Spring naar inhoud

God, mens, schepping; Jr 20,7-9; Mt 16,21-27

De afgelopen weken was telkens de vraag aan de orde: wie is Jezus? Vier weken geleden op de berg Tabor klonk er een stem uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde.” De week daarop liep Jezus over het water en was er een storm op het meer. De leerlingen zeiden: “Waarlijk, Gij zijt de Zoon van God.” Twee weken geleden noemde de Kananeese vrouw Jezus: “Heer, Zoon van David”. Vorige week hoorden we Petrus zeggen: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Ondertussen noemt Jezus – zoals ook vandaag – zichzelf de Mensenzoon. We zien hoe de leerlingen ontdekken dat Jezus meer is dan alleen maar een gewoon mens. Dit is ook wat Jezus zelf met de titel Mensenzoon aangeeft.

Petrus denkt dat hij het begrijpt, maar dat valt tegen. Petrus kan zich niet voorstellen dat de Zoon van God wordt berecht door menselijke rechters en dat Hij veroordeeld wordt en zal lijden en sterven. Petrus denkt op menselijke wijze over het goddelijke. Daarmee wordt Petrus de spreekbuis van het kwaad, van de duivel. Petrus verzet zich zo tegen dat wat God wil. God heeft zijn Zoon gezonden om mens te zijn zoals wij. Als mens maakt Jezus net als wij deel uit van de schepping. In Jezus wordt duidelijk hoe alles met elkaar verbonden is en alles met elkaar samenhangt. Het een kan niet zonder het andere. Zonder dood is er geen verrijzenis.

De liefde van de Schepper voor zijn schepping is zo groot, het werk van zijn handen is zo met Hem verbonden, dat de Schepper zelf schepsel heeft willen worden. De Schepper is opgegaan in zijn schepping. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.” (Joh 1,14) “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.” (Joh 3,16) Paulus schrijft aan de Romeinen: “Ook de schepping zal verlost worden uit de slavernij der vergankelijkheid en delen in de glorierijke vrijheid van de kinderen Gods.” (Rom 8,21) Met de menswording van Jezus Christus is niet alleen de mens maar heel de schepping verlost en vervuld van goddelijke glorie en goddelijke genade.

Franciscus van Assisi bezingt met zijn Zonnelied de relatie tussen God en zijn schepping en de relatie van de schepselen met elkaar. Hij noemt de zon zijn broeder en de aarde zijn zuster en moeder. Franciscus weet zich innig verbonden met de schepping. Samen met alle schepselen, samen met heel de schepping looft en eert Franciscus zijn Schepper, de Allerhoogste.

God wil de verbondenheid van alle schepselen met elkaar, want zij zijn allen in Christus met Hem verbonden. Paus Franciscus schrijft in zijn encycliek Laudato si’ dat alles samenhangt. Alles, heel de schepping is bedoeld één harmonieus geheel te vormen. De mens is deel van de schepping. Hij is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. Maar de harmonie tussen de Schepper, de mensheid en de schepping als geheel is verstoord doordat wij mensen ons aanmatigen de plaats van God in te nemen en weigeren onze beperkingen als schepselen te erkennen. De schepping is ons niet gegeven om haar te beheersen en haar aan onze wil te onderwerpen. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Zij is ons gegeven om haar door te geven aan de volgende generaties. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.

Ter gelegenheid van de wereldgebedsdag voor het behoud van de schepping schrijft de patriarch van Constantinopel Bartholomaios: “Het is duidelijk dat de vervorming en de verwoesting van de natuurlijke leefomgeving een direct gevolg is van een specifiek model van economische vooruitgang, dat onverschillig is voor de ecologische consequenties.” Hij hekelt het kortetermijndenken dat slechts uit is op de verhoging van de levensstandaard in sommige delen van de wereld.

Net als Petrus laten wij ons vaak leiden door onze menselijke overwegingen. De korte termijn gaat daarbij meestal voor de lange termijn. Jezus roept ons op een radicale keuze te maken: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen.” Dat klinkt alles behalve aantrekkelijk. De profeet Jeremia beklaagt zich bij God. Nadat hij allerlei onheil heeft geprofeteerd, is zijn positie niet benijdenswaardig. Hij wordt uitgelachen en bespot. Het woord van de Heer brengt hem schande en smaad. Ook nu roept de boodschap van het Evangelie veel weerstand op. Ook de oproep tot zorg voor de schepping is geen vrolijke boodschap. Het vraagt dat wij ons werkelijk bezinnen op wat voor ons van waarde is.

Paus Franciscus en patriarch Bartholomaios van de orthodoxe Kerk roepen ons op tot een ecologische bekering. Zij roepen ons op af te zien van onze de schepping verkwistende levensstijl. Het gaat om de overtuiging ‘minder is meer’. Soberheid maakt vrij. Echter niemand is in staat tot een leven van soberheid en tevredenheid, als hij of zij niet in vrede met zichzelf leeft. Deze innerlijke vrede vinden we alleen bij God en in zijn liefde voor ons. Amen.

Kerkproeverij; Js 56,1.6-7; Mt 15,21-28

Het is toch een raar verhaal: Jezus, die zo onaardig doet tegen deze vrouw. Zo kennen we Hem niet en zo willen we Hem ook niet kennen. De vrouw geeft helemaal geen aanleiding tot een dergelijke afwijzing. Zij spreekt Jezus aan met ‘Zoon van David’. Daarmee spreekt zij uit dat Jezus de Messias is. Dat heeft voor haar we nog vrijwel niemand gezegd. Men heeft zich alleen afgevraagd of Hij misschien de Messias is. Deze vrouw uit het heidendom ziet Jezus zoals Hij zichzelf ziet.

Wij moeten ons goed realiseren: Jezus is geen christen, Hij is niet katholiek of protestant en ook niet orthodox. Jezus is een jood en Hij staat in de joodse traditie. Het volk van Israël verwacht de Messias, die allereerst hen zal verlossen. Pas als het volk van Israël verlost is en gerechtigheid doet, pas daarna is de verlossing van de gehele mensheid aan de orde. Dan zullen zij een licht voor de heidenen zijn en komt iedereen naar Jeruzalem om de ene God, de God van Abraham, Isaäk en Jakob te aanbidden. Bij Jesaja horen we dat de vreemdeling deel kan hebben aan de gerechtigheid als hij zich aansluit bij de religieuze praktijken van Israël. Eerst moet iemand zich volledig aanpassen daarna kan hij deel uit maken van het uitverkoren volk.

Hoe is onze eigen houding ten opzichte van mensen buiten onze eigen groep? Hoe staan we tegenover vreemdelingen, mensen met andere gewoonten en met andere manieren van doen? Hoe staan we tegenover mensen die tot een andere religie behoren? Hoe staan we tegenover mensen die misschien wel in iets geloven, maar daar geen helder beeld bij hebben en dat geloof niet vorm geven door zich bij een geloofsgemeenschap aan te sluiten? Hoe welkom zijn al deze mensen in ons leven en in onze gemeenschap? Moeten zij zich ook eerst volledig aan ons aanpassen?

De Kananeese vrouw weet Jezus ervan te overtuigen dat haar geloof voldoende is om haar verlangen in te willigen. Wij hebben geen idee van wat er allemaal bij Jezus door het hoofd is gegaan en wat hem ertoe bewogen heeft in eerste instantie zo afwijzend te reageren. Uiteindelijk wordt duidelijk dat Hij er niet alleen is voor het huis van Israël. Jezus Christus is het licht der wereld. Hij is er voor iedereen! Van ons vraagt Hij om zijn licht overal zichtbaar te laten zijn. Wij zijn de dragers van zijn licht. Dat licht is er niet alleen voor onszelf. Hoe laten we het licht van Christus schijnen in onze wereld? Hoe geven wij gevolg aan zijn opdracht: “Gij zijt het licht der wereld.”?

De actie Kerkproeverij biedt ons daarvoor een mogelijkheid. In het parochieblad Kerk aan de Vliet heeft u erover kunnen lezen. Mocht het blad niet bij u bezorgd worden, dan vindt u het ook achter in de kerk. De essentie is dat u mensen uit uw eigen omgeving uitnodigt om op 9 of 10 september mee te gaan naar de kerk. Zo krijgen mensen die zelden of nooit in de kerk komen, de gelegenheid om te ervaren wat het betekent te geloven en deel uit te maken van een geloofsgemeenschap. U laat hen kennismaken met iets wat voor uzelf belangrijk is.

Waarschijnlijk moet u een drempel over om deze stap te doen. Velen van ons voelen schroom om over ons geloof te praten zelfs bij mensen die we goed kennen zijn we terughoudend. Deze schroom moeten we zien te overwinnen. Op de website van de parochie vindt u een aantal tips voor het uitnodigen. Ook is er een inspiratieboekje beschikbaar: Rooms-katholiek in deze tijd. In dit boekje vertellen allerlei mensen kort over het geloof. Als u van plan bent iemand uit te nodigen, mag straks zo’n boekje meenemen om het aan de genodigde te geven.

Jesaja zegt dat Gods huis “een huis van gebed is voor alle volken”. Iedereen is welkom in zijn huis. Iemand die op latere leeftijd katholiek is geworden vertelde me ooit hoe zij op de drempel de Groningse Sint-Jozefkerk stond. Hoe mooi was het daarbinnen en hoe graag wou zij naar binnen, maar ondanks haar verlangen durfde ze het niet. Mensen die niet vertrouwd zijn met de kerk, lopen niet zo maar naar binnen. Zij moeten een drempel over die veel hoger is dan de drempel die wij ervaren om iemand uit te nodigen. Niet iedereen is zoals de Kananeese vrouw. Haar geloof was zo groot dat zij alles durfde. Zij durfde op deze vreemde man – Jezus – af te stappen. Vele anderen hebben een uitnodiging nodig, een persoonlijke uitnodiging van iemand die zij vertrouwen. Ieder van ons kent zo iemand. Nodig hem of haar uit mee te gaan naar de kerk.

Het verlangen van de Kananeese vrouw was duidelijk. Zij had er geen moeite mee dat luid en duidelijk te laten horen. Ook in onze tijd zijn er veel mensen die verlangen naar geborgenheid, naar gemeenschap, naar een concrete dragende kracht in hun leven, naar een persoonlijke relatie met de bron en basis van hun leven. Het verschil met de Kananeese vrouw is dat zij dit verlangen meestal niet kenbaar maken.

U kunt hen hierbij helpen. U hebt hen iets te bieden. U kunt uw geloof met hen delen. U kunt hen het licht en de liefde van Christus laten ervaren. Hij is altijd met ons, alle dagen van ons leven. Wij staan er nooit alleen voor. Het is zijn licht dat straalt heel over de wereld. Jezus Christus is er voor iedereen. Amen.

Vreest niet; K 19,9a.11-13a; Mt 14,22-33

Als de Heer het kan, dan wil ik het ook, dan wil ik ook over het water lopen. Petrus heeft veel vertrouwen in Jezus. Hij is een groot leraar, iemand waar je ontzag voor hebt. Hij doet ook wonderen. Hij beschikt over bijzondere krachten. Gisteren nog heeft Hij met vijf broden en twee vissen een hele menigte te eten gegeven. Als de Heer zegt dat ik, Petrus, over het water kan lopen dan gaat dat ook gebeuren. Jezus zegt “Kom”, en Petrus stapt zo uit de boot en loopt naar Jezus toe. Met veel bravoure loopt hij over het water, maar dan bedenkt hij plotseling: Ik loop over het water. Dit kan helemaal niet. Dit heeft nog nooit iemand gedaan. Help, het stormt en de golven slaan mij om de oren. Help, ik ga verdrinken! “Heer, red mij!”

Die woorden “Heer, red mij!” zijn woorden van geloof, maar wel van een geloof uit nood geboren. Jezus noemt Petrus een ‘kleingelovige’. Het is een typisch geval van ‘nood leert bidden’. De nood waarin Petrus verkeert, heeft hij zelf veroorzaakt. Hij heeft veel vertrouwen in Jezus. Een moment lukt het Petrus om zonder vrees over het water te lopen. Hij gelooft echt in wat Jezus zegt: Petrus vreest niet. Maar de angst is toch niet helemaal verdwenen. Zeker, je moet de werkelijkheid wel onder ogen zien. Petrus is een ervaren visser. Hij kent de gevaren van de storm op het meer. Zo groot is zijn geloof ook weer niet. Er is nog steeds ruimte voor angst. Petrus gaat twijfelen en hij raakt in nood.

Hoe herkenbaar is dit alles. Ieder van ons wordt zo nu en dan door twijfel overvallen. Allemaal zijn we wel eens bang en kennen we angst. Het is ook goed dat we soms bang worden. Dat beschermt ons tegen het nemen van onverantwoorde risico’s. Zonder angst worden we roekeloos en overmoedig. Angst is zeker geen slechte eigenschap. Toch zegt Jezus ons: “Vreest niet.”

Er zijn verschillende vormen van angst. Regelmatig moeten wij risico’s nemen. Dan is het goed ons bewust te zijn van het gevaar dat we lopen. Deelnemen aan het verkeer, door een dakgoot lopen, op het hoge ladder staan of gewoon een keukentrapje: het zijn activiteiten die bij ons leven horen en die vragen om het goed inschatten van de risico’s. Het zijn activiteiten, waarbij angst geen slechte raadgever is. Daarnaast kennen we ook de angst voor het onbekende. Vele zaken vervullen ons van angst omdat we niet weten hoe het zal zijn. We zijn bang voor mogelijk lijden. We zijn bang voor de dood. We zijn bang om onbekende wegen te gaan. Het meest lijden wij onder de het lijden dat wij vrezen. Net als Petrus raken wij door onze eigen angst in nood.

De profeet Elia heeft ook zo’n ervaring. Hij is bang zijn leven te verliezen en daarom vlucht hij naar de berg Horeb. Daar krijgt hij een openbaring. Anders dan gebruikelijk in die tijd openbaart God zich niet in storm, aardbeving en onweer, maar in een zachte bries. God openbaart zich niet met macht en geweld, maar in een lieflijk, verzorgend en verkwikkend zacht windje. Hierna kan Elia er weer tegen en pakt hij zijn taak weer op. Zoals Jezus zijn leerlingen zegt niet bang te zijn voor het onbekende en juist dan op God te vertrouwen, zo leert ook Elia dat Hij op God mag vertrouwen. Gods liefde voor ons is als een lieflijk, verzorgend en verkwikkend zacht windje. Zijn liefde is als een uitgestoken hand, zoals Jezus Petrus de hand reikt.

Het is heel verkwikkend en het maakt ons werkelijk gelukkig als wij Gods liefde in ons leven ervaren en ons vertrouwen op Hem durven te stellen. Dat geluk, die vreugde wensen wij iedereen toe. Daarom doet het ook pijn als wij ervaren dat mensen die ons lief zijn deze ervaring missen. Vertrouwen en geloven, het gaat niet vanzelf. Je moet het leren. Dat kan doordat je gelovig bent opgevoed, doordat je ouders je lieten zien hoe zij geloofden, je het geloof voorleefden. Je kunt ook tot geloof komen doordat je iets hebt meegemaakt, een ervaring hebt opgedaan: iets dat jou tot in je ziel geraakt heeft. Juist de mensen waarvan wij het meeste houden wensen wij toe dat ook zij Gods liefde ervaren en dat zij met vertrouwen hun leven in Gods hand leggen.

Wij kunnen zichtbaar maken wat het geloof voor ons betekent, en zo anderen inspireren tot geloof. Alleen God kan mensen uiteindelijk tot geloof brengen. Wij kunnen bidden dat Hij hen een ervaring geeft die hen op die weg zet, een ervaring van liefde, van verzorging en verkwikking, een ervaring die hen doet vertrouwen dat het goed komt, dat zij hun vertrouwen op God kunnen stellen. Amen.

Noveen ter voorbereiding op de kerkproeverij 2017

Opening

Thema van de dag

  1. vrijdag 1 september: ‘God is goed’
  2. zaterdag 2 september: ‘Samen bidden’
  3. zondag 3 september: ‘Uitnodigen’
  4. maandag 4 september: ‘Laat zien wat je beweegt’
  5. dinsdag 5 september: ‘Ik durf niet’
  6. woensdag 6 september: ‘Ik kan niet’
  7. donderdag 7 september: ‘De schaamte voorbij’
  8. vrijdag 8 september: ‘Als hij/zij nee zegt’
  9. zaterdag 9 september: ‘Loslaten’

Lied

‘De Geest des Heren heeft’ (LB 686, GvL419)
of ‘Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht’ (LB834, GvL538)

Schriftlezing per dag

  1. Psalm 16,2.5-6: ‘God is goed’
    Ik zeg tot de Heer: “U bent mijn Heer,
    mijn geluk, niemand gaat U te boven.
    Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
    U houdt mijn lot in handen.
    Een lieflijk land is voor mij uitgemeten,
    ik ben verrukt om wat mij is toebedeeld. ”
  2. Psalm 40,10-11: ‘Samen bidden’
    Wanneer het volk bijeen is,
    spreek ik over uw rechtvaardigheid,
    ik houd mijn lippen niet gesloten,
    U weet het Heer.
    Ik zwijg niet over uw goedheid,
    maar getuig van uw trouw en uw hulp.
    In de kring van het volk verheel ik niet
    hoe liefdevol, hoe trouw U bent.
  3. Marcus 6,37-39: ‘Uitnodigen’
    Jezus zei: “Geven jullie hun maar te eten!” Ze vroegen Hem: “Moeten wij dan voor tweehonderd denarie brood gaan kopen om hun te eten te geven?” Toen zei Hij: “Hoeveel broden hebben jullie bij je? Ga eens kijken.” En nadat ze waren gaan kijken wat ze bij zich hadden, zeiden ze: “Vijf, en twee vissen.” Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten.
  4. 1 Petrus 3,15-16a: ‘Laat zien wat je beweegt’
    Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver.
  5. 1 Johannes 4,18: ‘Ik durf niet’
    De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.
  6. Exodus 4,10-12: ‘Ik kan niet’
    Mozes antwoordde: “Neemt U mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu U tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.” De Heer zei: “Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan Ik, de Heer? Ga nu, Ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in je mond leggen.”
  7. Romeinen 1,16: ‘De schaamte voorbij’
    Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken.
  8. Matteüs 10,12-14: ‘Als hij/zij nee zegt’
    “Groet de bewoners van het huis dat je binnengaat. Laat jullie vrede over dat huis komen als het dat waard is, maar als het dat niet waard is, laat dan die vrede naar je terugkeren. En als ze je niet willen ontvangen noch naar je woorden willen luisteren, verlaat dan dat huis of die stad en schud het stof van je voeten.”
  9. 1 Korintiërs 3,6-7: ‘Loslaten’
    Ik heb geplant, Apollos heeft water gegeven, maar God heeft doen groeien. Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet, alleen God is belangrijk, want Hij doet groeien.

Voorbede

Gebed tot de heilige Geest

Augustinus van Hippo (354-430)

Adem in mij, heilige Geest,
zodat ik heilige gedachten heb.
Zet me aan, heilige Geest,
heilige daden te verrichten.
Trek me aan, heilige Geest,
zodat ik het heilige liefheb.
Maak me sterk, heilige Geest,
zodat ik zorg draag voor het heilige.
Zorg voor mij, heilige Geest,
zodat ik het heilige nooit verlies. Amen.

Onze Vader

Slotgebed

Barmhartige God, u kent onze zwakheden;
help ons te worden tot een uitnodigende geloofsgemeenschap
waar mensen kennis mogen maken met uw liefde voor allen.
Dat bidden wij U door Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Amen.

Afsluiting

 

Toelichting:
De oorsprong van de noveen ligt in de negen dagen van Hemelvaart tot Pinksteren die de apostelen in gebed doorbrachten. “Vurig en eensgezind wijdden zij zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.” (Hnd 1,14)

Deze noveen kan individueel gebeden worden. Ook kan zij gezamenlijk gebeden worden. Dit kan in een daarvoor belegde bijeenkomst, maar ook als onderdeel van een dienst of bij de opening van een vergadering.

Deze noveen is tot stand gekomen in samenwerking met ds. Els van der Wolf uit Voorburg.
Een pdf om gemakkelijk uit te printen in de vorm van een boekje van vier blaadjes A5 kan toegestuurd worden door een e-mailadres als reactie achter te laten.

Wie is deze Jezus toch? Da 7,9-10.14-14; Mt 17,1-9

Petrus, Jakobus en Johannes hebben het er niet makkelijk mee. De gedaanteverandering van Jezus is een overweldigende ervaring. Het brengt hen danig in verwarring. Wie is deze Jezus toch? Hij is hun leermeester. Hij doet wonderen. Velen zien Hem als een profeet. Volgens de leerlingen is Hij de beloofde Messias, de Christus. Eerder heeft Petrus gezegd: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” (Mt 16,16) Hij is voor hen hoe dan ook een bijzonder mens. Een bijzonder mens zoals er voor Hem ook bijzondere mensen waren geweest: denk aan Mozes, denk aan Elia. Hij heeft een bijzondere relatie met God: Hij noemt God zijn Vader. Vandaag horen zij een stem uit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde.” Later zal Hij ook nog uit de doden opstaan.

Zelf noemt Jezus zich de Mensenzoon. Hij verwijst hiermee naar de profeet Daniël, naar de tekst die wij vanmorgen hebben gelezen. Met de komst van de Mensenzoon begint een nieuw tijdperk. Hij krijgt de macht over een koninkrijk dat nooit vergaat. God geeft de Mensenzoon een uitzonderlijke macht. Het deze uitzonderlijke macht die Jezus in staat stelt zonden te vergeven. Jezus zegt zelf: “dat de Mensenzoon macht heeft op aarde zonden te vergeven.” (Mt 9,6) De Mensenzoon is ook de Heer van de sabbat. (Mt 12,8) Het zijn juiste dergelijke uitspraken van Jezus waaraan de joodse overheden zich ergeren. Deze uitspraken brengen hen ertoe Hem uit de weg te willen ruimen.

Dat de leerlingen Hem zien als de Zoon van God is veel minder uitzonderlijk. Ook de koningen uit het Oude Testament en ook de aartsvaders worden zo genoemd. Zoon van God is duidelijk iets anders dan God de Zoon. Wij zijn geneigd die termen met elkaar te verbinden of zelfs aan elkaar gelijk te stellen. Zo zullen de leerlingen dat niet gezien hebben. Zij waren oprechte joden. Voor hen was er één God. Ons denken in termen van een goddelijke Drie-eenheid is hun vreemd. Zij kennen geen God in drie personen: Vader, Zoon en heilige Geest. Voor hen is er heel duidelijk maar één God.

Hier stuiten we op een enorme worsteling van de eerste christenen. Jezus is duidelijk meer dan een profeet en ook meer dan de Messias. Hij is gezonden niet alleen voor Israël maar voor de hele mensheid. Hij is Zoon van God, maar wat is dan de relatie met zijn Vader? Hoe goddelijk is Jezus zelf? De apostel Paulus noemt Jezus: beeld van de onzichtbare God (Kol 1,15) “In Christus is de godheid in heel haar volheid lijfelijk aanwezig.” (Kol 2,9) Het Evangelie volgens Johannes wordt rond het jaar 100 geschreven. Dit Evangelie zorgt voor een doorbraak in het denken over Jezus. Hierin is Jezus het Woord dat vlees geworden is. Dit woord was in het begin bij God en het was God. In dit Evangelie spreekt Jezus over zijn eigen goddelijkheid en Thomas zal uiteindelijk tegen Hem zeggen: “Mijn Heer en mijn God.” In dit Evangelie vinden de eerste aanzet tot het idee van de goddelijke Drie-eenheid.

In de volgende eeuwen komt dit denken verder tot ontwikkeling. Wat moeten wij ons voorstellen bij de drie-ene God? En wie is Jezus Christus? Is Hij vooral mens of vooral God en hoe zit het met de combinatie van die twee? In 381 besluit het Concilie tot de tekst van het Credo, waarmee wij nog steeds ons geloof belijden. In 451 is er weer een Concilie. Dan worden er definitieve uitspraken over Jezus Christus gedaan. Velen van u hebben deze uitspraken met de catechismuslessen geleerd. Jezus is God en mens tegelijk. Hij is één persoon en in Hem zijn twee naturen: de goddelijke en de menselijke natuur.

In de eerste eeuwen van het christendom heeft dit tot veel discussie geleid. Tegenwoordig zul je niet snel iemand tegenkomen die zich hier druk over maakt. Toch blijft dit een wezenlijk onderdeel van ons geloof. Ook in onze tijd is het van belang te beseffen dat Christus één persoon met twee naturen is. Ook nu is er het gevaar dat we Hem te veel zien als vooral mens of juist te veel als vooral God. Als we Jezus Christus vooral als mens zien, als een wijs en bijzonder mens en als een goed voorbeeld, dan verdwijnt zijn goddelijkheid uit het zicht. Daarmee verdwijnt ook zijn bijzondere relatie met God die Hem maakt tot de openbaring van God aan ons, tot onze Verlosser en tot de unieke bemiddelaar tussen God en mensen die ons onze zonden kan vergeven. Uiteindelijk blijft dan alleen een niet-godsdienstig humanisme over. Als we Christus vooral als God zien, verdwijnt zijn menselijkheid uit het zicht, dan verliezen zijn dood en verrijzenis aan betekenis, dan verdwijnt zijn rol als onze leider en aanvoerder, dan verdwijnt zijn blijvende aanwezigheid onder ons, dan verdwijnt onze redding en ons eeuwig leven, dan verdwijnt ook onze aandacht voor het leed en de nood van de medemens. Dan wordt het geloof uiteindelijk een vaag en vrijblijvend ietsisme: “Er moet wel iets zijn.”

In Jezus Christus heeft God zich daadwerkelijk aan ons doen kennen en is Hij blijvend onder ons aanwezig als onze Broeder, onze Redder en onze Verlosser. Dat is wat wij geloven. Amen.

Kerkproeverij; Js 55,10-11; Mt 13,1-9

Jezus vertelt ons over een zaaier. Zijn inspanningen leveren verschillende resultaten op. Een deel van het zaad valt op de weg en wordt door de vogels opgegeten; een deel valt op rotsige bodem en vindt te weinig vruchtbare aarde; een ander deel valt onder de distels en wordt verstikt; en een deel valt op goede grond en levert vrucht op.

Dat kan wel beter denk je dan. Laten we beginnen met een grondonderzoek. Dan zaaien we alleen daar waar goede grond is. Dat spaart veel zaad en moeite uit. Daarna gaan we wat aan de distels doen. Wat dacht u van bestrijdingsmiddelen of toch liever een ecologische aanpak? Dan de rotsige bodem. Een gedeelte valt mogelijk te verbeteren en de rest schrijven we af. Tenslotte: op de weg zaaien is natuurlijk gewoon dommigheid. Maar Jezus komt in het geheel niet met zulke aanbevelingen. Het is dus geen bericht voor land- en tuinbouw. Het gaat er niet om de opbrengst van de grond en van het zaad en het rendement van het werk van de zaaier te verbeteren.

Onze manier van reageren op deze gelijkenis wordt sterk beïnvloed door het rendementsdenken van deze tijd. Al ons handelen is gericht op resultaat. Het behaalde succes is er dankzij onze inspanning, maar ook een mislukking is geheel onze eigen verantwoordelijkheid. Dat maakt ons terughoudend. Als er geen zekere weg naar succes is, beginnen we er liever niet aan. We lopen met een flinke dosis faalangst rond. Onze faalangst leidt vaak tot uitstel en lethargie. Ons denken in termen van rendement en resultaat geeft ons oogkleppen. Mogelijkheden buiten dit denken zien we gewoon niet meer. Bijvoorbeeld de mogelijkheid dat het resultaat helemaal niet van ons afhangt. Jezus eindigt niet voor niets met de uitspraak: “Wie oren heeft, hij luistere.” Hij vraagt ons echt te luisteren en na te denken over zijn woorden.

Paulus schreef ooit aan de christenen van Korinte: “… ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft.” (1 Kor 3,6-7) Volgens Paulus moeten wij ons realiseren dat wijzelf soms helemaal niet verantwoordelijk zijn voor het resultaat. De zaaier doet zijn werk maar het is God die voor het resultaat zorgt. Tweeduizend jaar geleden was dat een normale manier van denken. Het maakbaarheidsdenken van onze tijd heeft ons veel welvaart gebracht, maar maakt het ook moeilijk om iets aan God over te laten. We kunnen toch alles zelf.

Drie weken geleden heb ik u over de actie Kerkproeverij verteld. Deze landelijke missionaire campagne gaat uit van de Raad van Kerken. De campagne mondt op zaterdag 9 en zondag 10 september uit in kerkdiensten van lokale parochies en gemeenten waarbij de gelovigen mensen uitnodigen deze diensten bij te wonen. Ook onze parochies doen hieraan mee. De sleutel tot succes ligt in de persoonlijke uitnodiging van de gelovigen naar mensen in hun directe omgeving. Van een welkome kerk willen we komen een uitnodigende kerk.

Drie weken geleden zei Jezus dat we niet bang moeten zijn. Geen angst moeten hebben dat we het misschien niet goed doen en dat we misschien wel een negatieve reactie krijgen. Vandaag horen we dat het God zelf is die voor het resultaat zorgt. God steunt ons en draagt ons. Gods Geest werkt in ons als wij anderen over Hem vertellen. Het is onze rol om de Blijde Boodschap te verkondigen, om te vertellen over Gods liefde voor alle mensen. Wij mogen zaaien, maar het is God zelf die het zaad doet ontkiemen en tot wasdom laat komen. Hij zorgt ervoor zijn Woord pas terugkeert wanneer het Gods wil heeft volbracht en zijn zending heeft vervuld. Hoe het Woord van God zijn werk doet, is voor ons een mysterie. Het ligt buiten onze competentie. Onze opdracht is dat wij het laten horen en dat we mensen uitnodigen zich open te stellen voor Gods liefde. Meer over de actie Kerkproeverij vindt u op de parochiewebsite en in augustus wordt er over bericht in Kerk aan de Vliet. We hebben nog tijd tot begin september.

Missionair zijn vraagt om moed. We moeten ons over onze vrees heen zetten. We moeten accepteren dat we het resultaat ons werk niet in eigen hand hebben. Dat vraagt moed en vertrouwen, vertrouwen op God. Wij kunnen Hem uitnodigen mee te doen en ons werk te ondersteunen. We kunnen Hem vragen dat ons werk niet zonder resultaat blijft. Missionair zijn vraagt dat wij onszelf en ons werk in Gods handen leggen. Missionair zijn vraagt om ons aller gebed. Amen.

Kerkproeverij; Mt 10,26-33

We vallen vandaag binnen midden in een gesprek van Jezus met de apostelen. In het voorafgaande zendt Hij hen uit om het Koninkrijk der hemelen te verkondigen en Hij geeft hen allerlei aanwijzingen en goede raad mee. Ook waarschuwt Hij hen voor tegenslag en gevaar: “Zie, Ik zend u als schapen tussen wolven. Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven. Neemt u in acht voor de mensen. Zij zullen u overleveren aan de rechtbanken en u geselen in hun synagogen.” (Mt 10,16-17) Jezus heeft hen ook moed ingesproken en gezegd dat ze vertrouwen mogen hebben: “… op dat ogenblik zal u worden ingegeven wat gij moet zeggen. Want niet gij zijt het die spreekt, maar door u spreekt dan de Geest van uw Vader.” (Mt 10,19-20) Ze hoeven niet bang te zijn.

Nu is bang zijn geen slechte zaak. Het zorgt ervoor dat wij op onze hoede zijn bij gevaar en niet roekeloos door het leven gaan. Maar er zijn ook angsten die duiden op een gebrek aan vertrouwen. Van dergelijke angsten zegt Jezus: Weest niet bang. Het is God die de apostelen er op uit stuurt. Hij zal hen ook beschermen. Als boodschappers van God zijn zij toch meer waard dan een paar mussen. Jezus zegt hun dat zijn Vader ook hun Vader is. Zij leven in eenheid en verbondenheid met elkaar. Wie Jezus loochent, loochent deze verbondenheid en daarmee zichzelf.

Niet alleen de apostelen hebben een missionaire taak. Wij allemaal zijn geroepen om de Blijde Boodschap te verkondigen. Wij allen zijn geroepen om anderen te vertellen over God en over zijn grote liefde voor de mensen. Wij zijn geroepen om te vertellen over Jezus en zijn leven voor ons. Ook tegen ons wordt gezegd: Weest niet bang.

Binnenkort hoort u meer over de actie Kerkproeverij. Dit is een landelijke missionaire campagne die uitgaat van de Raad van Kerken en waaraan vele kerkgenootschappen in Nederland deelnemen. De campagne mondt op zaterdag 9 en zondag 10 september uit in kerkdiensten van lokale parochies en gemeenten waarbij de gelovigen mensen uitnodigen deze diensten bij te wonen. De uitvoering van de actie Kerkproeverij ligt bij de plaatselijke kerken. Ook onze parochies doen hieraan mee. De sleutel tot succes ligt in de persoonlijke uitnodiging van de gelovigen naar mensen in hun directe omgeving. Van een welkome kerk willen we komen een uitnodigende kerk. Door mensen uit te nodigen deel je met hen die je goed kent, datgene wat jou na aan het hart ligt en belangrijk voor je is. Iemand deelgenoot maken van het geloof dat je lief is en goed doet, is een vorm van naastenliefde.

Maar net als de apostelen hebben ook wij angst en twijfel. Waar zijn we bang voor? De grootste angst is de vrees voor afwijzing: hoe zal degene die ik uitnodig, reageren en wat doet dat met onze relatie? Vind ik wel de juiste woorden? Zal hij mij geen moeilijke vragen stellen, waarop ik geen antwoord weet? Zal de viering wel leuk genoeg zijn voor de genodigde? Wat zullen de andere kerkgangers van de door mij genodigde vinden? Angst maakt ons ook creatief en dus zullen we allerlei uitvluchten weten te verzinnen. Jezus kende de gedachten van de apostelen. Hij wist dat hun angst reëel was en nam die angst serieus. Hij vertelt ook hoe om te gaan met een afwijzing. Als men u ergens niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten. (Mt 10,14)

Angst is een vorm van liefde, van eigenliefde. We willen onszelf beschermen uit liefde voor onszelf. Waar het om gaat is de eigenliefde om te buigen in naastenliefde. Voortdurend lezen we in de Bijbel: Vreest niet. Het reddende werk van Christus is er ook opgericht ons te bevrijden van onze angsten en vooroordelen, onze eigenliefde om te buigen in onbaatzuchtige liefde. Daarmee weekt Hij ons ook los uit de comfortabele bubble van ‘ons soort mensen’ en uit onze onverschilligheid. Ook wij mogen vertrouwen op God en ons door Hem gedragen weten. Ook worden wij gedragen door het gebed voor elkaar. En we kunnen elkaar ook concreet steunen. Bij Lucas lezen we dat Jezus de leerlingen twee aan twee stuurde (Lc 10,1).

De komende tijd zult u meer over de actie Kerkproeverij horen. In augustus wordt er over bericht in het parochieblad ‘Kerk aan de Vliet’. Er zal informatie op de parochiewebsite worden geplaatst. Ook krijgt u nog allerlei tips aangereikt voor het uitnodigen. Nu al kunt eens bij u zelf nagaan wie u zou willen uitnodigen. U kunt ook eens gaan nadenken wat u er misschien van weerhoudt om daadwerkelijk in actie te komen. We hebben nog tijd tot begin september.

Ook de leerlingen kenden angst en twijfel. Vlak voor zijn Hemelvaart en de laatste zending door Jezus lezen we nog: … sommigen echter twijfelden (Mt 28,17). Het evangelie volgens Matteüs eindigt met: Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld. (Mt 28,20) Wij staan er niet allen voor. Jezus is altijd bij ons. Hij steunt ons. Wij mogen op Hem vertrouwen en hoeven niet bang te zijn. Amen.

Het boek van vreugde

Auteurs: Dalai Lama, Desmund Tutu met Douglas Abrams
Titel: Het boek van vreugde
Uitgever: HarperCollins, 2016
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 94 027 1800 3
Aantal pagina’s: 350

Vijf dagen lang spreken de Dalai Lama en bisschop Desmund Tutu met elkaar over vreugde. Dit boek doet verslag van de ontmoeting tussen deze twee bijzondere mannen. Zij vieren hiermee hun vriendschap en praten met elkaar over het wezen van ware vreugde, over obstakels op de weg naar vreugde en over acht pijlers van vreugde. Deze ontmoeting is ook een ontmoeting tussen het christendom en het boeddhisme.

Iedere mens is op zoek naar geluk, “maar meer vreugde vinden zal ons niet behoeden voor tegenspoed en hartzeer. Misschien zullen we zelfs sneller huilen, maar we zullen ook sneller lachen. Misschien zullen we vooral meer léven. De vraag is: “Hoe kan ik helpen liefde en compassie te verspreiden.” Geen mens kan zichzelf gelukkig maken: “Vreugde is een bijproduct.” “Uit een te egocentrische houding komt lijden voort. Uit compassie en bezorgdheid voor anderen komt geluk voort. (…) We moeten voor onszelf zorgen zonder alleen op onszelf gericht te zijn.”

Met dit bijzondere boek laten de twee mannen ons niet alleen delen in hun wijsheid, maar ook in hun menselijkheid. Daarmee is dit boek zelf ook een bron van vreugde, van hoop en van troost.

Het mysterie aanvaarden; Ex 34,4b-6.8-9; Joh 3,16-18

Eén God in drie personen: het is een onbegrijpelijk mysterie. Er is geen enkel wetenschappelijk bewijs, niet voor God, niet voor één God en al helemaal niet voor één God bestaande uit drie personen. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Zouden we beter af zijn en gelukkiger zijn als we precies wisten hoe het allemaal zit en het volledig zouden begrijpen?

In mijn studententijd in Groningen, waar ik scheikunde studeerde, probeerde ik de wereld te begrijpen. Er moest toch een soort van systeem zijn waarin alles zijn plaats had: een systeem dat te doorgronden en te begrijpen is. Hoe ik ook peinsde, wat ik ook las aan boeken, het lukt mij niet het systeem te ontdekken. De hele zoektocht maakte mij alleen maar onrustig. Tot rust kwam ik weer, toen bij mij het inzicht groeide, dat ik gewoon moest geloven, geloven zoals mijn ouders deden. Toen ik bereid was het mysterie te aanvaarden en een plaats te geven in mijn leven, was ik staat om gelukkig te worden en het leven te leven.

Mensen willen graag zekerheid en houvast. Dat is het prettige van regels en geboden. Dat is ook het prettige van wetenschap. Je weet waar je aan toe bent. Maar zo steekt de wereld niet elkaar. Ons leven is weerbarstiger. Er zijn zoveel zaken die niet in regels en geboden te vatten zijn en er zijn ook zoveel zaken waar de wetenschap nooit vat op zal krijgen.

Mozes trekt de berg op om de tien geboden te ontvangen. Het eerste dat God hem zegt is: “De Heer! De Heer is een barmhartige en medelijdende God, lankmoedig, groot in liefde en trouw.” Wat heb je meer nodig dan deze kennis? Hiermee is toch alles gezegd. Maar God is inderdaad barmhartig en medelijdend. Hij geeft Mozes de tien geboden, zodat wij mensen een houvast hebben. Ook Nikodemus is op zoek. Ook hij probeert te begrijpen. Jezus houdt hem voor dat het om het geloof gaat. Wie gelooft, zal niet geoordeeld maar gered worden.

Hoe graag we ook houvast en zekerheden wensen, we moeten het doen met het mysterie. We moeten geloven. Dat we het mysterie niet kunnen begrijpen, wil nog niet zeggen dat we niets weten. God heeft zich aan ons bekend gemaakt, hij heeft zichzelf geopenbaard. God laat zich kennen. Een openbaring komt van buiten. Ze komt niet uit onszelf. Het is geen resultaat van consequent logisch redeneren. Het is een waarheid die groter is dan onszelf. Het is waarheid die ons te boven gaat. Een openbaring past niet in het denken van onze huidige cultuur. Zij past niet in de wereld van het rationeel en wetenschappelijk denken. Dat wil echter niet zeggen dat zij niet bestaat. Sterker nog we worden dagelijks geconfronteerd met zaken die ons denken en onszelf te boven gaan. Of heeft u soms een verklaring voor het mysterie van het leven of voor het feit dat mensen in staat zijn tot werkelijk onbaatzuchtige liefde?

We kennen verschillende vormen van openbaring. We kennen de openbaringen uit het verleden. Openbaringen die ons door de Bijbel en door de Kerk worden aangereikt. God openbaart zich ook in de Schepping, in het werk van zijn handen. Het meest tastbaar openbaart God zich in de ontmoeting tussen mensen. In relatie met andere mensen ontdekken we wat liefde is. In relatie met anderen kunnen we liefde ontvangen en zijn we ook in staat zelf liefde te geven.

Het hoogtepunt van de openbaring is de menswording van Jezus Christus. Door de menswording van God zijn wij mensen in staat met onze menselijke vermogens Gods liefde te ontdekken en te ervaren. Jezus laat ons met zijn eigen leven zien hoe God is. Jezus geeft ons ook kennis van de goddelijke Drie-eenheid. Hij spreekt over zijn Vader in de hemel en Hij stuurt ons zijn Geest, de heilige Geest. Maar bovenal laat Hij ons delen in de liefde die er tussen de drie goddelijke personen bestaat. Kunnen we dit begrijpen? Nee, dit gaat ons begrip te boven. Is dat erg? Nee, het is daardoor niet minder waar. Het is de concrete werkelijkheid van ons leven.

Jezus laat ons zien en ervaren dat God liefde is. Hij leeft in verbondenheid met zijn Vader en de Geest. Zij vormen samen een hechte gemeenschap. Jezus deelt die liefde en gemeenschap met ons. Wij mogen delen in de goddelijke liefde en de goddelijke gemeenschap. Met zijn leven laat Jezus ons zien hoe ook wij goed kunnen leven. Hij laat ons zien hoe we kunnen geloven, hoe we kunnen liefhebben en hoe met elkaar gemeenschap kunnen vormen. De heilige Geest helpt ons daarbij. Hij is onze Helper. Amen.

Een jihad van liefde

Auteur: Mohamed El Bachiri en David van Reybrouck
Titel: Een jihad van liefde
Uitgever: De Bezige Bij, 2017
Prijs: € 7,99
ISBN: 978 90 234 7162 3
Aantal pagina’s: 94

Op 22 maart 2016 blijft Mohamed El Bachiri met drie jonge kinderen achter als zijn vrouw Loubna bij de aanslagen in Brussel het leven verliest. De teksten die hij daarna schrijft, zijn door David van Reybrouck samen met uitspraken uit een interview in dit boek opgetekend.

El Bachiri noemt zichzelf: “een jihadist van de liefde. Vraag me niet om te haten, nog liever zou ik sterven!” Over het boek schrijft hij: “Een gedicht. Een eerbetoon, een ode aan Loubna. Een antwoord aan de menselijkheid, niet aan de waanzin. De uitdrukking van pijn, maar ook van veerkracht – door liefde. Liefde, menselijkheid, geloof – ik denk dat dat het is.” En over de liefde: “Liefde, dat wat me drijft, me laat leven en overleven.”

Het is een prachtig en ontroerend boekje, een boekje dat troost en hoop geeft, een toonbeeld van grote wijsheid.