Spring naar inhoud

De weg van de Heer; Js 40,1-5,9-11; 2 Pt 3,8-14; Mc 1,1-8

Marcus valt meteen met de deur in huis. Het verhaal dat hij te vertellen heeft, is de Blijde Boodschap van Jezus Christus, de zoon van God. Er is geen enkel misverstand mogelijk wie de hoofdrol heeft. Jezus Christus heeft de hoofdrol en Hij is de Zoon van God. Deze uitspraak wordt nog twee keer herhaald. Midden in het Evangelie staat de uitspraak van Petrus: Op de vraag: “Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben?” antwoordt Petrus: “Gij zijt de Christus.” (Mc 8,29) Nadat Jezus aan het kruis gestorven is, roept de honderdman uit: “Waarlijk, deze mens was een Zoon van God.” (Mc 15,39) Hierom draait het Evangelie volgens Marcus. Het staat in het begin, in het midden en aan het einde: Jezus is de Christus, Hij is de zoon van God.

Na deze opening roept Marcus ons op om ons voor te bereiden op de komst van de Heer. Hij citeert daarbij de profeet Jesaja: “Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Het is Advent; we bereiden ons voor op Kerstmis. Dan doen we in praktische zin. In onze kerken wordt er hard gewerkt om alles op orde te krijgen. De kerk moet versierd worden. De kerststal moet opgesteld worden. De vele vieringen worden voorbereid. De koren zijn flink aan het oefenen. Zo gebeurt er van alles om er een mooi Kerstfeest van te maken. Ook thuis zijn we op dezelfde manier bezig: het huis in kerstsfeer brengen, het kerststalletje van zolder halen, een kerstboom kopen, afspraken maken met familie en vrienden, een kerstdiner voorbereiden, et cetera.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Bij Jesaja en Marcus gaat het niet over allerlei praktische zaken. Wat betekent deze oproep dan wel. Wat betekent zij voor ons hier en nu? Wat betekent deze oproep voor ons persoonlijk en wat betekent zij voor ons leven in gemeenschap?

De tweede lezing gaat over de komende dag des Heren. Mocht u twijfelen aan de komst van de dag des Heren, twijfelen aan de wederkomst van Jezus Christus op aarde, de apostel Petrus is hier duidelijk over: “De Heer talmt niet met zijn belofte, maar Hij heeft geduld met u.” Wij leven in de tijd. God bestaat buiten de tijd. Voor Hem “is één dag als duizend jaren en duizend jaren als één dag”. God heeft een geheel andere kijk op de wereld dan wij. Ons leven is van korte duur en dat maakt ons ongeduldig. God bestaat in eeuwigheid. Hij heeft geduld met ons.

Petrus draait de zaken om. Het is niet zo zeer dat wij wachten op de komst van God. Nee, het is God die wacht op ons. “Hij wil dat allen tot inkeer komen en dat niemand verloren gaat.” God heeft alle tijd, maar ons leven is kort. Het is de dood die kan komen als een dief in de nacht. Het is onze menselijke beperktheid die ons aanzet tot bekering. Wij mensen hebben haast.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” De weg van de Heer is de weg van Jezus. Hij is de mens geworden Zoon van God. Hij verbindt de wereld van God met onze mensenwereld. Hij is de Redder. Hij is waarheid en licht in onze duisternis. Hij brengt recht en gerechtigheid, kracht en genezing. Met Hem kunnen wij ons leven verbinden. Dan is Hij onze weg. Dan is Hij onze waarheid. Dan is Hij ons leven. Dan wordt het licht in ons leven. Dan is de dag van onze redding dichtbij. Deze woorden klinken in de prefatie die vandaag in Vlaanderen wordt gebeden. Zij verwoorden onze hoop, ons vertrouwen in Gods barmhartigheid. Vanuit deze hoop en dit vertrouwen leven wij. Dit brengt ons tot bekering. Dit doet ons meewerken aan een nieuwe aarde, aan een aarde waar vrede en gerechtigheid heersen.

Vandaag wordt onze bijdrage gevraagd aan een betere toekomst voor de kinderen in baksteenfabrieken. Deze kinderen in West-Bengalen kunnen niet naar school. Veel van hen lijden aan allerlei ziektes. Met onze bijdrage helpen wij de Adventsactie haar doelen te realiseren. Het project zorgt voor begeleiding en onderwijs voor de kinderen en voor gezonde voeding en een gezondheidsonderzoek zodat ziekten worden behandeld.

“Bereidt de weg van de Heer, maakt zijn paden recht.” Leerling zijn van Jezus vraagt van ons dat wij ons leven heiligen. Het vraagt van ons dat wij bijdragen aan het heil van de gehele mensheid. Amen.

Sycamore

Auteur: Stephen Wang
Titel: Sycamore: Het katholieke geloof in 20 stappen
Uitgever: Stichting Katholiek Alpha Centrum, Uitgeverij Betsaida & Stichting Boog, 2023
Prijs: € 24,50
ISBN: 978 90 818917 7 6
Aantal pagina’s: 306

Het boek bestaat uit twintig hoofdstukken met titels als: ‘Op zoek naar geluk’, ‘Het bestaan van God’, ‘Wie is Jezus’, ‘De betekenis van de liefde’, ‘Het hart van het christendom’ en ‘Hoe kun je bidden’. Onderwerpen die gaan over de kern van het katholieke geloof. Elk hoofdstuk bestaat uit drie delen. Elk deel wordt afgesloten met een paar vragen ter overweging. Aan het einde van ieder hoofdstuk staan een aantal Bijbelteksten, en verwijzingen naar teksten in YOUCAT en uit de Catechismus van de Katholieke Kerk.

Father Stephen Wang werkte als priester in parochies, op scholen en universiteiten in Londen. Hij schrijft op een zeer toegankelijke wijze over de belangrijkste thema’s van ons geloof. Het boek rijk geïllustreerd. Je kunt het als naslag werk gebruiken. Je kunt het in je eentje lezen, maar ook samen met anderen en er met elkaar over spreken. Het is een boek voor jong en oud, voor ieder die op zoek is naar geluk.

Een ander gelukkig maken; Mt 25, 31-46

Ruim vijf jaar geleden schreef paus Franciscus de exhortatie ‘Verheugt u en juicht’. Met deze brief roept de paus ons op tot heiligheid. Hij roept ons op ons leven te heiligen. Door ons leven te heiligen geven wij invulling aan onze opdracht het Evangelie in ons dagelijks leven te verkondigen. Als wij met ons christelijk leven een voorbeeld voor anderen zijn, is dat bij uitstek een vorm van verkondiging.

Twee Evangelieteksten spelen in deze brief van de paus een belangrijke rol: de tekst die we vandaag hebben gelezen en de Zaligsprekingen. Beide teksten staan in het Evangelie volgens Matteüs. Deze twee teksten bakenen bij Matteüs als het ware het verhaal over het openbare leven van Jezus af. De zaligsprekingen zijn het begin van de Bergrede (Mt 5,1-8,1). Hiermee wordt duidelijk met welke missie Jezus in de wereld is gekomen. De Bergrede is de aankondiging van het Rijk der hemelen, het Rijk van liefde en gerechtigheid. Aan het einde van zijn openbare leven plaatst Matteüs weer een rede. De teksten van de afgelopen zondagen komen uit deze rede. Vandaag hebben we de afsluiting van deze rede gehoord.

In beide teksten doet Jezus uitspraken over welke mensen gelukkig zijn. In de zaligsprekingen wordt aangegeven welke eigenschappen en karaktertrekken deze mensen hebben. In tekst van vandaag zien we tot welke daden van liefde deze eigenschappen leiden. Door de twee teksten aan het begin en aan het einde van het openbare leven van Jezus te plaatsen, geeft Matteüs aan dat deze twee teksten essentieel zijn. Zij vormen de kern van de boodschap van Jezus. Zij omvatten zijn leven.

Paus Franciscus ziet de zaligsprekingen als de weg voor de christen, als de weg van heiliging. Hij schrijft: “De zaligsprekingen zijn als de identiteitskaart van de christen.” “Het woord ‘gelukkig’ of ‘zalig’ wordt zo een synoniem voor ‘heilig’. Het geeft uitdrukking aan het feit dat zij die God trouw zijn en zijn woord naleven, door hun zelfgave het werkelijke geluk verkrijgen.” De paus sluit zijn betoog over de Zaligsprekingen af door alles in het licht te stellen van de tekst die we vandaag lazen. Hierin wordt duidelijk wat het betekent barmhartig te zijn. Barmhartigheid leidt tot heiligheid. Barmhartigheid maakt ons gelukkig.

“Ik had honger en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik was vreemdeling en gij hebt Mij opgenomen, Ik was naakt en gij hebt Mij gekleed, Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht, Ik was in de gevangenis en gij hebt Mij bezocht.” Bij het lezen van deze tekst dreig ik altijd te struikelen over de herhaling van het woord ‘bezocht’. Dat verwacht je niet in een – in zekere zin – poëtische tekst. Het blijkt ook gewoon een minder geslaagde vertaling. In het Grieks worden verschillende woorden gebruikt. In de Statenvertaling staat in het tweede geval: “Ik was in de gevangenis en gij zijt tot Mij gekomen”.

Het is wel zo dat de herhaling ons met de neus op de feiten drukt. We ontmoeten Jezus niet alleen bij toeval, niet alleen als wij bij toeval een dakloze, een vluchteling of een bedelaar tegenkomen. We moeten de Heer ook opzoeken. Wij moeten op zoek gaan naar de mensen die onze aandacht en hulp nodig hebben. Van ons wordt gevraagd dat we bijvoorbeeld aanbellen bij onze buren die door ziekte of ouderdom eenzaam zijn of door armoede of discriminatie uitgesloten worden.

Jezus vraagt ons hier dat we radicaal ingaan tegen de stroom van onze huidige cultuur. Het gaat niet primair om ons eigen belang en ook niet om het belang van onze eigen groepje. Het gaat om het belang van alle mensen, van de gehele mensheid. Jezus vraagt dat wij ons radicaal richten op het geluk van de ander. Alleen dat maakt ons heilig, zalig en gelukkig. Alleen een ander gelukkig maken, maakt uiteindelijk onszelf gelukkig. Dat is het onderscheid tussen de bokken en schapen. Jezus zegt dat er mensen zijn die vanuit de liefde leven, en mensen die dat weigeren te doen.

Die laatste categorie heeft afgelopen weken vaak en luid laten horen. De uitslag van de verkiezingen is er het gevolg van. Opmerkelijk was de oproep vanuit een van de meest seculiere partijen: Een bejaarde oud-politicus die opriep verstandig te stemmen: Hij riep op niet te stemmen voor de eigen bestaanszekerheid, maar voor de bestaanszekerheid van de komende generaties. Hij riep ons – waarschijnlijk onbedoeld – op tot heiligheid. Amen.

Liefde en waarheid; 1 Tes 2,7b-9.13; Mt 23,1-12

De lezingen van vandaag zijn zeer verschillend van toon. Ze lijken op het eerste gezicht weinig met elkaar gemeen te hebben. Maar bij nader inzien hebben brief van Paulus en het Evangelie wel veel met elkaar gemeen. Wat als we bedenken dat Paulus eerder tot de gemeenschap van de Farizeeën behoorde? Paulus heeft een stevige opleiding in de joodse Wet gehad. Hij kende de joodse geboden en verboden goed en was radicaal in het naleven ervan. In zijn ogen zaten de volgelingen van Jezus op een dwaalspoor. Hun leven en hun verkondiging kwamen niet overeen met de overtuiging van de jonge Paulus. Twee visies stonden tegenover elkaar: de radicale naleving van de joodse geboden en verboden zoals Paulus voorstond en praktiseerde, en de wet van de liefde die de christenen leefden en verkondigden.

De bekering van Paulus van vervolger van de christenen tot volgeling van Jezus Christus betekende een radicale ommekeer in het leven van Paulus. Jezus heeft hem duidelijk gemaakt dat de liefde centraal staat. De joodse Wet vindt zijn vervulling juist in het gebod van de liefde. Het doel is niet het naleven van de geboden en verboden. De essentie van het leven is de liefde voor God en de liefde voor elkaar. Geboden en verboden zijn een hulpmiddel om de liefde een concrete plaats in ons leven te geven.

Daarmee was voor Paulus het belang van de joodse Wet niet verdwenen. Ook als christen heeft hij zich zoveel mogelijk aan de Wet gehouden. Wel was hem duidelijk dat hij dit niet kon eisen van de heidenen die zich tot het christendom bekeerden. Het gebod van de liefde betekende voor Paulus bijvoorbeeld dat hij zich niet aan de spijswetten kon houden als hij bij christenen uit het heidendom te eten was. Het afwijzen van de aangeboden gastvrijheid was voor hem erger dan het niet naleven van de spijswetten. Het belang van de gemeenschap stond voor hem voorop.

Zo heeft Paulus wegen gevonden om het christendom onder de heidenen te verkondigen. Met veel liefde, geduld en zachtmoedigheid heeft hij de boodschap van liefde van Jezus aan hen overgebracht. Hiermee was Paulus zeker geen ‘watje’ of een ‘softie’ geworden. De radicaliteit die hij in zijn jeugd had, was niet verdwenen. De radicaliteit van de liefde vraagt echter heel andere wegen dan de radicaliteit van geboden en verboden. Met een bovenmenselijke ijver heeft Paulus zich ingezet om mensen tot leerlingen van Jezus te bekeren. Wanneer dat nodig was, maakte hij duidelijk waar het op stond. Ook in deze brief aan de christenen van Tessalonica schrijft hij over fouten en misstanden in die gemeenschap. Hij vermaant hen en spoort hen aan tot een zuiver leven. ‘Een moeder die haar kinderen voedt en koestert’, vertelt haar kinderen ook de waarheid. Uit liefde leert zij haar kinderen hoe ze goed kunnen leven.

Liefde en waarheid staan niet tegenover elkaar. Liefde en waarheid: het zijn twee centrale begrippen in ons geloof. Het geloof zoekt en verkondigt de waarheid. De essentie van deze waarheid is de liefde: God is liefde. Vormgeving van deze liefde vraagt om waarheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. Zonder waarheid wordt liefde sentimentaliteit, staat zij los van kennis en ervaring en is er geen sprake van solidariteit en verantwoordelijkheid. Bij waarheid zonder liefde wordt alles enkel technologie en nuttigheid. Zonder liefde worden ontwikkeling en wetenschap onmenselijk. De liefde richt ze juist op de mens en op de menselijke waardigheid. Waarheid zonder liefde leidt tot moord en doodslag.

In het Evangelie zien we hoe Jezus niet bang is om de waarheid te vertellen. Hij zegt duidelijk waar het op staat. Hij wijst op het liefdeloze gedrag van de Farizeeën. Jezus maakt duidelijk dat het gaat om de liefde. Ook van Jezus weten we dat Hij de joodse wet belangrijk vond. Vorige week hoorden we Jezus zeggen dat heel de joodse Wet hangt aan het gebod van de liefde.

Geboden en verboden helpen ons de weg van de liefde te gaan. Ze zijn als verkeersborden. Ze wijzen ons de juiste weg. Ze helpen ons goed te leven. Het helpt ons na te denken over het belang van geboden en verboden. Door te oefenen kunnen we ze ons eigen maken. Dan worden ze ons niet meer van buiten opgelegd, dan zijn ze van onszelf en volgen wij ze uit onszelf. Amen.

Allerzielen; Pr 3,1-14; Joh 6,37-40

Prediker relativeert ons leven hier op aarde. Hij houdt ons voor, dat alles zijn tijd kent en dat dat ook goed is. Zo zullen wij eens allemaal het einde van ons aardse leven bereiken. Zo mogen wij in vrede sterven. Wij geloven en bidden dat God onze dierbare overledenen bij Hem opneemt. Dat zij allen samenkomen in zijn Vaderhuis. God bereidt voor hen een tafel, Hij zalft met olie hun hoofd en hun beker vloeit over. Voor eeuwig mogen zij leven in Gods rijk van liefde en geluk.

Wij kunnen ons geen enkele voorstelling maken van het leven na de dood, van het eeuwig leven. En toch hopen en verlangen wij naar dat volmaakte geluk. Wij noemen dat: het ware leven, het eeuwig leven. Diep in ons leeft er een verlangen naar het ware leven, wat dat ook moge zijn. Hoe wij ook verlangen naar dat ware leven, we zijn toch heel erg gehecht aan ons leven hier op aarde. We zijn gehecht aan elkaar en het kost ons moeite iemand te moeten laten gaan, iemand los te laten en uit handen te geven.

Vandaag gedenken wij onze dierbare overledenen. Over de dood heen weten wij ons met hen verbonden. De liefde die er tussen ons gegroeid is, is sterker dan de dood. De gemeenschap van de Kerk omvat niet alleen de mensen hier op aarde. Ook alle gestorvenen behoren bij onze gemeenschap. Onze aardse leven is tijdelijk. We worden geboren, groeien op en komen tot bloei. Net als alle andere leven hier op aarde komt ook ons aardse leven tot een einde. Ook wij mensen maken deel uit van een keten van geboren worden en doodgaan.

Centraal in ons geloof staat de gedachte: God is liefde. Liefde laat zich niet ketenen door de dood. De liefde overwint de dood. Liefde gaat over de grenzen van de dood heen. Jezus Christus gaf zijn leven voor zijn vrienden. Hij gaf het voor ons. Met deze ultieme daad van liefde heeft Hij de dood definitief overwonnen. Jezus zegt tegen alle mensen: “Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal ik niet buitenwerpen.” “Niets van wat Hij Mij gegeven heeft, zal verloren gaan.” Niets, niemand gaat verloren. Dat is de wil van onze Vader in de hemel, dat iedereen eeuwig zal leven, en zal opstaan op de laatste dag. Zo mogen onze dierbaren en zo mogen wij allen delen in het eeuwig leven van de verrezen Christus. Als Zoon van God is Jezus uit de hemel neergedaald. Hij is mens geworden en deelt met ons dit aardse leven. Wij zijn broers en zussen van Jezus Christus. Alle mensen zijn kinderen van God.

Jezus geeft ons hoop, hoop op een goede toekomst, hoop op leven. Ook als wij in de put zitten, moedeloos zijn en het niet meer weten. Het verdriet over een verlies kan ons helemaal in beslag nemen en ons alle hoop en vertrouwen doen verliezen. We zijn in verwarring. Hoe moet het verder? Wat mogen we nog verwachten? Zullen we ooit weer vreugde en blijdschap kennen? Wij hoeven niet te wanhopen. Wij mogen juist vertrouwen, Wij mogen ons vertrouwen op Jezus stellen. Hij is onze hoop. Hij nodigt ons uit zijn leerlingen te zijn. Zoals Hij zich met ons verbindt, zo mogen wij ons met Hem verbinden. Wij mogen delen in zijn heerlijkheid. Deze belofte is er voor ieder van ons en voor al onze dierbaren. Amen.

Jezus in dialoog; 1 Tess 1,1-5b; Mt 22,15-21

Bij het lezen van het Evangelie van vandaag bekruipt mij altijd het idee dat Jezus de Farizeeën te slim af is. Maar is dat wel de strekking van dit verhaal? Is dit inderdaad een verhaal over ‘mensen die een kuil graven voor een ander en er zelf invallen’? Het gesprek verloopt niet direct in een prettige sfeer. De vragenstellers doen vriendelijk, maar hun intentie is dat bepaald niet. Jezus gaat de confrontatie niet uit de weg. Hij begint direct met te zeggen waar het op staat en noemt de vragenstellers huichelaars. Dat lijkt mij niet bevorderlijk voor een goede sfeer.

Paus Franciscus heeft het met grote regelmaat over dialoog. Het is van het grootste belang dat mensen met verschillende meningen met elkaar in gesprek zijn, dat ze naar elkaar luisteren en elkaar proberen te begrijpen. De dialoog is een van de bouwstenen van een missionaire en synodale Kerk.

Jezus laat ons zien hoe we een dergelijke dialoog kunnen voeren. Het wezenlijke van zijn reactie is niet een soort handigheid, waarmee Hij de ander te slim af is. Het wezenlijke is dat Hij respect heeft voor zijn belagers. Hij verzet zich niet tegen hen, maar gaat mee in hun denken om op die manier weer uit te komen bij zijn eigen boodschap. Dat vraagt geen slimmigheid. Het vraagt weten waarvoor je staat. Het vraagt dat je duidelijk je eigen standpunt naar voren brengt. En het vraagt ook dat je je verdiept in het denken van de ander en dat je niet bij voorbaat de ander afwijst, maar op zoek gaat naar het goede in hem en in zijn manier van denken. Als wij de ander trachten te begrijpen, stellen wij ons voor hem open. En onze openheid zal beantwoord worden met openheid voor ons. Als wij belangstelling tonen voor de ander, krijgt de ander ook belangstelling voor ons. Het is jammer dat de laatste zin die Matteüs over deze gebeurtenis schreef niet in de tekst die we lazen, is opgenomen. Deze zin luidt: “Toen zij dit hoorden, stonden zij verwonderd; zij lieten Hem met rust en gingen heen.” De vragenstellers hebben niet het idee dat Jezus hen te slim af is geweest. Nee, ze zijn onder de indruk van de wijze waarop Hij hen – ondanks de mindere prettige sfeer – te woord heeft gestaan.

Als wij spreken over de toekomst van de Kerk en over de toekomst van onze parochies, gebruiken we vaak de woorden synodaal en missionair. Bij beide begrippen is de dialoog van groot belang. In het synodale traject dat de Kerk aflegt, zijn gemeenschap, participatie, zending de sleutelwoorden. Samen zijn we pelgrims op de weg van de hoop. Door met elkaar in gesprek te zijn en naar elkaar te luisteren, ontstaat er een gezamenlijk beeld van de weg die we moeten gaan. Ook al worden we het niet volkomen met elkaar eens, is het mogelijk gezamenlijk op weg te gaan, is het mogelijk samen een hoopvolle weg te gaan.

Wij mensen zijn van elkaar afhankelijk. Dat geldt binnen een parochie, dat geldt binnen Nederland en dat geldt wereldwijd voor de gehele mensheid. We zijn verantwoordelijk voor elkaar. Dat betekent dat we het samen moeten doen. Over maand zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Komende weken zullen er verschillende verkiezingsdebatten zijn. Ik ben benieuwd hoe de politici met elkaar in gesprek gaan. Ook daarop kunnen wij hen beoordelen. Zullen ze vooral elkaar vliegen afvangen, elkaar naar de loef steken en haantjesgedrag vertonen? Of gaan ze de dialoog met elkaar aan? Zullen ze naar elkaar luisteren, respect voor elkaar tonen, de samenwerking zoeken en werk maken van een nieuwe bestuurscultuur?

Het is vandaag Missiezondag. Overal vieren katholieke gelovigen in gebed en solidariteit hun wereldomvattende gemeenschap. Vandaag is er een deurcollecte voor Missio. Onder het motto ‘Met brandend hart’ hebben we dit jaar aandacht voor de situatie in Libanon. De pastoor van de parochie Sint Maroun, Richard Abi Saleh, komt met het initiatief ‘drames et miracles’ (drama’s en wonderen): Hij vertelt: “We gaan op bezoek bij de mensen, luisteren naar hun angsten. We zijn er. We bidden met hen. We huilen en lachen met hen.” Zo brengt hij hoop bij mensen die het moeilijk hebben. Wij kunnen zijn werk steunen met ons gebed en onze financiële bijdrage.

Missionair zijn vraagt zoals Paulus aangeeft: vervuld zijn van geloof, hoop en liefde, vol zijn van de H. Geest. Zo weten wij wat onze boodschap is en staan wij open voor anderen. Als wij in staat zijn te luisteren, kunnen we ook begrijpelijk spreken. Alert zijn voor wat er om ons heen gebeurt, maakt ons ook alert voor de onverwachte momenten, waarop we onze boodschap kunnen en moeten verkondigen. Zo kunnen we met wijsheid het gesprek met anderen aangaan. Amen.

Luisteren naar de heilige Geest; Js 5,1-7; Fil 4,6-9; Mt 21,33-43

Soms word je door een Bijbeltekst in eerste instantie op het verkeerde been gezet. Dat gebeurde mij deze week met de eerste lezing. Jesaja begint zijn tekst met: “Ik wil zingen voor mijn vriend, zingen het lied van mijn vriend en zijn wijngaard.” Ik had meteen het beeld van een succesvolle ondernemer voor ogen. Zijn vriend die een wijngaard heeft, is goed bezig. Hij doet alles wat een bekwame wijngaardenier moet doen. Maar helaas: “de wijngaard gaf enkel wilde vruchten”.

Nog steeds had ik niet door wat Jesaja ons duidelijk wil maken. Nu kwam bij mij het beeld op van de wereld van procedures en protocollen. Moderne managers schrijven voor dat hun medewerkers zich strikt aan procedures en protocollen moeten houden. Ze hebben geen enkel vertrouwen in de professionaliteit van hun medewerkers. Bovendien zijn ze bang dat zij ter verantwoording worden geroepen als iets mis gaat. Als iedereen zich aan de procedures en protocollen houdt is niemand verantwoordelijk, want alles is keurig volgens de regels gedaan. Wat er echter ontbreekt is aandacht voor de werkelijkheid. Wat ook ontbreekt is betrokkenheid. Betrokkenheid vat je niet in regels. Het gaat in regels alleen om meetbare zaken. De geest ontbreekt.

Aan het einde van lezing blijkt pas waar het Jesaja omgaat. De wijngaard is van de Heer van de hemelse machten. De wijngaard is van God. God zelf is de wijngaardenier. Hier is dus iets anders aan de hand. Bij God ontbreekt het niet aan betrokkenheid en aan geest. God is liefde en de heilige Geest is God. Jesaja heeft het over de relatie tussen de wijngaardenier en de wijngaard, de relatie tussen God en het volk Israël. In een relatie gaat het altijd over twee partijen. Beide partijen moeten de werkelijkheid onder ogen zien. Beide partijen moeten werkelijk willen en betrokken zijn. Beide partijen moeten geestdriftig zijn. Jezus maakt met zijn gelijkenis duidelijk hoe het totaal uit de hand kan lopen als de betrokkenheid op elkaar ontbreekt. Als het enkel om eigenbelang gaat, loopt het uit op moord en doodslag.

Paulus schrijft hoe het wel kan. Hij schrijft: “Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden.” We hoeven niet alles op eigen kracht te doen. Wees dankbaar voor wat je krijgt en bidt om wat je nodig hebt. Stop je energie niet berekening, niet in het volgen van procedures en protocollen. Vertrouw op God en richt je aandacht op belangrijke waarden: op het ware, het schone en het goede. De aanbeveling van Paulus vraagt van ons dat we onderscheidingsvermogen hebben. Wat is het ware, het schone en het goede? Dat onderscheidingsvermogen krijgen we door bezinning en gebed. Het vraagt dat we de heilige Geest in ons zijn werk laten doen. In ons westerse denken is niet zoveel ruimte voor de heilige Geest. We weten niet goed wat we met Hem aan moeten.

Op dit moment is de synode over synodaliteit in Rome gaande. Bij het begin ervan besteedde paus Franciscus uitgebreid aandacht aan de heilige Geest. De heilige Geest is de hoofdrolspeler op de synode. De paus benadrukte dat de synode geen parlement is. Hij zei: “De heilige Geest speelt de hoofdrol in het leven van de Kerk. Het plan van de verlossing van de mensen gebeurt dankzij de Geest. Hij vertolkt de hoofdrol.” De Kerk is – zegt de paus – “een unieke overeenstemming van stemmen, in vele stemmen, bewerkt door de heilige Geest. Zo moeten we de Kerk opvatten.” “Verder, de heilige Geest heeft een veelvormige troostende werking. We moeten leren de stemmen van de Geest te horen: ze zijn allen verschillend. Leren onderscheiden.” Op onze website vindt u meer over de toespraak van de paus.

Ook wij zijn geroepen te luisteren naar de heilige Geest en te leren onderscheiden. De Geest van waarheid en wijsheid, de Geest van vuur en liefde, de Geest van bezinning en inspiratie. Laat ons luisteren naar de heilige Geest. Amen.

Vrede en verzoening; Sir 27,30-28,7; Mt 18,21-35

Als we onze premier moeten geloven leven wij in een heel gaaf land. Maar soms gaat er ook hier toch iets verkeerd en dan moet er hard opgetreden worden. De eerste vraag is dan: ‘Wie is de schuldige.’ De onderste steen moet boven komen, barbertje moet hangen. Het volk wil – volgens de politici – wraak en vergelding.

De eerste lezing van vandaag is uit het boek Ecclesiasticus, ook wel de Wijsheid van Jezus Sirach genoemd. Dit boek werd een kleine tweehonderd jaar voor Christus geschreven. Toen waren ze natuurlijk nog niet zo beschaafd als wij nu in ons gave Nederland zijn. Toch horen we in deze lezing een voor onze tijd verfrissend geluid. “Wrok en gramschap zijn iets afschuwelijks.” Misschien denkt u nu wel bij uzelf: ‘Ja maar, het onrecht kan toch niet ongestraft blijven?’ Inderdaad er moet recht gedaan worden. Maar recht doen is iets anders dan alleen de dader straffen, iets anders dan alleen maar vergelding. Recht doen is het herstellen van het onrecht dat gedaan is. De verbroken verhoudingen moeten weer hersteld worden. Recht doen vraagt dat wij de situatie onder ogen zien, dat we beseffen dat we in een gebroken wereld leven. Hoe gaaf ons land ook moge zijn, ook wij leven niet in een volmaakte wereld. Ook wijzelf zijn geen volmaakte mensen. Het kwaad zit ook in onszelf. Ook wij zijn zondige mensen. Dat vraagt mededogen met andere zondaars.

Jezus Sirach wijst op het eigenbelang: “Vergeef uw naaste zijn onrecht dan worden, wanneer gij er om bidt, uw eigen zonden kwijtgescholden. (…) Als iemand, die zelf maar een mens is, in zijn wrok volhardt, wie zal dan verzoening bewerken voor zijn zonden?” Vergeving schenken en vergeving ontvangen zijn direct met elkaar verbonden. Zo bidden wij dagelijks met de woorden van het Onze Vader: “vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren…” Ook in het Evangelie van vandaag zien we de verbinding tussen vergeving schenken en vergeving ontvangen. Nadat de dienaar een enorme schuld, een schuld die hij nooit van zijn leven terug kon betalen, kwijtgescholden krijgt, wordt er van hem verwacht dat hij zijn collega een relatief klein bedrag ook kwijtscheldt.

Vergeving schenken en schulden kwijtschelden vormen de basis tot verzoening. Door verzoening worden de verbroken relaties weer hersteld, door verzoening kunnen we elkaar weer in de ogen kijken. Verzoening heeft ook te maken met aanvaarden van verschillen. Verzoening leidt tot saamhorigheid. In 2021 schrijft paus Franciscus de encycliek ‘Fratelli tutti: Allen broeders’. Hierin heeft hij het uitgebreid over vrede en verzoening. De paus schrijft: “Sociale vrede vraagt hard werken en vakmanschap. De integratie van verschillen is moeilijk en gaat langzaam, maar het is de garantie voor een echte en duurzame vrede. Waar het om gaat, is het initiëren van processen van ontmoeting, processen die een volk opbouwen dat verschillen kan accepteren. Laten we onze kinderen uitrusten met de wapens van de dialoog! Laten we ze de goede strijd van de ontmoeting leren!” De weg naar de vrede vraagt om samenwerking. Het overwinnen van onze verdeeldheid vraagt een basaal gevoel van saamhorigheid. Dit kan en moet met behoud van ieders eigen identiteit.

Sommige mensen hebben het liever niet over verzoening, omdat ze denken dat conflicten deel uitmaken van het normale functioneren van een samenleving. Anderen stellen dat vergeving neerkomt op het afstaan van eigen terrein en invloed aan anderen. Weer anderen zien verzoening als een teken van zwakte. De paus wijst echter op de noodzaak van vergeving en verzoening. Hij volgt de oproep van Jezus elkaar telkens weer te vergeven. Het onrecht moet steeds weer ongedaan worden gemaakt. Telkens weer is er een nieuw begin nodig. Waarheid, gerechtigheid en barmhartigheid vormen een geheel. Samen zijn ze essentieel om tot vrede te komen. Samen zijn het ook bouwstenen om een democratie op te bouwen.

Dit jaar vraagt de Vredesweek onze aandacht voor democratie. In het najaar zijn er weer landelijke verkiezingen. Ook de wijze waarop wij met elkaar omgaan en onze democratie gestalte geven, staat dan op het spel. Bidden wij dat wij ons laten leiden door de boodschap van Jezus en altijd weer bereid zijn elkaar te vergeven. Na de viering is er een deurcollecte voor de vredesorganisatie PAX. Naast ons gebed kunnen we ook met onze financiële bijdrage het bereiken van vrede in de wereld bevorderen. Amen.

De invloed van Franciscus op het denken in onze tijd

Inleiding

Welke invloed heeft Franciscus van Assisi in deze tijd? Allereerst is daar de encycliek Laudato si’ van paus Franciscus over de zorg voor de schepping. Voordat we naar deze encycliek gaan wil ik – om het perspectief te verbreden – het hebben over drie denkers uit de vorige eeuw. Wat vinden we bij hen aan gelijkenis met Franciscus en op welke wijze verschillen zij van hem. Net als Franciscus zijn het drie mystici, mystieke denkers. Het zijn Pierre Teilhard de Chardin, Titus Brandsma en Thomas Merton.

Wat is mystiek?

Mystiek onderzoekt de grondslagen van ons bestaan en beleeft ze ook. De diepere kennis van het leven openbaart zich rechtstreeks aan de mysticus. Mystiek is een vorm van leren kennen naast kennisoverdracht, wetenschappelijk onderzoek, logische redenering, kunst en geloof. Mystiek is een vorm van onmiddellijke kennis, van ervaren zekerheid, van inspiratie en intuïtie. Tegenwoordig noemen we het ook wel spiritualiteit. Mystiek doet eerder denken aan contemplatie en het verkrijgen van inzicht, terwijl spiritualiteit ook doet denken aan de motivatie voor het handelen.

God – mens – schepping

In het denken van mystici spelen de onderlinge verhoudingen tussen God, mens en schepping een belangrijke rol. Aan de basis van het christelijke denken staan de Bijbelse scheppingsverhalen. Zij vertonen een scherpe tegenstelling met het heidense scheppingsverhalen van de andere volkeren in het Midden-Oosten. In de Bijbel is de schepping niet goddelijk, maar een maaksel van God.

God, mens en schepping zijn in het scholastieke denken van de Middeleeuwen duidelijk afzonderlijke entiteiten. Ze staan met elkaar in relatie maar zijn niet met elkaar verweven. De opkomende moderniteit trekt ze verder uit elkaar. Franciscus van Assisi verzette zich hiertegen. Voor hem was er een nauwe verbondenheid tussen mens en schepping. In de late Middeleeuwen zijn mystici – vooral in onze streken – bezig met de intieme relatie tussen God en mens. Voorbeelden zijn: Johannes Eckhart: God woont in de ziel. Jan van Ruusbroec: Een geestelijk huwelijk tussen God en mens. Geert Grote en de Moderne devotie: De persoonlijke vereniging van de mens met God. Na de nadruk op de navolging van Christus, zoals we bij Franciscus zien, is er een ontwikkeling naar de vereniging met Christus, zoals bij Teresa van Avila in de zestiende eeuw. Het is bij mystici steeds een kwestie van balanceren om in de relatie tussen God en mens het evenwicht te behouden tussen afstand en nabijheid, tussen onderscheid en samenvallen.

Drie mystici

Na deze inleiding nu de drie mystici. We beginnen met Pierre Teilhard de Chardin.

Pierre Teilhard de Chardin
De Fransman Pierre Teilhard de Chardin leefde van 1881 tot 1955. Hij was jezuïet, priester en paleontoloog. Hij wilde zijn geloof en zijn wetenschappelijke inzichten bij elkaar brengen. Hij streefde naar een universele en allesomvattende wereldvisie zonder strijdigheid tussen schepping en evolutie, tussen geloof en evolutieleer. Gods scheppende kracht ligt verborgen in de eigen zelfwerkzaamheid van de schepping.

Wij ontmoeten onze Schepper in de werking van de natuur zelf. Het wordend bestaan van de wereld heeft een richting en een bestemming. Deze bestemming is het Punt Omega. God verschijnt aan het einde. In het laatste Bijbelboek Openbaring lezen we: “Ik ben de Alpha en de Omega, spreekt God de Heer.” (Apk 1,8) Gods scheppingsdaad is als een magneet die de dingen uit het niets roept en tot zich trekt. Dit is geen deterministisch proces, maar een evolutie die wordt gedragen door vrijheid, door persoonlijke keuze en vooral door liefde. De persoonlijke aantrekkingskracht van God, die liefde is, draagt de vooruitgang. Er is sprake van een groeiende complexiteit. Met zijn extreme complexiteit is de mens de bekroning en vervulling van heel de stoffelijke wereld. Het is een gerichte ontwikkeling van oerstof tot mens tot en met de voltooiing van de aardse mensengeschiedenis. Het leven is de hoogste vorm van stof-zijn. In de mens, die geest is, is dit volmaakt. In de materie is de geest reeds aanwezig.

De mens is diep in de aarde geworteld. Eerbied en zorg voor de schepping behoren tot de gehoorzaamheid aan God. De wereld heeft een heilige wijding en wordt geheel door God doordrongen. Alles bestaat omwille van de mens en de mens bestaat omwille van God. Enerzijds is de mens een hogere vorm van dierlijk leven en anderzijds een geheel originele en definitieve schepping, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Er is een wezenlijk verschil tussen mens en dier. De evolutieleer is een hoopvolle geschiedenis van steeds hogere vormen van leven op weg naar het Punt Omega. Het Punt Omega is de liefdevolle vereniging van alle mensen met God. Een vrijwillige vereniging van allen in één waarheid en één liefde. Hierin versmelten de personen niet met elkaar. Ze blijven elementaire en autonome werkelijkheden.

Teilhard de Chardin leeft in een andere wereld dan Franciscus. Franciscus leeft in een statische, harmonisch geordende wereld. Alles heeft zijn rol en plaats. Het is een tijdloze door God gegeven ordening. Teilhard de Chardin leeft in een wereld in beweging, een veranderende wereld. De dimensie tijd heeft zijn intrede gedaan in het wereldbeeld. Nu ervaart de mens zichzelf als een bron van creativiteit. Hij heeft de kennis en de macht om de wereld vorm te geven. Hoezeer beiden van elkaar verschillen blijkt uit ‘De hymne van de stof’, het Zonnelied van Teilhard de Chardin. Enkele regels hieruit: “Een zegen ben je, o stof vol gevaren, zee vol geweld, o tomeloze hartstocht: jij, die ons verslindt als wij je niet temmen. Een zegen ben je, o machtige materie, o evolutie, in je loop onomkeerbaar en steeds nieuw waar iets maar ontstaat: jij, die onze geest bij voortduring noopt tot herzien van de schema’s, die ons dwingt almaar verder en verder te gaan op onze jacht naar wat waar moge zijn.”

Titus Brandsma
Titus Brandsma leefde van 1881 tot 1942. Hij is een tijdgenoot van Pierre Teilhard de Chardin. Ze zijn in hetzelfde jaar geboren. De wieg van Brandsma stond in een boerderij op het Friese platteland. Na de lagere school ging hij naar het kleinseminarie bij de franciscanen. Daarna koos hij voor de karmelieten. Na zijn priesterwijding ging hij naar Rome om daar te promoveren. Terug in Nederland werd hij docent filosofie en vervolgens hoogleraar aan de katholieke universiteit in Nijmegen. Hier bestudeerde hij de geschiedenis van de wijsbegeerte en van de mystiek. Daarnaast was hij journalist. Hij zette zich in voor het katholiek onderwijs en de persvrijheid en verzette zich tegen opkomend nazisme. Hierdoor kwam hij in het concentratiekamp Dachau terecht, waar hij in 1942 stierf aan een dodelijke injectie. In 2022 is hij heilig verklaard.

Pierre Teilhard de Chardin maakte als natuurwetenschapper volop deel uit van de moderniteit en het daarmee verbonden positivisme. Van Titus Brandsma kun je zeggen dat hij op de drempel van de moderniteit stond en nog met één been in de traditionele samenleving. Hij maakte zich zorgen over de nieuwe tijd. In 1932 opende hij als rector magnificus de diësrede als volgt: “Onder de vele vragen, welke ik mijzelven stel, houdt wel geen mij meer bezig dan het raadsel, dat de zich ontwikkelende mensch, prat en fier op zijn vooruitgang, zich in zoo grooten getale afkeert van God.” Zich bewust van een steeds veranderende wereld schetste hij een beeld van het in de loop van de tijd veranderende Godsbeeld en zocht hij naar een passend Godsbeeld voor onze tijd. “Wij moeten allereerst God zien als den diepsten grond van ons wezen, verholen in het meest innerlijke onzer natuur, maar daar toch te zien en te aanschouwen.” Brandsma stond in de traditie van de laatmiddeleeuwse mystici. God is de schepper en instandhouder van alle wezens. In heel de schepping, in elk schepsel is God te zien. Nergens is God zo nabij, als in onszelf. De liefde is het middel om tot vereniging met God te komen. De vereniging met God is geen eenwording, wel een samengaan.

Opvallend bij Brandsma is zijn letterlijk bloemrijke taalgebruik, waaruit zijn liefde voor schoonheid en voor de natuur blijkt. Hiermee staat hij in de traditie van de Friese plattelands spiritualiteit. Met Franciscus deelt hij de verwondering over de schepping. De volgende tekst is uit een inleiding waarin hij spreekt over het belang van een liturgisch leven voor jongeren. “De lente brengt ons weer bloemen en zon. Overal zien we weer het jonge groen in al zijn frischheid en bekoorlijkheid door de lentezon bestraald en doorweven met bloemen. (…) Nu is Holland op zijn mooist, nu bloeit en geurt de Betuwe en waar men nu in Nederland komt, in dorp en stad in land en bosch, het zijn overal bloemen, die we zien. Men biedt ze in bossen aan om ze tot in de huiskamer te brengen, zoo’n overvloed is er. En wij verlustigen ons in de schoonheid van die bloemenweelde en voelen ons hart overstroomd van genot bij het genieten van die zeldzame pracht en heerlijkheid. (…) De bloem in de Zon. Dat is de jongen, dat is het meisje, dat in liturgisch leven de volheid van Gods genade deelachtig wordt en geniet van de heerlijkheid en vruchtbaarheid dier goddelijke genade.”

Thomas Merton
Thomas Merton was een Amerikaanse benedictijner monnik. Hij werd geboren in 1905, liet zich na een losbandig leven in 1938 dopen en werd in 1941 trappistenmonnik. Hij stierf in 1968. Hij was een groot liefhebber van de natuur, mysticus, theoloog, dichter, auteur en sociaal activist. Hij voerde actie tegen de uitbuiting van de Derde Wereld, rassendiscriminatie, de Vietnamoorlog en de kernbewapening. Gaandeweg kon hij zich vanuit het klooster steeds meer terugtrekken in een kluis in het bos. Hij was graag alleen.

Merton is een generatie jonger dan Brandsma en Teilhard de Chardin. Hij is een kind van de moderniteit en komt hiertegen in verzet. Hij ziet de uitwassen van de moderniteit, de instrumentele kijk op de schepping en op mensen en de daarmee gepaard gaande exploitatie van beide. Bij hem horen we een duidelijk ecologisch geluid. “De wereld wordt geëxploiteerd tot meerdere eer en glorie van de mens en niet van God. De menselijke macht wordt een doel op zich. De dingen worden niet gebruikt, maar opgebruikt en vernietigd. Mensen zijn niet langer arbeiders en ‘scheppers’ maar productiemiddelen, instrumenten voor de winst.”

Op lyrische wijze geeft Merton uiting aan zijn mystieke natuurbeleving. Hij geniet van de natuur. “De hele natuur is bedoeld om ons te doen denken aan het paradijs. De bossen, velden, valleien, heuvels, de rivieren en de zee, de wolken die reizen langs de hemel, zon en sterren, herinneren ons eraan dat de wereld oorspronkelijk gemaakt was als een paradijs voor de eerste Adam. (…) De hemel wordt zelf nu al in geschapen dingen weerspiegeld. Als God in ons woont, en onze ziel maakt tot zijn paradijs, dan kan de wereld om ons heen worden zoals zij bedoeld was voor Adam – zijn paradijs.”

Van zichzelf zegt hij: “Ik ben een franciscaan. Dat is mijn geestelijke aard: buiten te zijn in de bossen, onder de bomen.” Ieder schepsel heeft volgens hem zijn eigen waarde. “Een boom verheerlijkt God door een boom te zijn. Want door te zijn waar God hem voor bestemd heeft, gehoorzaamt de boom aan Hem.” Merton zoekt de eenzaamheid en de stilte om één te zijn met God. Hij voelt zich een met de natuur die net als hij schepping is. Hij hoort de vogels zingen en ervaart hen als een wonderbaar gezelschap. Hij voelt een diepe band met de herten en een diepe compassie met hen. Hij wil ze beschermen tegen de aantasting van het milieu.

Voor hem vormen de geestelijke en de natuurlijke werkelijkheid een geheel. “Hoe belangrijk is het voor monniken om op het land te werken, in de regen en de zon, in de modder en de klei, in de wind: zij zijn onze geestelijke begeleiders…” Hier zien we de benedictijn aan het woord. Bij Franciscus denken we vooral aan ongerepte natuur. De benedictijner monniken brachten het land in cultuur. Wij loven God niet alleen met verwondering, zang en gebed maar ook met het werken in en aan zijn schepping. God is de bron van alles. God is het zijn zelf. Alles dankt zijn bestaan aan Hem. Alles is daarom aan elkaar verwant en met elkaar verbonden. God is in heel de schepping aanwezig. Ons eigen zijn is een participatie in Gods ‘er zijn’. De natuur doet ons God ervaren.

Merton is zich steeds meer bewust van de problemen die de technologische ontwikkelingen veroorzaken. Alles moet worden verklaard en beheerst. Mysteries bestaan niet meer. Alles is gericht op nog meer consumptie.

De encycliek Laudato si’

In 2015 schrijft paus Franciscus een brief aan alle bewoners van ons gezamenlijk huis. Hij opent deze encycliek met woorden uit het Zonnelied geschreven door Franciscus van Assisi en geeft haar daarmee de titel: Laudato si’. De encycliek gaat over duurzaamheid, over de schepping en haar voortbestaan en over de gevolgen van het onverantwoord omgaan met de schepping. De paus zet hiermee een volgende stap in het kerkelijk denken over ecologie. De inhoud van een encycliek maakt deel van de katholieke leer.

De paus beschrijft de bedreigingen die uitgaan van klimaatverandering, vervuiling van water en verlies van biodiversiteit. Deze bedreigingen – waaraan de mens medeschuldig is – treffen alle mensen. Hij concludeert: “Nooit hebben wij ons gemeenschappelijk huis zo mishandeld en beschadigd als in de laatste twee eeuwen.” Ons wereldbeeld is van grote invloed op de wijze waarop wij met de wereld omgaan. De paus schrijft: “dat het menselijk leven op drie fundamentele en nauw met elkaar verbonden relaties gebaseerd is: met God, met de naaste en met de aarde zelf.” De mens is deel van de schepping, is ervan afhankelijk en draagt er verantwoordelijkheid voor. De schepping is aan de mens gegeven om haar te bewerken en te beheren. Zij is er voor alle mensen, nu en in de toekomst. Zij is ons gegeven om te gebruiken; niet om te verbruiken en niet om haar aan onze wil te onderwerpen. De schepping bewerken en met respect beheren betekent, dat we haar verder mogen ontwikkelen maar haar ook moeten verzorgen en beschermen.

Dit vraagt een andere manier van denken, een culturele revolutie. Wetenschap en technologie zijn geschenken van God, maar vragen om verantwoord gebruik met respect voor mens en natuur. Mensen en schepping mogen niet ondergeschikt zijn aan winstbejag en eigenbelang. Omdat alles nauw met elkaar verbonden is, pleit de paus voor een integrale ecologie met duidelijk respect voor menselijke en sociale aspecten. De natuur heeft niet alleen gebruikswaarde voor de mens, maar is ook waardevol op zichzelf. De schepping openbaart ons Gods liefde. God is in heel de schepping aanwezig. Zo zorgt Hij voor het voortbestaan en de ontwikkeling van ieder wezen als een voortzetting van zijn scheppend handelen. Hierbij wordt gerefereerd aan het denken van Pierre Teilhard de Chardin.

De paus beschrijft wegen tot verder gesprek en tot activiteiten om aan de spiraal van zelfvernietiging te ontkomen. Politici en wetenschappers zijn verantwoordelijk voor concrete maatregelen. De Kerk biedt een moreel kompas aan. Wij mensen moeten een nieuwe levensstijl aannemen, loskomen van het consumentisme. Dit vraagt een ecologische bekering en een ecologische spiritualiteit.

De invloed van Franciscus van Assisi

Paus Franciscus begint zijn encycliek met te verwijzen naar het Zonnelied. Ons gemeenschappelijk huis is als een zuster met wie wij ons leven delen, en als een goede moeder die ons in haar armen neemt. Franciscus van Assisi “nodigt ons (…) uit de natuur als een schitterend boek te zien waarin God tot ons spreekt en ons een glimp schenkt van zijn oneindige schoonheid en goedheid.” We zien dit ook bij Titus Brandsma en Thomas Merton. Franciscus wordt het voorbeeld bij uitstek van een integrale ecologie genoemd. Zijn overtuiging dat “ieder schepsel een zuster is” kan richting geven aan ons gedrag. Hij leert ons: “De wereld is een vreugdevol mysterie dat wij met vreugde en lofprijzing bewonderen.” Overeenkomstig de visies van Franciscus en Thomas Merton heeft ieder schepsel zijn eigen waarde en brengt heel de schepping God lof.

De belangrijkste zorg is de bewoonbaarheid van de aarde voor de mensheid. Heel de schepping is een liefdesproject van God. Daarbinnen heeft de mens een bijzondere positie. Hij is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. De mens maakt deel uit van de schepping en is ervan afhankelijk. Alles hangt met elkaar samen en met elkaar verbonden. Daarom is het nodig dat de mens – overeenkomstig het voorbeeld van Franciscus – leeft in harmonie met de schepping.

De mens heeft de opdracht te werken in en te werken aan de schepping. Hij is belast met zorg voor de aarde. Benedictus van Nursia wordt slechts een keer genoemd. Toch is de benedictijnse spiritualiteit mogelijk van grotere invloed op de inhoud van de encycliek dan de franciscaanse. De mens is verantwoordelijk met antwoorden te komen op de ecologische crisis. Hierbij wordt een nadrukkelijk beroep gedaan op de politiek en op wetenschap en techniek. Daarnaast is er het belang van de religieuze taal. De encycliek besteed hier aandacht aan in het hoofdstuk ‘Het mysterie van het heelal’, waarin het Zonnelied vrijwel geheel is opgenomen. Bij de oproep tot ecologische bekering en tot een ecologische spiritualiteit wordt Franciscus naast andere heiligen als een voorbeeld genoemd. Hierbij moet wel aangetekend worden dat je Franciscus niet als een hedendaagse ecoloog kunt beschouwen. Ecologie bestond toen niet en was toen ook niet nodig.

Franciscus maakte zich ook niet druk over het geloof in God. God was in zijn tijd vanzelfsprekend. Voor de paus is het geloof in God en de door Hem geschapen ordening van wezenlijk belang voor een ecologische spiritualiteit. Franciscus verzette zich tegen de scheiding tussen mens en schepping en de instrumentalisatie van de schepping. Dit vinden we ook bij Thomas Merton. Hij en Titus Brandsma wijzen ook op het verdwijnen van God uit de samenleving. Dit alles vinden we terug in de encycliek Laudato si’.

Bibliografie

Voor teksten van Titus Brandsma zie: https://titusbrandsmateksten.nl/.
Bras, Kick, Onuitsprekelijk paradijs: De groene spiritualiteit van Thomas Merton, Heeswijk: Berne Media, 2021.
Duchatelez, Kamiel, Geschiedenis van de christelijke spiritualiteit, Averbode/Baarn: Altiora/Gooi en Sticht, 1995.
Franciscus, Laudato si’, Utrecht: Secretariaat van het Rooms-Katholieke kerkgenootschap, 2015.
Munster, Hans van, De mystiek van Franciscus: De macht van barmhartigheid, Haarlem: Gottmer, 2002.
Smulders, P., Het visioen van Teilhard de Chardin: Poging tot theologische waardering, Brugge/Utrecht: Desclée de Brouwer, 1964, 4e druk.
Teilhard de Chardin, Pierre, Hymne-aan-de-stof, https://www.mystieknetwerk.nl/teilhard-de-chardin-hymne-aan-de-stof, geraadpleegd op 27 juli 2023.
Todoroff, Boris, Laat heb ik je liefgehad: Christelijke mystiek van Jezus tot nu, Leuven: Davidsfonds, 2002.

Uitgesproken op 6 september 2023 tijdens de Studiemiddag over Sint Franciscus van de Opleiding Italiaanse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Leiden.

Wie is Jezus? Mt 16,13-20

Jezus vraagt zijn leerlingen wie Hij volgens de mensen is: “Wie is, volgens de opvatting van de mensen, de Mensenzoon?” Jezus vraagt hier naar de bekende weg. Hij hoort zelf ook wel wat de mensen van Hem vinden. Het gaat ook niet om de antwoorden op deze vraag. De antwoorden geven aanleiding tot een gesprek. De volgende vraag die Jezus stelt is: “Maar gij wie zegt gij dat Ik ben?” In dit gesprek maakt Jezus de leerlingen bewust van de situatie waarin Hij zich bevindt. Ook bereidt Hij hen voor op de taak die zij op zich zullen nemen. Volgende week horen we het vervolg van dit gesprek.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik ben niet dagelijks bezig met de vraag wie Jezus voor mij is. Ik neem aan dat ook u er niet aan gewend bent, dat deze vraag het onderwerp van gesprek is tijdens een verjaardag, dat u niet tijdens uw verjaardag aan de mensen vraagt: wie is Jezus voor jou? Als u het een keer zou doen, zou dat waarschijnlijk heel veel verschillende antwoorden opleveren. De antwoorden die de mensen volgens de leerlingen geven, zullen er waarschijnlijk niet bijzitten. Het antwoord van Petrus mogelijk wel.

De antwoorden zullen variëren van heel concreet tot abstract, van heel goddelijk tot heel menselijk. Juist die grote variëteit aan antwoorden zegt veel over Jezus. Ik zie dat ook als ik met mijn broers en zussen over onze ouders praat. Het is opvallend hoe verschillend de beelden zijn die wij van hen hebben, terwijl we toch echt allemaal dezelfde ouders hebben. Zo is het ook met Jezus. Ieder heeft zijn eigen beeld, een beeld dat past bij de relatie die jij met Jezus hebt.

Zo komen we denk ik tot de kern. Jezus is een persoon met wie je een relatie kunt hebben. In een relatie is er sprake van twee partijen. De relatie wordt daardoor ook van twee kanten ingekleurd. Door de relatie die je met de ander hebt, krijg je ook een beeld van de ander. Maar dat betekent ook dat er iets van jezelf in het beeld van de ander zit. Zo heeft ieder van ons zijn eigen beeld van Jezus. En al die verschillende beelden mogen er zijn. Juist door de verschillen is het ook zo boeiend en verrijkend om er met elkaar over te praten. Het gesprek levert je nieuwe inzichten op. Je vult elkaar aan en brengt elkaar op nieuwe ideeën. Het gesprek leidt ook tot uitzuivering, zeker als daarbij ook de teksten uit de Bijbel en de leer van de Kerk betrekt. Soms blijkt je beeld wel heel erg persoonlijk te zijn. Geloven doe je in gemeenschap. Het is ook een kwestie van samen groeien in geloof. Samen ben je op zoek naar de waarheid, ook al is het niet mogelijk die in ons aardse leven exact te kennen. Zoals Paulus ergens schrijft: we kijken nu nog in een wazige spiegel. (1 Kor 13,12)

Mocht het u niet zo aanspreken om hierover op verjaardagen te spreken, maar denkt u dat een dergelijk gesprek waardevol voor u kan zijn, dan is er Alpha. Alpha is de gelegenheid bij uitstek om over dergelijke vragen met elkaar in gesprek te zijn. Na de informatieavond op woensdag 13 september is een week later de vraag aan de orde: ‘Wie is Jezus?’ De avonden beginnen met een maaltijd. Daarna gaat u na een korte inleiding met elkaar in gesprek. Dan heeft u het gesprek wat u op verjaardagen niet voert.

Zo’n twintig jaar geleden heb ik zelf aan een Alpha meegedaan. Ik was vooral nieuwsgierig naar Alpha. Dat werd een bijzondere ervaring. Ik kan het u alleen maar aanraden ook een keer mee te doen. Alpha is er voor jong en oud, voor de onwetende zoeker en voor de trouwe kerkganger. Alpha is er voor iedereen. Alpha is een kwestie van gewoon een keer doen. Amen.