Spring naar inhoud

Paaswake; Lc 24,1-12

Wij waken bij onze dierbare overledenen en we vertellen elkaar verhalen, eindeloze verhalen. Het zijn verhalen die ons troosten, verhalen van dankbaarheid, verhalen van liefde en verhalen die ons hoop geven. Het is iets van alle tijden. In deze traditie staat ook de Paaswake: van de invallende duisternis tot het licht van de morgen wordt de nacht biddend en wakend doorgebracht. De grote verhalen van de heilsgeschiedenis worden verteld. Het zijn verhalen van liefde en geloof. De verhalen maken ons duidelijk dat de liefde niet vergaat.

In deze nacht waken we bij het graf van Jezus van Nazareth. Hij heeft zijn boodschap van liefde met de dood moeten bekopen. We verkeren tussen licht en donker. En wij vragen ons vertwijfeld af: Waar zijn wij? We lezen de verhalen die ons altijd op de been hebben gehouden. We lezen hoe God de wereld gewild heeft en hoe Hij alles wat Hij gemaakt heeft, goed vindt. We lezen hoe God de mensen steeds weer redt. Hoe Hij hen verlost uit de slavernij. Hoe Hij hen begeleidt naar het beloofde land. Tegen Mozes heeft Hij gezegd: Mijn Naam is: “Ik zal er zijn”. De verhalen vertellen ons hoe God met mensen omgaat, hoe God van de mensen houdt en er voor de mensen is, ook vandaag.

Met de vrouwen gaan wij naar het graf van Jezus. Direct na zijn dood was er te weinig tijd om Hem met alle zorg te begraven. De sabbat stond op het punt te beginnen. Nu op de eerste dag van de week gaan ze zo vroeg mogelijk naar het graf om Hem te balsemen. De doden begraven is een van de werken van barmhartigheid. Het is onze heilige plicht de doden met respect te bejegenen en ze een fatsoenlijke begrafenis te geven. Dat is een daad respect, een daad van liefde. Als ergens ontmenselijking en onbarmhartigheid zichtbaar wordt, is het wel in de manier waarop gestorvenen met bulldozers in een massagraf gedumpt worden. Dat mag zelfs de ergste misdadiger niet aangedaan worden.

Met zijn leven, lijden en sterven heeft Jezus een einde aan de liefdeloosheid willen maken. Hij is het beeld van de barmhartige Vader. Hij roept ons op barmhartig te zijn als de Vader. Onze huidige maatschappij heeft nood aan barmhartigheid. Zijn verrijzenis laat zien, dat Jezus met zijn liefde de dood heeft overwonnen. De liefde is sterker dan het kwaad. Het is onze opdracht de liefde Jezus getoond heeft, over de hele wereld, bij alle mensen te laten stralen.

Afgelopen week was in Leidschendam op het Veurs Lyceum. Daar was voor de brugklassen een religiemiddag georganiseerd. Mij was gevraagd twee keer een les over het katholicisme te verzorgen. Daar valt natuurlijk heel veel over te vertellen. Mijn verhaal moest de leerlingen in staat stellen een aantal vragen te beantwoorden: Een daarvan was: Wat moet ik als gelovige doen? Hoe moet ik leven? Ook daar valt eindeloos over te praten. Ik heb het beperkt tot: God zoeken in gebed en verdieping. God dienen en anderen gelukkig maken. Een goed mens zijn. En tenslotte: Heb elkaar lief, God is liefde. Uiteindelijk draait onze opdracht om deze laatste zin: Heb elkaar lief. Wie weet wat liefde is, kent God. Alleen door elkaar lief te hebben, kunnen we God liefhebben. Jezus heeft het ons voorgedaan. Hij ging in zijn liefde tot het uiterste toe. Hij is onze leidsman in de liefde. Hij is onze weg, onze waarheid en ons leven.

Jezus heeft het kwaad en de dood overwonnen. Wij mogen delen in de overwinning van onze leider. Wij zijn uitgenodigd te werken aan een beschaving van liefde. Ook al is het kwaad overwonnen, het kwaad is niet de wereld uit. Dat zien we dagelijks om ons heen. Als leerlingen van Jezus laten wij zien dat het anders kan, dat het mogelijk is respectvol en vredelievend met elkaar om te gaan, dat het mogelijk is ons te verbinden met onze medemensen, dat het mogelijk is de zwakken in de wereld bij te staan en te helpen. Als pelgrims van hoop gaan wij onze weg. De liefde voor de ander is onze bron van vreugde. Ik wens u allen een zalig Pasen. Amen.

Barmhartigheid; Ex 3,1-8a.13-15; Lc 13,1-9

Mijn eerste gedachte bij het lezen van het Evangelie van vandaag was: complottheorieën, ook toen al. Wij mensen hebben veel moeite met toeval in ons leven. Alles moet een reden hebben, alles moet een oorzaak hebben. Wij hebben nogal de neiging te denken, dat wanneer iemand door het kwaad getroffen wordt, de oorzaak daarvan bij die mens zelf ligt: boontje komt om zijn loontje. Ze zullen zelf wel schuldig zijn. Ze zullen wel gezondigd hebben. Dat is makkelijk en overzichtelijk. Nogal eens wordt van mensen in nood gedacht: eigen schuld, dikke bult.

Jezus komt met een ander verhaal. Hij vertelt de gelijkenis van de vijgenboom die geen vrucht draagt. Die vijgenboom krijgt extra zorg en aandacht. Die vijgenboom krijgt nog een kans. Het is een daad van barmhartigheid en een daad van hoop. Barmhartigheid en hoop gaan hand in hand.

Onze maatschappij heeft nood aan barmhartigheid. Bij ons draait alles om zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid geldt niet alleen als een deugd. Zelfredzaamheid is een plicht geworden. Tegenwoordig geldt: laat mij met rust, ik zoek het zelf wel uit. En ook: dop jij je eigen boontjes maar, je bent toch zelf verantwoordelijk voor je ellende. Het heersende individualisme gaat gepaard met onverschilligheid ten opzichte van anderen. Mensen die extra hulp of aandacht nodig hebben zijn maar lastig.

Wat vindt u van het reclamespotje van ReumaNederland? De tekst ervan luidt: “Als we uitgaan, gaat Eva vaak op het laatste moment niet mee. Heeft ze een reuma-aanval. Laatst hadden we concertkaartjes, zitplaatsen nog wel. Haakt ze toch weer af. We zien haar steeds minder. Ja, dat is wel zo.” Wat ik hoor is een klagende vriendin. Zij heeft er last van dat Eva aan reuma lijdt. Zieken zijn maar lastig voor hun zelfgerichte vrienden. Ik neem aan dat het ReumaNederland gaat om hulp aan patiënten, maar ondertussen vinden ze het blijkbaar normaal dat patiënten door vrienden in de steek worden gelaten.

Als tegengif tegen het hedendaagse denken, het neoliberalisme, het consumentisme, het marktdenken, de maakbaarheid, het individualisme en de zelfgerichtheid hebben we behoefte aan een beschaving van liefde met de barmhartigheid als een recht voor de zwakke. Barmhartigheid is van levensbelang zowel voor veroorzakers van het kwaad als voor de slachtoffers. Slachtoffers hebben hulp nodig om de noodsituatie weer te boven te komen of zoals bij een ongeneselijke ziekte deze uit te kunnen houden. Veroorzakers van het kwaad kunnen tot inkeer komen. Voor hen is verzoening en barmhartigheid noodzakelijk om hun leven weer op de rails te krijgen. Dit maakt barmhartigheid tot een mensenrecht. Zonder barmhartigheid is het menselijk bestaan onmogelijk.

Vanaf het allereerste begin leren we God kennen als de Barmhartige. Hij voorziet Adam en Eva na de zondeval van kleding. Hij gaf Kain na de moord op zijn broer Abel “een merkteken, om te voorkomen dat ieder die hem ontmoette hem doden zou”. In de eerste lezing laat God zich aan Mozes kennen. God zegt tegen Mozes: “Ik ben die er is.” God zegt telkens weer tegen ons: Ik ben er voor jou, Ik heb je gehoord en Ik houd van je. God is de bron van ons bestaan, de bron waaruit wij blijven putten. Hij is er voor iedereen. Hij is barmhartig voor alle mensen. God stelt zich voor met de woorden: “Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.” Hij stelt zich voor als een God van mensen, van mensen die in Hem geloven en zijn aanwezigheid ervaren.

Tegen Mozes zegt Hij: “Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, de jammerklachten om zijn onderdrukkers gehoord; ja, Ik ken zijn lijden.” God lijdt met ons mee. Hij treurt en verheugt zich met en om ons. Zo laat Hij zich kennen als onze barmhartige Vader. Hij is de God die mens geworden is in zijn Zoon Jezus Christus. Zo heeft Hij ons menselijk bestaan met ons gedeeld.

Als leerlingen van Jezus, als pelgrims van hoop komen ook wij vanuit medelijden en mededogen tot solidariteit, tot de bereidheid iets van onszelf te geven aan de ander. Dat kan zijn in de vorm van troost en van aandacht voor de ander. Wij kunnen de ander ook laten delen in onze tijd en welvaart. Amen.

Toespraak bij iftarmaaltijd 2025 in Rijswijk

Dit jaar overlappen de Ramadan van de moslims en Veertigdagentijd van de christenen elkaar voor een groot gedeelte. Een halve week na het begin van de Ramadan begon op Aswoensdag onze Veertigdagentijd. De Veertigdagentijd duurt tot Pasen. Dan vieren wij dat Jezus Christus na zijn dood aan het kruis uit zijn graf is opgestaan. Pasen is het belangrijkste feest van de christenen.

Deze veertig dagen worden ons gegeven om te groeien in echte vrijheid, om te groeien in vertrouwen en in hoop op God. Dit is de tijd bij uitstek om ons te oefenen in het goede en af te zien van alles wat andere mensen, de schepping en onszelf schade berokkent. Het is een tijd van bezinning, bekering en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Dit alles wordt concreet in daden van naastenliefde, in het gebed en in de beperking van eigen overdaad. Zo maken wij ons vrij om als christen toe te leven naar het Paasfeest.

De Ramadan en de Veertigdagentijd zijn vergelijkbaar met elkaar. Beide zijn een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Spiritualiteit betekent dat we ons bezinnen op ons leven. Wat beweegt ons? Wat motiveert ons? Wat maakt ons gelukkig? Wat is de bron van ons bestaan? Wat is een zinvol leven? Wat is onze plaats in deze wereld? Wat is onze plaats ten opzicht van elkaar? Leven wij alleen voor onszelf of leven wij voor iets of iemand die groter is. Voor ons is dat de liefdevolle en barmhartige God. Hij is onze Schepper. Hij heeft ons uit liefde geschapen. In Hem vinden wij ook onze voltooiing.

Solidariteit betreft onze verhouding ten opzichte van elkaar. Mensen zijn geen losstaande individuen. Wij zijn geschapen om elkaar lief te hebben, elkaar te respecteren en elkaar de ruimte te geven. Wij zijn geschapen om in vrede met elkaar te leven. Wij zijn ook geschapen om een gemeenschap te vormen, er voor elkaar te zijn, elkaar te helpen en solidair te zijn met elkaar.

Soberheid heeft vooral te maken met onze eigengerichtheid. Tegenover de soberheid staat onze neiging alles voor ons zelf te willen en de zucht naar een snelle bevrediging van onze lusten. Soberheid staat tegenover allerlei kleine en grote vormen van verslaving. Soberheid geeft ons ruimte voor spiritualiteit en solidariteit, ruimte voor God en ruimte voor onze medemens. Soberheid maakt vrij. Soberheid staat ook in dienst van de zorg voor de schepping, de zorg voor de aarde, ons gemeenschappelijke huis. De schepping is ons gegeven om te gebruiken, niet om te verbruiken.

Bij al onze inspanningen, bij ons oefenen in solidariteit, spiritualiteit en soberheid mogen wij vertrouwen op de barmhartigheid van God. Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en vol liefde. God is onze hoop. Altijd gloort er licht aan de horizon! Hoopvolle mensen zijn ook blije mensen. Hoopvolle mensen zijn ook mensen die met hun solidariteit anderen blij maken. In dit licht is de weg van aalmoes, gebed en vasten, de weg van solidariteit, spiritualiteit en soberheid een hoopvolle weg van vreugde. Zo gaan soberheid en vasten hand in hand met blijdschap. Zo zijn Ramadan en Veertigdagentijd tijden van vreugde. Het zijn tijden om nieuwe wegen vinden en nieuwe wegen te gaan, wegen van een grotere vreugde en een grotere rijkdom dan de wegen van zelfgerichtheid.

Ten slotte wil u enige citaten voorlezen uit de boodschap van de katholieke Kerk aan alle moslims waar ook ter wereld.

Beste moslimbroeders en -zusters, In de maand Ramadan bieden u onze warme groet en vriendschap aan. Deze periode van vasten, bidden en delen is een bevoorrechte gelegenheid om dichter bij God te komen en zich te vernieuwen in de fundamentele waarden van geloof, mededogen en solidariteit.

Voor ons katholieken is het een vreugde om dit moment met u te delen, omdat het ons eraan herinnert dat we allemaal pelgrims zijn op deze aarde en dat we allemaal proberen een beter leven te leiden, maar vooral aan dat wat we samen willen worden, als christenen en moslims, in een wereld op zoek naar hoop. Deze tijd van geestelijke discipline is een tijd om spiritualiteit te oefenen, de deugd die ons dichter bij God brengt en ons hart opent voor anderen. Door vasten, gebed en aalmoezen proberen we ons hart te zuiveren en ons te concentreren op God, die ons leven leidt en stuurt.

Onze wereld dorst naar broederschap en authentieke dialoog. Samen kunnen moslims en christenen getuigen zijn van hoop, vanuit de overtuiging dat vriendschap mogelijk is, ondanks de last van de geschiedenis en de ideologieën die ons in de val laten lopen. Wat we samen willen worden, is broeders en zusters te zijn in menselijkheid, mensen die elkaar wederzijds ten diepste waarderen. Ons geloof in God is een schat die ons verenigt, ver over onze verschillen heen.

In een wereld waarin opnieuw de bekoring verschijnt om de ontmoeting met andere culturen en met andere mensen te verhinderen, is het onze uitdaging om door middel van dialoog een gemeenschappelijke toekomst op te bouwen, gebaseerd op broederschap. We willen niet alleen naast elkaar bestaan; we willen samenleven in oprechte en wederzijdse achting. De waarden die we met elkaar delen, zoals rechtvaardigheid, mededogen en respect voor de schepping, zouden onze acties en relaties moeten inspireren en dienen als kompas om bouwers van bruggen te zijn in plaats van bouwers van muren, pleitbezorgers voor rechtvaardigheid in plaats van onderdrukking, beschermers van het milieu in plaats van vernietigers ervan.

Tot zover de boodschap uit Rome.

Ik wens u allen een gezegende tijd en een smakelijke maaltijd toe.

Aswoensdag; Jl 2,12-18; 2 Kor 5,20-6,2; Mt 6,1-6.16-18

We beginnen aan de Veertigdagentijd. Deze tijd is ons gegeven als een tijd van bezinning en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Jezus zegt ons hoe wij het beste solidair kunnen zijn, hoe wij het beste kunnen bidden en hoe wij het beste kunnen vasten.

In de eerste lezing roept de profeet Joël ons op tot bekering. Met vasten en gebed moeten wij ons voorbereiden op de dag van de Heer. Voor Joël is de dag van de Heer niet iets van een verre toekomst. De dag van de Heer is nabij, heeft plaats tijdens ons eigen leven. Je kunt zeggen dat de dag van de Heer zich in ieders leven voltrekt. De dag van de Heer kun je ervaren als een bedreiging. Voor Joël is het een dag van oordeel over het kwaad. Daarom roept hij op tot bekering en verzoening: “Keert tot Mij terug, van ganser harte (…), keert terug naar de Heer, uw God.” Wij mogen vertrouwen op de barmhartigheid van God: “want genadig is Hij en barmhartig, lankmoedig en vol liefde”. Als wij ons zo voorbereiden op de dag van de Heer is het niet langer een bedreiging, maar is het een dag waar we naar uitkijken. “Toen is de Heer voor zijn land opgekomen en heeft Hij zijn volk gespaard.”

De apostel Paulus schrijft soortgelijke woorden op: “Laat u met God verzoenen.” Zo worden we door Christus Gods eigen heiligheid: “Hij zegt immers: ‘Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van heil ben Ik u te hulp gekomen.’ Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil.” Zowel Joël als Paulus spreken ons moed is. Zij verkondigen een boodschap van hoop. Juist in donkere tijden mogen wij vertrouwen op Gods barmhartigheid. Er gloort licht aan de horizon! In dit licht wordt de weg van aalmoes, gebed en vasten, de weg van solidariteit, spiritualiteit en soberheid een hoopvolle weg van vreugde. zo gaan vasten en blijdschap hand in hand.

Afgelopen zaterdag is de ramadan begonnen. Moslims ervaren deze maand van vasten als een feestmaand. Net als onze Veertigdagentijd is de ramadan voor hen een tijd van bezinning en verzoening, een tijd van aalmoes, gebed en vasten, een tijd van solidariteit, spiritualiteit en soberheid. Het is voor hen een tijd van vreugde. Wij zijn als leerlingen van Jezus pelgrims van hoop. Pelgrims van hoop zijn blije mensen. Pelgrims van hoop zijn ook mensen die met hun solidariteit anderen blij maken.

Het Vastenactieproject van dit jaar gaat over schoner koken. Het project wil vrouwen in Oeganda helpen nieuwe wegen in te slaan. Het zal hen helpen tot een beter leven te komen, een leven met minder armoede, een betere gezondheid en een schone omgeving. Door onze solidariteit kunnen zij zich aanpassen aan de veranderde omstandigheden. Met onze hulp kan er gewerkt worden aan een beter leven voor de vrouwen en voor hun gezinnen.

Wij willen graag gelukkige mensen zijn. Naast solidariteit en soberheid vraagt dat aandacht voor spiritualiteit. Wat beweegt ons? Wat motiveert ons? Wat maakt ons gelukkig? Wat is de bron van ons bestaan? Wat is een zinvol leven? De Veertigdagendagentijd is een geweldige gelegenheid ons te bezinnen op ons leven en ons te oefenen in het gaan van nieuwe wegen. Vasten en soberheid kunnen onze zeker blij maken. Het zijn wegen naar het vinden van een grotere vreugde en een grotere rijkdom. Ik wens u een gezegende Veertigdagentijd toe. Amen.

Kerkmuziek; Sir 27,4-7; Lc 6,39-45

Vandaag gaat het over kerkmuziek. Hoe brengen wij met onze muziek God eer en hoe brengt de muziek ons dichter bij God? Jezus Sirach schrijft in het boek Ecclesiasticus: “Het werk van de pottenbakker wordt beproefd door de oven, en de mens door wat hij zegt in het gesprek. Prijs daarom geen mens vóórdat hij gesproken heeft.” Gelukkig heeft Gerard Legierse ons via een interview in Kerk aan de Vliet al toegesproken. Vandaag vieren wij zijn jubileum: vijftig jaar kerkmusicus. Zijn credo is: “Het mooiste is voor kerkmuziek niet mooi genoeg. Zij is niet alleen een verfraaiing en omlijsting van de liturgie, maar ook een verdieping van het gesproken woord; zij maakt mensen ontvankelijker voor het mysterie, muziek blijft ‘hangen’.”

Ontvankelijk zijn is een belangrijke eigenschap van mensen. Het is een lichamelijke eigenschap: kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven. Het is ook een geestelijke eigenschap: willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven. Blindheid en doofheid zijn een ernstige handicappen, maar wegkijken en niet willen luisteren zijn erger. Als leerlingen van Jezus, als pelgrims van hoop leven wij vanuit de genade en de liefde die God ons geeft. Dat vraagt op de eerste plaats ontvankelijkheid. Als wij ons daar niet voor opstellen, als wij denken alles op eigen kracht te kunnen, komen we niet verder dan zelfgerichtheid.

Openstaan voor Gods liefde en genade laat ons ook openstaan voor onze medemensen. Door Gods liefde toe te laten kunnen ook wij liefhebben, respect hebben voor anderen en hen zien als mensen die ons iets te zeggen hebben. Mensen zijn van elkaar afhankelijk. Samen kunnen wij zoeken naar het goede, het ware en het schone. Wijsheidsspreuken zoals we vandaag in de lezingen horen, zijn een vorm van gestolde levenservaringen van vele generaties. Door deze spreuken heen spreken onze voorouders tot ons.

Wij mensen zijn veelzijdig. Op vele manieren zoeken wij naar antwoorden. Eigen ervaringen en die van anderen spelen daarin een belangrijke rol. Geloof, hoop en liefde geven antwoorden. De wetenschap geeft antwoorden en ook de kunst geeft antwoorden. Deze verschillende manieren van antwoorden zoeken vullen elkaar aan. Hier samenkomen in de kerk is daar een duidelijk voorbeeld van. We luisteren naar het Woord van God en denken erover na. We verbinden ons met Jezus, onze Heer, en we verbinden ons met elkaar. We zien de schoonheid van de afbeeldingen, we luisteren naar de muziek en zingen ook zelf. Het geheel van al die ervaringen brengt ons dichter bij God. We worden erdoor opgetild. We stijgen boven ons zelf uit. We komen los van onze zelfgerichtheid. We richten ons op het goede, het ware en het schone. We richten ons op God. Bij Hem is goedheid, waarheid en schoonheid.

In iedere mens licht Gods goedheid, waarheid en schoonheid een beetje op. Ieder mens is een kind van God, iedere mens is Gods erfgenaam. Juist door naar elkaar te luisteren, door met elkaar in gesprek te gaan krijgen we meer zicht op de ultieme werkelijkheid. Dat luisteren naar elkaar omvat alle facetten van ons menselijk bestaan. Heel onze lichamelijkheid, al onze zintuigen zijn daarbij van belang. Het gaat om kunnen zien, kunnen horen, kunnen ruiken en kunnen proeven en het gaat om willen zien, willen horen, willen ruiken en willen proeven.

Vandaag gaat vooral om de muziek. Door op een goede manier inhoud te geven aan ons menselijk bestaan, door te leven zoals onze Schepper het van ons vraagt, eren wij God. Zo eren wij Hem ook als wij mooie muziek maken. De schoonheid van de muziek doet ook iets met onszelf. Kunst opent ons hart en scherpt onze geest. Het mysterie laat zich moeilijk in woorden vatten. Wetenschappelijke, rationele taal schiet tekort. Gedichten, glas-in-loodramen en muziek raken aan andere dimensies van ons bestaan. Zij kunnen ons ontvankelijk maken voor het mysterie. Zij voeren ons naar God. Zij doen ons ook ervaren wat goed is en wat kwaad is. En zij brengen ons tot elkaar. Om met Gerard te spreken: zij doen ons één kerkfamilie vormen. Amen.

Verlangend of zelfgenoegzaam? Lc 6,17.20-26

Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Deze vraag stelt Jezus aan de leerlingen en aan de aanwezige volksmenigte afkomstig uit heel Israël. Met deze vraag richt Jezus zich ook tot ons. Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam?

We kennen de zaligsprekingen vooral uit het evangelie volgens Matteüs. Bij Lucas zijn het vier zaligsprekingen en hij vult ze aan met vier wee-uitspraken. Met de wee-uitspraken ontstaat er een tegenstelling. Jezus plaatst de wee-uitspraken tegenover de zaligsprekingen. Zalig de armen, maar wee u, rijken. Zalig die nu honger hebben, maar wee u, die nu verzadigd zijt. Zalig die nu weent, maar wee u, die nu lacht. Zalig zij die gehaat worden, maar wee u, wanneer alle mensen lof over u spreken. Door de tegenstellingen worden we als christen voor een keuze geplaatst. Kies je als leerling van Jezus voor de ene of de andere levenswijze? Ben je verlangend of ben je zelfgenoegzaam? Arm zijn en honger hebben staan hier voor verlangend zijn, rijk en verzadigd zijn voor zelfgenoegzaamheid. Wie weent, weet dat hem nog van alles ontbreekt. Wie lacht is tevreden met zichzelf.

Hoe staan wij in het leven: zijn we verlangend en of zijn we zelfgenoegzaam. Verlangen wij naar het bevrijdende werk van Jezus? Verlangen wij naar het Rijk Gods dat Hij verkondigd? Zien wij onszelf als afhankelijk van Gods liefde en genade? Of verliezen wij ons in kortstondig plezier? Zijn wij vooral uit op ons eigen genieten? Denken wij ons geluk zelf in de hand te hebben? Deze vraag geldt voor ieder van ons. Deze vraag stelt Jezus aan jonge mensen die nog een heel leven voor zich hebben, zoals de jongeren die drie maanden geleden gevormd zijn. Deze vraag geldt net zo goed voor de volwassenen die midden in het leven staan, en voor de ouderen die weten dat hun leven eindig is.

Verlangend in het leven staan is ook hoopvol zijn. Je weet dat je niet alles zelf kunt, dat je afhankelijk bent van anderen en dat geluk afhankelijk is van Gods genade. Vanuit die houding hoop je dat God en andere mensen ervoor jou willen zijn. Als je zelf hoopvol en verlangend bent, zie je ook de hoop en verlangens van anderen. De hoop richt je op de ander. Je wilt er voor de ander zijn, zoals jij hoopt dat die ander er voor jou is. Je bent niet alleen op jezelf gericht. De hoop maakt ook dat je je leven ziet als een geschenk. Het leven is je gegeven en je vertrouwt erop dat dat geschenk goed voor je is. Je vertrouwt erop dat je in staat bent een goed en gelukkig mens te zijn. Dit maakt je ook realistisch in je verlangens.

Onlangs verscheen het boek ‘Op een andere planeet kunnen ze me redden’, geschreven door Lieke Marsman. Zij is 34 jaar en een succesvol schrijver en dichter. Zeven jaar geleden kreeg zij een ongeneselijke vorm van kanker. Van een ongelovige werd zij een gelovige. Ondanks alles blijft zij hopen dat er plotseling een medicijn voor haar zal zijn. Daarnaast is ze ook realistisch en weet ze dat dit haar leven is. Ze schrijft: “Al is dit niet de koers die ik voor mijn leven had uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag.”

Wij zijn allemaal mensen. Ieder mens en elk leven heeft zijn beperkingen. Met sommige beperkingen moeten we leren leven: niet iedereen wordt topsporter of filmster. Niet iedereen heeft een prachtige kop vol krullen zoals ik vroeger had. Aan andere beperkingen mogen we werken in de hoop en vertrouwen dat het werkelijk beter kan. We kunnen eraan werken dat we liefdevolle mensen mogen zijn, dat we de vrede en verbondenheid onder de mensen bevorderen, dat we rechtvaardige mensen mogen zijn. God zal ons daarbij met zijn liefde en genade behulpzaam zijn. Als we zelfgenoegzaam zijn sluiten we ons daarvoor af. Als we als pelgrims van hoop verlangend en hoopvol zijn staan we ervoor open en zijn we ontvankelijk.

Leerling zijn van Jezus vraagt durf en moed om te kiezen voor geloof, hoop en liefde, te kiezen voor gerechtigheid en vrede. Er is moed voor nodig die weg van liefde en waarheid te gaan. Leerling zijn van Jezus vraagt om tegen de tijdgeest in te gaan.

Zalig is de leerling die het aandurft met lege handen te staan. Zalig is de leerling die het aandurft pijn te lijden. Zalig is de leerling die zijn vreugde niet zoekt in kortstondig plezier. Zalig is de leerling die tegen de stroom in durft te gaan. Zalig is de leerling die leeft vanuit hoop en verlangen. Amen.

Ik wens je een glimlach

Auteur: Paus Franciscus
Titel: Ik wens je een glimlach: Een handleiding voor geluk
Uitgever: Antwerpen: Halewijn, 2024
Prijs: € 19,95
ISBN: 978 90 8528 726 1
Aantal pagina’s: 216

Het boek bevat zo’n honderdtachtig korte teksten, citaten uit brieven, preken, toespraken en boodschappen van paus Franciscus. Het zijn teksten die je aanzetten te reflecteren op je leven, teksten die je laten nadenken en die je de weg wijzen tot een liefdevol en gelukkig leven, inspirerende, hoopvolle en troostende teksten. Een voorbeeld: “Laten we onze hoop en onze dromen steeds weer als wegwijzers beschouwen. (…) Onze dromen realiseren we door hoop te koesteren en geduld en toewijding aan de dag te leggen. Snelheid is hier niet aan de orde. (…) We moeten niet bang zijn om risico’s te nemen of fouten te maken. (…) Niemand heeft het recht je de hoop te ontnemen.”

De teksten zijn thematisch gegroepeerd in acht hoofdstukken met titels als: ‘Dromen over schoonheid’, ‘Waarom God vol vreugde is?’, ‘Vreugde heeft het laatste woord’ en ‘Wees hoop’. Naast deze teksten bevat het boek twaalf gebeden van de paus en een interview met hem. Een boek om dagelijks een tekst uit te lezen.

Armoede uitgelegd aan mensen met geld

Auteur: Tim ‘S Jongers
Titel: Armoede uitgelegd aan mensen met geld
Uitgever: De Correspondent, 2024
Prijs: € 22,00
ISBN: 978 94 9325 446 6
Aantal pagina’s: 192

“Armoede is zoveel meer dan geen geld hebben.” Armoede is geen kwestie “van gewoon een bijbaantje nemen en de tering naar de nering zetten”. Armoede houdt niet op zodra je geld hebt. Armoede is eeuwig en erfelijk. Tim ‘S Jongers beschrijft op indringende wijze wat armoede werkelijk voor mensen betekent. Hij groeide zelf op in armoede. Uiteindelijk ging hij studeren en nu is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting.

Het zijn de mensen met geld die beslissen over de situatie van de armen. Iemand uit Moerwijk in Den Haag vraagt zich bijvoorbeeld af waarom “de woningbouwcorporatie elke zeven jaar de gevel verfrist, maar dat de schimmels in de slaapkamer al ruim een decennium bloeien”. De armen wordt niets gevraagd. Zelfredzaamheid is voor de rijken. Allerlei subsidieregelingen zijn alleen toegankelijk voor mensen met geld. Armoede is een dagtaak. Armoede bestrijden kan pas als de mensen met geld anders naar armoede leren kijken. Daarom is dit zeer leesbare boek zo belangrijk.

Op een andere planeet kunnen ze me redden

Auteur: Lieke Marsman

Titel: Op een andere planeet kunnen ze me redden
Uitgever: Uitgeverij Pluim, 2025
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 932 5698 9
Aantal pagina’s: 197

“Mensen vragen me nu enigszins smalend: dus jij gelooft in God? Mijn antwoord luidt: hoe heb ik ooit niét kunnen geloven? Waarom heb ik er ooit genoegen mee genomen dat ik zou moeten leven in een onttoverde wereld, een leven van leegheid, sleur, van onzinnige procedures en sociale conventies? Waarin je je moet houden aan ongeschreven regels, zoals dat je hond niet op je bed mag slapen, waarin je geluk moet doseren, waarin je altijd binnen de lijntjes moet kleuren en je iedere beslissing tot op het bot moet rationaliseren, ook al kom je keer op keer tot de conclusie dat je er op rationele wijze naast hebt gezeten? Dit is het dichtst bij een openbaring dat je als mens kunt komen: niet de wetenschap dat er een God bestaat, maar de wetenschap dat je het jezelf toestaat te geloven in dingen die je niet kunt toetsen.”

Lieke Marsman lijdt aan een ongeneselijke kanker en komt als overtuigd atheïst tot geloof. Het boek bevat zes essays over geloof, hoop, eenzaamheid en wetenschappelijk onverklaarbare verschijnselen, over leven en doodgaan. Deze worden afgewisseld met dagboeknotities over haar ziekte en de naderende dood. “Er is misschien een bovennatuurlijke kracht. Er is misschien een medicijn tegen mijn ziekte. Het leven is het misschien waard te leven – en vanwege dat misschien is het dat zeker.” Ze weet dat dit haar leven is. “Al is dit niet de koers die ik voor mijn leven had uitgestippeld, al gaat dit allemaal buiten mijn wil en weten om: dit is wel mijn leven. Van mij. Ook als het mijn dood inluidt. En ook die gedachte lucht op. Dit is hoe mijn leven zich gekneed heeft. Ik leef het met moeite, maar graag.”

Een bijzonder boek.

Verbinding; 1 Kor 12,4-11; Joh 2,1-12

De evangelist Johannes vertelt hoe Jezus na de doop in de Jordaan een bruiloft in Kana bezoekt. Hier verricht Hij zijn eerste teken. Hier treedt Hij voor het eerst naar buiten en maakt Hij zich bekend. Lucas vertelt hoe met de komst van Jezus een genadejaar aanbreekt. Johannes laat zien wat dat betekent: Jezus komt ons vreugde brengen. In de Bijbel is wijn bij uitstek het symbool van vreugde. Met zijn menswording heeft Gods Zoon zich met ons verbonden. Hij is mens geworden zoals wij. Hij heeft zich met ieder van ons verbonden. Hij brengt vreugde voor ieder van ons.

Bij een bruiloft verbinden mensen zich met elkaar. Wij mensen zijn op veel verschillende manieren met elkaar verbonden. Sommige verbindingen kiezen we heel bewust zelf. Vele verbindingen komen op ons af. Zij worden ons gegeven. Dat begint al met onze geboorte. Het leven zelf wordt ons gegeven. Onze ouders en onze familie worden ons gegeven. Buren, klasgenoten, collega’s: ze worden ons gegeven. Wij mensen worden aan elkaar gegeven. Geschenken maken je verantwoordelijk. Zeker als het geschenk je uit liefde wordt gegeven. Daarmee kun je niet zomaar doen wat je wilt. Sterker nog: je wordt geacht het geschenk te koesteren.

De apostel Paulus schrijft over de gaven van de heilige Geest. Deze gaven krijgen wij tot welzijn van allen. Ook de ons gegeven verbindingen zijn geen vrijblijvende geschenken. Het zijn geschenken die we moeten koesteren. Het zijn geschenken om de gemeenschap op te bouwen. Het zijn geschenken tot welzijn van allen.

In onze tijd zijn we gewend veel verbindingen zelf te kiezen. Je kiest zelf je vrienden en je kiest zelf je levenspartner. In hoeverre je daarbij door de omstandigheden gestuurd wordt, laten we graag buiten beschouwing. Wij noemen onszelf onafhankelijk, vrij en zelfredzaam. In de tijd van Jezus stond de gemeenschap op de eerste plaats. Het individu was daaraan ondergeschikt. Je buren waren je vrienden en je trouwde met de man of vrouw die je ouders voor je uitzochten. ok op deze bruiloft van Kana gaat het ongetwijfeld om een gearrangeerd huwelijk. Verbindingen werden je aangereikt. Het waren geschenken die je moest koesteren.

Misschien vraagt u zich af: waar blijft dan de liefde? Ik hoorde ooit een Syriër over zijn gearrangeerde huwelijk vertellen. Hij was ervan overtuigd dat zijn ouders veel beter in staat waren geweest een vrouw te vinden die bij hem paste dan hijzelf. Hij was gelukkig en hield veel van zijn vrouw. Ook Jezus ziet dit niet als een tweederangs verbintenis. Hij ziet het als een bron van vreugde. En als het feest dreigt te mislukken, herinnert Maria Hem eraan wat zijn missie hier op aarde is: vreugde brengen aan de mensen. Dan toont Jezus zijn ware aard. Hij brengt vreugde in overvloed. Wat dacht u van zeshonderd liter wijn, terwijl de gasten blijkbaar al het nodige gedronken hadden. Zo overvloedig is ook Gods liefde en genade voor ons. Zo overvloedig is ook de Geest met zijn gaven aan ons. Zo wordt ons ook een overvloed van verbindingen aangereikt.

Wij zijn uitgenodigd daar ‘ja’ tegen te zeggen en ze liefdevol te maken. Dat doen we door Jezus te volgen, door zijn leerlingen te zijn. Dat doen we door ons met Hem te verbinden en te doen zoals Hij doet. Zo maken wij de ons aangereikte verbindingen liefdevol en tot een bron van vreugde. De meeste van onze verbindingen hebben we niet zelf gekozen. Het leven bestaat niet alleen uit mensen die we zelf gekozen hebben, uit mensen met wie we veel gemeen hebben. Ook die andere verbindingen vragen onze aandacht. Vriendelijkheid en omzien naar elkaar bouwen de gemeenschap op. Dat begint dicht bij huis, dicht bij ons dagelijks leven. Jezus heeft zich met ons verbonden. Wij worden uitgenodigd ons met elkaar te verbinden.

Vandaag begint de Week van gebed voor de Eenheid. We bidden dat alle christenen zich – als leerlingen van Jezus – met elkaar verbonden weten, dat ze één gemeenschap vormen. Door alle gaven van de Geest en al onze werkzaamheden bij elkaar te brengen in één gemeenschap, in de Kerk van Christus, werken wij aan verbindingen tussen de mensen. Zo brengen wij liefde in deze wereld. Amen.