Afgelopen vrijdag zag ik op Facebook een cartoon die mij aansprak. Het is een afbeelding van een groepje mensen die allemaal een Bijbel in hun hand hebben. Tegenover hen staat Jezus. Jezus zegt tegen hen: “Het verschil tussen mij en jullie is dat jullie de Bijbel gebruiken om te bepalen wat liefde betekent, terwijl ik de liefde gebruik om te bepalen wat de Bijbel betekent.” Zo’n cartoon kun je natuurlijk op allerlei manieren interpreteren. Een mogelijke interpretatie die bij mij opkwam, is dat het niet gaat om de letter om de geest van de wet.
Waar ik vandaag echter bij stil wil staan, is de rol van de liefde, de betekenis van de liefde in ons christelijk leven. Op basis van de cartoon kan de volgende vraag gesteld worden. Moeten we uit de Bijbel leren wat liefde is of is de liefde aangeboren? Uit de cartoon kunnen we concluderen dat liefde aangeboren is. Je hebt de Bijbel niet nodig om te weten wat liefde is. Je hebt de liefde al en juist daardoor kun je de Bijbel lezen en begrijpen.
God is liefde en wij zijn naar zijn beeld geschapen. De liefde is ons aangeboren. Het is een van de talenten die ons gegeven zijn. Paulus heeft het in zijn brief over de gave van de liefde. De ons gegeven talenten en gaven moeten wij zelf verder ontwikkelen. We moeten ze vruchtbaar maken in ons leven en gebruiken om anderen gelukkig te maken. Paulus helpt ons daarbij door uit te leggen hoe liefde zich uit en wat liefde allemaal kan doen. Liefde is aangeboren, maar het gaat nog verder dan dat alleen. Liefde wordt ons ook telkens weer opnieuw gegeven. Gods liefde voor ons is overvloedig en eindeloos, en zij is er telkens opnieuw.
We moeten nog even terug naar vorige week zondag. Toen hoorden we Jezus voorlezen uit de profeet Jesaja: “De Geest des Heren is over Mij gekomen, omdat Hij Mij gezalfd heeft. Hij heeft Mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden dat zij zullen zien: om verdrukten te laten gaan in vrijheid, om een genadejaar af te kondigen van de Heer.” Jezus betrekt deze tekst op zichzelf. Hijzelf is degene waarover de profeet Jesaja spreekt. “Het Schriftwoord dat gij zojuist gehoord hebt is thans in vervulling gegaan.” Om genade en liefde te brengen, is Jezus gezalfd en gezonden. Met de zalving met de Gods Geest heeft Hij genade en liefde ontvangen. Zo is Hij toegerust om zijn opdracht uit te kunnen voeren.
Wij zijn met ons Doopsel en Vormsel gezalfd. Wij zijn op dezelfde wijze als Jezus gezalfd om gezonden te worden. De liefde en de genade die wij van God ontvangen door de sacramenten, maken ons gelijkvormig aan Jezus Christus. Ook wij zijn in staat de Blijde Boodschap met liefde te verkondigen. Zo kunnen ook wij de mensen om ons heen Gods genade laten ervaren.
In plaats van God, zelf brenger van liefde en genade zijn, dat ging de bewoners van Nazaret te ver. Zij waren trots op hun stadsgenoot omdat Hij een goede leraar was. Hij kon goed uitleggen wat er zoal in de Bijbel staat over liefde en genade. Maar zelf een bron van liefde en genade zijn, dat is toch even iets anders. Dan krijg je reacties als ‘doe even normaal, zoon van Josef’ en ‘bemoei je met jezelf’.
Vertellen over wat de Bijbel over liefde en genade te zeggen heeft, is een veilige manier van doen. Het is veilig voor de spreker en het is veilig voor de luisteraar. Je kunt er een goed gesprek over hebben. Je kunt ook ernstig van mening verschillen zonder dat dat de sfeer bederft. Uiteindelijk heb je het over iets dat buiten je staat. Zelf sta niet ter discussie. Dat wordt anders als je zelf een bron van liefde en genade wordt. Dan ben je zelf in het geding. Dan ben je er met heel je wezen bij betrokken. Paulus laat ons zien wat het met je doet, als je de liefde hebt.
Maar dit geldt ook voor degene tot wie jij je richt. Nu is het geen vrijblijvend gesprek meer. Nu zit je elkaar dicht op de huid. Nu wordt de ander aangesproken door iemand die werkelijk om hem geeft. Ook de luisteraar, degene die aangesproken wordt, is nu een betrokkene die iets moet doen. Nu is het niet langer een verstandelijk gesprek. Nu is naast het hoofd ook het hart in het geding. Beide partijen zijn er nu met heel hun wezen bij betrokken en dat maakt de situatie een stuk heftiger en ook emotioneler.
De bewoners van Nazaret werden boos. Dat kan ons ook overkomen. Liefde uitstralen kan als tamelijk irritant worden ervaren. Maar de reactie kan natuurlijk ook positief zijn. Hoe vaak wordt liefde niet met liefde beantwoordt. In dat geval is er een wereld gewonnen, want dan kun je het werkelijk hebben over de Blijde Boodschap en over wat Jezus en God voor je betekenen. Wij allen zijn gezalfd om de Blijde Boodschap met liefde te verkondigen. Wij staan daar niet alleen voor. Jezus heeft ons gezegd dat Hij altijd bij ons zal zijn en dat zijn Geest onze Helper is.
Jezus vertelde niet alleen over liefde en genade. Hij is liefde en genade en Hij vraagt ook ons om liefde en genade te zijn. Amen.
Auteur: Cees Buisman
Titel: De mens is geen plaag: Over het gevaar van een onttoverde wereld
Uitgever: Bornmeer, 2018, derde druk
Prijs: € 15,-
ISBN: 978-90-5615-439-4
Aantal pagina’s: 148
“De technocratische oplossingen blijken averechts te werken. Ze maken ons niet gezonder, ze laten ons op zijn hoogst wat langer leven. Ze verbruiken veel meer water dan de oude technologieën. En het zijn elitetechnologieën die nog uitgaan van een wereldvisie waarin we niet hoeven te delen.” Cees Buisman ziet niet de omvang van de wereldbevolking als een probleem, maar de westerse manier van denken. Hij citeert Mahatma Gandhi: “There is enough for everybody’s needs, but not every everybody’s greed.” Ook een wereldbevolking van tienmiljard mensen kan goed gevoed worden, maar niet op een wijze zoals wij westerlingen gewend zijn. Een dergelijke levenswijze voor iedereen betekent dat een miljard mensen al te veel zijn om duurzaam te kunnen voeden. Hierbij ziet hij de eindige hoeveelheid zoet water als een groter en ingewikkelder probleem dan het broeikaseffect.
Buisman is optimistisch. Hij ziet het bewustzijn van de mens, persoonlijk en gemeenschappelijk groeien en steeds minder egocentrisch worden. Dit maakt het mogelijk tot een nieuwe visie te komen, waarin met elkaar delen voorop staat: meer solidariteit en minder afgunst en hebzucht. We moeten ook accepteren dat de wetenschap niet op alles een antwoord heeft en dat de maakbaarheid van ons bestaan beperkt is. Daartegenover staat de visie “dat de mens moet leren leven met het grote mysterie waar we vandaan komen.” De wereld is meer dan alleen de objectieve waarheid van de wetenschap. De huidige wetenschap en techniek zijn eerder de oorzaak van de milieuproblemen dan dat ze er een oplossing voor bieden. Hij doet een voorzet voor een duurzame natuurlijke technologie. Hierbij ligt de uitdaging er juist in om gebruik te maken van de oneindige complexiteit van de natuurlijke processen. “Een technologie die zich karakteriseert door mee te werken met de natuur in plaats van ertegenin te gaan.” Buisman pleit voor een zinvol leven in plaats van met zelfzuchtig gedrag het geluk na te streven. Het gaat om geven in plaats van nemen. Het gaat er ook niet om zo lang mogelijk te leven. De dood is onderdeel van het mysterie en niet het gevolg van een technische onvolkomenheid.
Buisman richt zich op een breed publiek, seculier en religieus. Hij onderbouwt zijn betoog met vele feiten en illustreert het met sprekende voorbeelden. Hij geeft concrete oplossingen aan en ook een serie praktische tips voor een duurzame wijze van leven. Bij zijn levensbeschouwelijke ideeën zijn vraagtekens te plaatsen, maar dat doet niets af aan het belang van dit zeer leesbare boek.
Op 14 december 2018 gepubliceerd op de website Kerk en Milieu.
Het afgelopen kerkelijk jaar was door onze bisschop uitgeroepen tot Jaar van Gebed. In Kerk aan de Vliet hebben we het bidden van verschillende kanten belicht. Verschillende vormen van bidden zijn aan de orde geweest. Bidden kun je alleen en bidden kun je in gemeenschap, maar altijd is er het bewustzijn van de aanwezigheid van God.
Mijn gedachten gingen uit naar mijn kindertijd. Er werd in ons gezin veel gebeden: voor en na de maaltijden en ’s avonds de Rozenkrans. Het kortste gebed dat ik mij herinner, is van mijn grootvader, pake Pier. In de hooitijd waren hij en mijn ooms druk bezig het hooi te verzamelen en naar de schuur te brengen. Een of meer tantes kwamen dan met boterhammen en thee naar het land. Mijn grootvader bad dan: “Heer, u weet dat wij u danken. Amen.”
In de tijd dat ik in het bedrijfsleven werkte stond ik regelmatig in de file. Zeker de file ’s avonds op weg naar huis was een moment van bezinning. Niet dat ik daarbij voortdurend God in gedachten had, maar het was een duidelijk moment van rust. Dit kwam de omschakeling van werk naar thuis zeker ten goede.
Ten slotte wil ik u wijzen op de diaconale kant van het gebed. Bidden voor anderen is ook een daad van liefde. Met het gebed verbinden wij ons met de noden van onze naaste. Goed doen voor een ander vraagt altijd het aanvullende gebed. Zo worden wij ons ervan bewust dat we problemen niet op eigen kracht de wereld uit helpen. Dat ons handelen altijd te kort schiet en we Gods hulp maar al te zeer nodig hebben.
Artikel in Kerk aan de Vliet oktober/december 2018
Auteur: Miranda Middag-Turato
Titel: Dichter bij Jezus: Mattheüs gedicht
Uitgever: MMT, 2018
Prijs: € 19,95
ISBN: 978-90 829123 0 2
Aantal pagina’s: 222
Miranda Middag grijpt terug naar het Middeleeuwse genre van de Rijmbijbel. Door de tekst in dichtvorm te gieten maakt zij het Evangelie volgens Mattheüs toegankelijk voor hen die minder vertrouwd zijn met de Bijbel. Met enige vrijheid volgt zij de tekst van Mattheüs. Hier en daar vult zij de tekst aan met toelichtingen op niet-alledaagse woorden, begrippen en situaties.
De gemakkelijk toegankelijke en eenvoudige taal maakt het boek zeer geschikt voor een eerste kennismaking met het verhaal over Jezus. De teksten lenen zich ook voor gebruik in laagdrempelige liturgie zoals kindervieringen.
“Zorgt er voor dat uw geest niet afgestompt raakt door een roes van dronkenschap en de zorgen van het leven…” Afgestompt worden door de zorgen van het leven. Dat kan maar zo. Als we om ons heen kijken zien we dat iedereen voortdurend druk is met de zorgen van het leven. Druk, druk, druk… Het is een gevleugelde kreet in onze maatschappij. Als je niet druk bent, tel je niet echt mee. Maar waar blijft de tijd voor reflectie? Waar blijft de tijd voor aandacht voor elkaar? Waar blijft de tijd voor hoop en verwachting? Waar blijft de tijd voor gebed? Kijken we überhaupt wel uit naar de komst van de Heer?
Vandaag gaat het over de komst van Christus aan het einde der tijden. Maar het gebruikte beeld is ook van toepassing op ons eigen leven en op onze eigen sterfelijkheid. In de Handelingen der Apostelen lezen we over de marteldood van Stefanus. Vlak voor Stefanus sterft, roept hij uit: “Ik zie de hemel open en de Mensenzoon staande aan Gods rechterhand.” (Hnd 7,56) Stefanus ziet aan het einde van zijn leven, op het moment van zijn sterven de Mensenzoon verschijnen in heerlijkheid. Het beeld van de komst van de Mensenzoon in zijn heerlijkheid is hier van toepassing op één enkele mens. Te midden van zijn lijden openbaart de Mensenzoon zich aan Stefanus. Wij mogen het beeld van het einde der tijden en van de komst van de Mensenzoon in heerlijkheid, dus direct op ons eigen leven en op onze eigen sterfelijkheid betrekken.
Jezus roept ons op tot waakzaamheid en tot gebed. Dat vraagt dat we ons niet laten bedelven onder de zorgen van het leven, dat ons daardoor niet volledig in beslag laten nemen. Naast de zorg van het leven waarschuwt Hij ons voor een roes van dronkenschap. Ik moest denken aan de bijlage van De Volkskrant van vorig weekeinde. Op de voorpagina van deze bijlage staat: “Plop! We feesten ons te pletter, niet alleen omdat het kan, maar ook omdat het moet…”
In het redactioneel wordt het thema nader omschreven. Hier vinden we een opsomming van hedendaagse feesten: Een gala om de basisschooltijd af te sluiten, een sweet sixteen, een 21-diner, een huwelijk in de vorm van een driedaags festival, een begrafenis met salsadans, het moment dat je kind één meter lang is en het einde van een burn-out. Bladerend door de verschillende artikelen vallen mij de volgende zaken op. Er is sprake van een complete feestindustrie. Een feest moet niet alleen maar leuk zijn, maar er ook mooi uitzien. Het moet steeds weer origineel zijn en steeds extremer. Men moet elkaar overtreffen en dat mag steeds meer geld kosten. En dat alles geldt ook voor de kinderfeestjes.
Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin en in een katholieke enclave in Friesland. Ik ben eraan gewend dat elke gelegenheid die zich voor doet, wordt aangegrepen om het leven te vieren. Maar de feesten van mijn jeugd lijken in het geheel niet op wat ik in deze bijlage van De Volkskrant tegenkom. De feesten van mijn jeugd verliepen altijd volgens vaste patronen. Juist geen originaliteit maar een vaste vorm waarin iedereen zich thuis voelde en waarbinnen er volop ruimte was voor aandacht voor elkaar. Geen nadruk op het individu maar op de gemeenschap. De eerste keer dat Joke, mijn vrouw, mij vergezelde op een huwelijksfeest in mijn geboortedorp, wilde zij van tafel tot tafel te gaan om met verschillende mensen een praatje te kunnen maken. Mijn jongste broer wees haar terecht. Dat doen wij hier niet. Je doet het met de mensen met wie aan tafel zit. Je gaat dus niet op zoek naar waar het leuk is voor jezelf. Nee, je bent deel van een gemeenschap.
Feesten zijn van alle tijden, maar hoe feest je: Ben op jezelf gericht of gericht op de ander? Is het alleen maar genieten of is het ook een uiting van dankbaarheid? Genieten is tegenwoordig een opdracht. Dat geldt zeker ook voor de generatie waartoe ik zelf behoor. Hoe vaak hoor ik niet zeggen: ik ben met pensioen, nu ga ik genieten. Moeiteloos maakt men de overstap van de zorgen van het leven naar een roes van genieten.
Waarom kiezen we er niet voor gewoon te leven in plaats van ons te verliezen in werk of in genieten. Jezus zegt ons: weest waakzaam en bidt. Het gaat erom om het leven in zijn volheid te leven, om de combinatie van zorg voor het leven, aandacht en zorg voor elkaar, waakzaamheid, reflectie en gebed, leven met hoop en vertrouwen, leven in het besef van de komst van de Heer. Juist een evenwichtig leven brengt ons vreugde. Dan is genieten geen opdracht, maar een geschenk. Dan beperkt het genieten zich niet tot de feesten maar is het deel van ons hele leven en is het zelfs aanwezig op de momenten van droefenis en tegenslag. Dan openbaart de Mensenzoon zich ook aan ons. Amen.
Zo op het eerste gezicht hebben de schriftgeleerde en Jezus een aangenaam gesprek over een belangrijk onderwerp: Wat is het allereerste gebod? Als we tekst wat beter bestuderen, valt het op dat de mannen wel heel erg beleefd en vleiend naar elkaar zijn. Toen was en nog steeds is overdreven beleefdheid en overdreven vleierij geen teken van verbondenheid, maar juist van afstand scheppen. Als we het hele hoofdstuk uit het Evangelie volgens Marcus bekijken, zien we dat gesprek volgt op twee andere gesprekken. Eerst proberen farizeeën en herodianen Jezus te vangen met een strikvraag over het betalen van belasting aan de keizer. Daarna komen er sadduceeën met een vraag over de opstanding.
Beide keren weet Jezus de vragen juist te pareren en de vragenstellers erop te wijzen wat de essentie is van de problematiek die zij aan Hem voorleggen. De schriftgeleerde heeft het gehoord en probeert het op zijn manier door te vragen wat het allereerste gebod is. Ook de afsluiting van de tekst van vandaag maakt duidelijk dat er geen sprake is van vriendschap maar van vijandigheid. “En niemand durfde Hem nog een vraag stellen.” Deze opmerking maakt duidelijk dat hun opzet mislukt is en dat de drie gesprekken bij elkaar horen en één verhaal vormen.
Maar wat is hier de tegenstelling tussen Jezus en de schriftgeleerde? Waar gaat de discussie over? Ze zeggen vrijwel hetzelfde en gebruiken vrijwel dezelfde woorden. Jezus citeert het boek Deuteronomium. Het is de tekst die wij als eerste lezing hebben gelezen. Nadat Mozes de Tien Geboden heeft ontvangen, maakt hij deze aan het volk Israël bekend. Na het noemen van de Tien Geboden volgt deze tekst. De essentie van het onderhouden van de geboden is het liefhebben van God. Dat is de essentie van het verbond dat God met zijn volk heeft gesloten. Alle geboden vloeien voort uit dit liefhebben van God. Jezus voegt hier een tweede gebod aan toe: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” De twee geboden – God liefhebben en de naaste liefhebben – zijn volgens Jezus samen de voornaamste geboden.
Dit klinkt de schriftgeleerde niet vreemd in de oren. De tekst die Jezus gebruikt over het liefhebben van de naaste komt uit het boek Leviticus: “Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” Maar hier is het een gebod in een hele reeks geboden en niet zoals Jezus stelt dat dit gebod tot de kern van het geheel behoort. De schriftgeleerde weet dat en spreekt ook niet over een eerste en een tweede gebod. Maar hij weet ook wat de profeten hebben geschreven. Verschillende profeten hebben de liefde voor de naaste belangrijker geacht dan het brengen van brandoffers.
Het nieuwe van Jezus is dus dat Hij de twee geboden – God liefhebben en de naaste liefhebben – naast elkaar plaatst. Samen vormen zij de essentie van het nieuwe verbond van God met alle mensen, het verbond dat Hij, Jezus Christus tot stand brengt met zijn leven, zijn dood en zijn verrijzenis. God is mens geworden. Hij heeft de mensheid vervult met zijn goddelijkheid. God en mens zijn niet meer los van elkaar te zien. Het is niet mogelijk God lief te hebben zonder de naaste lief te hebben en omgekeerd is het niet mogelijk de naaste lief te hebben zonder God lief te hebben. Elders horen we Jezus zeggen: “Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan.” (Mt 25,40) In onze naaste ontmoeten wij Jezus, in Hem ontmoeten wij God. En in het gezicht van de lijdende Christus zien wij het lijden van onze medemens. In Christus worden wij niet alleen met God verenigt. In Hem worden wij met al onze medemensen verenigd. In Christus vormen wij één lichaam. In Hem vormt de gehele mensheid één gemeenschap.
Dit is de basis van onze zorg voor elkaar. Omdat wij één lichaam, één gemeenschap vormen zien we naar elkaar om en lijden wij mee als een van ons te lijden heeft. Vandaag hebben we extra aandacht voor de mantelzorgers. Zij laten zien wat het betekent naar elkaar om te zien en voor elkaar te zorgen. Dat kan je hele leven in beslag nemen. Dat maakt dat mantelzorgers op hun beurt op onze aandacht en liefde mogen rekenen. Straks kunt u een bloem meenemen voor een u bekende mantelzorger. Volgende week is het de feestdag van Sint Maarten. Hij deelde zijn mantel met een verkleumde bedelaar. Op deze feestdag wordt er voedsel ingezameld voor de voedselbank. Talloze mensen in onze samenleving hebben er moeite mee de eindjes aan elkaar te knopen. Ook dit vraagt om onze daden van liefde. Achterin de kerk vindt u folders over de voedselinzameling. Uw bijdrage is zeer gewenst. Met uw bijdrage laat u zien dat het tweede gebod – de naaste liefhebben – inderdaad even belangrijk is als het eerste gebod – God liefhebben. Deze twee geboden vormen samen de essentie van ons leven. Amen.