiterste gegaan, niet als een gewenst martelaarschap maar als een onvermijdelijke weg.

Yves Bériault laat “zien dat Etty Hillesum en Christian de Chergé, die twee getuigen van onze tijd, ondanks hun diepe verschillen hand in hand gaan”. De Jodin Hillesum werd in 1943 in Auschwitz vermoord en de monnik De Chergé samen zes medebroeders in 1996 in Algerije. Beiden “hebben op een radicale en onomkeerbare manier geworsteld met het mysterie van het kwaad… Het zijn twee zeer verschillende routes, maar het geloof in God speelt er een bepalende rol in.” Beiden leefden vanuit de Bron die liefde is. De dominicaan Bériault brengt met dit mooie en makkelijk leesbare boek hoop en inspiratie in onze verdeelde wereld.

Paulus: Een biografie

Auteur: Tom Wright
Titel: Paulus: Een biografie
Uitgever: Van Wijnen, 2019
Prijs: € 29,95
ISBN: 978 90 5194 555 3
Aantal pagina’s: 461

Tom Wright beschrijft de jonge Saulus als een man met een hoofd vol Bijbelkennis en een hart vol van ijver die trouw is aan de ene God. Evenals vele joodse tijdgenoten leefde Saulus in de hoop op een reddingsactie van God. Er was vergeving nodig. Dan zouden hemel en aarde weer een zijn en zouden Godstijd en de menselijke tijd samenvallen.

Op weg naar Damascus wordt het Saulus duidelijk dat in Jezus Christus hemel en aarde samenvallen. Met de vergeving van de zonden is er een nieuwe realiteit ontstaan. Na een periode van ongeveer tien jaar volgt hij zijn roeping en begint hij een leven als rondtrekkende missionaris. Door de beperkte tijd en middelen die Paulus heeft, beseft hij dat hij de mensen moeten leren hoe ze moeten denken, in plaats van wat ze moeten denken.

De Anglicaanse theoloog is zoekt antwoorden op de vragen wat dreef Paulus en hoe verklaren wij zijn succes. Hij beschrijft het leven van Paulus op een enthousiaste en meeslepende wijze. Hiermee trekt hij je het verhaal in. Het is een goed leesbaar en toegankelijk boek. Een aanrader voor iedereen die meer over Paulus wil weten.

Het boek leent zich er goed voor om met een aantal mensen te lezen en te bespreken om op die manier Paulus beter te leren kennen. Hieronder zijn per hoofdstuk een aantal vragen geformuleerd om het gesprek richting te geven.

Inleidende vragen
Wat verwachten we van het boek en van deze bijeenkomsten? Hoe zie je Paulus?

Inleiding en Hoofdstuk 1
1. Met welke denkbeelden en vragen leefden de eerste christenen?
2. Welke verwachtingen vanuit het jodendom droeg Paulus met zich mee?
3. Wat is je eerste indruk van Paulus?

Hoofdstuk 2 Damascus
1. Wat houdt de bekering van Paukus in?
Hoofdstuk 3 Arabia en Tarsus
1. Wat zoekt Paulus in Arabia?
2. Wat doet Paulus in Tarsus?
3. Wat zijn de thema’s van de christelijke theologie in wording?

Hoofdstuk 4 Antiochië
1. Wat is het probleem in Antiochië?
2. Wat is er volgens Barnabas nodig?
3. Hoe werkt de H. Geest?
4. Wat gebeurt er in Jeruzalem?

Hoofdstuk 5 Cyprus en Galatië
1. Waarom maakt Paulus zoveel reizen? Wat dreef hem?
2. Wat verklaart zijn succes?
3. Op welke basis kiest hij zijn reisdoelen?
4. Waarom begint hij altijd in de synagoge?

Hoofdstuk 6 Antiochië en Jeruzalem
1. Waarom leidt het optreden van Paulus overal tot problemen?
2. Welke gebeurtenissen veranderen de situatie?
3. Waar draait de confrontatie met Petrus om?
4. Wat zijn de belangrijkste thema’s in de brief aan de Galaten?
5. Wat gebeurt er in Jeruzalem?

Hoofdstuk 7 Naar Europa
1. Waar gaat de ruzie tussen Paulus en Barnabas over?
2. Mogelijke boodschap van Lucas met de omzwervingen in Klein-Azië?
3. Waarom moet Timoteüs besneden worden?
4. Wat typeert de situatie in Filippi?
5. Wat zijn de verschillende betekenissen van het woord ‘redding’?
6. Hoe gaat het in Tessalonica en Berea?

Hoofdstuk 8 Athene
1. Waarom voert Paulus het woord op de Areopagus?
2. Wat zijn de ideeën die er in Athene leven?
3. Wat brengt Paulus daar tegenin? (Hnd 17,22-31)

Hoofdstuk 9 Korinte I
1. Wat vind je van Korinte?
2. Hoe komt Paulus aan in Korinte?
3. Wat is het kerygma bij Paulus: de kern van het Evangelie?
4. Wat schrijft Paulus in de eerste brief aan de Tessalonicenzen?
5. En wat in de tweede?
6. Hoe reageren de Joden in Korinte?
7. Wat is er te zeggen over het plotselinge vertrek uit Korinte?

Hoofdstuk 10 Efeze I
1. Wat is er met Paulus in Efeze aan de hand?
2. Wat is er volgens Wright in Efeze en Korinte gebeurd?

Hoofdstuk 11: Efeze II
1. Wat is de bestemming van het geld dat uit Filippi wordt gebracht?
2. Wat vind je van het gedicht over Jezus? Wanneer lezen we dat in de liturgie?
3. Hoe probeert Paulus de lezers van zijn brief op het goede spoor te krijgen?
4. Wie zijn de honden met hun kwalijke praktijken (Fil 3,2)?
5. Hoe kunnen de Filippenzen Christus navolgen?
6. Wie is Onesimus? Wat vindt Paulus van slavernij?
7. Wat schrijft Paulus aan de Kolossenzen?
8. Wat schrijft Paulus aan de Efeziërs?

Hoofdstuk 12: Korinte II
1. Vanuit welke situatie schrijft Paulus de tweede brief aan de Korintiërs?
2. Wat is het onderliggende thema van deze brief?
3. Hoe denkt Paulus over de wederkomst van Christus?
4. Wat motiveert Paulus?
5. Waarom past Paulus niet in gangbare beeld van de Korintiërs?
6. Wat is de doorn in het vlees van Paulus?
7. Waarover schrijft Paulus aan de Romeinen?
8. Wat zijn de vier thema’s?

Hoofdstuk 13: Opnieuw Jeruzalem
1. Waarom organiseert Paulus de inzameling voor Jeruzalem?
2. Wat gebeurt er onderweg naar Jeruzalem?
3. Hoe werd Paulus in Jeruzalem ontvangen?
4. Wat gebeurt er in Caesarea?
5. Wat zegt Paulus tegen Agrippa?

Hoofdstuk 14: Van Caesarea naar Rome – en verder
1. Wat is het Bijbelse beeld van de zee? Hoe komt dit terug in de tekst van Handelingen?
2. Hoe gedraagt Paulus zich tijdens de zeereis?
3. Hoe vergaat het Paulus in Rome?
4. Hoe is het volgens Tom Wright met Paulus afgelopen?

Hoofdstuk 15: Paulus blijft uitdagen…
1. Wat dreef Paulus?
2. Hoe kon Paulus zoveel bereiken?
3. Waarom is Paulus tegenwoordig niet populair?

De Heer ontmoeten; Hb 2,14-18; Lc 2,22-40

Jezus heeft ons bestaan willen delen. Hij verbindt zijn leven met ons leven. Daarbij kiest Hij niet voor een leven onder de rijken en de machtigen. Hij kiest voor een leven onder de armen en de geringsten. Vandaag lezen we hoe Hij naar de tempel gebracht wordt. Samen met zijn moeder ondergaat Hij het reinigingsritueel. Als eerstgeborene wordt Hij aan God toegeheiligd. Het offer dat gebracht wordt, is het offer van de armen: twee tortels.

Zo laat Hij zich kennen: niet als groot en machtig, maar als arm en klein. Zoals Hij eerder in de kribbe werd gelegd, ligt Hij nu in de armen van Simeon. Jezus verbindt zijn leven met ons leven. Hij is in alles solidair met ons. In alles is Hij gelijk geworden aan zijn broeders en zusters. Hij deelt ook onze tegenslagen, ons lijden en ons sterven. Hij verbindt zich geheel met ons. Zo kunnen wij Hem ontmoeten en zo kunnen wij ons met Hem verbinden. Doordat wij met elkaar verbonden zijn en één gemeenschap vormen kan Jezus als één van ons onze voorman en leider zijn. Zo behartigt Hij – als een medelijdend en getrouw hogepriester – onze belangen bij God. Vanuit zijn nederigheid is Jezus een licht voor de heidenen en een glorie voor Israël. Hij is het heil voor alle volkeren. Hij brengt bevrijding aan Jeruzalem en aan heel de mensheid.

Het heil der mensen is niet veraf maar dichtbij. De mensgeworden Zoon van God is onder ons. Hij is voor ons toegankelijk en benaderbaar. Als mens is Jezus een medemens voor iedereen en kan iedereen een relatie met Hem aangaan. Ieder doet dat op zijn eigen wijze. Voor Simeon is er een andere weg dan voor Hanna. Simeon heeft een godsspraak van de heilige Geest ontvangen. Hem is de belofte gedaan dat hij de Gezalfde des Heren zal aanschouwen. Nu het moment daar is, wordt Simeon opnieuw door de Geest gewaarschuwd. De Geest drijft hem naar de tempel om daar Jezus te ontmoeten. Hoe anders is het verhaal van Hanna. Evenals Simeon heeft zij niet lang meer te leven. Maar zij hoeft niet door de Geest naar de tempel gedreven worden. Zij is er voortdurend. Zij dient God dag en nacht door vasten en gebed.

Simeon is een brave man: wetgetrouw en vroom. De ontmoeting met Jezus komt min of meer op zijn pad. Hij hoeft zich er niet voor in te spannen. Hij hoeft maar af te wachten en krijgt een seintje als het zover is. Hanna daarentegen heeft een zwaar leven achter de rug en is als vierentachtigjarige nog steeds driftig op zoek naar de Heer. Het is voor haar hard werken: vasten en bidden. Hoe verschillend deze twee mensen ook mogen zijn, er zijn ook belangrijke overeenkomsten. Beiden leven zij met hoop en in het vertrouwen dat God de wereld zal redden. Beiden staan zij open voor het mysterie en voor de ontmoeting met de Heer. Beiden kunnen zij zich niet stilhouden als zij het Heil aanschouwen. Simeon verkondigt Gods lof en Hanna spreekt over het kind tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachten.

Zo mogen ook wij op zoek gaan naar Jezus en naar zijn rol in ons leven. Ieder doet dat op zijn eigen wijze, maar voor ons allen is het een weg van hoop en van vertrouwen. Als wij ons openstellen voor het mysterie zullen we de Heer ook daadwerkelijk in ons leven ontmoeten. Dan zullen wij in staat zijn Jezus werkelijk te leren kennen. Als leerlingen van Jezus willen ook wij dit geluk niet voor ons zelf houden. De ervaring van het heil en de genade brengen ons in beweging. Het is echter ook een ervaring die rust geeft. Zoals Simeon het verwoordt geeft het vrede en neemt het de angst voor lijden en sterven weg. Als wij kunnen leven zonder angst voor lijden en sterven als wij op deze manier rust vinden bij God dan is ons leven goed en gelukkig, dan is er ook geen noodzaak voor vroegtijdige beëindiging van ons leven, dan leggen we vol vertrouwen ons leven in Gods handen.

Leerling zijn van Jezus geeft rust, maar het maakt ook onrustig. Leerling zijn van Jezus betekent ook dat we niet kunnen zwijgen, dat we het goede nieuws, de Blijde Boodschap moeten verkondigen. Leerling zijn van Jezus betekent dat we ons geluk met anderen willen delen. Iedereen moet het weten want het heil is er voor alle volkeren, het heil is er voor alle mensen. Amen.

“Zij waren buitengewoon vriendelijk voor ons”; Hnd 27,18-28,10; Mc16,14-20

“De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk: ze verwelkomden ons en staken een vuur aan omdat het was gaan regenen en het koud was.” En over het vertrek van Paulus en zijn reisgenoten lezen we: “Ze overlaadden ons met eerbewijzen en voorzagen ons bij ons vertrek van alles wat we nodig hadden.” Kortom: “Zij waren buitengewoon vriendelijk voor ons.” Gastvrijheid en vriendelijkheid het zijn daden van liefde. Paulus weet wat liefde is. Hij heeft Gods liefde nadrukkelijk ervaren. Hij kent de bevrijdende kracht van Gods liefde, die in Jezus Christus zichtbaar is geworden en in Hem aan heel de mensheid geopenbaard is. Voor Paulus is de verkondiging van het geloof in Jezus Christus en van zijn Blijde Boodschap een daad van liefde. Paulus wil de liefde die hij heeft ervaren, delen met alle mensen.

Dit verhaal uit Handelingen laat ook zien dat gastvrijheid en vriendelijkheid universele waarden zijn. Paulus is op zijn reizen op vele verschillende manieren verwelkomd. Hier proef je tussen de regels door, dat hem toch wel verbaast hoe buitengewoon gastvrij en vriendelijk zij op Malta worden ontvangen. In de heidense wereld was dat niet zo gebruikelijk. Maar hier zien we dat ook mensen die ze de Blijde Boodschap van Christus niet kennen, toch door concrete daden kunnen getuigen van Gods liefde. Ook hun gastvrijheid en vriendelijkheid maken iets duidelijk van Gods liefde.

Bij het lezen van dit verhaal over schipbreukelingen op de Middellandse Zee gaan de gedachten onwillekeurig uit naar de velen die in onze tijd deze zee opgaan en daar vervolgens schipbreuk lijden. Hoe gastvrij en vriendelijk is het huidige Europa, waar in alle uithoeken de Blijde Boodschap van Jezus Christus verkondigd is? Paus Franciscus sprak hier afgelopen woensdag over. In zijn catechese aansluitend bij de Week van de Eenheid zei hij het volgende. “Overal ter wereld ondernemen migranten, mannen en vrouwen, gevaarlijke reizen om te ontsnappen aan het geweld, om te ontkomen aan oorlog, om armoede te ontvluchten. Vaak kunnen ze niet aanleggen in havens. Spijtig genoeg ervaren ze ook de slechtere vijandigheid van mensen. Ze worden door misdadige smokkelaars uitgebuit. Vandaag! Door sommige overheden worden ze behandeld als nummers, als een bedreiging. Vandaag! Soms werpt de ongastvrijheid hen als een golf terug naar de armoede of naar de gevaren waaraan ze ontsnapt waren.”

We mogen ons daadwerkelijk afvragen: hoe christelijk is Europa nog? Sterker nog, wij moeten ons afvragen: hoe christelijk zijn wijzelf? Europa wordt toch echt niet geregeerd door alleen maar goddelozen. Hoe staat het met onze eigen gastvrijheid en vriendelijkheid? Tot hoever zijn wij in staat tot daden van liefde? Daarvoor moeten we niet alleen kijken naar onze bereidheid te geven. We moeten ook kijken naar onze bereidheid te ontvangen.

Gastvrijheid en vriendelijkheid zijn daden van liefde. Liefde bestaat alleen in relaties tussen mensen. Liefde is belangeloos geven en liefde is ook onvoorwaardelijk ontvangen. Wie geen liefde kan ontvangen, kan ook geen liefde geven. Ook iets van iemand ontvangen en daar werkelijk dankbaar voor zijn, is zeer zeker een daad van liefde. Daarmee toon je je afhankelijkheid en verbondenheid naar elkaar. Dankbaarheid bevrijdt ons van het idee van ‘voor wat hoort wat’. Zij bevrijdt ons van de verplichte wederkerigheid.

Wij hebben er vaak moeite mee, als iemand ons iets geheel belangeloos geeft. Hoe vaak hoor je niet iemand roepen bij het krijgen van een geschenk: “dat had je niet moeten doen”. Dat laatste zeg je misschien omdat je denkt dat je nu de ander iets schuldig bent, want ‘voor wat hoort wat’. Het geven is dan onderdeel van wederkerige afhankelijkheid, waarbij het van groot belang is dat het evenwicht tussen beide partijen blijft bestaan. Dit is een prima mechanisme als je met elkaar zaken doet of wanneer staatshoofden bij elkaar op bezoek gaan. maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag gaat niet over zaken doen, maar over daden van liefde. Kinderen gaan daar heel anders mee om. Kinderen roepen niet: “dat had je niet moeten doen”. Kinderen zijn meestal gewoon blij met wat ze krijgen. Ze zouden ook blij zijn als het cadeau twee keer groter zou zijn. Ze nemen een geschenk aan en zijn dankbaar. Ze vragen zich niet af wat ze terug moeten doen of wat er achter zit.

Daden van liefde verbinden mensen met elkaar. Ze maken onze onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid zichtbaar. Daden van liefde bouwen een netwerk van liefde op. En zo ontstaat er een beschaving van liefde. De liefde vormt de kern van een christelijke beschaving. Zonder daden van liefde vallen we terug naar de tijd van het heidendom. Als wij voortdurend onafhankelijk van anderen willen zijn en steeds de nadruk leggen op onze zelfredzaamheid, als dat het hoogste doel in ons leven is en als we daarom niet willen ontvangen, kunnen we ook niet geven. Als al ons handelen bepaald wordt door het marktdenken, als we bij alles denken ‘voor wat hoort wat’, verdwijnt met de liefde ook het christendom uit onze cultuur. Dan zijn we terug bij af. Dan zullen we opnieuw heel de wereld rond moeten trekken om het goede nieuws aan ieder schepsel bekend maken.

Paulus heeft Gods liefde in zijn leven mogen ervaren. Hij was ook in staat de gastvrijheid en vriendelijkheid van de Maltezers te zien als een blijk van Gods liefde voor alle mensen. Paulus heeft deze liefde beantwoord met wonderbaarlijke genezingen die God door Paulus bewerkt. Paulus beantwoordt de liefde – niet in de zin van ‘voor wat hoort wat’ – maar omdat liefde steeds weer liefde oproept.

Vandaag zijn wij hier als christenen van verschillende kerken in liefde met elkaar verbonden. Vanuit die liefde die God ons geeft, mogen wij weer liefde aan onze medemensen schenken. Straks kunnen wij in deze viering onze gastvrijheid en vriendelijkheid en onze verbondenheid met vluchtelingen tastbaar maken. Amen.

Hij is het! Joh 1,28-34

Jezus en Johannes de Doper zijn achterneven van elkaar. Hun moeders Maria en Elisabeth zijn elkaars nichten. Lucas vertelt ons dat Maria Elisabeth bezoekt als zij zwanger is van Johannes. Verder weten we niet hoe de twee achterneven met elkaar omgingen. Zagen ze elkaar regelmatig? Zijn ze samen opgegroeid? Ze woonden in hun jeugd op een flinke afstand van elkaar: Jezus in Nazareth en Johannes ergens in het bergland van Juda. Dat vroeg een voetreis een enkele dagen. Dus zullen ze elkaar zeker niet dagelijks gezien hebben. Wat we wel met enige zekerheid kunnen aannemen, is dat ze beiden ieder jaar voor het joodse Paasfeest naar Jeruzalem reisden. Zo’n jaarlijkse bedevaart is natuurlijk een gelegenheid bij uitstek om de familiebanden te onderhouden en te versterken. Lucas schrijft dat Johannes van vreugde opsprong in de buik van zijn moeder op het moment dat Maria en Elisabeth – beiden zwanger – elkaar ontmoeten. Elisabeth zal dit later vast aan haar zoon verteld hebben en hem ook verteld hebben welke bijzondere ervaring deze ontmoeting voor haar was. Zo wist Johannes al jaren dat zijn achterneef Jezus een bijzondere man is.

En dan is daar dat moment bij de Jordaan. Twee mannen – nu beiden dertigers –ontmoeten elkaar weer. Johannes weet zich geroepen zijn volk op te roepen tot bekering. Over zichzelf zegt Johannes: “Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: Maakt de weg recht voor de Heer!” Johannes ziet zichzelf als de wegbereider voor iemand die groter is dan hij. Dan komt daar Jezus aan en vraagt aan Johannes om gedoopt te worden. In de Evangelie volgens Matteüs hoorden we vorige week, dat Johannes dit eigenlijk niet wil. Niet hij moet Jezus dopen, maar Jezus moet hem dopen.

Ik probeer me dat voor te stellen. Johannes staat daar in de Jordaan vol overtuiging de mensen te dopen en dan komt daar zijn achterneef aan lopen. Hij kent hem van de Paasfeesten in Jeruzalem en hij kent Hem uit de verhalen van zijn moeder Elisabeth. Jezus vraagt aan Johannes “wil je Mij ook dopen” en Johannes heeft het gevoel ‘hier klopt iets niet’ en hij protesteert. Maar Jezus houdt aan en Johannes geeft toe.

Vandaag horen we Johannes getuigen van deze gebeurtenis. Weer komt daar zijn achterneef aanlopen. Maar nu zijn Johannes de ogen opengegaan. Destijds wist hij niet wat hij met Jezus aan moest. Hij zegt daarover: “Ook ik kende Hem niet.” Johannes kende Jezus wel als mens, maar hij kende Hem niet als de Zoon van God. Dat gebeurde tijdens de doop in de Jordaan. Toen zag Johannes de Geest van God op Jezus neerdalen en blijven rusten. Plotseling dringt het tot Johannes door: Hij is het!

Johannes heeft hier een ervaring die wij mensen allemaal wel eens hebben. Plotseling valt het kwartje. Plotseling zie je wat er aan de hand is. Plotseling besef je dat die aardige vriendin je vrouw moet worden. Plotseling weet je dat die collega van de vierde etage je man moet worden. Plotseling weet je wat je met je leven aan moet, wat je roeping is. Daar kunnen vele jaren aan vooraf gaan. Jaren van zoeken, jaren van vermoeden maar niet zeker weten, jaren van de moed niet hebben om een radicale keuze te maken. Het zijn jaren die we nodig hebben om wijzer te worden, te rijpen en te groeien, jaren om tot een werkelijke overtuiging te komen. Het zijn zeker geen verloren jaren, ook al snap je later niet dat het zolang moest duren. Vaak hebben we zetje nodig om de juiste weg in ons leven te vinden. Iemand spreekt lovende woorden over die collega van de vierde etage en jij krijgt een kop als een boei. Plotseling is daar het moment dat het kwartje valt. Je ziet iets op de televisie of je leest een boek en dan dringt tot je door wat jou te doen staat, wat jouw roeping is.

Zo kan het ook gaan met het geloof. Je wist altijd al dat er wel “iets” moest zijn, maar je begreep het niet. Je hebt een vaag gevoel, maar het wil maar niet concreet worden. Dan kom je iemand tegen die je over Jezus vertelt en wat Jezus voor hem betekent. Plotseling dringt het tot je door dat het zogenaamde “iets” heel concreet is: Hij is het! Jezus Christus is de Zoon van God. In Hem zie je God zelf. Hij is de openbaring van de liefde van God. Jezus maakt je vrij. Jezus is je weg door het leven. Plotseling gebeurt dat wat ook Johannes de Doper overkwam.

Zo’n moment van bekering is er niet alleen voor onkerkelijken. Ook wij katholieken hebben wel eens zo’n ervaring nodig. Ons geloof kan een gewoonte worden, een sleur. We doen braaf wat er van ons gevraagd wordt, maar de bezieling ontbreekt. Dan wordt het hoog tijd voor een nieuwe kennismaking met Jezus. Willen wij werkelijk zijn leerlingen en volgelingen zijn is het nodig Hem steeds weer opnieuw te ontmoeten. Het vraagt dat we Hem steeds weer opnieuw leren kennen. Steeds weer zullen we Hem ook weer met andere ogen zien. Telkens weer krijgt Hij dan weer een nieuwe betekenis voor ons.

Het is zoals met die collega van de vierde etage. Ook als je gelukkig met elkaar getrouwd bent, moet je blijven werken aan je relatie en elkaar steeds weer opnieuw vinden. Dat geldt ook voor ons leerling zijn en voor onze relatie met Jezus. Amen.

Openbaring; Ef 3,2-3a.5-6; Mt 2,1-12

De Wijzen uit het oosten volgen een ster. Een licht wijst hen de weg. Zij zijn op zoek naar de pasgeboren koning. Mensen zijn op zoek naar het licht, zij zijn op zoek naar waarheid. Dat was 2000 jaar geleden al zo met de drie wijzen. Altijd – vanaf het allereerste begin tot op de dag van vandaag – willen mensen weten hoe het zit.

In onze huidige cultuur verwachten velen dat de wetenschap hen precies zal kunnen vertellen hoe het zit. En als dat vandaag nog niet lukt dan zal dat binnenkort wel het geval zijn. Inderdaad verklaren wetenschappers ons op vele gebieden hoe de wereld in elkaar zit en hoe het werkt. Er is echter naast de vraag naar hoe het zit, ook de vraag naar het waarom. Waarom bestaat de wereld? Waarom besta ik? Waarom houd ik van andere mensen? Waarom is iets goed of mooi? Dit zijn vragen waar de wetenschappen geen antwoord op hebben. Deze vragen zijn ook geen onderwerp van wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappers hebben hierop geen andere antwoorden dan u en ik.

Kennis over het waarom vinden we niet in de wetenschap. Deze kennis wordt alleen verkregen door openbaring, door een bijzondere ervaring van mensen. Over deze kennis spreekt Paulus in zijn brief aan de christenen van Efeze. Paulus schrijft: “door openbaring is mij de kennis van het geheim meegedeeld”. Het Griekse woord mystérion is hier vertaald met geheim. Liever gebruik ik hier het woord mysterie. Een geheim is vooral iets wat we niet weten, terwijl een mysterie meer iets is wat we niet begrijpen. Denk bijvoorbeeld aan de woorden na de Consecratie: “Verkondigen wij het mysterie van het geloof.” We hebben het dan niet over een geheim. Het moet ook helemaal niet een geheim zijn. Sterker nog het mysterie moet verkondigd worden. Paulus heeft zijn kennis niet verkregen door studie en ook niet door wetenschappelijk onderzoek maar door openbaring. Deze kennis wordt ons door de Geest geopenbaard.

Deze brief van Paulus gaat over het mysterie van de verlossing van de mens in en door Jezus Christus. Deze verlossing geldt niet alleen voor het uitverkoren volk van Israël. De verlossing die Christus brengt, is er voor alle mensen, ook voor de heidenen. In Jezus Christus zijn de heidenen mede-erfgenamen. Zij zijn medeleden en mededeelgenoten van de belofte. De Blijde Boodschap is er voor alle mensen. Zij wordt aan alle mensen geopenbaard.

De Wijzen volgen een ster. De ster is voor hen een teken. De werkelijke openbaring aan de Wijzen is op het moment dat zij het huis binnengaan en het Kind en zijn moeder Maria zien. Dan vallen zij op hun knieën en brengen het Kind hun hulde. Op dat moment ervaren zij dat dit Kind meer is dan een gewone pasgeboren koning. Openbaring is een veel voorkomende menselijke ervaring. Ieder van ons kent het. Iedereen kent de ervaring van een onverwacht inzicht. Op zo’n moment zie je plotseling alles helder. Alles valt op zijn plaats. Het zijn momenten van liefde, momenten waarop wij ons innig verbonden voelen met de mensen om ons heen. Het zijn momenten van waarheid, momenten ook van geluk.

De apostel Johannes leert ons dat God liefde is. Hij schrijft: “Iedereen die liefheeft is een kind van God, en kent God.” (1 Joh 4,7) In onze liefde voor elkaar leren wij God kennen. In de liefde wordt God aan ons geopenbaard. In de liefde wordt ook Gods Zoon Jezus Christus aan ons geopenbaard. Jezus is de weg van de liefde tot het uiterste gegaan. Hij verlost ons van onze zelfgerichtheid en opent onze harten voor elkaar. Hij verlost ons en maakt ons tot vrije mensen, tot mensen die tot werkelijke liefde in staat zijn.

Jezus heeft met zijn menswording, zijn leven, dood en verrijzenis alle mensen, heel de mensheid verlost. Bij zijn hemelvaart geeft Hij zijn leerlingen de opdracht alle volkeren tot zijn leerlingen te maken. Hij vraagt aan ons om de mensen om ons heen tot zijn leerlingen te maken. Wat begon met de openbaring aan de Wijzen mogen wij verder voortzetten. Zoals er eens een heldere ster aan de hemel stond, mogen wij op onze beurt een licht zijn in onze eigen omgeving. Wij mogen ons licht laten schijnen en zo Gods liefde voor alle mensen openbaren. Alles wij elkaar liefhebben wordt God niet alleen aan ons geopenbaard. Door onze daden van liefde zijn wij ook een teken voor anderen. Onze liefde is een licht en teken in deze wereld. Onze liefde brengt anderen tot God en tot zijn Zoon Jezus Christus. Dat is geen geheim, maar wel een mysterie.

Ik wens u allen een Zalig Nieuwjaar. Amen.

Bron en de basis van ons leven; Js 52,7-10: Hb 1,1-6; Joh 1,1-18

De apostel Johannes schrijft: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” Gods Zoon is mens geworden. Jezus Christus is een van ons. Hij is mens zoals wij. Hij heeft ons leven geleefd. Jezus is de mens geworden Zoon van God. De apostel Paulus gebruikt de woorden uit Psalm 2: “Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.” De profeet Jesaja schrijft: “De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren; en alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God aanschouwd.” Iedereen moet weten dat Gods Zoon mens geworden is. Vannacht hoorden we het Kerstverhaal volgens Lucas. Toen hoorden we: “Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer…” Jezus Christus is onze redder en bevrijder. Hij verlost ons van het kwaad. Paulus schrijft dat Jezus de reiniging van de zonden heeft voltrokken.

Jezus Christus is de bron en de basis van ons leven. “Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.” In Hem en door Hem heeft God alles geschapen. Zelf zal Jezus aan het einde van zijn leven zeggen: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wij mensen zijn geschapen uit liefde en geschapen voor de liefde. Wij zijn ook geschapen met een vrije wil. Bovenal zijn wij geschapen als mensen. Wij zijn mensen met onze goede kanten, maar ook met onze tekortkomingen. Onze vrije wil stelt ons in staat om lief te hebben en om het goede te doen. Wij hebben ook de vrijheid om tegen de liefde en tegen het goede in te gaan. We zijn ook in staat te kiezen voor het kwaad.

Om ons te verlossen, om ons te bevrijden van het kwaad is Jezus mens geworden, heeft Hij als mens onder de mensen geleefd en heeft Hij geleden en is Hij gestorven. God heeft het leven van de mens aangenomen. Hij is naar ons mensen afgedaald, maar daarmee verheft Hij ook de mens naar een hoger niveau. Wij leven niet langer in slavernij, maar zijn vrije mensen. Wij zijn niet langer slaven van onze driften, maar zijn in staat onze driften te ontstijgen en te beteugelen. Wij zijn niet langer slaaf van onze zelfgerichtheid, maar zijn in staat ons op anderen te richten. Wij zijn in staat tot werkelijke liefde voor onze medemens.

Jezus Christus is de bron en de basis van ons leven. Met zijn menswording heeft Hij ons leven op een hoger plan gebracht. Hij heeft ons laten zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor komt, hoe je werkelijk een vrij mens bent. Jezus koos radicaal voor de liefde, voor de waarheid en voor de vrijheid. Het kostte Hem zijn leven. Hij werd gekruisigd en werd begraven. Deze radicale keuze maakte Hem ook meester over de dood. God deed Hem uit de doden opstaan. Toen “heeft Hij zich neergezet aan de rechterzijde van de majesteit in den hoge, ver verheven boven de engelen… Alle engelen Gods moeten Hem hulde brengen.” Met Pasen vieren wij deze bekroning van het leven van Jezus. Pasen is de bekroning van Kerstmis. Met Kerstmis vieren wij de komst van het Licht in de wereld: “het ware Licht dat iedere mens verlicht”. Met Pasen ontsteken we de Paaskaars: Christus, het Licht van de wereld.

Niet iedereen erkent dit Licht. Sommigen zijn verblind door het kwaad, anderen wenden zich af van het Licht. “Aan allen echter die Hem wel aanvaarden, aan hen die in zijn Naam geloven gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden.” Door te geloven worden wij herboren. Door te geloven worden wij opnieuw verwekt en uit God geboren.

Jezus heeft ons gered en bevrijd. Hierdoor zijn wij in staat zelf brengers van het licht te zijn. Wij zijn in staat zijn liefde voor ons door te geven door onze medemensen lief te hebben. Door onze medemensen lief te hebben, ervaren wij zijn liefde voor ons. Dan is zijn liefde voor ons de drijvende kracht in ons leven die ons hart opent voor onze medemensen. Dan leven we als leerlingen van Jezus het Evangelie. Het Evangelie leven is leven zoals Jezus ons heeft verkondigd en zoals Hij ons heeft voorgedaan. Wij mogen op onze beurt zijn Evangelie verkondigen aan onze medemensen. Wij mogen op onze beurt laten zien wat het betekent te leven in liefde en waarheid, te leven als werkelijk vrije mensen.

Een paar weken geleden was ik in de Martinus met kinderen in gesprek. Zij hadden toen even geen antwoord op mijn vraag. Ik heb ze gezegd dat het goede antwoord bijna altijd ‘Jezus’ is. Uit de inleiding van pastor Olsthoorn heeft u natuurlijk al begrepen, dat ook vandaag Jezus het antwoord is op al onze vragen.

Jezus Christus is de bron en de basis van ons leven. Jezus brengt ons leven en Hij brengt ons vreugde. Hij maakt ons vrij en maakt ons leven tot een feest. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Richting het Licht; Js 9,1-3.5-6; Lc 2,1-14

Plotseling is het een en al licht. Midden in de nacht verschijnt een engel aan de herders. Zij worden omstraald door de glorie des Heren. De herders zien het licht en zij gaan op zoek naar de bron van dit licht. Jesaja schrijft over een volk dat in het donker wandelt. In het donker zien zij een groot licht: licht in de duisternis, licht dat blijdschap en vreugde brengt, licht dat bevrijdt.

Het is een beweging van twee kanten: het licht schijnt in de duisternis en de mens zoekt het licht. Voortdurend zoekt de mens naar het licht van vrijheid en vrede, het licht van blijdschap en vreugde, het licht van geluk. Het licht verschijnt en de mens gaat richting het licht. Ook in onze relatie met God zijn er twee bewegingen. Wij mensen verlangen naar God en zoeken Hem. Maar ook God is op zoek. Hij zoekt ons mensen en Hij zoekt onze liefde voor Hem. Het is als twee geliefden die elkaar nog niet echt gevonden hebben. Ze verlangen naar elkaar en zoeken elkaar. Ze zoeken naar een antwoord op hun liefde.

Je eigen zoektocht heb je redelijk onder controle. Je zoekt wanneer het jou goed uitkomt en wanneer je daarvoor in de juiste stemming bent. Maar ondertussen is die ander op zoek naar jou. Die ander kan elk moment plotseling voor je deur staan. De zoektocht van de ander heb je in het geheel niet onder controle. Daar word je plotseling mee geconfronteerd, ook als het je even niet uitkomt en je hoofd er even niet naar staat.

En juist dat plotselinge moment kan essentieel zijn voor het verloop van de verdere liefdesgeschiedenis. Juist je reactie op dat onverwachte moment kan ervoor zorgen dat het een gelukkige of een ongelukkige liefde wordt. Kortom op dat cruciale moment wil je er klaar voor zijn. Op dat moment wil je geen fouten maken, maar juist op je best tevoorschijn komen.

De dag van Kerstmis is redelijk voorspelbaar. Dat vieren we ook dit jaar weer op 25 december. Maar de dag van onze werkelijke ontmoeting met de Heer is niet voorspelbaar. Daarover zegt Jezus: (Mt 24,42) “Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.” Het overkwam Maria. Plotseling was daar de engel die aankondigt dat zij zwanger wordt en de Zoon van de Allerhoogste zal baren. Plotseling komt God heel concreet in haar leven. Het moet even tot Maria doordringen en dan antwoordt zij: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiede naar uw woord.” Het overkomt ook de herders. Plotseling staat daar die engel. De herders schrikken en worden bang, maar de engel zegt hen: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap… Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer…” En dan gaan de herders op pad.

Hoe is het met ons. Zijn wij in staat goed te reageren als de Heer plotseling op onze deur klopt. Is Hij dan welkom, staat ons hart dan voor Hem open, of is dan ons geloof gedoofd en ons vertrouwen gestorven?

Misschien denkt u: de Heer ontmoeten, dat zal zo’n vaart niet lopen, dat laat nog wel even op zich laat wachten. Er zijn echter vele momenten in ons leven waarop we plotseling met onze Heer geconfronteerd worden. Tegen het einde van zijn leven spreekt Jezus zijn leerlingen toe. Hij vertelt hen over het einde der tijden. Hij zegt: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” (Mt 25,35-36) Jezus vertelt ons heel concreet hoe Hij plotseling in ons leven verschijnt. En Hij geeft ook heel duidelijk aan welke reactie Hij dan van ons verwacht. In Jezus Christus in God mens geworden. Jezus laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor komt, hoe je werkelijk een vrij mens bent.

God is liefde. Hij houdt van ons. Hij heeft ons uit liefde geschapen. Onze liefde voor God en voor zijn mens geworden Zoon Jezus krijgt vorm in onze liefde voor onze medemens. Jezus Christus is het Licht der wereld, maar ook wij mogen een licht zijn en brengers van het licht zijn. Wij gaan richting het licht door juist zelf licht uit te stralen. Wij zijn onderweg naar Jezus door als zijn leerlingen te handelen zoals Hij deed. Als wij openstaan voor de ander staat ons hart ook open voor de Heer. Hij heeft ons lief. Door onze medemensen lief te hebben, ervaren wij zijn liefde voor ons. Dan is zijn liefde voor ons de drijvende kracht in ons leven. Het is zijn reddende en bevrijdende kracht die ons bevrijdt van onze zelfgerichtheid en die ons hart opent voor onze medemensen.

Sta open voor de ander, en vrede, liefde en geluk zullen uw deel zijn. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.

Gaudete: Verheugt u; Js 35, 1-6a.10; Mt 11,2-11

Gaudete: Verheugt u. “Blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.” Jezus maakt met deze tekst duidelijk dat Hij het is die het Rijk Gods brengt. Hij gebruikt hiervoor de woorden die eerder door Jesaja gebruikt zijn. Jesaja beschrijft een paradijselijke situatie van vrede, welzijn en gerechtigheid voor iedereen. Dat is wat ook Jezus ons voorhoudt als het Rijk Gods, niet meer en niet minder. Jesaja schrijft over de toekomst. Jezus spreekt over het moment zelf. Met zijn komst is de beloofde toekomst aangebroken. Deze teksten geven ons stof tot nadenken. Hoe zien wij het Rijk Gods? Wanneer verwachten wij het Rijk Gods?

Deel van mijn opvoeding was het uit je hoofd leren van de catechismus. Vandaag hebben we genoeg aan de eerste vraag daaruit. “Waartoe zijn wij op aarde?” Het antwoord op deze vraag luidde: “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.” Onder u zijn ongetwijfeld ook mensen aanwezig die een ander antwoord geleerd hebben. Eerder luidde het antwoord namelijk: “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hiernamaals gelukkig te zijn.” Het ‘hier’ is midden vorige eeuw toegevoegd. Daarvoor ging het enkel om het geluk in het hiernamaals. Tegenwoordig beschouwen we ook het aardse geluk als een deel van de bestemming van het leven.

Dat lijkt een kleine verandering: de toevoeging van het woord ‘hier’. En velen zullen het destijds ook zo beleefd hebben. Zo’n verandering verandert niet onmiddellijk het denken van mensen. Zij sijpelt heel langzaam door en pas na enige tijd zie je dat de mensen anders in het leven staan. Tegenwoordig zul je het niet meer in je hoofd halen om iemand die in financiële nood is te troosten met het idee dat het later in de hemel allemaal goed komt.

Jezus verkondigt aan armen de Blijde Boodschap. Blinden zien, lammen lopen, melaatsen genezen, doven horen en doden staan op. De lichamelijke problemen lost Jezus op. En de armen? Worden die hier toch met een kluitje het riet ingestuurd? Zij moeten het doen met de Blijde Boodschap. Nergens lees je dat Jezus echt iets aan hun situatie doet. Geldt voor de armen dan toch dat zij moeten wachten op het geluk in het hiernamaals? Jesaja schetst ons een beeld van vrede, welzijn en gerechtigheid voor iedereen.

Ook Jezus heeft het regelmatig over gerechtigheid, maar het oplossen van misstanden, het oplossen van armoede en onrechtvaardige situaties laat Hij blijkbaar aan anderen over. Jezus roept op tot naastenliefde, solidariteit en gerechtigheid en het zijn zijn leerlingen die daar daadwerkelijk mee aan de slag gaan. In de Handelingen van de Apostelen kunnen we lezen hoe de eerste leerlingen alles met elkaar delen. De geschiedenis van de vroege Kerk leert ons hoe het christendom een nieuwe manier van denken brengt. Het gaat niet langer om het recht van de sterkste. Het nieuwe denken van het christendam houdt in dat mensen naar elkaar omzien. Gaandeweg tot op de dag van vandaag heeft deze nieuwe manier van denken steeds meer invloed gekregen. Onder andere onze huidige sociale wetgeving is er het resultaat van.

Het Rijk Gods is niet alleen een belofte voor een toekomstig leven. Het Rijk Gods gaat niet alleen over het leven in het hiernamaals. Het Rijk Gods gaat ook over het leven hier op aarde. Het Rijk Gods gaat ook over ons leven van dag tot dag. De belofte van het Rijk Gods betekent dat God wil dat wij gelukkige mensen zijn hier en in het hiernamaals. Door zieken te genezen en doden te laten opstaan, laat Jezus dat zien. Maar Jezus betrekt ook ons erbij. Ook wij krijgen de opdracht te werken aan het Rijk Gods. Wij worden opgeroepen de dingen te doen waartoe wij in staat zijn. Wij worden opgeroepen tot daden van liefde: hongerigen voeden, dorstigen laven, zieken bezoeken et cetera. Ook worden wij opgeroepen om een rechtvaardige en vredige samenleving tot stand te brengen.

In deze tijd wordt onze aandacht gevraagd voor de Adventsactie. Dit jaar wordt onze steun gevraagd voor de opvang van jonge kinderen die vanuit Venezuela zijn gevlucht naar Lima, de hoofdstad van Peru. Meer dan twee miljoen mensen zijn naar Peru gevlucht. Zij wonen in primitieve omstandigheden en leven veelal van straatverkoop. Jonge kinderen zijn in deze situatie het meest kwetsbaar.

Gerard Reve schreef ooit: “Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?” De belofte van het Rijk Gods maakt ons soms ongeduldig. Dood, ellende, pijn en verdriet verdwijnen niet uit onze aardse werkelijkheid. Ze maken wezenlijk deel uit van onze aardse bestaan. Daarnaast geeft God ons de middelen om mee te werken aan een betere wereld. Wij mogen daarmee onze bijdrage leveren aan zijn Koninkrijk en eens zullen wij leven in zijn Rijk van vrede en geluk. Amen.