Spring naar inhoud

Vierde zondag Veertigdagentijd – 15 maart

Johannes 3,14-21

“Wie in Hem gelooft wordt niet geoordeeld.” (Joh 3,18)
Christus is niet gekomen om te oordelen.
Hij is gekomen om ons te redden.
Als wij in Hem geloven, zijn wij gered.
Als wij in Hem geloven, hebben wij Hem lief.
Als wij Hem liefhebben, hebben wij onze naaste lief.
“Iedereen die liefheeft,
is een kind van God en kent God.” (1 Joh 4,7)
Wie niet gelooft en niet lief heeft, sluit zichzelf buiten
en veroordeelt daarmee zichzelf.
Wie leeft in liefde en waarheid, wandelt in het licht.
Zijn daden gaan van God uit.
Het zijn daden van liefde.
Zij brengen licht in de duisternis.

Maandag vierde week Veertigdagentijd – 16 maart

2 Kronieken 36,14-16.19-23

Israël wordt bevrijdt uit de ballingschap.
Het volk keert terug naar Jeruzalem
en gaat daar opnieuw een tempel bouwen voor God.
Het is God zelf die hen verlossing brengt
en terugvoert uit de ballingschap.
Ook in de vreemde hebben zij Gods trouw ervaren.
Hij alom aanwezig en schenkt overal zijn liefde.
Maar zij zijn Jeruzalem niet vergeten.
Hun droom gaat in vervulling.
“De Heer bracht Sions ballingen terug:
het was alsof wij droomden.” (Psalm 126,1)

Dinsdag vierde week Veertigdagentijd – 17 maart

Efeziërs 2,4-10

Onze redding danken wij aan het bloed van Christus:
zijn lijden en sterven aan het kruis.
Door Hem krijgen wij vergeving van de zonden.
Met Hem worden wij tot leven gewekt.
Met Hem zullen wij eeuwig leven.
Hij verlost heel de schepping.
Hij geeft en openbaart Gods liefde.
In Christus laat God zich kennen.
In Hem wordt de openbaring volledig.
Alles krijgt zijn bestemming
en komt in Hem tot eenheid en harmonie.
In Christus komen wij tot het geloof.
Hij is het Licht der wereld.

Woensdag vierde week Veertigdagentijd – 18 maart

Wellust (hoofdzonden 5)

De schepping is vol schoonheid.
Al het goede en schone is er om in vrijheid van te genieten.
Het genot draagt bij aan ons menselijk geluk.
Wat zijn de grenzen van het genieten?
Wanneer wordt genieten een obsessie?
Wanneer verworden wij tot slaaf van het genot,
verliezen wij onze vrijheid
en zijn we niet meer in staat het goede te doen?
Genieten kan ten koste van anderen gaan
en hen tot middel degraderen.
Dan maken we elkaar niet gelukkig maar ongelukkig.

Heilige Jozef, hoogfeest – 19 maart

Kennis (gaven van de Geest 5)

Wij leren op school. Wij leren van het leven.
Sint Jozef heeft zijn weg moeten vinden
als dienaar van het heilswerk van Jezus,
die hem als een zoon werd toevertrouwd.
Evenals Sint Jozef leren wij door de Geest, die in ons woont.
Hij geeft ons kennis van goed en kwaad.
Hij brengt ons tot verwondering.
en opent ons voor de schoonheid van de schepping.
“Gij doet hem het werk van uw handen beheren
en alles hebt Gij aan zijn voeten neergelegd.” (Psalm 8,7)
Al het goede en schone is aan ons toevertrouwd.
Hij heeft ons aangesteld
als de beheerder van zijn schepping.

Vrijdag vierde week Veertigdagentijd – 20 maart

De zieken verzorgen (barmhartigheid 5)

“Simon slaapt ge?
Ging het dan uw krachten te boven één uur te waken?” (Mc 14,37)
Petrus kon het niet.
Wij sluiten onze ogen voor het lijden.
Ziek zijn en lijden:
wij willen het niet zien.
We stoppen het weg.
Dat maakt de zieke eenzaam,
onbegrepen en overbodig.
Hij verliest zijn menselijkheid:
wordt een probleem, een geval.
En de zieke? Hij schreeuwt om liefde.

Zaterdag vierde week Veertigdagentijd – 21 maart

Matigheid (deugden 5)

Wat en hoeveel heb ik zelf nodig.
Als ik mezelf vergeet,
vergeet ik ook de ander.
Als ik mezelf niet liefheb,
kan ik ook de ander niet liefhebben.
Als ik alleen maar aan mezelf denk,
denk ik niet aan de ander.
Heb ik voldoende en ben ik gelukkig
of moet ik nog meer?
Hoeveel schepping vraag ik voor mijzelf?
Is er na mij nog leven mogelijk op aarde?
Hoe ver gaat mijn verantwoordelijkheid?

Vijfde zondag Veertigdagentijd – 22 maart

Johannes 12,20-23

“Als de graankorrel niet in de aarde valt, blijft hij alleen;
maar als hij sterft, brengt hij vele vruchten voort.” (Joh 12,24)
Wij zijn zo gehecht aan het leven.
Al gaat onze hoop en verlangen uit naar het eeuwig leven,
wij weten wat we hebben en genieten van ons leven.
De toekomst is in nevelen gehuld.
Zij komt ons vreemd en onbekend voor.
Alleen als we durven los te laten, is er toekomst.
Alleen als wij zelf een stapje terug doen,
komt de ander tot bloei
en maakt hij ons gelukkig.

Maandag vijfde week Veertigdagentijd – 23 maart

Jeremia 31,31-34

God sluit met ons in Christus een nieuw verbond.
“Dit is de beker van het nieuwe, altijddurende Verbond,
dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten
tot vergeving van de zonden.”
Voor eens en voor altijd is de weg naar vergeving geopend.
Jezus Christus heeft deze weg voor allen begaanbaar gemaakt.
Zoals Israël eens uit Egypte werd bevrijd,
zo is nu voor ieder de weg naar God geopend.
Iedereen kan Hem leren kennen.
“Leer de Heer kennen.
Want iedereen, groot en klein kent Mij dan (…)
Dan vergeef Ik hun misstappen,
Ik denk niet meer aan hun zonden.” (Jr 31,34)

Dinsdag vijfde week Veertigdagentijd – 24 maart

Hebreeën 5,7-9

Jezus Christus heeft zijn leven geofferd voor ons.
Hij is onze hogepriester.
Zijn offer is voor eens en altijd.
Hij offerde luid roepend en huilend zijn gebeden aan God.
Hij ging de weg van menselijk zwakheid en van dood en verdrukking.
Hij is het lijden niet uit de weg gegaan.
Hij ging ons voor op de weg van gehoorzaamheid aan God.
Hij werd de volmaakte mens.
God heeft Hem verhoord en uit de doden doen opstaan.
Christus is innig verbonden met God en volledig solidair met ons.
Hij is werkelijk onze enige middelaar bij God.