Spring naar inhoud

Aankondiging van de Heer, hoogfeest – 25 maart

Gulzigheid (hoofdzonden 6)

We kunnen onverzadigbaar zijn.
Dit doet mij goed, doe er nog maar een.
Het verlangen naar genot is mateloos.
Steeds wil ik meer.
Alles wil ik en wel direct.
Gulzigheid leidt tot verslaving.
Het evenwicht is zoek en de vrijheid verloren.
Het verlangend uitzien is vervangen door onmiddellijke bevrediging.
Wachten en uitzien naar het Rijk Gods wordt dan onmogelijk.
Wij hebben zo weinig geduld.
“Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?” (Gerard Reve)
Aan de heilige Maria werd de geboorte van Jezus aangekondigd.
Zij is voor ons een voorbeeld van geduld en verlangend uitzien.

Donderdag vijfde week Veertigdagentijd – 26 maart

Vroomheid (gaven van de Geest 6)

Vroomheid klinkt ouderwets.
Tegenwoordig spreken we van spiritualiteit.
De Geest, die in ons woont,
doet ons leven voor het aangezicht van God.
Alles doen wij in innige verbondenheid met Hem.
“Iedereen die liefheeft,
is een kind van God en kent God.” (1 Joh 4,7)
Leven voor het aangezicht van God, leven in zijn Licht
brengt ons tot daden van liefde.
De heilige Geest maakt ons
tot liefdevolle en gelovige mensen.
Hij inspireert ons tot liefde en geloof.

Vrijdag vijfde week Veertigdagentijd – 27 maart

De gevangenen bezoeken (barmhartigheid 6)

Jij bent het kwaad
Jij bent niet normaal.
Zo kan ik niet zijn.
Zo zijn normale mensen niet.
Jij bent het zwarte schaap, de uitgestotene.
Onze kudde blijft van smetten vrij.
Maar Hij is de goede Herder. (zie Joh 10,11)
Hij verwerpt de zonde, niet de zondaar.
Hij zoekt de zondaar op
en komt hem tegemoet met liefde,
met genade en vergeving.
Hij biedt perspectief en toekomst.

Zaterdag vijfde week Veertigdagentijd – 28 maart

Rechtvaardigheid (deugden 6)

Betaal ik een rechtvaardig loon
waarvan de ander kan leven?
Betaal ik een rechtvaardige prijs,
betaal ik voor alle kosten van arbeid en milieu?
Krijgt ieder zijn deel?
Leef ik niet ten koste van een ander?
Leef ik niet ten koste van de komende generaties?
Laat ik anderen delen in mijn geluk,
mijn bezit, mijn talenten
en in alles wat dat mij oplevert?

Palmzondag – 29 maart

Marcus 11,1-10

“Gezegend de Komende in de naam des Heren.” (Mc 11,9)
Als een koning wordt Jezus binnengehaald en gehuldigd.
Onze Koning van nederigheid
zit op het veulen van een ezel.
Hij is onze Herder,
de goede Herder die zijn schapen kent. (zie Joh 10,14)
Hij is onze weg, onze waarheid, ons leven. (zie Joh 14,6)
Hij is onze hoop, ons verlangen.
Hij is met ons alle dagen van ons leven. (zie Mt 28,20)
Hij is ‘nu al’ en Hij is ‘nog niet’.
Eens kwam Hij in nederigheid,
als het Kind in de kribbe.
Ooit zal Hij komen in heerlijkheid.
Wij verkondigen zijn dood, totdat Hij komt.

Maandag Goede week – 30 maart

Jesaja 50,4-7

Jezus Christus is de Messias,
Hij is de Knecht van de Heer.
God heeft Hem leren spreken,
aan Hem zijn boodschap geopenbaard.
Hij luistert naar iedere mens
en neemt hun lijden en hun schande op zich.
Hij is volledig solidair met ons.
God zal Hem redden.
Zijn vertrouwen in God wordt niet beschaamd.
God doet Hem leven in eeuwigheid.

Dinsdag Goede Week – 31 maart

Filippenzen 2,6-11

Gods Zoon is aan de mensen gelijk geworden.
Hij heeft ons leven en lijden op zich genomen.
Hij is de minste van allen geworden.
Alleen Hij is aller slaaf.
Hij heeft alles gegeven.
Hij was gehoorzaam tot de dood aan het kruis.
God heeft Hem weer ten leven gewekt
en Hem opgenomen in zijn heerlijkheid.
Hij is onze Redder, onze Verlosser.
Hij is onze Heer.
Hij is het Licht der wereld.
Op Hem is onze hoop gericht.
“Looft de Heer, goedertieren is Hij,
tot in eeuwigheid is zijn genade.” (Psalm 118,1)

Woensdag Goede Week – 1 april

Gemakzucht (hoofdzonden 7)

Kan ik er wat aan doen?
Het zijn de anderen die kwaad willen.
Het gaat mijn macht te boven.
Het zijn de zondige structuren in deze wereld.
Iedere mens maakt deel uit van een groter geheel.
Ieder heeft daarin zijn eigen rol
en zijn eigen verantwoordelijkheid.
Wij vormen samen één lichaam.
Niemand kan zeggen:
Ik kan niets bijdragen aan het geluk van anderen.
Iedereen kan een goed mens zijn.

Witte Donderdag – 2 april

Ontzag voor God (gaven van de Geest 7)

Innig met elkaar verbonden door de liefde.
Soms worden er dan grenzen overschreden.
De ander wordt toegeëigend.
Ook onze liefdesrelatie met God vraagt om respect voor Hem.
Hij woont in ons,
maar Hij is daarmee geen deel van ons.
Wij kunnen Hem niet bezitten
en naar willekeur over Hem en zijn werkende kracht beschikken.
De Geest, die in ons woont,
maakt ons dankbaar en vol ontzag voor wat Hij aan ons doet.
Christus geeft zichzelf als voedsel voor ons, als Brood en Wijn.
“Adoro te devote.” (Thomas van Aquino)
Ik aanbid U met eerbied.

Goede Vrijdag – 3 april

De doden begraven (barmhartigheid 7)

Jezus wordt in een nieuw graf gelegd.
De joodse traditie leert ons
dat de doden begraven de grootste daad van liefde is.
Je weet zeker dat de ontvanger
je niets terug zal kunnen geven.
De dood hoort bij het leven.
Ook onze dierbare overledenen
behandelen wij met zorg en respect.
Hun dode lichaam was de tempel van de heilige Geest.
Met hun lichaam stonden zij in relatie met ons.
Met hun lichaam konden zij van ons houden
en wij van hen.