“Als iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord onderhouden…” Jezus geeft met een paar woorden aan wat het betekent christen te zijn, wat het betekent een leerling van Hem te zijn. Het lijkt geen moeilijke vraag die Hij ons stelt. Wij mensen doen meestal graag wat een geliefde van ons vraagt. Als we van iemand houden, willen we het die persoon graag naar de zin maken.
Iets doen wat een ander van je vraagt, betekent ook altijd dat je iets van jezelf weggeeft: je geeft je tijd, je aandacht, je geld, je energie. Iets geven gaat niet zonder inspanning van jouw kant. In die zin is er sprake van een concurrentie tussen jou en de ander, tussen wat de ander vraagt en wat je voor jezelf wilt. In de praktijk betekent dat, dat er grenzen zijn. We doen graag wat de ander wil, maar het moet niet te gek worden. Zo stellen we grenzen aan de liefde. Iedere mens heeft hiermee te maken. Ook in de jonge Kerk speelde dit al. Natuurlijk zijn niet-joden van harte welkom, maar ze moeten zich wel aan onze geboden houden. Ze moeten zich net zo gedragen als wij doen. Het is net alsof je een hedendaagse goedwillende politicus hoort: natuurlijk zijn vluchtelingen hier welkom, maar ze moeten wel onze waarden en normen overnemen, ze moeten zich wel gedragen zoals wij doen.
Liefde is het centrale begrip van ons geloof: God is liefde. Wij mogen leven vanuit en door en met de liefde van God. Hij geeft ons zijn liefde en wij mogen die liefde delen met anderen. Alle liefde tussen mensen is afgeleid van de liefde van God voor mensen. Wij mensen kennen vele vormen van liefde: de liefde tussen geliefden, de liefde van ouders voor hun kinderen, de liefde tussen broers en zussen, vriendschap, nabuurschap, collegialiteit, ga zo maar door. In al die vormen van liefde zijn we op zoek naar een gepast evenwicht tussen wat de ander van ons vraagt en ons eigen belang. Telkens weer is er sprake van een mengeling van eigenliefde en wegschenkende liefde.
Jezus leert ons wat liefde werkelijk is: jezelf geheel wegschenken. Jezus maakt voor ons de wegschenkende liefde van God zichtbaar. Hij roept ons op Hem daarin na te volgen. Op die manier worden wij werkelijk leerlingen van Hem. Op die manier onderhouden wij zijn woord. Jezus geeft aan hoe wij dat kunnen doen. Hij geeft zelf het voorbeeld. Hij geeft ons geen uitgebreide uitleg over hoe we elkaar moeten liefhebben. Nee, Hij laat ons met zijn eigen leven zien hoe je dat kunt doen. Hij laat ons zien hoe Hij van zijn Vader houdt. Hoe zijn Vader van Hem houdt. Hij laat ons zien hoe Hij die liefde deelt met alle mensen. Jezus zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Joh 14,6) Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven en hoe je kunt liefhebben. Hij doet het ons voor en zegt tegen ons: doe zoals ik doe, leef zoals ik leef dan word je gelukkig.
Het is de heilige Geest, de Helper die ons hierin de weg wijst. Hij brengt ons voortdurend het woord van Jezus in herinnering. Hij helpt ons in concrete situaties het goede te doen. Hij helpt ons ware navolgers en leerlingen van Jezus te zijn. Zo zien we dat ook in de jonge Kerk gebeuren. De apostelen gaan in gebed en vragen om inspiratie van de heilige Geest. Zij gaan met elkaar in vergadering en luisteren naar elkaar. Zo is de heilige Geest in hun midden en is Hij bij hen in de vergadering. Zo kunnen zij zeggen de heilige Geest en wij hebben besloten…
Een leven in liefde brengt ons geluk. Dit is niet het geluk van op een roze wolk zitten. het is niet het geluk van een verliefdheid. Het is de vreugde van de ware liefde. Een vreugde die ook niet zonder pijn is. Het is de vreugde van de wegschenkende liefde. Het is een liefde die offers van je vraagt. Het is een liefde die pijn met zich meebrengt. Als wij de pijn van de liefde niet hebben, zijn we in wezen doodongelukkig en leven wij in een hel want we staan niet in relatie met andere mensen.
Eenzaamheid, verlatenheid, maar ook zelf gekozen afzondering maken het onmogelijk te leven in relatie met anderen. Ze maken het onmogelijk een leven in liefde te leiden. In relatie tussen mensen: daar is liefde. Daar waar wij omzien naar elkaar, waar wij lief en leed met elkaar delen: daar is liefde. Ubi caritas et amor Deus ibi est. Waar liefde is daar is God. Waar liefde is daar wordt het woord van Jezus onderhouden. Waar liefde is daar zijn wij werkelijk gelukkig. Amen.
In het boek Openbaring schrijft de apostel Johannes over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In het Evangelie laat hij Jezus aan het woord over zijn aanstaande verheerlijking. In het boek Openbaring gaat het erover hoe heel de schepping haar voltooiing zal vinden. In het Evangelie gaat het over de verheerlijking aan het kruis waardoor heel de schepping wordt bevrijdt en verlost.
Alleen in het Evangelie volgens Johannes komen we dit beeld van de verheerlijking aan het kruis tegen. Het is niet het eerste dat bij ons opkomt als wij aan het kruis van Christus denken. Wij zijn gewend aan het beeld van een lijdende Jezus aan het kruis. Dat is wat wij zien op de kruisbeelden in onze kerken en in onze huizen. Dit is niet altijd zo geweest. Allereerst heeft het een paar honderd jaar geduurd voordat het kruis een gangbaar christelijk symbool werd. Voordat een martelwerktuig een religieus symbool wordt, duurt enige tijd. Pas duizend jaar geleden verschijnen de eerste afbeeldingen van de lijdende Christus aan het kruis. Daarvoor was de verheerlijking aan het kruis een gangbare wijze van afbeelden. Velen van u zullen bekend zijn met het kruis van San Damiano. Dit is het kruis waarbij Franciscus van Assisi heeft gebeden en waar hij zijn roeping verstond. Op dit kruis zien we niet een lijdende Christus maar de verrezen Heer afgebeeld.
Dood en verrijzenis zijn nauw met elkaar verbonden. Pasen en Goede Vrijdag kunnen niet los van elkaar bestaan. De dood van Jezus is niet zomaar een dood. Het is een sterven dat vrucht draagt. Zelf zegt Jezus: “als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort”. (Joh 12,24) Zijn dood is onze verlossing, de verlossing van heel de schepping. Hij is mens geworden zoals wij. De Schepper werd schepping. Hij heeft onze dood ondergaan. En als eerste van alle schepselen is Hij verrezen en heeft Hij de dood overwonnen. Als een van ons is Hij ons op deze weg voorgegaan. Jezus laat ons zien dat de weg van de dienstbaarheid de weg is die vruchten draagt. Hij heeft ons verlost van onze zelfgerichtheid. Hij heeft ons geleerd dat wij elkaars voeten moeten wassen. Het gaat niet om onze eigen glorie, maar om de glorie van de ander en in hen om de glorie van God.
In de verheerlijking van Christus, wordt God zelf verheerlijkt. In Jezus’ dood en verrijzenis wordt Gods grootheid zichtbaar voor ons. Gods grootsheid en heerlijkheid worden zichtbaar in zijn liefde voor ons. Uit liefde heeft Hij ons geschapen en uit liefde heeft Hij ons verlost en bevrijd. Het is aan ons om die liefde zichtbaar te maken voor iedereen: Jezus zegt ons: “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben, zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben.”
Jezus’ dood en verrijzenis is een uniek gebeuren in de wereldgeschiedenis. Het is een eenmalige gebeurtenis, maar ook iets wat zich voortdurend afspeelt. Het is een gebeurtenis met terugwerkende kracht tot het begin van de schepping en een gebeurtenis die werkzaam is tot het einde der tijden, tot de voltooiing van de schepping in Christus, zoals eens alles in en door Hem geschapen is. (vgl. Rom 11,36) Voortdurend is er sprake van schepping, herschepping, verlossing en bevrijding. Dat ervaren wij ook in het leven van ieder van ons. Zolang wij leven zijn we nooit klaar. Telkens weer is er ook sprake van een nieuw begin, een leven lang. Voortdurend maakt God alles nieuw. De liefde van God voor zijn schepping en schepselen is er altijd. Zijn liefde die zichtbaar is in Jezus Christus, is de drijvende kracht voor schepping, herschepping, verlossing en bevrijding.
Het is deze liefde die ons uitnodigt tot liefde voor elkaar en tot zorg voor heel de schepping. Het is Gods liefde die alles met elkaar verbindt en alles van elkaar afhankelijk maakt. Iedere geboorte, ieder nieuw leven is een nieuwe daad van schepping. Zo is er ook in ieder sterven, in elke dood sprake van voltooiing. Telkens weer is het een moment van algehele vernieuwing, van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het is de voltooiing van onze weg naar God. Wij komen thuis bij Hem en mogen wonen bij Hem. God zal met ons zijn en wij met Hem: Hij is onze God. De voltooiing van ons leven brengt een einde aan alle tranen en door de dood heen zal de dood er niet meer zijn. Vanuit deze hoop mogen wij leven. Amen.
Toen ik een van de latere werken van de schilder Piet Mondriaan zag, was mijn eerste gedachte dat de afwerking wel wat beter had gekund. Blijkbaar heeft Mondriaan na vele aanpassingen besloten dat het zo goed was. Bij nader inzien moest ik inderdaad concluderen dat een strakke en perfecte afwerking helemaal niet beter zou zijn. Het rommelige en rafelige, het onaffe is een essentieel onderdeel van het kunstwerk.
Wij mensen hebben de neiging om God op te zadelen met allerlei menselijke ideeën van perfectie en volmaaktheid. Wij leggen God allerlei beperkingen op door Hem almachtig, volmaakt en oneindig goed te noemen. En ook dit is weer menselijk gedacht. Mogelijk is dat ook bij de schepping het geval. God is niet alleen Schepper. Hij is ook voortdurend bezig met het werk van zijn handen te herscheppen, te verlossen en te bevrijden. Zo gezien betekent de vaststelling dat het goed was, dat het voorlopig goed was of dat het goed genoeg was. De schepping heeft ook haar eigen inbreng in haar geschiedenis met God. God ademt zijn Geest van wijsheid over de schepping en de schepselen om hen daartoe in staat te stellen. De schepping is niet geheel voorgeprogrammeerd en wij mensen bezitten een vrije wil.
De schrijver van het eerste scheppingsverhaal laat ons weten dat God een basis heeft gelegd om op voort te bouwen, een fundament dat ook blijft liggen als er een compleet nieuw begin gemaakt wordt, zoals bij de zondvloed. Hij legt een fundament dat onverwoestbaar is hoe slecht de schepselen zich ook gedragen. De mens is in staat de relatie met God te verstoren, maar zal nooit het werk van zijn handen volledig kunnen vernietigen. Tot en met de voltooiing zal er altijd schepping zijn om Hem te loven en te eren.
De mens is werkelijk vrij om het goede te doen. Daartoe heeft Christus ons bevrijd. Maar dat betekent wel dat het onze eigen keuze is en dat wij ook verantwoordelijkheid dragen. Wij zijn onderdeel van de schepping en wij zijn van haar afhankelijk. Ook is ons verstand, wijsheid en vrijheid geschonken en dat maakt ons verantwoordelijk voor ons aandeel in de geschiedenis van God met de schepping. We hebben niet het vermogen om het allemaal in een keer goed te doen, maar we mogen het telkens weer opnieuw proberen. Evenals Piet Mondriaan zoeken wij naar de juiste weg en de juiste oplossing. God heeft ons die ruimte gegeven. Wij moeten met al onze mogelijkheden van geloof, cultuur, politiek, wetenschap en techniek, van geheel onze menselijkheid inhoud geven aan onze verantwoordelijkheid.
Pier Tolsma, diaken
Ook verschenen op: http://www.kerkenmilieu.nl/
Vandaag speelt Petrus een centrale rol in het Evangelie. Ik heb een zwak voor Petrus. Ik ben natuurlijk ook naar hem genoemd; mijn doopnaam is Petrus. Petrus met zijn bravoure en zijn kleine hartje: Petrus die voortdurend de fout in gaat, Petrus die het niet begrijpt. En toch is het Petrus die de kar moet trekken en door Jezus als de leider wordt aangesteld.
De roeping van Petrus begint al aan het begin van het openbare leven van Jezus. De eerste leerlingen die Jezus roept, zijn Andreas en zeer waarschijnlijk Johannes. De volgende dag vertelt Andreas dat aan zijn broer Simon en hij brengt zijn broer bij Jezus. Jezus bekijkt Simon eens goed. Wie is deze man en wat zal er van hem worden? Jezus ziet wie Simon werkelijk is en zegt dan tegen hem: “Gij zijt Simon, de zoon van Johannes; gij zult Kefas – dat betekent: Rots – genoemd worden.” Vanaf dat moment kennen we Simon als Kefas, oftewel Petrus.
Dit is het begin van de roeping van Petrus. In dit jaar van de roepingen is het goed dit korte fragment uit het Evangelie even goed te bekijken. Het zegt veel over wat roeping nu eigenlijk is. Roeping is vooral ontdekken wie je zelf bent. Waartoe heeft God je bestemd, welke plan heeft Hij met jou? Jezus zegt: Jij bent Simon en je bent bedoeld om de rots van de Kerk te zijn. Er is nog een tweede aspect van belang. Het is Andreas die zijn broer bij Jezus brengt. Wij hebben andere mensen nodig om onze roeping te ontdekken. Niemand van ons is de eerste christen. Wij zijn allemaal door anderen op dit pad gezet. Voor de meesten van ons zijn dat onze ouders geweest.
Petrus heeft nog een lange weg te gaan. In het Evangelie volgens Johannes vinden het begin ervan in het eerste hoofdstuk en de afsluiting in het laatste hoofdstuk, waaruit we vandaag gelezen hebben. Op die weg van Petrus vinden we ook het verhaal van de voetwassing. Eerst weigert Petrus zijn voeten door Jezus te laten wassen en even later wil hij helemaal door Jezus gewassen worden. Bij de arrestatie van Jezus in de Hof van Olijven heeft Petrus een zwaard bij zich en hakt iemand een oor af. Ook hier moet Jezus hem tot de orde roepen. Het gebruiken van geweld hoort niet bij je roeping. En dan is er nog de verloochening en het kraaien van de haan.
Vandaag horen we Petrus zeggen: “Ik ga vissen.” Het is hem nog steeds niet duidelijk wat Jezus van hem wil. Hij pakt zijn beroep weer op en gaat weer over tot de orde van de dag. Het was toch zijn beroep, zijn roeping om vis te vangen en ervoor te zorgen dat mensen te eten hebben. Maar dan is daar Jezus weer. Na het ontbijt is er het gesprek tussen Jezus en Petrus. Petrus krijgt de opdracht de kudde te leiden. Ondertussen wordt hij herinnerd aan de avond voor de kruisiging. Toen heeft hij Jezus tot driemaal toe verloochend.
Jezus kent Petrus. Hij weet dat Petrus niet zonder zonde is, maar Hij weet ook dat er een sterke liefde in hem is: een liefde die Petrus in staat stelt tot grote daden. Petrus is geen brave heilige, maar een mens zoals u en ik. Dat maakt hem zo sympathiek en tot een aansprekend voorbeeld. Dat maakt hem ook zo geschikt om de Kerk te leiden. Hij is vol liefde voor Christus, maar is geen haar beter dan de mensen die hij moet leiden. Dat maakt hem nederig en bescheiden. Tot drie keer spreekt Jezus Petrus aan op zijn liefde voor Hem. Pas de derde keer dringt het echt tot Petrus door en dan breekt hij. Dan ziet hij wie hij werkelijk zelf is. De man met bravoure weet dat ook hij een zondig mens is maar hij weet ook dat de liefde van Jezus voor hem veel groter is dan de zonde. Nu Petrus zich van deze liefde bewust is, kan hij ook zelf lief hebben. Dan zegt Jezus tegen Petrus: “Volg Mij.” In de eerste lezing uit de Handelingen der Apostelen hebben we gehoord hoe Petrus inderdaad Jezus is gaan volgen en dat hij zijn roeping heeft verstaan.
Het verhaal van Petrus kent elementen die wij ook in ons eigen leven herkennen. Hoe ontdek je wie je zelf bent? Wat wil God met mij? Dit zijn geen eenmalige vragen. Deze vragen spelen niet alleen op je weg naar volwassenheid. Het zijn vragen die telkens weer opnieuw aan de orde zijn.
Ook bij Petrus was het einde van zijn roepingsverhaal nog niet bereikt. U kent ongetwijfeld het verhaal van zijn laatste dagen. Volgens een oude legende probeerde Petrus uit Rome weg te vluchten. Er was een grote christenvervolging gaande. Op zijn vlucht komt Petrus Jezus tegen met het kruis op de schouder. Petrus is ontzet en vraagt: “Quo vadis, Domine?”: Waar gaat u heen, Heer? Jezus antwoordt hem: “Ik ga naar Rome om in uw plaats gekruisigd te worden.” Dan begrijpt Petrus dat hij bij zijn geloofsgenoten moet zijn en hij gaat terug naar Rome.
Ook wij worden telkens weer geroepen om volgeling en leerling van Jezus te zijn. Het is een zoektocht tot het einde toe. Deze week staat in het bijzonder in het teken van roeping. Volgende week is het roepingenzondag. Wij worden opgeroepen tot gebed voor roepingen. Aan het eind van de viering kom ik hier nog op terug. Allereerst moeten wij onszelf en onze eigen roeping ontdekken. Daarna kunnen we anderen helpen hun weg en roeping te vinden. Amen.
Zie hier voor de gebeden om roepingen.
Het is Pasen. De Heer is waarlijk verrezen! Veertig dagen zijn we onderweg geweest. En vooral de afgelopen week leefden we toe naar de dag van vandaag. Zo was afgelopen maandagmorgen deze kerk gevuld met de kinderen van de Maria Bernadetteschool. En woensdagmorgen waren hier de kinderen van groep 5 t/m 8 van de Balans, de basisschool uit Leidschenveen. De scholen vinden het belangrijk op deze wijze aandacht te besteden aan Pasen.
Hoe leg je aan kinderen uit wat Pasen is? Waar geloven wij in? Hoe vind je de juiste toon. Dat gaat de ene keer beter dan de andere keer. Hoe voorkom je dat de kinderen het saai vinden? Maar Pasen is ook niet alleen maar leuk. Pasen is veel meer dan leuk. Pasen is echte vreugde, echte blijdschap. Pasen is verrijzenis, opstanding en nieuw leven. Pasen is vergeving van onze zonden en een nieuw begin maken. Maar Pasen wordt ook voorafgegaan door Goede Vrijdag.
Beide scholen hadden gekozen voor het Trefwoordthema Overwinnen. Met het woord overwinnen raak je aan de essentie van Pasen. Jezus overwint de dood. Hij is weer levend. Het goede overwint het kwade. God zorgt ervoor dat het uiteindelijk goed komt. Hij zorgt ervoor dat onze pijn en ons verdriet niet het laatste woord hebben. Zijn liefde overwint de dood en overwint het kwaad. Dat is de kern van ons geloof. Dat is de ervaring van de apostel Johannes toen hij tot geloof kwam.
Pasen ervaren we ook in ons eigen leven. Voortdurend zijn er gebeurtenissen die we kunnen zien als Paaservaringen. Afgelopen maandagavond vond ik een berichtje op mijn telefoon. Een goede vriend was in het ziekenhuis opgenomen. Hij schreef er luchtig over, maar het klonk toch ernstig. De volgende dag vond ik een bericht of ik hem wat spullen wou brengen. Ja, de operatie had ’s nachts al plaatsgevonden en was geslaagd. Ik vond hem even later opgewekt en met een goed humeur in zijn bed. Alsof er niets gebeurd was.
Maandag werd de wereld opgeschrokken door de brand in de Notre Dame. Wie heeft de beelden van de felle brand niet gezien. Plotseling blijkt zo’n gebouw tot het wezen van Frankrijk te behoren. Een heel land zat verslagen te kijken naar wat er gebeurde. Op zo’n moment besef je weer hoe belangrijk het voor ons is dat wij onze verbeelding, onze gedachten en gevoelens, ons geloof in materie vorm kunnen geven. Ook de bloemen die vanuit de Bollenstreek naar Rome gestuurd worden om het Sint Pietersplein met Pasen te verfraaien, zijn er een voorbeeld van. Het is ook daarom belangrijk dat de bisschop de bloemen zegent. Wij zijn mensen van vlees en bloed, wij zijn niet enkel geesten en gedachten. De materie maakt een wezenlijk onderdeel uit van ons bestaan. Daarom is de verrijzenis van het lichaam van enorme betekenis voor ons leven en ons geloof. We weten niet wat we ons bij een verheerlijkt lichaam moeten voorstellen. Het is niet om aan het aardse vast te houden, maar het is ook niet om onze menselijkheid achter ons te laten. De volgende dag werd duidelijk dat herstel van de Notre Dame mogelijk is. De president beloofde dat de kathedraal er over vijf jaar weer in volle glorie zal staan. En vanaf dat moment stroomde ook het benodigde geld binnen.
Een heel andere Paaservaring hadden mijn vrouw en ik afgelopen dinsdag. We waren samen naar de Keukenhof. De weelde van de vele bloemen en van al die kleuren: het is werkelijk een fantastisch gezicht. Maar wat minstens zo indrukwekkend is, zijn de mensen. Mensen van allerlei volkeren en naties, jong en oud, arm en rijk, allen genieten van de schoonheid zonder zich te ergeren aan elkaar. Iedereen gunt elkaar de ruimte en er valt geen onvertogen woord. Mijn vrouw opperde dat de Keukenhof de Nobelprijs voor de vrede verdient.
Woensdagavond was ik in de kathedraal bij de Chrismaviering waarin jaarlijks de oliën door de bisschop gezegend en gewijd worden. Het was een mooie viering met een bemoedigend preek van de bisschop. Op de terugweg hoorde ik op de radio het bericht van het busongeluk op Madeira. Plotseling is het dan weer Goede Vrijdag. Hoe zal het voor deze mensen en hun nabestaanden weer Pasen worden? Op de dag van Goede Vrijdag horen we van de journalist Lyra McKee die in Noord-Ierland door kogels wordt getroffen en overlijdt. Het kwaad is zeker niet de wereld uit. Telkens weer steekt het zijn kop op. Telkens weer worden mensen daar het slachtoffer van.
Ondanks dat blijven wij erin geloven. Achter elk kruis van Goede Vrijdag gloort het licht van de verrijzenis. De verrijzenis van Christus stelt ons in staat om te gaan met het kwaad. Wij geloven dat het kwaad en de dood niet het laatste woord hebben. Dat het leven verder gaat. Dat er altijd een nieuw begin is. Dat het goede het kwade uiteindelijk altijd overwint. De liefde van God die Jezus Christus ons getoond heeft, is vele malen sterker dan alle kwaad van de wereld. Zijn liefde overwint alles. Wij mogen leven vanuit die liefde van God voor ons. Wij geloven erin. En dit geloof mogen wij net als Petrus verkondigen aan allen die hunkeren naar liefde en geluk. Ik wens u allen een zalig Pasen. Amen.
Het is de dag na het loofhuttenfeest. Een week lang was het feest in Jeruzalem. De stad was vol vreemdelingen en dag en nacht verkeerde men in een feestroes. In zo’n situatie gebeuren er nog al eens dingen die niet door de beugel kunnen. Deze gehuwde vrouw pleegde overspel. En in de roes van het feest was ze blijkbaar niet op haar hoede en kon ze daarbij betrapt worden. Je vraagt je wel af waar is die man gebleven; overspel pleeg je toch niet alleen? De schriftgeleerden en Farizeeën zullen gedacht hebben: dit is een interessant geval om eens aan die Jezus voor te leggen. Hij heeft met zijn mooie verhalen de laatste tijd heel wat onrust veroorzaakt. Eens kijken of Hij zich ook staande weet te houden als het er echt op aan komt?
Afgelopen week werden wijzelf opgeschrikt door het verhaal van een Amsterdamse priester. Een verhaal waar ik met mijn verstand niet bij kan en met mijn gevoel al helemaal niet. Waarschijnlijk heeft u dat ook. Wat moeten wij hier nu weer van denken?
Jezus schrijft op de grond in het zand. Hij is in gedachten verzonken en zegt niets. Na langer aandringen komt zijn uitspraak: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” Daarna schrijft Hij weer op de grond en bemoeit zich er niet mee. Aan het eind van dit tafereel zegt Jezus tegen de vrouw: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” De feiten zijn blijkbaar duidelijk: de vrouw heeft gezondigd. Maar voor Jezus is dat geen aanleiding om haar te veroordelen. Wel heeft Hij een oordeel over haar daden: “Ga heen en zondig van nu af niet meer.” Gods Zoon is niet in de wereld gekomen om te veroordelen, maar om de mensen te redden door de vergeving van de zonden. Hij wil dat wij ons bekeren, dat we ons afwenden van het kwaad.
Zo maakt Jezus ons duidelijk dat wij mensen niet mogen veroordelen. Maar wij moeten zeker oordelen over iemands daden. Woorden en daden moeten wij op hun merites beoordelen. Andermans woorden en daden kunnen zowel in goede als in slechte zin ons tot voorbeeld zijn. Dat vraagt om onderscheidingsvermogen. Wij hebben ook de plicht om elkaar waar nodig te corrigeren. Iemand een compliment geven is een daad van liefde. Evenzeer is het een daad van liefde iemand op discrete wijze aan te spreken op zijn fouten en onhebbelijkheden. Het gaat erom dat we de zonde veroordelen, niet de zondaar. De zondaar is een kind van God, een drager van menselijke waardigheid. Wij mogen oordelen over woorden en daden. Het oordeel over mensen is alleen aan God.
Het onderscheid tussen zonde en zondaar is overigens niet zo eenvoudig in onze huidige tijd. In deze tijd moeten mensen samenvallen met hun daden. Dat uit zich in veel stoere praat en uitspraken zoals: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.” Gelukkig zijn veel mensen in staat hun gedachten niet onmiddellijk te uiten en er al helemaal niet toe overgaan ze ook onmiddellijk uit te voeren. De meeste mensen denken daar eerst nog eens rustig over na. Reflectie is een goede zaak. Dat kan door in het zand te schrijven, het kan ook op vele andere manieren.
De bisschop van Haarlem-Amsterdam zal ook wel even nagedacht hebben. Mogelijk achter zijn bureau of in overleg met zijn medewerkers, misschien in de huiskapel of tijdens een strandwandeling. Ik weet niet hoe bisschoppen besluiten nemen. Zijn conclusie was waarschijnlijk: laat ik deze priester eerst maar eens wat rust gunnen en tijd om na te denken hoe hij zijn leven vorm en inhoud wil geven. De bisschop besloot de priester te vragen voorlopig zijn priesterlijke taken neer te leggen voor een bezinningsperiode. De bisschop was eerder al in gesprek met deze priester en had hem gevraagd zich te houden aan zijn celibaatsbelofte die hij bij zijn priesterwijding heeft afgelegd. De mens werd door hem niet veroordeeld, ook zijn homoseksuele geaardheid niet, wel is hem gevraagd zijn gedrag te veranderen.
Het idee dat de mens samenvalt met zijn woorden en zijn daden, maakt ook dat wij anders over onze eigen daden oordelen. We doen dat niet zonder vooroordeel en niet zonder bijgedachten. We willen onszelf niet afwijzen en dus praten we onze daden goed. Als we geen onderscheid kunnen maken tussen onszelf en onze zonden, moeten we om onszelf niet te veroordelen, onze zonden wel wegredeneren. Zo praten we vaak recht wat krom is en vermijden we dat we werkelijk op ons gedrag gaan reflecteren. Maar zonder reflectie komen we ook niet tot verbetering van ons gedrag. Zonder reflectie staan we ook niet open voor een uitweg. Dan zien we niet dat de Heer voor ons een nieuwe weg aanlegt, een weg door de steppe en een rivier door de woestijn. Door bezinning en reflectie komen we tot inzicht. Het brengt ons ertoe vergeving te vragen en het opent voor ons nieuwe wegen.
Regelmatig vragen wij Maria om voor ons zondaars te bidden. Wij mogen op onze beurt ook voor anderen bidden. Niemand van ons is zonder zonde. Wel zijn we allemaal kinderen van God. Amen.
Soms heb je een moment van gelukzaligheid, een moment van volmaakt geluk. Alles is schoonheid. Alles straalt vrede uit. Je bent omgeven door liefde, door mensen van wie je houdt. Alles valt even op zijn plaats. Even zijn er geen vragen en twijfel, even is alles helder en duidelijk. Het zijn momenten van liefde en van waarheid, momenten van Godservaring. Ik denk dat dit Abram overkwam, toen hij naar de sterrenhemel keek en hem duidelijk werd hoe talrijk zijn nageslacht zou gaan worden. Op dat moment voelde hij zich omarmt door de liefde van God en wist hij precies waarom God hem op pad had gestuurd. Op dat moment geloofde hij onomstotelijk in God. Maar hoe gaat dat bij ons mensen. Zo’n moment van gelukzaligheid is altijd van korte duur. Daarna is het voorbij en staan we weer in de harde realiteit. Dan slaat ook de twijfel weer toe. Dat gebeurt Abram ook en dus zegt hij: “Heer God, hoe kan ik weten dat ik het inderdaad zal krijgen?”
Petrus, Johannes en Jakobus hebben ook zo’n ervaring van volmaakt geluk. Alles staat in een helder licht, alles is duidelijk en alles is liefde. Dat willen ze blijven vasthouden en dus zegt Petrus: “Meester het is goed dat we hier zijn. Laten wij drie tenten bouwen.” Maar Petrus wist niet wat hij zei. Ook hij moest terug naar de werkelijkheid, naar de weerbarstigheid van het dagelijks leven. Het Evangelie van vandaag maakt duidelijk, dat wij op zo’n moment van volmaakt geluk even raken aan het Rijk Gods. De leerlingen ervaren Jezus zoals Hij werkelijk is: de Zoon van God. Deze herinnering blijven zij met zich mee dragen. Pas na het ontvangen van de heilige Geest begrijpen ze dit en kunnen ze hun ervaringen met anderen delen.
Onze bestemming is het Rijk Gods. Wij zijn onderweg en mogen zo nu en dan een voorproefje ervaren. Op weg zijn naar het Rijk Gods is geen individuele aangelegenheid. We zijn gezamenlijk op weg: alle mensen en heel de schepping is op weg. Het is ook geen kwestie van louter passief afwachten. Niet dat we het in eigen hand hebben, maar we mogen ons steentje bijdragen. Ten eerste is het aan ons om ons open te stellen voor het geluk en ons open te stellen voor de komst van het Rijk Gods. Ook mogen wij bijdragen aan het geluk van onze medemensen. En tenslotte is ons de schepping gegeven om haar te beheren, om voor haar te zorgen en haar verder te ontwikkelen.
Paus Franciscus legt veel nadruk op deze zaken. Hij maakt duidelijk dat de Kerk er in de eerste plaats voor de armen is. In hen ontmoeten wij Christus. De armen leren ons wat naastenliefde is. Met de encycliek Laudato si’ wijst hij ons op onze verantwoordelijkheid voor de schepping. De schepping is er voor ons allemaal. Wij moeten voor de schepping zorgen en haar verder ontwikkelen. Ook moeten we de vruchten die zij ons geeft, delen met alle mensen, de mensen van vandaag en ook alle toekomstige bewoners van de aarde. Ook dat is onderdeel van het werken aan het Rijk Gods.
De Bisschoppelijke Vastenactie vraagt dit jaar aandacht voor water. Water is een eerste levensbehoefte voor iedereen. Het kunnen beschikken over schoon water is van levensbelang. In grote delen van de wereld is schoon water niet direct voor handen. Dat veroorzaakt allerlei problemen: op het gebied van gezondheid, opleiding en scholing, economische ontwikkeling en de verhouding tussen mannen en vrouwen. De Vastenactie heeft vijf waterprojecten uitgekozen om te ondersteunen. De projecten zijn op verschillende plaatsen in de wereld. Het gaat om het slaan van waterputten, om het verbeteren van het waterbeheer en de hygiëne, en om het aanleggen van watervoorzieningen en toiletten. Overal wordt er ook gewerkt aan het oprichten van watercomités. Hiervoor worden lokale mensen opgeleid. Zij moeten gaan zorgen voor de instandhouding van de watervoorzieningen en ervoor zorgen dat ze goed onderhouden worden. Zij regelen dat de gebruikers hiervoor een kleine bijdrage betalen waarmee er lokaal ook verantwoordelijkheid wordt gedragen. Zij zorgen voor afspraken over het gebruik van de voorzieningen.
De Vastenactie heeft voor deze projecten € 150.000 nodig. In totaal zullen zo’n 35.000 mensen van deze projecten profiteren. Dus met elke € 5 die wij geven, maken we een medemens gelukkig. Nog wat feiten:
- Iedere euro die in water en sanitaire voorzieningen wordt geïnvesteerd, levert een economisch rendement op tussen de 3 en de 34 euro;
- ruim 800 miljoen mensen hebben géén schoon drinkwater ter beschikking;
- 260 miljoen mensen moeten langer dan een uur lopen voor water;
- 2,3 miljard mensen beschikken niet over sanitaire basisvoorzieningen;
- jaarlijks gaan ruim 400 miljoen schooldagen verloren omdat kinderen ziek zijn door het drinken van verontreinigd water;
- de helft van alle ziekenhuisbedden op de wereld wordt ingenomen door mensen die door vies water ziek zijn geworden;
- in ontwikkelingslanden wordt ongeveer 80% van de ziektes veroorzaakt door verontreinigd water;
- en iedere 90 seconden sterft er een kind door vervuild water.
Werken aan het Rijk Gods doen we door de noden van anderen te lenigen. Door hen te helpen, brengen we hen geluk. Geen zorgen meer over genoeg schoon water voor je kinderen is mogelijk ook een moment van gelukzaligheid en proeven aan het Rijk Gods. Amen.
Vandaag is de Veertigdagentijd begonnen: veertig dagen die staan in het teken van bezinning en van inkeer. veertig dagen om te groeien in echte vrijheid, om te groeien in vertrouwen en hoop op God. Veertig dagen lang zijn wij samen met Jezus op weg naar Pasen. Veertig dagen lang mogen wij ons extra verbinden met Hem. Hij is onze weg naar de Vader. Niemand komt tot de Vader tenzij door Hem.
Een paar dagen geleden las ik een tekst van Thomas Merton. Thomas Merton leefde van 1915 tot 1968. Hij was een Amerikaanse trappist, theoloog en mysticus. Van hem zijn de volgende woorden: “Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen, en anderen zoals zij zijn, met hun beperkingen.”
Vaak schrijven mystici over een intense verbondenheid met God. Die intense verbondenheid maakt dat Thomas Merton God in zichzelf en zichzelf in God zoekt. In het meest innerlijke van ons wezen vinden we de sporen van God. Daar vinden we zijn Geest die Hij ons heeft ingeblazen en die ons leven geeft. Het ontdekken van God in jezelf is niet jezelf tot God uitroepen. Het is Gods Geest die in ons woont. Het gaat om een relationele ervaring, een ontmoeting tussen twee personen: enerzijds God en anderzijds de mens. Vanuit dit relationele perspectief, vanuit deze ontmoeting kan Thomas Merton ook zichzelf ontdekken in God. Wij zijn immers naar zijn beeld geschapen en wij mogen ons verenigen met Christus, met Gods Zoon die mens is geworden zoals wij mens zijn.
“Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen…” Thomas Merton stelt dat het moed vraagt om deze ontdekking te doen, want het vraagt dat wij onszelf onder ogen zien, dat wij onszelf zien zoals we werkelijk zijn, met al onze beperkingen. Als wij ons anders voordoen dan we zijn, zullen we God niet ontdekken, waar en hoe intens we Hem ook zoeken. Alleen als we in alle oprechtheid en naaktheid en zonder iets te verbergen naar onszelf durven te kijken, gaan onze ogen open. Alleen dan komen we God op het spoor en zullen wij onszelf vinden in Hem.
“Ik kan God niet in mijzelf ontdekken en mezelf in Hem, tenzij ik de moed heb om mezelf precies te zien zoals ik ben, met al mijn beperkingen, en anderen zoals zij zijn, met hun beperkingen.” Thomas Merton voegt nog een voorwaarde toe. Het gaat er niet alleen om om jezelf te zien zoals je bent, maar om ook de anderen te zien zoals zij zijn, niet beter en ook niet slechter. Het is geen puur individuele aangelegenheid. De mens is niet alleen. Echt mens word je pas in relatie met andere mensen.
God ontdekken en jezelf ontdekken doe je niet in je eentje. God ontdekken en jezelf ontdekken doe je in verbondenheid met elkaar en in verbondenheid met Jezus Christus die voor ons mens geworden is. Samen in verbondenheid met elkaar gaan we deze veertig dagen in. Samen gaan we ons bezinnen, komen wij tot inkeer en tot verzoening. Samen zoeken we de vrijheid door ons te onthechten en sober zijn. Samen geven we uiting aan onze verbondenheid met alle mensen en geven we gestalte aan de solidariteit met de armen en behoeftigen. Samen verbinden we ons met Christus, die onze weg ten leven is. Amen.
De vrouw bij de put vraagt Jezus om levend water, zodat zij nooit meer dorst zal krijgen (Joh 4,15). Het gaat hier over water in de gewone betekenis van drinkwater en over water in de symbolische betekenis van genade en heil. Water is levengevend. Wij hebben water nodig voor ons lichamelijk bestaan en ook voor ons geestelijk leven.
In Nederland zijn wij meer bekend met de strijd tegen het water dan met een watertekort. Afgelopen zomer was in die zin duidelijk een uitzonderingssituatie. In de streek waar Jezus rondtrok, was en is dat nog steeds anders. Ook wereldwijd hebben velen met een watertekort te maken en is er steeds meer sprake van strijd om water. Meer dan een miljard mensen wonen in gebieden met waterschaarste. De eindige hoeveelheid zoet water is mogelijk een veel groter probleem dan het duurzaam opwekken van energie.
Met de in 2015 verschenen encycliek Laudato si’ roept paus Franciscus iedereen op “tot bescherming van ons gemeenschappelijke huis” en “te zoeken naar een duurzame en integrale ontwikkeling”. Alles hangt met elkaar samen. De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken. Haar bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.
De paus wijst erop dat het bovenal een verdelingsvraagstuk is: “Door alles te wijten aan de bevolkingsgroei in plaats van aan een extreem en selectief consumentisme door enkelen, weigert men de problemen onder ogen te zien.” Ondanks politici die beweren dat we onze huidige leefstijl kunnen voortzetten, zijn er ondertussen steeds meer mensen die denken zoals de paus, die pleit voor een holistische en allesomvattende visie. “Vrede, gerechtigheid en behoud van de schepping zijn drie absoluut met elkaar verbonden thema’s.” Het gaat om een integrale ecologie. Het zelfgerichte consumentisme gaat ten koste van anderen en ten koste van de schepping. De paus roept op tot een ecologische spiritualiteit, “een levensstijl die vervuld is van diepe vreugde, vrij van de obsessie voor het consumeren”. Soberheid maakt vrij.
De waterschaarste is een verdelingsprobleem. De hoeveelheid zoet water is beperkt. Per wereldburger is er ongeveer 2000 liter water beschikbaar. In Nederland gebruiken we nu gemiddeld het dubbele. Het overgrote deel daarvan is onzichtbaar. Het gaat de productie van voedsel en vooral naar de productie van dierlijke producten. Ook de productie van elektriciteit met fossiele brandstoffen kost veel water en elektriciteit is nodig voor vrijwel alle producten die wij kopen. Willen we ons watergebruik werkelijk halveren dan is soberheid de aangewezen weg.
In februari 2019 gepubliceerd in Kerk aan de Vliet jaargang 3, nummer 1.
Zie ook: De mens is geen plaag
Vandaag horen we de zaligsprekingen zoals Lucas ze heeft beschreven. Deze versie van Lucas is minder bekend dan die van Matteüs. De versie van Matteüs wordt veel vaker aangehaald en klinkt ons daardoor ook bekender in de oren. Lucas en Matteüs geven ongetwijfeld beiden een getrouw beeld van deze gebeurtenis en van de woorden van Jezus, maar de beide evangelisten leggen wel verschillende accenten.
In beide gevallen is er sprake van een berg. De berg is de plaats van de Godsontmoeting. Jezus staat tijdens het uitspreken van zijn redevoering in directe relatie met zijn Vader. Wat Jezus ons te zeggen heeft, komt van God zelf. Bij Matteüs spreekt Jezus zijn leerlingen op de berg toe, terwijl Lucas Jezus en de leerlingen van de berg laat afdalen, zodat de menigte die zich op de vlakte verzameld heeft, het ook kan horen. Zo spreekt Jezus niet alleen tot zijn leerlingen, maar indirect tot iedereen.
Een opvallend verschil is dat Lucas de zaligsprekingen tot vier beperkt en dat hij ze aanvult met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken een op een tegenover de zaligsprekingen. In zijn brief ‘Verheugt u en juicht’ noemt paus Franciscus de zaligsprekingen de identiteit van de christen. Hij citeert daarbij de versie van Matteüs. Door de tegenstelling die Lucas creëert met het tegenover elkaar plaatsen van de zaligsprekingen en de wee-uitspraken, kun deze versie van het verhaal typeren als de keuze van de christen. Kies je als leerling van Jezus de ene of de andere weg in je leven. Terwijl Matteüs de nadruk op het resultaat legt, gaat bij Lucas de aandacht meer uit naar het proces. Bij Lucas gaat het om de vragen: hoe word ik een goede leerling van Jezus en welke keuzes heb ik daarbij te maken?
Jezus richt zich tot de leerlingen, maar ondertussen mag iedereen het horen. Leerling van Jezus zijn doe je niet in het geheim. Er zijn geen geheime regels. Het staat voor iedereen open. Het gedrag van de leerlingen dient ook als een voorbeeld voor de wereld.
Lucas vermeldt vier zaligsprekingen en vier wee-uitspraken. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. We kunnen deze tegenstellingen lezen als een troost voor de misdeelden. Daar waar het lijden groot is, is ook Gods reddingbrengende genade groot. Een mens in nood staat vaak ook meer open voor de Blijde Boodschap.
Een andere manier van lezen is het zien van de tegenstellingen als keuzemogelijkheden, de keuze tussen de ene of de andere manier van leven. Dit is ook wat we in de eerste lezing zien. De profeet Jeremia schetst de keuze van de mens heel beeldend: “Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt… Gezegend is hij de op de Heer vertrouwt…” Het is de keuze tussen onvruchtbaarheid en vruchtbaarheid, de keuze tussen dood en leven.
Leerling zijn van Jezus vraagt om durf en om moed. Het vraagt om afzien en het vraagt om geduld. Het vraagt te kiezen voor zaken die er werkelijk toe doen, te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan en daarvan te getuigen zodat ook anderen deze keuze kunnen maken. Leerling van Jezus zijn betekent dat je beseft dat je van Hem afhankelijk bent, dat je het geluk niet op eigen kracht bereikt. Het betekent dat al het goede je gegeven wordt en dat het geen eigen prestatie is. Het geluk is niet te koop. Je krijgt het werkelijk cadeau.
Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is hij die het aandurft pijn te lijden. Zalig is hij die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is hij die tegen de stroom in durft te gaan.
Als wij in staat zijn te ontvangen, kunnen we ook geven. De liefde en genade die ons geschonken wordt, kunnen we delen met iedereen. Door leerling van Jezus te worden, worden we ook zijn navolgers. En als navolgers gaan we ook van Hem getuigen, getuigen in woord en in daad. Van leerlingen worden we navolgers en verkondigers. Amen.