Spring naar inhoud

Zaterdag vijfde week Veertigdagentijd – 28 maart

Rechtvaardigheid (deugden 6)

Betaal ik een rechtvaardig loon
waarvan de ander kan leven?
Betaal ik een rechtvaardige prijs,
betaal ik voor alle kosten van arbeid en milieu?
Krijgt ieder zijn deel?
Leef ik niet ten koste van een ander?
Leef ik niet ten koste van de komende generaties?
Laat ik anderen delen in mijn geluk,
mijn bezit, mijn talenten
en in alles wat dat mij oplevert?

Palmzondag – 29 maart

Marcus 11,1-10

“Gezegend de Komende in de naam des Heren.” (Mc 11,9)
Als een koning wordt Jezus binnengehaald en gehuldigd.
Onze Koning van nederigheid
zit op het veulen van een ezel.
Hij is onze Herder,
de goede Herder die zijn schapen kent. (zie Joh 10,14)
Hij is onze weg, onze waarheid, ons leven. (zie Joh 14,6)
Hij is onze hoop, ons verlangen.
Hij is met ons alle dagen van ons leven. (zie Mt 28,20)
Hij is ‘nu al’ en Hij is ‘nog niet’.
Eens kwam Hij in nederigheid,
als het Kind in de kribbe.
Ooit zal Hij komen in heerlijkheid.
Wij verkondigen zijn dood, totdat Hij komt.

Maandag Goede week – 30 maart

Jesaja 50,4-7

Jezus Christus is de Messias,
Hij is de Knecht van de Heer.
God heeft Hem leren spreken,
aan Hem zijn boodschap geopenbaard.
Hij luistert naar iedere mens
en neemt hun lijden en hun schande op zich.
Hij is volledig solidair met ons.
God zal Hem redden.
Zijn vertrouwen in God wordt niet beschaamd.
God doet Hem leven in eeuwigheid.

Dinsdag Goede Week – 31 maart

Filippenzen 2,6-11

Gods Zoon is aan de mensen gelijk geworden.
Hij heeft ons leven en lijden op zich genomen.
Hij is de minste van allen geworden.
Alleen Hij is aller slaaf.
Hij heeft alles gegeven.
Hij was gehoorzaam tot de dood aan het kruis.
God heeft Hem weer ten leven gewekt
en Hem opgenomen in zijn heerlijkheid.
Hij is onze Redder, onze Verlosser.
Hij is onze Heer.
Hij is het Licht der wereld.
Op Hem is onze hoop gericht.
“Looft de Heer, goedertieren is Hij,
tot in eeuwigheid is zijn genade.” (Psalm 118,1)

Woensdag Goede Week – 1 april

Gemakzucht (hoofdzonden 7)

Kan ik er wat aan doen?
Het zijn de anderen die kwaad willen.
Het gaat mijn macht te boven.
Het zijn de zondige structuren in deze wereld.
Iedere mens maakt deel uit van een groter geheel.
Ieder heeft daarin zijn eigen rol
en zijn eigen verantwoordelijkheid.
Wij vormen samen één lichaam.
Niemand kan zeggen:
Ik kan niets bijdragen aan het geluk van anderen.
Iedereen kan een goed mens zijn.

Witte Donderdag – 2 april

Ontzag voor God (gaven van de Geest 7)

Innig met elkaar verbonden door de liefde.
Soms worden er dan grenzen overschreden.
De ander wordt toegeëigend.
Ook onze liefdesrelatie met God vraagt om respect voor Hem.
Hij woont in ons,
maar Hij is daarmee geen deel van ons.
Wij kunnen Hem niet bezitten
en naar willekeur over Hem en zijn werkende kracht beschikken.
De Geest, die in ons woont,
maakt ons dankbaar en vol ontzag voor wat Hij aan ons doet.
Christus geeft zichzelf als voedsel voor ons, als Brood en Wijn.
“Adoro te devote.” (Thomas van Aquino)
Ik aanbid U met eerbied.

Goede Vrijdag – 3 april

De doden begraven (barmhartigheid 7)

Jezus wordt in een nieuw graf gelegd.
De joodse traditie leert ons
dat de doden begraven de grootste daad van liefde is.
Je weet zeker dat de ontvanger
je niets terug zal kunnen geven.
De dood hoort bij het leven.
Ook onze dierbare overledenen
behandelen wij met zorg en respect.
Hun dode lichaam was de tempel van de heilige Geest.
Met hun lichaam stonden zij in relatie met ons.
Met hun lichaam konden zij van ons houden
en wij van hen.

Paaszaterdag – 4 april

Wijsheid (deugden 7)

Hoe moet ik leven?
Wat moet ik doen?
Wat is wijsheid?
Gedurende ons leven groeien wij.
Wij nemen toe in wijsheid.
Telkens weer hebben wij nieuwe ervaringen,
horen en zien we nieuwe ideeën.
Het is een leven lang leren
en openstaan voor het nieuwe.
Een leven lang luisteren naar de stem van God
en leven in zijn Licht.

Paaszondag – 5 april

Johannes 20,1-9

“Hij zag en geloofde.” (Joh 20,8)
Ontzetting en verwarring overvalt de leerlingen.
“Ze hebben de Heer uit het graf genomen.” (Joh 20,2)
Voor Johannes is het lege graf het teken van de verrijzenis.
Hij gelooft, dat de Heer werkelijk leeft.
Ook wij hebben geen wetenschappelijk bewijs.
We hebben de getuigenis van de leerlingen.
Aan hen is Hij verschenen.
Hij schonk hen zijn Geest.
Hij zond hen uit om aan alle mensen
zijn Blijde Boodschap te verkondigen.
Zijn Licht straalt in de wereld.
Zalig Pasen. Alleluia!

Christelijk ondernemen

In zijn brief ‘De vreugde van het Evangelie’ schrijft paus Franciscus: “De roeping van een ondernemer is een edel werk, mits hij zich vragen laat stellen door een ruimere betekenis van het leven; dit maakt het hem mogelijk het algemeen welzijn werkelijk te dienen met zijn inspanning de goederen van deze wereld te vermenigvuldigen en voor allen toegankelijker te maken.”

Roeping

Hiermee hebben we direct de kern van het christelijk ondernemen te pakken, van de plaats van het ondernemerschap binnen de sociale leer van de Kerk. De Kerk denkt positief over het ondernemerschap. De ondernemer heeft als opdracht een bijdrage te leveren aan het algemeen welzijn, aan het geluk van de medemens. Hij doet dit door goederen te produceren en die beschikbaar te maken voor anderen. Met dit laatste speelt naast de producent ook de handelaar een positieve rol in het bevorderen van het algemeen welzijn.

Begrenzingen

De paus plaatst ook een kanttekening bij de rol van de ondernemer. Hij moet zich laten bevragen door een ruimere betekenis van het leven. Deze ruimere betekenis ligt buiten het pure eigenbelang en buiten het enkel denken in financiële termen. Zij ligt in de menselijke waardigheid van alle betrokkenen en in de onderlinge solidariteit tussen mensen. Dit zijn grenzen die vanuit de Kerk aan het ondernemerschap worden gesteld.

Paus Franciscus schrijft: “Het is hinderlijk dat men spreekt over ethiek, het is hinderlijk dat men spreekt over wereldwijde solidariteit, het is hinderlijk dat men over verdeling van de goederen spreekt, het is hinderlijk dat men spreekt over het beschermen van arbeidsplaatsen, het is hinderlijk dat men spreekt over de waardigheid van de zwakken, het is hinderlijk dat men spreekt over een God die een inzet voor de gerechtigheid eist.”

Vraag en aanbod

Concreet betekent dit dat er vragen gesteld moeten worden bij zaken als speculatie. Hiermee wordt geen waarde toegevoegd. Het gaat louter om geld te verdienen en dat kan alleen maar ten koste van iemand anders gaan. Ook stelt de Kerk vragen bij ongebreideld kapitalisme. Niet alles mag alleen maar onderwerp van vraag en aanbod zijn. Dat geldt voor het loon dat voor de arbeid wordt betaald. Daarbij gaat het niet alleen om de economische waarde van de arbeid. Een salaris moet ook voldoende zijn om van te kunnen leven. Ook voor producten die voor het leven van mensen onontbeerlijk zijn, moet de prijs binnen het redelijke blijven. We mogen geen mensen laten verhongeren omdat iemand anders meer wil betalen voor een brood. En dat geldt bijvoorbeeld ook voor medicijnen. Het eigendomsrecht is niet onbeperkt. Uiteindelijk dient het persoonlijk eigendom om anderen daarmee van dienst te kunnen zijn. Dat geldt ook voor octrooien op nieuwe medicijnen.

Menselijke waardigheid

Ondernemen doe je meestal niet alleen. De productie en het verhandelen van goederen en ook het verlenen van diensten vragen de samenwerking van velen. Binnen deze samenwerkingsverbanden moet ieder tot zijn recht kunnen komen. Arbeid is voor mensen ook een vorm van zelfontplooiing. Dat stelt eisen aan het werk, aan de arbeidsomstandigheden en aan de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Duurzaamheid

De productie van goederen mag niet leiden tot het verbruiken van de aarde. De aarde biedt ons vele vruchten en grondstoffen om te gebruiken en om van te leven. Wij hebben de opdracht de schepping te gebruiken en verder te ontwikkelen. Het misbruiken of zelfs vernietigen van de schepping betekent dat wij leven ten koste van de generaties na ons.