Vandaag vieren we het feest van de Kruisverheffing. Een in het Westen minder bekend feest, maar in de Oosterse Kerk een van de grote christelijke feesten. Dit feest gaat terug tot het jaar 335. Toen werd de H. Grafkerk in Jeruzalem in gebruik genomen. Deze kerk staat over de Calvarieberg waar Jezus gekruisigd is, en over de plaats waar Hij begraven is, heen.
De tekst uit de brief van Paulus is een oude hymne uit de begintijd van het christendom. Hierin wordt bezongen dat de Zoon van God mens is geworden. Hij heeft zijn gelijkheid met God losgelaten en is aan de mensen gelijk geworden. Vanuit zijn gelijkheid met ons, vanuit zijn nederigheid als slaaf heeft Jezus Christus ons God laten zien. Zijn gelijkheid met God werd zichtbaar in zijn spreken en handelen. Hij verkondigde de boodschap van de liefde en genas vele zieken. Zo kwamen de leerlingen tot het inzicht dat Jezus de Zoon van God is. Als mens heeft Hij zich vernederd tot de dood aan het kruis. Hij heeft zichzelf ontledigd. Hij heeft zichzelf weggegeven. Daarom heeft God Hem uit de dood laten opstaan. Hij is verrezen en tot eer van God is Hij hoog verheven.
Het kruis dat bedoeld is als martelwerktuig om de doodstraf uit te voeren, is voor ons een teken van overwinning geworden. Het kruis staat voor de overwinning op het kwaad en op de dood. Door het kruis heeft Christus ons verlost en bevrijd.
In het Evangelie zien we dezelfde beelden van Jezus als bij Paulus: De Mensenzoon kan naar de hemel opklimmen omdat Hij uit de hemel is neergedaald. De Mensenzoon moest sterven aan het kruis. Zo moest Hij hoog verheven worden boven de aarde en boven alle mensen, om ons te bevrijden en het geluk te brengen.
Dankzij zijn kruisdood mogen wij leven in vrede en geluk. Hij heeft ons zijn liefde gegeven. Die liefde is voor ons een eeuwige bron van liefde voor elkaar. Door zijn liefde geven wij elkaar onze liefde en maken wij elkaar gelukkig. Het kruis is een blijvend teken van zijn aanwezigheid onder ons. Elke keer als wij een kruisteken maken of een kruis zien, worden wij herinnerd aan Gods liefde voor ons. Hij zal ons nooit verlaten. Hij laat ons nooit in de steek. Zijn liefde voor ons is voor eeuwig. Dat geeft ons de kracht en het vertrouwen om ook ons eigen kruis te dragen. Wij weten dat God ons daarin bijstaat met zijn liefde en genade. Hij bevrijdt ons uit ons lijden. Hij neemt ons op in zijn Rijk van vrede en geluk. Wij mogen nu en altijd leven bij Hem. Het kruis is voor ons een teken van de redding die God ons brengt. Daaraan mogen wij ons vastklampen tot troost van onszelf en tot troost van anderen. Het kruis brengt ons tot medelijden en barmhartigheid, tot het delen in het lijden van anderen om zo hun lijden te verlichten. Zoals Christus onze zonden op zich heeft genomen, zo kunnen wij het lijden van anderen mee dragen en verlichten.
Paulus schrijft over de gehoorzaamheid van Jezus: gehoorzaamheid tot de dood. Gehoorzaamheid en nederigheid horen bij elkaar. Nederigheid en bescheidenheid betekenen dat wij onszelf niet belangrijker en beter vinden dan anderen, dat wij ons zelf niet boven anderen stellen en dat wij luisteren naar wat zij ons te zeggen hebben en daar gehoor aan geven. Gehoorzaamheid is niet een vorm van braafheid. Het is vooral aandacht hebben voor een ander. Wat heeft de ander van mij nodig. Paulus houdt ons de nederigheid en gehoorzaamheid van Jezus voor als een na te volgen voorbeeld. Jezus leert ons bescheidenheid en er te zijn voor de ander.
Paulus schrijft hoe Jezus door God hoog verheven wordt en Hem de naam verleend die boven alle namen is. In het Evangelie zegt Jezus dat Gods Zoon niet is gekomen om te oordelen, maar om de wereld te redden. De navolging van Jezus Christus, zijn leerling zijn houdt de belofte in door Hem gered te worden en te mogen delen in zijn liefde hier en nu en in de eeuwigheid. Amen.
“Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigd ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” Voor de schrijver van de Hebreeënbrief is dit een waarheid als een koe. Hij vindt daarvoor volop aanwijzingen in de geschiedenis van zijn volk. De Hebreeënbrief geeft een uitvoerige opsomming van mensen uit het Oude Testament die geloofden. Mensen die overtuigd zijn van een werkelijkheid zonder dat ze die kunnen zien. De werkelijkheid is niet beperkt tot dat wat we kunnen zien, niet beperkt tot dat wat we wetenschappelijk kunnen aantonen, en ook niet beperkt tot dat wat wij ons als mensen kunnen voorstellen. De werkelijkheid bestaat los van ons mensen. Wij maken deel uit van de werkelijkheid, maar bepalen haar niet.
We vieren het heilig jaar met als thema ‘Pelgrims van Hoop’. De brief geeft een opsomming van mensen die leefden als pelgrims van hoop. Velen zijn ons op deze levensweg voorgegaan. Allen leefden zij in vertrouwen dat God zijn beloftes waarmaakt. Zonder geloof geen hoop. God is liefde. Wij geloven in liefde. Ons geloof is gebaseerd op liefde. In Jezus Christus heeft God zich aan ons geopenbaard. Hij nodigt ons uit Hem lief te hebben. Hij nodigt ons uit tot een vertrouwelijke relatie. Dat geloof is de grond van onze hoop.
Als pelgrims van hoop zijn wij op weg. Ons leven is een pelgrimage. Zoals de voorbeelden uit de brief, zijn ook wij op zoek naar een vaderland, op zoek naar een stad die God voor ons bouwt. Deze gelovige zoektocht leggen we samen af. We doen dat niet alleen. Het huis van de Vader is niet een knus hutje op de hei. Het huis van de Vader is een stad, een vaderland, een woonplaats voor een gemeenschap, een gemeenschap van liefde. Het gaat om de liefdevolle relatie tussen mensen. Mensen worden altijd geroepen er voor elkaar te zijn. Daarin vinden wij de essentie van ons leven. Daarin vinden we het Koninkrijk van God.
De vervulling van onze hoop is niet alleen maar iets in de verre toekomst. Het is een verwachte werkelijkheid die zich nu reeds aandient. Het geloof trekt de toekomst naar het heden en verandert het heden. Nu reeds kunnen we Gods liefde ervaren en die delen met alle mensen. Ons verlangen naar de volmaakte liefde, naar de liefdevolle vereniging met God en met elkaar doet ons vol vertrouwen op weg gaan.
Ons leven is niet alleen licht en liefde. Er zijn ook donkere dagen. Het leven kent ook lijden en tegenslag. Soms zijn we de weg kwijt en tasten we in het duister. Maar door het geloof vertrouwde Abraham erop dat hij en zijn erfgenamen hun bestemming zullen vinden in het land waar God hem naartoe leidt. Voor Abraham is het onvoorstelbare mogelijk. God heeft hem beloofd dat de nakomelingen van Isaäk een groot volk zullen vormen. Hij blijft in deze belofte van God geloven zelfs als hij Isaäk ten offer wil gaan brengen. Juist in het lijden en door de tegenslag ontdekken we ook de liefde. Op die momenten ervaren we ook wat werkelijk belangrijk is in ons leven. De liefde brengt ons tot elkaar en geeft ons vertrouwen. Zij overwint de teleurstellingen. De liefde laat ons ervaren wat leven werkelijk is. De beproevingen versterken ons geloof.
De liefde is het grote geschenk dat God ons geeft. Liefde is niet het product van onze inspanningen. Liefde vraagt wel onze medewerking, onze ontvankelijkheid. Wij zijn vrij om voor of tegen de liefde te kiezen. Geloof, hoop en liefde, de drie goddelijke deugden worden ons als een genade gegeven. Het zijn uitingen van de heilige Geest, die in ons woont. Geloof, hoop en liefde zijn primair op God gericht en zij helpen ons om ons hele leven op Hem te richten. Geloof, hoop en liefde geven ons houvast aan God en houvast aan elkaar. Als wij ons werkelijk in liefde met God en medemens verbonden weten, kan niets ons deren. De liefde is de grootste. Zij overwint alles. Amen.
“IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!” (Pr 1,2) Prediker is goed in het relativeren van ons menselijk streven, van onze drukmakerij en van onze succesverhalen. Daarmee is dit Bijbelboek van belang ook in onze tijd, waarin we onszelf geweldig serieus nemen, geweldig druk zijn met onszelf en met onze succesverhalen. “Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon; zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.” (Pr 2,22-23)
Onlangs was in het nieuws dat het aantal arbeidsongeschikten in ons land stijgt. Er is steeds meer sprake van psychische klachten. Een op de vijf werknemers ervaart burn-outklachten. De oorzaak ligt niet alleen in de werkdruk maar ook in de manier van leven. Kan Prediker ons hierover wat leren of is hij een mopperende zuurpruim? Prediker zegt ons ook dat we van het leven moeten genieten. Voor hem ligt de kunst van het genieten vooral in de manier waarop we met de wisselvallige werkelijkheid omgaan. Het gaat erom te kunnen ontvangen en het leven en alles wat daarin gebeurt als een geschenk te zien. Geluk kunnen we niet maken; we kunnen alleen maar ontvangen. “Eet je brood met vreugde en drink je wijn met een opgewekt hart. Dat heeft bij voorbaat Gods zegen. Ga altijd feestelijk gekleed en zorg steeds voor parfum op je hoofd. Geniet van het leven met de vrouw van je hart, heel het ijdel en kortstondig bestaan dat God je geeft onder de zon.” (Pr 9,7-9)
“Wie uit is op geld heeft nooit genoeg en wie uit is op rijkdom wil altijd meer. Ook dat is ijdel. (…) Inderdaad, als God je welstand en rijkdom schenkt en je de kans geeft ervan te profiteren, als je je deel krijgt en gelukkig bent bij al je werk, dan is dat een gave van God.” (Pr 5,9.18) We vinden ons geluk niet in materiële zaken. Prediker laat ons nadenken over ons leven. Wat is echt belangrijk? Wat geeft ons leven betekenis? “Tenslotte heb ik alleen dit gevonden: naar Gods bedoeling is het leven eenvoudig, maar de mens haalt zich van alles in ’t hoofd.” (Pr 7,29) Gelukkig worden is niet het afwerken van een bucketlist. Herinneringen maak je niet; ze vallen je toe. Geluk is geen prestatie; het is een geschenk. Begin dit jaar zei paus Franciscus: “Alleen door een spirituele manier aan te nemen om naar de werkelijkheid te kijken, alleen door wijsheid van hart te herstellen, kunnen wij de nieuwheid van onze tijd onder ogen zien en interpreteren.” Zo’n “wijsheid van hart” is “de deugd die ons in staat stelt het geheel en zijn delen, onze beslissingen en hun gevolgen te integreren”. Zij “kan niet bij machines gezocht worden”, maar zij “laat zich vinden door degenen die haar zoeken, en laat zich zien aan degenen die haar liefhebben”.
Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/07/30/weekbrief-30-juli/
Voor joden, christenen en moslims is Abraham de vader in het geloof. Wij allen zien Abraham als onze geestelijke vader. Hij is ons voorgegaan in het geloof in de ene God, de Schepper van hemel en aarde, de barmhartige God die zich om de mensen bekommerd. Abraham is niet alleen ons voorbeeld van geloof. Hij is voor ons ook een voorbeeld van gastvrijheid. In de eerste lezing hoorden we hoe Abraham en Sara gastvrijheid verlenen aan drie vreemdelingen.
Werkelijke gastvrijheid gaat verder dan iemand onderdak verlenen en te eten en te drinken geven. Werkelijke gastvrijheid is je tot de ander keren, belangstellingstelling voor hem hebben, je inleven in de ander en hem echt serieus nemen. In het Evangelie van vandaag horen we hoe Marta met haar handelen in de voetsporen van Sara en Abraham treedt. Maria laat ons zien dat gastvrijheid meer is dan dat. Zij is een en al aandacht voor wat Jezus te vertellen heeft.
Gastvrijheid verlenen is een van de werken van barmhartigheid. Daar heet het: de vreemdelingen herbergen. Gastvrijheid gaat niet alleen over je buren op de koffie vragen of je familie op bezoek krijgen. Ook dat is belangrijk, maar het gaat vooral om vreemdelingen. Gastvrijheid is het anders-zijn van de ander respecteren en waarderen. Dat geldt niet alleen in je eigen huis. Dat geldt ook op straat, op je werk, in de kerk. Dat geldt voor alle maatschappelijke verkeer. Ook van een gemeenschap, van een volk, van de Kerk wordt gastvrijheid gevraagd. Gastvrijheid is een graadmeter van het morele peil van een samenleving. Hoe meer gastvrijheid, hoe meer beschaving.
Gastvrijheid kent twee kanten: gastvrijheid verlenen en gastvrijheid ontvangen. Hoewel dit niet direct gelijkwaardige verhoudingen met zich meebrengt, moet dat wel het streven zijn. Gastvrijheid kent ook wederkerigheid. Op onze beurt laten wij ons aan onze gast kennen. Wij laten hem zien wat ons lief is en wat ons bezighoudt. Gastvrijheid is met de ander delen wat je lief is. De gast wordt opgenomen in een gemeenschap. Een gast is daarmee niet rechteloos. Hij is niet tot een nederige positie van enkel dankbaarheid verplicht, maar moet zich wel als een gast gedragen en rekening houden met de regels en gewoonten van de gemeenschap en zich daar in alle vrijheid toe verhouden.
Zodra we denken en spreken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ en zeker als dat gepaard gaat met het onderscheid ‘goed’ en ‘slecht’, zijn we vreemdelingen aan het creëren. Polarisatie en populisme versterken het wij/zij-denken. Mensen worden gestigmatiseerd, ontmenselijkt en buitengesloten.
Bij de vreemdelingen herbergen denken we aan de vluchtelingen die een beroep op ons doen en ons om asiel vragen. Mensen die zich genoodzaakt voelen om hun eigen land te verlaten, omdat ze daar niet in veiligheid kunnen leven, hebben recht op onze gastvrijheid. Gastvrijheid verlenen geldt ook voor de eigen burgers. Onze samenleving kent ook een gebrek aan gastvrijheid als er onvoldoende woningen zijn, als mensen geen gezin kunnen stichten omdat ze geen huis hebben en als huizen en gebouwen om financieel gewin leegstaan.
Gastvrijheid verlenen gaat verder dan alleen het verstrekken van voedsel en van een dak boven het hoofd. Mensen hebben ook behoefte aan vriendschap, gemeenschap, solidariteit en barmhartigheid. Gastvrijheid betekent ook inclusiviteit. Niemand mag worden uitgesloten vanwege geslacht, huidskleur, gender, levensbeschouwing, seksuele voorkeur et cetera.
Voor Paulus betekent dit dat hij de wereld in trekt om de het evangelie aan de heidenen te verkondigen. De liefde voor Jezus Christus maakt Paulus tot dienaar van de Kerk. Hij verkondigt het woord van God. Hij onthult het geheim, het mysterie. Paulus verkondigt Jezus Christus als het heil voor alle volkeren. Voor hem zijn alle mensen aan elkaar gelijkwaardig. Hij maakt geen onderscheid.
Christelijke gastvrijheid is gastvrij zijn zoals Jezus dat is. Het is handelen zoals Jezus handelt. Het is openstaan voor iedereen en geen voorwaarden vooraf stellen. Het vraagt dat wij onze angst voor het vreemde en onbekende afleggen. Juist in de vreemdeling en de mens in nood ontmoeten wij Jezus zelf. Vanuit onze band met Jezus ontmoeten wij Hem in de ander. Het sleutelwoord is telkens weer de liefde. Door aan zijn voeten te gaan zitten, ervaren wij de liefde van Jezus voor ons. Zijn liefde voor ons stelt ons in staat anderen lief te hebben. Zijn liefde is de basis voor onze gastvrijheid. Zijn liefde willen wij delen met iedereen. Zij geeft ons de vreugde die we iedereen gunnen. Liefde gaat niet zonder lijden, zoals ook Paulus heeft ervaren. Maar zonder lief te hebben zijn we dood. Zonder liefde hebben we geen leven.
Paulus schrijft elders: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.” Als wij de gastvrijheid vergeten en iedereen buiten de deur houden, zullen we zeker geen engelen ontvangen. Als wij de gastvrijheid vergeten, houden we ook God buiten de deur. Amen.
Auteur: Thijs Caspers
Titel: Katholiek denken doen: Het katholiek sociaal denken in theorie en praktijk
Uitgever: Adveniat, 2023
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 9327 902 2
Aantal pagina’s: 209
“Katholiek denken doen laat zien hoe het katholiek sociaal denken ons kan helpen woorden te geven aan onze persoonlijke en gezamenlijke inzet. Als levende traditie van denken, bezinnen en doen, stelt het telkens de vraag naar wat dat is: een gezonde en rechtvaardige samenleving?” Het belang van het katholiek sociaal denken is voor Thijs Caspers buiten twijfel. Zij geeft uitdrukking aan de liefde, die er de basis van is. Het vestigen van een hemel op aarde ligt niet in de macht van mensen, maar we moeten wel steeds werken aan de realisatie van een goede samenleving.
Caspers beschrijft eerst de inhoud van het katholiek sociaal denken. Vervolgens geeft hij een overzicht van de katholieke sociale leer: de officiële kerkelijke documenten die het resultaat zij van het katholiek sociaal denken. Tenslotte gaat hij op zoek naar het belang van het katholiek sociaal denken in onze tijd. Het rijk geïllustreerde en vlot leesbare boek is een goede inleiding op het katholiek sociaal denken. In het boek staan verschillende voorbeelden van sociaal handelen in de praktijk.
Het boek is een aangevulde en aangepaste heruitgave van het in 2012 uitgegeven boek ‘Proeven van goed samenleven’. Het katholiek sociaal denken is voortdurend in beweging. Als antwoord op de ontwikkelingen in zijn tijd voegde paus Franciscus er een aantal nieuwe hoofdstukken aan toe.
Het kerkelijk jaar kent drie hoogfeesten die gewijd zijn aan bijzondere personen. Als deze feesten op zondag vallen, vieren we wereldwijd de liturgie van de feestdag in plaats van de liturgie van de zoveelste zondag door het jaar. Het zijn de feesten van de geboorte van Johannes de Doper, van het sterven van Petrus en Paulus en van de tenhemelopneming van Maria. Maria is de moeder van Jezus. Johannes de Doper was de voorloper van Jezus. Hij kondigde zijn komst niet alleen aan. Hij wees Hem ook concreet als de Messias aan. Petrus en Paulus traden in voetsporen van Jezus. Zij stonden voor de grote opdracht de boodschap van Jezus, zijn gedachtengoed handen en voeten te geven en uit te dragen. Vooral in de Handelingen der Apostelen lezen we hoe zij deze opdracht tot uitvoering brachten.
Petrus en Paulus zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Petrus, een visser van eenvoudige komaf uit Galilea, een uithoek van Israël. Paulus, een Roemeins staatsburger, als tentenmaker een ambachtsman met een goed opvoeding uit de stad Tarsus uit het zuiden van het huidige Turkije. Petrus een impulsieve doener, Paulus een gedreven denker. Petrus de stabiele bestuurder in het centrum van de Kerk, Paulus de rondtrekkende prediker en theoloog.
Beide mannen worden door Jezus geroepen Hem te volgen. En beiden maken een ingrijpende bekering door. Petrus wordt samen met zijn broer Andreas door Jezus geroepen om vissers van mensen te worden. Onmiddellijk gaan de twee broers met Jezus mee. Petrus houdt van Jezus, gevoelsmatig weet hij dat Jezus voor Hem de weg is. Maar wat dat voor hem betekent, begint pas met horten en stoten tot hem door te dringen. Zijn werkelijke bekering komt als hij de haan hoort kraaien nadat hij Jezus verloochend heeft. Dan begrijpt hij pas echt wat Jezus liefhebben voor hem betekent. Paulus is een gedreven jood en behoorlijk streng in de leer. Hij ziet de nieuwe Jezusbeweging als een bedreiging voor het jodendom en doet fanatiek mee aan het vervolgen van de eerste christenen. Dan krijgt hij onderweg naar Damascus een visioen, waarin Jezus hem vraagt waarom hij Jezus vervolgt. Drie dagen lang laat Paulus zich onderrichten en komt tot het inzicht dat hij fout bezig is. Het is juist Jezus die de vervulling is van het woord van de profeten. Jezus is de Messias. Jezus brengt Gods beloften tot vervulling.
Petrus en Paulus hebben beiden een grote rol gespeeld in de verbreiding van het christendom. Paulus staat bekend als de apostel van de heidenen. Hij trok naar Klein-Azië, het huidige Turkije, en naar Griekenland om daar de boodschap van Jezus te verkondigen. Direct na het ontvangen van heilige Geest treedt Petrus naar buiten en spreekt het volk toe. In deze eerste preek van Petrus en ook daarna legt Hij uit hoe in Jezus Gods beloften tot vervulling komen. De boodschap van Jezus ziet hij op dat moment als een boodschap voor het volk van Israël. Dan krijgt Petrus een visioen met de opdracht te eten van gerechten die de joden als onrein beschouwen. Na dit visioen wordt hij uitgenodigd bij de Romeinse honderdman Cornelius. Volgens het jodendom mogen joden het huis van niet-joden niet binnengaan. Nu begrijpt hij de boodschap van het visioen en gaat bij Cornelius op bezoek. Nadat de heilige Geest over de bewoners van het huis is neergedaald, doopt Petrus hen en daarmee is hij de eerste die heidenen doopt. Het is Paulus die ervoor zorgt dat de apostelen besluiten dat de christenen uit het heidendom zich niet aan de joodse wetten hoeven te houden. Wel moeten zij zich onthouden van allerlei heidense gebruiken. Samen hebben Petrus en Paulus zo voor iedereen de weg gebaand naar het christendom en het ook voor ons mogelijk gemaakt leerlingen van Jezus te zijn.
Deze feestdag leert ons dat het uitdragen van de boodschap van Jezus een verscheidenheid aan verschillende persoonlijkheden, verschillende charisma’s en verschillende talenten nodig heeft. Iedereen is geroepen op ieders eigen manier een bijdrage te leveren. We leren dat er verschillende manieren van verkondigen nodig zijn, verschillende manieren van spreken en verschillende manieren van handelen. Zo ontvangt ieder de boodschap van Jezus op een wijze die voor hem verstaanbaar is. We leren dat de boodschap gebracht moet worden op een wijze die past bij de cultuur en levensomstandigheden van de ontvanger. We leren dat onze eigen manier van doen ons niet in de weg mag staan en dat het christendom in iedere cultuur ingebed kan worden. Amen.
Op het moment dat ik deze column schrijf is het conclaaf nog gaande. Ondertussen lees ik de net verschenen Nederlandse vertaling van het slotdocument van de synode over de synodale Kerk. Een mooi moment om eens stil te staan bij de wijze waarop de r.-k. Kerk bestuurd wordt. Het eerste wat opvalt is dat de Kerk een uitermate vlakke bestuursstructuur heeft: de wereldkerk met de paus, de bisdommen met hun bisschoppen en de parochies met hun pastoors. De grote mate van autonomie van iedere bestuurslaag blijkt bij uitstek uit de uitgebreide procedures om bisschoppen en pastoors uit hun functie te ontslaan. De Kerk kent zeker een hiërarchische ordening maar wel van een andere orde dan ik vanuit het bedrijfsleven gewend ben. Daar kun je binnen een dag op straat staan. In De Volkskrant van 7 mei schreef Frank van den Heuvel over het conclaaf als “een zorgvuldig proces met een mix van urgentie en weloverwogen handelen”. De opeenvolgende stemrondes zorgen voor een goede balans van continuïteit en verandering. Er is oog voor de situatie van de Kerk en de daarbij benodigde persoonlijkheid van de paus. Volgens hem kunnen bedrijfsdirecties hier nog van leren.
In het slotdocument van de synode lees ik het volgende: “We leven in een tijdperk gekenmerkt door toenemende ongelijkheden, groeiende ontgoocheling over traditionele bestuursmodellen, teleurstelling over het functioneren van de democratie, groeiende autocratische en dictatoriale tendensen, overheersing van het marktmodel zonder oog voor de kwetsbaarheid van mensen en van de schepping, en de verleiding om conflicten met geweld eerder dan met dialoog op te lossen. Authentieke synodale praktijken stellen christenen in staat een cultuur te ontwikkelen die kritisch-profetisch is ten aanzien van het dominante denken en zo een unieke bijdrage levert aan het vinden van antwoorden op de vele uitdagingen waar hedendaagse samenlevingen voor staan en aan de opbouw van het algemene welzijn.”
Nog voor ik de laatste letter op papier zet, zie ik witte rook op het journaal en een uur later staat paus Leo XIV op het balkon. Hij spreekt over vrede, over bruggen bouwen door dialoog en ontmoeting en over een synodale en missionaire Kerk. Zijn pastorale houding verwoordt hij als augustijn met de woorden van Sint Augustinus: “Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop.” Later op de avond realiseer ik me dat dit de eerste paus is die jonger is dan ik ben.
Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juni 2025