Vandaag drie lezingen die bewust bij elkaar zijn geplaatst, maar waarbij we wel moeten zoeken naar het verband ertussen. We horen in de eerste lezing hoe God ons de tien geboden geeft. Paulus schrijft dat wij tegen alle aardse logica in de gekruisigde Christus verkondigen. En Jezus laat ons direct aan het begin van zijn openbare leven zien waar Hij voor staat. In het Evangelie volgens Johannes volgt de tempelreiniging direct na de bruiloft van Kana.
De eerste lezing heeft een groot “Gij zult…”-gehalte. Dit moet wel en dat mag niet. Dat is lekker duidelijk. Veel mensen houden van duidelijkheid. Dan weet je waar je aan toe bent. In het Evangelie is helemaal geen sprake van geboden en verboden, maar toch is hier in het geheel geen sprake van onduidelijkheid. Duidelijkheid zit hier niet in de regelgeving, maar in de houding van Jezus.
Bij het optreden van Jezus herinneren de leerlingen zich de tekst: “de ijver voor Uw huis zal mij verteren”. Die opmerking staat er wat plompverloren. Zo maar een losse gedachte te midden van het verhaal over wat er allemaal gebeurt. Maar meer dan met het vertellen van de feiten geeft Johannes met deze opmerking aan welke indruk dit gebeuren op de leerlingen heeft gemaakt. Die indruk laat niets te raden over. Het verhaal staat bij Johannes aan het begin van het Evangelie. De leerlingen hebben Jezus nog maar pas leren kennen en dan maken ze dit mee. Ze zijn diep onder de indruk van de ijver, de passie, de inzet van Jezus. Hoe enorm groot is zijn liefde voor God en voor de zaken van God.
Hier gaat het om de tempel in Jeruzalem, maar het huis van God, het huis van de Vader omvat zoveel meer. Zonder moeite gebruikt Jezus het woord tempel ook om zijn eigen lichaam aan te duiden. Het huis van de Vader dat is ook ons lichaam en dat is ook onze aarde. Het huis van de Vader omvat de hele mensheid en de hele schepping. Met dit verhaal wordt ons de vraag gesteld: hoe gaan wij hiermee om? Verkopen wij ons lichaam, verkopen wij mensen en onze aarde voor geld of zien we al deze huizen van de Vader als kostbaar geschenken die ons uit liefde zijn gegeven?
Voor Jezus is het volstrekt duidelijk: Hij leeft vanuit de liefde, de liefde voor God, de liefde voor de medemens en de liefde voor de schepping. Alles is ondergeschikt aan die liefde, zelfs zijn eigen leven. Zonder die liefde kan Hij niet leven. Die liefde is groter dan het leven zelf. Het is een liefde die over de grenzen van de dood heen gaat. De duidelijkheid die Jezus ons geeft, is de duidelijkheid van de liefde. Uit eigen ervaring weten we dat liefde zich niet aan banden laat leggen. De liefde wordt niet gestuurd door regels, geboden en verboden. De liefde laat zich ook niet sturen door de logica. De liefde kent haar geheel eigen wegen. De liefde stelt mensen in staat zichzelf op te offeren. In de gekruisigde Christus verkondigen wij de liefde, de liefde die tegen alle aardse logica in gaat.
De liefde maakt ons vrij en daarmee ook verantwoordelijk. Wij kunnen ons niet verstoppen achter regeltjes en wetten. We moeten zelf een oordeel vormen over goed en kwaad. Regeltjes en wetten zijn daarbij hulpmiddelen, richtlijnen. Jezus geeft ons slechts één gebod, het dubbelgebod van de liefde: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en geheel uw kracht. En gij zult uw naaste beminnen als uzelf.” (Mc 12,30-31) Dit gebod is zichtbaar geworden in het leven, lijden en sterven van Jezus. Hij heeft ons de liefde geopenbaard.
Meer dan regels en geboden leidt de liefde ons tot een deugdelijk leven, tot een goed en gelukkig leven. De Veertigdagentijd is een tijd van bezinning en soberheid. Het is een tijd bij uitstek om ons te oefenen in daden van liefde, te oefenen in een deugdelijk, een goed en gelukkig leven. Bidden we vandaag dat deze Veertigdagentijd vrucht mag dragen in ieder van ons. Amen.
Auteur: Johan te Velde
Titel: Thuis komen in de liturgie: Liturgische catechese voor parochianen
Uitgever: Bisdom Rotterdam, 2016
Prijs: € 5,00
Aantal pagina’s: 89
Velen verlangen naar de ontmoeting met Jezus. “In de liturgie toont Hij ons zijn gelaat: in het evangelie, in de sacramenten, de Eucharistie, in het gebed, in de gezangen, de symbolen en beelden. Maar herkennen we Hem daar?” Met dit boek helpt pater Johan te Velde osb ons hiermee. “Liturgie vraagt vorming, vraagt een ingewijd zijn, vraagt kennis van en een zekere vertrouwdheid met de teksten en symbolen.”
Het boek bestaat uit drie delen: ‘Opbouw en onderdelen van de Eucharistie’, ‘De symbolen van de liturgie’ en ‘Vierend het jaar door’. Hierin komen drieëndertig onderwerpen in evenveel korte hoofdstukken aan de orde. Het is een gemakkelijk te lezen boek. Te Velde legt met eenvoudige taal uit wat de essentie is. Hij schrijft over historische en Bijbelse achtergronden. Hij zorgt ervoor dat de lezer zich thuis gaat voelen in de liturgie. Een boek voor mensen die moeite hebben met de liturgie die hun vreemd is, maar ook voor hen die zich er wel thuis voelen, maar toch de nodige kennis en verdieping missen. Het boek is verkrijgbaar bij het Centrum voor Parochiespiritualiteit (www.parochiespiritualiteit.org).
“Gij weet toch dat uw lichamen ledematen zijn van Christus?” Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik moet bekennen dat ik me niet kan herinneren dat ik ooit in letterlijke zin zo over mijn lichaam heb gedacht.
De eerste lezing gaat over de roeping van Samuël. Samuël wordt geleerd naar de stem van God te luisteren en er op de juiste wijze gevolg aan te geven. Ook in het Evangelie horen we een roepingsverhaal. Twee leerlingen van Johannes de Doper gaan Jezus achterna. Door de woorden van Johannes – “Zie het Lam Gods.” – zijn zij nieuwsgierig geworden. Ze willen weten wie die man is, hoe Hij leeft. Jezus nodigt hen uit: “Gaat mee om het te zien.”
Geroepen worden is op de eerste plaats geen zaak van een opdracht ontvangen. Geroepen worden is vooral een ontdekkingstocht: “Gaat mee om het te zien.” Jezus nodigt de twee mannen uit tot een onderzoek en tot een ervaring. Zelf moeten zij ontdekken wie Jezus is en wat het voor hen betekent Hem te volgen. Ook onze roeping is primair een zoektocht. Ook wij worden uitgenodigd Jezus te volgen en te ontdekken wat dat voor ons betekent. Ook wij verlangen ernaar goed te leven en zo gelukkig te worden. Wij willen op een goede manier omgaan met de geschenk van het leven en met al het andere dat ons is gegeven.
Op het eerste gezicht heeft de tekst uit de brief van Paulus weinig overeenkomsten met de twee roepingsverhalen. De tekst heeft veel meer het karakter van een vermaning. En laat er geen misverstand over bestaan: dat is het ook. Paulus roept met deze brief de christenen van Korinthe tot de orde. Er zijn allerlei misstanden in de gemeente van Korinthe en Paulus vindt het nodig orde op zaken te stellen.
Wij hebben ons leven als een geschenk ontvangen. Ons lichaam is een belangrijk aspect van dat geschenk. Een geschenk is een daad van liefde. En liefde vraagt om een antwoord. Liefde is er alleen als er sprake is van een relatie. God schenkt ons zijn liefde. Hij geeft ons leven. Dat geschenk heeft alles te maken met onze roeping. Het geschenk van leven en liefde stelt ons in staat een antwoord te geven, het stelt ons in staat uitvoering te geven aan onze roeping. Wij mensen zijn zowel geestelijk als lichamelijk. Een mens bestaat uit ziel en lichaam. Het een kan niet zonder het ander. Het een is ook niet geheel ondergeschikt aan het ander. Dus kan Paulus inderdaad schrijven: “Gij weet toch dat uw lichamen ledematen zijn van Christus?”
In mijn jeugd kreeg onze lichamelijkheid mogelijk te weinig aandacht. Het lichaam stond bloot aan allerlei verleidingen en werd daarmee vooral gezien als een bron van zondigheid. Tegenwoordig is er juist erg veel aandacht voor onze lichamelijkheid. maar ook daar zijn kanttekeningen bij te maken. Nu wordt onze lichamelijkheid vooral gezien als bron van geluk. Het lichaam heb je in de huidige cultuur vooral om te kunnen genieten. Lichamelijke arbeid wordt echter door velen als minderwaardig gezien. In het huidige denken heb je je lichaam wel om iets leuks te doen, maar niet om iets goeds te doen. Je inspannen door te sporten wordt als positief gezien; maar je inspannen om je beroep uit te oefenen, om je roeping te volgen wordt vooral als een last gezien. Als ledematen van Christus wordt van ons gevraagd dat wij werken aan het algemeen welzijn van alle mensen en onze bijdrage aan de samenleving leveren. Zowel geestelijke als lichamelijke arbeid zijn hierbij belangrijk.
Afgelopen dagen werden er vele wensen voor het nieuwe jaar gedaan. Menigmaal kon je daarbij horen: ‘Als je maar gezond bent.’ Tegenwoordig hebben we te maken met een ware gezondheidscultus. Alles draait om gezondheid. Gezondheid lijkt het enige dat belangrijk is. Inderdaad gezondheid is een belangrijk geschenk, maar gezondheid is niet het doel van ons leven. Een goed functionerend lichaam is een middel om uitvoering aan onze roeping te geven. Ik leerde vroeger in de catechismus: “Wij zijn op aarde om hier en hiernamaals gelukkig te zijn.” Je roeping volgen maakt je gelukkig, nu en later. Wij worden niet geroepen om zo lang en zo gezond mogelijk te leven. Wij worden geroepen zoveel mogelijk bij te dragen aan elkaars geluk. Daarvoor zijn lichamelijke en geestelijke vitaliteit van belang.
Onze roeping is met Jezus de weg van de liefde te gaan. Zo vinden wij onze bestemming: de ware vervulling van ons leven. Jezus volgen is ons geheel en al verbinden met Hem, zoals Hij zich met alle mensen heeft verbonden. Amen.
“Gij zijt mijn Zoon, Ik heb U heden verwekt.” Een Kind is ons geboren, een Zoon ons geschonken. “Men noemt Hem: wonderbare Raadsman, Goddelijke Held, eeuwige Vader, Vredesvorst.” Hij is “de vreugdebode die vrede meldt.” “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond.” Hij is het Licht dat in de wereld komt.
De koning van de vrede wordt geboren als een kind. Alleen de herders in het veld herkennen Hem. Zij aanbidden deze pasgeboren koning. Later volgen de wijzen uit het oosten. Zo’n dertig jaar later zegt Johannes de Doper van Hem: “onder u staat Hij die gij niet kent”. (Joh 1,26) Een dag later wijst Johannes Hem aan met de woorden: “Zie, het Lam Gods”. (Joh 1,29) Jezus, de Zoon van God, wordt slechts door een enkeling herkend. Hij is voor zijn tijdgenoten een mens zoals zij. Slechts een enkeling ziet zijn goddelijkheid. Toch is deze mens de Zoon van God.
De Italiaanse Chiara Lubich, stichter van de Focolare, maakte ooit de volgende vergelijking. “Wanneer een emigrant naar verre landen gaat, past hij zich natuurlijk voor zover nodig aan zijn nieuwe omgeving aan. Maar hij brengt ook zijn eigen gewoonten en gebruiken mee. Toen het Woord van God mens werd, paste Hij zich aan de manier van leven aan van de wereld. Hij werd kind, een voorbeeldige zoon, man en werker, maar Hij bracht ook de manier van leven mee van zijn hemelse vaderland.”
Jezus, mens zoals wij, is ook een iemand uit een andere wereld. In Hem is ook zijn hemelse Vader zichtbaar. Tijdens het Laatste Avondmaal zegt Hij tegen Filippus: “Wie Mij ziet, ziet de Vader.” (Joh 14,9) Voor wie het wil zien is Jezus heel herkenbaar. Zoals zijn hemelse Vader liefde is, zo is ook Hij liefde. Hij leeft de liefde. Liefde is zijn enige drijfveer. Hierin is Hij geheel gelijk aan zijn Vader. Jezus is het Woord van God. Hij spreekt de taal van zijn Vader. Hij leert ons lief te hebben. Hij leert ons een liefde voor iedere mens. Zijn liefde beperkt zich niet tot familieleden en vrienden.
Zijn liefde geldt alle mensen. Zijn liefde geldt vooral de armen en de onaanzienlijken. Zijn liefde geldt vooral de zieken en eenzamen. Zijn liefde geldt vooral de mensen in nood en de verstotenen. Met deze mensen heeft Jezus zich het meest verbonden. Hij is gekomen om aan armen de Blijde Boodschap te brengen, aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken, en aan blinden, dat zij zullen zien; om verdrukten te laten gaan in vrijheid. (Lc 4,18) Met deze mensen heeft Hij zich vereenzelvigd. Hij zegt van zichzelf: “Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” (Mt 25,37-38)
Vandaag vieren we Kerstmis. We vieren de geboorte van Jezus. Wij vieren de menswording van de Zoon van God. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. We vieren een unieke gebeurtenis van 2000 jaar geleden. Nog meer vieren een gebeurtenis die zich telkens weer herhaald. Steeds weer wordt de Zoon van God mens. Hij wordt mens in onze harten. Hij wordt mens is de verschoppelingen en onaanzienlijken.
Ook vandaag zijn er velen die Hem niet herkennen: mensen die ziende blind zijn, mensen die blind zijn voor de liefde, mensen die geen oog hebben voor het leed in de wereld. Vandaag zit Jezus in de daklozenopvang. Vandaag is Hij een bijstandsmoeder in een slecht verwarmd huis. Vandaag is Hij een kind dat werkt in de mijnbouw, in fabrieken of in naaiateliers. Vandaag staat Hij in de rij bij het IND in Ter Apel. Vandaag zit Hij in een gammele boot op de Middellandse Zee. Vandaag is Hij een onschuldig slachtoffer van oorlogsgeweld.
Soms maakt de ellende in de wereld ons moedeloos. We voelen ons machteloos tegenover alle onrecht en geweld. Vandaag vieren we niet alleen de komst van de liefde in de wereld. Vandaag vieren we ook dat ons een teken van hoop is geboren. Als leerlingen van Jezus zijn wij allen ook pelgrims van hoop. Als wij ons verbinden met Hem, als wij zijn leerlingen willen zijn, zullen wij mensen zijn in wie God welbehagen heeft. Dan zal ook in ons het wonder geschieden.
Jezus wijst ons de weg. Hij is onze Gids, onze Leidsman, onze wonderbare Raadsman, onze eeuwige Vader. Ook voor ons geldt: “Vreest niet, want zie, ik verkondig u een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk. Heden is u een Redder geboren, Christus de Heer.” Jezus nodig ons uit pelgrims van hoop te zijn. Hij nodigt ons uit dragers van zijn liefde te zijn. Hij is met ons alle dagen van ons leven. Hij stelt ons in staat het schijnbaar onmogelijke mogelijk te maken. Ik wens u allen een zalig Kerstfeest. Amen.
Marcus valt meteen met de deur in huis. Het verhaal dat hij te vertellen heeft, is de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de zoon van God. Er is geen enkel misverstand mogelijk wie de hoofdrol heeft. Jezus Christus heeft de hoofdrol en Hij is de Zoon van God. Deze uitspraak wordt nog twee keer herhaald. Midden in het Evangelie staat de uitspraak van Petrus: Op de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” antwoordt Petrus: “Gij zijt de Christus.” (Mc 8,29) Nadat Jezus aan het kruis gestorven is, roept de honderdman uit: “Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.” (Mc 15,39) Hierom draait het Evangelie volgens Marcus. Het staat in het begin, in het midden en aan het einde: Jezus is de Christus, Hij is de zoon van God.
Na deze opening roept Marcus ons op om ons voor te bereiden op de komst van de Heer. Hij citeert daarbij de profeet Jesaja: “Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Het is Advent; we bereiden ons voor op Kerstmis. Dan doen we in praktische zin. In onze kerken wordt er hard gewerkt om alles op orde te krijgen. De kerk moet versierd worden. De kerststal moet opgesteld worden. De vele vieringen worden voorbereid. De koren zijn flink aan het oefenen. Zo gebeurt er van alles om er een mooi Kerstfeest van te maken. Ook thuis zijn we op dezelfde manier bezig: het huis in kerstsfeer brengen, het kerststalletje van zolder halen, een kerstboom kopen, afspraken maken met familie en vrienden, een kerstdiner voorbereiden, et cetera.
“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Bij Jesaja en Marcus gaat het niet over allerlei praktische zaken. Wat betekent deze oproep dan wel. Wat betekent zij voor ons hier en nu? Wat betekent deze oproep voor ons persoonlijk en wat betekent zij voor ons leven in gemeenschap?
De tweede lezing gaat over de komende dag des Heren. Mocht u twijfelen aan de komst van de dag des Heren, twijfelen aan de wederkomst van Jezus Christus op aarde, de apostel Petrus is hier duidelijk over: “De Heer talmt niet met zijn belofte, maar Hij heeft geduld met u.” Wij leven in de tijd. God bestaat buiten de tijd. Voor Hem “is één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag”. God heeft een geheel andere kijk op de wereld dan wij. Ons leven is van korte duur en dat maakt ons ongeduldig. God bestaat in eeuwigheid. Hij heeft geduld met ons.
Petrus draait de zaken om. Het is niet zo zeer dat wij wachten op de komst van God. Nee, het is God die wacht op ons. “Hij wil dat allen tot inkeer komen en dat niemand verloren gaat.” God heeft alle tijd, maar ons leven is kort. Het is de dood die kan komen als een dief in de nacht. Het is onze menselijke beperktheid die ons aanzet tot bekering. Wij mensen hebben haast.
“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” De weg van de Heer is de weg van Jezus. Hij is de mens geworden Zoon van God. Hij verbindt de wereld van God met onze mensenwereld. Hij is de Redder. Hij is waarheid en licht in onze duisternis. Hij brengt recht en gerechtigheid, kracht en genezing. Met Hem kunnen wij ons leven verbinden. Dan is Hij onze weg. Dan is Hij onze waarheid. Dan is Hij ons leven. Dan wordt het licht in ons leven. Dan is de dag van onze redding dichtbij. Deze woorden klinken in de prefatie die vandaag in Vlaanderen wordt gebeden. Zij verwoorden onze hoop, ons vertrouwen in Gods barmhartigheid. Vanuit deze hoop en dit vertrouwen leven wij. Dit brengt ons tot bekering. Dit doet ons meewerken aan een nieuwe aarde, aan een aarde waar vrede en gerechtigheid heersen.
Vandaag wordt onze bijdrage gevraagd aan een betere toekomst voor de kinderen in baksteenfabrieken. Deze kinderen in West-Bengalen kunnen niet naar school. Veel van hen lijden aan allerlei ziektes. Met onze bijdrage helpen wij de Adventsactie haar doelen te realiseren. Het project zorgt voor begeleiding en onderwijs voor de kinderen en voor gezonde voeding en een gezondheidsonderzoek zodat ziekten worden behandeld.
“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Leerling zijn van Jezus vraagt van ons dat wij ons leven heiligen. Het vraagt van ons dat wij bijdragen aan het heil van de gehele mensheid. Amen.
Auteur: Stephen Wang
Titel: Sycamore: Het katholieke geloof in 20 stappen
Uitgever: Stichting Katholiek Alpha Centrum, Uitgeverij Betsaida & Stichting Boog, 2023
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 818917 7 6
Aantal pagina’s: 306
Het boek bestaat uit twintig hoofdstukken met titels als: ‘Op zoek naar geluk’, ‘Het bestaan van God’, ‘Wie is Jezus’, ‘De betekenis van de liefde’, ‘Het hart van het christendom’ en ‘Hoe kun je bidden’. Onderwerpen die gaan over de kern van het katholieke geloof. Elk hoofdstuk bestaat uit drie delen. Elk deel wordt afgesloten met een paar vragen ter overweging. Aan het einde van ieder hoofdstuk staan een aantal Bijbelteksten, en verwijzingen naar teksten in YOUCAT en uit de Catechismus van de Katholieke Kerk.
Father Stephen Wang werkte als priester in parochies, op scholen en universiteiten in Londen. Hij schrijft op een zeer toegankelijke wijze over de belangrijkste thema’s van ons geloof. Het boek rijk geïllustreerd. Je kunt het als naslag werk gebruiken. Je kunt het in je eentje lezen, maar ook samen met anderen en er met elkaar over spreken. Het is een boek voor jong en oud, voor ieder die op zoek is naar geluk.
De lezingen van vandaag zijn zeer verschillend van toon. Ze lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen te hebben. Maar bij nader inzien hebben brief van Paulus en het Evangelie wel veel met elkaar gemeen. Wat als we bedenken dat Paulus eerder tot de gemeenschap van de Farizeeën behoorde? Paulus heeft een stevige opleiding in de joodse Wet gehad. Hij kende de joodse geboden en verboden goed en was radicaal in het naleven ervan. In zijn ogen zaten de volgelingen van Jezus op een dwaalspoor. Hun leven en hun verkondiging kwamen niet overeen met de overtuiging van de jonge Paulus. Twee visies stonden tegenover elkaar: de radicale naleving van de joodse geboden en verboden zoals Paulus voorstond en praktiseerde, en de wet van de liefde die de christenen leefden en verkondigden.
De bekering van Paulus van vervolger van de christenen tot volgeling van Jezus Christus betekende een radicale ommekeer in het leven van Paulus. Jezus heeft hem duidelijk gemaakt dat de liefde centraal staat. De joodse Wet vindt zijn vervulling juist in het gebod van de liefde. Het doel is niet het naleven van de geboden en verboden. De essentie van het leven is de liefde voor God en de liefde voor elkaar. Geboden en verboden zijn een hulpmiddel om de liefde een concrete plaats in ons leven te geven.
Daarmee was voor Paulus het belang van de joodse Wet niet verdwenen. Ook als christen heeft hij zich zoveel mogelijk aan de Wet gehouden. Wel was hem duidelijk dat hij dit niet kon eisen van de heidenen die zich tot het christendom bekeerden. Het gebod van de liefde betekende voor Paulus bijvoorbeeld dat hij zich niet aan de spijswetten kon houden als hij bij christenen uit het heidendom te eten was. Het afwijzen van de aangeboden gastvrijheid was voor hem erger dan het niet naleven van de spijswetten. Het belang van de gemeenschap stond voor hem voorop.
Zo heeft Paulus wegen gevonden om het christendom onder de heidenen te verkondigen. Met veel liefde, geduld en zachtmoedigheid heeft hij de boodschap van liefde van Jezus aan hen overgebracht. Hiermee was Paulus zeker geen ‘watje’ of een ‘softie’ geworden. De radicaliteit die hij in zijn jeugd had, was niet verdwenen. De radicaliteit van de liefde vraagt echter heel andere wegen dan de radicaliteit van geboden en verboden. Met een bovenmenselijke ijver heeft Paulus zich ingezet om mensen tot leerlingen van Jezus te bekeren. Wanneer dat nodig was, maakte hij duidelijk waar het op stond. Ook in deze brief aan de christenen van Tessalonica schrijft hij over fouten en misstanden in die gemeenschap. Hij vermaant hen en spoort hen aan tot een zuiver leven. ‘Een moeder die haar kinderen voedt en koestert’, vertelt haar kinderen ook de waarheid. Uit liefde leert zij haar kinderen hoe ze goed kunnen leven.
Liefde en waarheid staan niet tegenover elkaar. Liefde en waarheid: het zijn twee centrale begrippen in ons geloof. Het geloof zoekt en verkondigt de waarheid. De essentie van deze waarheid is de liefde: God is liefde. Vormgeving van deze liefde vraagt om waarheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Zonder waarheid wordt liefde sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Bij waarheid zonder liefde wordt alles enkel technologie en nuttigheid. Zonder liefde worden ontwikkeling en wetenschap onmenselijk. De liefde richt ze juist op de mens en op de menselijke waardigheid. Waarheid zonder liefde leidt tot moord en doodslag.
In het Evangelie zien we hoe Jezus niet bang is om de waarheid te vertellen. Hij zegt duidelijk waar het op staat. Hij wijst op het liefdeloze gedrag van de Farizeeën. Jezus maakt duidelijk dat het gaat om de liefde. Ook van Jezus weten we dat Hij de joodse wet belangrijk vond. Vorige week hoorden we Jezus zeggen dat heel de joodse Wet hangt aan het gebod van de liefde.
Geboden en verboden helpen ons de weg van de liefde te gaan. Ze zijn als verkeersborden. Ze wijzen ons de juiste weg. Ze helpen ons goed te leven. Het helpt ons na te denken over het belang van geboden en verboden. Door te oefenen kunnen we ze ons eigen maken. Dan worden ze ons niet meer van buiten opgelegd, dan zijn ze van onszelf en volgen wij ze uit onszelf. Amen.
Prediker relativeert ons leven hier op aarde. Hij houdt ons voor, dat alles zijn tijd kent en dat dat ook goed is. Zo zullen wij eens allemaal het einde van ons aardse leven bereiken. Zo mogen wij in vrede sterven. Wij geloven en bidden dat God onze dierbare overledenen bij Hem opneemt. Dat zij allen samenkomen in zijn Vaderhuis. God bereidt voor hen een tafel, Hij zalft met olie hun hoofd en hun beker vloeit over. Voor eeuwig mogen zij leven in Gods rijk van liefde en geluk.
Wij kunnen ons geen enkele voorstelling maken van het leven na de dood, van het eeuwig leven. En toch hopen en verlangen wij naar dat volmaakte geluk. Wij noemen dat: het ware leven, het eeuwig leven. Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven, wat dat ook moge zijn. Hoe wij ook verlangen naar dat ware leven, we zijn toch heel erg gehecht aan ons leven hier op aarde. We zijn gehecht aan elkaar en het kost ons moeite iemand te moeten laten gaan, iemand los te laten en uit handen te geven.
Vandaag gedenken wij onze dierbare overledenen. Over de dood heen weten wij ons met hen verbonden. De liefde die er tussen ons gegroeid is, is sterker dan de dood. De gemeenschap van de Kerk omvat niet alleen de mensen hier op aarde. Ook alle gestorvenen behoren bij onze gemeenschap. Onze aardse leven is tijdelijk. We worden geboren, groeien op en komen tot bloei. Net als alle andere leven hier op aarde komt ook ons aardse leven tot een einde. Ook wij mensen maken deel uit van een keten van geboren worden en doodgaan.
Centraal in ons geloof staat de gedachte: God is liefde. Liefde laat zich niet ketenen door de dood. De liefde overwint de dood. Liefde gaat over de grenzen van de dood heen. Jezus Christus gaf zijn leven voor zijn vrienden. Hij gaf het voor ons. Met deze ultieme daad van liefde heeft Hij de dood definitief overwonnen. Jezus zegt tegen alle mensen: “Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal ik niet buitenwerpen.” “Niets van wat Hij Mij gegeven heeft, zal verloren gaan.” Niets, niemand gaat verloren. Dat is de wil van onze Vader in de hemel, dat iedereen eeuwig zal leven, en zal opstaan op de laatste dag. Zo mogen onze dierbaren en zo mogen wij allen delen in het eeuwig leven van de verrezen Christus. Als Zoon van God is Jezus uit de hemel neergedaald. Hij is mens geworden en deelt met ons dit aardse leven. Wij zijn broers en zussen van Jezus Christus. Alle mensen zijn kinderen van God.
Jezus geeft ons hoop, hoop op een goede toekomst, hoop op leven. Ook als wij in de put zitten, moedeloos zijn en het niet meer weten. Het verdriet over een verlies kan ons helemaal in beslag nemen en ons alle hoop en vertrouwen doen verliezen. We zijn in verwarring. Hoe moet het verder? Wat mogen we nog verwachten? Zullen we ooit weer vreugde en blijdschap kennen? Wij hoeven niet te wanhopen. Wij mogen juist vertrouwen, Wij mogen ons vertrouwen op Jezus stellen. Hij is onze hoop. Hij nodigt ons uit zijn leerlingen te zijn. Zoals Hij zich met ons verbindt, zo mogen wij ons met Hem verbinden. Wij mogen delen in zijn heerlijkheid. Deze belofte is er voor ieder van ons en voor al onze dierbaren. Amen.
Paus Franciscus heeft het met grote regelmaat over dialoog. Het is van het grootste belang dat mensen met verschillende meningen met elkaar in gesprek zijn, dat ze naar elkaar luisteren en elkaar proberen te begrijpen. De dialoog is een van de bouwstenen van een missionaire en synodale Kerk.
Jezus laat ons zien hoe we een dergelijke dialoog kunnen voeren. Het wezenlijke van zijn reactie is niet een soort handigheid, waarmee Hij de ander te slim af is. Het wezenlijke is dat Hij respect heeft voor zijn belagers. Hij verzet zich niet tegen hen, maar gaat mee in hun denken om op die manier weer uit te komen bij zijn eigen boodschap. Dat vraagt geen slimmigheid. Het vraagt weten waarvoor je staat. Het vraagt dat je duidelijk je eigen standpunt naar voren brengt. En het vraagt ook dat je je verdiept in het denken van de ander en dat je niet bij voorbaat de ander afwijst, maar op zoek gaat naar het goede in hem en in zijn manier van denken. Als wij de ander trachten te begrijpen, stellen wij ons voor hem open. En onze openheid zal beantwoord worden met openheid voor ons. Als wij belangstelling tonen voor de ander, krijgt de ander ook belangstelling voor ons. Het is jammer dat de laatste zin die Matteüs over deze gebeurtenis schreef niet in de tekst die we lazen, is opgenomen. Deze zin luidt: “Toen zij dit hoorden, stonden zij verwonderd; zij lieten Hem met rust en gingen heen.” De vragenstellers hebben niet het idee dat Jezus hen te slim af is geweest. Nee, ze zijn onder de indruk van de wijze waarop Hij hen – ondanks de mindere prettige sfeer – te woord heeft gestaan.
Als wij spreken over de toekomst van de Kerk en over de toekomst van onze parochies, gebruiken we vaak de woorden synodaal en missionair. Bij beide begrippen is de dialoog van groot belang. In het synodale traject dat de Kerk aflegt, zijn gemeenschap, participatie, zending de sleutelwoorden. Samen zijn we pelgrims op de weg van de hoop. Door met elkaar in gesprek te zijn en naar elkaar te luisteren, ontstaat er een gezamenlijk beeld van de weg die we moeten gaan. Ook al worden we het niet volkomen met elkaar eens, is het mogelijk gezamenlijk op weg te gaan, is het mogelijk samen een hoopvolle weg te gaan.
Wij mensen zijn van elkaar afhankelijk. Dat geldt binnen een parochie, dat geldt binnen Nederland en dat geldt wereldwijd voor de gehele mensheid. We zijn verantwoordelijk voor elkaar. Dat betekent dat we het samen moeten doen. Over maand zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Komende weken zullen er verschillende verkiezingsdebatten zijn. Ik ben benieuwd hoe de politici met elkaar in gesprek gaan. Ook daarop kunnen wij hen beoordelen. Zullen ze vooral elkaar vliegen afvangen, elkaar naar de loef steken en haantjesgedrag vertonen? Of gaan ze de dialoog met elkaar aan? Zullen ze naar elkaar luisteren, respect voor elkaar tonen, de samenwerking zoeken en werk maken van een nieuwe bestuurscultuur?
Het is vandaag Missiezondag. Overal vieren katholieke gelovigen in gebed en solidariteit hun wereldomvattende gemeenschap. Vandaag is er een deurcollecte voor Missio. Onder het motto ‘Met brandend hart’ hebben we dit jaar aandacht voor de situatie in Libanon. De pastoor van de parochie Sint Maroun, Richard Abi Saleh, komt met het initiatief ‘drames et miracles’ (drama’s en wonderen): Hij vertelt: “We gaan op bezoek bij de mensen, luisteren naar hun angsten. We zijn er. We bidden met hen. We huilen en lachen met hen.” Zo brengt hij hoop bij mensen die het moeilijk hebben. Wij kunnen zijn werk steunen met ons gebed en onze financiële bijdrage.
Missionair zijn vraagt zoals Paulus aangeeft: vervuld zijn van geloof, hoop en liefde, vol zijn van de H. Geest. Zo weten wij wat onze boodschap is en staan wij open voor anderen. Als wij in staat zijn te luisteren, kunnen we ook begrijpelijk spreken. Alert zijn voor wat er om ons heen gebeurt, maakt ons ook alert voor de onverwachte momenten, waarop we onze boodschap kunnen en moeten verkondigen. Zo kunnen we met wijsheid het gesprek met anderen aangaan. Amen.