Spring naar inhoud

Jezuïeten grappen

Auteur: Nikolaas Sintobin
Titel: Jezuïeten grappen: Humor en spiritualiteit
Uitgever: Averbode, 2013
Prijs: € 16,00
ISBN: 978 90 317 3753 6
Aantal pagina’s: 96

Een grap en een serieus verhaal over de spiritualiteit van de jezuïeten. Met twintig grappen en toelichtingen schrijft Nikolaas Sintobin over de orde waarvan hij zelf lid is. Hij laat zien dat je goed kunnen lachen met zaken die belangrijk zijn. “Echte humor raakt vaak op subtiele wijze de kern van het mysterie van hoe mensen leven en werken.”

Jezuïeten zijn op vele gebieden in de samenleving actief. “Hun klooster is de straat.” Zij proberen “gevoelig te worden voor Gods aanwezigheid in alle dingen.” In Nederland zijn zij bekend uit het onderwijs. Zij moedigen jongeren aan hun eigen groeiweg in het leven te ontdekken. Altijd gaat het om “de aandacht en de zorg voor de concrete mens.” “Je kunt de ander pas bereiken als je bereid bent om eerst binnen te treden in zijn eigen leefwereld, taal en cultuur.”

Sintobin geeft op luchtige en heldere wijze een goed inzicht in het doen en denken van de jezuïeten. Het boekje helpt ook paus Franciscus die jezuïet is, te begrijpen. Een prima boek voor de vakantie. Op een verloren moment lees je even een hoofdstuk. Daarna heb je in ieder geval een goede grap te vertellen.

Samen dansen in de kerk

Auteur: Almatine Leene
Titel: Samen dansen in de kerk: Als mannen en vrouwen op God lijken
Uitgever: Buiten & Schipperheijn, 2013
Prijs: € 12,50
ISBN: 978 90 5881 742 6
Aantal pagina’s: 120

God is één en tegelijk drie. God kent relaties, want God is liefde. “Het samenwerken tussen de drie Personen kun je ook zien als een dans. Al verschillen de stapjes soms, geen van hen onttrekt zich ooit aan deze perfecte liefdesdans.” Almatine Leene vertelt op prachtige wijze over het verstaan van de goddelijke Drie-eenheid. “Alle drie de Personen dienen elkaar, zijn even belangrijk en hebben gelijke macht.”

Ons beeld van God is van grote invloed op hoe wij mensen zien. God schiep de mens naar zijn beeld: man en vrouw schiep Hij hen. Man en vrouw samen zijn een beeld van God. De verhoudingen tussen man en vrouw zijn daarom even gelijkwaardig als de relaties tussen de drie goddelijke Personen. De protestantse theoloog Leene vertaalt dit naar de posities van man en vrouw in de Kerk.

Leene schrijft met geloof en kennis. Veel Bijbelteksten weet zij in een nieuw licht te plaatsen en los te maken van de eeuwenlange mannelijke uitleg. Zij schrijft op eenvoudige wijze en met mooie en beeldende taal over eenheid en verscheidenheid, over gelijkwaardigheid en dienstbaarheid.

Maakt alle volkeren tot mijn leerlingen: Hnd 2,1-13

Bij zijn afscheid geeft Jezus ons de opdracht: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen.” Jezus weet dat wij het niet op eigen kracht kunnen. Wij hebben hulp nodig. Daarom stuurt Hij ons een Helper: de heilige Geest, de Geest van liefde en waarheid. Wat de heilige Geest met ons doet, horen wij in de lezing van vandaag. Nadat de volgelingen van Jezus vervuld zijn van de heilige Geest, gaan zij naar buiten en getuigen van hun geloof. Zij hebben hun angst en schroom overwonnen en spreken vrijmoedig over alles wat ze aan Jezus hebben ervaren. Zij verkondigen zijn Blijde Boodschap, de boodschap van Gods liefde voor allen.

In Jezus Christus heeft God zich geopenbaard. De liefde van God is in Hem voor altijd zichtbaar geworden. Jezus houdt ons niet een systeem van regels en geboden voor. Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt geloven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor kunt komen.Jezus zegt ons: ‘Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.’ Hij zegt daarmee: Kijk naar Mij, hoe Ik op de Vader vertrouw. Kijk hoe de Vader van Mij houdt en Ik van Hem. Kijk hoe Ik die liefde deel met alle mensen. Doe net als Ik doe: leef met liefde en vertrouwen.

Liefde en geloof, respect en vertrouwen staan aan de basis van ons menselijk bestaan, aan de basis van onze gezinnen en van onze vriendschappen, aan de basis van onze arbeid en van onze ontspanning. Geheel onze maatschappij is gebouwd op liefde en vertrouwen. Liefde en geloof zijn de sleutelwoorden in onze menselijke relaties. Als wij elkaar niet waarderen en niet vertrouwen kunnen we niet met elkaar samenleven. Zonder liefde en geloof wordt onze samenleving een politiestaat. Alles moet gecontroleerd worden, want niemand is te vertrouwen. Alles moet verplicht worden, want niemand doet iets uit liefde. Zo leveren wij als christenen ook een belangrijke bijdrage aan de maatschappij. Wij blijven vertrouwen op het goede dat God door de heilige Geest in ons tot stand brengt. De heilige Geest doet ons liefhebben en geloven, Hij verlicht ons hoofd en ons hart, Hij doet ons leven in liefde en geloof. Hij laat ons delen met alle mensen. Het geloof en de liefde zijn er niet alleen voor onszelf. Liefde en geloof zijn er ten behoeve van de gemeenschap, zij zijn er ten behoeve van heel de mensheid.

Afgelopen november verscheen een brief van paus Franciscus: ‘Evangelli gaudium’ ofwel ‘De vreugde van het Evangelie’. In deze brief roept hij alle christenen op de opdracht van Jezus gestalte te geven in hun leven. De paus zegt ons: ga zonder schroom en angst op weg en verkondig geestdriftig het Evangelie. Ieder doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen omgeving. Het gaat om het hart van het Evangelie, het essentiële, het mooiste, het grootste, het meest aansprekende en tegelijk het meest noodzakelijke. De boodschap moet eenvoudig zijn zonder iets aan diepte en waarheid te verliezen. Zo wordt zij alleen maar krachtiger en overtuigender. Verkondig met vreugde en vertrouwen. Laat zien dat de liefde van God en de vreugde van het Evangelie in je leeft. Laat zien dat je je verbonden weet met Jezus Christus. Wie kan er zwijgen over zijn of haar geliefde?

Vandaag staan wij hier in het centrum van Bleiswijk. Wij zijn er van overtuigd dat het geloof heel het leven betreft. Geloven is er niet voor achter de voordeur. Het navolgen van Christus beheerst ons hele leven. Wij zijn vervuld van de gaven van de heilige Geest: wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, kennis, liefde en ontzag voor God. Het zijn deze zeven gaven die ons brengen tot een waarachtig en authentiek leven in navolging van Christus, tot een leven in liefde en waarheid, een leven dat voor iedereen mogelijk is.

De navolging van Christus, het leven in liefde en waarheid maakt van ons gelukkige mensen. Zo leeft de vreugde van het Evangelie in ieder van ons. Het is deze vreugde, dit geluk dat wij met iedereen willen delen. Amen.

Moeder in liefde en geloof; Lc 1,39-56

In het scheppingsverhaal lezen we dat God sprak: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft.” Mensen kunnen niet zonder elkaar, ze hebben elkaar nodig. Mensen zijn relationele wezens: ze gaan relaties met elkaar aan. Er zijn vele soorten relaties tussen mensen. Mensen worden geboren, hebben een vader en een moeder, ze hebben broers en zusters, opa’s en oma’s en nog meer familieleden. Mannen en vrouwen trouwen met elkaar. En op hun beurt worden zij vader en moeder en later opa en oma. Daarnaast zijn er buren, collega’s, vrienden en vele andere sociale relaties.

Relaties: daar gaat het vandaag over. Mensen ontmoeten elkaar, wij waarderen elkaar en weten ons met elkaar verbonden. Uit verbondenheid met elkaar nemen wij verantwoordelijkheid voor elkaar. Dit is wat we vandaag in het Evangelie lezen: Maria reist met spoed naar Elisabet, omdat ze van de engel Gabriël heeft gehoord dat haar nicht zwanger is en dus wel wat hulp kan gebruiken.

Daarvoor zongen we: “Mag ik dan bij jou”. Al onze vreugde en al ons verdriet willen wij kunnen delen. We hebben de ander nodig om van te houden en we hebben iemand nodig die onvoorwaardelijk van ons houdt. Hoe sterk is dat niet tussen een moeder en een kind. Een intiemer relatie is niet denkbaar. Een kind dat je negen maanden onder je hart draagt, een kind dat deel is van jezelf. Het is een grote daad van liefde om dat vervolgens los te laten en het kind zichzelf te laten zijn en een eigen leven te laten leiden.

We begonnen vandaag met: “Ik zal er zijn”. Nog sterker dan de liefde van welke mens dan ook, sterker dan de liefde van je moeder, sterker dan de liefde van je partner, is de liefde van God voor ons. Hij is er altijd, ook als we door iedereen zijn verlaten en ook als we te midden van vele mensen alleen zijn, ons onbegrepen voelen en een fundamentele eenzaamheid ervaren. Hij is er in het uur van onze dood.

Maria was een mens zoals wij. Al onze menselijke ervaringen en gevoelens deelt zij met ons. Zij is een dochter van Joachim en Anna. Zij is de partner van Jozef. Zij is de moeder van Jezus. Zij is de nicht van Elisabet. Zij is de tante van Johannes de Doper. Maar ook is zij de dienstmaagd des Heren. Elisabet noemt haar de gezegende onder de vrouwen, want zij is de moeder van de Heer. Elisabet maakt ons duidelijk dat alles wat wij ontvangen, dat al onze menselijke relaties een geschenk, een zegen zijn. Wij leven van de genade die God ons geeft.

Maria is door God uitverkoren: God zag welwillend neer op de kleinheid zijner dienstmaagd. Hij die machtig is, deed aan haar zijn wonderwerken. De genade die Maria ontvangt, zet haar in beweging. Zij gaat met spoed naar het bergland, naar een stad in Juda. Daar woont Elisabet die al zes maanden zwanger is. Maria heeft dan nog een hele weg te gaan. De gezegende vrucht van haar schoot zal ze ter wereld brengen. Ze zal het Kind voeden en opvoeden. Ze zal Hem ook moeten loslaten, dan kan ze Hem alleen nog maar liefhebben. Ze zal Hem zien opgroeien tot een man met een missie, een man met een geheel eigen opdracht, een man die zijn eigen weg gaat. Hij zal uitgroeien tot de hoogste dienaar van God en van alle mensen.

Zo is Maria voor ons een voorbeeld van liefde en geloof. De liefde van God beantwoordt zij met haar dienstbaarheid en haar hele vertrouwen stelt zij op God. Hoe onzeker haar toekomst ook is, zij vertrouwt erop dat het goed komt. Hoe onbegrijpelijk haar Zoon Jezus ook is, zij geeft Hem haar vertrouwen, zij steunt Hem, zij volgt Hem, zij gelooft in Hem en zij houdt van Hem. In Jezus ziet zij waar worden wat God heeft beloofd: “Barmhartig is Hij van geslacht tot geslacht… Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven…” Maria weet waar liefde en geloof ons brengen.

Liefde en geloof zijn ook de sleutelwoorden in onze menselijke relaties. Als wij elkaar niet waarderen en niet vertrouwen kunnen we niet met elkaar samenleven. Zonder liefde en geloof wordt onze samenleving een politiestaat. Alles moet gecontroleerd worden, want niemand is te vertrouwen. Alles moet verplicht worden, want niemand doet iets uit liefde. Liefde en geloof, respect en vertrouwen staan aan de basis van onze gezinnen en van onze vriendschappen, aan de basis van onze arbeid en van onze ontspanning. Geheel onze maatschappij is gebouwd op liefde en geloof.

Maria geeft ons het voorbeeld. Net zoals zij deed, mogen wij haar Zoon Jezus navolgen en Hem liefhebben. Maria is ook onze voorspraak. Zij is ons gegeven als ons aller moeder in liefde en geloof. Amen.

In liefde en waarheid getuigen; Hnd 1,1-11; Ef 1,17-23; Mt 28,16-20

Bij zijn afscheid geeft Jezus ons de opdracht: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen.” Afgelopen november verscheen een brief van paus Franciscus: de exhortatie ‘De vreugde van het Evangelie’. In deze brief roept hij ons allen op deze opdracht van Jezus aan ons gestalte te geven in ons leven.

Franciscus opent zijn brief met: “De vreugde van het Evangelie vult de harten en levens van allen die Jezus ontmoeten.” Het woord vreugde keert steeds weer terug. Het is een sleutelwoord in deze brief aan alle katholieken. “Niemand moet denken dat deze uitnodiging niet voor hem of haar bedoeld is, want niemand wordt uitgesloten van de vreugde die door de Heer wordt gebracht.” Het doel van zijn brief geeft de paus met: “In deze exhortatie wil ik de christenen aanmoedigen deel te nemen aan een nieuw hoofdstuk van evangelisatie dat gekenmerkt wordt door deze vreugde…”

De paus zegt ons: ga zonder schroom en angst op weg en verkondig geestdriftig het Evangelie. Ieder doet dit op zijn eigen manier en in zijn eigen omgeving. Het gaat om het hart van het Evangelie, het essentiële, het mooiste, het grootste, het meest aansprekende en tegelijk het meest noodzakelijke. De boodschap moet eenvoudig zijn zonder iets aan diepte en waarheid te verliezen. Zo wordt zij alleen maar krachtiger en overtuigender. Verkondig met vreugde en vertrouwen. Laat zien dat de liefde van God en de vreugde van het Evangelie in je leeft. Laat zien dat je je verbonden weet met Jezus Christus. Wie kan er zwijgen over zijn of haar geliefde? De paus maakt concreet hoe wij de opdracht van Jezus in ons eigen leven gestalte kunnen geven.

Er wordt niet meer van ons gevraagd dan we aan kunnen. En wij mogen hierbij rekenen op de steun van de heilige Geest. Deze belofte geeft Jezus ons: “Gij zult kracht ontvangen van de heilige Geest die over u komt, om mijn getuigen te zijn in Jeruzalem, in geheel Judea en Samaria en tot het einde der aarde.” Jezus weet dat wij het niet op eigen kracht kunnen en ook dat wij ons steeds weer onze eigen voorstellingen maken. Wij zijn als de leerlingen: “Heer, gaat Gij in deze tijd voor Israël het koninkrijk herstellen?” De leerlingen denken nog steeds in aardse en menselijke begrippen. En ook wij doen dat als ons hart en hoofd niet wordt verlicht door de heilige Geest, de Geest van liefde en waarheid.

Paulus wenst ons toe: “Moge Hij uw innerlijk oog verlichten om te zien, hoe groot de hoop is waartoe Hij u roept, hoe rijk de heerlijkheid van zijn erfdeel te midden der heiligen en hoe groot zijn macht is in ons die geloven.” Het is de heilige Geest die ons doet leven in liefde en waarheid. Hij maakt ons tot waarachtige navolgers van Jezus Christus. Het is de heilige Geest die ons laat zien hoe alles doordrenkt is van Christus, of zoals Paulus schrijft: “de volheid van Hem die het al in alles vervult.”

Ook wij mogen ons door de heilige Geest laten vervullen van de volheid van Jezus Christus, van zijn koningschap. Wij mogen delen in zijn vreugde, de vreugde van het Evangelie. Als koningen mogen ook wij onze naaste dienen en Evangelie in liefde en waarheid verkondigen. Amen.

Geest van waarheid; Joh 14,15-21

“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader u (…) een andere Helper geven (…): de Geest van waarheid.” Jezus koppelt hier een aantal zaken aan elkaar: liefhebben, geboden onderhouden en waarheid. Drie begrippen die wij niet gewend zijn zo met elkaar te verbinden.

Geboden onderhouden doen wij omdat het moet. Meestal zien we er ook de redelijkheid wel van in. Soms doen we het alleen om een mogelijke straf te ontlopen. Maar geboden onderhouden uit liefde is niet onze eerste gedachte. En dan de waarheid. Waarheid zien we primair als iets objectief. Waarheid is wat wetenschappelijk wordt vastgesteld op basis van objectieve waarnemingen, berekeningen en logische redeneringen. Daar speelt de liefde geen rol in. De combinatie van waarheid en geboden onderhouden past ook niet in onze gedachtegang.

Jezus denkt blijkbaar op een andere wijze dan wij gebruikelijk doen. Overigens is Hij zich daarvan bewust. Hij waarschuwt ons ervoor dat de wereld niet ontvankelijk is voor de Geest van waarheid, omdat zij Hem niet ziet en niet kent.

Laten we nog eens verder nadenken over het begrip waarheid. Gaat het in ons leven alleen om de wetenschappelijke benadering of hebben we ook nog andere manieren van spreken over waarheid. Naast hetgeen dat wij als waarheid kunnen aantonen en kunnen bewijzen, is er ook dat wat wij als waarheid ervaren. Wij ervaren waarheid wanneer iets zich op eenduidige wijze en bestendig aan ons voordoet. Maar ook een moment van geluk, een moment waarop alles op zijn plaats valt, ervaren wij als een moment van waarheid. We hebben het over de ware als we diegene gevonden hebben, waarmee wij ons leven willen verbinden. Waarheid is een veel ruimer begrip dan alleen wetenschappelijke waarheid. Daarnaast is er ook de waarheid van het geloof. De waarheid van het geloof gaat juist over een deel van ons bestaan waarover de wetenschap zwijgt. Geloofswaarheden vallen buiten het gebied van waarnemen, uitrekenen en bewijzen. Dit geldt ook voor wat de liefde ons aan waarheid leert. En ook de waarheid van de kunst is geen wetenschappelijke waarheid.

Dit zijn geen objectieve waarheden die buiten ons staan. Het zijn waarheden die we zelf ervaren, waarheden die gebeuren in relaties tussen mensen en in relaties tussen God en mensen. Zo zijn liefde en waarheid met elkaar verbonden. Zo is de liefde een bron van waarheid. Ook het onderhouden van de geboden die Jezus ons geeft, heeft alles met liefde te maken. Het belangrijkste wat Hij ons leert is het gebod van de liefde: “Gij zult de Heer, uw God, beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Alle andere geboden zijn hiervan afgeleid. Wie Jezus liefheeft, kan dus niet anders dan zijn geboden onderhouden. Dat is geen plicht of opdracht; het is een resultaat van de liefde.

Zo zijn liefde, waarheid en geboden onderhouden met elkaar verbonden. Maar daarmee zijn het nog geen vanzelfsprekendheden. Zoals Jezus zegt, heeft de wereld er moeite mee het te zien. Daarom stuurt Hij ons zijn Helper, de heilige Geest. De heilige Geest helpt ons lief te hebben. Hij helpt ons de waarheid op het spoor te komen. De heilige Geest helpt ons een leven vanuit de liefde te leven en daarmee Gods geboden te onderhouden.

Met Pinksteren vieren wij de komst van de heilige Geest. Op deze dag zullen er in Berkel 36 kinderen uit de parochies van Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs en Bleiswijk het sacrament van het Vormsel ontvangen. Zij worden gezalfd met Chrisma en ontvangen het zegel van de heilige Geest. Met het Vormsel ontvangen zij een extra genade en de gaven van de heilige Geest: wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, kennis, liefde en ontzag voor God. Het zijn deze gaven die ons brengen tot een waarachtig en authentiek leven in navolging van Christus, tot een leven in liefde en waarheid. Bidden wij vandaag en de komende weken voor onze kinderen die het Vormsel gaan ontvangen; dat zij mogen uitgroeien tot ware christenen. Amen.

Subsidiariteit

De structuren van allerlei organisaties zijn voortdurend in beweging. Telkens wordt er gezocht naar een vorm die past bij de veranderde omstandigheden. We zien het direct bij huis in de fusie van parochies. Velen van ons hebben er in de werksituatie mee te maken. En we zien het bij de overheid: gemeentelijke herindeling, superprovincies, delegatie van de zorg naar de gemeenten en overdracht van bevoegdheden aan Europa. Wat is de juiste wijze van organiseren? Vanaf het begin maakt het principe van de subsidiariteit deel uit van de sociale leer van de Kerk.

Wat is subsidiariteit

Het is niet goed als de overheid zich bemoeit met de persoonlijke levensomstandigheden van individuen. Zo is het ook verkeerd hetgeen in de maatschappij op het lager organisatorisch niveau geregeld kan worden, naar een hogere overheid over te hevelen. Het subsidiariteitsbeginsel houdt tevens in dat het hogere bestuursniveau het lagere in staat stelt deze zaken te behartigen, zo nodig ondersteunt en hiervoor de ruimte schept. Binnen het bedrijfsleven leerde ik: “Doe centraal wat centraal moet en decentraal wat decentraal kan.”

Maatschappelijk middenveld

De mens kan niet los gezien worden van zijn sociale omgeving, familie, buurt en organisaties waarvan hij deel uit maakt en waarbinnen hij allerlei activiteiten ontplooit. Dit is het terrein van het maatschappelijk middenveld of de civil society. Het is het geheel van relaties tussen individuen en sociale groeperingen, dat relatief onafhankelijk is van de overheid en van de markt, en dat sociaal pluralisme mogelijk maakt. De overheid staat ten dienste van de burgers en van de civil society.

Menselijke waardigheid

Subsidiariteit beschermt mensen tegen misbruik door instanties van hogere rangorde en spoort deze instanties aan individuen en organisaties te helpen hun functies te vervullen. Elke persoon, elk gezin en elke organisatie kan en mag iets oorspronkelijks aan de maatschappij aanbieden. Bepaalde vormen van centralisatie, bureaucratie, bijstand en buitensporige aanwezigheid van de staat zijn strijdig met het subsidiariteitsbeginsel. Zij tasten de menselijke waardigheid aan door de individuele mens niet serieus te nemen en van de eigen verantwoordelijkheid en het eigen initiatief te beroven.

Concrete situaties

Het zal duidelijk zijn dat het principe van subsidiariteit in vele situaties een rol speelt, zoals in de discussies over de macht van Brussel binnen de Europese Unie. Ook bij het denken over de participatiesamenleving is subsidiariteit een belangrijk aspect. Paus Franciscus schrijft in Evangelii Gaudium: “Het is niet raadzaam, dat de paus op de stoel van de plaatselijke bisschoppen gaat zitten door elke lokale kwestie te beoordelen. Zo ben ik mij bewust van de noodzaak om een heilzame ‘decentralisatie’ te bevorderen.”

Vredesproject Europa

Op 22 mei zijn er weer verkiezingen voor het Europese parlement. Vanaf het begin is Nederland een voorvechter geweest voor de Europese samenwerking. Echter de laatste jaren is deze Nederlandse houding veranderd. Tegenwoordig telt blijkbaar alleen nog maar wat het ons oplevert. En dat resultaat moet dan vooral economisch en financieel zijn. Zo is het destijds niet begonnen.

Europese samenwerking

Toen na de Tweede Wereldoorlog de Franse Jean Monnet en Robert Schuman samen met de Duitse Konrad Audenauer met hun plan voor Europese samenwerking kwamen, ging het hen primair om vrede in Europa. Er werd begonnen met economische samenwerking die vervolgens moest leiden tot sociale, culturele en politieke integratie. En zo is het ook gegaan.

COMECE en Pax Christi

Onze vorige bisschop mgr. Van Luyn was van 2006 tot 2012 voorzitter van de COMECE (Commissie van Bisschoppen van de Europese Gemeenschap). Hierdoor was hij sterk betrokken op de Europese samenwerking. De COMECE levert op basis van de sociale leer van de Kerk een bijdrage aan het denken over de uitdagingen waarmee de Europese Unie wordt geconfronteerd. Toen vorig jaar na ruim achttien jaar een einde kwam aan zijn rol als voorzitter van de Nederlandse sectie van de katholieke vredesbeweging Pax Christi, was de voorzitter van de Europese Unie Van Rompuy uitgenodigd om hem toe te spreken. Zo kwam de combinatie van Europa en vrede uitdrukkelijk aan de orde.

Vrede voor Europa

Van Rompuy sprak over het ‘vredesproject Europa’. Voor hem was het duidelijk dat de doelstelling van het eerste begin – vrede voor Europa – nog steeds actueel is. Hij noemde het onze opdracht om de vrede door te geven aan de komende generaties. De basis voor de vrede is de verzoening. Vrede is het werk van de rechtvaardigheid. Democratie bevordert de vrede doordat ze de oorlog belemmert. Rechtvaardigheid en verdraagzaamheid staan tegenover egoïsme en populisme. “Angst en vrees kunnen uiting zijn van egoïsme; wanneer men vrees heeft voor de ander, zijn op den duur alle anderen een bedreiging. Politiek kan die vrees kunstmatig aanwakkeren.” De dialoog is het beste wapen tegen extremisme. Economische samenwerking binnen Europa staat volgens Van Rompuy nog steeds in dienst van de vrede in Europa.

Ook mgr. Van Luyn sprak over het vredesproject Europa: “De Europese Unie heeft nog steeds een historische opdracht actief bij te dragen aan vrede en gerechtigheid binnen en buiten haar grenzen. Werken aan een klimaat van vrede vraagt om gerichtheid op het algemeen belang en waar nodig het opgeven van eigen belangen, zelfs het uit handen geven van directe eigen competenties, om de mensenrechten beter en algemener te bevorderen en te borgen in een supranationale structuur.”

Europese verkiezingen

Bij het uitbrengen van onze stem voor de Europese verkiezingen is het goed ons de vraag te stellen welke bijdrage de partij van onze keuze zal leveren aan de vrede in Europa en daarmee aan de vrede in de wereld en de vrede in ons eigen land.

Barmhartig en nederig; Hnd10,34.37-43; Joh 20,1-9

“Hij zag en geloofde.” Met een paar simpele woorden geeft Johannes aan hoe hij tot het geloof kwam. Hoe Petrus de aanblik van het lege graf verwerkt, vertelt het verhaal niet. Misschien had hij wat meer tijd nodig, om zich te realiseren wat het lege graf voor hem betekent. Maar ook hij kwam tot het geloof en legde hiervan getuigenis af, zoals wij hebben gehoord in de eerste lezing. Petrus is weer in zijn oude doen, zoals wij hem uit de Evangelieverhalen kennen: stoer en zelfverzekerd. De angst en onzekerheid van Goede Vrijdag heeft hij van zich afgeschud. De heilige Geest heeft hem de ogen geopend. De boodschap die Jezus verkondigde, is in zijn volle omvang tot hem doorgedrongen.

Deze toespraak van Petrus is gericht aan de heidenen van Caesarea. Petrus had begrepen dat hij ook aan hen het goede nieuws moest brengen. God maakt geen onderscheid tussen mensen. Hij trekt zich het lot van iedereen aan. De boodschap die Jezus aan de Israëlieten bracht, is voor iedereen bestemt. Petrus heeft dat begrepen en getuigt van wat hij heeft meegemaakt. Paus Franciscus riep ons eind vorig jaar op te getuigen van ons geloof, te getuigen van de vreugde van het Evangelie. Evenals Petrus mogen wij de Blijde Boodschap niet voor onszelf houden. Het Evangelie is er om te verkondigen, om te delen met alle mensen. Iedereen mag, kan en moet daar in zijn eigen omgeving en naar eigen vermogen een bijdrage aan leveren.

Vandaag is het de vreugde van Pasen die ons in jubelstemming brengt. Wij geloven zonder te zien, maar wetend uit de overlevering en uit het voorbeeld dat onze ouders ons gegeven hebben. Dit geloof mogen wij op onze beurt doorgeven aan onze kinderen en aan allen die wij in ons leven ontmoeten. Wij doen dat met woorden, maar vooral ook met onze manier van leven. Zo maken wij zichtbaar dat Jezus Christus ook ons heeft gered en dat door Hem God ook ons vergiffenis van de zonden geeft.

Wij krijgen van God vergiffenis van onze zonden. Naast krijgen zijn er nog twee werkwoorden die bij vergiffenis passen. Dat is vergiffenis geven en vergiffenis vragen. Deze twee zijn beide nodig om vergiffenis te krijgen. Elke dag bidden wij in het Onze Vader om vergiffenis van onze zonden, zoals ook wíj aan anderen vergiffenis geven. Het is duidelijk: als wij niet barmhartig zijn naar anderen, mogen wij ook niet op barmhartigheid voor onszelf rekenen. Ook vergiffenis vragen is nodig om vergiffenis te krijgen. Wanneer wij geen oprecht berouw tonen over onze tekortkomingen en als wij onze schuld niet belijden, zal er van vergeving geen sprake zijn. Vergeving vragen is echt moeilijk. Het betekent dat je je totaal afhankelijk maakt van een ander. Dat vraagt nederigheid, echt grote nederigheid.

Barmhartigheid en nederigheid twee grote daden van liefde die Jezus ons heeft voorgeleefd. Telkens weer toonde Hij zijn barmhartigheid aan mensen in de problemen. Hij genas zieken, lammen gingen weer lopen, doven gingen weer horen en aan zondaars gaf Hij vergeving van de zonden. Zijn ultieme daad van nederigheid was op het einde van zijn leven. Toen heeft Hij alle schuld op zich genomen en liet zich vernederen op het kruis. In Hem heeft God aan ons allen vergeving geschonken. Hij heeft dit kenbaar gemaakt door Jezus weer uit de dood te laten opstaan. Vandaag vieren wij deze opstanding als de bekroning van het leven van Jezus.

Jezus heeft ons de liefde geleerd. Hij heeft ons laten zien hoe God van Hem houdt. Hij heeft ons laten zien hoe Hij van zijn Vader houdt en hoe Hij van alle mensen houdt. Dit is de grote boodschap van het Evangelie: God is liefde. Wij mogen die liefde ontvangen en doorgeven. Dat is werkelijk een grote vreugde. Die vreugde mogen wij verkondigen.

Jezus heeft ons zijn voorbeeld gegeven, Maar ook vele mensen kunnen ons tot voorbeeld zijn. Denk aan pater Frans van der Lugt. Hij hield van de mensen in Syrië. Hij hield van de mensen in zijn omgeving: christenen en moslims. Net als Petrus begreep hij dat God geen onderscheid maakt tussen mensen. Denk ook aan pater Leo Ammerlaan, hier uit Bleiswijk. Hij ging als jonge man naar de Congo om daar Gods liefde te verkondigen en in de praktijk te brengen. Dit najaar zullen wij gedenken dat hij daar vijftig jaar geleden werd vermoord. Zij waren er niet op uit om als martelaar te sterven. Het overkwam hen. Het was de consequentie van de liefde die zij brachten. Hierin hebben zij Jezus nagevolgd en met Hem zullen zij eeuwig leven.

De liefde van God die in ons brandt, de vreugde van het Evangelie zet ook ons op de weg van Jezus, de weg van de liefde, de weg ten leven. Ook wij zullen met Hem opstaan en eeuwig leven als wij bereid zijn niet voor onszelf te gaan, maar voor de ander, als wij niet in eerste instantie ons eigen hachje willen redden, als wij niet in eerste instantie ons eigen belang nastreven, als ook wij ons leven in dienst stellen van de ander. Als wij leven vanuit de vreugde van het Evangelie, komen wij tot daden van liefde en zijn wij ware volgelingen Christus. Hij is onze weg, onze waarheid en ons leven. De Heer is verrezen! Hij is waarlijk opgestaan! Alleluia!

Geloof en wetenschap


Geloof en wetenschap worden vaak gezien als strijdig met elkaar. Iemand die wetenschappelijk denkt, gelooft niet en een gelovige is niet in staat tot onbevangen en waardevrije wetenschap. Hoe zijn geloof en wetenschap met elkaar te verenigen?

De wetenschap versterkte mijn geloof

Begin jaren zeventig studeerde ik scheikunde en ontwikkelde ik mijn analytisch denken. Ook probeerde ik het bestaan te doorgronden. Met mijn analytisch en wetenschappelijk denken kwam ik er niet uit. Het enige dat mij werkelijk in staat stelde echt te leven, was het geloof dat mijn ouders mij hadden voorgeleefd. De aanvaarding van het mysterie gaf mij rust. Zo kon ik mij verder ontwikkelen. Geloof en wetenschap strijden niet met elkaar. Beide hebben een plaats in mijn leven.

Geloof en wetenschap vallen samen

Altijd is de mens op zoek naar het waarom van het bestaan. Waarom besta ik? Waarom is de wereld zoals zij is en hoe is zij zo geworden? Lange tijd is het bestaan van God een bevredigend antwoord. God heeft het zo gewild en Hij heeft er zijn bedoelingen mee. Geloof en wetenschap zijn met elkaar in harmonie. Vanaf de 17e eeuw verandert dat. Door de ontwikkeling van de wetenschap is God niet meer nodig als gatenvuller. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de vraag naar het waarom en de vraag naar het hoe. Het waartoe zijn wij op aarde is een kwestie van geloof. De wetenschap geeft antwoord op de vraag hoe alles ontstaan is. God wordt nu de grote horlogemaker die alles bedacht heeft, in gang heeft gezet en richting en doel heeft gegeven.

Evolutieleer

In de 19e eeuw komt Darwin met de evolutieleer. Deze is niet strijdig met het geloof, maar het latere darwinisme is dat wel. Hierin wordt de evolutieleer van toepassing verklaard op het ontstaan van de gehele aardse werkelijkheid. Alles wordt toegeschreven aan het toeval en de noodzaak die de natuurwetten voorschrijven. Doel en intentie en ook een schepper bestaan niet. Dit denken is overheersend in onze samenleving. Met het doortrekken van de evolutieleer naar de vraag van het waarom wordt de grens van de wetenschap overschreden. Het ontkennen van God en van een doel en een intentie van de schepping is geen wetenschappelijke, maar een religieuze bewering. Als reactie op het darwinisme ontstaat het creationisme. Hierin is het Bijbelse scheppingsverhaal de basis voor wetenschap. Alles wat bestaat vindt zijn oorsprong in een scheppingsdaad van God. De schoonheid, ordening en complexiteit van de natuur verwijzen naar de almacht en voorzienigheid van God. Met het creationisme wordt de grens van de religie overschreden.

Intelligent design

Een recente wetenschappelijke ontwikkeling is het intelligent design. De fundamentele fysica en de moleculaire biologie hebben de afgelopen decennia de complexiteit van onze wereld blootgelegd. De complexiteit is zo groot en zo wijd verbreid dat het geen toeval kan zijn. Ze is ook niet door natuurwetten veroorzaakt. De wereld kan volgens deze visie alleen zijn ontstaan omdat er een ontwerp aan ten grondslag ligt. Over de ontwerper zelf laat men zich niet uit. Het ontwerp kan ook in de natuur zelf besloten liggen zonder dat er een ontwerper is. Intelligent design is dus geen godsbewijs.

Geloof tegenover wetenschap

Geloof en wetenschap strijden met elkaar als een van beide of allebei de eigen grenzen te buiten gaat. Het erkennen van God en het mysterie met Hem verbinden is een daad van geloof. Hetzelfde geldt voor het ontkennen van God. Beweren dat God niet bestaat omdat je niet kunt bewijzen dat Hij wel bestaat, is geen wetenschappelijke maar een religieuze bewering. Iemand die de Bijbel als een geschiedenisboek leest of als een wetenschappelijke verhandeling, overschrijdt de grenzen van het geloof. Anders dan vroeger is het in onze tijd juist het seculiere denken dat de religie met agressie benadert.

Samenhang tussen geloof en wetenschap

Mensen zoeken naar de alomvattende waarheid. Geloof en wetenschap bewandelen daarin verschillende wegen. Beide moeten ze zich beperken tot het eigen domein. Maar dit maakt geen einde aan het verlangen naar harmonie. Een mens wil dat beide manieren van kennen van waarheid in elkaars verlengde liggen. Een bekend voorbeeld is Albert Einstein. Hij had moeite met het toeval in de quantummechanica en verwierp dit idee met de opmerking: “God dobbelt niet.” Anderzijds kunnen geloof en wetenschap elkaar ook in positieve zin bevruchten. Een wetenschapper zonder visie zal weinig nieuws ontdekken. De wetenschap kan het geloof zuiveren van bijgeloof.

Geloof en wetenschap ontmoeten elkaar in de ethiek. Vanuit het geloof wordt er nagedacht over de wenselijkheid van technologische ontwikkelingen. Het geloof inspireert tot keuzes. Niet alles wat kan, is ook goed voor de mens. De waarheid van wetenschap en techniek kan niet zonder de door het geloof gepredikte liefde. Zonder de liefde verliest het leven haar menswaardigheid.

Een mens heeft niet alleen zijn fysieke zintuigen waarmee hij de wereld waarneemt en niet alleen zijn verstand waarmee hij verklaard wat hij ziet. Een mens kijkt en luistert ook met zijn hart en ontdekt zo een grotere wereld dan alleen de materiële. De stem van zijn hart zet hem op het spoor van de liefde voor de medemens en voor de schepping en leidt hem tot God. Zo komt hij in liefde en geloof tot een grotere waarheid, waarbinnen ook het materiële en wetenschappelijke zijn plaats heeft.

Lumen fidei

Begin vorige eeuw overheerste in de Kerk het antimodernisme. Zij wilde de wetenschap aan het gezag van de paus onderwerpen. Gaandeweg heeft de Kerk zich hiervan bevrijd. Vanaf midden vorige eeuw wordt de eigen plaats van de wetenschap erkend. Geloof en wetenschap strijden niet met elkaar. In 1965 werkt het Concilie dit uit in de pastorale constitutie ‘Gaudium et spes’. Johannes Paulus II doet dit in ‘Fides et ratio’ en Benedictus XVI in ‘Caritas in veritate’. Ook in de in 2013 verschenen encycliek ‘Lumen fidei’ besteedt paus Franciscus er aandacht aan. Hier volgt een sterk ingekort citaat.

“Het licht van de liefde, dat eigen is aan het geloof, kan de vragen van onze tijd aangaande de waarheid verklaren. Wanneer de waarheid een waarheid van de Liefde is, kan ze een deel worden van het gemeenschappelijke goed. Omdat ze voortkomt uit liefde, kan ze het hart bereiken, de persoonlijke kern van ieder mens. Zo wordt duidelijk, dat het geloof niet onverzoenlijk is, maar juist groeit in een vreedzaam samenleven met anderen. Verre van ons te verharden, brengt de zekerheid die het geloof biedt, ons in beweging; ze maakt het getuigenis en de dialoog met eenieder mogelijk. Omdat het verenigd is met de waarheid van de Liefde, is het licht van het geloof ook niet vreemd aan de stoffelijke wereld, omdat de liefde steeds met lichaam en ziel beleefd wordt. Het geloof nodigt de wetenschapper uit om open te blijven staan voor het geheel van de werkelijkheid. Door verwondering te wekken over het mysterie van de schepping, biedt het geloof de rede een weidser perspectief om de wereld, die zich voor wetenschappelijk onderzoek ontsluit, beter te kunnen verlichten.”