Johannes droomt van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hij ziet het heel concreet voor zich: “er zal geen dood meer zijn; geen rouw, geen geween, geen smart zal er zijn want al het oude is voorbij.” En Christus, die op de troon is gezeten, zegt: “Zie, ik maak alles nieuw.”
Johannes droomt over de toekomst. Jezus spreekt in het Evangelie ook over de toekomst, over een op dat moment zeer nabije toekomst. Deze tekst komt uit zijn afscheidsrede bij het laatste avondmaal. Jezus spreekt deze woorden uit na de voetwassing. Hij spreekt over het aanstaande lijden en over zijn dood en verrijzenis. Als Johannes in zijn Evangelie spreekt over verheerlijking, gaat het niet alleen over de verrijzenis maar ook over de dood aan het kruis: de verheerlijking op het kruis. Jezus vertelt zijn vrienden hoe zij daarna verder kunnen: “gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart.” Jezus is hier niet aan het dagdromen. Hij geeft ons een heel concrete aanwijzing hoe wij goed kunnen leven: een leven niet als individu, maar als gemeenschap, een leven als mens in liefdevolle relatie met de medemens, een leven ook als een teken, als een licht voor de wereld.
Ook paus Franciscus spreekt over de toekomst. Afgelopen woensdag richtte hij zich speciaal tot de jongeren. Hij sprak: “Het leven is ons niet gegeven om het voor onszelf te bewaren maar opdat wij het zouden geven. Wees niet bang om van grote dingen te dromen.” “We moeten het licht van het geloof, van de hoop, van de liefde levendig houden en ons hart open houden voor het goede en het schone én voor de waarheid.” “Deze tijd is een tijd voor actie. Wij moeten de gaven van God werkelijkheid doen worden, niet voor onszelf, maar voor Hem, voor de Kerk en voor anderen.” “Wij moeten het goede in de wereld verspreiden, zeker nu wij een periode van crisis beleven.” Tot zover de paus.
Als wij als christenen dromen is dat altijd in dubbele zin: enerzijds is het van de genade van God en van zijn oneindige liefde en anderzijds is het van ons eigen handelen. Enerzijds is het Christus die zegt: “Zie, ik maak alles nieuw.” Anderzijds is er de opdracht aan ons: “Gij moet elkaar liefhebben.” Het is enerzijds God die altijd aan het begin staat en het anderzijds de mens die zelf zijn bijdrage heeft te leveren. Onze bijdrage is het antwoord op Gods liefde voor ons. Vanouds is dit samengevat in de katholieke gedachte, dat wij met de genade moeten meewerken.
Volgende week wordt prins Willem-Alexander als nieuwe koning ingehuldigd. En zelfs de meest uitgesproken republikein kan daar niet omheen. Heel Nederland is in beweging en maakt zich op voor de grote dag. Er wordt veel gedaan om er een mooi feest van te maken, een feest voor het hele land, voor allen die hier wonen. Er is natuurlijk een nationaal comité: de Stichting Nationaal Comité Inhuldiging. Wat hebben deze zaken met elkaar te maken: de blijde boodschap van Christus en een Oranjefeest in Nederland.
Op de radio hoorde ik een van de leden van het comité spreken over de actie ‘Deel jouw droom’. Iedere Nederlander wordt opgeroepen zijn droom voor ons land op de speciaal daarvoor ingerichte website te plaatsen. Ik ben eens wezen kijken wat dat zoal oplevert. De inzenders kiezen zelf een categorie waarin hun droom thuis hoort. De categorie die het meest populair is, is de categorie ‘samen’. Je kunt de dromen van anderen steunen en zo ontstaat er een overzicht van populaire dromen. Onder de meest populaire dromen kwam ik het volgende tegen. Een droom met de titel “samen zijn, samen zorgen, samen genieten”.
Uit een andere droom komt het volgende citaat:
“Toekomstdroom, verbintenis,
met elkaar, hand in hand.
Maak een vuist tegen geweld,
pas dan ben je een superheld.
Pas dan maken wij samen
een tolerant
Nederland.”
Uit weer een ander droom:
“mijn droom
onze droom
is een Nederland
waar liefde regeert
ons hart op de troon zit
en de waarheid het woord voert
een land
waar we vechten tegen armoede
onrecht en ziekte
samen één eenheid van leven
gedragen door ons land
waar respect hoogtij viert”.
Vaak zijn wij somber over de cultuur van deze tijd: Zijn we niet veel te veel met onszelf bezig? Wie heeft er nog aandacht voor een ander? Uit de populariteit van de dromen met thema’s als verbondenheid, gemeenschap en samen mogen we afleiden dat alles wat Jezus Christus verkondigt nog steeds samenvalt met de dromen, de diepste verlangens van mensen en zeker met de dromen en verlangens van jonge mensen. Voor zover er foto’s bij stonden, zag ik geen grijze haren. De boodschap die Jezus ons verkondigt en die wij als christenen doorgeven, sluit aan bij de diepste verlangens die mensen koesteren. Mensen willen leven in relatie met andere mensen. Mensen willen elkaar liefhebben en ze hebben de liefde van de ander nodig. Mensen willen leven in harmonie en in eenheid.
Jezus wijst ons hierin de weg. Hij heeft ons laten zien hoe wij goed kunnen leven. Hoe wij elkaar kunnen liefhebben en hoe wij de waarheid op het spoor kunnen komen. Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Liefde, waarheid en het volle leven: het wordt ons door Hem gegeven en wij vinden liefde, waarheid en leven door te leven zoals Hij ons voordeed. Van ons wordt gevraagd dat wij Gods liefde willen ontvangen, ons openstellen voor Hem en dat wij zijn liefde delen en doorgeven aan onze medemens.
Ik wens u allen een mooi feest komende week. Het huis van Oranje kan in ons land een symbool van eenheid en verbondenheid zijn, maar de werkelijke eenheid en verbondenheid brengen zij niet tot stand. Het is Christus die de liefde en eenheid is en brengt en zelfs Hij doet het niet zonder onze medewerking. Amen.
Auteur: Arnold Smeets (red.)
Titel: Rome door de ogen van Antoine Bodar: Een spirituele gids voor de Eeuwige Stad
Uitgever: Ten Have, 2012; prijs: € 19,95
ISBN: 978 90 259 0189 9;
aantal pagina’s: 176
Wie binnenkort naar Rome gaat om nader kennis te maken met de nieuwe paus, zal ongetwijfeld ook enige tijd willen besteden aan het beleven van deze bijzondere stad. Hierbij is een goede reisgids onmisbaar.
Voor het radioprogramma ‘Echo van Eeuwigheid’ wandelt Antoine Bodar samen met Arnold Smeets en Sylvester Beelaert door Rome. Deze wandelingen vormen de basis voor dit boek. Om Rome werkelijk ervaren, is lopen de aangewezen wijze van door de stad trekken. Vele bijzondere plaatsen in Rome worden beschreven. De religieuze en historische achtergronden worden verteld. De beschrijvingen worden aangevuld met gedichten en liederen en met verwijzingen naar religieuze muziek.
Arnold Smeets heeft het boek samengesteld. Het is fraai geïllustreerd met foto’s van Werry Crone. Het is een zeer waardevolle aanvulling op de normale reisgids waarvan dit niet een vervanging is. Ieder die een bezoek aan Rome als een spirituele gang beschouwt, is het een aanrader. Ook is het een boek om gewoon thuis Rome te ervaren.
Het volk Israël trok weg uit Egypte. Een heel volk sloeg een nieuwe weg in: de weg van een nieuw leven, de weg van de vrijheid. Voordat ze op pad gaan wordt er gegeten. Je moet goed eten voor je op reis gaat. Maar dit is niet zo maar een maaltijd. Het is ook een rituele maaltijd, een maaltijd die ieder jaar herhaald moet worden om stil te staan bij die gedenkwaardige dag, waarop ze uit Egypte wegtrokken. Daarmee gedenken zij niet alleen die ene dag, maar ook de lange weg van veertig jaar woestijn. Ze gedenken hoe God hen geleid heeft en met hen is meegegaan op weg. Ze gedenken hoe Hij hen uiteindelijk het Beloofde Land liet binnentrekken. Ze gedenken alle grote daden die God voor hen verrichtte.
Vandaag is het Witte Donderdag. Ook wij zijn bij elkaar voor een rituele maaltijd. Paulus vertelt ons hoe Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en daarna de beker. Van dit brood en deze beker zegt Hij: “Dit mijn lichaam voor u. Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.” En heeft ons een opdracht: “Doet dit tot mijn gedachtenis.” Ook wij staan stil bij een gebeurtenis in het verleden. Maar er is meer aan de orde: het is niet enkel verleden; het is ook heden. Ook vandaag worden brood en beker genomen. Ook vandaag eten en drinken wij zijn Lichaam en Bloed. Het voedsel dat Hij destijds gaf aan zijn leerlingen, geeft Hij vandaag aan ons. Brood en Wijn: het is voedsel voor onderweg. Voedsel voor onze weg ten leven. Elke keer als wij dit Brood eten en uit deze Beker drinken, worden wij uitgenodigd die nieuwe weg ten leven te gaan: de weg te gaan die tot het echte leven leidt en die ons werkelijk geluk brengt.
Jezus eet met zijn vrienden – niet gehaast zoals de Israëlieten hun Paasmaal eten – nee, Hij heeft hen nog veel te zeggen en Hij neemt er de tijd voor. Johannes besteedt er in zijn Evangelie vijf hoofdstukken aan. Het begint met de tekst die wij vanavond hebben gelezen. Anders dan Mattheüs, Marcus en Lucas schrijft Johannes niet over de maaltijd zelf: de instellingswoorden over Brood en Wijn, die wij van Paulus hoorden en die ook in de drie andere Evangeliën staan, vermeldt Johannes niet. Hij legt een geheel ander accent, een accent dat we alleen bij hem vinden. Johannes vertelt ons over de voetwassing en over het lange gesprek dat Jezus met zijn leerlingen voert. Bij Johannes is Jezus aan het woord over de weg die Hij moet gaan, en over de weg die zijn leerlingen zullen gaan: de weg waartoe ook wij uitgenodigd zijn om te gaan. Johannes maakt duidelijk dat het niet om die ene gebeurtenis gaat, maar om het hele leven. Het leven is geen gebeurtenis; het leven is een weg.
Hoe deze weg eruit ziet laat Jezus eerst zien door zijn vrienden de voeten te wassen. Hiermee stelt Hij een daad van liefde en verbondenheid. Daarna vertelt Hij over de weg die Hij zal gaan, de weg naar zijn Vader, de weg die door de dood heen tot leven leidt. Hij vertelt de leerlingen hoe ook zij die weg zullen gaan, deze weg van liefde, deze weg ten leven. Hij zal hen de Helper, de heilige Geest geven om hen bij te staan. Maar zijn voorbeeld Blijft de belangrijkste richtwijzer: Jezus zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.”
Zo worden ons vandaag twee tekens gegeven: De tekens van Brood en Wijn en het teken van de voetwassing. Twee tekens van liefde die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn. Onder de gedaanten van Brood en Wijn is Christus werkelijk zichtbaar en tastbaar onder ons aanwezig. Hij voedt ons met zijn eigen Lichaam en Bloed. Zo kunnen wij ons op innige wijze met Hem verenigen en ons laven aan zijn gaven van liefde en genade. Het teken van de voetwassing maakt duidelijk hoe wij zelf deze weg ten leven kunnen gaan. “Als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.” Jezus maakt hier heel concreet wat Hij bedoelt met: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Dit is de weg van het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. Dit is ook de weg die ons in Mattheus 25 wordt voorgehouden. Daar zegt Jezus: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen. Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.”
Op deze wijze horen Eucharistie en diaconie bij elkaar. In ‘Deus caritas est’ schreef paus Benedictus XVI: “De Kerk kan de liefdadigheid evenmin verwaarlozen als de sacramenten en het Woord. Het wezen van de Kerk komt tot uitdrukking in een drievoudige opdracht: de verkondiging van Gods Woord, het vieren van de sacramenten, de dienst van de liefde. Deze opdrachten veronderstellen elkaar en zijn niet te scheiden. De dienst van de liefde is voor de Kerk geen soort steunverlening, die men ook aan anderen zou kunnen overlaten, doch behoort tot haar wezen, is een onontbeerlijke uitdrukking van haar diepste wezen.”
De tekens van Brood en Wijn en het teken van de voetwassing, Eucharistie en diaconie zijn onlosmakelijk, niet los van elkaar verkrijgbaar. Petrus wordt dit duidelijk gemaakt als hij de voetwassing weigert. Hier maakt Jezus duidelijk dat het niet alleen gaat om het geven van liefde. Wij moeten ook liefde willen ontvangen. Als we geen liefde willen ontvangen, kunnen we ook geen liefde geven. Als wij ons niet openstellen voor de liefde van God en voor de liefde van de medemens zijn we dood. Liefde heeft ook geen eindbestemming. We kunnen de liefde niet oppotten, niet bewaren en niet voor onszelf houden. Liefde is er alleen in relatie. Liefde is er alleen in een eindeloze keten van ontvangen en geven. Deze keten van de liefde is voor ons de weg ten leven. Jezus heeft ons met de voetwassing het voorbeeld gegeven en Hij is ons werkelijk nabij in de Eucharistie als heilzaam voedsel op onze levensweg. Amen.
Auteur: Monique Samuel
Titel: Dagboek van een zoekend christen
Uitgever: Ark Media, 2012; prijs: € 12,50
ISBN: 978 90 33800 05 4; aantal pagina’s: 135
Monique Samuel getuigt van haar blijmoedige, opgewekte en dankbare geloof. Ze vertelt over haar zoektocht naar het ware christen-zijn en over een oprecht verlangen naar liefde en bevrijding. Hoe kun je als jonge vrouw in deze tijd Christus werkelijk navolgen. Hoe vind je God en hoe vind je als mens je bestemming.
Aan de hand van de tien geboden zoekt zij naar de werkelijke waarden van het menselijk bestaan. Zij geeft scherpe kritiek op onze hedendaagse cultuur en ook de christenen en de christelijke kerken ontkomen niet aan haar commentaar. Openhartig schrijft zij over haar vreugdes en over haar pijnen. Pijnlijke en moeilijke onderwerpen gaat zij niet uit de weg.
Publicist en schrijver Monique Samuel (1989) kreeg in 2011 als politicoloog landelijke bekendheid met haar commentaren op de opstand in Egypte. Zij heeft een vlotte pen en weet je op boeiende wijze mee te nemen op haar zoektocht langs vele vormen van christendom. Het boek geeft een mooi inzicht in het geloof van deze jonge vrouw.
In deze tijd wordt ons voorgehouden dat wij zoveel mogelijk moeten genieten. Vooral als je met pensioen bent, mag er geen dag voorbij gaan zonder te genieten. Alles moet leuk zijn! Je moet zoveel mogelijk leuke dingen doen.
Dat moet die jongste zoon ook hebben gedacht. Dat kost natuurlijk een paar centen, maar die heeft pa wel. Dus vraagt hij om zijn erfdeel en trekt de wereld in: van nu af wordt het elke dag genieten! Hij “vertrok naar een ver land. Daar verkwistte hij zijn bezit in een losbandig leven.” Meer vertelt het verhaal niet. We komen niet te weten of de jongste zoon ook echt genoten heeft. We weten niet of het hem gelukkig heeft gemaakt. Het woord ‘verkwisten’ kan verwijzen naar een zekere dwangmatigheid: meer genieten en nog meer genieten, sensaties en nog grotere sensaties. Toen alles op was en hij gebrek leed, zat hij in ieder geval niet na te genieten van zijn wilde leven. Het gaf hem geen napret en geen aangename herinneringen. Nee, hij dacht terug aan zijn vroegere leven: het leven bij zijn vader thuis. Dat was blijkbaar het goede leven, daar was hij gelukkig geweest.
Daar tegenover staat de oudste zoon. Deze doet braaf zijn plicht. Nooit springt hij uit de band. Nog geen bokje wordt er geslacht om met zijn vrienden feest te vieren. Terwijl ook hij zijn erfdeel heeft gekregen en dus geld genoeg heeft. Zijn vader zegt tegen hem: “alles wat van mij is, is ook van jou.” Ook deze zoon is niet gelukkig.
De jongste zoon denkt zijn geluk te vinden in een leven vol passie, sensaties en genietingen. De oudste denkt dat braafheid tot het uiteindelijke geluk zal leiden. Beiden worden teleurgesteld in hun verwachtingen. Beide wegen leiden niet tot het geluk. De enige die gelukkig is in dit verhaal, is de vader. Hij houdt van zijn twee zonen. Ze brengen hem verdriet, maar ook vreugde, werkelijk geluk. De vader ontloopt het leven niet. Hij vlucht niet in de roes van het genieten en de sensatie. Hij keert zich ook niet van het leven af door alleen maar braaf zijn plicht te doen. De twee zonen leven niet; ze zijn dood. Zij zijn bang voor het ware leven en zijn gevlucht, de een in de roes, de ander in de braafheid.
Afgelopen donderdag spraken we hier in de pastorie over hoe je een goed mens kunt zijn. Deze eerste avond van een serie van drie ging over ‘God is liefde’. Onder die titel heeft paus Benedictus zeven jaar geleden zijn eerste encycliek ‘Deus caritas est’ geschreven. De paus onderscheidt in de liefde twee facetten die wezenlijk met elkaar verbonden zijn. Ten eerste de begerende, de opstijgende liefde die uit de menselijke natuur voortkomt: de eros. En ten tweede de schenkende, de neerdalende liefde die van God komt: de agape. De eros is de liefde van de verliefdheid en van de erotiek. De eros is primair op de persoon zelf gericht, het is vooral eigenliefde. De agape is op de ander gericht, zij is belangeloos. De agape is de naastenliefde. De eros geeft een roes van korte duur. De agape geeft blijvend geluk. De agape leidt tot een blijvende relatie en verbondenheid met de naaste en met God.
Terug naar het Evangelie. Het moge ondertussen duidelijk zijn dat er niet sprake is van één verloren zoon. Dit verhaal gaat over twee verloren zonen. De jongste heeft zijn leven verloren in de korte termijn sensatie. De oudste verliest het leven door vermijding. Hij ontloopt het leven. Doordat hij zichzelf niet wil liefhebben, kan hij ook zijn naaste niet liefhebben: zonder eros geen agape. De jongste komt tot inkeer. Hij erkent dat hij een verkeerde weg gekozen heeft en keert terug naar zijn vader om hem vergeving te vragen. Hij doet een beroep op de liefde van zijn vader. Hiermee stelt hij zich open voor de schenkende liefde. Door deze liefde te ontvangen zal hij daarna in staat zijn zelf ook liefde te geven. Alleen door liefde te ontvangen zijn wij in staat liefde te geven. De oudste zoon heeft nog een weg te gaan. Hij is niet in staat de liefde van zijn vader te ontvangen. Hij kan daardoor ook zijn broer niet liefhebben en noemt hem “die zoon van u”. Zijn vader geeft echter de moed niet op en heeft het over “die broer van je” die dood was en weer levend is geworden, verloren was en is teruggevonden. De vader hoopt ook zijn oudste zoon tot leven te brengen.
Ons menselijk leven is lang niet altijd eenvoudig. Voortdurend is er de verleiding van het kortdurende genot. De twee zoons maken twee geheel verschillende keuzes. De jongste kiest de weg van het najagen van het kortdurende genot en de oudste kiest voor het tegenovergestelde. Hij is bang voor de verleiding, bang voor het genot en probeert het tot het uiterste te vermijden en te ontlopen. Beiden zitten op een doodlopende weg. Zoals vaak ligt de waarheid in het midden. Wij zijn mensen en moeten leven als mensen. Maar wij lijken ook op God, zijn naar zijn beeld geschapen en ook in onze levenswijze moeten wij op God lijken.
De paus schreef in zijn encycliek dat eros en agape, menselijke en goddelijke liefde innig met elkaar verbonden zijn. Zij kunnen niet zonder elkaar. Wij moeten de eros niet uit ons leven wegbannen, maar haar in toom houden. Wij moeten ons niet verliezen in de eros. Vanuit de eros komen wij tot de agape, vanuit de menselijke tot de goddelijke liefde. Dit is een proces dat een leven lang duurt. Dit is ook de weg die gehuwden met elkaar gaan. Vanuit de eerste verliefdheid groeien zij tot een wezenlijke verbondenheid met elkaar, van eigenliefde groeien zij naar de schenkende liefde voor elkaar.
Zoals elk proces is ook deze weg een ontdekkingstocht. In Jezus Christus hebben wij een voorbeeld. Hij heeft ons voorgeleefd hoe wij een leven van liefde kunnen leiden. Maar nog steeds moeten wij zelf dat voorbeeld naar onze eigen situatie vertalen en dat betekent dat wij zelf keuzes moeten maken en dat wij daarbij fouten maken net als de twee verloren zonen. Maar altijd is er de liefde van God, de schenkende liefde, de neerdalende liefde die altijd weer vergeving schenkt en ons een nieuwe start gunt. Amen.
Vanuit een christelijke achtergrond wordt een overzicht van het bidden in de islam gegeven.
De vijf zuilen van de islam
De eerste zuil van de islam betreft de geloofsinhoud de andere vier de rituele plichten (ibadaat). God heeft geopenbaard hoe de mens Hem moet benaderen en met Hem moet omgaan en hoe hij hem moet vereren. Daarnaast regelen deze plichten de geloofsgemeenschap en de onderlinge solidariteit.
- Geloofsbelijdenis (sjahada)
a. De een- en enigheid van God
b. Engelen
c. Gezanten en profeten
d. Geopenbaarde geschriften
e. Laatste dag
f. Raadsbesluit van God (‘predestinatie’) - Rituele gebed (salaat)
- Religieuze belasting (zakaat)
- Vasten tijdens de ramadan (saum)
- Bedevaart naar Mekka (hadj)
Bidden in christendom en islam
Volgens de Christelijke Encyclopedie[i] is bidden het uitdrukken van de gerichtheid op God. Dit kan een individuele activiteit zijn, maar ook een met anderen gedeelde. Deze definitie kun je ook gebruiken voor het bidden in de islam. Er zijn uiterlijk naast verschillen veel overeenkomsten tussen het bidden van christenen en het bidden van moslims. Kijkend naar de inhoud van het gebed en vooral naar de mentale houding van de bidder zijn de verschillen groter. Dit hangt direct samen met het verschil in Godsbeeld. Tot een liefhebbende en nabije Vader bidt je anders dan tot een hoogverheven en soevereine Rechter. Dit godsbeeld is ook de reden van de strenge reglementering van het verplichte gebed in de islam.
Het verplichte gebed (salaat)
In de Koran is de salaat de meest genoemde religieuze plicht. De salaat vormt de kern van de islamitische liturgie en is de belangrijkste vorm van godsdienstige verering van de islam. Dagelijks wordt er vijf keer gebeden. De vaste momenten zijn: voor zonsopgang, halverwege de middag, voor zonsondergang, na zonsondergang en ’s nachts voor het slapen. De gebedstijden worden met de gebedsoproep (adzaan) door de gebedsoproeper (moe’addzin) aangekondigd.
De tekst van de Adzaan is als volgt: viermaal ‘God is groot’; tweemaal ‘Ik getuig dat er geen godheid is dan God’; tweemaal ‘Ik getuig dat Mohammed de gezant van God is’; tweemaal ‘Haast U naar het gebed’; tweemaal ‘Haast U naar het heil’; tweemaal ‘God is groot’ en tenslotte ‘Er is geen godheid dan God’. Aan de oproep voor het eerste gebed ’s morgens wordt nadat men tweemaal ‘Haast U naar het heil’ heeft geroepen tweemaal ‘Het gebed is beter dan de slaap’ toegevoegd.
Het gezamenlijk verrichten van de salaat versterkt de gemeenschapszin, de oemma. De salaat kent ook een mystieke dimensie. Mohammed kreeg de opdracht tot de vijf dagelijkse salaats tijdens het nachtelijk visioen waarin hij de zeven hemelen betrad. Elke salaat is eigenlijk zo’n mystieke hemelreis. De soefi’s gebruiken de salaat als uitgangspunt voor hun dzikr-rituelen: oefeningen in de mystiek of vroomheid.
Het gebed is alleen geldig als het op de voorgeschreven wijze wordt uitgevoerd. Dit betekent:
- Vaste tekst en rituele reinheid door middel van een kleine wassing (woedoe) in de moskee en een grote wassing (ghoesl) thuis.
- Ritueel reine ruimte: buiten de moskee is dit te bereiken door het uitrollen van het gebedskleed. Het gebed wordt bij voorkeur in de moskee verricht, maar kan ook elders. Voor mannen is het vrijdagmiddaggebed verplicht in de moskee. In de moskee zitten de vrouwen apart.
- Opstelling in de juiste richting (kibla). Dit is in de richting van de ka’ba in Mekka en wordt in de moskee aangegeven door de mihraab, een nis in de moskee.
- Uitspreken van de intentie (nijja): ‘Tot meerdere eer en glorie van God’.
- Juiste houding.
Naast deze verplichte vormgeving is ook het hebben van de juiste intentie belangrijk. Dit is voor een niet-moslim niet mogelijk.
De salaat bestaat uit de volgende onderdelen. De getallen verwijzen naar de figuur.[ii]
- Uitspreken intentie (nijja): “Ter meerdere eer en glorie van God.”
- Uitspreken takbir: “God is groot.” (Allahoe akbar)
- Opening van het gebed
a. Lofprijzing (as-Sana): “Heilig bent U, o God, en lof zij U, en gezegend is Uw naam en hoog is Uw roem, er is geen god behalve U. Ik zoek mijn toevlucht bij God tegen de vervloekte Satan.”
b. Openingssoera Koran: “In naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige. Lof zij God, de Heer van de wereldbewoners, de Erbarmer, de Barmhartige, de Heerser op de oordeelsdag. U dienen wij en U vragen wij om hulp. Leid ons op de juiste weg, de weg van hen aan wie u genade geschonken hebt, op wie geen toorn rust en die niet dwalen.”
c. Recitatie van een andere soera. - Buiging (roekoe)
a. “God is groot.”
b. “Geprezen zij mijn Heer, de Almachtige.” (driemaal) - Staand: “Moge God luisteren naar hem die Hem geprezen heeft. Onze Heer, U zij alle lof.” en “God is groot.”
- Prosternatie (soedjoed): “Geprezen zij mijn Heer, de Almachtige.” (driemaal) en “God is groot.”
- Zittend: “O God, vergeef mij en heb genade.” en “God is groot.”
- Prosternatie (soedjoed): “Geprezen zij mijn Heer, de Almachtige.” (driemaal) en “God is groot.”
- De onderdelen 3) tot en met 8) vormen samen een rak’a. Afhankelijk van de gebedstijd bestaat de salaat uit een aantal rak’a’s. Tussen twee rak’a’s volgt staand: “God is groot.”
De volgende rak’a wordt in de figuur met de getallen 10) tot en met 14) aangegeven. Na iedere twee rak’a’s en na de laatste rak’a wordt zittend de tasjahhoed uitgesproken (15) : “Alle aanbidding in woord, daad en bezit komt aan God toe. Vrede, zij met U, o Profeet en de genade van God en Zijn zegeningen. Vrede zij met ons en met de ware dienaren van God.” Deze wordt afgesloten met de sjahada: “Ik getuig dat er geen godheid is dan God en dat Mohammed zijn afgezand is.”Zittend wordt de tasjahhoed uitgesproken. Iedere mens wordt begeleid door twee engelen die alle daden van de mens tot in detail opschrijven in zijn levensboek dat op de dag des oordeels dient als getuige. Eerst wordt ter afsluiting van de salaat de engel te rechterzijde begroet (16) met de woorden: “Vrede zij met U en de genade van God.” Tenslotte wordt op de zelfde wijze de engel ter linkerzijde begroet (17).
Andere vormen van bidden in de islam
Naast het verplichte gebed kent de islam vele andere vormen van bidden. Zo is er de persoonlijke smeekbede (dua). Soera 2,186: “Wanneer Mijn dienaren jou naar Mij vragen: Ik ben nabij. Ik verhoor het gebed van iemand die bidt, wanneer hij Mij aanroept. Zij moeten Mij dus gehoor geven en in mij geloven. Misschien zullen zij de goede weg opslaan.”
De islam kent verschillende vormen van bedevaart. Als eerste is er de hadj, de officiële bedevaart naar Mekka, die iedere moslim eens in zijn leven geacht wordt te gaan. Daarnaast zijn er het informele bezoek (ziyara) aan Jeruzalem of het graf van Mohammed in Medina. Mekka, Medina en Jeruzalem zijn de drie heilige plaatsen van de islam. De hadj bestaat uit zeven onderdelen uit te voeren op drie dagen. De zevenvoudige rondgang rond de ka’ba is hiervan het meest bekend. De hadj wordt afgesloten met offerfeest (ied al-adha) dat wereldwijd gevierd wordt. Tijdens het offerfeest wordt het dier binnen de familie gegeten en een deel aan de armen gegeven. De andere grote feestdag is na afloop van de ramadan: de ied al-fitr, het feest van het verbreken van het vasten.
Deze feestdagen en andere belangrijke momenten in het leven zoals geboorte, huwelijk en dood kennen hun eigen vormen van salaat.
Mystiek
Van Mohammed wordt verteld dat hij mystieke ervaringen had. In zijn slaap is hij weggevoerd, eerst naar Jeruzalem en daarna vanaf de tempel naar de hemel. Dit staat bekend als de hemelvaart van Mohammed. De mystieke ervaringen van Mohammed vormen de basis voor het soefisme, een mystieke beweging binnen de islam die verwant is aan het oosterse christelijke kloosterleven. Ook in de Koran vindt de mystiek haar wortels: “God is het licht van de hemelen en de aarde. Zijn licht lijkt bijvoorbeeld op een nis met een lamp erin. De lamp staat in een glas. Het glas is zo schitterend als een stralende ster. Zij brandt [op olie] van een gezegende boom, een olijfboom – geen oostelijke en geen westelijke – waarvan de olie bijna [uit zichzelf] licht geeft, ook al heeft geen vuur haar aangeraakt; licht boven licht. God leidt tot Zijn licht wie Hij wil.” (Soera 24,35) De weg van soefi’s leidt naast versterving tot kennis van het bovennatuurlijke.
Voor de gewone moslims kregen de soefi’s de status van heiligheid. Zij werden vrienden van God (wali) genoemd. In rangorde komen de wali direct na de profeten. Zij zijn in staat tot wonderen en hebben een zegenrijke invloed (baraka). Deze baraka is ook verbonden met overleden wali en leidt tot een cultus rond hun graftombes, bestaande uit bedevaarten, retraites en het brengen van votiefgeschenken. Ook aan de afstammelingen van Mohammed wordt baraka toegeschreven.
Een andere vorm van volksvroomheid is het gebedssnoer (tasbih). De tasbih is een hulpmiddel bij het denken aan God (dzikr) door het noemen van de 99 schone namen van God en het prijzen van God door 33 maal Soebhan Allah (verheven is God), 33 maal Al-hamdoelillah (alle lof zij God) en 33 maal Allahoe akbar (God is groot) te zeggen. Dit gebedssnoer vindt zijn oorsprong in India en is via de islam tot het christendom gekomen in de vorm van de Rozenkrans.
Literatuur
Herman Beck, Islam in hoofdlijnen, Zoetermeer: Meinema, 2002.
Fred Leemhuis, De Koran: Een weergave van de betekenis van de Arabische tekst in het Nederlands, Houten: Fibula, 2002, 11e druk.
Frank E. Peters, Islam en de joods-christelijke traditie: Een verkenning, Amsterdam: Boom, 2005.
Jacques Waardenburg (red.), Islam: Norm, ideaal en werkelijkheid, Houten: Fibula, 2000, 5e druk.
[i] George Harinck e.a. (red.), Christelijke Encyclopedie, Kampen: Kok, 2005, 192-193.
[ii] Dr. Th.W. Juynboll, Handleiding tot de kennis van de Mohammedaansche Wet volgens de leer der Sjâfi’itische school, Leiden: Brill, 1903, 68.
Sinds 1914 kent de Kerk de Werelddag voor migranten en vluchtelingen. Deze is op 14 januari. Sinds 1978 komt de paus jaarlijks met een boodschap over migratie. Hierin komt het denken van de Kerk over dit onderwerp tot uitdrukking.
Migratie is tegenwoordig een structureel fenomeen en mede door de globalisering belangrijk voor de wereldwijde arbeidsmarkt. Er bestaat nationale en internationale migratie, gedwongen en vrijwillige migratie, legale en illegale migratie, waaronder handel in mensen. Tenslotte zijn er de buitenlandse studenten, die culturele en economische bruggen tussen landen slaan en bijdragen aan het komen tot één menselijke familie.
De migrant zoekt naar betere levensomstandigheden of is op de vlucht voor oorlog, geweld, honger en natuurrampen. Migratie leidt tot vermenging van personen en volken met verschillende culturen. Dit geeft allerlei problemen van menselijke, ethische, religieuze en geestelijke aard.
Ik was vreemdeling…
Een belangrijke richtlijn in het kerkelijk denken over migratie is de uitspraak van Jezus in Mt 25,35: “Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen”. De Kerk erkent het recht van ieder mens het eigen land te verlaten en naar een ander land te gaan om betere levensomstandigheden te zoeken. Zeker als er een noodsituatie is. Tegelijkertijd hebben staten het recht om de migratiestromen te reguleren en de eigen grenzen te beschermen. Nooit mag dit zonder respect voor ieder mens. Migranten hebben de plicht te integreren in het land van opvang en de wetten ervan te respecteren. Het is de kunst om het evenwicht te vinden tussen de opvang die ieder mens toekomt, en de maatregelen die nodig zijn om zowel de plaatselijke bevolking als de nieuwkomers een waardig en vreedzaam leven te laten leiden.
Vrouwen en kinderen
Bijzondere aandacht vraagt de Kerk voor minderjarige migranten. Zij leven in twee culturen. Dit geeft voordelen en moeilijkheden. Zij moeten een opleiding kunnen volgen en daarna kunnen werken. Er is sprake van steeds meer migratie van vrouwen. Zij migreren om in een ander land werk te zoeken en vormen voor hun familie vaak de belangrijkste bron van inkomsten. Buitenlandse arbeidskrachten zijn extra kwetsbaar; voor vrouwen geldt dat nog sterker. Hier moet ook de vrouwenhandel genoemd worden. Vaak gaat het om vrouwen en meisjes, die niet het minste vermoeden hebben van wat hen te wachten staat. Zij worden regelmatig als slaven uitgebuit, vaak in de seksindustrie.
Menselijke waardigheid
Iedere migrant is een menselijke persoon en heeft onvervreemdbare fundamentele rechten, die altijd door iedereen geëerbiedigd moeten worden. Allen maken wij deel uit van één familie: de migranten en de lokale bevolking. Allen hebben hetzelfde recht de goederen van de aarde te gebruiken. Hier vinden solidariteit en samen delen hun grondslag.
Christenen worden slapend rijk. Vandaag worden we niet opgeroepen tot waakzaamheid, maar blijkt juist de slaap de sleutel tot kennis en geluk. Zowel in de eerste lezing als in het Evangelie vallen mensen in slaap. En dan gebeurt het: ze zien Gods heerlijkheid. In de eerste lezing brengt Abram een offer aan God. Zoals in die tijd gebruikelijk was bij het sluiten van een verbond, snijdt Abram op voorstel van God een aantal dieren doormidden. Dit doormidden snijden betekent waarschijnlijk dat degene die het verbond verbreekt hetzelfde lot als de dieren zal ondergaan. Het vergoten bloed kan gezien worden als de bezegeling van het verbond.
Abram doet alle moeite om dit plechtige ritueel en daarmee het gesloten verbond te beschermen. De roofvogels, het kwaad dat op de loer ligt, verjaagt hij. Maar pas als Abram moegestreden is en in slaap valt, pas dan laat God zich in zijn heerlijkheid zien. Als een vuur gaat Gods heerlijkheid tussen de stukken dier door. Hiermee wordt het verbond van Godswege bekrachtigd.
In het Evangelie horen we hoe Petrus, Johannes en Jacobus na een stevige wandeling bergop in slaap zijn gevallen. Terwijl zij liggen te slapen verandert Jezus van gedaante en verschijnen Mozes en Elia. In hun slaap ervaren de leerlingen de heerlijkheid van Jezus. Wakker geworden komt Petrus niet verder dan een stomme opmerking: “Hij wist niet wat hij zei.” En dan is het voorbij en in een wolk klinkt de stem van God: “Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem.”
In beide lezingen is er nadrukkelijk sprake van slapende personen. Zij ervaren Gods heerlijkheid. Ook in Psalm 127 gaat het over slapen. De eerste regels hiervan luiden: “Als de Heer de woning niet bouwt, werken de bouwers vergeefs. Als de Heer de stad niet beschermt, waakt de wachter vergeefs. Vergeefs staat ge op voor de dag aanbreekt en rust ge pas laat in de nacht. Gij eet na moeizame arbeid uw brood; Gods vrienden ontvangen het slapend.” Al het geploeter van de mens leidt tot niets zonder Gods medewerking. Sterker nog: “Vergeefs staat ge op voor de dag aanbreekt en rust ge pas laat in de nacht.” Daartegenover staat: “Gods vrienden ontvangen het slapend.” Met de woorden van Huub Oosterhuis: “Gij geeft het uw beminden in de slaap, Gij zaait uw Naam in onze diepste dromen.”
Het is niet ons zwoegen en ploeteren, het is niet onze activiteit die ons het geluk brengt. Het is de vriendschap met God, het is Gods liefde die ons gelukkig maakt. Zo worden wij slapend rijk. De slaap, het niets doen maakt ons ontvankelijk en doet ons openstaan voor Gods liefde.
Ik herinner me de tijd dat ik bezig was met mijn afstudeeronderzoek van mijn scheikundestudie in Groningen. Ik deed onderzoek aan stoffen met een ingewikkelde kristalstructuur en kwam er niet echt achter hoe die precies was. Ik probeerde van alles, maar ik kreeg het niet kloppend. In die tijd had ik naast mijn bed altijd een stuk papier en een potlood liggen. Want juist tijdens het inslapen had ik altijd allerlei ideeën. De meeste van die ideeën konden de volgende dag zo de prullenbak in, maar een enkele keer was het een begin van een oplossing. En zo kwam ik uiteindelijk ook juiste de kristalstructuur op het spoor. U hebt die ervaring misschien ook wel. Je bent geweldig aan het piekeren, maar je komt er niet uit. Pas op het moment van ontspanning en van los laten, dient zich de oplossing aan. In de schimmigheid van het doezelen ontvangen we inspiratie, een influistering van de geest. Onbedacht laat het onbekende zich aan ons kennen. Zo word je slapend rijk.
Ons activisme kan ons geweldig in de weg zitten. We doen verschrikkelijk veel moeite om gelukkig te worden. We besteden daarbij vooral aandacht aan materiële zaken en geld verdienen. Met geld kunnen we sensaties kopen, allerlei genietingen. Geld heb je ook nodig voor je oude dag, want dan moet je elke dag genieten en voortdurend leuke dingen doen. Dat begrijp ik van de reclame. En leidt dat alles tot geluk? Niet echt, soms een beetje. Het echte geluk vind je niet in materiële zaken, niet in sensaties. Het echte geluk vind je in vriendschap en verbondenheid, het echte geluk vind je in liefde. En zoals iedereen weet is liefde niet te koop.
In de tweede lezing heeft Paulus het hierover. Hij leert dat de vijanden van Christus hun geluk zoeken in sensaties: “hun buik is hun God.” “Maar ons vaderland is in de hemel.” Jezus Christus zal ons armzalig lichaam herscheppen en gelijkvormig maken aan zijn verheerlijkt lichaam. Dan zullen wij het ware geluk ervaren.
Betekent dat wij helemaal niets moeten doen en fatalistisch moeten afwachten wat God ons geeft? Nee! Wij moeten ons actief open stellen voor Gods liefde. Op Hem ons vertrouwen stellen. Van Abram wordt gezegd dat hij de Heer geloofde. God rekende Abram dit geloof als gerechtigheid aan. En ook bij de leerlingen gaat het geloof vooraf aan de ervaring van de gedaanteverandering. Acht dagen voor deze gebeurtenis verklaart Petrus dat Jezus de Christus, de Messias is. Petrus spreekt zijn geloof in Jezus Christus uit.
Het geloof is het eerste antwoord op de liefde en de genade die wij van God ontvangen. Het tweede antwoord is dat wij de liefde die ons gegeven wordt delen. Wij delen Gods liefde door onze medemensen lief te hebben, door bij te dragen aan hun geluk. Wij zijn niet in staat onszelf gelukkig te maken maar des te meer kunnen we anderen gelukkig maken. Zo worden wij niet alleen zelf slapend rijk van geluk, door de liefde die God ons geeft. Ook onze medemens maken wij slapend rijk. Amen.