Spring naar inhoud

Maandag eerste week Veertigdagentijd – 23 februari

Genesis 9,8-15

“Ik zet een boog in de wolken;
die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.” (Gn 9,13)
Zijn verbond van liefde met ons duurt eeuwig.
Nooit zal God hierop terugkomen.
Altijd weer kunnen wij op onze schreden terugkeren
en ons tot Hem richten.
Altijd staat Hij met open armen op ons te wachten.
Wij kunnen ons met elkaar verbinden
en elkaar vergeven.
Dat is onze weg naar God.
“Vergeef ons onze schuld
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.”

Dinsdag eerste week Veertigdagentijd – 24 februari

1 Petrus 3,18-22

“Christus is eens voor al gestorven voor de zonden
om ons tot God te brengen.” (1 Pt 3,18)
Niet alleen met zijn leven,
ook met zijn lijden en sterven openbaart Jezus ons Gods liefde.
Zijn hele leven brengt ons bij God.
Hij is onze redding en verlossing.
Hij heeft het kwaad van de dood overwonnen
en de weg naar het eeuwig geluk voor ons geopend.
Zijn verrijzenis uit de dood
is ook onze weg naar eeuwig leven.
Met Hem worden wij eens opgenomen in het huis van de Vader.

Woensdag eerste week Veertigdagentijd – 25 februari

Hebzucht (hoofdzonden 2)

Ik moet overleven.
Ik moet mijn toekomst veilig stellen.
Hoe meer ik bezit hoe onafhankelijker ik ben.
Waar houdt het op?
Mijn hebzucht kent geen grenzen.
Hoeveel zekerheid geeft materieel bezit?
Hoeveel zekerheid heb ik nodig?
Ons doodshemd heeft geen zakken.
“Verzamelt u geen schatten op aarde…,
maar verzamelt u schatten in de hemel…
Gij kunt niet God dienen én de mammon.
Daarom zeg ik u:
Weest niet bezorgd voor uw leven.” (Mt 6,19-20.24-25)

Donderdag eerste week Veertigdagentijd – 26 februari

Inzicht (gaven van de Geest 2)

De heilige apostel Paulus schrijft:
“Dit zijn de dingen waarvan de Schrift zegt:
Geen oog heeft ze gezien, geen oor heeft ze gehoord,
geen mens kan het zich voorstellen,
al wat God bereid heeft voor die Hem liefhebben.
Maar aan ons heeft God het geopenbaard door de Geest.” (1 Kor 2,9-10)
Het inzicht dat de Geest ons geeft,
gaat het inzicht van ons menselijk verstand te boven.
Het goddelijk Licht doet ons de dingen zien zoals God ze ziet.
Dit is het inzicht dat onze ogen opent en ons hart doet branden.
Het brengt ons tot geloof en het blijft ons geloof voeden.
“Alles wordt helder in het Licht.” (Sint Laurentius)

Vrijdag eerste week Veertigdagentijd – 27 februari

De dorstigen laven (barmhartigheid 2)

“Naar U gaat mijn verlangen, Heer.” (Psalm 25,1)
Verlangen naar liefde en geluk:
een niet te lessen dorst, onverzadigbaar.
Aan het kruis sprak Hij:
“Ik heb dorst.” (Joh 19,28)
Toen was het volbracht.
Altijd hebben wij dorst.
Mensen hebben nood aan water.
Wij verlangen naar levend water.
Altijd blijven wij verlangen,
verlangen naar het ware leven, naar het eeuwig geluk.
Christus is de overvloedige Bron van liefde en genade.

Zaterdag eerste week Veertigdagentijd – 28 februari

Hoop (deugden 2)

Wij hebben onze aardse verlangens:
de kleine hoop op verzadiging van onze lichamelijke behoeften.
We kennen ook de geweldige, ons leven dragende hoop op God,
het diep menselijke verlangen naar liefde en waarheid.
Iedere mens hunkert naar liefde
en is op zoek naar waarheid.
Wij allen hopen en verlangen naar het volmaakte geluk:
het ware leven, het eeuwig leven.
We kunnen ons er geen enkele voorstelling van maken.
Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven,
wat het ook moge zijn.

Tweede zondag Veertigdagentijd – 1 maart

Marcus 9,2-10

“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, luistert naar Hem.” (Mc 9,7)
Aan Petrus, Jakobus en Johannes
wordt de volle werkelijkheid van Jezus geopenbaard.
Later zullen zij Hem vergezellen in de Hof van Olijven.
Daar leren zij de volheid en diepte van het lijden kennen.
Beide keren gaat het hun begrip te boven.
Ook het lege graf brengt hen niet tot werkelijk inzicht.
Jezus schenkt hen zijn Geest.
De gaven van de Geest geven hen en ons het inzicht.
De heilige Geest zet ons in het Licht.
Hij brengt ons tot werkelijk geloof.
Hij openbaart ons de waarheid
en brengt ons tot daden van liefde.

Maandag tweede week Veertigdagentijd – 2 maart

Genesis 22,1-2.9-13.15-18

Voor joden, christenen en moslims is Abraham
hun vader in het geloof.
De God van Abraham is hun God.
Abraham is een vriend van God
en hij stelt heel zijn vertrouwen op God.
Op de roep van God antwoordt hij:
“Hier ben ik.” (Gn 22,1.11)
Hij geeft zich helemaal.
Hij stelt zich zonder voorwaarden beschikbaar.
Met het offer van zijn zoon Isaak is Abraham
tot het uiterste toe trouw en gehoorzaam aan God.
Abraham toont zich de ware gelovige.

Dinsdag tweede week Veertigdagentijd – 3 maart

Romeinen 8,31-34

“Indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rom 8,31)
God is vol liefde voor ons en Hij is eindeloos trouw.
Hij heeft zijn eigen Zoon gegeven om ons te redden.
Wat let ons nog om op Hem te vertrouwen?
Wat zal God ons weigeren als wij op Hem vertrouwen?
Hij heeft ons als zijn kinderen aanvaard.
Hij zal ons alles vergeven als wij ons tot Hem keren.
Het is Christus zelf die liefdevol over ons waakt.
Hij draagt ons en laat ons delen in zijn vreugde.
Niets kan ons van zijn liefde scheiden.
Niets hebben wij te vrezen
als wij vertrouwen op Hem.

Woensdag tweede week Veertigdagentijd – 4 maart

Jaloezie (hoofdzonden 3)

Dat wil ik ook!
Waarom doet het geluk van de ander ons pijn?
Waarom zijn wij niet blij om het geluk van de ander?
We zijn zo op onszelf gericht.
Wij zijn het centrum van de wereld.
De ander is er voor ons.
Zijn geluk komt ons toe.
Hoe liefdeloos kunnen we zijn.
“Als ik de liefde niet heb, ben ik niets.
De liefde is lankmoedig en goedertieren;
de liefde is niet afgunstig,
zij praalt niet, zij beeldt zich niets in.” (1 Kor 13,2.4)