Spring naar inhoud

Noveen ter voorbereiding op de kerkproeverij 2017

Opening

Thema van de dag

  1. vrijdag 1 september: ‘God is goed’
  2. zaterdag 2 september: ‘Samen bidden’
  3. zondag 3 september: ‘Uitnodigen’
  4. maandag 4 september: ‘Laat zien wat je beweegt’
  5. dinsdag 5 september: ‘Ik durf niet’
  6. woensdag 6 september: ‘Ik kan niet’
  7. donderdag 7 september: ‘De schaamte voorbij’
  8. vrijdag 8 september: ‘Als hij/zij nee zegt’
  9. zaterdag 9 september: ‘Loslaten’

Lied

‘De Geest des Heren heeft’ (LB 686, GvL419)
of ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht’ (LB834, GvL538)

Schriftlezing per dag

  1. Psalm 16,2.5-6: ‘God is goed’
    Ik zeg tot de Heer: “U bent mijn Heer,
    mijn geluk, niemand gaat U te boven.
    Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
    U houdt mijn lot in handen.
    Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
    ik ben verrukt om wat mij is toebedeeld. ”
  2. Psalm 40,10-11: ‘Samen bidden’
    Wanneer het volk bijeen is,
    spreek ik over uw rechtvaardigheid,
    ik houd mijn lippen niet gesloten,
    U weet het Heer.
    Ik zwijg niet over uw goedheid,
    maar getuig van uw trouw en uw hulp.
    In de kring van het volk verheel ik niet
    hoe liefdevol, hoe trouw U bent.
  3. Marcus 6,37-39: ‘Uitnodigen’
    Jezus zei: “Geven jullie hun maar te eten!” Ze vroegen Hem: “Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?” Toen zei Hij: “Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.” En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: “Vijf, en twee vissen.” Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten.
  4. 1 Petrus 3,15-16a: ‘Laat zien wat je beweegt’
    Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver.
  5. 1 Johannes 4,18: ‘Ik durf niet’
    De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.
  6. Exodus 4,10-12: ‘Ik kan niet’
    Mozes antwoordde: “Neemt U mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu U tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.” De Heer zei: “Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan Ik, de Heer? Ga nu, Ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in je mond leggen.”
  7. Romeinen 1,16: ‘De schaamte voorbij’
    Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.
  8. Matteüs 10,12-14: ‘Als hij/zij nee zegt’
    “Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren. En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.”
  9. 1 Korintiërs 3,6-7: ‘Loslaten’
    Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft doen groeien. Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet, alleen God is belangrijk, want Hij doet groeien.

Voorbede

Gebed tot de heilige Geest

Augustinus van Hippo (354-430)

Adem in mij, heilige Geest,
zodat ik heilige gedachten heb.
Zet me aan, heilige Geest,
heilige daden te verrichten.
Trek me aan, heilige Geest,
zodat ik het heilige liefheb.
Maak me sterk, heilige Geest,
zodat ik zorg draag voor het heilige.
Zorg voor mij, heilige Geest,
zodat ik het heilige nooit verlies. Amen.

Onze Vader

Slotgebed

Barmhartige God, u kent onze zwakheden;
help ons te worden tot een uitnodigende geloofsgemeenschap
waar mensen kennis mogen maken met uw liefde voor allen.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Amen.

Afsluiting

 

Toelichting:
De oorsprong van de noveen ligt in de negen dagen van Hemelvaart tot Pinksteren die de apostelen in gebed doorbrachten. “Vurig en eensgezind wijdden zij zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.” (Hnd 1,14)

Deze noveen kan individueel gebeden worden. Ook kan zij gezamenlijk gebeden worden. Dit kan in een daarvoor belegde bijeenkomst, maar ook als onderdeel van een dienst of bij de opening van een vergadering.

Deze noveen is tot stand gekomen in samenwerking met ds. Els van der Wolf uit Voorburg.
Een pdf om gemakkelijk uit te printen in de vorm van een boekje van vier blaadjes A5 kan toegestuurd worden door een e-mailadres als reactie achter te laten.

Wie is deze Jezus toch? Da 7,9-10.14-14; Mt 17,1-9

Petrus, Jakobus en Johannes hebben het er niet makkelijk mee. De gedaanteverandering van Jezus is een overweldigende ervaring. Het brengt hen danig in verwarring. Wie is deze Jezus toch? Hij is hun leermeester. Hij doet wonderen. Velen zien Hem als een profeet. Volgens de leerlingen is Hij de beloofde Messias, de Christus. Eerder heeft Petrus gezegd: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mt 16,16) Hij is voor hen hoe dan ook een bijzonder mens. Een bijzonder mens zoals er voor Hem ook bijzondere mensen waren geweest: denk aan Mozes, denk aan Elia. Hij heeft een bijzondere relatie met God: Hij noemt God zijn Vader. Vandaag horen zij een stem uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde.” Later zal Hij ook nog uit de doden opstaan.

Zelf noemt Jezus zich de Mensenzoon. Hij verwijst hiermee naar de profeet Daniël, naar de tekst die wij vanmorgen hebben gelezen. Met de komst van de Mensenzoon begint een nieuw tijdperk. Hij krijgt de macht over een koninkrijk dat nooit vergaat. God geeft de Mensenzoon een uitzonderlijke macht. Het deze uitzonderlijke macht die Jezus in staat stelt zonden te vergeven. Jezus zegt zelf: “dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven.” (Mt 9,6) De Mensenzoon is ook de Heer van de sabbat. (Mt 12,8) Het zijn juiste dergelijke uitspraken van Jezus waaraan de joodse overheden zich ergeren. Deze uitspraken brengen hen ertoe Hem uit de weg te willen ruimen.

Dat de leerlingen Hem zien als de Zoon van God is veel minder uitzonderlijk. Ook de koningen uit het Oude Testament en ook de aartsvaders worden zo genoemd. Zoon van God is duidelijk iets anders dan God de Zoon. Wij zijn geneigd die termen met elkaar te verbinden of zelfs aan elkaar gelijk te stellen. Zo zullen de leerlingen dat niet gezien hebben. Zij waren oprechte joden. Voor hen was er één God. Ons denken in termen van een goddelijke Drie-eenheid is hun vreemd. Zij kennen geen God in drie personen: Vader, Zoon en heilige Geest. Voor hen is er heel duidelijk maar één God.

Hier stuiten we op een enorme worsteling van de eerste christenen. Jezus is duidelijk meer dan een profeet en ook meer dan de Messias. Hij is gezonden niet alleen voor Israël maar voor de hele mensheid. Hij is Zoon van God, maar wat is dan de relatie met zijn Vader? Hoe goddelijk is Jezus zelf? De apostel Paulus noemt Jezus: beeld van de onzichtbare God (Kol 1,15) “In Christus is de godheid in heel haar volheid lijfelijk aanwezig.” (Kol 2,9) Het Evangelie volgens Johannes wordt rond het jaar 100 geschreven. Dit Evangelie zorgt voor een doorbraak in het denken over Jezus. Hierin is Jezus het Woord dat vlees geworden is. Dit woord was in het begin bij God en het was God. In dit Evangelie spreekt Jezus over zijn eigen goddelijkheid en Thomas zal uiteindelijk tegen Hem zeggen: “Mijn Heer en mijn God.” In dit Evangelie vinden de eerste aanzet tot het idee van de goddelijke Drie-eenheid.

In de volgende eeuwen komt dit denken verder tot ontwikkeling. Wat moeten wij ons voorstellen bij de drie-ene God? En wie is Jezus Christus? Is Hij vooral mens of vooral God en hoe zit het met de combinatie van die twee? In 381 besluit het Concilie tot de tekst van het Credo, waarmee wij nog steeds ons geloof belijden. In 451 is er weer een Concilie. Dan worden er definitieve uitspraken over Jezus Christus gedaan. Velen van u hebben deze uitspraken met de catechismuslessen geleerd. Jezus is God en mens tegelijk. Hij is één persoon en in Hem zijn twee naturen: de goddelijke en de menselijke natuur.

In de eerste eeuwen van het christendom heeft dit tot veel discussie geleid. Tegenwoordig zul je niet snel iemand tegenkomen die zich hier druk over maakt. Toch blijft dit een wezenlijk onderdeel van ons geloof. Ook in onze tijd is het van belang te beseffen dat Christus één persoon met twee naturen is. Ook nu is er het gevaar dat we Hem te veel zien als vooral mens of juist te veel als vooral God. Als we Jezus Christus vooral als mens zien, als een wijs en bijzonder mens en als een goed voorbeeld, dan verdwijnt zijn goddelijkheid uit het zicht. Daarmee verdwijnt ook zijn bijzondere relatie met God die Hem maakt tot de openbaring van God aan ons, tot onze Verlosser en tot de unieke bemiddelaar tussen God en mensen die ons onze zonden kan vergeven. Uiteindelijk blijft dan alleen een niet-godsdienstig humanisme over. Als we Christus vooral als God zien, verdwijnt zijn menselijkheid uit het zicht, dan verliezen zijn dood en verrijzenis aan betekenis, dan verdwijnt zijn rol als onze leider en aanvoerder, dan verdwijnt zijn blijvende aanwezigheid onder ons, dan verdwijnt onze redding en ons eeuwig leven, dan verdwijnt ook onze aandacht voor het leed en de nood van de medemens. Dan wordt het geloof uiteindelijk een vaag en vrijblijvend ietsisme: “Er moet wel iets zijn.”

In Jezus Christus heeft God zich daadwerkelijk aan ons doen kennen en is Hij blijvend onder ons aanwezig als onze Broeder, onze Redder en onze Verlosser. Dat is wat wij geloven. Amen.

Kerkproeverij; Js 55,10-11; Mt 13,1-9

Jezus vertelt ons over een zaaier. Zijn inspanningen leveren verschillende resultaten op. Een deel van het zaad valt op de weg en wordt door de vogels opgegeten; een deel valt op rotsige bodem en vindt te weinig vruchtbare aarde; een ander deel valt onder de distels en wordt verstikt; en een deel valt op goede grond en levert vrucht op.

Dat kan wel beter denk je dan. Laten we beginnen met een grondonderzoek. Dan zaaien we alleen daar waar goede grond is. Dat spaart veel zaad en moeite uit. Daarna gaan we wat aan de distels doen. Wat dacht u van bestrijdingsmiddelen of toch liever een ecologische aanpak? Dan de rotsige bodem. Een gedeelte valt mogelijk te verbeteren en de rest schrijven we af. Tenslotte: op de weg zaaien is natuurlijk gewoon dommigheid. Maar Jezus komt in het geheel niet met zulke aanbevelingen. Het is dus geen bericht voor land- en tuinbouw. Het gaat er niet om de opbrengst van de grond en van het zaad en het rendement van het werk van de zaaier te verbeteren.

Onze manier van reageren op deze gelijkenis wordt sterk beïnvloed door het rendementsdenken van deze tijd. Al ons handelen is gericht op resultaat. Het behaalde succes is er dankzij onze inspanning, maar ook een mislukking is geheel onze eigen verantwoordelijkheid. Dat maakt ons terughoudend. Als er geen zekere weg naar succes is, beginnen we er liever niet aan. We lopen met een flinke dosis faalangst rond. Onze faalangst leidt vaak tot uitstel en lethargie. Ons denken in termen van rendement en resultaat geeft ons oogkleppen. Mogelijkheden buiten dit denken zien we gewoon niet meer. Bijvoorbeeld de mogelijkheid dat het resultaat helemaal niet van ons afhangt. Jezus eindigt niet voor niets met de uitspraak: “Wie oren heeft, hij luistere.” Hij vraagt ons echt te luisteren en na te denken over zijn woorden.

Paulus schreef ooit aan de christenen van Korinte: “… ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft.” (1 Kor 3,6-7) Volgens Paulus moeten wij ons realiseren dat wijzelf soms helemaal niet verantwoordelijk zijn voor het resultaat. De zaaier doet zijn werk maar het is God die voor het resultaat zorgt. Tweeduizend jaar geleden was dat een normale manier van denken. Het maakbaarheidsdenken van onze tijd heeft ons veel welvaart gebracht, maar maakt het ook moeilijk om iets aan God over te laten. We kunnen toch alles zelf.

Drie weken geleden heb ik u over de actie Kerkproeverij verteld. Deze landelijke missionaire campagne gaat uit van de Raad van Kerken. De campagne mondt op zaterdag 9 en zondag 10 september uit in kerkdiensten van lokale parochies en gemeenten waarbij de gelovigen mensen uitnodigen deze diensten bij te wonen. Ook onze parochies doen hieraan mee. De sleutel tot succes ligt in de persoonlijke uitnodiging van de gelovigen naar mensen in hun directe omgeving. Van een welkome kerk willen we komen een uitnodigende kerk.

Drie weken geleden zei Jezus dat we niet bang moeten zijn. Geen angst moeten hebben dat we het misschien niet goed doen en dat we misschien wel een negatieve reactie krijgen. Vandaag horen we dat het God zelf is die voor het resultaat zorgt. God steunt ons en draagt ons. Gods Geest werkt in ons als wij anderen over Hem vertellen. Het is onze rol om de Blijde Boodschap te verkondigen, om te vertellen over Gods liefde voor alle mensen. Wij mogen zaaien, maar het is God zelf die het zaad doet ontkiemen en tot wasdom laat komen. Hij zorgt ervoor zijn Woord pas terugkeert wanneer het Gods wil heeft volbracht en zijn zending heeft vervuld. Hoe het Woord van God zijn werk doet, is voor ons een mysterie. Het ligt buiten onze competentie. Onze opdracht is dat wij het laten horen en dat we mensen uitnodigen zich open te stellen voor Gods liefde. Meer over de actie Kerkproeverij vindt u op de parochiewebsite en in augustus wordt er over bericht in Kerk aan de Vliet. We hebben nog tijd tot begin september.

Missionair zijn vraagt om moed. We moeten ons over onze vrees heen zetten. We moeten accepteren dat we het resultaat ons werk niet in eigen hand hebben. Dat vraagt moed en vertrouwen, vertrouwen op God. Wij kunnen Hem uitnodigen mee te doen en ons werk te ondersteunen. We kunnen Hem vragen dat ons werk niet zonder resultaat blijft. Missionair zijn vraagt dat wij onszelf en ons werk in Gods handen leggen. Missionair zijn vraagt om ons aller gebed. Amen.

Kerkproeverij; Mt 10,26-33

We vallen vandaag binnen midden in een gesprek van Jezus met de apostelen. In het voorafgaande zendt Hij hen uit om het Koninkrijk der hemelen te verkondigen en Hij geeft hen allerlei aanwijzingen en goede raad mee. Ook waarschuwt Hij hen voor tegenslag en gevaar: “Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven. Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven. Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen.” (Mt 10,16-17) Jezus heeft hen ook moed ingesproken en gezegd dat ze vertrouwen mogen hebben: “… op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.” (Mt 10,19-20) Ze hoeven niet bang te zijn.

Nu is bang zijn geen slechte zaak. Het zorgt ervoor dat wij op onze hoede zijn bij gevaar en niet roekeloos door het leven gaan. Maar er zijn ook angsten die duiden op een gebrek aan vertrouwen. Van dergelijke angsten zegt Jezus: Weest niet bang. Het is God die de apostelen er op uit stuurt. Hij zal hen ook beschermen. Als boodschappers van God zijn zij toch meer waard dan een paar mussen. Jezus zegt hun dat zijn Vader ook hun Vader is. Zij leven in eenheid en verbondenheid met elkaar. Wie Jezus loochent, loochent deze verbondenheid en daarmee zichzelf.

Niet alleen de apostelen hebben een missionaire taak. Wij allemaal zijn geroepen om de Blijde Boodschap te verkondigen. Wij allen zijn geroepen om anderen te vertellen over God en over zijn grote liefde voor de mensen. Wij zijn geroepen om te vertellen over Jezus en zijn leven voor ons. Ook tegen ons wordt gezegd: Weest niet bang.

Binnenkort hoort u meer over de actie Kerkproeverij. Dit is een landelijke missionaire campagne die uitgaat van de Raad van Kerken en waaraan vele kerkgenootschappen in Nederland deelnemen. De campagne mondt op zaterdag 9 en zondag 10 september uit in kerkdiensten van lokale parochies en gemeenten waarbij de gelovigen mensen uitnodigen deze diensten bij te wonen. De uitvoering van de actie Kerkproeverij ligt bij de plaatselijke kerken. Ook onze parochies doen hieraan mee. De sleutel tot succes ligt in de persoonlijke uitnodiging van de gelovigen naar mensen in hun directe omgeving. Van een welkome kerk willen we komen een uitnodigende kerk. Door mensen uit te nodigen deel je met hen die je goed kent, datgene wat jou na aan het hart ligt en belangrijk voor je is. Iemand deelgenoot maken van het geloof dat je lief is en goed doet, is een vorm van naastenliefde.

Maar net als de apostelen hebben ook wij angst en twijfel. Waar zijn we bang voor? De grootste angst is de vrees voor afwijzing: hoe zal degene die ik uitnodig, reageren en wat doet dat met onze relatie? Vind ik wel de juiste woorden? Zal hij mij geen moeilijke vragen stellen, waarop ik geen antwoord weet? Zal de viering wel leuk genoeg zijn voor de genodigde? Wat zullen de andere kerkgangers van de door mij genodigde vinden? Angst maakt ons ook creatief en dus zullen we allerlei uitvluchten weten te verzinnen. Jezus kende de gedachten van de apostelen. Hij wist dat hun angst reëel was en nam die angst serieus. Hij vertelt ook hoe om te gaan met een afwijzing. Als men u ergens niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten. (Mt 10,14)

Angst is een vorm van liefde, van eigenliefde. We willen onszelf beschermen uit liefde voor onszelf. Waar het om gaat is de eigenliefde om te buigen in naastenliefde. Voortdurend lezen we in de Bijbel: Vreest niet. Het reddende werk van Christus is er ook opgericht ons te bevrijden van onze angsten en vooroordelen, onze eigenliefde om te buigen in onbaatzuchtige liefde. Daarmee weekt Hij ons ook los uit de comfortabele bubble van ‘ons soort mensen’ en uit onze onverschilligheid. Ook wij mogen vertrouwen op God en ons door Hem gedragen weten. Ook worden wij gedragen door het gebed voor elkaar. En we kunnen elkaar ook concreet steunen. Bij Lucas lezen we dat Jezus de leerlingen twee aan twee stuurde (Lc 10,1).

De komende tijd zult u meer over de actie Kerkproeverij horen. In augustus wordt er over bericht in het parochieblad ‘Kerk aan de Vliet’. Er zal informatie op de parochiewebsite worden geplaatst. Ook krijgt u nog allerlei tips aangereikt voor het uitnodigen. Nu al kunt eens bij u zelf nagaan wie u zou willen uitnodigen. U kunt ook eens gaan nadenken wat u er misschien van weerhoudt om daadwerkelijk in actie te komen. We hebben nog tijd tot begin september.

Ook de leerlingen kenden angst en twijfel. Vlak voor zijn Hemelvaart en de laatste zending door Jezus lezen we nog: … sommigen echter twijfelden (Mt 28,17). Het evangelie volgens Matteüs eindigt met: Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld. (Mt 28,20) Wij staan er niet allen voor. Jezus is altijd bij ons. Hij steunt ons. Wij mogen op Hem vertrouwen en hoeven niet bang te zijn. Amen.

Het boek van vreugde

Auteurs: Dalai Lama, Desmund Tutu met Douglas Abrams
Titel: Het boek van vreugde
Uitgever: HarperCollins, 2016
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 94 027 1800 3
Aantal pagina’s: 350

Vijf dagen lang spreken de Dalai Lama en bisschop Desmund Tutu met elkaar over vreugde. Dit boek doet verslag van de ontmoeting tussen deze twee bijzondere mannen. Zij vieren hiermee hun vriendschap en praten met elkaar over het wezen van ware vreugde, over obstakels op de weg naar vreugde en over acht pijlers van vreugde. Deze ontmoeting is ook een ontmoeting tussen het christendom en het boeddhisme.

Iedere mens is op zoek naar geluk, “maar meer vreugde vinden zal ons niet behoeden voor tegenspoed en hartzeer. Misschien zullen we zelfs sneller huilen, maar we zullen ook sneller lachen. Misschien zullen we vooral meer léven. De vraag is: “Hoe kan ik helpen liefde en compassie te verspreiden.” Geen mens kan zichzelf gelukkig maken: “Vreugde is een bijproduct.” “Uit een te egocentrische houding komt lijden voort. Uit compassie en bezorgdheid voor anderen komt geluk voort. (…) We moeten voor onszelf zorgen zonder alleen op onszelf gericht te zijn.”

Met dit bijzondere boek laten de twee mannen ons niet alleen delen in hun wijsheid, maar ook in hun menselijkheid. Daarmee is dit boek zelf ook een bron van vreugde, van hoop en van troost.

Het mysterie aanvaarden; Ex 34,4b-6.8-9; Joh 3,16-18

Eén God in drie personen: het is een onbegrijpelijk mysterie. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs, niet voor God, niet voor één God en al helemaal niet voor één God bestaande uit drie personen. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Zouden we beter af zijn en gelukkiger zijn als we precies wisten hoe het allemaal zit en het volledig zouden begrijpen?

In mijn studententijd in Groningen, waar ik scheikunde studeerde, probeerde ik de wereld te begrijpen. Er moest toch een soort van systeem zijn waarin alles zijn plaats had: een systeem dat te doorgronden en te begrijpen is. Hoe ik ook peinsde, wat ik ook las aan boeken, het lukt mij niet het systeem te ontdekken. De hele zoektocht maakte mij alleen maar onrustig. Tot rust kwam ik weer, toen bij mij het inzicht groeide, dat ik gewoon moest geloven, geloven zoals mijn ouders deden. Toen ik bereid was het mysterie te aanvaarden en een plaats te geven in mijn leven, was ik staat om gelukkig te worden en het leven te leven.

Mensen willen graag zekerheid en houvast. Dat is het prettige van regels en geboden. Dat is ook het prettige van wetenschap. Je weet waar je aan toe bent. Maar zo steekt de wereld niet elkaar. Ons leven is weerbarstiger. Er zijn zoveel zaken die niet in regels en geboden te vatten zijn en er zijn ook zoveel zaken waar de wetenschap nooit vat op zal krijgen.

Mozes trekt de berg op om de tien geboden te ontvangen. Het eerste dat God hem zegt is: “De Heer! De Heer is een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig, groot in liefde en trouw.” Wat heb je meer nodig dan deze kennis? Hiermee is toch alles gezegd. Maar God is inderdaad barmhartig en medelijdend. Hij geeft Mozes de tien geboden, zodat wij mensen een houvast hebben. Ook Nikodemus is op zoek. Ook hij probeert te begrijpen. Jezus houdt hem voor dat het om het geloof gaat. Wie gelooft, zal niet geoordeeld maar gered worden.

Hoe graag we ook houvast en zekerheden wensen, we moeten het doen met het mysterie. We moeten geloven. Dat we het mysterie niet kunnen begrijpen, wil nog niet zeggen dat we niets weten. God heeft zich aan ons bekend gemaakt, hij heeft zichzelf geopenbaard. God laat zich kennen. Een openbaring komt van buiten. Ze komt niet uit onszelf. Het is geen resultaat van consequent logisch redeneren. Het is een waarheid die groter is dan onszelf. Het is waarheid die ons te boven gaat. Een openbaring past niet in het denken van onze huidige cultuur. Zij past niet in de wereld van het rationeel en wetenschappelijk denken. Dat wil echter niet zeggen dat zij niet bestaat. Sterker nog we worden dagelijks geconfronteerd met zaken die ons denken en onszelf te boven gaan. Of heeft u soms een verklaring voor het mysterie van het leven of voor het feit dat mensen in staat zijn tot werkelijk onbaatzuchtige liefde?

We kennen verschillende vormen van openbaring. We kennen de openbaringen uit het verleden. Openbaringen die ons door de Bijbel en door de Kerk worden aangereikt. God openbaart zich ook in de Schepping, in het werk van zijn handen. Het meest tastbaar openbaart God zich in de ontmoeting tussen mensen. In relatie met andere mensen ontdekken we wat liefde is. In relatie met anderen kunnen we liefde ontvangen en zijn we ook in staat zelf liefde te geven.

Het hoogtepunt van de openbaring is de menswording van Jezus Christus. Door de menswording van God zijn wij mensen in staat met onze menselijke vermogens Gods liefde te ontdekken en te ervaren. Jezus laat ons met zijn eigen leven zien hoe God is. Jezus geeft ons ook kennis van de goddelijke Drie-eenheid. Hij spreekt over zijn Vader in de hemel en Hij stuurt ons zijn Geest, de heilige Geest. Maar bovenal laat Hij ons delen in de liefde die er tussen de drie goddelijke personen bestaat. Kunnen we dit begrijpen? Nee, dit gaat ons begrip te boven. Is dat erg? Nee, het is daardoor niet minder waar. Het is de concrete werkelijkheid van ons leven.

Jezus laat ons zien en ervaren dat God liefde is. Hij leeft in verbondenheid met zijn Vader en de Geest. Zij vormen samen een hechte gemeenschap. Jezus deelt die liefde en gemeenschap met ons. Wij mogen delen in de goddelijke liefde en de goddelijke gemeenschap. Met zijn leven laat Jezus ons zien hoe ook wij goed kunnen leven. Hij laat ons zien hoe we kunnen geloven, hoe we kunnen liefhebben en hoe met elkaar gemeenschap kunnen vormen. De heilige Geest helpt ons daarbij. Hij is onze Helper. Amen.

Een jihad van liefde

Auteur: Mohamed El Bachiri en David van Reybrouck
Titel: Een jihad van liefde
Uitgever: De Bezige Bij, 2017
Prijs: € 7,99
ISBN: 978 90 234 7162 3
Aantal pagina’s: 94

Op 22 maart 2016 blijft Mohamed El Bachiri met drie jonge kinderen achter als zijn vrouw Loubna bij de aanslagen in Brussel het leven verliest. De teksten die hij daarna schrijft, zijn door David van Reybrouck samen met uitspraken uit een interview in dit boek opgetekend.

El Bachiri noemt zichzelf: “een jihadist van de liefde. Vraag me niet om te haten, nog liever zou ik sterven!” Over het boek schrijft hij: “Een gedicht. Een eerbetoon, een ode aan Loubna. Een antwoord aan de menselijkheid, niet aan de waanzin. De uitdrukking van pijn, maar ook van veerkracht – door liefde. Liefde, menselijkheid, geloof – ik denk dat dat het is.” En over de liefde: “Liefde, dat wat me drijft, me laat leven en overleven.”

Het is een prachtig en ontroerend boekje, een boekje dat troost en hoop geeft, een toonbeeld van grote wijsheid.

Duurzame deugden

Met vertegenwoordigers van verschillende religies spraken we over duurzaamheid. Welke specifieke bijdrage kunnen wij op dit gebied leveren. De politiek en de wetenschap moeten concrete maatregelen aandragen en doorvoeren. Concrete maatregelen vragen echter een voedingsbodem waarin ze aanvaard worden en tot bloei komen. Hieraan kunnen de religies een belangrijke bijdrage leveren. Zij kunnen zorgen voor een nieuwe manier van denken. Paus Franciscus roept in Laudato si’ op tot een ecologische bekering en tot een ecologische spiritualiteit.

Het was zeer bemoedigend te zien dat de toch zeer verschillende religies elkaar vinden in een gelijke houding ten opzichte van de schepping en de inzet voor een duurzame samenleving. De gevoerde gesprekken leverden een waaier van gedachten op waarin iedereen zich kon vinden. Deze gedachten vat ik hier samen onder de term duurzame deugden.

In willekeurige volgorde gaat het om de volgende deugden: wijsheid, moed, compassie, verantwoordelijkheid, dienstbaarheid, verbondenheid, gerechtigheid, dankbaarheid, vreugde en hoop. De beoefening van deze duurzame deugden zetten ons op het spoor van een ecologische spiritualiteit. Uiteindelijk leiden ze ons tot een ecologische bekering en tot een nieuwe manier van denken waarmee wij openstaan voor concrete maatregelen die onze manier van leven ingrijpend zullen veranderen.

Column op de website Kerk en Milieu, mei 2017: www.kerkenmilieu.nl
Column in Kerk aan de Vliet mei/augustus 2017

Vakantie: een oefening in loslaten

De vakantietijd breekt aan. Een tijd van rust en ontspanning, een tijd van loslaten en reflectie. Even de boel de boel laten, even niet presteren, even niet alles onder controle. In deze jachtige tijd is de behoefte aan vakantie groot.

Hoe anders was dat vijftig jaar geleden. Mijn vader zei altijd: “Ik hoef geen vakantie, want ik heb elke dag vakantie.” Niet dat hij rentenier was. Hij had een kruidenierswinkel en een foeragehandel. Niet bepaald een beroep met keurig afgebakende werktijden. Daarnaast waren er zeven kinderen op te voeden en werkte mijn moeder natuurlijk ook in de winkel. Blijkbaar was er toch voldoende rust in het dagelijkse leven om geen vakantie te willen.

Druk, druk, druk…
Nu is iedereen druk en als je niet druk bent, klopt er iets niet. Is het nog wel mogelijk voldoende rust in te bouwen in het leven van alledag of zijn we er toe veroordeeld ons telkens over de kop te werken tot de volgende vakantie? Wat doen we trouwens met onze vrije tijd? Besteden we die aan rust en aan elkaar of moeten we ook dan weer van alles presteren en vullen we het weekeinde met rennen van de ene activiteit naar de andere? Vrije tijd en vakantie: ook daar kunnen we het geweldig druk mee hebben. Wat moeten we allemaal nog meemaken en wat hebben we nog niet van de wereld gezien? Wat beweegt ons?

Tijd om te leven
Misschien moeten we toch maar eens wat activiteiten schrappen en is de beste vrijetijdsbesteding werkelijk niets doen. Vanuit die rust kunnen we eens rustig om ons heen kijken, aandacht voor elkaar hebben en werkelijk tot leven komen. Ook als we de natuur intrekken, vreemde steden bezoeken of ons eens laten verwennen kunnen we dat doen vanuit een houding van rust. Door los te laten is het geen eigen prestatie, maar overkomt het je en wordt het een geschenk dat je aangeboden wordt. Zo wordt het een ervaring waarvan je werkelijk geniet.

Tot slot een waarschuwing. Door loslaten, rust en reflectie is het mogelijk dat je tot nieuwe inzichten komt, werkelijk tot leven komt en dat je overvallen wordt door een geheel nieuwe onrust: de onrust van het leven, van de liefde, van God zelf. Ik wens iedereen een fijne vakantie.

Artikel in Kerk aan de Vliet mei/augustus 2017

Geest van liefde en waarheid; Hnd 8,5-8.14-17; Joh 14,15-21

Vorige week hoorden we Jezus zeggen: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Vandaag komt dat thema weer op een andere manier terug: “Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; gij echter zult Mij zien, want Ik leef en ook gij zult leven.” In het Evangelie volgens Johannes leren we Jezus kennen als de bron van leven: Hij is het leven zelf. Hij leeft en door Hem leven ook wij. Hij is het brood des levens en Hij geeft ons levend water. Johannes begint het Evangelie met de woorden die wij met Kerstmis lezen: “In het begin was het Woord en het woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan.”

Jezus verbindt vandaag een aantal zaken aan elkaar: leven, liefhebben, geboden onderhouden en waarheid. Begrippen die wij niet gewend zijn zo met elkaar in verband te brengen. Hij maakt ook onderscheid tussen biologisch leven en werkelijk leven. Het biologisch leven, het leven van de wereld ziet Hem niet meer. Dat leven zag Hem alleen toen Hij hier als mens van vlees en bloed op aarde rondliep. Dat leven is niet ontvankelijk voor de Geest van waarheid. Dat leven is de duisternis dat het licht niet aanneemt. De leerlingen zullen echter leven. Zij zullen Jezus blijven zien en ervaren dat Hij leeft. Zij ontvangen de Geest van waarheid, de Geest die bij hen blijft en in hen zal wonen. Zij zullen leven in God en leven in zijn liefde.

Jezus geeft ons werkelijk leven als wij zijn geboden onderhouden. Het belangrijkste gebod dat Hij ons leert, is het gebod van de liefde: “Gij zult de Heer, uw God, beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaamste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaardig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Alle andere geboden zijn hiervan afgeleid. Wie Jezus liefheeft, kan niet anders dan zijn geboden onderhouden. Dat is geen plicht of opdracht; het is een resultaat van de liefde. Zo zijn leven, liefde, waarheid en geboden onderhouden met elkaar verbonden. Jezus waarschuwt dat de wereld hiervoor niet ontvankelijk is. Zij is niet ontvankelijk voor de Geest van waarheid, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. De wereld is door blindheid geslagen en verkeert in de duisternis.

Jezus is de bron van leven. Niemand kan zichzelf het leven geven. Waartoe we ook in staat zijn, hoe zelfredzaam we ook denken te zijn, nooit zal er iemand in staat zijn zichzelf het leven te geven. Het leven is werkelijk een geschenk dat wij ontvangen. Leven, liefde en waarheid: het zijn zaken die ons geschonken worden. Maar geschenken moet je wel aannemen. Zij vragen om ontvankelijkheid. Als wij niet ontvankelijk zijn, als wij denken alles zelf te kunnen, zullen we deze geschenken niet aannemen. Als wij niet ontvankelijk zijn, zien we de Geest der waarheid niet, dan zien we geen licht in de duisternis, dan zien we niet dat Jezus leeft en dat Hij leven geeft, dan komen we ook zelf niet werkelijk tot leven, dan blijft ons leven beperkt tot het biologische en materiële.

De wereld is door blindheid geslagen en verkeert in de duisternis. Het is onze opdracht de mensen de ogen te openen. In de eerste lezing zien we hoe de diaken Filippus dat doet. Hij verkondigt het Evangelie en verricht tekenen. Filippus is een van zeven die door de apostelen de handen krijgen opgelegd om dienstbaar te zijn. Hij is een van de eerste diakens. Vorige week hebben we het over dienstbaarheid gehad, de dienstbaarheid van de Kerk, de dienstbaarheid van de diakens en de dienstbaarheid van alle gelovigen. Samen vormen wij een netwerk van liefde en verrichten we daden van liefde. Vanuit dat netwerk verkondigen we met woord en daad het Evangelie. Komende maandagavond gaan we hier met elkaar in gesprek over de wijze waarop we de barmhartigheid en onze dienstbaarheid concreet gestalte kunnen geven binnen onze parochies. U bent daarbij allen van harte welkom.

Jezus belooft ons de heilige Geest, de Geest der waarheid. Telkens weer hebben wij deze Helper en zijn gaven nodig. Het zijn deze gaven van wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, kennis, liefde en ontzag voor God die ons brengen tot een waarachtig leven in navolging van Christus, tot een leven in liefde en waarheid en tot het onderhouden van de geboden die Jezus Christus ons geeft. Amen.