Vandaag is de Veertigdagentijd begonnen: veertig dagen die staan in het teken van bezinning en van inkeer. veertig dagen voor persoonlijke groei en gemeenschappelijke vernieuwing, veertig dagen om ons te oefenen in het goede en af te zien van het kwade, veertig dagen om te groeien in vertrouwen en hoop op God. Veertig dagen lang zijn wij samen met Jezus op weg naar Pasen. Veertig dagen lang mogen wij ons extra verbinden met Hem. Hij is onze weg naar de Vader. Niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.
Paus Franciscus noemt de Veertigdagentijd de gunstige tijd om het goede te zaaien met het oog op de oogst. Hiermee is de Veertigdagentijd beeld voor heel ons leven. Oefenen is een vorm van zaaien. Ons hele leven blijven wij oefenen en leren. Altijd kunnen wij groeien. Daar ben je nooit te oud voor. Door te oefenen worden we betere mensen. De oogst is dat goed zijn ons gelukkig maakt.
Er zijn vele zaken die wij door te oefenen kunnen verbeteren. We kunnen ons oefenen is soberheid, solidariteit en in spiritualiteit. Soberheid oefenen we door te vasten, door af te zien van materiële genoegens. Soberheid stelt ons in staat tot solidariteit met onze medemensen. Vasten en het geven van aalmoezen gaan hand in hand. Het Vastenactieproject vraagt onze solidariteit met inheemse volkeren. Met name met de Maya’s in Guatemala die door onze giften geholpen worden bij het behoud van de rivier waarvan hun bestaan afhankelijk is. Straks wordt er uitgebreid uitleg gegeven over het Vastenactieproject. In deze tijd wordt onze solidariteit ook gevraagd voor de mensen in Oekraïne die lijden onder oorlog en geweld en voor hen die hun land ontvlucht zijn. Komende zondag zal de collecte voor Oekraïne zijn. Op onze website vindt u hierover meer informatie.
Oefenen in soberheid is nodig om ons vaak luxe leven aan te passen. Ons leven moet aangepast worden aan de mogelijkheden van de aarde. De aarde biedt ons genoeg, maar we moeten het wel eerlijk verdelen. Een eerlijke verdeling is nodig om alle mensen te laten genieten van de vruchten van de aarde. De oogst is bedoeld om eerlijk onder alle mensen te verdelen. Ook mogen we de aarde niet uitputten door meer de oogsten dan wat de aarde kan opbrengen. Door teveel van de aarde te vragen putten we haar uit. Zo plunderen wij de schepping. We lenen onze aarde van onze kinderen en kleinkinderen. Het is onze opdracht goed voor de schepping te zorgen en haar in een gezonde staat door te geven aan de volgende generaties.
De paus schrijft dat “wij kunnen zaaien door het goede te doen. Deze oproep om het goede te zaaien moet niet als een last gezien worden, maar als een genade waarmee de Schepper ons actief deel wil laten uitmaken van zijn vruchtbare grootmoedigheid. Een eerste vrucht van het goede dat gezaaid is, vinden we in onszelf en in onze dagelijkse relaties, zelfs in de kleinste gebaren van goedheid. Bij God gaat geen enkele daad van liefde, hoe klein ook, en geen enkele ‘edelmoedige inspanning’ verloren. Het goede zaaien voor anderen bevrijdt ons van de enge logica van het persoonlijke gewin en verleent ons handelen de weidse adem van belangeloosheid, waardoor wij worden opgenomen in de wonderbare horizon van Gods welwillende plannen.”
De Veertigdagentijd is ook een tijd van spiritualiteit, van gerichtheid op God. Door de soberheid krijgen we ruimte voor God en medemens. De soberheid schept ruimte voor de liefde voor God en medemens. Soberheid is een vorm van bekering. Zij schept ook ruimte voor andere vormen van bekering. Door af te zien van verstrooiing zoals bijvoorbeeld door de digitale media krijgen we tijd voor bezinning en zelfreflectie. Bezinning en zelfreflectie doen ons de waarheid onder ogen zien. Zo worden we ons bewust van onze verslavingen aan materiële genoegens en lege tijdsbestedingen. We worden ons bewust van onze zwakheden en onze zelfgerichtheid. We worden ons bewust van het kwaad dat we aanrichten.
De Veertigdagentijd is een tijd van inkeer en verzoening. Door het oefenen van het goede vinden we nieuwe wegen in ons leven, wegen die ons op het spoor zetten van God en van onze medemens. Wegen die ons werkelijk geluk brengen. De Veertigdagentijd is ook bij uitstek de tijd voor het Sacrament van Boete en Verzoening. De apostel Paulus roept ons op tot verzoening met God. In het Sacrament geeft Jezus ons de genade om de nieuwe wegen te kunnen gaan. Hijzelf is onze weg ten leven. Paulus schrijft: “Nu is die gunstige tijd, vandaag is het de dag van heil.” Jezus roept ons op: “Bekeert u en gelooft in het Evangelie.” Hij is onze Weg, onze Waarheid en ons Leven. Als zijn leerlingen mogen wij ons leven verbinden met het zijn leven. Door en in Hem vinden wij onze weg naar God. Amen.
De Veertigdagentijd krijgt een nieuw karakter. Het is niet langer een tijdelijke periode van soberheid. Nu is het een periode waarin we op zoek gaan naar wegen van blijvende soberheid. We zijn ons ervan bewust dat we ons leven niet op de gebruikelijke wijze kunnen voortzetten. We moeten ons welzijn zoeken in andere dan materiële zaken. Alleen wegen van soberheid leiden naar een duurzame toekomst, een toekomst met behoud van de schepping, een toekomst samen met alle mensen.
Tot voor kort onthielden we ons gedurende de Veertigdagentijd een korte tijd van een aantal genoegens. Met Pasen stopten we daarmee en pakten we ons normale leven weer op. Het was een oefening in zelfbeheersing en het gaf ons ruimte voor meer aandacht voor God en voor onze medemens. Daar was helemaal niets mis mee.
De afgelopen eeuw heeft ons een enorme welvaart gebracht. Wetenschap en techniek maakten een geheel nieuwe manier van leven mogelijk, een leven met veel comfort en met vele geneugten, een leven ook met weinig ziekte en een lange levensduur. Ons streven was erop gericht deze welvaart voor iedereen mogelijk te maken. Voor ons gevoel boden wetenschap en techniek onbeperkte mogelijkheden. De laatste vijftig jaar echter zijn we er gaandeweg achter gekomen dat dat niet het geval is. De aarde heeft beperkte mogelijkheden en onze manier van leven vraagt veel meer dan de aarde aan kan, waardoor we leven ten koste van de aarde. In plaats van te leven van de vruchten van de aarde, putten we haar uit en plunderen we de schepping.
Eerlijk delen is niet langer de ander optrekken naar ons niveau. Eerlijk delen is nu de ander geven van onze overvloed, afstand doen van onze bevoorrechte positie en werkelijk een deel van onze welvaart inleveren. Eerlijk delen is erkennen dat alle mensen dezelfde rechten hebben. Dit vraagt een flinke omslag in ons denken en in ons doen. Zo’n omslag vraagt om geleidelijkheid.
We moeten ons oefenen in het maken van eerst kleine stappen om vervolgens grotere stappen te kunnen doen. De Veertigdagentijd is de tijd bij uitstek voor dit oefenen om te komen tot blijvende veranderingen.
Soberheid is niet met een zuur gezicht rondlopen met het idee dat niets meer mag. Soberheid vraagt dat we ons op andere dan materiële zaken richten. In plaats van ons op het hebben te richten, kunnen we ons richten op het zijn, het zijn van de ander en het zijn van onszelf. Genieten van elkaar en er zijn voor elkaar gaat heel goed zonder de aarde uit te putten. Eten moet je toch, dus doe het samen en zorg voor gezelligheid. Samen genieten van cultuur, van de natuur en sporten kan ook in de directe eigen omgeving zonder grote hoeveelheden CO₂ uit te stoten.
Paus Franciscus heeft ons met de encyclieken Laudato si’ en Fratelli tutti op de noodzaak van soberheid gewezen. Dit leidt in de Kerk tot allerlei actie. In Nederland hebben de bisschoppen en de religieuze ordes en congregaties het initiatief genomen tot de Laudato Si’ Alliantie Nederland (zie www.laudato-si.nl).
Wereldwijd is de internationale koepel van katholieke hulpen ontwikkelingsorganisaties Caritas Internationalis ter gelegenheid van haar zeventigjarig bestaan de drie jaar durende campagne Together We gestart (zie www.caritas.org/togetherwe). Genoeg mogelijkheden om inspiratie op te doen om ook zelf stappen te zetten. Ik wens u een vruchtbare Veertigdagentijd toe.
“Kan soms de ene blinde de andere leiden? Vallen dan niet beiden in de kuil?” Er is veel blindheid in onze wereld. Neem het idee van ‘ieder zijn eigen waarheid’. Het feit dat we verschillende meningen hebben en dat we als mensen de waarheid niet ten volle kunnen kennen, betekent niet dat er verschillende waarheden zijn. Hooguit hebben we als mensen daar verschillende ideeën over. Ons erbij neerleggen dat we het niet met elkaar eens worden en er daarom maar niet meer over praten is de gemakzuchtige weg. Het is onze opdracht gezamenlijk op zoek te gaan naar de waarheid. Dat vraagt om respect voor elkaar en het vraagt om dialoog met elkaar. Het vraagt om het kunnen maken van onderscheid.
In iedere mens licht er een sprankje van Gods waarheid op. Ieder mens is een kind van God, iedere mens is Gods erfgenaam. Juist door naar elkaar te luisteren, door met elkaar in gesprek te gaan krijgen we meer zicht op de werkelijke en de gehele waarheid. Blindheid is een grote handicap. Wij kunnen door allerlei oorzaken verblind worden. We kunnen ons uit luiheid of door gebrek aan moed verschuilen in onze eigen bubble van gelijkgestemden. We kunnen onze ogen sluiten voor wat er om ons heen gebeurd. We kunnen onze ogen sluiten voor de kennis en ervaringen die anderen vergaard hebben. We kunnen ook blind zijn door onze zelfgerichtheid. We kunnen blind zijn door haat en wraakgevoelens. We kunnen blind zijn door zucht naar roem en door machtswellust. Door onze blindheid zien we de ander niet langer als een mens. De ander wordt een ding dat gebruikt kan worden. De ander wordt een zaak die bestreden moet worden.
Ons eigen gelijk kan ons blind maken. Zelfs als leerlingen van Jezus kunnen wij verblind raken. Dan zien we niet langer onze medemens, maar alleen het vlekje op zijn gezicht, de splinter in zijn oog, de onvolmaaktheid die ook deze mens tekent. Onze eigen gelijk, onze obsessie voor de waarheid kan een balk in onze eigen ogen worden. Waarheid kan niet zonder liefde. Het gaat om liefde in waarheid. Alles komt voort uit de liefde van God, alles wordt er door gevormd en alles is er op gericht: God is liefde. Vormgeving van deze liefde in ons menselijk bestaan vraagt om waarheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar.
Onze opdracht als leerlingen van Jezus is anderen tot zijn leerlingen te maken. Maar een blinde kan geen blinde leiden. Wie zelf niet liefdevol en barmhartig is kan geen mensen naar Gods liefde en barmhartigheid leiden. “De leerling staat niet boven zijn meester; maar hij zal ten volle gevormd zijn als hij is gelijk zijn meester.” Jezus is de leraar. Hij is onze meester, wij zijn leerlingen. Als volgelingen van Jezus moeten wij zijn zoals Hij is en doen zoals Hij doet. Zo laten wij met ons doen en laten het gezicht van Jezus zien. Zo maken wij zijn liefde en barmhartigheid zichtbaar in onze wereld.
De tweede lezing uit de brief van Paulus aan de Korintiërs eindigt met “Daarom geliefde broeders en zusters, weest standvastig en onwankelbaar en gaat altijd voort met het werk des Heren; gij weet toch dat uw inspanning, dank zij Hem, niet vergeefs is.” Als wij leven in liefde en waarheid wordt onze vergankelijkheid bekleed met onvergankelijkheid. Liefde en waarheid zijn blijvend; zij vergaan nooit. Liefde en waarheid bestaan over de grenzen van de dood heen. Liefde en waarheid overwinnen de dood. God is liefde. Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Als wij de weg van Jezus gaan leven wij in liefde en waarheid. Hij doet ons in liefde de waarheid op het spoor komen. Hij geeft ons leven, nu en altijd. Amen.
Je bent jarig. Je krijgt cadeautjes. Hoe reageer je daarop? Ben je echt blij met wat je krijgt of reageer je tamelijk blasé omdat je alles al hebt? Een dergelijke vraag stelt Jezus hier aan de leerlingen en aan de aanwezige volksmenigte afkomstig uit heel Israël. Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Met deze vraag richt Jezus zich ook tot ons.
Vandaag horen we de zaligsprekingen zoals Lucas ze heeft beschreven. Deze versie van Lucas is minder bekend dan die van Matteüs. De versie van Matteüs wordt veel vaker aangehaald en klinkt ons daardoor ook bekender in de oren. Lucas en Matteüs geven ongetwijfeld beiden een getrouw beeld van deze gebeurtenis en van de woorden van Jezus, maar de beide evangelisten leggen wel verschillende accenten.
Een opvallend verschil is dat Lucas de zaligsprekingen tot vier beperkt en dat hij ze aanvult met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken tegenover de zaligsprekingen. Door de tegenstelling die er ontstaat, door het tegenover elkaar plaatsen van de zaligsprekingen en de wee-uitspraken, worden we door deze versie van Lucas als christen voor een keuze geplaatst. Kies je als leerling van Jezus voor de ene of de andere levenswijze? Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam?
Lucas vermeldt vier zaligsprekingen en vier wee-uitspraken. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. Arm zijn en honger hebben staan hier voor verlangend zijn, rijk en verzadigd zijn voor zelfgenoegzaamheid. Wie weent, weet dat hem nog van alles ontbreekt. Wie lacht is tevreden met zichzelf.
Verlangen wij naar het bevrijdende werk van Jezus? Verlangen wij naar het Rijk Gods dat Hij verkondigd? Zien wij onszelf als afhankelijk van Gods liefde en genade? Of verliezen wij ons in kortstondig plezier? Zijn wij vooral uit op ons eigen genieten? Denken wij ons geluk zelf in de hand te hebben? Rijk en verzadigd zijn kan ons doen denken dat we dat aan ons zelf te danken hebben en dat het onze eigen prestatie is, in plaats van dat alles wat we zijn en hebben ons geschonken is.
Door zelfgenoegzaamheid sluiten we ons af van Gods liefde en genade. We verliezen onze ontvankelijkheid. Om ontvankelijk te kunnen zijn, moet we verlangend zijn. Ontvankelijkheid vraagt dat wij naar iets verlangen dat we niet zelf kunnen realiseren. Dit is ook wat we in de eerste lezing zien. De profeet Jeremia schetst de keuze van de mens heel beeldend: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt… Gezegend is hij de op de Heer vertrouwt…” Het is de keuze tussen onvruchtbaarheid en vruchtbaarheid, de keuze tussen dood en leven.
Leerling zijn van Jezus vraagt om durf en om moed. Het vraagt om afzien en het vraagt om geduld. Het vraagt te kiezen voor zaken die er werkelijk toe doen, te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan en daarvan te getuigen zodat ook anderen deze keuze kunnen maken. Dat maakt je zeker niet altijd geliefd. Voor Jezus kiezen maakt je mogelijk een dwaas in de ogen van anderen met als consequentie dat je wordt uitgesloten en een paria wordt. Hierover zegt Jezus: Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. Er is moed voor nodig de weg van de liefde en de waarheid, de weg van het geloof te gaan en er niet voor weg te lopen. Het vraagt moed een leerling van Jezus te zijn.
Leerling van Jezus zijn betekent dat je beseft dat je van Hem afhankelijk bent, dat je het geluk niet op eigen kracht bereikt. Het betekent dat al het goede je gegeven wordt en dat het geen eigen prestatie is. Het geluk is niet te koop. Je krijgt het werkelijk cadeau. God staat voortdurend klaar met zijn cadeautjes aan ons. Hij heeft ons geschapen voor de liefde. Hij heeft ons geschapen om gelukkige mensen te worden. Deze grote cadeaus liggen voor ons klaar. Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is hij die het aandurft pijn te lijden. Zalig is hij die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is hij die tegen de stroom in durft te gaan.
God overlaad ons voortdurend met zijn cadeaus. Cadeaus die wij moeten willen ontvangen en willen uitpakken. Cadeaus waarmee wij zelf aan de slag moeten gaan. We moeten met de genade meewerken. Gelijkwaardigheid en medeverantwoordelijkheid van allen is zo’n cadeau. Paus Franciscus zegt hierover dat er binnen de Kerk geen sprake is van acteurs en toeschouwers. Alle gedoopten zijn actieve deelnemers. Allen zijn medeverantwoordelijk. Wij kunnen onze medeverantwoordelijkheid oppakken door deel te nemen aan het synodale proces. In een synodale Kerk zijn we samen op weg en doen allen mee.
Als wij in staat zijn te ontvangen, kunnen we ook geven. De liefde en genade die ons geschonken wordt, kunnen we delen met iedereen. Door leerling van Jezus te worden, worden we ook zijn navolgers. En als navolgers gaan we ook van Hem getuigen, getuigen in woord en in daad. Van leerlingen worden we navolgers en verkondigers. Samen gaan we de weg van Jezus. Amen.
Aan het begin van deze viering werd u welkom geheten. Welkom aan iedereen “wat u hier ook zoekt”. Het einde van het welkomswoord klonk misschien wat moralistisch: “Maar soms lijkt Kerst meer een feest van goede bedoelingen dan van echte veranderingen.” Misschien dacht u: “ben ik wel echt welkom?” “Ben ook ik met al mijn tekortkomingen hier welkom?” Het Evangelie geeft hierop een luid en duidelijk antwoord: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.”
Het is volstrekt duidelijk: iedereen is hier van harte welkom. Bij de geboorte van Jezus worden als eerste de herders uitgenodigd. De herders waren onaanzienlijke lieden, de herders waren de verschoppelingen van die tijd. De herders waren zeker geen brave burgers. Ook als Jezus volwassen is, gaat zijn aandacht niet als eerste uit naar brave burgers. Hij heeft vooral aandacht voor de mensen aan de rand van de samenleving: tollenaars, melaatsen, armen en zondaars.
Onze parochies hebben het woord gastvrijheid hoog in het vaandel staan. Wij willen er zijn voor mensen op hun zoektocht in leven en geloven. Wij willen vindplaatsen zijn waar mensen elkaar willen verstaan, elkaar uitnodigen tot uitwisseling en verdieping en elkaar weten te bemoedigen in het beleven en vorm geven van het geloof. We hebben te maken met een weerbarstige situatie. Coronamaatregelen en gastvrijheid laten zich soms lastig combineren, maar zorg voor elkaars gezondheid is ook een vorm van gastvrijheid. Corona maakt ook vindingrijk. Denk aan de livestream waardoor u thuis met ons kunt meevieren.
Het thema van deze viering is: “Wat verwachten wij”. Wij mensen leven met verwachtingen. Wij hebben verwachtingen ten aanzien van onze toekomst. We verwachten mooi weer, een strenge winter, een fijne vakantie. We verwachten een gezellige avond, noem maar op. Vooral verwachten wij iets van andere mensen. Maar je kunt je ook afvragen: wat verwachten wij van God en wat verwachten wij van de Kerk. En – ook niet onbelangrijk – wat verwachten wij van onszelf en wat verwacht God van ons?
Van God mogen wij van alles verwachten. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, zijn gedachten zijn niet onze gedachten. Maar uiteindelijk gaat het maar om één woord: liefde. God is liefde. Uit liefde heeft Hij alles geschapen. Uit liefde zijn wij geboren. Uit liefde is zijn Zoon mens geworden zoals wij. De grote belofte van God aan ons is dat wij mogen leven in zijn liefde. Met die boodschap is Jezus naar onze wereld gekomen. Hij heeft ons en heel de schepping bevrijdt van alles wat de liefde dwarsboomt. Hij heeft de liefde tot de essentie van het leven gemaakt. Dus: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.”
Wat verwachten wij van de Kerk? De Kerk is geen supermarkt waar je koopt wat je denkt nodig te hebben. De Kerk is ook geen welnesscentrum of zorginstelling. De Kerk biedt zeker zorg en troost, maar zij daagt ook uit tot verandering. De Kerk is betrokken op heel het leven en het welzijn van alle mensen. Het Vaticaans Concilie formuleerde het zo: “De vreugde en de hoop, het leed en de angst van de hedendaagse mens, vooral van de armen en van alle lijdenden, zijn ook de vreugde en de hoop, het leed en de angst van Christus’ leerlingen.” Steeds weer opnieuw zoekt de Kerk wegen om – onder steeds weer andere omstandigheden – haar roeping gestalte te geven. Paus Franciscus heeft afgelopen jaar alle gelovigen opgeroepen na te denken over de uitdagingen van de toekomst. Hoe blijven wij getuigen van de christelijke boodschap van liefde. Kerk is niet alleen paus en bisschoppen, niet alleen de geestelijkheid; Kerk, dat zijn wij allemaal. Er is geen sprake van acteurs en toeschouwers. Alle gelovigen zijn actieve deelnemers. Ook u wordt opgeroepen mee te denken over de toekomst van de Kerk. De paus streeft naar een synodale Kerk waarin iedereen meedenkt en meedoet. Binnen onze federatie willen we daar komende maanden werk van maken. Hopelijk is het over enige tijd weer mogelijk daarvoor bijeenkomsten te beleggen waaraan ook u mee kunt doen. U leest erover op onze website en in Kerk aan de Vliet.
Tenslotte: wat verwachten wij van onszelf en wat verwacht God van ons? Wij mensen zijn gelukzoekers. Wij zijn op zoek naar het geluk. Wij willen ook goede mensen zijn Door anderen gelukkig te maken worden ook wijzelf gelukkig. Wij zoeken heel ons leven naar liefde en geluk. Een leven van liefde en geluk is niet een aaneenschakeling van piekervaringen. Het gaat juist om duurzame liefde en bestendig geluk. Tevredenheid is een woord dat daar goed bij past. Onze blijvende levenshouding is veel belangrijker dan een kortstondige ervaring. Dit streven naar liefde en geluk is iedere mens aangeboren. Ook daarin zijn wij geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. God heeft zijn eigen verlangen naar liefde in de mens gelegd. Liefde dat is wat God van ons verwacht.
Een van onze menselijke tekortkomingen is dat we vaak geneigd zijn te kiezen voor het onmiddellijke geluk, voor de kortstondige euforie, voor de sensatie, voor de piekervaring en daardoor juist het bestendige geluk uit het oog verliezen. In de tweede lezing hoorden hierover Paulus. Hij wijst ons erop dat Jezus voor ons de weg is tot het bestendige geluk en tot de blijvende liefde. Jezus is de zalige vervulling van onze hoop. Wij worden uitgenodigd ons leven met Hem te verbinden; wij worden uitgenodigd zijn leerlingen te zijn. Leerling zijn is een proces van vallen en opstaan. Leerling zijn is altijd weer opnieuw mogen beginnen. Leerling zijn houdt ons in beweging en zet ons aan tot veranderen. Leerling zijn is er niet alleen voor staan, maar kunnen vertrouwen op onze Leraar Jezus Christus.
“Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.” Iedereen is uitgenodigd en geroepen tot leerling van Jezus. Wij mogen daaraan onze bijdrage leveren door te leven als leerling en door anderen daarover te vertellen. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.
De profeet Micha voorziet de geboorte van een kind. een kind dat zal uitgroeien tot een man van vrede, een man die vrede en veiligheid brengt tot de uiteinden der aarde. Twee nichten ontmoeten elkaar. Maria en Elizabeth, twee vrouwen die zwanger zijn, twee vrouwen die vol zijn van nieuw leven, twee vrouwen die verwachtingsvol een belofte in zich dragen.
Beide kinderen zijn door de engel Gabriël aangekondigd als beloftes: Over Johannes de Doper zegt de engel tegen Zacharias: “Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Vele zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God.” Over Jezus zegt Gabriël tegen Maria: “Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken.”
Een belofte, een kind: Ieder kind is een belofte. Ook als er geen engel aan te pas komt om de geboorte aan te kondigen, is een kind een belofte. Iedere mens is een kind van God. Iedere mens is geschapen als een beeld van God. Iedere mens is beelddrager van God. Wij allen worden geboren met de belofte Gods liefde te kunnen ontvangen, God lief te hebben en Gods liefde te delen met onze medemensen. Dat is de manier waarop Christus in de wereld kwam om Gods wil te doen. Dat is ook de wijze waarop wij – als zijn leerlingen – Gods wil mogen doen.
Maria en Elizabeth zijn vervuld van Gods liefde. Zij ervaren dat ook aan elkaar. Beiden stralen van liefde. Beiden jubelen het uit. Met grote vreugde begroet Elisabeth haar nicht Maria. Maria zal dat beantwoorden met haar lofzang: het Magnificat. De door Gabriël uitgesproken beloftes zijn groot. Maar dat geldt ook voor de opdracht die beide kinderen in deze beloftes meekrijgen. Groot zijn in de ogen van God gaat niet zonder slag of stoot.
De twee aanstaande moeders leven niet in een roes. Zwangerschap is niet een kwestie van leven op een roze wolk. Wat gaat dit voor hun kinderen betekenen? Welke strijd zullen zij moeten aangaan? Kunnen zij dit aan? Zal het goed met hen aflopen? Deze twee gelovige vrouwen weten dat God zijn belofte na zal komen. Ze weten ook dat hopen op de vervulling van Gods beloften niet een kwestie is van afwachten, van wachten op de goede afloop.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme. De optimist denkt: het komt wel goed; het zal zo’n vaart niet lopen; ze lossen het wel op. De optimist ziet het wel gebeuren. Iemand die hoopt, komt daarentegen zelf in actie. Hoopvolle mensen denken: we gaan er wat aan doen; het doel dat we voor ogen hebben, is een inspanning en een offer waard. Hopen is niet werkeloos afwachten, maar juist vol vertrouwen op een goed resultaat met veel ijver een bijdrage leveren. Augustinus schrijft: “Hopen betekent geloven in het avontuur van de liefde, vertrouwen in de mensen hebben, de sprong in het onzekere wagen en je helemaal overgeven aan God.”
Christelijke hoop doet ons leerling van Jezus zijn. Door ons met Hem te verbinden, zijn wij in staat onze bijdrage te leveren aan de komst van het Rijk Gods. Dit is de hoop die Maria en Elisabeth doet jubelen. De vervulling van de belofte zal niet zonder pijn en verdriet zijn, maar de uiteindelijke vreugde zal dit allemaal teniet doen.
Vandaag is er een tweede collecte voor de Adventsactie. Het thema van de Adventsactie is: ‘Een gezonde start voor moeder en kind’. Vanuit onze federatie willen we een bijdrage leveren aan een goede toekomst voor moeders en kinderen in Zimbabwe. Er zijn beslist hoopvolle ontwikkelingen in de wereld: in 2019 was de kindersterfte gedaald tot het laagste punt ooit en bij moeders daalde het aantal sterfgevallen de afgelopen twintig jaar met meer dan een derde. Het helpt dus enorm deze kwetsbare groep te steunen met concrete hulp!
Wij steunen een project in Zimbabwe voor een opvanghuis bij een kraamkliniek, zodat zwangere vrouwen en hun echtgenoot ruim op tijd voor de bevalling naar de kliniek kunnen komen en daar veilig de bevalling kunnen afwachten. Met onze bijdrage aan de Adventsactie zorgen wij ervoor dat er een einde komt aan de veelvuldige sterfte van pasgeboren kinderen en van moeders bij de bevalling.
Een belofte, een kind. Wij dragen eraan bij dat de beloftes die ook deze moeders en kinderen in zich dragen, tot vervulling komen. Wij zijn in staat met onze bijdrage hun hoop op een goede toekomst waar te maken en zo bij te dragen aan Gods belofte aan alle mensen. Amen.
“De wereld lijdt door de verandering van voeten in rubber, van benen in leer, van het lichaam in textiel en van het hoofd in staal… De wereld lijdt door de verandering van de schop in een geweer, van de ploeg in een tank, van het beeld van de zaaier die zaait, in dat van een robot met zijn vlammenwerpers, uit wiens zaad eenzaamheid ontspruit. Alleen de poëzie, zal met de nederigheid van haar stem deze wereld kunnen redden.” (Vinicius de Moraes, geciteerd in Querida Amazonia)
De exhortatie Querida Amazonia (Geliefd Amazonië) is niet alleen een aanklacht tegen de roofbouw op het enorme regenwoud van Amazonië en verdrukking en uitbuiting van haar bewoners. Het is ook een brief waarin paus Franciscus aandacht besteed aan de ecologische spiritualiteit waarmee de bevolking van Amazonië heel de mensheid verrijkt. Hiervoor citeert de paus verschillende Latijns-Amerikaanse schrijvers en dichters. De liefde voor en de verbondenheid met de natuur staan hierin centraal.
De paus schrijft: “In een culturele werkelijkheid zoals Amazonië, waar een zo nauwe relatie tussen mens en de natuur bestaat, is het dagelijkse bestaan altijd kosmisch. Anderen uit hun slavernij bevrijden houdt zeker in dat men zorg draagt voor het milieu en het beschermt, maar nog meer dat men het hart van de mens helpt zich met vertrouwen open te stellen voor de God die niet alleen alles wat bestaat, heeft geschapen, maar ons ook zichzelf in Jezus Christus heeft gegeven. De Heer, die als eerste voor ons zorgt, leert ons de zorg te dragen voor onze broeders en zusters en het milieu dat Hij ons iedere dag schenkt. Dit is de eerste ecologie die we nodig hebben. (…) Het beklemtonen van het feit dat alles met elkaar verbonden is geldt in het bijzonder voor een gebied als Amazonië. (…) Als de zorg voor de mensen en de zorg voor ecosystemen niet te scheiden zijn, dan krijgt dit bijzondere betekenis daar waar het woud niet een bron die moet worden geëxploiteerd, maar een wezen, of verschillende wezens waarmee men een relatie kan aangaan. (…) Misbruik maken van de natuur betekent misbruik maken van voorouders, broeders en zusters, de schepping en de Schepper en een wissel op de toekomst trekken.”
Om de noodkreet van Amazonië te verwoorden, citeert de paus de dichter Juan Carlos Galeano:
“Degenen die geloofden dat de rivier een koord was om mee te spelen, vergisten zich.
De rivier is een dunne ader op het gezicht van de aarde. (…)
De rivier is een touw waaraan dieren en bomen zich vastklampen.
Als ze te hard eraan trekken, zou de rivier kunnen ontploffen.
Hij zou kunnen ontploffen en het gezicht met water en bloed kunnen wassen.”
Ook gepubliceerd op de website Kerk en Milieu.
Jezus roept ons op tot waakzaamheid. We moeten ons voorbereiden op de komst van de Heer. Het eerste waaraan wij dan in onze tijd denken is: aan de slag! We denken dat we van alles moeten gaan doen om ons voor te bereiden en om waakzaam te zijn. Waakzaamheid en voorbereiding zien wij vooral als resultaten van ons handelen.
Vorige week zaterdag schreef Marjolijn van Heemstra[i] in De Volkskrant een artikel over schemeren, over het kijken naar de invallende duisternis. Een uurtje niets produceren en niets consumeren. Ik moest denken aan mijn vader. Ik kom thuis, zie mijn vader zitten en vraag hem: “Heit wat zit heit hier in het donker?” Hij antwoordt: “Jongen, ik kijk naar de lichtjes van Abbega.” Vanuit mijn geboortehuis heb je rondom uitzicht over de weilanden Abbega is een dorpje dat hemelsbreed een kilometer verderop ligt. Het was een vredig tafereel, een moment van echte rust. Mijn vader, soms met een of meer kinderen in de huiskamer, de gordijnen nog open, het licht uit, uitkijkend over het Friese land waarover langzaam maar zeker de duisternis valt.
Marjolijn van Heemstra beschrijft het schemeren zoals dat vroeger gebeurde als “een piepklein overgangsritueel waarin werk werd losgelaten en rust begon”. Schemeren is niet alleen een toestand. Het kan ook een activiteit zijn. Zij vraagt zich af: “Wie gaat er nu nog zitten wachten tot de kleur uit de dag trekt? Verspilde uren. En daarbij: waarom zou je achteroverleunen in een tijd van massa-uitsterving, zeespiegelstijging en een voort-etterende pandemie? We hebben geen tijd te verliezen!” Juist nu pleit Van Heemstra “voor een comeback van het zitten en wachten. Om te beginnen omdat het niets oplevert. Althans geen geld, geen volgers of spiermassa. Dat alles wat we doen iets moet opleveren, is precies de mentaliteit waar we van af moeten.” Zij pleit voor “de fundamentele mentaliteitsverandering die nodig is om ons veilig de toekomst in te loodsen. Er komt een punt waarop we zullen moeten minderen. Repareren wat kapot is. Het herfstbos in de buurt verkiezen boven het strand van Bali.”
Hoorden we Jezus ons hier ook niet voor waarschuwen. Zijn woorden zijn in onze tijd actueler dan ooit. “Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven…”
Schemeren kan ons volgens Marjolijn van Heemstra helpen. Ze schrijft: “Het is geen wondermiddel… Wat het wel is: een gratis en zeer toegankelijke oefening in niet-doen en niet-zijn. Een manier om jezelf los te weken van een gejaagd beeldschermbestaan en het waanbeeld dat onze werkelijkheid iets te maken heeft met een rechte lijn omhoog”, een lijn van steeds meer groei. “Schemeren is opzienbarend. Het is een paradoxale ervaring: het gaat zo langzaam dat er niets lijkt te gebeuren, terwijl intussen alles verandert. (…) Lijnen worden zachter, waardoor de dingen, mensen, bomen in elkaar lijken over te lopen. Hoe langer je wacht met het licht aanknippen, hoe meer verweven alles wordt.”
Uitzien naar de komst van de Mensenzoon is dat ook niet een vorm van uitzien naar het moment waarop alles een wordt, uitzien naar de samensmelting van heel de schepping met God, uitzien naar de opname van ons allen in de gemeenschap van de heilige Drie-eenheid?
Schemeren is een vorm van soberheid. Soberheid maakt ons vrij. Soberheid verlost ons van onze verslavingen. Soberheid beschermt ons tegen het idee dat we alles in eigen hand hebben en bevrijdt ons daarmee van onze zorgen van het leven. Soberheid schept tijd en ruimte. Zoals voor vele deugden geldt ook voor soberheid dat het een kwestie van oefenen is. Je kunt het jezelf aanleren door rustig en met kleine stapjes te beginnen. Mogelijk is schemeren zo’n stapje.
Naast de herinnering van vijftig jaar geleden aan mijn vader heb ik weinig herinneringen aan schemeren. Hooguit een enkele keer op de camping: na een barbecue rustig bij het vuur zitten en naar de invallende duisternis kijken. Een moment van rust en vrede, van reflectie en van dankbaarheid en tevredenheid. In ons dichtbevolkte land is schemeren misschien maar voor enkelen weggelegd. Ik ben eergisteren toch even wezen kijken en zag dat het ’s avonds in onze achtertuin behoorlijk donker is. Ik kom er dus niet onderuit met de smoes dat altijd overal licht brandt. Ik moet gewoon zelf de lampen uitdoen.
Corona zorgt ervoor dat we deze Advent minder mogelijkheden tot vertier hebben. Dat biedt ons een uitgelezen kans om ons te oefenen in soberheid. We dragen daarmee niet alleen ons steentje bij op het gebied van duurzaamheid. Soberheid geeft ons ook ruimte voor spiritualiteit. Tijd en ruimte maken voor God, ons bezinnen op het mysterie. Op die manier bereiden wij ons voor op de komst van de Mensenzoon. Voor de korte termijn is dat het feest van Kerstmis, het feest van de menswording van Gods Zoon. Voor de langere termijn is het onze eenwording in Christus met God zelf. Ik wens u een gezegende, een rijke en sobere Advent toe. Amen.
[i] Marjolijn van Heemstra, Verlos van de drang naar meer, meer met nieuwe rituelen, De Volkskrant, zaterdag 20 november 2021.