Spring naar inhoud

Zondig niet meer; Js 43,16-21; Joh 8,1-11

7 april 2019

Het is de dag na het loofhuttenfeest. Een week lang was het feest in Jeruzalem. De stad was vol vreemdelingen en dag en nacht verkeerde men in een feestroes. In zo’n situatie gebeuren er nog al eens dingen die niet door de beugel kunnen. Deze gehuwde vrouw pleegde overspel. En in de roes van het feest was ze blijkbaar niet op haar hoede en kon ze daarbij betrapt worden. Je vraagt je wel af waar is die man gebleven; overspel pleeg je toch niet alleen? De schriftgeleerden en Farizeeën zullen gedacht hebben: dit is een interessant geval om eens aan die Jezus voor te leggen. Hij heeft met zijn mooie verhalen de laatste tijd heel wat onrust veroorzaakt. Eens kijken of Hij zich ook staande weet te houden als het er echt op aan komt?

Afgelopen week werden wijzelf opgeschrikt door het verhaal van een Amsterdamse priester. Een verhaal waar ik met mijn verstand niet bij kan en met mijn gevoel al helemaal niet. Waarschijnlijk heeft u dat ook. Wat moeten wij hier nu weer van denken?

Jezus schrijft op de grond in het zand. Hij is in gedachten verzonken en zegt niets. Na langer aandringen komt zijn uitspraak: “Laat degene onder u die zonder zonden is, het eerst een steen op haar werpen.” Daarna schrijft Hij weer op de grond en bemoeit zich er niet mee. Aan het eind van dit tafereel zegt Jezus tegen de vrouw: “Ook Ik veroordeel u niet; ga heen en zondig van nu af niet meer.” De feiten zijn blijkbaar duidelijk: de vrouw heeft gezondigd. Maar voor Jezus is dat geen aanleiding om haar te veroordelen. Wel heeft Hij een oordeel over haar daden: “Ga heen en zondig van nu af niet meer.” Gods Zoon is niet in de wereld gekomen om te veroordelen, maar om de mensen te redden door de vergeving van de zonden. Hij wil dat wij ons bekeren, dat we ons afwenden van het kwaad.

Zo maakt Jezus ons duidelijk dat wij mensen niet mogen veroordelen. Maar wij moeten zeker oordelen over iemands daden. Woorden en daden moeten wij op hun merites beoordelen. Andermans woorden en daden kunnen zowel in goede als in slechte zin ons tot voorbeeld zijn. Dat vraagt om onderscheidingsvermogen. Wij hebben ook de plicht om elkaar waar nodig te corrigeren. Iemand een compliment geven is een daad van liefde. Evenzeer is het een daad van liefde iemand op discrete wijze aan te spreken op zijn fouten en onhebbelijkheden. Het gaat erom dat we de zonde veroordelen, niet de zondaar. De zondaar is een kind van God, een drager van menselijke waardigheid. Wij mogen oordelen over woorden en daden. Het oordeel over mensen is alleen aan God.

Het onderscheid tussen zonde en zondaar is overigens niet zo eenvoudig in onze huidige tijd. In deze tijd moeten mensen samenvallen met hun daden. Dat uit zich in veel stoere praat en uitspraken zoals: “Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.” Gelukkig zijn veel mensen in staat hun gedachten niet onmiddellijk te uiten en er al helemaal niet toe overgaan ze ook onmiddellijk uit te voeren. De meeste mensen denken daar eerst nog eens rustig over na. Reflectie is een goede zaak. Dat kan door in het zand te schrijven, het kan ook op vele andere manieren.

De bisschop van Haarlem-Amsterdam zal ook wel even nagedacht hebben. Mogelijk achter zijn bureau of in overleg met zijn medewerkers, misschien in de huiskapel of tijdens een strandwandeling. Ik weet niet hoe bisschoppen besluiten nemen. Zijn conclusie was waarschijnlijk: laat ik deze priester eerst maar eens wat rust gunnen en tijd om na te denken hoe hij zijn leven vorm en inhoud wil geven. De bisschop besloot de priester te vragen voorlopig zijn priesterlijke taken neer te leggen voor een bezinningsperiode. De bisschop was eerder al in gesprek met deze priester en had hem gevraagd zich te houden aan zijn celibaatsbelofte die hij bij zijn priesterwijding heeft afgelegd. De mens werd door hem niet veroordeeld, ook zijn homoseksuele geaardheid niet, wel is hem gevraagd zijn gedrag te veranderen.

Het idee dat de mens samenvalt met zijn woorden en zijn daden, maakt ook dat wij anders over onze eigen daden oordelen. We doen dat niet zonder vooroordeel en niet zonder bijgedachten. We willen onszelf niet afwijzen en dus praten we onze daden goed. Als we geen onderscheid kunnen maken tussen onszelf en onze zonden, moeten we om onszelf niet te veroordelen, onze zonden wel wegredeneren. Zo praten we vaak recht wat krom is en vermijden we dat we werkelijk op ons gedrag gaan reflecteren. Maar zonder reflectie komen we ook niet tot verbetering van ons gedrag. Zonder reflectie staan we ook niet open voor een uitweg. Dan zien we niet dat de Heer voor ons een nieuwe weg aanlegt, een weg door de steppe en een rivier door de woestijn. Door bezinning en reflectie komen we tot inzicht. Het brengt ons ertoe vergeving te vragen en het opent voor ons nieuwe wegen.

Regelmatig vragen wij Maria om voor ons zondaars te bidden. Wij mogen op onze beurt ook voor anderen bidden. Niemand van ons is zonder zonde. Wel zijn we allemaal kinderen van God. Amen.

Advertenties

From → Preken

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s