Spring naar inhoud

Woord van God; Joh 1,1-4.14

6 juni 2020

In het begin was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was God.

Dit was in het begin bij God.
Alles is door Hem geworden
en zonder Hem is niets geworden
van wat geworden is.

In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen.
Het Woord is vlees geworden
en heeft onder ons gewoond.

Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd,
zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid.

In het kader van het Jaar van het Woord van God lazen we afgelopen woensdag uit het Oude Testament, uit het boek Deuteronomium. (Zie hier.) We zagen hoe God via Mozes bekend heeft gemaakt, hoe wij als mensen goed kunnen leven door zijn Woord te onderhouden. Vandaag lezen wat het Nieuwe Testament schrijft over het Woord van God. Met de geboorte van Jezus, met de menswording van Gods Zoon, breekt een nieuwe tijd aan. “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.”

Vanaf dit moment is niet de Bijbel de openbaring van God en van Gods wil. Vanaf dit moment is het Jezus Christus, die de openbaring van God is. Ook hier is duidelijk dat Gods wil geopenbaard moet worden. Het Woord was bij God en het is vlees geworden.

Hier zien we waarom we de Bijbel en de Koran, en ook Jezus en Mohammed niet met elkaar moeten vergelijken. Voor ons is Christus de ultieme openbaring van God. Gods Zoon is mens geworden; het Woord is vlees geworden. Voor moslims is de Koran de ultieme openbaring van de wil van God. In christelijke termen: het Woord is boek geworden. Als je een vergelijking tussen christendom en islam wilt maken, dan moet je Christus en de Koran op één lijn plaatsen. Dit maakt ook waarom voor ons de Bijbel toch iets minder heilig is dan dat voor de joden het geval is en bij moslims voor de Koran geldt.

Is hiermee de Wet van Mozes door Jezus aan de kant gezet? Daar is Jezus heel duidelijk over: “Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en Profeten op te heffen; Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen.” (Mt 5,17) Vervolgens komt Jezus met een radicale uitleg van de Wet van Mozes. Jezus maakt duidelijk dat het niet alleen gaat om het naleven van de regels. Het gaat primair om onze houding, om onze intenties. Het naleven van de regels volgt daaruit.

Jezus verkondigt ons een hoog ideaal, het ideaal van de liefde. Alles draait om het dubbelgebod van de liefde: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Gij zult uw naaste beminnen als uzelf.”(Mt 22,37-39) Al ons doen en laten, al ons spreken en zwijgen, heel ons bestaan moeten wij grondvesten op het gebod van de liefde. Jezus heeft ons laten zien dat dit voor mensen mogelijk is. Hij heeft ons laten zien hoe je Gods liefde kunt delen met alle mensen. De liefde die God voor ons heeft, houden we niet voor onszelf. De liefde van God is er om te delen. Het gaat niet op de eerste plaats om onszelf. Het gaat primair om God en om de medemens.

Jezus verkondigt ons een hoog ideaal en Hij weet dat wij mensen in ons streven naar dit ideaal telkens weer tekort schieten. Jezus leert ons ook over de barmhartigheid van God. God zal ons altijd weer vergeven en ons een nieuwe kans bieden. Amen.

From → Preken

One Comment

Trackbacks & Pingbacks

  1. Woord van God; Dt 30,11-14 | Diaken Pier Tolsma

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s