In die tijd begaven de elf leerlingen zich naar Galilea,
naar de berg die Jezus hun aangewezen had.
Toen zij Hem zagen, wierpen ze zich in aanbidding neer;
sommigen echter twijfelden.
Jezus trad nader en sprak tot hen:
“Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.
Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen
en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest
en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.
Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.”
Voordat Jezus ten hemel opstijgt zendt Hij zijn leerlingen uit. Zij krijgen de opdracht alle volkeren tot zijn leerling te maken. In ons pastoraal beleid staat het leerling zijn centraal. Vandaag en de komende gebedsvieringen zal ik daar bij stilstaan. Het gaat over het zelf leerling zijn en het anderen tot leerling maken. Vandaag gaat het over het leerlingen maken. Jezus zegt ons: “Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.” De kern van deze opdracht die Jezus ons geeft, is het maken van leerlingen. Leerling van Jezus zijn betekent dat je verbindt aan een levenslang proces van leren van en over Jezus. Je verbindt je aan een levenslang groeiproces. Dat vraagt toewijding, volharding en discipline. Je bent ook hierin nooit te oud om te leren. Iedere fase van je leven vraagt ook weer een eigen wijze van leerling zijn.
In onze huidige tijd is christen zijn niet vanzelfsprekend. Een christelijke wijze van leven wordt je niet vanuit je omgeving opgedrongen. Eerder is het omgekeerde het geval. Christenen beginnen steeds meer een minderheid te vormen en dat geldt zeker voor christenen die serieus leerling van Jezus willen zijn. Hoe maken we in zo’n situatie anderen tot leerling van Jezus? Leerling zijn vraagt een inspanning. Tot die inspanning kom je pas als er een verlangen is, een verlangen naar kennis. Dat verlangen naar Jezus en naar kennis van Jezus moet gewekt worden. Leerlingen maken is dan ook vooral verlangen opwekken.
Wij wekken dat verlangen op door zichtbaar te maken wat het voor onszelf betekent om leerling te zijn, wat het voor onszelf betekent om met Jezus te leven. Het rusteloos zoeken naar Jezus leidt uiteindelijk naar vreugde en vrede, naar het besef dat we mogen leven vanuit de genade die Hij ons geeft. Ons leven verbinden met Jezus verlost ons van het voortdurend streven naar nieuwe ervaringen en nieuwe bezittingen. Niets maakt zo ontevreden als verantwoordelijk zijn voor het eigen geluk, als het zoeken van het eigen geluk, het zoeken van het geluk in bezit, genietingen en piekervaringen. Dat voedt alleen maar de honger naar meer.
Ons leven verbinden met Jezus verlost ons ook van onze zelfgerichtheid. Jezus richt ons op het leven zelf, op het goede en op het ware. Hij tilt ons op uit onze zelfgerichtheid en brengt ons op een hoger plan. Hij is “de Weg, de Waarheid en het Leven”. (Joh 14,6) Verlost van onze zelfgerichtheid zijn we ook verlost van de eenzaamheid. Hij is met ons “alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Wij staan er nooit alleen voor. Hij staat ons altijd terzijde. Zo gaat de wereld voor ons open. Zijn liefde voor ons is er altijd als wij ons voor Hem openstellen en zijn liefde voor ons beantwoorden door een relatie met Hem aan te gaan.
Om leerlingen te maken is het op de eerste plaats nodig dat wijzelf leerlingen zijn. Daarover komende donderdag. Amen.
In deze tijd van corona wordt vaak gesproken over solidariteit. En dat is goed. Solidariteit is tussen mensen, tussen mensen in verschillende omstandigheden, is uiterst belangrijk voor een goed functionerende samenleving. Solidariteit is een daad van liefde. Solidariteit maakt mensen gelukkig.
Maar hoe ver gaat solidariteit. Moeten we bijvoorbeeld de muziek afschaffen uit solidariteit met mensen die niet kunnen horen en dus niet van muziek kunnen genieten. Deze vraag kwam bij mij op toen ik op de radio een gesprek hoorde. Het ging over het onderscheid maken tussen leeftijdsgroepen bij het versoepelen van de maatregelen tegen corona. Moeten we jongeren verbieden naar het café gaan omdat het voor 60+-ers niet goed is daar te zijn? Moeten jongeren zich iets onthouden omdat wij ouderen mogelijk jaloers op hen worden? Is dat solidariteit tussen leeftijdsgroepen? Het is goed dat organisaties zoals de KBO de belangen van ouderen behartigen. Maar je eigen belangen behartigen wil toch niet zeggen dat je een ander iets niet gunt? Dat je niet solidair kunt zijn met groepen met andere belangen?
Er was nog iets in dat gesprek wat mij stoorde. Er werd gesproken over 60+-ers als de mensen die ons land hebben opgebouwd. Ik ben al bijna tien jaar 60+-er, maar durf niet van mijzelf te zeggen dat ik iemand ben die dit land heeft opgebouwd. Ik heb mijn werk gedaan en ongetwijfeld een bijdrage geleverd aan de maatschappij, maar het land opbouwen? Ik denk dan eerder aan de generatie van mijn ouders: mensen die na de oorlog bezig waren weer een normale samenleving tot stand te brengen. Maar ook mijn ouders heb ik nooit horen zeggen dat zij het land hebben opgebouwd. Zelf ben ik eerder bang dat ik over tien jaar aangesproken wordt met de vraag: ben jij ook niet van die generatie die dacht dat de bomen tot in de hemel zouden groeien en die alles voor zichzelf opeiste. Ben jij ook niet van die er generatie die het oplossen van de klimaatcrisis aan ons over heeft gelaten en er zelf vrolijk op los leefde?
Solidariteit is een grote christelijke waarde. Solidariteit begint altijd bij jezelf, met de vraag met wie ben ik solidair. Solidariteit dwing je niet af bij de ander. Het verhaal van de barmhartige Samaritaan leert ons dat het voor iedereen om de vraag gaat: voor wie ben ik een naaste, met wie ben ik solidair?
Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juni 2020
In die dagen
sprak Mozes tot het volk:
“De geboden die ik u heden geef zijn niet te zwaar voor u
en zij liggen niet buiten uw bereik.
Zij zijn niet in de hemel
en gij hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal naar de hemel opvaren
om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen,
zodat wij ze kunnen volbrengen’?
Ze zijn niet overzee en ge hoeft niet te zeggen:
‘Wie zal de zee overvaren om ze voor ons te halen
en ze ons te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen’?
Neen, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart.
Gij kunt het dus volbrengen.”
Het boek Deuteronomium is het vijfde boek van de Bijbel. De eerste vijf boeken van het Oude Testament, de joodse Bijbel, wordt door de joden de Thora genoemd. Het zijn de vijf boeken van Mozes, waarin de Wet van Mozes is vastgelegd. Het boek Deuteronomium kun je lezen als één lange toespraak van Mozes waarin hij de wet bekend maakt.
Dit jaar vieren we in ons bisdom als het Jaar van het Woord van God. In de vandaag gelezen Bijbeltekst horen we wat er in de Bijbel over het Woord van God geschreven staat. Komende zaterdag kijken we naar een tekst uit het Nieuwe Testament.
Een van de vragen die een gelovig mens zich stelt, is: wat wil God van mij, hoe leef ik op de manier die God van mij vraagt? Het antwoord van de Thora is: houd je aan de voorschriften die God ons via Mozes heeft gegeven: te beginnen met de Tien Geboden en verder uitgewerkt in de Wet van Mozes.
Onze hedendaagse mening hierover is vaak dat het orthodoxe jodendom een wettische godsdienst is. Je moet je aan allerlei – voor ons vaak onbegrijpelijke – regels houden. Hetzelfde zeggen we over de islam. Voor de islam is de Koran de openbaring van God en van wat God van de mensen vraagt. De hedendaagse mening is gebaseerd op het idee van de moderne mens dat hij zelf wel uitmaakt wat goed en wat kwaad is. En daarbij neemt hij zichzelf als de maat.
Het idee van het jodendom en ook van de islam is dat wij uit onszelf niet kunnen weten wat goed en kwaad is en dus niet kunnen weten hoe we moeten leven. Een goed uitgewerkt geheel van regels is dan een geschenk van God aan ons, want dan weten we wat we moeten doen en wat we moeten laten. Het is niet voor niets dat het jodendom een feest heeft, dat Simchat Thora heet: de Vreugde van de Wet. Men viert op die dag uitbundig het einde van de Thoralezing, en start op deze dag weer opnieuw de jaarcyclus, met het begin van de Thora.
God heeft het volk van Israël een wet gegeven, zodat zij goed kunnen leven overeenkomstig het Verbond dat God met hen gesloten heeft. God kent de mens en stelt geen onmogelijke eisen aan hem. Het Woord is niet te zwaar, het is bekend en het is dicht bij u, gij kunt het volbrengen.
Wat heeft Jezus hierover te zeggen? Daarover gaat het zaterdag. (Zie hier.) Amen.
Zingt nu voor God, alle landen der aarde.
Een voedzame regen kwam neer uit de hemel,
uw uitgeput erfdeel hebt Gij verkwikt.
Uw kudde heeft daar zijn rustplaats gevonden,
die Gij in uw goedheid voor haar hadt bereid.
De Heer zij geloofd, dag aan dag:
Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.
Want onze God is een God die verlost,
de Heer onze God ontrukt aan de dood.
Zingt nu voor God, alle landen der aarde.
De Psalm bezingt Gods zorg voor ons mensen, “Hij draagt onze lasten, de God van ons heil.” God is niet alleen onze Schepper, God staat niet alleen aan het begin. God is voortdurend met ons bezig. Dag in, dag uit bekommert Hij zich om ons. Zijn zegen komt als voedzame regen over ons. Wij zijn Gods erfgenamen, in Christus zijn wij mede-erfgenamen. Het Rijk Gods is er voor ons. Daar zullen wij onze rustplaats vinden. Als volk van God zijn wij op weg naar zijn Rijk van vrede en geluk.
God is onze Verlosser, onze Bevrijder. In Jezus Christus zijn wij verlost van het kwaad. Wij zijn vrije mensen, vrij om het goede te doen. Wij zijn bevrijd uit de slavernij van het kwaad, bevrijd uit de slavernij van onze eigen begeerten en onze zelfgerichtheid. Wij zijn geschapen en door de verlossing herschapen om lief te hebben, om te delen in de liefde die God zelf is. Gods liefde is geen begerende, zelfgerichte liefde. Het is een schenkende liefde die geheel op de ander is gericht. Zo is God voor ons: een en al schenkende op ons gerichte liefde. Wij zijn Gods erfgenamen. Wij mogen deze liefde niet alleen ontvangen. Wij mogen er ook in delen. Met diezelfde liefde mogen wij God liefhebben, onze medemensen liefhebben en heel Gods schepping liefhebben.
In deze tijd van crisis is het heilzaam Gods liefde voor ons te ervaren. Het is ook een liefde die vaak om bemiddeling vraagt. God heeft ons mensen nodig om zijn liefde over te brengen. Onze daden van liefde gericht op onze medemensen maken Gods liefde in de wereld zichtbaar. De heilige Geest is daarbij onze Helper, de Geest van vuur en liefde. Hij brengt ons vuur en liefde. Hij beweegt ons tot vurige liefde. Amen.
De jongeman gaf Jezus
ten antwoord:
“Dat alles heb ik onderhouden
van mijn jeugd af.”
Toen keek Jezus hem
liefdevol aan en sprak:
“Een ding ontbreekt u:
ga verkopen wat ge bezit
en geef het aan de armen,
daarmee zult ge een schat
bezitten in de hemel.
En kom dan terug
om Mij te volgen.”
Dit woord ontstelde hem
en ontdaan ging hij heen,
omdat hij vele goederen bezat.
Paus Franciscus heeft alle katholieken uitgenodigd om deze week als Laudato si’-week te vieren. Op 24 mei is het vijf jaar geleden dat de encycliek Laudato si’ verscheen. In zijn videoboodschap vraagt de paus: “Wat voor wereld willen we nalaten aan hen die na ons komen, aan de kinderen die opgroeien?” Hij herhaalt zijn dringende oproep om te reageren op de ecologische crisis: “De schreeuw van de aarde en de schreeuw van de armen kan niet doorgaan. Laten we zorgen voor de schepping, een geschenk van onze goede Schepper God. (Zie ook hier.) Laten we samen de Week van Laudato si’ vieren.”
In Laudato si’ roept de paus ons op tot een ecologische bekering. Jezus roept de rijke jongeling op tot bekering. Het verhaal van de rijke jongeling laat ons hoe moeilijk bekering kan zijn. Het gaat hier om een brave jongeman. Vanaf zijn jeugd heeft hij alle geboden onderhouden. Nu is hij op zoek naar meer. Hij verlangt naar verdieping in zijn leven. Hij begrijpt dat Jezus hem hierin de weg kan wijzen. Jezus kijkt hem liefdevol aan en vraagt hem zijn volgeling te worden. Het is niet dat Jezus zijn rijkdom verwerpelijk vindt en hem tot een ascetisch leven wil verplichten. Waar het om gaat is dat hij zich niet moeten hechten aan zijn bezit, als hij een leerling van Jezus wil zijn.
Dit is ook de boodschap van de paus in Laudato si’. Liefde en zorg voor de schepping is niet te combineren met liefde voor bezit en liefde voor een luxe leven. Het is niet te combineren met leven gericht op consumptie. Jezus leert ons dat we niet God èn de mammon kunnen dienen. Genegenheid, liefde en zorg zijn van een andere orde dan nuttigheid en rendement.
Daarom roept de paus ons op tot soberheid. Door sober te zijn wat betreft de consumptie, ontstaat er ruimte in ons leven. Door soberheid krijgen wij oog voor de schoonheid van de schepping. Soberheid maakt vrij. Soberheid verlost ons van de concurrentiestrijd. Soberheid geeft ons ruimte voor de liefde: de liefde voor God, de liefde voor de medemens en de liefde voor de schepping. Amen.
‘Christelijk gebed met de schepping’ uit Laudato si’
Wij loven U, Vader, met al uw schepselen,
die uit uw machtige hand zijn voortgekomen.
Zij zijn van U en vol van uw aanwezigheid
en uw tederheid.
U zij de lof!
Zoon van God, Jezus,
door U is alles geschapen.
Gij hebt een menselijke gestalte aangenomen in de moederschoot van Maria,
Gij zijt deel geworden van deze aarde
en hebt naar deze wereld gekeken met menselijke ogen.
Vandaag zijt Gij levend in ieder schepsel
met uw heerlijkheid als Opgestane.
U zij de lof!
Heilige Geest, die door uw licht
deze wereld richt op de liefde van de Vader
en de weeklacht van de schepping begeleidt,
ook Gij leeft ook in onze harten
om ons aan te zetten tot het goede.
U zij de lof!
Heer God, Een en Drievuldig,
kostbare gemeenschap van oneindige liefde,
leer ons U te aanschouwen
in de schoonheid van het heelal,
waar alles spreekt van U.
Wek onze lofprijzing en dankbaarheid
om ieder wezen dat Gij hebt geschapen.
Geef ons de genade ons ten diepste verenigd te voelen
met al het bestaande.
God van liefde, toon ons onze plaats
in deze wereld
als instrumenten van uw liefde
voor alle wezens van deze aarde,
want geen enkel van hen wordt door U vergeten.
Verlicht hen die macht en geld bezitten,
opdat zij worden behoed
voor de zonde van de onverschilligheid,
het algemeen welzijn liefhebben, de zwakken ondersteunen,
en zorg dragen voor deze wereld, die wij bewonen.
De armen en de aarde schreeuwen:
Heer, doordring ons met uw macht en uw licht
om ieder leven te beschermen,
om een betere toekomst te bereiden,
opdat uw Rijk kome
het Rijk van gerechtigheid, vrede, liefde en schoonheid.
U zij de lof! Amen.
De Heer heeft recht en gerechtigheid lief,
de aarde is vol van zijn mildheid.
Het woord van de Heer heeft de hemel gemaakt.
de geest uit zijn mond schiep de hemelse machten.
Als in een waterzak bergt Hij de zee,
de stromen in regenbakken.
Laat heel de wereld de Heer vrezen,
laat al haar bewoners ontzag voor Hem hebben.
Paus Franciscus heeft alle katholieken uitgenodigd om deze week als Laudato si’-week te vieren. Op 24 mei is het vijf jaar geleden dat de encycliek Laudato si’ verscheen. In zijn videoboodschap vraagt de paus: “Wat voor wereld willen we nalaten aan hen die na ons komen, aan de kinderen die opgroeien?” Hij herhaalt zijn dringende oproep om te reageren op de ecologische crisis: “De schreeuw van de aarde en de schreeuw van de armen kan niet doorgaan. Laten we zorgen voor de schepping, een geschenk van onze goede Schepper God. Laten we samen de Week van Laudato si’ vieren.”
Verwijzend naar de gelezen Psalmtekst schrijft de paus in Laudato si’: “Zo worden wij erop gewezen dat de wereld voortkomt uit een besluit, niet uit chaos of toevalligheid en dit geeft haar nog meer luister. Er is een vrije keuze die tot uitdrukking komt in het scheppende woord. Het heelal is niet ontstaan als het resultaat van een willekeurige almacht, van krachtsvertoon of verlangen naar zelfbevestiging. De schepping behoort tot de orde van de liefde. Gods liefde is de fundamentele reden van heel de schepping. (…) Zo is ieder schepsel onderwerp van de tederheid van de Vader, die het een plaats in de wereld toewijst. Zelfs het vluchtige leven van het meest onbelangrijke wezen is onderwerp van zijn liefde en in die weinige seconden van zijn bestaan omgeeft Hij het met zijn genegenheid.” (LS 77)
Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. Het menselijk leven is op drie fundamentele relaties gebaseerd. Het is de relatie met God, de relatie met de naaste en de relatie met de aarde. Deze relaties zijn nauw met elkaar verbonden. Het is de liefde van de Schepper die ze met elkaar verbindt.
De liefde van God voor ons en zijn liefde voor heel de schepping nodigt ons uit tot zorg voor de schepping. Daarvoor moeten wij in ons denken de begrippen nuttigheid en rendement vervangen door genegenheid, liefde en zorg. In Laudato si’ roept de paus ons op tot een ecologische bekering. Daarover komende vrijdag meer. (Zie hier.) Amen.
‘Gebed voor onze aarde’ uit Laudato si’:
Almachtige God,
die aanwezig zijt in heel het onmetelijke heelal
én in het kleinste van uw schepselen,
Gij die met uw tederheid
al het bestaande omgeeft,
stort over ons uit de kracht van uw liefde
opdat wij zorgen
voor het leven en zijn schoonheid behoeden.
Overspoel ons met vrede,
opdat wij als broeders en zusters leven
zonder iemand te benadelen.
God van de armen,
help ons de verlaten en vergeten mensen van deze wereld
die zo waardevol zijn in uw ogen,
te redden.
Maak ons leven weer gezond,
opdat wij de wereld beschermen
en haar niet plunderen,
opdat wij schoonheid zaaien
en geen vervuiling en verwoesting.
Raak de harten
van allen die alleen maar voordeel zoeken
ten koste van de armen en van de aarde.
Leer ons de waarde van alle dingen te ontdekken,
met verbazing te kijken,
en te erkennen dat wij ten diepste verbonden zijn
met alle schepselen
op onze weg naar uw oneindig licht.
Dank dat Gij alle dagen met ons zijt.
Bemoedig ons, alstublieft, in onze strijd
voor gerechtigheid, liefde en vrede. Amen.
Op 12 en 13 maart zou het congres ‘Duurzame duurzaamheid’ plaatsvinden. Corona wierp helaas roet in het eten en het congres werd afgeblazen. Gelukkig lag wel onmiddellijk de congresbundel[i] in de boekwinkel en heb ik die ondertussen kunnen lezen. Ik kan het u aanbevelen. Deze column is niet bedoeld als recensie van het boek, maar het boek heeft mij wel sterk geïnspireerd tot het schrijven van deze tekst.
Het eerste wat bij het lezen opvalt is de sterke gerichtheid op de deugdenethiek. Duurzame duurzaamheid vraagt om een houding van duurzaamheid van binnenuit, een houding die blijvend in de mens verankerd is. Anders dan voor de plichtenethiek is dit typerend voor de deugdenethiek. Door te oefenen, door de juiste maat te vinden die bij jou in jouw situatie past, maak je jezelf de deugd eigen. De deugd vormt niet alleen je persoonlijkheid; zij gaat er ook deel van uit maken.
Een belangrijke voorwaarde voor het je eigen maken van duurzame deugden is de liefde voor de schepping. We vinden dit bij Franciscus van Assisi, maar ook bij de auteurs Henry David Thoreau (Walden) en Rachel Carson (Silent Spring). Kennis van en liefde voor de natuur zijn essentieel voor het vergroten van ons ecologisch bewustzijn. Hierdoor beseffen we dat we deel uit maken van de natuur en dat alles met elkaar samenhangt. Voor de heilige Bonaventura is de schepping een afbeelding van God. Door de schepping kunnen we God leren kennen.
Een deugdzaam leven is ook een zoektocht. Er is geen allesomvattende pasklare oplossing. Het gaat om de samenwerking van verschillende disciplines en van verschillende benaderingen, om de samenwerking van politiek, wetenschap en technologie, kunst en religie. Het vraagt ook om het sluiten van compromissen. Het vraagt een spirituele benadering van meebewegen en in wisselwerking staan met de schepping en met de Schepper.
We hebben te maken met mondiale problemen die om individuele oplossingen vragen. Iedereen heeft zijn bijdrage te leveren. Ook de deugd van rechtvaardigheid speelt daarbij een rol. De lasten vragen om een eerlijke verdeling, een verdeling naar draagkracht. Ieder draagt zijn steentje bij en als je niet weet waar je moet beginnen, zijn er de wijze woorden van Elie Wiesel: “Waar je moet beginnen? Begin gewoon ergens.” Begin met iets wat jij belangrijk vindt, waarvoor jij je wilt inspannen en waar je samen met anderen iets aan kunt doen. Begin gewoon!
[i] Krijn Pansters (red.), Duurzame duurzaamheid: Ecologische bekering en betrokkenheid, Utrecht: Eburon, 2020.
Op 18 mei 2020 gepubliceerd op de website Kerk en Milieu.
“Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning.” De apostelen beseffen dat zij geen van hun taken mogen verwaarlozen. Hoe belangrijk de ondersteuning ook is, het woord van God mag niet verwaarloosd worden. Deze tekst uit de Handelingen van de apostelen wordt gezien als de instelling van het ambt van diaken. Zeven mannen krijgen de handen opgelegd om dienstbaar te zijn. In onze vertaling worden de woorden ondersteuning en bediening gebruikt, in de oorspronkelijke Griekse tekst staan hier de woorden diakonia en diakonein. Hier zijn onze woorden diaconie en diaken van afgeleid.
De zeven hebben de taak om dienstbaar te zijn. Mogen zij daarom wel het woord van God verwaarlozen? De tekst die we gelezen hebben doet daar geen uitspraak over. Wel lezen we verderop in Handelingen over Stefanus en Fillipus. Daar lezen we hoe Stefanus vol vuur de Blijde Boodschap verkondigt. Het gevolg daarvan is dat hij gestenigd wordt en sterft als de eerste martelaar. Ook van Filippus wordt vermeld dat hij het Evangelie verkondigt. Hij wordt een evangelist genoemd. Ook wordt er iemand door hem gedoopt. Het is duidelijk dat ook diakens meer zijn dan maatschappelijk werkers.
Dit jaar hebben we meer dan anders aandacht voor het woord van God. Wat voor de apostelen geldt, geldt voor iedere christen. Het gaat altijd weer om het juiste evenwicht. Leerling zijn van Jezus is niet alleen maar dienstbaarheid, het is ook niet alleen maar bidden, en ook niet alleen maar Bijbellezen. Het gaat erom dat we de juiste maat weten te vinden: een maat die bij onszelf past, een maat die bij onze omstandigheden past, een maat die bij onze rol in de gemeenschap past, een maat die een leerling van Jezus past.
Petrus schrijft in zijn brief: “Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel. Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus.” Petrus vergelijkt ons met stenen waarmee een gebouw wordt opgetrokken. Wij denken daarbij in onze tijd in de eerste plaats aan bakstenen, maar dat geldt niet voor Petrus Petrus denkt aan een verzameling natuurstenen. Dat blijkt ook uit het citaat uit Psalm 118: “De steen die de bouwlieden hebben afgekeurd, die is de hoeksteen geworden.” De bouwers zoeken de juiste steen voor de juiste plaats en functie.
Zo zijn ook wij als levende stenen deel van het bouwwerk van de gemeenschap. Ieder heeft daarin zijn vaardigheden en talenten. Iedereen heeft daarin zijn plaats en rol. Juist door onze verschillen kunnen we samen een hechte gemeenschap vormen. De diversiteit is de basis voor een christelijke gemeenschap. Jezus zegt daarover: “In het huis van mijn Vader is ruimte voor velen.” Van ons wordt gevraagd dat we als geloofsgemeenschap gastvrij zijn. Voor ieder die op zoek is naar God is er een plaats. Het is niet aan ons om een levende steen af te keuren.
Hoe vinden wij onze plaats en onze rol binnen de gemeenschap? Hoe kunnen we ons als levende steen laten voegen in de bouw van de geestelijke tempel? Hoe vormen wij samen christelijke gemeenschap? In zijn tweede brief schrijft Petrus: “Doet daarom uw uiterste best om uw geloof te voeden met deugd, de deugd met kennis, de kennis met zelfbeheersing, de zelfbeheersing met standvastigheid, de standvastigheid met godsvrucht, de godsvrucht met broederliefde, en de broederlijke genegenheid met liefde voor allen.” (2 Pe 1,5-7)
Het gaat niet primair om het handhaven van strenge regels en geboden. Op de eerste plaats gaat het om onze gezindheid. Hoe staan wij in het leven, hoe verhouden wij ons tot God en de medemens? Het beoefenen van de deugden helpt ons op onze weg. Petrus noemt geloof, kennis, standvastigheid, godsvrucht, genegenheid en liefde. Het zijn zaken die we onszelf – en ook anderen – niet kunnen opleggen. We kunnen ze oefenen. Door ze te oefenen maken wij onze deze deugden eigen. Door de oefening worden ze deel van onze persoonlijkheid. Zo vinden we in ons doen en laten de juiste maat. Zo worden we levende stenen die werkelijk de Kerk opbouwen en zo zorgen we er ook voor dat de Kerk een huis is waar ruimte is voor velen.
Jezus zegt van zichzelf: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wij worden opgeroepen Hem na te volgen, om zijn leerling te zijn. Hij houdt ons niet een systeem van regels en geboden voor. Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven, hoe je kunt geloven, hoe je kunt liefhebben, hoe je de waarheid op het spoor kunt komen. Jezus zegt ons: Kijk naar Mij, hoe Ik op de Vader vertrouw. Kijk hoe de Vader van Mij houdt en Ik van Hem. Kijk hoe Ik die liefde deel met alle mensen. Doe net als Ik doe: leef met vertrouwen en liefde.
Jezus is onze Verlosser. Hij heeft ons gemaakt tot vrije mensen. Wij zijn geen slaven: niet van het kwaad en ook niet van wat mensen van ons eisen. Christelijke vrijheid geeft ons ook christelijke verantwoordelijkheid. In verbondenheid met Christus kunnen wij onze verantwoordelijkheid inhoud geven. In verbondenheid met Hem groeien wij uit tot levende stenen die de christelijke gemeenschap opbouwen.
Wij worden opgeroepen Jezus na te volgen. Daarnaast is ook zijn moeder Maria een toonbeeld van geloof en van liefde. Zij stelde zich als levende steen geheel in dienst van God. Zij is ook de moeder van de Kerk en ons aller moeder. In haar eren wij alle moeders, allen die hun leven in dienst stellen van hun kinderen. Amen.