Spring naar inhoud

Hongerdoek 2015: “God of Goud: hoeveel is genoeg?”

Dao Zi (pseudoniem voor Wang Samuel Min)

Dao Zi is in 1956 geboren in de Chinese plaats Quingdao. Hij is een van de weinige christelijke kunstenaars in China en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van ‘Saintism Art’, een kunstrichting die de traditionele Chinese schilderkunst met haar Zen-invloeden wil omzetten in een nieuwe, spirituele kunst. De kunst van Dao Zi is vaak kalligrafisch van aard, waarbij hij Chinese schrifttekens als basis neemt. Hij beperkt zich meestal tot het gebruik van de kleuren zwart en wit en hun schakeringen. Voor hem is schilderen een heilige handeling met veel gebed en meditatie. Zi probeert zowel in zijn kunst als in zijn dagelijks leven het thema duurzaamheid vorm te geven. Ook is hij sociaal actief.

De hongerdoek

Dao Zi wil ons iets laten zien wat we nog niet gezien hebben en ons daarmee innerlijk raken. De hongerdoek toont een klomp goud die als een meteoriet de aarde, de zwarte balk, doorboort. Samen vormen zij een kruis. Links (zes) en rechts (één) liggen zeven kleine goudklompjes. Rechtsboven zien we drie rode stempels met daarop spijkers. Het geheel is geschilderd op een grijze achtergrond. Grijs staat voor de realiteit, een vermenging van het goede (wit) en het kwade (zwart). De realiteit kan alle kanten op, goed of slecht. Niet alles is meteen goed, maar ook niet meteen slecht. Zi speelt met de dubbelheid van het bestaan. Zo staat het goud voor God en ook voor het oppotten van rijkdom.

Meditaties

Een eerste verkenning

Een goudklomp.
Goud: symbool van God,
ook van aardse rijkdom
en van hebzucht.

Een zwarte balk: de aarde.
Het kwaad is zwart.
Is er nog hoop en
toekomst voor de aarde?

Goud doorboort de aarde.
God wordt mens.
Samen tot een kruis.
Het lijden van Gods Zoon.

Omgeven door het grijs.
’t Echte leven
is niet goed of kwaad.
Dubbel is het leven.

God in de wereld

Goud: de kleur van God.
God is liefde.
God is licht.
Onzichtbaar is God.

Als een meteoriet
komt God de wereld in,
doorboort de aarde,
doordringt het al.

Christus is God.
Hij is Gods Zoon.
Hij is als wij.
Hij slaat de brug.

Hij geeft ons hoop
en Hij is toekomst.
Hij daagt ons uit.
En wat doen wij?

Materiële rijkdom

God of goud.
De mammon of God.
Wie wil ik dienen?
Beiden zal niet gaan.

Hoeveel heb ik nodig?
Hoeveel is genoeg?
Speculatie, hebzucht:
Houdt het ooit op?

Soberheid geeft ruimte.
Ruimte voor de ander,
voor gerechtigheid
en solidariteit.

Ruimte voor God,
voor spiritualiteit.
Verzamel u dan:
schatten in de hemel.

De aarde waar wij wonen

Vruchtbaar is de aarde:
d’ aarde die ons voedt.
Zij is als een moeder.
Zij is ons gegeven.

Wij zijn de beheerders.
Wij laten haar bloeien.
Wij zijn medescheppers.
Verantwoordelijk zijn wij.

Duurzaamheid:
voor ons en onze aarde.
Toekomst en hoop
voor onze kinderen.

Gods liefde in de wereld:
alle duisternis verdwijnt.
Jezus is Gods Zoon.
Hij is ’t Licht voor ons.

Zeven is genoeg

In zeven dagen
schiep God de wereld.
Hij sprak: “Zo is het goed.”
Zeven was genoeg.

Zeven klompjes goud.
D’ rijkdom eerlijk delen.
Dit getal is heilig.
Zeven is genoeg.

Zevenvoud
schenkt Hij zijn gaven.
Gaven van genade.
Zeven is genoeg.

Het goede leven is:
liefde voor iedereen.
Delen brengt geluk.
Liefde is genoeg.

Het lijden van Christus

De mensgeworden God
vertelde van Gods liefde.
Aanstoot gaf Hij ook.
’t Kruis werd zo zijn dood.

Leven is ook lijden.
Solidair is Hij met ons:
nam het lijden op zich.
Zo ging Hij onze weg.

Drie rode stempels:
met spijkers van het kruis:
God, die drie en een is,
en ’t lijden van de mens.

Ons heil is in het kruis.
Door de dood naar leven.
Christus is verrezen.
God: oneindig trouw.

“Alles wordt helder in het Licht”

Inleiding

De heilige diaken Laurentius volgde Christus na. Hij ging zijn weg van liefde en geloof, die eindigde met de marteldood op het rooster. Het bracht hem tot het ultieme inzicht: “Alles wordt helder in het Licht.” Naar het voorbeeld van Laurentius, de patroon van ons bisdom Rotterdam, volgen wij op onze eigen wijze Christus na en gaan met Hem onze eigen weg van liefde en geloof en op zoek naar de waarheid. Juist in de Veertigdagentijd zijn we ons hiervan extra bewust. Door aandacht te geven aan solidariteit, spiritualiteit en soberheid willen we ons geloof verdiepen en onze liefde vergroten.

Deze Veertigdagenkalender bevat voor iedere dag een korte meditatie. De meditaties zijn voor een deel gebaseerd op de lezingen van de zondag. Het zondaagse missaaltje is hierbij een handig hulpmiddel. De overige meditaties betreffen de zeven gaven van de heilige Geest, de zeven werken van barmhartigheid, de zeven deugden en de zeven hoofdzonden. De gaven van de Geest worden ons als genade geschonken. De werken van barmhartigheid geven ons handvatten voor een goed leven. De deugden helpen ons onszelf te oefenen in het goede leven. De hoofdzonden geven ons inzicht in onze tekortkomingen en zwakheden.

Aswoensdag – 18 februari

Hoogmoed (hoofdzonden 1)

Ik voel me sterk en machtig.
Ik kan de wereld aan.
Wie heb ik nog nodig?
Wat kan mij gebeuren?
Dan klinkt er:
“Stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeren.” (Gn 3,19)
Ik ben klein en nietig.
Ik kan niet zonder Gods genade.
Ik kan het niet alleen.
“Bekeert u en gelooft in het Evangelie.” (Mc 1,15)
Zo helpe mij God almachtig.

Donderdag na Aswoensdag – 19 februari

Wijsheid (gaven van de Geest 1)

Gods Geest, de Geest van liefde
schenkt ons wijsheid.
Hij geeft ons het vermogen
om alles met Gods ogen te zien.
Zo horen en zien wij niet alleen met oren en ogen,
maar ook met ons hart.
Gods Geest woont in ons.
Hij is in staat ons van binnenuit om te vormen.
Hij spreekt tot ons.
Hij vraagt ons om onszelf open te stellen
en naar Hem te luisteren.
Hij spreekt woorden van liefde en waarheid.

Vrijdag na Aswoensdag – 20 februari

De hongerigen spijzen (barmhartigheid 1)

Eten in overvloed en beelden van honger:
hoe erg kan het zijn?
Een eerlijke verdeling van de vruchten van de aarde,
ontwikkeling voor alle volkeren en elke mens,
voor ieder een menswaardig bestaan.
Duurzaamheid en eerbied voor de schepping.
Soberheid en solidariteit.
Geen bescherming van de eigen rijkdom,
geen zondige structuren,
maar een eerlijke prijs en een menswaardig inkomen.
Dat alles vraagt ook politieke keuzes.
Wij zijn er nog niet.

Zaterdag na Aswoensdag – 21 februari

Geloof (deugden 1)

Het geloof is je gegeven, meestal via je ouders.
Zij leefden je het geloof voor.
Je groeit op en je geloof ontwikkelt zich.
Je leert te vertrouwen.
Het geloof vraagt om overgave:
je leven in Gods handen leggen.
Het geloof zet je aan tot daden: daden van liefde.
Het troost je en bemoedigt je,
maar het daagt je ook uit.
Het vraagt moed om het niet te verloochenen,
maar om het juist uit te dragen.
Geloven, je bent er nooit klaar mee.

Eerste zondag Veertigdagentijd – 22 februari

Marcus 1,12-15

“De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij.” (Mc 1,15)
Gods Zoon is mens geworden.
Hij maakt ons de volheid van Gods liefde voor ons bekend.
Zijn Licht schijnt in de wereld.
Hij brengt ons het Rijk Gods.
Hij brengt het onder handbereik
en wij mogen er binnentreden.
Door Gods liefde voor ons te delen met anderen
werken wij mee aan de komst van het Rijk Gods.
Iedereen is uitgenodigd.

Maandag eerste week Veertigdagentijd – 23 februari

Genesis 9,8-15

“Ik zet een boog in de wolken;
die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.” (Gn 9,13)
Zijn verbond van liefde met ons duurt eeuwig.
Nooit zal God hierop terugkomen.
Altijd weer kunnen wij op onze schreden terugkeren
en ons tot Hem richten.
Altijd staat Hij met open armen op ons te wachten.
Wij kunnen ons met elkaar verbinden
en elkaar vergeven.
Dat is onze weg naar God.
“Vergeef ons onze schuld
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.”

Dinsdag eerste week Veertigdagentijd – 24 februari

1 Petrus 3,18-22

“Christus is eens voor al gestorven voor de zonden
om ons tot God te brengen.” (1 Pt 3,18)
Niet alleen met zijn leven,
ook met zijn lijden en sterven openbaart Jezus ons Gods liefde.
Zijn hele leven brengt ons bij God.
Hij is onze redding en verlossing.
Hij heeft het kwaad van de dood overwonnen
en de weg naar het eeuwig geluk voor ons geopend.
Zijn verrijzenis uit de dood
is ook onze weg naar eeuwig leven.
Met Hem worden wij eens opgenomen in het huis van de Vader.

Woensdag eerste week Veertigdagentijd – 25 februari

Hebzucht (hoofdzonden 2)

Ik moet overleven.
Ik moet mijn toekomst veilig stellen.
Hoe meer ik bezit hoe onafhankelijker ik ben.
Waar houdt het op?
Mijn hebzucht kent geen grenzen.
Hoeveel zekerheid geeft materieel bezit?
Hoeveel zekerheid heb ik nodig?
Ons doodshemd heeft geen zakken.
“Verzamelt u geen schatten op aarde…,
maar verzamelt u schatten in de hemel…
Gij kunt niet God dienen én de mammon.
Daarom zeg ik u:
Weest niet bezorgd voor uw leven.” (Mt 6,19-20.24-25)