Spring naar inhoud

“God is liefde”; Ex 12,1-8.11-14; 1 Kor 11,23-26; Joh 13,1-15

De afgelopen weken hebben we veel uit het door Johannes geschreven Evangelie gelezen. Dit Evangelie Is anders dan de andere drie Evangeliën. Het heeft een geheel eigen plaats in de Bijbel. Johannes laat Jezus uitvoerig aan het woord. Niet zo zeer in de vorm van gelijkenissen, maar veel meer in gesprekken en lange redevoeringen. Dit is ook het geval tijdens het Laatste Avondmaal dat we vanavond gedenken. Johannes geeft ook een aantal bijzondere verhalen zoals we de afgelopen weken hebben gehoord: over de vrouw bij de put, over de blindgeborene en over de opstanding van Lazarus. verhalen met uitgebreide dialogen.

Wat Johannes hiermee doet, is de aandacht vestigen op het bijzondere van Jezus. Hij beschrijft Jezus in het licht van de goddelijke glorie. Hij laat ons zo diep doordringen tot het mysterie van de persoon Jezus, tot de menswording van God. Aan het eind van zijn leven schrijft Johannes een aantal brieven. Uit de eerste daarvan is de tekst: ‘God is liefde’. Blijkbaar komt Johannes hier tot een eindconclusie. Dit is de kern van het mysterie van God. Dit is de kern van de openbaring die Jezus ons brengt. ‘God is liefde.’ Daar draait het ook vanavond om.

Vandaag is het Witte Donderdag. Paulus vertelt ons hoe Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam en daarna de beker. Van dit brood en deze beker zegt Hij: “Dit mijn lichaam voor u. Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed.” En heeft ons een opdracht: “Doet dit tot mijn gedachtenis.” Voor Israël was het de eerste dag van het ongedesemde brood. Het paasfeest was op handen Er wordt stil gestaan bij de uittocht uit Egypte en de veertig jaar lange tocht door de woestijn. De joden gedenken hoe God hen geleid heeft en met hen is meegegaan op weg. Ze gedenken alle grote daden die God voor hen verrichtte.

Jezus eet met zijn vrienden, niet gehaast zoals we in de eerste lezing horen. Nee, Hij heeft hen nog veel te zeggen en Hij neemt er de tijd voor. Johannes besteedt er in zijn Evangelie vijf hoofdstukken aan. Anders dan Mattheüs, Marcus en Lucas schrijft Johannes niet over de maaltijd zelf: de instellingswoorden over Brood en Wijn, die wij van Paulus hoorden, vermeldt Johannes niet. Johannes legt een geheel ander accent. Hij vertelt ons over de voetwassing en over het lange gesprek dat Jezus met zijn leerlingen voert.

Brood en Wijn: het is voedsel voor onderweg. Voedsel voor onze weg ten leven. Elke keer als wij dit Brood eten en uit deze Beker drinken, worden wij uitgenodigd die nieuwe weg ten leven te gaan: de weg te gaan die tot het echte leven leidt en die ons echt geluk brengt. Bij Johannes is Jezus aan het woord over de weg die Hij moet gaan, en over de weg die zijn leerlingen zullen gaan: de weg waartoe ook wij uitgenodigd zijn om te gaan. Johannes maakt duidelijk dat het niet om die ene gebeurtenis gaat, maar om het hele leven. Het leven is geen gebeurtenis; het leven is een weg. Hoe deze weg eruit ziet laat Jezus zien door zijn vrienden de voeten te wassen. Hiermee stelt Hij een daad van liefde en verbondenheid. Hiermee komt Hij tot de kern van zijn boodschap: ‘God is liefde’.

Daarna vertelt Hij over de weg die Hij zal gaan, de weg naar zijn Vader, de weg die door de dood heen tot leven leidt. Hij vertelt de leerlingen hoe ook zij die weg zullen gaan, deze weg van liefde, deze weg ten leven. Vandaag worden ons twee tekens gegeven: De tekens van Brood en Wijn en het teken van de voetwassing. Twee tekens van liefde die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn.

Onder de gedaanten van Brood en Wijn is Christus werkelijk zichtbaar en tastbaar onder ons aanwezig. Hij voedt ons met zijn eigen Lichaam en Bloed. Zo kunnen wij ons op innige wijze met Hem verenigen en ons laven aan zijn gaven van liefde en genade. De voetwassing laat zien hoe wij zelf deze weg ten leven kunnen gaan. “Als Ik, de Heer en Leraar, uw voeten heb gewassen dan behoort ook gij elkaar de voeten te wassen. Ik heb u een voorbeeld gegeven opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb.” De tekens van Brood en Wijn en het teken van de voetwassing, Eucharistie en diaconie zijn onlosmakelijk, niet los van elkaar verkrijgbaar. Petrus wordt dit duidelijk gemaakt als hij de voetwassing weigert.

Het gaat niet alleen om het geven van liefde. Wij moeten ook liefde willen ontvangen, afhankelijk durven zijn van Gods liefde en van de onderlinge liefde. Jezus heeft ons met de voetwassing het voorbeeld gegeven en Hij is ons werkelijk nabij in de Eucharistie als heilzaam voedsel op onze levensweg. Zo wordt in ons leven waar dat God liefde is. Amen.

Op weg naar een luisterende kerk

Redactie: Jos Moons, Sjoerd Mulder & Karim Schelkens
Titel: Op weg naar een luisterende kerk: Synodale ervaringen in verleden en heden
Uitgever: Halewijn, 2022
Prijs: € 25,95
ISBN: 978 90 8528 671 4
Aantal pagina’s: 296

“Wat is synodaliteit eigenlijk, en waarom is het zo belangrijk?” In drieëntwintig korte artikelen geven evenzoveel schrijvers antwoorden op deze vragen. “Synodaliteit is niet iets nieuws of revolutionairs, maar veeleer de herontdekking van een traditie met oude papieren. (…) Synodaliteit is een proces van samen onderweg zijn, van gezamenlijk luisterend openstaan voor wat de Geest influistert.” Synodaliteit is een verdere uitwerking van de visie van het Tweede Vaticaans Concilie. Paus Franciscus stelt dat God van de Kerk verwacht dat zij in het derde millennium het pad van de synodaliteit gaat. Dat is een voortdurende oefening in het openstaan voor de Geest die ons mensen te boven gaat, en het serieus nemen van de geloofszin van alle gedoopten.

Het boek bestaat uit drie delen over de historische ontwikkelingen van synodaliteit, over vormen van synodaliteit binnen de r.-k. traditie en over synodaliteit in andere christelijke kerken. Het geheel is een waardevolle en toegankelijke kennismaking met de rijkdom en diversiteit van synodale tradities.

Leven en dood; Ez 37,12-14; Rom 8,8-11; Joh 11,1-45

Leven en dood: twee begrippen die tegenover elkaar staan, die duidelijk aan elkaar tegengesteld zijn. Maar die als we bijvoorbeeld naar onze taal kijken ook weer niet zo zwart-wit blijken te zijn. Zo kunnen we het hebben over een levendige persoon, maar dat betekent niet dat iemand die niet levendig is, dood is. We kunnen iemand een dooie pier noemen, maar dan hebben we het echt over een levende persoon. In het Evangelie zien we verwarring over de begrippen slapen en wekken. De leerlingen denken dat Lazarus slaapt, maar Jezus bedoelt dat hij dood is.

De profeet Ezechiël heeft het over het openen van graven. De massa’s worden vanuit hun graven teruggevoerd naar Israël. Daar zullen ze weer leven. Tijdens hun ballingschap in Babylon zijn de Israëlieten zo goed als dood. Het volk van Israël heeft alle hoop verloren. De dorre beenderen zijn een teken van wanhoop. In een visioen ziet Ezechiël de dorre beenderen weer tot leven komen. Er is altijd hoop hoe benard de situatie ook is. Gods Geest geeft voortdurend nieuw leven. Paulus schrijft over de lichamelijke dood terwijl de geest blijft leven. Zo blijken leven en dood toch niet zo zwart-wit en tegengesteld als het op eerste gezicht wel lijkt. We kunnen levend dood zijn en dood levend zijn. We kunnen dood zijn en weer tot leven komen.

In het verhaal van Lazarus is het duidelijk. Lazarus is echt dood: “Hij riekt al, want het is reeds de vierde dag.” Lazarus wordt vervolgens weer werkelijk levend. Hij loopt geheel op eigen kracht zijn graf uit. Met het tot leven wekken van de dode Lazarus maakt Jezus duidelijk dat Hij de Heer van het leven is. Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, en ieder die leeft in geloof in Mij, zal in eeuwigheid niet sterven.” Jezus zelf is het ware leven, eeuwig leven en Hij geeft dit ware, dit eeuwig leven aan allen die in Hem geloven. Jezus is ook de Heer van ons leven. Hij kan ook ons weer nieuw leven geven, ons weer doen opbloeien. Eeuwig leven is niet alleen iets van na onze lichamelijke dood. Het eeuwig leven, het ware leven mogen we hier en nu reeds ervaren. Paulus schrijft dat wie zelfzuchtig en zelfgenoegzaam is God niet kan behagen. Ons bestaan wordt beheerst door de Geest van God die in ons woont. De Geest van God, de Geest van Christus geeft ons het volle leven. Als die Geest in ons woont zijn wij levendige mensen, dan zijn wij geen dooie pieren.

Jezus gaf mensen weer hoop. Hij gaf hun leven. De vrouw bij de put werd door Hem gezien en gekend. Dat gaf haar weer hoop. Zij kwam tot een nieuw leven. De blindgeborene werd de ogen geopend. Hij kon zien en zag wie Jezus werkelijk is. Dat gaf hem nieuw leven. Ook ons is het gegeven leven te brengen aan mensen zonder hoop. Met onze daden van liefde schenken wij hoop en nieuw leven. Dat geldt voor de vluchtelingen die wij met onze bijdrage aan de Vastenactie uitzicht op een goede toekomst bieden. Onze financiële bijdrage brengt hen hoop en nieuw leven. Ook dichtbij huis, juist dichtbij huis kunnen we er zijn voor onze buren door aandacht voor ze hebben, door naar hen om te zien en door hulp te bieden wanneer dat nodig is. Ook zo brengen wij hoop en nieuw leven.

Wij zijn leerlingen van Jezus. Hem mogen wij volgen en navolgen. Hij is onze leermeester in de liefde. Hij laat ons opbloeien tot liefdevolle mensen. Wij zijn op weg naar Pasen. De komende weken zien wij hoe Jezus zijn weg gaat, een weg die door lijden en dood voert tot opstaan en verrijzenis. Het is zijn weg van hoop, van een leven in liefde. Zijn weg van dood en verrijzenis is onze weg ten leven. Laten wij met Hem op weg gaan. Amen.

Je ziet het ene

Auteur: Herwi Rikhof
Titel: Je ziet het ene: Beschouwingen over de zeven sacramenten en liederen van de Kerk
Uitgever: Adveniat, 2021
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 94 9316 152 8
Aantal pagina’s: 128

Priester en theoloog Herwi Rikhof combineert in dit boek reflecties over de zeven sacramenten met analyses van enkele liederen van de Kerk. Hij laat zien hoe de sacramenten zijn verbonden met de heilige Geest en hoe ze niet los gezien kunnen worden van de menswording van God. “Bij sacramenten gaat het om transparantie en wel die bijzondere vorm van transparantie, waarbij wat gezegd en gedaan en gebruikt wordt van belang is, omdat daarin en daardóór God en het handelen Gods zichtbaar wordt. Je ziet het ene en je weet de Andere aanwezig…” Ook Jezus wordt ‘sacrament’ genoemd. “Hij is het zichtbare teken van de onzichtbare Vader.” Alleen voor gelovige ogen zichtbaar.

Met dit inspirerende, goed leesbare en mooi uitgevoerde boek helpt Rikhof ons naar een beter begrijpen en beter aanvoelen van de betekenis van de zeven sacramenten in ons christelijk leven. De analyses van de veelal bekende liederen ondersteunen dit. Ook maakt hij veelvuldig gebruik van kerkelijke beeldende kunst. Het boek is een aanrader voor iedere christen.

Samen de berg op: Gn 12,1-4a; 2 Tim 1,8b-10; Mt 17,1-9

Vandaag horen we hoe Abram wegtrekt uit zijn land, hoe hij een onzekere toekomst tegemoet gaat, maar ook hoe hij vertrouwt op God en hoe hij vertrouwt op de beloftes die God hem doet. Jezus nodigt Petrus, Jakobus en Johannes uit met Hem de berg op te gaan om. Een paar dagen hiervoor vroeg Jezus aan zijn leerlingen: “Wie zegt gij dat Ik ben?” Petrus antwoordde: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Maar als Petrus vervolgens hoort hoe Jezus zal moeten lijden en sterven, verzet hij zich hier hevig tegen. Waarop Jezus Petrus ‘satan’ noemt. De leerlingen en ook wij moeten leren dat onze menselijke gedachten niet Gods gedachten zijn. Daarvoor neemt Jezus hen mee de berg Tabor op.

Paus Franciscus koos deze Evangelietekst voor zijn Veertigdagenbrief. De paus schrijft: “Om onze kennis van de Meester te verdiepen, om het mysterie van de goddelijke verlossing, voltrokken in de totale zelfgave uit liefde, ten volle te begrijpen en te aanvaarden, moeten we ons door Hem laten leiden naar een afgelegen hoogte en afstand doen van onze middelmatigheid en ijdelheid. We moeten op weg gaan, de berg op. Ook deze bergtocht vergt van ons inspanningen, offers en concentratie.”

De apostel Paulus schrijft: “Draag uw deel in het lijden voor het Evangelie.” Genade en heil worden ons toegezegd, maar onze roeping gaat niet zonder inspanning. Gods genade brengt ons in beweging en zet ons aan tot actie. Op Tabor wordt zichtbaar wat Gods beloftes inhouden. Aan het eind van de beklimming ontvangen de leerlingen de genade Jezus in zijn heerlijkheid te aanschouwen. Zo zullen ook wij beloond worden voor onze inspanningen die voortvloeien uit onze roeping, voor onze inspanningen voor het evangelie.

Ieder van ons is geroepen de weg die Jezus ons wijst te gaan. Dit is echter geen strikt individuele opdracht. Het is geen eenzame weg. Wij gaan de weg van Jezus in gemeenschap. Wij gaan samen op weg. De paus verbindt dit met de synodale Kerk. Hij schrijft: “Net zoals het beklimmen van de berg Tabor door Jezus en de leerlingen, kunnen we zeggen dat onze Veertigdagentocht ‘synodaal’ is, omdat we samen, als leerlingen van de ene Meester, dezelfde weg afleggen.” De kerk is synodaal. Zo geldt dat ook voor onze geloofsgemeenschap. Zoals de Kerk katholiek is – dat willen zeggen universeel – zo zijn ook wij hier ter plaatse katholiek. Niemand wordt buitengesloten. Samen gaan wij – als leerlingen van Jezus – onze weg. Samen nemen wij de inspanningen voor het Evangelie op ons.

De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning. Wij bezinnen ons op de weg die we gaan. Welke route is er voor ons als geloofsgemeenschap uitgestippeld. Samen gaan we op zoek naar onze weg, hier en nu. Juist in de Veertigdagentijd doen we dat door onszelf los te weken van materiële zaken en aardse beslommeringen. Juist in deze tijd vragen we ons af wat heeft Jezus ons te zeggen. Ook voor ons is er de stem die klinkt vanuit de hemel: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, (…) luistert naar Hem.” Abram gaat een totaal onzekere toekomst tegemoet, maar hij vertrouwd erop dat de Heer hem zal leiden en beschermen. Ondanks alle onzekerheid heeft Abram vertrouwen. Zo mogen ook wij erop vertrouwen dat we de goede weg vinden. De heilige Geest wijst ons de weg.

Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Staat op, en weest niet bang.” Ook wij worden uitgenodigd zonder vrees op weg te gaan. Jezus raakt zijn leerlingen aan. Hij is fysiek met hen verbonden. Zo mogen wij ons ook door Hem laten aanraken door het ontvangen van de sacramenten, door het ontvangen van de heilige Communie en door de vergeving van onze zonden. Zo mogen wij ook elkaar bemoedigen, elkaar een hand op de schouder te leggen. In verbondenheid met elkaar gaan we samen de weg van Jezus.

De paus eindigt zijn brief met: “Dierbare broeders en zusters, moge de heilige Geest ons in deze Veertigdagentijd inspireren en bemoedigen als we met Jezus de berg beklimmen, opdat wij zijn goddelijke luister mogen ervaren en zo, gesterkt in het geloof, onze tocht mogen voortzetten met Hem, die de glorie van zijn volk en het licht van de volkeren is.” Amen.

Aswoensdag: solidariteit, spiritualiteit en soberheid

We beginnen aan de Veertigdagentijd. Wij hebben een tijd van bezinning gekregen. Een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. We leven in een onrustige tijd, een tijd van oorlog, rampen en crises. Denk aan de aardbeving in Syrië en Turkije. Denk aan de oorlog in Oekraïne en ook op andere plekken in de wereld. Denk aan de gevolgen van de klimaatcrisis die zich steeds duidelijker aftekenen.

Vele mensen hebben onze solidariteit nodig. Denk aan de vele vluchtelingen waar de Vastenactie onze aandacht voor vraagt. Denk ook aan de mensen in onze directe omgeving die door de inflatie en de hoge energiekosten in de problemen raken. Soberheid is nodig om te voorkomen dat onze aarde voor mensen onbewoonbaar wordt. De ecologische voetafdruk van de gemiddelde Nederlander is vijf hectare. Als alle mensen zo leven als wij doen, zijn ongeveer drie aardes nodig. Onze manier van leven leidt tot uitputting van de natuurlijke bronnen, verwoesting van de natuur en uitsterven van vele vormen van leven. Wij laten onze kinderen en kleinkinderen een geplunderde aarde na.

Maar misschien is het gebrek aan spiritualiteit wel het grootste probleem van onze tijd. Dat leidt tot een geestelijke leegte en een zinloos bestaan. Het leidt tot een leegte die opgevuld wordt door consumptie. Hoezo soberheid! In een consumptiemaatschappij verdwijnt de menselijke waardigheid. Mensen verworden tot economische objecten, mensen verworden tot productiemiddelen en tot consumenten. Mensen verworden tot onderwerp van vraag en aanbod. Mensen verworden tot elkaars concurrenten in een economische strijd. Geld wordt de enige maatstaaf. Liefde, barmhartigheid, hoop, vertrouwen et cetera: ze verdwijnen uit onze samenleving. Weg solidariteit!

Begin deze maand waren er binnen onze federatie bijeenkomsten over de synodale en missionaire Kerk. Deze vinden plaats in het kader van het wereldwijde synodale proces waartoe paus Franciscus een aanzet heeft gegeven. We stelden ons daarbij de vraag waarom we missionair willen zijn. We kwamen tot antwoorden als: wat we zelf ontlenen aan ons geloof wensen we ook anderen toe. Genoemd werden het houvast dat het geloof biedt, de gevoeligheid voor spiritualiteit en het bevorderen van het algemeen welzijn.

Hoe leer je leven vanuit de genade? Hoe leer je leven vanuit de Bron buiten jezelf? Kunnen mensen zich wel voorstellen, dat er iets buiten henzelf is waar ze op mogen vertrouwen, waar ze zich aan over kunnen geven? Geloven is het mysterie aanvaarden, het mysterie van het leven, het mysterie van de dood, het mysterie van de liefde, het mysterie van God. Het mysterie is niet iets wat we nog niet weten. Het mysterie is niet een gat in onze kennis. Het mysterie valt buiten de kennismogelijkheden van de wetenschap. Het mysterie is iets wat we fundamenteel niet kunnen doorgronden. We kunnen het wel ervaren. We ervaren ons leven, we ervaren liefde, maar we kunnen het niet echt verklaren en we kunnen al helemaal geen wetenschappelijke antwoorden geven op vragen als waarom leven we, waarom hebben we lief.

Geloven is het aanvaarden van het mysterie dat buiten ons staat, maar dat ook in onszelf aanwezig is, het mysterie dat zich geopenbaard heeft in Jezus Christus. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Hij is een persoon waarmee we ons kunnen verbinden, met wie wij een relatie kunnen aangaan. In die relatie, in het leerling zijn van Jezus, ervaren wij waarheid, ervaren wij liefde, ervaren wij de essentie van het leven. Als leerling van Jezus vinden wij de weg in ons leven. Jezus is de Bron van ons leven. Hij is onze Weg. Hij is de grote schat die ons gegeven is, het geluk dat we zo graag willen delen met anderen. Hij is de reden waarom wij een missionaire Kerk willen zijn.

De vraag is hoe vinden we in deze tijd de woorden om deze boodschap uit te dragen. Daarvoor is het nodig ons eerst goed bewust te zijn van onze eigen ervaringen. Als wij weten wat het voor ons betekent en daar woorden aan kunnen geven, dan zijn wij in staat onze schat te delen, dan zijn wij in staat gehoor te geven aan onze roeping. De Veertigdagentijd wordt ons gegeven ons in ons eigen geloof te verdiepen. Amen.

Wees heilig; Lv 19,1-2.17-18; 1 Kor 3,16-23; Mt 5,38-48

Drie weken geleden lazen we de Zaligsprekingen, het begin van de Bergrede, de grote toespraak die Jezus houdt aan het begin van zijn openbare leven. Daarna riep Jezus ons op licht der wereld en zout der aarde te zijn. Vorige week ging het over de radicaliteit die Jezus van ons vraagt, als wij zijn leerlingen willen zijn. De lezing van vandaag is daar een vervolg op.

Vandaag eindigen we met de oproep: “Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.” Dit zou de slotzin van de toespraak van Jezus kunnen zijn, maar dat is niet het geval. Jezus gaat nog verder met zijn toespraak. Ook de lezing van Aswoensdag over bidden en vasten komt uit de Bergrede. Jezus geeft ons de woorden van het Onze Vader. Hij leert ons dat we niet twee heren kunnen dienen en dat we ons niet druk moeten maken over onze aardse beslommeringen. Ook de gelijkenis van de splinter in het oog van de naaste en de balk in onze eigen oog, en de gelijkenis van het huis op de rots en nog meer zijn onderdeel van de Bergrede.

De oproep: “Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is.” is niet de slotzin van de Bergrede, maar staat wel centraal. Deze centrale plaatsing maakt dat de hele toespraak draait om deze oproep. Deze oproep van Jezus komt overeen met de oproep uit het Oude Testament. In de eerste lezing het boek Leviticus hoorden we: “Wees heilig, want Ik, de Heer uw God, ben heilig.”

Woorden als ‘volmaakt’ en ‘heilig’ zullen we niet snel op onszelf betrekken. Het zijn grote woorden, begrippen die niet voor ons zijn bedoeld. In onze streken vindt men gewoon doen al gauw gek genoeg. Paus Franciscus schrijft hierover het volgende in ‘Verheugt u en juicht’. “Jezus legde met grote eenvoud uit wat het betekent om heilig te zijn. Hij deed dit toen Hij ons de zaligsprekingen gaf. De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen.” “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” De paus maakt ons duidelijk dat we de grote woorden ‘volmaakt’ en ‘heilig’ juist wel op onszelf mogen en moeten betrekken. Hij schrijft dat heiligheid tot een beter en menselijker leven leidt: “Wees niet bang voor heiligheid. Zij ontneemt je geen energie, vitaliteit of vreugde. In tegendeel, je wordt wat de Vader bedoelde toen Hij je schiep, en je zult trouw aan jezelf zijn.”

Het gaat om het leven van alledag, om het goed doen van de gewone dingen. Iedereen is geroepen zijn leven op zijn eigen wijze goed te leven. Heiligheid leidt echter niet tot een middelmatig en rustig leven. De paus schrijft: “Verlies de moed niet, want de kracht van de heilige Geest stelt je hiertoe in staat. Uiteindelijk is heiligheid de vrucht van de heilige Geest in je leven.” Het is zoals Paulus schrijft: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest van God in u woont? (…) Want de tempel van God is heilig, en die tempel zijt gij.” De heilige Geest is ons nabij. Hij is onze Helper in alles. Hij maakt ons heilig.

Paulus schrijft ook: “De wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God.” De weg van de heiligheid is een weg die tegen de stroom in gaat. De weg van Jezus volgen, het pad van de heiligheid gaan, betekent dat je je niet laat verleiden en dat je anders durft te zijn.  Het betekent dat je een andere mening durft te hebben als het gaat om mensen in de verdrukking en dat je durft op te komen voor de rechten van de armen en de mensen in nood. Het betekent dat je weet dat alle mensen je broeders en zusters zijn. Dit zijn ook de boodschappen van Jezus in de Bergrede. Jezus kiest voor de radicaliteit van de liefde. Liefde is mateloos en onbegrensd. Liefde kent geen ‘ja maar’. Dat is de weg die Jezus ons voorhoudt. Hij zegt ons: “Ik zeg u: bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen.”

Liefde is ook barmhartigheid. We mogen met vallen en opstaan leerlingen van Jezus zijn. We mogen grote idealen hebben en ons er tegelijkertijd van bewust zijn, dat de lat hoog ligt en het lang niet altijd lukt aan onze idealen te voldoen. Op de eerste plaats gaat het om ons streven. Wij mogen ons voortdurende oefenen in heiligheid, in gelukkig zijn. Een leerling van Jezus is nooit te oud om te leren. Gaandeweg maken wij ons een heilige levenswijze eigen. Gaandeweg worden we gelukkige mensen. Het is de heilige Geest die ons gaande houdt. Jezus heeft ons de Geest van liefde en waarheid gegeven om heilige en gelukkige mensen te worden. Met de woorden van Paulus: Wij zijn van Christus en Christus is van God. Amen.

Gelukkig worden; Mt 5,1-12a

Jezus staat aan het begin van zijn openbare leven. Hij heeft zich door Johannes laten dopen in de Jordaan. Hij heeft de eerste leerlingen opgeroepen Hem te volgen. Vandaag horen we Hem de mensen toespreken. De Bergrede – zoals in het Evangelie volgens Matteüs is vastgelegd – is een lange rede van Jezus die begint met zogenaamde zaligsprekingen. De komende zondagen lezen we telkens fragmenten uit de Bergrede.

Lange tijd zijn de zaligsprekingen vooral gezien als een belofte aan hen die het in het aardse leven moeilijk hebben. Zij zullen gelukkig zijn in het leven na de dood. Tegenwoordig wordt er anders tegenaan gekeken. Ook tijdens het aardse leven mogen wij streven naar geluk. Recente Bijbelvertalingen gebruiken het woord gelukkig in plaats van zalig. We accepteren het ook niet meer dat mensen in moeilijkheden met de belofte van een gelukkig eeuwig leven worden afgescheept. Ook hun aardse leven verdient verbetering en daarin ligt een opdracht voor ons mensen.

Op het eerste gezicht zijn het nogal merkwaardige uitspraken die Jezus doet. Ze komen niet overeen met onze wereldse maatstaven en de wereldse manier van kijken. Ze sluiten aan bij het optreden van Jezus en wat Hij tot stand brengt: “blinden zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen, doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd” (Mt 11,5). Het gaat niet om de wereldse wijze van kijken, maar om de wijze van kijken van God. Het gaat om het ware geluk en de ware zaligheid.

De zaligsprekingen kunnen we ook zien als een zelfportret van Jezus. Ze beschrijven zijn karakter, zijn optreden en de situatie waarin Hij zich bevindt. Zo beschrijven zij ook wat het inhoudt Hem na te volgen. Jezus is voor ons de weg tot een deugdzaam en gelukkig leven. Met de Bergrede wordt meteen de toon gezet. Jezus komt niet met een aangepaste en verbeterde wetgeving; Hij maakt duidelijk dat het primair gaat om onze houding. De Bergrede is ook de aankondiging van het Rijk der hemelen, het Rijk van liefde en gerechtigheid.

Vijf jaar geleden schreef paus Franciscus de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’. Hierin roept hij ons op ons leven te heiligen. De zaligsprekingen noemt hij de weg voor de christen, de weg van heiliging. Het is een weg die tegen de stroom in gaat. De paus schrijft: Jezus legde met grote eenvoud uit wat het betekent om heilig te zijn. Hij deed dit toen Hij ons de zaligsprekingen gaf. De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen.” (63) “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” (64) “Hoewel de woorden van Jezus ons poëtisch mogen raken, zij gaan duidelijk in tegen de manier waarop de dingen gewoonlijk in onze wereld gaan. (…) We kunnen ze alleen praktiseren wanneer de heilige Geest ons met zijn kracht doordringt en ons bevrijdt van onze zwakheid van zelfgerichtheid, gemak en trots.” (65)

We kunnen de zaligsprekingen lezen als een opsomming van deugden die ons worden aanbevolen om goede en gelukkige mensen te worden. We kunnen er de volgende deugden in herkennen: eenvoud en bescheidenheid, gevoeligheid voor het leed en kwaad in de wereld, zachtmoedigheid, gerechtigheid, barmhartigheid, wijsheid en eerlijkheid, vredelievendheid, standvastigheid en moed. Dit alles gaat in tegen de wereldse strevingen gericht op rijkdom, macht en roem. Jezus wijst ons een andere weg, Jezus wijst ons zijn weg ten leven, de weg van een leven in liefde en waarheid. De zaligsprekingen zijn niet alleen een belofte voor de toekomst maar ook voor het heden waarin het Rijk der hemelen, het Rijk Gods soms heel nabij is, het heden waarin we Gods nabijheid kunnen ervaren.

Jezus maakt duidelijk dat het primair gaat om onze houding die gestalte krijgt in de deugden die we beoefenen. De deugden helpen ons om ons streven naar het goede leven met vallen en opstaan vorm te geven. De zaligsprekingen maken ons duidelijk dat wij ook werkelijk gelukkig worden van dit streven naar het goede. Amen.

Ken ik Hem? Js 49,3.5-6; 1 Kor 1,1-3; Joh 1,29-34

Afgelopen zondag vierden we Driekoningen, het feest van de Openbaring des Heren. Het pasgeboren Kind wordt door wijzen uit het oosten bezocht. Hij openbaart zich als het heil voor de mensheid. Maandag was het feest van de Doop van de Heer. Jezus is een volwassen man geworden en staat aan het begin van zijn openbare leven. Hij laat zich door Johannes dopen in de Jordaan. Johannes predikt een doopsel van bekering. Vandaag horen we in het Evangelie hoe Johannes de Doper getuigt van deze gebeurtenis. Hij vertelt wat hij heeft meegemaakt. Hij vertelt dat hij Jezus niet kende. Door deze gebeurtenis komt hij tot het inzicht: “Deze is de Zoon van God.” Nu getuigt Johannes: “Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.” Johannes is tot het inzicht gekomen wie Jezus is en wat zijn missie is. Met de woorden van Jesaja: Jezus is Gods dienaar. Hij komt niet alleen om Israël naar God terug te brengen. Hij is ook het licht voor de heidenen. Hij brengt heil aan alle mensen tot de grenzen der aarde.

We staan aan het begin van een nieuw jaar. Het is de tweede zondag door het jaar. We volgen Jezus op zijn weg door het leven. We horen wat Hij meemaakt en we horen welke boodschap Hij voor ons heeft. Gaandeweg leren we Jezus beter kennen. Door Hem te volgen en naar Hem te luisteren, openbaart Hij zich aan ons. Zo wordt ons duidelijk wie Hij voor ons is.

Johannes de Doper zegt: “Ook ik kende Hem niet”. Dat is een opmerkelijke uitspraak. Hij is de achterneef van Jezus en hij is een leeftijdsgenoot. Maria ging – toen zij zwanger was van de heilige Geest – naar nicht Elisabet die toe zes maanden zwanger was van Johannes. De beide nichten hadden een goede relatie met elkaar. Familiebanden waren belangrijk. Jezus en Johannes kwamen niet dagelijks bij elkaar over de vloer. Daarvoor woonden ze ver van elkaar: Jezus in Nazareth en Johannes ergens in het bergland van Juda. Dat vroeg een voetreis een enkele dagen. Maar ongetwijfeld reisden ze beiden met Pasen naar Jeruzalem. Daar zullen zij elkaar jaarlijks ontmoet hebben. Toch zegt Johannes: “Ook ik kende Hem niet”. Wat bedoelt hij daarmee?

Johannes was net als Jezus geen doorsnee jongeman. Beiden zijn mensen met een missie. Dat zullen ze gaandeweg hun jonge leven beseft hebben. Dat zullen ze ook bij elkaar herkend hebben en daar zullen zeker met elkaar over gesproken hebben. En toch zegt Johannes: “Ook ik kende Hem niet”. Toen Johannes Jezus doopte in de Jordaan gebeurde er iets bijzonders. Toen leerde Johannes Jezus op een geheel nieuwe manier kennen. Toen werd hem plotseling duidelijk wie Jezus echt is. In die zin kan hij zeggen: “Ook ik kende Hem niet”. Hij kende Jezus niet echt. Hij wist niet wie Hij werkelijk is. Plotseling beseft Johannes: Mijn neef Jezus is de Zoon van God. Hij is het heil van de wereld. Dat zet alles in een ander daglicht.

Een dergelijke ervaring heeft de apostel Paulus ook gehad. Hij kende Jezus als een nieuwlichter, als iemand die op een geheel eigen manier met de Wet van Mozes omging, als iemand die zei dat Hij zonden kan vergeven. En dan plotseling op de weg naar Damascus vallen Paulus de schellen van de ogen en ziet hij Jezus op een nieuwe manier. Dan wordt het Paulus duidelijk dat Jezus ons heiligt, dat Hij onze Heer is. Dan weet Paulus ook dat hij ook zelf een missie heeft, dat hij dit heil aan de wereld moet verkondigen, dat hij moet getuigen van Jezus, de Zoon van God. Hij doet dat ook in de brieven die hij ons heeft nagelaten.

Ook wij zijn geroepen tot getuigenis. Het is ook onze missie de blijde boodschap aan de wereld te verkondigen. Wij allen zijn leerlingen van Jezus. Wij allen zijn geheiligd in Hem, bestemd tot een heilig leven. Dat is niet het leven van een heilig boontje. Dat is een leven met een missie, een leven met de opdracht Gods liefde voor alle mensen aan iedereen bekend te maken. Misschien moeten we eerst nog beter realiseren wie Jezus werkelijk voor ons is. Misschien hebben wij net als Johannes en Paulus eerst nog een bekering nodig. Waarschijnlijk is dat meer een kwestie van het hart dan van het hoofd. Mogen wij leren zien met ons hart. Amen.

Vrede op aarde; Js 9,1-3.5-6;Tit 2,11-14; Lc 2,1-14

“Eer aan God in den hoge en op aarde vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.” Een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken. “Men noemt Hem: wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredesvorst.” Vrede is hetgeen waarnaar we verlangen, vrede op aarde, vrede onder alle mensen. Jezus, het Kind in de kribbe is de Vredesvorst. Hij brengt ons vrede, vrede onder de mensen in wie Hij welbehagen heeft.

De lezingen van vandaag laten ons zien hoe God ons tegemoet komt in ons verlangen naar vrede. Hij zendt ons zijn eigen Zoon om op aarde vrede te stichten. Ook wordt duidelijk dat vrede niet alleen maar een geschenk is. Het komen tot vrede vraagt ook een inspanning van onze kant. Wij mensen moeten werkelijk vrede willen en daaraan werken. Vrede is er voor de mensen in wie God welbehagen heeft. Als wij ons – op welke wijze dan ook – afkeren van God zal Hij ons geen vrede geven. Wij zijn vrije mensen en dragen dus ook zelf verantwoordelijkheid. Vrede onder de mensen vraagt dat wij mensen elkaar zien als broeders en zusters, dat wij de hele mensheid zien als één grote familie, als één gemeenschap over alle grenzen heen.

Het zal u duidelijk zijn dat dit geen kleinigheid is. Gods droom en verlangen vraagt onze menselijke medewerking. Russen en Oekraïners die elkaar zien als broeders en zusters, De verschillende partijen in Syrië die elkaar zien als broeders en zusters, Palestijnen en Israëliërs die elkaar zien als broeders en zusters, Koerden en Turken die elkaar zien als broeders en zusters, burgers en overheid van Afghanistan en Iran die elkaar zien als broeders en zusters, nakomelingen van hen die onder slavernij leden en van hen die van de slavernij profiteerden die elkaar zien als broeders en zusters, arm en rijk die elkaar zien als broeders en zusters, joden, christenen, moslims en hindoes die elkaar zien als broeders en zusters.

Maar ook dichter bij huis: stad en platteland die elkaar zien als broeders en zusters, boeren en milieubeschermers die elkaar zien als broeders en zusters, mensen met en zonder vaste verblijfplaats die elkaar zien als broeders en zusters, allochtonen en autochtonen die elkaar zien als broeders en zusters, mensen met verschillende geaardheid die elkaar zien als broeders en zusters, mensen met zeer uiteenlopende achtergronden die elkaar zien als broeders en zusters.

Nog dichter bij huis, ook hier in de kerk moeten wij ons afvragen: zien wij elkaar werkelijk als broeders en zusters? Vormen wij werkelijk een gemeenschap van gelovigen of zijn we niet meer dan een verzameling brave mensen die met Kerstmis naar de Nachtmis komen? Alle verschillen die er tussen mensen mogelijk zijn treffen we ook aan binnen onze parochie. Ook hier moeten we over de grenzen van de verschillen heen stappen om elkaar als broeders en zusters te kunnen zien.

De verschillen zijn er niet om op te heffen. De verschillen verdienen respect, de verschillen kunnen ieder van ons verrijken. Het gaat om een eenheid in verscheidenheid. Wat we moeten overwinnen is onze eigen ongerechtigheid, onze zelfingenomenheid en onze zelfgerichtheid. Zolang we ons zelf als de norm zien zijn we niet in staat de grenzen van de verschillen te overwinnen. Dan blijven we steken in onze eigen gesloten bubbel.

Paulus leert ons dat Jezus gekomen is om ons juist hiervan te verlossen om ons te maken tot een volk van Christus, tot een gemeenschap in Christus. Jezus Christus, “de genade van God, bron van heil voor alle mensen is op aarde verschenen”. “Hij heeft zichzelf voor ons gegeven om ons van alle ongerechtigheid te verlossen en ons te maken tot zijn eigen volk, gereinigd van de zonde, vol ijver voor alle goeds.” Hij wijst ons de weg. Hij is onze Gids, onze Leidsman, onze wonderbare Raadsman, onze eeuwige Vader. Als wij ons verbinden met Hem zoals Hij zich aan ons heeft gegeven, als wij zijn leerlingen willen zijn, zullen wij mensen zijn in wie God welbehagen heeft. Dan zal Jezus Christus ons laten delen in zijn vrede.

De herders zijn ons voorgegaan. Bij de geboorte van Jezus worden zij als eersten uitgenodigd. Deze onaanzienlijke lieden, deze verschoppelingen van hun tijd waren de eersten aan wie Jezus zich openbaarde. De herders stonden open voor het heil, voor de liefde en de vrede die Jezus ons geeft. Ook wij mogen leven in zijn liefde en zijn vrede. Ook voor ons geldt: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.” Ook wij hebben niets te vrezen. Laten wij ons verbinden met Hem en bidden voor en werken aan vrede hier op aarde. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.