Wij waken bij onze dierbare overledenen en we vertellen elkaar verhalen, eindeloze verhalen. Het zijn verhalen die ons troosten, verhalen van dankbaarheid en verhalen die ons hoop geven. Het is iets van alle tijden. Gisteren nog was een groot deel van de krant met dergelijke verhalen gevuld. Er was een groot voetballer overleden.
In deze traditie staat ook de Paaswake: van de invallende duisternis tot het licht van de morgen wordt de nacht biddend en wakend doorgebracht. De grote verhalen van ons geloof en van de heilsgeschiedenis worden verteld. We zien uit naar het licht van de morgen, het licht van Pasen, het licht van de verrezen Christus. In deze nacht waken we bij het graf van Jezus van Nazareth. Hij heeft zijn boodschap van liefde met de dood moeten bekopen. We verkeren tussen licht en donker. En wij vragen ons vertwijfeld af: Waar zijn wij? We lezen de verhalen die ons altijd op de been hebben gehouden. We lezen hoe God de wereld gewild heeft en hoe Hij alles wat Hij gemaakt heeft, goed vindt. We lezen hoe God de mensen steeds weer redt. Hoe Hij hen verlost uit de slavernij. Hij trekt zich het lijden van zijn volk aan en tegen Mozes zegt Hij: Mijn Naam is: Ik zal er zijn. Het zijn verhalen uit een ver verleden, verhalen die de geschiedenis van God met de mensen vertellen. Deze verhalen vertellen ons hoe God met mensen omgaat, ook vandaag.
Met de vrouwen zijn wij bij het lege graf. Het gaat ons rationele denken te boven. Dit kan niet bestaan: dood is dood. Wat de vrouwen zeggen is ook maar een mening. Dat staat ze vrij. Toch nog maar even samen met Petrus het graf in lopen. Is het dan toch waar? Hij is er niet! Later die dag zal Hij met twee leerlingen meelopen naar Emmaus. Zij herkennen Hem in het breken van het brood en zij geloven: De Heer is waarlijk verrezen! En Paulus legt ons uit dat ook wij met Hem zullen verrijzen. Ook wij mogen eeuwig leven.
Jezus Christus, Hij stierf een schandelijke dood aan het kruis. Nu heeft God Hem doen opstaan uit de dood. Hij ging in zijn liefde voor ons tot het uiterste toe, tot in de dood. Nu heeft Hij het kwaad en de dood overwonnen en wij mogen delen in de overwinning van onze leider. Maar willen wij werkelijk bij Hem zijn? Is Hij echt onze leider of slechts een mooi voorbeeld? Waar zijn wij en wie is Hij voor ons?
Twee weken geleden verscheen het rapport: God in Nederland. Dit is de vijfde editie van dit onderzoek en zo hebben wij een beeld van 50 jaar christendom in Nederland. Vooral voor hen die houden van de kerk waarmee ze zijn opgegroeid, is het een beeld waar je niet vrolijk van wordt.
In zijn algemeenheid neemt de gelovigheid van de Nederlanders af en de toch nog omvangrijke groep die op een of andere manier gelooft, doet dat bij voorkeur niet binnen een kerkelijk verband: ‘Believing without belonging’, geloven zonder ergens bij te horen. Vrij algemeen is het idee dat geloven een privéaangelegenheid is. Geloven hoort achter de voordeur. Ook binnen de Kerk hoor je velen zeggen dat ze best zonder de Kerk kunnen. Om te geloven heb je de Kerk niet nodig. Er zijn vele vormen van geloof waarvoor dat zonder meer geldt, maar hoe zit dat met het christendom?
De apostel Johannes heeft de boodschap van Jezus Christus zeer kernachtig met drie woorden samengevat: “God is liefde.” Dat is de kern van ons geloof en dus kunnen we zeggen: Geloven is liefhebben. Liefhebben doe je niet in je eentje. Daar heb je anderen voor nodig. Liefhebben in je eentje komt niet verder dan eigenliefde en egocentrisme. Dat is niet de boodschap die Jezus ons gebracht heeft. Onze bisschop noemt in het nieuwe ‘Bisdom Magazine’ – u vindt het achter in de kerk – de Kerk “een netwerk van liefde”. Waar zijn wij? Willen wij werkelijk in Christus’ naam bouwen aan een beschaving van liefde? Willen wij ons werkelijk in Christus verbinden met de anderen? Willen wij ons echt liefdevol – zoals Christus – inzetten voor de medemens? Hebben wij – zoals de Kerk verkondigt – allereerst aandacht voor de zwaksten? Willen we ons werkelijk inzetten voor de vrede en ons verzetten tegen haat en tegen geweld?
Christen zijn is niet primair een troostrijke gedachte. Het is niet primair een kwestie van eigen welbevinden. Christen zijn is voor alles Christus navolgen. Het is je verbinden met Hem en vanuit die liefde de medemens dienen en liefhebben. Alleen zo beleven wij de werkelijke vreugde van Pasen. Alleen de liefde voor de ander is onze bron van vreugde. Dat vraagt dat wij ons verzetten tegen de zelfgenoegzaamheid van deze tijd. Dat we ons werkelijk druk maken om mensen in de knel. Dat we ons verzetten tegen elke vorm van haat en geweld. Zeker tegen haat en geweld in onze directe omgeving, zoals die varkenskop bij de moskee in Berkel.
Geloven in de verrezen Christus en delen in de vreugde van Pasen doet ons telkens weer vragen: Waar zijn wij? Amen.
Vorig jaar heb ik samen met een rabbi en een imam bij gelegenheid van het einde van de ramadan een korte inleiding verzorgd over verspilling. Nu zijn we in de Veertigdagentijd. Ons vasten is minder ingrijpend dan dat van de moslims, maar ook voor ons is de Veertigdagentijd een tijd van soberheid en bezinning. Een goed moment om opnieuw stil te staan bij het begrip verspilling.
Het woord verspilling valt vaak als we over duurzaamheid en over het milieu spreken. Bij mij roept dat soms een beeld op alsof mensen willens en wetens waardevolle zaken vernietigen of weggooien. Van onthechte kloosterlingen zou je dat kunnen verwachten. Zij hechten totaal geen waarde aan materiële zaken. Maar de mens van tegenwoordig is toch door en door materialistisch. Een materialist gooit nooit zomaar iets van waarde weg. Hier klopt iets niet!
Van verspilling is alleen sprake als het gaat om iets dat door schaarste waardevol is. Als we het overvloedige regenwater via het riool afvoeren, noemt niemand dat verspilling. Als iemand voor zijn plezier aan het sporten is, noemen we dat hooguit gekscherend energieverspilling. Als je de schepping als onmetelijk en grenzeloos ervaart, is het moeilijk om over verspilling van het milieu te spreken. Ik ben opgegroeid op het platteland van Friesland. Diep in mij zit de ervaring van grenzeloosheid als het over de schepping gaat.
Ook heb ik de enorme welvaartsgroei van de naoorlogse decennia meegemaakt. De bomen zouden werkelijk tot de hemel doorgroeien. Wetenschap en techniek zouden steeds weer nieuwe mogelijkheden en oplossingen brengen. Toen in 1972 de Club van Rome met het rapport ‘Grenzen aan de groei’ kwam, werd ik daar niet echt zenuwachtig van. Ik dacht: daar vinden we wel wat op.
En dan ben ook nog katholiek. God is zeker niet zuinig en afgemeten. Hij is juist in alles overvloedig. Overvloedig is zijn genade. Paulus schrijft: “Waar de zonde heeft gewoekerd, werd de genade mateloos.” (Rom 5,20) Psalm 136 herhaalt telkens: “Tot in eeuwigheid is zijn genade.” Niet alleen Gods liefde en genade zijn overvloedig. Ook in materiële zaken is Hij beslist niet karig. Jeremia schrijft: “Ik schenk de priesters veel vet van de offers en het volk overstelp Ik met mijn gaven – godspraak van de Heer.” (Jr 31,14) In Psalm 23 wordt het inschenken van wijn door de Heer bezongen: “Mijn beker vloeit over.” Als Hij in Kana water in wijn verandert, is Jezus al even royaal. Het gaat hier maar liefst over zes kruiken van twee of drie metreten geheel gevuld met water. Dat is vijf- tot zevenhonderd liter wijn voor een bruiloftsfeest, genoeg om de hele stad uit te nodigen. Als Hij met vijf broden en twee vissen het volk te eten geeft, blijven er twaalf korven vol brokken over. Hoelang hebben de leerlingen daar nog van gegeten?
Dat de schepping eindig is en dat de bomen niet tot de hemel doorgroeien, is ondertussen wel tot mij doorgedrongen maar dat God ons een te kleine aarde zou hebben gegeven, gaat er bij mij niet in. Ik zal een aantal op het eerste gezicht tegenstrijdige zaken bij elkaar moeten brengen.
De overvloedigheid waar de Bijbel over spreekt, betreft zeer waardevolle zaken. Zij dalen niet in waarde ook al zijn ze niet schaars. Ondanks overvloed kan er toch sprake van verspilling zijn! Ook zaken die niet schaars zijn, kunnen waardevol zijn. Voor economen is dit onzin, maar deze paradox is deel van ons bestaan.
Column op de website Kerk en Milieu, maart 2016: www.kerkenmilieu.nl
Auteur: Erik Borgman
Titel: Waar blijft de kerk: Gedachten over opbouw in tijden van afbraak
Uitgever: Adveniat, 2015
Prijs: € 19,50
ISBN: 97894 9209 312 7
Aantal pagina’s: 158
Erik Borgman stelt voor de berichten over krimp en de prognoses over afbraak van de kerk als een list van de heilige Geest te beschouwen. De r.-k. kerk kan niet meer gered worden door bezuinigingen, efficiënter beheer of intelligentere organisatie. “We moeten niet allereerst iets doen, we moeten weer iets gaan ontvangen: de signalen van de Geest.” Wij moeten terug naar de vraag: “wie en wat is God en wat betekent het in hem te geloven.”
De theoloog Borgman zoekt in dit boek naar de bron van de kerk. Het gaat hem om de vraag hoe de kerk in onze tijd teken en instrument van de liefde van God kan zijn. “Haar taak is te doen wat in het licht van het geloof als nodig verschijnt, ook al lijkt het onmogelijk.” De kerk moet niet met alle winden meewaaien, maar wel weten dat het verlangen naar God zich steeds weer opnieuw en zich steeds weer anders voordoet, en daarvoor openstaan. Dat vraagt een open en creatieve manier van kijken naar de wereld van vandaag.
De benadering van Borgman is verfrissend. Hij schrijft vanuit zijn liefde voor de kerk en noemt het boek een liefdesverklaring. Gods liefde voor ons doet ons “weten dat wij, wat er ook gebeurt, niet kunnen en mogen ophouden kerk te zijn.”
Jezus is zijn optreden in de synagoge begonnen met een tekst uit de profeet Jesaja te lezen. Vorige week hoorden we deze tekst: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” Dit is de tekst waarvan Jezus – zoals we vandaag horen – zegt: “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt, is thans in vervulling gegaan.” Jezus betrekt deze tekst op zichzelf. Hij is degene waarover de profeet Jesaja spreekt. Jezus presenteert zichzelf als een ware profeet.
Jezus is door God gezonden om Gods liefde voor de mensen te verkondigen. Hij is gekomen om het goede nieuws, de Blijde Boodschap te brengen: Hij verkondigt de bevrijding die God bewerkt. Eerder zijn de profeten van het Oude Testament gezonden met de opdracht deze boodschap van bevrijding te verkondigen. Al snel wordt duidelijk dat het leven van een profeet niet gemakkelijk is. Na een eerste enthousiaste reactie slaat de stemming van zijn stadsgenoten om. Jezus ziet dit gebeuren en concludeert: “Geen profeet wordt aanvaard in zijn eigen vaderstad”. Jezus herinnert er ook aan hoe het de grote profeten Elia en Elisa is vergaan. Ook wij ervaren in onze tijd dat het niet gemakkelijk is te spreken over God, over zijn liefde voor ons en over de hoop en het vertrouwen waarmee wij – dankzij die liefde – kunnen leven.
Paulus reikt ons de sleutel aan voor een goede verkondiging. Hij schrijft in zijn brief aan de Korintiërs over de liefde. In deze indrukwekkende tekst beschrijft hij het belang van de liefde. De liefde staat centraal, alles draait om de liefde. Dit geldt niet alleen voor de verkondiging, maar voor al ons doen en laten. Al ons spreken en al ons handelen moet vergezeld gaan van liefde. Wij leven in relatie met andere mensen en alles wat wij doen is relationeel en heeft met andere mensen te maken. Leven in pure eenzaamheid houden we niet lang vol.
In relatie met anderen worden wij pas mens. Wij worden mens door werkelijk in contact te staan met anderen, in onze verbondenheid met elkaar. Daarom mag ons spreken en handelen nooit puur functioneel zijn, want dan wordt de ander tot een object, een ding teruggebracht. Daarmee doen we niet alleen de ander te kort. Ook wijzelf worden daardoor minder mens. Paulus spreekt daar zeer beeldend over: “… als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. … als ik de liefde niet heb, ben ik niets. … als ik de liefde niet heb, baat het mij niets.” Als wij niet spreken en handelen met liefde wordt het niets. Zonder liefde zijn wij geen goed ouders, zonder liefde zijn we geen goede onderwijzers, zonder liefde zijn we geen goede zorgers. Maar zonder liefde zijn we ook geen goede tuinders, geen goede bouwvakkers, geen goede bankiers, geen goede ambtenaren, geen goede kooplieden en zo kunnen we doorgaan.
Door ons spreken en handelen te doorspekken met liefde maken wij God zichtbaar in deze wereld. Door de liefde lijken wij op God. De liefde maakt zichtbaar dat wij naar het beeld van God geschapen zijn. Met een leven in liefde verkondigen wij God en verkondigen wij zijn blijde Boodschap. Met een leven van liefde zijn wij ware navolgers van Jezus Christus. Hij heeft ons laten zien hoe je leven in liefde kunnen leiden.
Bij de bewoners van Nazareth ging het niet om de liefde. Zij zagen Jezus als iemand die hun belangen kon dienen. Zij hadden alleen maar een functioneel idee over de rol van Jezus. Daarom wordt de belangstelling van Nazareth door Jezus afgewezen. Hij is gezonden om de liefde van God te brengen. Hij komt niet voor het particuliere gewin van zijn eigen stad. In onze tijd is ook alle aandacht gericht op eigen gewin en functionaliteit. Alles wordt instrumenteel gemaakt. Het gaat om meetbare resultaten en duidelijke doelen. Zo wordt ook alles verhandelbaar. Daarmee verdwijnt niet alleen de menselijkheid in onze onderlinge relaties, ook de functionaliteit zelf lijdt eronder. Onderwijs zonder liefde is slecht onderwijs. Zorg zonder liefde is slechte zorg. Maar ook huizen gebouwd zonder liefde zijn minder goede huizen en tomaten gekweekt zonder liefde zijn minder goede tomaten.
Velen zullen onze boodschap naïef noemen en niet serieus nemen. Net alles Jezus zullen we niet door iedereen gewaardeerd worden. Wij zelf zullen echter de kracht van de liefde ervaren in de mensen om ons heen en in onszelf. Dat maakt ons ongenaakbaar. Zoals Jezus door de menigte loopt, zo mogen ook wij ongenaakbaar zijn. Onze liefde voor iedereen zal uiteindelijk het respect van de ander oproepen. Met onze liefde voor allen wordt zichtbaar dat ook wij vervuld zijn van de Geest des Heren.
Wanneer wij delen in Gods liefde en ook de anderen daarin laten delen, zijn ook wij ware profeten en verkondigers van de Blijde Boodschap. Amen.