“Zij zijn niet van de wereld zoals Ik niet van de wereld ben.” In het Evangelie van vandaag horen we dit Jezus twee keer zeggen; “Zij zijn niet van de wereld zoals Ik niet van de wereld ben.” Wat moeten wij met deze uitspraak van Jezus? Wat betekent het voor ons? Net als ik heeft ook u daar ongetwijfeld een eerste gevoel bij. En het is zeker niet slecht om zo’n intuïtie te volgen. Wij zijn leerlingen van Jezus en hebben enig idee van zijn manier van spreken. Dat geeft een gezonde basis aan ons aanvoelen. Vandaag wil ik echter een stap verder gaan en er wat dieper induiken.
Allereerst is daar het woord ‘wereld’. Het woord ‘wereld’ komt in de Bijbel minder vaak voor dan je je zou kunnen verwachten. Het woord ‘wereld’ wordt vooral door de apostel Johannes gebruikt. Hij doet dat in het Evangelie dat door hem is geschreven en in zijn eerste brief waaruit we vandaag ook hebben gelezen. Wat opvalt is dat het woord ‘wereld’ meestal een negatieve bijklank heeft. Dit is ook vandaag het geval: de wereld heeft de leerlingen gehaat. En Jezus bidt dat ze bewaart worden voor het kwaad. Dat kwaad hangt blijkbaar samen met de wereld.
Wij gebruiken het woord wereld in verschillende betekenissen. Van Dale geeft er twintig. Ik zal ze niet allemaal noemen. Een van die twintig betekenissen is: het aardse bestaan, het leven hier en nu. Hierbij wordt ook verwezen naar teksten van Johannes. Het gaat dan om het aardse bestaan tegenover het hemelrijk, de mensenwereld tegenover de wereld van God, de gebrokenheid en zondigheid tegenover de volmaaktheid. Johannes schrijft dat Jezus in de wereld is gekomen en dat Hij de wereld weer zal verlaten. Ook daaruit blijkt een duidelijk onderscheid tussen de wereld van God en ons aardse bestaan: de wereld van de mensen.
Toen Johannes deze teksten schreef, was dit onderscheid er ook fysiek. Het wereldbeeld was toen: wij mensen leven hier op aarde, een aarde die plat is en over die platte aarde staat een grote koepel en boven die koepel is de hemel en daar woont God. Jezus was uit die hemel gekomen en daar ging Hij ook weer naar terug. In onze tijd kennen wij dit fysieke onderscheid niet. We hebben een op de wetenschap gebaseerd beeld van de wereld. Wij moeten het daarom doen met een abstracte interpretatie van dit onderscheid: de gebrokenheid van het menselijk bestaan aan de ene kant en de volmaaktheid van God aan de andere kant.
Jezus spreekt op een negatieve manier over het menselijk bestaan. Dit menselijk bestaan wordt getekend door het kwaad en de zondigheid. Ook als we vandaag om ons heen kijken, komen we tot die conclusie. Het is niet alleen liefde en vrede in onze wereld; er zijn ook vele misstanden waarachter echt kwaad schuil gaat.
Wij mensen – en dat geldt ook voor ons als leerlingen van Jezus – zijn innig met deze wereld verbonden. Wij maken hoe dan ook deel uit van deze wereld. Wij zijn er in geboren. Deze wereld bestaat mede uit ons. En dat geldt ook voor de mensgeworden Zoon van God. Toch zegt Jezus dat én Hijzelf én wij – als zijn leerlingen – niet van deze wereld zijn. Wij zijn wel in de wereld maar niet van de wereld. Ook al zijn wij innig met de wereld verbonden, we hoeven ons niet te laten tekenen door het kwaad. Dat heeft Jezus ook niet gedaan. Hij was geheel aan de mensen gelijk, maar niet in de zonde.
God is de Schepper van alles. Hij heeft heel deze wereld geschapen. De wereld is van oorsprong goed. Toch is het kwaad de wereld binnengedrongen en kreeg haar in haar macht. Door het bevrijdende werk van Jezus is de wereld herschapen. De macht van het kwaad is gebroken. Het kwaad bestaat zeker nog, maar wij hoeven er niet aan toe te geven.
Aan het begin van zijn openbare leven zegt Jezus tegen Nikodemus: “Zozeer immers heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat al wie in Hem gelooft niet verloren zal gaan, maar eeuwig leven zal hebben.” Jezus kwam in de wereld niet om haar te oordelen, maar haar te redden. Met zijn leven, zijn lijden en sterven heeft Hij het kwaad overwonnen. Wij zijn niet langer geknecht door het kwaad.
Op deze wijze zijn wij in de wereld maar niet van de wereld. Ons leven is gericht op God, is gericht op een betere wereld. Dit betekent niet dat wij de wereld moeten verachten of moeten proberen zo snel mogelijk haar te verlaten om in de hemel te komen. Sterker nog Jezus stuurt ons juist de wereld in om te getuigen van de waarheid. Uit liefde voor de wereld kwam Hij in de wereld en stuurt Hij ons de wereld in. Ook daarin mogen wij Jezus navolgen. Hij kwam in de wereld als het ware Licht, het Licht dat iedere mens verlicht. Meer dan eens schrijft Johannes dat Jezus het Licht der wereld is.
Vorige week hoorden we Jezus zeggen: “Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt.” Door elkaar lief te hebben zijn ook wij een licht in de wereld. Door elkaar lief te hebben, getuigen ook wij van de waarheid. Door elkaar lief te hebben weerstaan wij het kwaad. In zijn eerst brief schrijft Johannes: “als wij elkaar liefhebben woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.” “God is liefde.” Als wij elkaar liefhebben leven wij in de wereld van God. Als wij elkaar liefhebben verandert onze wereld in de wereld van God. Met de liefde brengt God ons een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Door de Geest van liefde zal alles worden herschapen. Amen.
Onlangs is ons huis opnieuw geschilderd en zijn de platte daken vernieuwd. Voorlopig kan het huis er weer even tegen. Dat is niet onbelangrijk. De plek waar we wonen en ons thuis voelen, speelt een belangrijke rol in ons leven. Het is de plek waar je je veilig voelt en beschut weet. Dat gaat verder dan primaire levensbehoeften. Je richt je huis in naar je eigen smaak, zodat het een aangename plaats is waar je je op je gemak voelt. Je gaat je ook hechten aan je huis. Een thuis is meer dan alleen een materiële zaak.
Het thuisgevoel beperkt zich niet tot je woning. Het geldt ook de straat, de buurt, de stad of het dorp waar je woont en voor de kerk die je bezoekt. In groter verband geldt het ook voor de streek en het land waar je woont. Al die verschillende vormen van thuis kennen een vorm van vertrouwdheid en gehechtheid. Bij elke vorm van thuis voel je je ook medeverantwoordelijk voor het in stand houden ervan. Bij je eigen huis is dat heel concreet. Bij de grotere verbanden zijn er verschillende verplichte en vrijwillige manieren van bijdragen aan de instandhouding van het gezamenlijke huis.
De meeste ruime vorm van een gemeenschappelijk huis is de aarde die we als mensheid bewonen. In 2015 schreef paus Franciscus de encycliek Laudato si’ (Geprezen zijt Gij). De paus roept ons op in verbondenheid met elkaar verantwoordelijkheid te nemen voor ons gemeenschappelijk huis. Hij roept ons op te zorgen voor de schepping. God heeft ons de aarde gegeven om er te wonen, om er veilig en gelukkig te zijn, om er werkelijk mens te zijn. Wij mensen zijn niet alleen uit het stof van de aarde gemaakt; we hebben de aarde ook nodig om ons te voeden met haar vruchten en we hebben grond nodig om ons te vestigen en te wortelen. Een plaats om je volledig te kunnen ontplooien, om binnen een gemeenschap tot een goed en gelukkig mens uit te kunnen groeien is van essentieel belang voor ons mensen.
Ons huis is er om te gebruiken, om ervan te genieten, maar niet om het te verbruiken. Niemand stopt zijn voordeur in de kachel om zich zo te warmen. Ook voor de aarde geldt dat wij haar mogen gebruiken, maar niet verbruiken. We moeten voor de aarde zorgen, zoals we voor ons eigen huis doen.
Ook gepubliceerd op Kerk en Milieu en in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact mei 2021.
“Ik ben de goede herder.” Jezus noemt zichzelf de goede herder. Hij stelt de goede herder tegenover de huurling, die geen hart heeft voor de schapen. Wij doen dit zelf ook vaak om iets aan een ander duidelijk te maken. Als we uitleggen wie we zijn en wat we doen, vertellen we wie we niet zijn en wat we niet doen. De tegenstelling gebruiken we dan om het beeld van onszelf te verduidelijken en af te bakenen.
Het goed om de huurling eens nader te bekijken; wie is hij en wat doet hij? Dat maakt duidelijk waarom Jezus geen huurling is, maar de goede herder. De huurling is geen slecht mens. Hij is een dagloner, die voor korte tijd, bijvoorbeeld één of twee nachten, de taak van de herder op zich neemt. In onze tijd zouden het over een uitzendkracht of een zzp’er hebben, die tijdelijk een bepaalde taak op zich neemt. Deze persoon verdient zo op een respectabele manier de kost. Hij houdt ongetwijfeld van schapen en van het omgaan met dieren. Maar hij is een voorbijganger. Hij is voor tijdelijk. Daardoor is hij niet in staat een relatie met de schapen op te bouwen. Hij kent deze schapen niet en zij kennen hem niet.
De goede herder wordt door de schapen herkend. Zij luisteren naar zijn stem. Daarmee onderscheidt de herder zich van de huurling die niet herkend wordt. De goede herder onderscheidt zich van de huurling omdat hij een relatie met de schapen aangaat. “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij.” Er ontstaat een verbondenheid tussen de schapen en de herder. Net als de huurling houdt de herder van schapen en van dieren in het algemeen, maar met deze specifieke schapen is hij een relatie aangegaan. Hij houdt van deze schapen. Dus gaat hij ook op zoek naar dat ene schaap dat verdwaald is. Dat zal de huurling niet doen. De kans is te groot dat dan de hele kudde verdwaalt. En dan heeft hij zijn werk slecht gedaan. Hij weet niet hoe de kudde zich zal gedragen als hij ze alleen laat.
Ook in dit verhaal is liefde het sleutelwoord. De liefde van God voor ons is het centrale thema van de brief van Johannes. De apostel Johannes leert ons: “God is liefde.” De wereld begrijpt het niet. De wereld begrijpt niet dat wij kinderen van God zijn, dat zijn liefde voor ons eindeloos is. De wereld begrijpt niet dat zijn liefde voor ons ons in staat stelt van onze medemensen te houden. Gods liefde stelt ook Petrus en Johannes in staat een lamme te genezen. Liefde past echter niet in het denken van de overheden en de oudsten. Liefde geeft gedoe. Liefde verstoort de orde. Dus worden Petrus en Johannes – zoals we in de eerste lezing zien – ter verantwoording geroepen.
In onze huidige tijd is dat niet anders. Voor managers heeft liefde geen waarde. Ook nu is gedoe ongewenst en mag de orde niet verstoord worden. Alles moet volgens de procedures verlopen en uitzonderingen zijn lastig. Het gaat om het geheel en daarbij wordt geaccepteerd dat er zo nu en dan mensen tussen de wielen raken. Zo nu en dan raakt er een schaap verdwaald. Jammer, maar helaas. Dat is niet alleen het geval bij de belastingdienst. We zien het op vele plaatsen in onze samenleving. Ik heb dit destijds van dichtbij meegemaakt in het bedrijfsleven. Daar gaat het tegenwoordig vooral om de belangen van de aandeelhouders. De belangen van de medewerkers en de klanten zijn daaraan ondergeschikt. Voor betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van mensen is weinig ruimte. Het gaat om controleerbaarheid en handelen volgens procedures. Zo worden mensen gedwongen zich als huurlingen te gedragen.
Vandaag is het roepingenzondag. Wij allen zijn geroepen tot een christelijk leven, tot een leven waarin de liefde centraal staat. Vandaag bidden we speciaal voor roepingen tot het priesterschap, het diaconaat en het godgewijde religieuze leven. We bidden om mensen die zich geroepen weten op speciale wijze liefdevol te leven als herder of als dienaar.
Ik raad u aan ook nog op onze website te kijken. Daar vindt u de video van het ‘Leef- en geloofmoment’ van pastoor Bakker. Bij het beeld van goede herder vertelt hij over Jezus als de goede herder, over de liefde van de goede herder voor zijn schapen. De goede herder roept ons op om zijn voorbeeld te volgen, om lief te zijn voor onze medemensen zoals Hij dat is. God roept ook enkelen op om op speciale wijze Jezus als priester, als diaken of als religieus te volgen. Jezus, onze goede herder, heeft mensen nodig om zijn liefde te verkondigen en gestalte te geven in onze wereld. Als leerlingen van Jezus zijn wij allen geroepen om ons herders en dienaren voor elkaar te zijn. In heel ons leven, in al ons doen en laten moet de liefde centraal staan.
Bidden we daarom vandaag niet alleen om roepingen, Maar bidden we ook om een samenleving waarin mensen in staat worden gesteld liefdevol te handelen en niet gedwongen worden zich als huurlingen te gedragen. Amen.
In onze samenleving is het gebruikelijk dat je daarvoor met elkaar in discussie gaat en met elkaar onderhandelt. Door discussie probeer je de ander te overtuigen van jouw gelijk. En door onderhandeling probeer je zoveel mogelijk van jouw gelijk gerealiseerd te krijgen. Jouw gelijk gaat hierbij vaak ten koste van het gelijk van de ander. We hebben tegenwoordig de neiging om alles als een wedstrijd te zien. De media spelen hierin zeker een rol. Politieke verslaggevers gedragen zich soms als sportverslaggevers.
Een andere wijze van met elkaar in gesprek gaan is de dialoog. Paus Franciscus heeft hier de afgelopen jaren het nodige over geschreven. In zijn brief ‘Evangelii gaudium’ komt het woord dialoog negenenvijftig keer voor en in de encyclieken ‘Laudato si’’ en ‘Fratelli tutti’ respectievelijk vijfentwintig en vijftig keer. Vandaag hebben we het over dialoog.
Allereerst zien we een ontwikkeling in de sociale leer van de Kerk. Binnen de Kerk vormen de menselijke waardigheid en de liefde steeds meer de basis voor het denken over de menselijke samenleving. Paus Johannes XXIII gaf aan de menselijke waardigheid een centrale rol. Ieder mens is een persoon, een wezen begaafd met verstand en vrije wil. Iedereen heeft rechten en plichten direct verbonden met het mens-zijn. Essentieel voor het menselijk bestaan is de relatie met de medemens. Paus Johannes Paulus II werkte dit verder uit. Hij benadrukt dat Jezus Christus voor iedereen mens geworden is. Met zijn leven, zijn lijden en sterven is Hij er voor alle mensen. Het gaat niet alleen om iedere mens; het gaat ook om de hele mens, om het hele leven vanaf het eerste begin tot de natuurlijke dood. Paus Benedictus XVI schreef de encycliek ‘Deus caritas est: God is liefde’. Hiermee wordt de centrale plaats van de liefde in ons geloof benadrukt. In zijn encycliek ‘Caritas in veritate: Liefde in waarheid’ schrijft hij: “Liefde is de rode draad die door de sociale leer van de Kerk loopt.” (CiV 2) Paus Franciscus gaat verder op de door zijn voorgangers ingeslagen weg. Zijn encycliek ‘Fratelli tutti’ gaat over broederschap en sociale vriendschap. Bij hem wordt de dialoog een manier van leven.
Als menselijke waardigheid en liefde de centrale begrippen zijn, is de aandacht voor dialoog vanzelfsprekend. Als iedere mens telt en meedoet, als mensen een doel zijn en niet slechts een middel en als alle mensen door de liefde met elkaar verbonden zijn, is het vanzelfsprekend dat zij met elkaar in dialoog gaan om hun gemeenschappelijk bestaan met elkaar vorm te geven.
Wat is dialoog? En waarom dialoog? Paus Franciscus schrijft hierover het volgende.
“Een dialoog is veel meer dan het communiceren van een waarheid. Hij komt tot stand vanuit de vreugde om te spreken en uit de wil tot het goede dat met woorden wordt gecommuniceerd tussen mensen die elkaar liefhebben. Het is een goed dat niet bestaat in dingen, maar in de personen zelf die zich aan elkaar geven in de dialoog.” (EG 142) De dialoog is een vorm van ontmoeting, een zoektocht naar consensus en overeenstemming die niet losstaat van de zorg voor een rechtvaardige samenleving, die het verleden niet verloochend en niemand uitsluit. (Zie: EG 239)
“Ware wijsheid is de vrucht van reflectie, van dialoog en van de edelmoedige ontmoeting tussen mensen.” (LS 47) “Samen kunnen we de waarheid zoeken in dialoog, in een ontspannen gesprek of in een heftig debat. Daarvoor is enig doorzettingsvermogen nodig; het brengt zwijgen en lijden met zich mee. Met het nodige geduld kan het de lange ervaring van mensen en volkeren bijeenbrengen.” (FT 50)
“We moeten met elkaar communiceren, de rijkdom van de ander ontdekken, waarderen wat ons verenigt en kijken naar verschillen als een kans om te groeien in wederzijds respect. Geduldig en in vertrouwen dialogeren is noodzakelijk, zodat individuele personen, gezinnen en gemeenschappen de waarden van hun eigen cultuur kunnen presenteren, en ze het goede dat uit de ervaringen van anderen voortkomt, kunnen overnemen.” (FT 134) “Openheid naar anderen waarbij de eigen rijkdom wordt opgegeven, lost niets op. Zonder eigen identiteit is er geen dialoog met de ander mogelijk. Er bestaat ook geen openheid tussen volkeren zonder liefde voor het eigen land, het eigen volk en de eigen cultuur. Zonder solide fundament kan ik de ander niet ontmoeten, want op basis daarvan verwelkom ik hem als een geschenk en bied ik hem iets authentieks van mijzelf aan.” (FT 143) “Dit is de basis voor een gezonde en verrijkende uitwisseling.” (FT 144) “De eigen identiteit wordt versterkt en verrijkt door de dialoog met de ander. De authentieke manier om onze identiteit te bewaren ligt niet in een verarmend isolement.” (FT 148)
“Elkaar tegemoetkomen, elkaar spreken, naar elkaar luisteren, naar elkaar kijken, elkaar leren kennen en begrijpen, raakvlakken zoeken: dit alles wordt samengevat in het werkwoord ‘dialogeren’. We moeten met elkaar in gesprek gaan om elkaar te ontmoeten en te helpen. (…) Een volhardende en moedige dialoog leidt niet tot krantenkoppen zoals ruzies en conflicten doen, maar het helpt de wereld onopvallend tot een beter leven, veel meer dan we verwachten.” (FT 198) “Een authentieke sociale dialoog veronderstelt het vermogen de standpunten van de ander te respecteren en als legitieme overtuigingen en belangen te erkennen. Op basis van hun identiteit hebben anderen iets te bieden. Voor een vruchtbaar debat is het wenselijk dat zij hun standpunten toelichten. (…) Zo groeit ons vermogen te begrijpen wat de ander zegt en doet, zelfs als we het niet met hem eens kunnen zijn. (…) Verschillen zijn creatief; ze creëren spanning en in de oplossing daarvan ligt de vooruitgang van de mensheid.” (FT 203)
Er zijn vele vormen van dialoog. Mensen met verschillende belangen en verschillende achtergronden kunnen met elkaar in dialoog treden. Via mensen komen verschillende werelden met elkaar in gesprek. Het gaat om de dialoog tussen verschillende culturen, tussen verschillende religies, tussen geloof en rede, tussen geloof en wetenschap, tussen Kerk en staat, tussen verschillende wetenschappelijke specialisaties, tussen verschillende belangen, tussen arm en rijk, tussen verschillende politieke ideeën, tussen verschillende landen, et cetera.
“Hoewel de werkelijkheid één is, kan zij vanuit verschillende perspectieven en met verschillende methodes benaderd worden.” (FT 204) Telkens komen verschillende benaderingen van de werkelijkheid bij elkaar, waardoor er een intensieve en productieve dialoog mogelijk is, een dialoog die ook leidt tot de volle menselijke ontplooiing. Zorg voor de schepping en het algemeen welzijn vragen om dialoog. Iedere vorm van dialoog staat in dienst van de vrede. “Het doel van dialoog is om vriendschap, vrede en harmonie tot stand te brengen en om morele en spirituele ervaringen in een geest van waarheid en liefde met elkaar te delen.” (FT 271) De sociale leer van de Kerk is een middel om de dialoog te bevorderen en te ondersteunen.
In onze huidige pluriforme en complexe samenleving, in deze tijd van globalisering zijn wij geneigd ons terug te trekken in onze eigen bubbel. Maar juist nu is dialoog noodzakelijk. Alles hangt met elkaar samen. We zijn van elkaar afhankelijk.
Deze tekst is uitgesproken en op 1 april 2021 op video gezet.
Zie www.rkvlietstreek.nl.
Auteur: Titus Brandsma
Titel: Maria: Een trinitaire theologie
Uitgever: Sjibbolet, 2020
Prijs: € 7,50
ISBN: 978 94 9111 044 3
Aantal pagina’s: 62
“Zo schonk de Moeder Gods ons die innige vereniging met God, terwijl zij zichzelf als een voorbeeld stelde voor de meest innige gemeenschap.” Deze woorden sprak professor Brandsma in 1932 als rector magnificus van de Nijmeegse universiteit. Voor de karmeliet Brandsma had Maria een bijzondere plaats in zijn leven. In 1936 houdt hij een voordracht voor het Mariacongres in Tongerlo. Hierin werkt hij zijn denken en intuïtie over Maria systematisch uit. Onder de titel ‘Maria in haar verhouding tot de Drie Goddelijke Personen’ wordt Maria beschreven als degene waarin de relatie tussen God en mens bij uitstek concreet wordt. “God is liefde en in Maria komt tot uitdrukking hoe God de mens liefheeft.” Zij laat ons kennismaken met de liefde die God zelf is.
Pater Titus Brandsma schetst in deze voordracht de relatie van de drie goddelijke Personen met Maria. Hiermee schept hij ons via Maria een beeld van God. Dat is in zijn ogen bij uitstek de plaats van Maria. Zij helpt ons God te leren kennen. Het is een tekst om op te kauwen. Die gelukkig voorzien is van een heldere inleiding door Inigo Bocken.
We zijn op weg naar de Goede Week en Pasen, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Vorig jaar waren tijdens dit hoogtepunt de kerken gesloten. We moesten dit feest thuis vieren. Dat was een vervreemdende ervaring. Hoe Pasen te vieren als je het niet met je hele zijn uitjubelt in een Paaslied. Dit jaar zijn er gelukkig meer mogelijkheden. Het aantal kerkgangers zal nog tot dertig beperkt blijven en samenzang zal zeker geen optie zijn, maar we kunnen samen het lijden en sterven van onze Heer volgen en met Pasen zijn verrijzenis vieren.
Ook los van Pasen zien we uit naar meer bewegingsruimte en meer ontmoeting met elkaar. Gelukkig komt het vaccinatieprogramma op stoom en stijgen de temperaturen, waardoor corona minder kans krijgt om zich heen te grijpen en ons leven te verstoren. Als het mee zit, wordt eind maart de avondklok opgeheven en kunnen we in april weer op een terras zitten. Maar hoe dan ook wordt het weer Pasen. “De steppe zal bloeien (…) en wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.” Maar wij zijn mensen, mensen met al onze onvolkomenheid. We hebben het nodig dat we de vreugde van Pasen ook fysiek ervaren.
De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de Romeinen: “De ‘wet’ van de Geest die in Christus Jezus het leven schenkt, heeft u vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood.” Jezus bevrijdt ons. Al onze onvolkomenheden kunnen we ontstijgen. Dat geldt ook voor de ongemakken van corona. De vrijheid die Jezus geeft, maakt dat we niet afhankelijk zijn van lichamelijk en materieel welzijn. Het is uiteindelijk alleen de liefde die telt. Paulus schrijft verder: “Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.” Door het geloof in de Verrezen Christus zijn wij vrije mensen. Jezus geeft ons leven en Hij maakt ons vrij. We staan er lang niet altijd bij stil en vaak kost het ons werkelijk moeite om dit leven en deze vrijheid te ervaren, maar toch: “wij zullen opstaan en lachen en juichen en leven.” Ik wens u allen een zalig Pasen.
Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact april 2021
God is rijk aan erbarming. Aan zijn genade danken wij onze redding. Vandaag drie lezingen waarin dit gegeven centraal staat. Het volk van Israël maakte zich schuldig aan gruweldaden en ontheiligden de tempel. Maar na hun ballingschap zorgt de Heer ervoor dat ze kunnen terugkeren naar hun land en dat ze Jeruzalem en de tempel weer kunnen opbouwen. Paulus leert ons dat wij ondanks onze zondigheid gered worden. Door Gods genade komen we tot geloof. Onze goede daden zijn de vruchten van het geloof. Alles wat we zijn, wat we hebben en wat wij doen is een geschenk. Alles is louter genade. Het is Gods liefde voor ons. Jezus zegt ons: “Zozeer immers heeft God de wereld lief gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat alwie in Hem gelooft niet verloren zal gaan maar eeuwig leven zal hebben.”
Gods liefde voor ons, de genade die Hij ons geeft: het vraagt om een antwoord. Ook het geloof is een geschenk, maar het moet wel geactiveerd worden. Liefde en geschenken kunnen niet zonder relatie. Beide partijen hebben daarin een actieve rol. Het licht komt naar de wereld. De mensen op hun beurt kunnen naar het licht toekomen, maar ze kunnen zich er ook van afwenden en de schaduw en de duisternis zoeken. Een leven in liefde en geloof brengt ons naar het licht. De keuze is aan ons. Wij zijn vrije mensen.
De vruchten van het geloof zijn zichtbaar in onze samenleving. Het zijn tekenen van Gods liefde voor de mensen. Zij tonen de overgrote rijkdom van zijn genade. Voor het volk van Israël was dat vooral zichtbaar in de rijkdom van de tempel en van Jeruzalem. De herbouw van de tempel en stad is om God te verheerlijken en om zijn glorie zichtbaar te maken in de wereld. Ook in onze tijd zijn kerken zichtbare tekens van Gods aanwezigheid onder de mensen. Jezus zegt over zichzelf: “De mensenzoon moet omhoog worden geheven (…), opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.” De gekruisigde Christus is een teken van Gods aanwezigheid, van zijn liefde, zijn genade en zijn goedheid. Paulus geeft aan dat de gelovigen zelf Gods liefde, genade en goedheid zichtbaar maken in de wereld. Onze goede daden maken Gods glorie zichtbaar. Het is zijn werk dat in ons wordt verricht.
Afgelopen week schreven de bisschoppen over de komende verkiezingen. De bisschoppen roepen ons op te gaan stemmen en ons hierbij te laten leiden door geloof, hoop en liefde. Ze roepen ons op te kiezen voor het nieuwe normaal, het normaal van het Rijk Gods. We hebben nu meer dan ooit de kans de samenleving nieuw leven in te blazen. De bisschoppen noemen hierbij de volgende aandachtspunten.
1. Kiezen voor het leven Iedere mens heeft een onaantastbare waardigheid. Iedereen telt. Het gaat om ieder leven en om het gehele leven van het allereerste begin tot aan een natuurlijke dood. Het gaat niet om het nut. Ieder van ons is gewenst, ieder van ons is nodig. Het leven vraagt ook om een vrije en rechtvaardige samenleving en zorg voor de schepping.
2. Kiezen voor een open samenleving Het gaat om een samenleving waarin mensen open staan voor elkaar, ook voor mensen die anders zijn, en ook voor kwetsbare mensen. Het gaat om een echte ontmoeting tussen mensen, om een samenleving waarin iedereen zich in vrijheid kan ontplooien, om een samenleving die de rechten van minderheden beschermt.
3. Kiezen voor het algemeen welzijn Het doorgeschoten marktdenken maakt mensen ondergeschikt aan de belangen van enkelen. In plaats van een doel worden mensen hiermee tot middel. Algemeen welzijn vraagt om onderlinge solidariteit en om gemeenschap. Het gaat niet om ‘ik’. Het gaat om ‘wij’.
4. Kiezen als broeders en zusters Mensen zijn broeders en zusters van elkaar. Dat vraagt een politiek van elkaar aanvaarden, openheid naar elkaar, aandacht voor kwetsbaren en ruimte voor verschillen.
De brief van de bisschoppen vindt u via onze website. Neem er kennis van voordat u uw stem gaat uitbrengen.
Ook wordt onze aandacht gevraagd voor jongeren in ontwikkelingslanden, voor beroepsonderwijs en voor ondernemerschap. Met een gedegen opleiding zijn zij beter in staat een redelijk inkomen te verdienen en eventueel een eigen bedrijf op te zetten. Tegenwoordig volgt wereldwijd 91 procent van alle kinderen basisonderwijs. Dat is een bijna een verdubbeling ten opzichte van twintig jaar geleden. Vooral voor vrouwen en meisjes is dat een grote verbetering. Maar helaas kunnen veel jongeren na de basisschool niet verder leren. Hierdoor hebben zij drie keer meer kans op werkloosheid dan volwassenen. Vastenactie ondersteunt projecten die jongeren vervolgonderwijs bieden of hulp bij het starten van een eigen bedrijfje. De afgelopen drie jaar volgden al meer dan vierduizend mensen een beroepsopleiding met hulp van Vastenactie.
Tijdens de Vastenactie-campagne van dit jaar willen we nog veel meer mensen een steuntje in de rug geven, om hen te helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen, zodat ze voor zichzelf en voor hun familie kunnen zorgen én een rol kunnen spelen in hun gemeenschap. Met uw hulp kunnen veel jongeren werken aan hun toekomst. Iedere mens heeft het recht te groeien en zich te ontwikkelen. Zelf kunnen zorgen voor het brood dat je eet geeft je waardigheid en vreugde. Werken stelt je in staat bij te dragen aan de opbouw van de gemeenschap, aan de opbouw van je land en aan het algemeen welzijn. Met onze steun aan de jongeren in de ontwikkelingslanden dragen wij bij aan de wereldwijde broederschap en de sociale vriendschap tussen alle mensen. Zo wordt de weg naar de vrede geopend.
De komende dagen gaan we stemmen. We kiezen voor de duisternis van het eigenbelang en de zelfgerichtheid of we kiezen voor het licht, voor het normaal van het Rijk Gods. Wij worden opgeroepen – om met Paulus te spreken – Gods liefde, genade en goedheid met onze goede daden, met onze wijze politieke keuze zichtbaar te maken in de wereld. Met onze steun aan de Vastenactie wordt Gods glorie zichtbaar in het welzijn van de jongeren in de ontwikkelingslanden. Zo laten wij het toe dat de Heer zijn werk in ons verricht. Zo beantwoorden wij zijn liefde en genade voor ons. Amen.
“De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij; bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap”. Dit zijn de eerste woorden die Marcus uit de mond van Jezus optekent. Marcus dringt snel door tot de kern van wat Jezus te vertellen heeft. Het Rijk Gods is nabij; de tijd is vervult. Er breekt een geheel nieuwe tijd aan. Zorg ervoor dat je er klaar voor bent: “bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap”.
Petrus schrijft in zijn eerste brief dat Christus eens en voor al gestorven is voor de zonden om ons tot God te brengen. Het oude leven is teniet gedaan, een nieuw leven is begonnen. Door het Doopsel zijn wij tot nieuw leven gekomen, tot een leven in Christus, tot een leven verbonden met God. Bij het laatste Avondmaal sprak Jezus de woorden die telkens weer worden uitgesproken: “dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond; dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden.” Het Rijk Gods is nabij. Er is een nieuw verbond gesloten. Een verbond dat boven alle eerdere verbonden uitstijgt.
In de Bijbel lezen we dat God voortdurend de mensen zoekt. God wil zich met de mensen verbinden. Uit liefde heeft Hij de wereld geschapen. Liefde kan niet zonder antwoord. God zoekt de liefde van de mensen voor Hem. Hij maakt afspraken met de eerste mensen over de wijze waarop zij Hem lief kunnen hebben. Later sluit God een verbond met Noach. Daarna volgt het verbond met Abraham en weer later het verbond met het volk Israël. De vastlegging hiervan is de Wet van Mozes: de eerste vijf boeken van het Oude Testament: de Thora. Blijkbaar was het in de ontwikkeling van de mensheid nodig de liefdesverbintenis van God met de mensen in regels te gieten. Het verbond moet nageleefd worden. Het moet worden onderhouden. Vandaag hebben uit Psalm 25 gelezen: “Leer mij uw paden te kennen. Leid mij volgens uw woord.”
Met de menswording van Gods Zoon, Jezus Christus, met zijn leven, lijden en sterven wordt duidelijk waar het werkelijk omgaat. Het gaat om een verbond van liefde. Niet het naleven van regeltjes staat centraal, maar het handelen uit liefde. Dan zul je automatisch voldoen aan alle regels en geboden. Weinig gehuwden zullen zich in het huwelijksrecht hebben verdiept. In ieder geval heb ik mij daar nooit mee bezig gehouden. De rechten en plichten binnen het huwelijk zijn keurig vastgelegd, maar waar het om gaat is het verbond van liefde. Alleen de liefde maakt een huwelijk tot een goed huwelijk. De liefde bepaalt hoe de gehuwden met elkaar omgaan.
Jezus heeft ons laten zien wat leven uit liefde werkelijk betekent. Hij heeft ons verlost. Hij heeft ons bevrijd van onze zelfgerichtheid. Als leerlingen van Jezus kunnen wij ons leven verbinden met Hem. Zo stelt Hij ook ons in staat een leven in liefde te leven. Een leven in liefde beperkt zich niet tot het huwelijksleven. In Jezus Christus zijn wij mensen allen kinderen van God en daarmee zijn wij broeders en zusters van elkaar. In de encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) roept paus Franciscus ons op tot broederschap en sociale vriendschap. Wereldwijde broederschap en sociale vriendschap worden concreet in onze bijdrage aan het project van de Vastenactie. Broederschap betekent altijd vooral aandacht hebben voor de zwakkeren. Aandacht voor je zwakkere broer of zus.
Vandaag wordt onze aandacht gevraagd voor jongeren in ontwikkelingslanden, voor beroepsonderwijs en voor ondernemerschap. Met een gedegen opleiding zijn zij beter in staat een redelijk inkomen te verdienen en eventueel een eigen bedrijf op te zetten. Tegenwoordig volgt wereldwijd 91 procent van alle kinderen basisonderwijs. Dat is een enorme vooruitgang, want 20 jaar geleden was dat nog maar 54 procent. Vooral voor vrouwen en meisjes is dat een grote verbetering. Maar helaas kunnen veel jongeren na de basisschool niet verder leren. Hierdoor hebben zij drie keer meer kans op werkloosheid dan volwassenen. Vastenactie ondersteunt projecten die jongeren vervolgonderwijs bieden of hulp bij het starten van een eigen bedrijfje. De afgelopen drie jaar volgden al meer dan vierduizend mensen een beroepsopleiding met hulp van Vastenactie. Tijdens de Vastenactie-campagne van dit jaar willen we nog veel meer mensen een steuntje in de rug geven, om hen te helpen een zelfstandig bestaan op te bouwen, zodat ze voor zichzelf en voor hun familie kunnen zorgen én een rol kunnen spelen in hun gemeenschap. Met uw hulp kunnen veel jongeren werken aan hun toekomst.
Iedere mens heeft het recht te groeien en zich te ontwikkelen. Zelf kunnen zorgen voor het brood dat je eet geeft je waardigheid en vreugde. Werken stelt je in staat bij te dragen aan de opbouw van de gemeenschap, aan de opbouw van je land en aan het algemeen welzijn. Met onze steun aan de jongeren in de ontwikkelingslanden dragen wij bij aan de wereldwijde broederschap en de sociale vriendschap tussen alle mensen. Zo wordt de weg naar de vrede geopend. Zo dragen wij bij aan het Rijk Gods dat nabij is. Zo geven wij als leerlingen van Jezus inhoud aan het nieuwe verbond. Amen.