“Als Gij de Zoon van God zijt…” De duivel spreekt Jezus aan op zijn goddelijkheid. Eva hoort van de slang, dat zij aan God gelijk zal worden als zij eet van de boom die in het midden van de tuin staat, de boom van de kennis van goed en kwaad.
Misschien zijn de lezingen van vandaag nog nooit zo actueel geweest als in onze huidige tijd. Tegenwoordig worden wij er voortdurend op aangesproken, dat wij als mensen in feite zelf god zijn. In ieder geval dat het tamelijk idioot zou zijn een god boven je te dulden. De een beweert dat er in het geheel geen god is en dat je vooral moet doen waar je zelf zin in hebt. De ander komt tot de conclusie dat het goddelijke – als dat dan bestaat – alleen in jezelf te vinden is. Het eigen zelf, het eigen ik heeft goddelijke status. Met de woorden van de dichter Willem Kloos in 1894: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten, En zit in ’t binnenst van mijn ziel ten troon…” Voor Kloos was een dichter een geheel autonome schepper, geheel onafhankelijk en almachtig in zijn dichtkunst.
Hoogmoed is door de eeuwen heen als een kwaad bestempeld. Dat geldt niet alleen voor het christendom en het jodendom. Ook in de klassieke oudheid werd hoogmoed, hybris als een kwaad gezien. Denk aan het verhaal van Icarus die met zijn zelfgemaakte vleugels te dicht bij de zon komt, waardoor het was smelt en hij neerstort. Hoogmoed komt voor de val. In onze tijd wordt assertiviteit een deugd genoemd. Je hebt recht op de beste plaats. Zelfoverschatting wordt gezien als zelfvertrouwen en kan je alleen maar helpen in dit leven vooruit te komen. Denk aan Pippy Langkous: aan haar wordt de volgende uitspraak toegeschreven. “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.”
Eva wordt verleid door de slang. De slang weet dat de mens een vrije wil heeft, dat de mens kan kiezen tussen goed en kwaad. De slang kent ook de zwakheid van de mens. Eva ziet het probleem waar ze voor geplaatst wordt. Zij gaat met de slang in discussie, maar de slang is haar te slim af en zij bezwijkt voor zijn argumenten. Adam daarentegen staat alleen maar bij. Hij zegt geen stom woord. In al zijn onnozelheid volgt hij Eva.
Paulus schrijft dat de misstap van Adam het begin van het kwaad is. “De fout van één mens bracht allen de dood.” Voor Paulus is de nalatigheid van Adam de grote zonde. Nalatigheid kun je zien als de tegenhanger van hoogmoed. Daar waar de een zegt dat hij alles onder controle heeft en het wel even zal oplossen, zegt de ander: wat kan ik er aan doen? De een overschat zichzelf. De ander schuift alle verantwoordelijkheid van zich af en laat het allemaal maar gebeuren. Beide houdingen zijn afkeurenswaardig. Een deugdzaam mens zoekt de juiste middenweg.
Naast de drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde kennen we de vier kardinale deugden: moed, matigheid, rechtvaardigheid en verstandigheid. Deze deugden vinden we terug bij Plato en zijn verder uitgewerkt door Aristoteles: de twee grote Griekse filosofen van de oudheid. De term kardinale deugden is uit de vierde eeuw en afkomstig van de H. Ambrosius. Het zijn kardinale deugden omdat alles hierom draait. Het Latijnse woord cardio betekent scharnier. Alle andere deugden kunnen we van deze vier afleiden. Zo kunnen we hoogmoed en nalatigheid verbinden met moed. Moed is het midden houden tussen overmoed en lafheid. Hoogmoed is een vorm van overmoed; nalatigheid is een vorm lafheid. Eva toont hier moed: zij gaat het gesprek aan maar helaas is haar nieuwsgierigheid sterker dan haar verstandigheid: zij maakt de verkeerde keuze, maar ze durft in ieder geval te kiezen en ze neemt verantwoordelijkheid. Adam toont alleen maar lafheid.
Jezus laat ons zien hoe wij het kwaad kunnen weerstaan. Het weerstaan van het kwaad vraagt om moed en om wijsheid. Wij moeten het aandurven het gesprek aan te gaan, verantwoordelijkheid nemen en we moeten de juiste keuzes maken. De Veertigdagentijd is de tijd bij uitstek om ons hierin te oefenen. Deugden moet je oefenen. Door ze te oefenen zorg je ervoor dat ze je eigen worden. Deugden vormen je persoonlijkheid. Door ze te oefenen worden ze deel van jezelf. Juist in de Veertigdagentijd kunnen we door oefening ons leven een nieuwe wending te geven. Ieder kan bij zichzelf nagaan welke deugd extra aandacht nodig en welke ondeugd weggewerkt moet worden.
Door de deugden te beoefenen verbinden wij ons leven met het leven van Jezus Christus. Zo gedragen wij ons als zijn leerlingen. Hij is onze weg ten leven. Hij is de weg, de waarheid en het leven. Hij schenkt ons zijn genade. Door en in Hem vinden wij onze weg naar God. Amen.
Auteur: Adrien Candiard
Titel: Onder de vijgenboom: Mijmeringen over christelijk leven
Uitgever: Berne Media, 2019
Prijs: € 16,90
ISBN: 978 90 8972 329 1
Aantal pagina’s: 157
“Christelijk leven is de moed hebben geen afstand te doen van de vreugde; de moed om het geluk opnieuw te zoeken… Omdat God het geluk voor ons wil. Omdat het geluk onze bestemming, onze roeping is.” Aan de hand van de roeping van Natanaël (Joh 1,43-51) schrijft de dominicaan Adrien Candiard over onze roeping tot geluk. Iedere mens is op een eigen manier geroepen het leven te leiden dat hem past. Net als liefhebben werkt geroepen worden ontregelend. Je moet afstand doen van gewoontes en van comfort. Zonder ontregeling kom je niet tot echte vreugde. Roeping gaat over ontdekken wie je zelf bent en wie God is. Het gaat over de ontmoeting met God en over de relatie met Christus, waarbij het beste nog altijd moet komen.
In dit prettig te lezen boek schrijft Candiard verder over de strijd van het gebed, de spanning in broederschap, de nederigheid van vergeving, de kwetsbaarheid van de liefde, de bochtige weg naar heiligheid, het misverstand van de vrijheid en over slapen, dronkenschap en humor.
Vandaag is de Veertigdagentijd begonnen: veertig dagen die staan in het teken van bezinning en van inkeer. veertig dagen om ons te oefenen in het goede en af te zien van het kwade. Veertig dagen lang zijn wij samen met Jezus op weg naar Pasen. Veertig dagen lang mogen wij ons extra verbinden met Hem. Hij is onze weg naar de Vader. Niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.
God wil dat wij gelukkige mensen zijn. Maar hoe worden wij gelukkig? Worden wij gelukkig door zoveel mogelijk onze begeerten in vervulling te laten gaan of is er een andere weg tot geluk? Het antwoord van de huidige cultuur is duidelijk. De mens wordt volgens het huidige denken gedreven door zijn begeerten. De vervulling van die begeerten – wat ze ook zijn – maakt de mens gelukkig. Dat vraagt dat de mens vrij moet zijn om zoveel mogelijk te doen waar hij zin in heeft.
Dit denken heeft de afgelopen vijftig jaar een steeds belangrijker plaats ingenomen. Dit is echter niet het denken waarmee ik en waarschijnlijk u allemaal zijn opgevoed. Ons christelijk denken gaat uit van een ander mensbeeld. Wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wij hebben wel degelijk begeerten, maar we hebben ook een wil en ook een verstand. Verstand en wil staan boven onze begeerten. Geschapen naar Gods beeld en gelijkenis betekent ook dat we deel uit maken van een groter geheel. We zijn geschapen als deel van de menselijke gemeenschap. We zijn geschapen om elkaar lief te hebben.
In 2013 schreef Paus Franciscus in Evangelii gaudium: “Het geheel is meer dan het deel, en is ook meer dan een eenvoudige som van de delen. Men moet dus niet al te zeer bezeten zijn van bijzondere kwesties met een beperkte omvang. Men moet de blik altijd verruimen om een groter goed dat ons allen weldaden kan verschaffen, te herkennen. (…) Men werkt in het klein met wat dichtbij is, maar met een ruimer perspectief. Op dezelfde wijze gaat een persoon die zijn persoonlijke bijzonderheid bewaart en zijn identiteit niet verbergt, niet in het niets op, wanneer hij van harte integreert in een gemeenschap, maar hij ontvangt steeds nieuwe prikkels voor de eigen ontwikkeling.”
Ons verstand en onze wil stellen ons in staat het grotere belang te zien en er ook voor te kiezen zonder dat wij onszelf daarbij verliezen. Sterker nog door deze keuze voor het geheel groeien wij in wijsheid en in geluk. Naast de drie goddelijke deugden geloof, hoop en liefde zijn er de vier kardinale deugden: moed, matigheid, rechtvaardigheid en verstandigheid. Deze vier deugden helpen ons te willen en te doen wat we verstandig achten. Ze helpen ons onze begeerten te kanaliseren.
Deugden kun je oefenen. Oefening baart kunst, ook levenskunst. Door het telkens weer te proberen wordt de deugd iets van jezelf. Door het goede te oefenen vorm je je persoonlijkheid. Door te oefenen word je met de hulp van Gods genade een goed mens. In deze tijd van mateloosheid, van altijd willen genieten kunnen wij bijdragen aan een betere wereld door te matigen. Vanuit onze matigheid zijn we in staat tot rechtvaardigheid. Matigheid en soberheid stellen ons is staat onze rijkdom eerlijk te delen.
Vandaag wordt in deze zin onze bijdrage gevraagd voor het werk van Jacinta van Luijk ten bate van de gemeenschap in Kitale. Onze soberheid brengt geluk aan de mensen in Kenia. Wij zijn ook geschapen als onderdeel van de gehele schepping. Daarmee dragen wij ook zorg voor geheel de schepping. Wij zijn medeverantwoordelijk. Met onze soberheid dragen wij bij aan een duurzame wereld.
Door de juiste maat te vinden tonen we ons leerlingen van Jezus Christus. Door de deugden te beoefenen verbinden wij ons leven met zijn leven. In Hem vinden wij onze vreugde. Hij maakt ons gelukkig. Door en in Hem vinden wij onze weg naar God. Amen.
“Wie tot zijn broeder zegt: raka, zal strafbaar zijn voor het Sanhedrin…” Raka wordt op verschillende manieren vertaald als leeghoofd, waardeloze vent of sufferd, maar ook als goddeloze. Raka is een Aramees woord. De taal die Jezus sprak. Hé raka, kijk uit. Zie je niet dat ik eraan kom? Je zou het in onze tijd kunnen horen op het voetbalveld. En op straat in het verkeer, misschien ook wel als twee mensen met een rollator elkaar tegenkomen. Het woord raka leent zich hier goed voor. Het klinkt behoorlijk venijnig. Maar ook al klinkt het dan wel lekker als scheldwoord, het is toch niet extreem beledigend. We horen regelmatig scheldwoorden die mensen echt kwetsen. Toch zegt Jezus dat wie raka tegen iemand zegt gestraft zal worden door de rechtbank, door het Sanhedrin. En wie iemand voor dwaas uitmaakt zal branden in de hel. Dat zijn toch wel stevige straffen voor iets wat we zien als een kleine fout.
We horen Jezus vandaag een aantal voorbeelden geven. Hij zegt wat de wet is en dan komt Hij met een geval dat niet erg ernstig klinkt, maar door Jezus wel als heel erg genoemd wordt. Laten we eerste voorbeeld wat nader bekijken. “Gij zult niet doden.” Dat is één van de Tien Geboden, een gebod dat staat als een huis. Iedereen zal zeggen dat je dat inderdaad niet mag doen. Ook in onze wetgeving staan op moord en doodslag flinke straffen. Onze wetten gaan nog een stapje verder. Ook mishandeling is strafbaar. Iemand ernstig letsel toebrengen, iemand verkrachten, iemand veel leed bezorgen wordt stevig bestraft. Maar het is niet zo dat je voor alles wat je pijn doet, naar de politie kunt stappen. Je gaat geen aangifte doen als iemand je aan je oor trekt of je uitscheldt. Ook als iemand boos op je is, is dat geen reden om de politie te bellen. Daar is de politie niet voor.
Toch zegt Jezus hier dat wanneer iemand boos is op iemand anders, hij strafbaar zal zijn, en ook als hij iemand uitscheldt, hem een raka of een dwaas noemt. Jezus heeft het over situaties die volgens de Joodse wetten en ook volgens onze wetten niet strafbaar zijn. Niet strafbaar zijn betekent echter niet dat het goed is. Jezus laat zien dat er vele gevallen zijn waarvoor je niet door de wet gestraft wordt, maar waarin je toch niet het goede doet. In het Rijk Gods, in een wereld van liefde en geluk hoort dergelijk gedrag niet thuis. En dus zegt Jezus dat ze strafbaar zullen zijn.
Als wij leerlingen van Jezus willen zijn, gelden deze uitspraken ook voor ons. Ook voor ons geldt niet dat alles goed is en mag wat niet verboden is. Nee, heel veel van wat niet verboden is, is niet goed. Van leerlingen van Jezus wordt verwacht dat zij het goede doen. In onze samenleving gaan we zeker niet altijd vriendelijk met elkaar om. Je hoort regelmatig klagen over de verruwing van onze samenleving. We leven met veel mensen op een klein stukje grond en dat geeft nogal eens ergernis. Iedereen ergert zich weleens aan het gedrag van anderen. Iedereen heeft wel eens zin om hartgrondig raka te roepen.
Misschien zijn het verkeer en de sportvelden daar wel de duidelijkste voorbeelden van. Mijn vrouw zegt weleens: “Je bent altijd zo vriendelijk en rustig, maar in de auto is dat plotseling verdwenen.” Zowel in het verkeer als op de sportvelden zie je ook dat de grens tussen wat wel en niet kan dun is. Voordat je het weet ben je je niet alleen aan het ergeren. Je wordt boos, je gaat schelden en je gaat nog ergere dingen doen. Voordat je het weet ga je een grens over en doe iets waar je later behoorlijk spijt van hebt.
Het is best lastig om je nooit aan anderen te ergeren. De mensen om je heen zijn net als jezelf nu eenmaal niet volmaakt. Maar we zijn niet op de wereld om ons aan elkaar te ergeren, om boos op elkaar te zijn en erger nog om elkaar te haten. Wij zijn als broeders en zusters van elkaar geschapen. Wij zijn geschapen voor de liefde, geschapen om elkaar lief te hebben. Dat is wat Jezus ons voortdurend weer wil leren.
Wetten, geboden en verboden zijn belangrijk. Zij geven uiterste grenzen aan. Het zijn richtingaanwijzers in ons leven. Maar uiteindelijk moeten we ons laten leiden door de liefde voor elkaar. Liefde vraagt dat we elkaar om vergeving vragen. Liefde vraagt dat we elkaars fouten vergeven. Liefde vraagt dat we onze ergernis ombuigen naar respect, geduld en mededogen voor elkaar. Liefde vraagt dat we ons telkens weer met elkaar verzoenen, dat we de relaties met andere mensen telkens weer herstellen en goed maken. Jezus leert ons elkaar lief te hebben. Amen.
Auteur: Yves Bériault
Titel: Alleen liefde heeft toekomst: De getuigenissen van Etty Hillesum en Christian de Chergé
Uitgever: Berne Media, 2019
Prijs: € 16,90
ISBN: 978 90 8972 356 7
Aantal pagina’s: 141
Volgens Christian de Chergé heeft alleen de liefde toekomst en Etty Hillesum schrijft dat de liefde de enige oplossing in deze wereld is. Beiden “hebben stand gehouden in hun vastbeslotenheid in niets toe te geven aan de haat”. Beiden zijn net als Jezus de weg van de liefde tot het uiterste gegaan, niet als een gewenst martelaarschap maar als een onvermijdelijke weg.
Yves Bériault laat “zien dat Etty Hillesum en Christian de Chergé, die twee getuigen van onze tijd, ondanks hun diepe verschillen hand in hand gaan”. De Jodin Hillesum werd in 1943 in Auschwitz vermoord en de monnik De Chergé samen zes medebroeders in 1996 in Algerije. Beiden “hebben op een radicale en onomkeerbare manier geworsteld met het mysterie van het kwaad… Het zijn twee zeer verschillende routes, maar het geloof in God speelt er een bepalende rol in.” Beiden leefden vanuit de Bron die liefde is. De dominicaan Bériault brengt met dit mooie en makkelijk leesbare boek hoop en inspiratie in onze verdeelde wereld.
Auteur: Tom Wright
Titel: Paulus: Een biografie
Uitgever: Van Wijnen, 2019
Prijs: € 29,95
ISBN: 978 90 5194 555 3
Aantal pagina’s: 461
Tom Wright beschrijft de jonge Saulus als een man met een hoofd vol Bijbelkennis en een hart vol van ijver die trouw is aan de ene God. Evenals vele joodse tijdgenoten leefde Saulus in de hoop op een reddingsactie van God. Er was vergeving nodig. Dan zouden hemel en aarde weer een zijn en zouden Godstijd en de menselijke tijd samenvallen.
Op weg naar Damascus wordt het Saulus duidelijk dat in Jezus Christus hemel en aarde samenvallen. Met de vergeving van de zonden is er een nieuwe realiteit ontstaan. Na een periode van ongeveer tien jaar volgt hij zijn roeping en begint hij een leven als rondtrekkende missionaris. Door de beperkte tijd en middelen die Paulus heeft, beseft hij dat hij de mensen moeten leren hoe ze moeten denken, in plaats van wat ze moeten denken.
De Anglicaanse theoloog is zoekt antwoorden op de vragen wat dreef Paulus en hoe verklaren wij zijn succes. Hij beschrijft het leven van Paulus op een enthousiaste en meeslepende wijze. Hiermee trekt hij je het verhaal in. Het is een goed leesbaar en toegankelijk boek. Een aanrader voor iedereen die meer over Paulus wil weten.
Het boek leent zich er goed voor om met een aantal mensen te lezen en te bespreken om op die manier Paulus beter te leren kennen. Hieronder zijn per hoofdstuk een aantal vragen geformuleerd om het gesprek richting te geven.
Inleidende vragen
Wat verwachten we van het boek en van deze bijeenkomsten? Hoe zie je Paulus?
Inleiding en Hoofdstuk 1
1. Met welke denkbeelden en vragen leefden de eerste christenen?
2. Welke verwachtingen vanuit het jodendom droeg Paulus met zich mee?
3. Wat is je eerste indruk van Paulus?
Hoofdstuk 2 Damascus
1. Wat houdt de bekering van Paukus in?
Hoofdstuk 3 Arabia en Tarsus
1. Wat zoekt Paulus in Arabia?
2. Wat doet Paulus in Tarsus?
3. Wat zijn de thema’s van de christelijke theologie in wording?
Hoofdstuk 4 Antiochië
1. Wat is het probleem in Antiochië?
2. Wat is er volgens Barnabas nodig?
3. Hoe werkt de H. Geest?
4. Wat gebeurt er in Jeruzalem?
Hoofdstuk 5 Cyprus en Galatië
1. Waarom maakt Paulus zoveel reizen? Wat dreef hem?
2. Wat verklaart zijn succes?
3. Op welke basis kiest hij zijn reisdoelen?
4. Waarom begint hij altijd in de synagoge?
Hoofdstuk 6 Antiochië en Jeruzalem
1. Waarom leidt het optreden van Paulus overal tot problemen?
2. Welke gebeurtenissen veranderen de situatie?
3. Waar draait de confrontatie met Petrus om?
4. Wat zijn de belangrijkste thema’s in de brief aan de Galaten?
5. Wat gebeurt er in Jeruzalem?
Hoofdstuk 7 Naar Europa
1. Waar gaat de ruzie tussen Paulus en Barnabas over?
2. Mogelijke boodschap van Lucas met de omzwervingen in Klein-Azië?
3. Waarom moet Timoteüs besneden worden?
4. Wat typeert de situatie in Filippi?
5. Wat zijn de verschillende betekenissen van het woord ‘redding’?
6. Hoe gaat het in Tessalonica en Berea?
Hoofdstuk 8 Athene
1. Waarom voert Paulus het woord op de Areopagus?
2. Wat zijn de ideeën die er in Athene leven?
3. Wat brengt Paulus daar tegenin? (Hnd 17,22-31)
Hoofdstuk 9 Korinte I
1. Wat vind je van Korinte?
2. Hoe komt Paulus aan in Korinte?
3. Wat is het kerygma bij Paulus: de kern van het Evangelie?
4. Wat schrijft Paulus in de eerste brief aan de Tessalonicenzen?
5. En wat in de tweede?
6. Hoe reageren de Joden in Korinte?
7. Wat is er te zeggen over het plotselinge vertrek uit Korinte?
Hoofdstuk 10 Efeze I
1. Wat is er met Paulus in Efeze aan de hand?
2. Wat is er volgens Wright in Efeze en Korinte gebeurd?
Hoofdstuk 11: Efeze II
1. Wat is de bestemming van het geld dat uit Filippi wordt gebracht?
2. Wat vind je van het gedicht over Jezus? Wanneer lezen we dat in de liturgie?
3. Hoe probeert Paulus de lezers van zijn brief op het goede spoor te krijgen?
4. Wie zijn de honden met hun kwalijke praktijken (Fil 3,2)?
5. Hoe kunnen de Filippenzen Christus navolgen?
6. Wie is Onesimus? Wat vindt Paulus van slavernij?
7. Wat schrijft Paulus aan de Kolossenzen?
8. Wat schrijft Paulus aan de Efeziërs?
Hoofdstuk 12: Korinte II
1. Vanuit welke situatie schrijft Paulus de tweede brief aan de Korintiërs?
2. Wat is het onderliggende thema van deze brief?
3. Hoe denkt Paulus over de wederkomst van Christus?
4. Wat motiveert Paulus?
5. Waarom past Paulus niet in gangbare beeld van de Korintiërs?
6. Wat is de doorn in het vlees van Paulus?
7. Waarover schrijft Paulus aan de Romeinen?
8. Wat zijn de vier thema’s?
Hoofdstuk 13: Opnieuw Jeruzalem
1. Waarom organiseert Paulus de inzameling voor Jeruzalem?
2. Wat gebeurt er onderweg naar Jeruzalem?
3. Hoe werd Paulus in Jeruzalem ontvangen?
4. Wat gebeurt er in Caesarea?
5. Wat zegt Paulus tegen Agrippa?
Hoofdstuk 14: Van Caesarea naar Rome – en verder
1. Wat is het Bijbelse beeld van de zee? Hoe komt dit terug in de tekst van Handelingen?
2. Hoe gedraagt Paulus zich tijdens de zeereis?
3. Hoe vergaat het Paulus in Rome?
4. Hoe is het volgens Tom Wright met Paulus afgelopen?
Hoofdstuk 15: Paulus blijft uitdagen…
1. Wat dreef Paulus?
2. Hoe kon Paulus zoveel bereiken?
3. Waarom is Paulus tegenwoordig niet populair?
Jezus heeft ons bestaan willen delen. Hij verbindt zijn leven met ons leven. Daarbij kiest Hij niet voor een leven onder de rijken en de machtigen. Hij kiest voor een leven onder de armen en de geringsten. Vandaag lezen we hoe Hij naar de tempel gebracht wordt. Samen met zijn moeder ondergaat Hij het reinigingsritueel. Als eerstgeborene wordt Hij aan God toegeheiligd. Het offer dat gebracht wordt, is het offer van de armen: twee tortels.
Zo laat Hij zich kennen: niet als groot en machtig, maar als arm en klein. Zoals Hij eerder in de kribbe werd gelegd, ligt Hij nu in de armen van Simeon. Jezus verbindt zijn leven met ons leven. Hij is in alles solidair met ons. In alles is Hij gelijk geworden aan zijn broeders en zusters. Hij deelt ook onze tegenslagen, ons lijden en ons sterven. Hij verbindt zich geheel met ons. Zo kunnen wij Hem ontmoeten en zo kunnen wij ons met Hem verbinden. Doordat wij met elkaar verbonden zijn en één gemeenschap vormen kan Jezus als één van ons onze voorman en leider zijn. Zo behartigt Hij – als een medelijdend en getrouw hogepriester – onze belangen bij God. Vanuit zijn nederigheid is Jezus een licht voor de heidenen en een glorie voor Israël. Hij is het heil voor alle volkeren. Hij brengt bevrijding aan Jeruzalem en aan heel de mensheid.
Het heil der mensen is niet veraf maar dichtbij. De mensgeworden Zoon van God is onder ons. Hij is voor ons toegankelijk en benaderbaar. Als mens is Jezus een medemens voor iedereen en kan iedereen een relatie met Hem aangaan. Ieder doet dat op zijn eigen wijze. Voor Simeon is er een andere weg dan voor Hanna. Simeon heeft een godsspraak van de heilige Geest ontvangen. Hem is de belofte gedaan dat hij de Gezalfde des Heren zal aanschouwen. Nu het moment daar is, wordt Simeon opnieuw door de Geest gewaarschuwd. De Geest drijft hem naar de tempel om daar Jezus te ontmoeten. Hoe anders is het verhaal van Hanna. Evenals Simeon heeft zij niet lang meer te leven. Maar zij hoeft niet door de Geest naar de tempel gedreven worden. Zij is er voortdurend. Zij dient God dag en nacht door vasten en gebed.
Simeon is een brave man: wetgetrouw en vroom. De ontmoeting met Jezus komt min of meer op zijn pad. Hij hoeft zich er niet voor in te spannen. Hij hoeft maar af te wachten en krijgt een seintje als het zover is. Hanna daarentegen heeft een zwaar leven achter de rug en is als vierentachtigjarige nog steeds driftig op zoek naar de Heer. Het is voor haar hard werken: vasten en bidden. Hoe verschillend deze twee mensen ook mogen zijn, er zijn ook belangrijke overeenkomsten. Beiden leven zij met hoop en in het vertrouwen dat God de wereld zal redden. Beiden staan zij open voor het mysterie en voor de ontmoeting met de Heer. Beiden kunnen zij zich niet stilhouden als zij het Heil aanschouwen. Simeon verkondigt Gods lof en Hanna spreekt over het kind tot allen die de bevrijding van Jeruzalem verwachten.
Zo mogen ook wij op zoek gaan naar Jezus en naar zijn rol in ons leven. Ieder doet dat op zijn eigen wijze, maar voor ons allen is het een weg van hoop en van vertrouwen. Als wij ons openstellen voor het mysterie zullen we de Heer ook daadwerkelijk in ons leven ontmoeten. Dan zullen wij in staat zijn Jezus werkelijk te leren kennen. Als leerlingen van Jezus willen ook wij dit geluk niet voor ons zelf houden. De ervaring van het heil en de genade brengen ons in beweging. Het is echter ook een ervaring die rust geeft. Zoals Simeon het verwoordt geeft het vrede en neemt het de angst voor lijden en sterven weg. Als wij kunnen leven zonder angst voor lijden en sterven als wij op deze manier rust vinden bij God dan is ons leven goed en gelukkig, dan is er ook geen noodzaak voor vroegtijdige beëindiging van ons leven, dan leggen we vol vertrouwen ons leven in Gods handen.
Leerling zijn van Jezus geeft rust, maar het maakt ook onrustig. Leerling zijn van Jezus betekent ook dat we niet kunnen zwijgen, dat we het goede nieuws, de Blijde Boodschap moeten verkondigen. Leerling zijn van Jezus betekent dat we ons geluk met anderen willen delen. Iedereen moet het weten want het heil is er voor alle volkeren, het heil is er voor alle mensen. Amen.
“De plaatselijke bevolking gedroeg zich buitengewoon vriendelijk: ze verwelkomden ons en staken een vuur aan omdat het was gaan regenen en het koud was.” En over het vertrek van Paulus en zijn reisgenoten lezen we: “Ze overlaadden ons met eerbewijzen en voorzagen ons bij ons vertrek van alles wat we nodig hadden.” Kortom: “Zij waren buitengewoon vriendelijk voor ons.” Gastvrijheid en vriendelijkheid het zijn daden van liefde. Paulus weet wat liefde is. Hij heeft Gods liefde nadrukkelijk ervaren. Hij kent de bevrijdende kracht van Gods liefde, die in Jezus Christus zichtbaar is geworden en in Hem aan heel de mensheid geopenbaard is. Voor Paulus is de verkondiging van het geloof in Jezus Christus en van zijn Blijde Boodschap een daad van liefde. Paulus wil de liefde die hij heeft ervaren, delen met alle mensen.
Dit verhaal uit Handelingen laat ook zien dat gastvrijheid en vriendelijkheid universele waarden zijn. Paulus is op zijn reizen op vele verschillende manieren verwelkomd. Hier proef je tussen de regels door, dat hem toch wel verbaast hoe buitengewoon gastvrij en vriendelijk zij op Malta worden ontvangen. In de heidense wereld was dat niet zo gebruikelijk. Maar hier zien we dat ook mensen die ze de Blijde Boodschap van Christus niet kennen, toch door concrete daden kunnen getuigen van Gods liefde. Ook hun gastvrijheid en vriendelijkheid maken iets duidelijk van Gods liefde.
Bij het lezen van dit verhaal over schipbreukelingen op de Middellandse Zee gaan de gedachten onwillekeurig uit naar de velen die in onze tijd deze zee opgaan en daar vervolgens schipbreuk lijden. Hoe gastvrij en vriendelijk is het huidige Europa, waar in alle uithoeken de Blijde Boodschap van Jezus Christus verkondigd is? Paus Franciscus sprak hier afgelopen woensdag over. In zijn catechese aansluitend bij de Week van de Eenheid zei hij het volgende. “Overal ter wereld ondernemen migranten, mannen en vrouwen, gevaarlijke reizen om te ontsnappen aan het geweld, om te ontkomen aan oorlog, om armoede te ontvluchten. Vaak kunnen ze niet aanleggen in havens. Spijtig genoeg ervaren ze ook de slechtere vijandigheid van mensen. Ze worden door misdadige smokkelaars uitgebuit. Vandaag! Door sommige overheden worden ze behandeld als nummers, als een bedreiging. Vandaag! Soms werpt de ongastvrijheid hen als een golf terug naar de armoede of naar de gevaren waaraan ze ontsnapt waren.”
We mogen ons daadwerkelijk afvragen: hoe christelijk is Europa nog? Sterker nog, wij moeten ons afvragen: hoe christelijk zijn wijzelf? Europa wordt toch echt niet geregeerd door alleen maar goddelozen. Hoe staat het met onze eigen gastvrijheid en vriendelijkheid? Tot hoever zijn wij in staat tot daden van liefde? Daarvoor moeten we niet alleen kijken naar onze bereidheid te geven. We moeten ook kijken naar onze bereidheid te ontvangen.
Gastvrijheid en vriendelijkheid zijn daden van liefde. Liefde bestaat alleen in relaties tussen mensen. Liefde is belangeloos geven en liefde is ook onvoorwaardelijk ontvangen. Wie geen liefde kan ontvangen, kan ook geen liefde geven. Ook iets van iemand ontvangen en daar werkelijk dankbaar voor zijn, is zeer zeker een daad van liefde. Daarmee toon je je afhankelijkheid en verbondenheid naar elkaar. Dankbaarheid bevrijdt ons van het idee van ‘voor wat hoort wat’. Zij bevrijdt ons van de verplichte wederkerigheid.
Wij hebben er vaak moeite mee, als iemand ons iets geheel belangeloos geeft. Hoe vaak hoor je niet iemand roepen bij het krijgen van een geschenk: “dat had je niet moeten doen”. Dat laatste zeg je misschien omdat je denkt dat je nu de ander iets schuldig bent, want ‘voor wat hoort wat’. Het geven is dan onderdeel van wederkerige afhankelijkheid, waarbij het van groot belang is dat het evenwicht tussen beide partijen blijft bestaan. Dit is een prima mechanisme als je met elkaar zaken doet of wanneer staatshoofden bij elkaar op bezoek gaan. maar daar gaat het vandaag niet over. Vandaag gaat niet over zaken doen, maar over daden van liefde. Kinderen gaan daar heel anders mee om. Kinderen roepen niet: “dat had je niet moeten doen”. Kinderen zijn meestal gewoon blij met wat ze krijgen. Ze zouden ook blij zijn als het cadeau twee keer groter zou zijn. Ze nemen een geschenk aan en zijn dankbaar. Ze vragen zich niet af wat ze terug moeten doen of wat er achter zit.
Daden van liefde verbinden mensen met elkaar. Ze maken onze onderlinge afhankelijkheid en verbondenheid zichtbaar. Daden van liefde bouwen een netwerk van liefde op. En zo ontstaat er een beschaving van liefde. De liefde vormt de kern van een christelijke beschaving. Zonder daden van liefde vallen we terug naar de tijd van het heidendom. Als wij voortdurend onafhankelijk van anderen willen zijn en steeds de nadruk leggen op onze zelfredzaamheid, als dat het hoogste doel in ons leven is en als we daarom niet willen ontvangen, kunnen we ook niet geven. Als al ons handelen bepaald wordt door het marktdenken, als we bij alles denken ‘voor wat hoort wat’, verdwijnt met de liefde ook het christendom uit onze cultuur. Dan zijn we terug bij af. Dan zullen we opnieuw heel de wereld rond moeten trekken om het goede nieuws aan ieder schepsel bekend maken.
Paulus heeft Gods liefde in zijn leven mogen ervaren. Hij was ook in staat de gastvrijheid en vriendelijkheid van de Maltezers te zien als een blijk van Gods liefde voor alle mensen. Paulus heeft deze liefde beantwoord met wonderbaarlijke genezingen die God door Paulus bewerkt. Paulus beantwoordt de liefde – niet in de zin van ‘voor wat hoort wat’ – maar omdat liefde steeds weer liefde oproept.
Vandaag zijn wij hier als christenen van verschillende kerken in liefde met elkaar verbonden. Vanuit die liefde die God ons geeft, mogen wij weer liefde aan onze medemensen schenken. Straks kunnen wij in deze viering onze gastvrijheid en vriendelijkheid en onze verbondenheid met vluchtelingen tastbaar maken. Amen.
Jezus en Johannes de Doper zijn achterneven van elkaar. Hun moeders Maria en Elisabeth zijn elkaars nichten. Lucas vertelt ons dat Maria Elisabeth bezoekt als zij zwanger is van Johannes. Verder weten we niet hoe de twee achterneven met elkaar omgingen. Zagen ze elkaar regelmatig? Zijn ze samen opgegroeid? Ze woonden in hun jeugd op een flinke afstand van elkaar: Jezus in Nazareth en Johannes ergens in het bergland van Juda. Dat vroeg een voetreis een enkele dagen. Dus zullen ze elkaar zeker niet dagelijks gezien hebben. Wat we wel met enige zekerheid kunnen aannemen, is dat ze beiden ieder jaar voor het joodse Paasfeest naar Jeruzalem reisden. Zo’n jaarlijkse bedevaart is natuurlijk een gelegenheid bij uitstek om de familiebanden te onderhouden en te versterken. Lucas schrijft dat Johannes van vreugde opsprong in de buik van zijn moeder op het moment dat Maria en Elisabeth – beiden zwanger – elkaar ontmoeten. Elisabeth zal dit later vast aan haar zoon verteld hebben en hem ook verteld hebben welke bijzondere ervaring deze ontmoeting voor haar was. Zo wist Johannes al jaren dat zijn achterneef Jezus een bijzondere man is.
En dan is daar dat moment bij de Jordaan. Twee mannen – nu beiden dertigers –ontmoeten elkaar weer. Johannes weet zich geroepen zijn volk op te roepen tot bekering. Over zichzelf zegt Johannes: “Ik ben, zoals de profeet Jesaja het uitdrukt, de stem van iemand die roept in de woestijn: Maakt de weg recht voor de Heer!” Johannes ziet zichzelf als de wegbereider voor iemand die groter is dan hij. Dan komt daar Jezus aan en vraagt aan Johannes om gedoopt te worden. In de Evangelie volgens Matteüs hoorden we vorige week, dat Johannes dit eigenlijk niet wil. Niet hij moet Jezus dopen, maar Jezus moet hem dopen.
Ik probeer me dat voor te stellen. Johannes staat daar in de Jordaan vol overtuiging de mensen te dopen en dan komt daar zijn achterneef aan lopen. Hij kent hem van de Paasfeesten in Jeruzalem en hij kent Hem uit de verhalen van zijn moeder Elisabeth. Jezus vraagt aan Johannes “wil je Mij ook dopen” en Johannes heeft het gevoel ‘hier klopt iets niet’ en hij protesteert. Maar Jezus houdt aan en Johannes geeft toe.
Vandaag horen we Johannes getuigen van deze gebeurtenis. Weer komt daar zijn achterneef aanlopen. Maar nu zijn Johannes de ogen opengegaan. Destijds wist hij niet wat hij met Jezus aan moest. Hij zegt daarover: “Ook ik kende Hem niet.” Johannes kende Jezus wel als mens, maar hij kende Hem niet als de Zoon van God. Dat gebeurde tijdens de doop in de Jordaan. Toen zag Johannes de Geest van God op Jezus neerdalen en blijven rusten. Plotseling dringt het tot Johannes door: Hij is het!
Johannes heeft hier een ervaring die wij mensen allemaal wel eens hebben. Plotseling valt het kwartje. Plotseling zie je wat er aan de hand is. Plotseling besef je dat die aardige vriendin je vrouw moet worden. Plotseling weet je dat die collega van de vierde etage je man moet worden. Plotseling weet je wat je met je leven aan moet, wat je roeping is. Daar kunnen vele jaren aan vooraf gaan. Jaren van zoeken, jaren van vermoeden maar niet zeker weten, jaren van de moed niet hebben om een radicale keuze te maken. Het zijn jaren die we nodig hebben om wijzer te worden, te rijpen en te groeien, jaren om tot een werkelijke overtuiging te komen. Het zijn zeker geen verloren jaren, ook al snap je later niet dat het zolang moest duren. Vaak hebben we zetje nodig om de juiste weg in ons leven te vinden. Iemand spreekt lovende woorden over die collega van de vierde etage en jij krijgt een kop als een boei. Plotseling is daar het moment dat het kwartje valt. Je ziet iets op de televisie of je leest een boek en dan dringt tot je door wat jou te doen staat, wat jouw roeping is.
Zo kan het ook gaan met het geloof. Je wist altijd al dat er wel “iets” moest zijn, maar je begreep het niet. Je hebt een vaag gevoel, maar het wil maar niet concreet worden. Dan kom je iemand tegen die je over Jezus vertelt en wat Jezus voor hem betekent. Plotseling dringt het tot je door dat het zogenaamde “iets” heel concreet is: Hij is het! Jezus Christus is de Zoon van God. In Hem zie je God zelf. Hij is de openbaring van de liefde van God. Jezus maakt je vrij. Jezus is je weg door het leven. Plotseling gebeurt dat wat ook Johannes de Doper overkwam.
Zo’n moment van bekering is er niet alleen voor onkerkelijken. Ook wij katholieken hebben wel eens zo’n ervaring nodig. Ons geloof kan een gewoonte worden, een sleur. We doen braaf wat er van ons gevraagd wordt, maar de bezieling ontbreekt. Dan wordt het hoog tijd voor een nieuwe kennismaking met Jezus. Willen wij werkelijk zijn leerlingen en volgelingen zijn is het nodig Hem steeds weer opnieuw te ontmoeten. Het vraagt dat we Hem steeds weer opnieuw leren kennen. Steeds weer zullen we Hem ook weer met andere ogen zien. Telkens weer krijgt Hij dan weer een nieuwe betekenis voor ons.
Het is zoals met die collega van de vierde etage. Ook als je gelukkig met elkaar getrouwd bent, moet je blijven werken aan je relatie en elkaar steeds weer opnieuw vinden. Dat geldt ook voor ons leerling zijn en voor onze relatie met Jezus. Amen.