Spring naar inhoud

De werken van barmhartigheid in de Martinikerk in Groningen

Ontvankelijk zijn is een belangrijke eigenschap van mensen. Wij mensen zijn veelzijdig. Op vele manieren zoeken wij naar antwoorden. Al onze zintuigen zijn daarbij van belang. De schoonheid van de kunst opent ons hart en scherpt onze geest. Het mysterie laat zich moeilijk in woorden vatten. Rationele taal schiet tekort. Gedichten, glas-in-loodramen, beelden, schilderijen en muziek raken aan andere dimensies van ons bestaan. Zij maken ons ontvankelijk voor het mysterie.

Door de eeuwen heen zijn schilders geïnspireerd door de werken van barmhartigheid. In tal van kerken zijn glas-in-loodramen te vinden waarin zij zijn afgebeeld. Hoogtepunten uit de Nederlandse schilderkunst zijn de zeven werken van barmhartigheid van de Meester van Alkmaar. De in 1504 geschilderde panelen zijn te vinden in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het werk van Pieter Brueghel de Jonge uit 1559 hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. In het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam hangt een schilderij uit 1580 van een anonieme meester.

In hun voetsporen trad Egbert Modderman. Vorig jaar voltooide hij zijn acht werken van barmhartigheid. Deze zijn te vinden in de Groningse Martinikerk. Hij koos een geheel eigen invalshoek door verschillende Bijbelverhalen met de werken van barmhartigheid te verbinden. Evenals zijn grote voorgangers plaatst hij deze min of meer in onze eigen tijd. De modellen op de schilderijen zijn Groningers uit zijn directe omgeving. Het interieur van de Martinikerk vormt de achtergrond van de taferelen. Op ieder van de schilderijen is iemand afgebeeld die op een of andere wijze ons aanspreekt en een beroep op onze meelevendheid doet. Juist deze op onszelf gerichte blikken laten veel ruimte voor een eigen interpretatie. Ieder wordt op zijn eigen wijze aangesproken.

Het eerste werk dat Modderman maakte is de afbeelding van Sint Maarten. Deze heilige is de patroon van de kerk en van de stad Groningen. Het verhaal van Martinus van Tours verwijst rechtstreeks naar ‘de naakten kleden’. Anders dan gebruikelijk zien we hier Martinus niet hoog te paard, maar gaat de aandacht op de eerste plaats naar de bedelaar die ons aankijkt en onze betrokkenheid vraagt. Martinus staat op de achtergrond en niet in het licht. Na het maken van dit eerste schilderij kreeg Modderman de opdracht de overige werken van barmhartigheid in beeld te brengen. Met het oog op de plaatsing in de kooromgang van de kerk is voor de rest van de serie een ander formaat gekozen. De kooromgang bestaat uit zeven wanden. Dit maakte het mogelijk om ook het door paus Franciscus toegevoegde achtste werk van barmhartigheid, het behoud van het gemeenschappelijk huis op te nemen.

Een goede reden voor een uitstapje naar Groningen. Zie voor meer informatie: https://martinikerk.nl/.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juli 2025

Pelgrims van Hoop; Hb 11,1-2.8-19

“Het geloof is een vaste grond van wat wij hopen, het overtuigd ons van de werkelijkheid van onzichtbare dingen.” Voor de schrijver van de Hebreeënbrief is dit een waarheid als een koe. Hij vindt daarvoor volop aanwijzingen in de geschiedenis van zijn volk. De Hebreeënbrief geeft een uitvoerige opsomming van mensen uit het Oude Testament die geloofden. Mensen die overtuigd zijn van een werkelijkheid zonder dat ze die kunnen zien. De werkelijkheid is niet beperkt tot dat wat we kunnen zien, niet beperkt tot dat wat we wetenschappelijk kunnen aantonen, en ook niet beperkt tot dat wat wij ons als mensen kunnen voorstellen. De werkelijkheid bestaat los van ons mensen. Wij maken deel uit van de werkelijkheid, maar bepalen haar niet.

We vieren het heilig jaar met als thema ‘Pelgrims van Hoop’. De brief geeft een opsomming van mensen die leefden als pelgrims van hoop. Velen zijn ons op deze levensweg voorgegaan. Allen leefden zij in vertrouwen dat God zijn beloftes waarmaakt. Zonder geloof geen hoop. God is liefde. Wij geloven in liefde. Ons geloof is gebaseerd op liefde. In Jezus Christus heeft God zich aan ons geopenbaard. Hij nodigt ons uit Hem lief te hebben. Hij nodigt ons uit tot een vertrouwelijke relatie. Dat geloof is de grond van onze hoop.

Als pelgrims van hoop zijn wij op weg. Ons leven is een pelgrimage. Zoals de voorbeelden uit de brief, zijn ook wij op zoek naar een vaderland, op zoek naar een stad die God voor ons bouwt. Deze gelovige zoektocht leggen we samen af. We doen dat niet alleen. Het huis van de Vader is niet een knus hutje op de hei. Het huis van de Vader is een stad, een vaderland, een woonplaats voor een gemeenschap, een gemeenschap van liefde. Het gaat om de liefdevolle relatie tussen mensen. Mensen worden altijd geroepen er voor elkaar te zijn. Daarin vinden wij de essentie van ons leven. Daarin vinden we het Koninkrijk van God.

De vervulling van onze hoop is niet alleen maar iets in de verre toekomst. Het is een verwachte werkelijkheid die zich nu reeds aandient. Het geloof trekt de toekomst naar het heden en verandert het heden. Nu reeds kunnen we Gods liefde ervaren en die delen met alle mensen. Ons verlangen naar de volmaakte liefde, naar de liefdevolle vereniging met God en met elkaar doet ons vol vertrouwen op weg gaan.

Ons leven is niet alleen licht en liefde. Er zijn ook donkere dagen. Het leven kent ook lijden en tegenslag. Soms zijn we de weg kwijt en tasten we in het duister. Maar door het geloof vertrouwde Abraham erop dat hij en zijn erfgenamen hun bestemming zullen vinden in het land waar God hem naartoe leidt. Voor Abraham is het onvoorstelbare mogelijk. God heeft hem beloofd dat de nakomelingen van Isaäk een groot volk zullen vormen. Hij blijft in deze belofte van God geloven zelfs als hij Isaäk ten offer wil gaan brengen. Juist in het lijden en door de tegenslag ontdekken we ook de liefde. Op die momenten ervaren we ook wat werkelijk belangrijk is in ons leven. De liefde brengt ons tot elkaar en geeft ons vertrouwen. Zij overwint de teleurstellingen. De liefde laat ons ervaren wat leven werkelijk is. De beproevingen versterken ons geloof.

De liefde is het grote geschenk dat God ons geeft. Liefde is niet het product van onze inspanningen. Liefde vraagt wel onze medewerking, onze ontvankelijkheid. Wij zijn vrij om voor of tegen de liefde te kiezen. Geloof, hoop en liefde, de drie goddelijke deugden worden ons als een genade gegeven. Het zijn uitingen van de heilige Geest, die in ons woont. Geloof, hoop en liefde zijn primair op God gericht en zij helpen ons om ons hele leven op Hem te richten. Geloof, hoop en liefde geven ons houvast aan God en houvast aan elkaar. Als wij ons werkelijk in liefde met God en medemens verbonden weten, kan niets ons deren. De liefde is de grootste. Zij overwint alles. Amen.

De lessen van Prediker in onze tijd

“IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!” (Pr 1,2) Prediker is goed in het relativeren van ons menselijk streven, van onze drukmakerij en van onze succesverhalen. Daarmee is dit Bijbelboek van belang ook in onze tijd, waarin we onszelf geweldig serieus nemen, geweldig druk zijn met onszelf en met onze succesverhalen. “Wat heeft een mens tenslotte aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt? Alle dagen bereiden hem leed, en ergernis is zijn loon; zelfs ’s nachts vindt hij geen rust; ook dat is ijdelheid.” (Pr 2,22-23)

Onlangs was in het nieuws dat het aantal arbeidsongeschikten in ons land stijgt. Er is steeds meer sprake van psychische klachten. Een op de vijf werknemers ervaart burn-outklachten. De oorzaak ligt niet alleen in de werkdruk maar ook in de manier van leven. Kan Prediker ons hierover wat leren of is hij een mopperende zuurpruim? Prediker zegt ons ook dat we van het leven moeten genieten. Voor hem ligt de kunst van het genieten vooral in de manier waarop we met de wisselvallige werkelijkheid omgaan. Het gaat erom te kunnen ontvangen en het leven en alles wat daarin gebeurt als een geschenk te zien. Geluk kunnen we niet maken; we kunnen alleen maar ontvangen. “Eet je brood met vreugde en drink je wijn met een opgewekt hart. Dat heeft bij voorbaat Gods zegen. Ga altijd feestelijk gekleed en zorg steeds voor parfum op je hoofd. Geniet van het leven met de vrouw van je hart, heel het ijdel en kortstondig bestaan dat God je geeft onder de zon.” (Pr 9,7-9)

“Wie uit is op geld heeft nooit genoeg en wie uit is op rijkdom wil altijd meer. Ook dat is ijdel. (…) Inderdaad, als God je welstand en rijkdom schenkt en je de kans geeft ervan te profiteren, als je je deel krijgt en gelukkig bent bij al je werk, dan is dat een gave van God.” (Pr 5,9.18) We vinden ons geluk niet in materiële zaken. Prediker laat ons nadenken over ons leven. Wat is echt belangrijk? Wat geeft ons leven betekenis? “Tenslotte heb ik alleen dit gevonden: naar Gods bedoeling is het leven eenvoudig, maar de mens haalt zich van alles in ’t hoofd.” (Pr 7,29) Gelukkig worden is niet het afwerken van een bucketlist. Herinneringen maak je niet; ze vallen je toe. Geluk is geen prestatie; het is een geschenk. Begin dit jaar zei paus Franciscus: “Alleen door een spirituele manier aan te nemen om naar de werkelijkheid te kijken, alleen door wijsheid van hart te herstellen, kunnen wij de nieuwheid van onze tijd onder ogen zien en interpreteren.” Zo’n “wijsheid van hart” is “de deugd die ons in staat stelt het geheel en zijn delen, onze beslissingen en hun gevolgen te integreren”. Zij “kan niet bij machines gezocht worden”, maar zij “laat zich vinden door degenen die haar zoeken, en laat zich zien aan degenen die haar liefhebben”.

Ook gepubliceerd als weekbrief op https://hhpp-oost.nl/2025/07/30/weekbrief-30-juli/

Gastvrijheid; Gn 18,1-10; Kol 1,24-28; Lc 10,38-42

Voor joden, christenen en moslims is Abraham de vader in het geloof. Wij allen zien Abraham als onze geestelijke vader. Hij is ons voorgegaan in het geloof in de ene God, de Schepper van hemel en aarde, de barmhartige God die zich om de mensen bekommerd. Abraham is niet alleen ons voorbeeld van geloof. Hij is voor ons ook een voorbeeld van gastvrijheid. In de eerste lezing hoorden we hoe Abraham en Sara gastvrijheid verlenen aan drie vreemdelingen.

Werkelijke gastvrijheid gaat verder dan iemand onderdak verlenen en te eten en te drinken geven. Werkelijke gastvrijheid is je tot de ander keren, belangstellingstelling voor hem hebben, je inleven in de ander en hem echt serieus nemen. In het Evangelie van vandaag horen we hoe Marta met haar handelen in de voetsporen van Sara en Abraham treedt. Maria laat ons zien dat gastvrijheid meer is dan dat. Zij is een en al aandacht voor wat Jezus te vertellen heeft.

Gastvrijheid verlenen is een van de werken van barmhartigheid. Daar heet het: de vreemdelingen herbergen. Gastvrijheid gaat niet alleen over je buren op de koffie vragen of je familie op bezoek krijgen. Ook dat is belangrijk, maar het gaat vooral om vreemdelingen. Gastvrijheid is het anders-zijn van de ander respecteren en waarderen. Dat geldt niet alleen in je eigen huis. Dat geldt ook op straat, op je werk, in de kerk. Dat geldt voor alle maatschappelijke verkeer. Ook van een gemeenschap, van een volk, van de Kerk wordt gastvrijheid gevraagd. Gastvrijheid is een graadmeter van het morele peil van een samenleving. Hoe meer gastvrijheid, hoe meer beschaving.

Gastvrijheid kent twee kanten: gastvrijheid verlenen en gastvrijheid ontvangen. Hoewel dit niet direct gelijkwaardige verhoudingen met zich meebrengt, moet dat wel het streven zijn. Gastvrijheid kent ook wederkerigheid. Op onze beurt laten wij ons aan onze gast kennen. Wij laten hem zien wat ons lief is en wat ons bezighoudt. Gastvrijheid is met de ander delen wat je lief is. De gast wordt opgenomen in een gemeenschap. Een gast is daarmee niet rechteloos. Hij is niet tot een nederige positie van enkel dankbaarheid verplicht, maar moet zich wel als een gast gedragen en rekening houden met de regels en gewoonten van de gemeenschap en zich daar in alle vrijheid toe verhouden.

Zodra we denken en spreken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ en zeker als dat gepaard gaat met het onderscheid ‘goed’ en ‘slecht’, zijn we vreemdelingen aan het creëren. Polarisatie en populisme versterken het wij/zij-denken. Mensen worden gestigmatiseerd, ontmenselijkt en buitengesloten.

Bij de vreemdelingen herbergen denken we aan de vluchtelingen die een beroep op ons doen en ons om asiel vragen. Mensen die zich genoodzaakt voelen om hun eigen land te verlaten, omdat ze daar niet in veiligheid kunnen leven, hebben recht op onze gastvrijheid. Gastvrijheid verlenen geldt ook voor de eigen burgers. Onze samenleving kent ook een gebrek aan gastvrijheid als er onvoldoende woningen zijn, als mensen geen gezin kunnen stichten omdat ze geen huis hebben en als huizen en gebouwen om financieel gewin leegstaan.

Gastvrijheid verlenen gaat verder dan alleen het verstrekken van voedsel en van een dak boven het hoofd. Mensen hebben ook behoefte aan vriendschap, gemeenschap, solidariteit en barmhartigheid. Gastvrijheid betekent ook inclusiviteit. Niemand mag worden uitgesloten vanwege geslacht, huidskleur, gender, levensbeschouwing, seksuele voorkeur et cetera.

Voor Paulus betekent dit dat hij de wereld in trekt om de het evangelie aan de heidenen te verkondigen. De liefde voor Jezus Christus maakt Paulus tot dienaar van de Kerk. Hij verkondigt het woord van God. Hij onthult het geheim, het mysterie. Paulus verkondigt Jezus Christus als het heil voor alle volkeren. Voor hem zijn alle mensen aan elkaar gelijkwaardig. Hij maakt geen onderscheid.

Christelijke gastvrijheid is gastvrij zijn zoals Jezus dat is. Het is handelen zoals Jezus handelt. Het is openstaan voor iedereen en geen voorwaarden vooraf stellen. Het vraagt dat wij onze angst voor het vreemde en onbekende afleggen. Juist in de vreemdeling en de mens in nood ontmoeten wij Jezus zelf. Vanuit onze band met Jezus ontmoeten wij Hem in de ander. Het sleutelwoord is telkens weer de liefde. Door aan zijn voeten te gaan zitten, ervaren wij de liefde van Jezus voor ons. Zijn liefde voor ons stelt ons in staat anderen lief te hebben. Zijn liefde is de basis voor onze gastvrijheid. Zijn liefde willen wij delen met iedereen. Zij geeft ons de vreugde die we iedereen gunnen. Liefde gaat niet zonder lijden, zoals ook Paulus heeft ervaren. Maar zonder lief te hebben zijn we dood. Zonder liefde hebben we geen leven.

Paulus schrijft elders: “Vergeet de gastvrijheid niet; door haar hebben sommigen zonder het te weten engelen onthaald.” Als wij de gastvrijheid vergeten en iedereen buiten de deur houden, zullen we zeker geen engelen ontvangen. Als wij de gastvrijheid vergeten, houden we ook God buiten de deur. Amen.

Katholiek denken doen

Auteur: Thijs Caspers
Titel: Katholiek denken doen: Het katholiek sociaal denken in theorie en praktijk
Uitgever: Adveniat, 2023
Prijs: € 24,99
ISBN: 978 94 9327 902 2
Aantal pagina’s: 209

Katholiek denken doen laat zien hoe het katholiek sociaal denken ons kan helpen woorden te geven aan onze persoonlijke en gezamenlijke inzet. Als levende traditie van denken, bezinnen en doen, stelt het telkens de vraag naar wat dat is: een gezonde en rechtvaardige samenleving?” Het belang van het katholiek sociaal denken is voor Thijs Caspers buiten twijfel. Zij geeft uitdrukking aan de liefde, die er de basis van is. Het vestigen van een hemel op aarde ligt niet in de macht van mensen, maar we moeten wel steeds werken aan de realisatie van een goede samenleving.

Caspers beschrijft eerst de inhoud van het katholiek sociaal denken. Vervolgens geeft hij een overzicht van de katholieke sociale leer: de officiële kerkelijke documenten die het resultaat zij van het katholiek sociaal denken. Tenslotte gaat hij op zoek naar het belang van het katholiek sociaal denken in onze tijd. Het rijk geïllustreerde en vlot leesbare boek is een goede inleiding op het katholiek sociaal denken. In het boek staan verschillende voorbeelden van sociaal handelen in de praktijk.

Het boek is een aangevulde en aangepaste heruitgave van het in 2012 uitgegeven boek ‘Proeven van goed samenleven’. Het katholiek sociaal denken is voortdurend in beweging. Als antwoord op de ontwikkelingen in zijn tijd voegde paus Franciscus er een aantal nieuwe hoofdstukken aan toe.

HH. Petrus en Paulus

Het kerkelijk jaar kent drie hoogfeesten die gewijd zijn aan bijzondere personen. Als deze feesten op zondag vallen, vieren we wereldwijd de liturgie van de feestdag in plaats van de liturgie van de zoveelste zondag door het jaar. Het zijn de feesten van de geboorte van Johannes de Doper, van het sterven van Petrus en Paulus en van de tenhemelopneming van Maria. Maria is de moeder van Jezus. Johannes de Doper was de voorloper van Jezus. Hij kondigde zijn komst niet alleen aan. Hij wees Hem ook concreet als de Messias aan. Petrus en Paulus traden in voetsporen van Jezus. Zij stonden voor de grote opdracht de boodschap van Jezus, zijn gedachtengoed handen en voeten te geven en uit te dragen. Vooral in de Handelingen der Apostelen lezen we hoe zij deze opdracht tot uitvoering brachten.

Petrus en Paulus zijn twee totaal verschillende persoonlijkheden. Petrus, een visser van eenvoudige komaf uit Galilea, een uithoek van Israël. Paulus, een Roemeins staatsburger, als tentenmaker een ambachtsman met een goed opvoeding uit de stad Tarsus uit het zuiden van het huidige Turkije. Petrus een impulsieve doener, Paulus een gedreven denker. Petrus de stabiele bestuurder in het centrum van de Kerk, Paulus de rondtrekkende prediker en theoloog.

Beide mannen worden door Jezus geroepen Hem te volgen. En beiden maken een ingrijpende bekering door. Petrus wordt samen met zijn broer Andreas door Jezus geroepen om vissers van mensen te worden. Onmiddellijk gaan de twee broers met Jezus mee. Petrus houdt van Jezus, gevoelsmatig weet hij dat Jezus voor Hem de weg is. Maar wat dat voor hem betekent, begint pas met horten en stoten tot hem door te dringen. Zijn werkelijke bekering komt als hij de haan hoort kraaien nadat hij Jezus verloochend heeft. Dan begrijpt hij pas echt wat Jezus liefhebben voor hem betekent. Paulus is een gedreven jood en behoorlijk streng in de leer. Hij ziet de nieuwe Jezusbeweging als een bedreiging voor het jodendom en doet fanatiek mee aan het vervolgen van de eerste christenen. Dan krijgt hij onderweg naar Damascus een visioen, waarin Jezus hem vraagt waarom hij Jezus vervolgt. Drie dagen lang laat Paulus zich onderrichten en komt tot het inzicht dat hij fout bezig is. Het is juist Jezus die de vervulling is van het woord van de profeten. Jezus is de Messias. Jezus brengt Gods beloften tot vervulling.

Petrus en Paulus hebben beiden een grote rol gespeeld in de verbreiding van het christendom. Paulus staat bekend als de apostel van de heidenen. Hij trok naar Klein-Azië, het huidige Turkije, en naar Griekenland om daar de boodschap van Jezus te verkondigen. Direct na het ontvangen van heilige Geest treedt Petrus naar buiten en spreekt het volk toe. In deze eerste preek van Petrus en ook daarna legt Hij uit hoe in Jezus Gods beloften tot vervulling komen. De boodschap van Jezus ziet hij op dat moment als een boodschap voor het volk van Israël. Dan krijgt Petrus een visioen met de opdracht te eten van gerechten die de joden als onrein beschouwen. Na dit visioen wordt hij uitgenodigd bij de Romeinse honderdman Cornelius. Volgens het jodendom mogen joden het huis van niet-joden niet binnengaan. Nu begrijpt hij de boodschap van het visioen en gaat bij Cornelius op bezoek. Nadat de heilige Geest over de bewoners van het huis is neergedaald, doopt Petrus hen en daarmee is hij de eerste die heidenen doopt. Het is Paulus die ervoor zorgt dat de apostelen besluiten dat de christenen uit het heidendom zich niet aan de joodse wetten hoeven te houden. Wel moeten zij zich onthouden van allerlei heidense gebruiken. Samen hebben Petrus en Paulus zo voor iedereen de weg gebaand naar het christendom en het ook voor ons mogelijk gemaakt leerlingen van Jezus te zijn.

Deze feestdag leert ons dat het uitdragen van de boodschap van Jezus een verscheidenheid aan verschillende persoonlijkheden, verschillende charisma’s en verschillende talenten nodig heeft. Iedereen is geroepen op ieders eigen manier een bijdrage te leveren. We leren dat er verschillende manieren van verkondigen nodig zijn, verschillende manieren van spreken en verschillende manieren van handelen. Zo ontvangt ieder de boodschap van Jezus op een wijze die voor hem verstaanbaar is. We leren dat de boodschap gebracht moet worden op een wijze die past bij de cultuur en levensomstandigheden van de ontvanger. We leren dat onze eigen manier van doen ons niet in de weg mag staan en dat het christendom in iedere cultuur ingebed kan worden. Amen.

De bestuurscultuur van de Kerk

Op het moment dat ik deze column schrijf is het conclaaf nog gaande. Ondertussen lees ik de net verschenen Nederlandse vertaling van het slotdocument van de synode over de synodale Kerk. Een mooi moment om eens stil te staan bij de wijze waarop de r.-k. Kerk bestuurd wordt. Het eerste wat opvalt is dat de Kerk een uitermate vlakke bestuursstructuur heeft: de wereldkerk met de paus, de bisdommen met hun bisschoppen en de parochies met hun pastoors. De grote mate van autonomie van iedere bestuurslaag blijkt bij uitstek uit de uitgebreide procedures om bisschoppen en pastoors uit hun functie te ontslaan. De Kerk kent zeker een hiërarchische ordening maar wel van een andere orde dan ik vanuit het bedrijfsleven gewend ben. Daar kun je binnen een dag op straat staan. In De Volkskrant van 7 mei schreef Frank van den Heuvel over het conclaaf als “een zorgvuldig proces met een mix van urgentie en weloverwogen handelen”. De opeenvolgende stemrondes zorgen voor een goede balans van continuïteit en verandering. Er is oog voor de situatie van de Kerk en de daarbij benodigde persoonlijkheid van de paus. Volgens hem kunnen bedrijfsdirecties hier nog van leren.

In het slotdocument van de synode lees ik het volgende: “We leven in een tijdperk gekenmerkt door toenemende ongelijkheden, groeiende ontgoocheling over traditionele bestuursmodellen, teleurstelling over het functioneren van de democratie, groeiende autocratische en dictatoriale tendensen, overheersing van het marktmodel zonder oog voor de kwetsbaarheid van mensen en van de schepping, en de verleiding om conflicten met geweld eerder dan met dialoog op te lossen. Authentieke synodale praktijken stellen christenen in staat een cultuur te ontwikkelen die kritisch-profetisch is ten aanzien van het dominante denken en zo een unieke bijdrage levert aan het vinden van antwoorden op de vele uitdagingen waar hedendaagse samenlevingen voor staan en aan de opbouw van het algemene welzijn.”

Nog voor ik de laatste letter op papier zet, zie ik witte rook op het journaal en een uur later staat paus Leo XIV op het balkon. Hij spreekt over vrede, over bruggen bouwen door dialoog en ontmoeting en over een synodale en missionaire Kerk. Zijn pastorale houding verwoordt hij als augustijn met de woorden van Sint Augustinus: “Met u ben ik christen, voor u ben ik bisschop.” Later op de avond realiseer ik me dat dit de eerste paus is die jonger is dan ik ben.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact juni 2025

Herstel van de relaties: het Heilig Jaar

Het jaar 2025 is een Heilig Jaar of Jubeljaar met als thema ‘Pelgrims van Hoop’. Het Jubeljaar vindt zijn oorsprong in het jodendom. Het is een gebod in de Wet van Mozes (Lv 25,8‑55). Het Jubeljaar werd eens in de vijftig jaar gevierd. Dan moesten slaven en gevangenen worden vrijgelaten, schulden kwijtgescholden en land aan de rechtmatige eigenaar teruggegeven. Aan het begin van zijn openbare leven refereert Jezus aan het Jubeljaar door een genadejaar van de Heer af te kondigen. (Lc 4,19) Een Heilig Jaar is een jaar van herstel van relaties, een jaar van barmhartigheid. Dat geldt niet alleen voor onze relatie met God. Dat geldt evengoed voor onze relaties met elkaar. Een goede relatie met God gaat niet samen met slechte relaties met de medemensen.

Barmhartigheid in de Kerk van vandaag
Paus Johannes XXIII was overtuigd van het belang van barmhartigheid in onze tijd. ‘Barmhartige’ is voor hem de mooiste naam en titel van God. Bij de opening van het Tweede Vaticaans Concilie in 1962 zegt hij: “Wat onze tijd betreft maakt de Bruid van Christus echter liever gebruik van het geneesmiddel der barmhartigheid dan van de wapenen der gestrengheid; meer dan door te veroordelen wil zij de noden van deze tijd tegemoet komen door te wijzen op de kracht van haar leer.” Daarmee werd een nieuwe toon aangeslagen, die tot op de dag van vandaag doorklinkt.

Paus Johannes Paulus II heeft het thema van de barmhartigheid verder uitgewerkt en verdiept. Voor hem is gerechtigheid alleen niet genoeg. De eerste heiligverklaring in het derde millennium betreft de Poolse kloosterzuster en mystica Faustina Kowalska (1905-1938). Anders dan de neoscholastische theologie van haar tijd zag zij de barmhartigheid als Gods belangrijkste eigenschap. De zondag na Pasen, Beloken Pasen, werd uitgeroepen tot de zondag van de goddelijke barmhartigheid. Paus Benedictus XVI gaat verder op de ingeslagen weg. Hij maakt duidelijk dat niet de gerechtigheid maar de liefde het fundament is van het katholieke sociale denken. “De ‘stad van de mensen’ wordt niet alleen vooruitgeholpen door betrekkingen op grond van rechten en plichten, maar allereerst en vooral op grond van relaties die worden getekend door belangeloze vrijgevigheid, barmhartigheid en saamhorigheid. De naastenliefde openbaart ook in de menselijke betrekkingen altijd de liefde van God; die verleent aan iedere inzet voor gerechtigheid in de wereld een theologische en heilbrengende waarde.”

Paus Franciscus trekt zich het lot van de mensen in nood aan, van vluchtelingen, van armen, van gehandicapten, van ouderen, van culturele minderheden. Hij trekt fel van leer tegen het egoïsme, het neoliberalisme, het consumentisme, het individualisme, tegen moderne vormen van slavernij, tegen de groeiende ongelijkheid en tegen de vernietiging van de schepping. Bij de afsluiting van het Heilig Jaar van Barmhartigheid (2016) schrijft hij: “Barmhartigheid kan niet zomaar tussen twee haakjes gezet worden in het leven van de Kerk; ze behoort ten diepste tot het ware wezen van de Kerk, zodat de waarheid van het Evangelie zichtbaar, tastbaar wordt. Alles openbaart zich in de barmhartigheid. Alles wordt opgelost in de barmhartige liefde van de Vader.”

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact april 2025

Kleine verhalen

De postmoderne filosofie stelde het bestaan van een absolute waarheid ter discussie. De grote verhalen werden dood verklaard. We kunnen inderdaad constateren dat de grote verhalen van ideologieën als het communisme en het fascisme niet de hemel op aarde hebben gebracht. Ook het geloof in de wetenschap als de brenger van de absolute waarheid kent een afnemend aantal aanhangers. De allesomvattende waarheid ligt buiten het bereik van de mensheid. Taal is niet in staat haar te vangen, ook de wiskunde niet. Woorden schieten altijd tekort en ook de wiskunde kent beperkingen. Grote christelijke denkers als Aurelius Augustinus en Thomas van Aquino kwamen tot de conclusie dat de waarheid niet in een systeem te vatten is.

We kunnen raken aan de waarheid in kleine verhalen en in ontmoetingen van mensen met elkaar. Dit is ook wat we in de heilige boeken van de grote religies zien. Hierin vinden we de waarheid niet als een dicht getimmerd systeem. Hierin vinden verhalen over hoe mensen handelen en spreken in het perspectief van de waarheid, over hoe zij zich tot  de waarheid verhouden. Hoe zij vertrouwen op de waarheid en erin geloven. Hoe zij goed en kwaad in hun leven ervaren en wegen vinden om daarmee om te gaan en hoe zij zo tot leefregels komen. In de gebeurtenissen in het leven zelf moeten we de sporen van waarheid zoeken. Telkens weer moet in iedere situatie opnieuw gezocht worden naar het ware, het goede en het schone. Dat vraagt om ontmoetingen en dialoog. Daarvoor moeten we elkaar bewust opzoeken, maar hierbij is ook sprake van terloopsheid en toevalligheid. Ook Jezus koos de weg van de kleine verhalen om zijn boodschap te verkondigen. Wie kent niet de verhalen over de verloren zoon en over de barmhartige Samaritaan?

Kleine verhalen overstijgen de wereld van de rationaliteit. Zij hebben ook een zekere buigzaamheid en bieden ruimte aan diversiteit. Deze verhalen hebben geen probleem met paradoxen. Met elkaar strijdende stellingen kunnen naast elkaar bestaan en zelfs met elkaar verbonden zijn zonder de tegenstelling te verdoezelen of op te heffen. Hiermee weerspiegelen verhalen het echte leven en de conditie van de mens. Het ene heldere licht van de waarheid wordt door ons mensen waargenomen als een caleidoscoop van kleuren. De schepping waarvan wij onderdeel zijn, is een en al verscheidenheid. Verhalen brengen een zekere eenheid in de verscheidenheid van de werkelijkheid.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact februari 2025

Verwarring

Op de laatste zondagen van het kerkelijk jaar gaat het over het einde der tijden. Jezus spreekt over de verduistering van de zon en dat de maan geen licht meer zal geven. (Mc 13,24) De politiek volgend krijg ik de indruk dat die verduistering ook in onze dagen aan de orde is. Het licht van de waarheid, het Woord van God lijkt ernstig verduisterd. Het zijn momenteel niet zo zeer de hemelse machten die in verwarring zijn. (Mc 13,25) Vele politici zijn in verwarring geraakt. Verschillende bevolkingsgroepen worden tegen elkaar opgezet. Polarisatie en haat zaaien is aan de orde van de dag.

Wat moet ik met uitspraken van politici dat sommige groepen onze normen en waarden niet onderschrijven? Willen zij een moraalpolitie? Een moraalpolitie die onze gedachten en meningen gaat toetsen? Moeten allen die een afwijkende mening hebben het land worden uitgezet of worden opgesloten? En wat zijn ònze normen en waarden? De normen en waarden van politici die dergelijke uitspraken doen, zijn zeker niet mijn normen en waarden. Waar leidt dit toe als deze ontwikkeling zich verder doorzet? Moet ik gaan oppassen, omdat als katholiek respect heb voor mensen uit andere culturen en uit andere godsdiensten?

Gelukkig klinken er ook andere geluiden. Laatst was ik bij een bijeenkomst over synodale Kerk. Synodaliteit betekent dat je taal niet gebruikt om elkaar af te maken, maar juist om respectvol met elkaar om te gaan. Synodaal taalgebruik is gezamenlijk zoeken naar waarheid.

In de encycliek Fratelli tutti (Allen broeders) pleit paus Franciscus voor grensoverschrijdende universele broederschap. Broederschap en sociale vriendschap beperken zich niet tot gelijkgestemden. De paus pleit voor echte ontmoeting tussen mensen en voor diepgaande communicatie en dialoog. Het gaat om het gestadig opbouwen van vriendschap en om het bereiken van een geleidelijk groeiende consensus. Gedeelde normen en waarden kun je niet als regering opleggen. Wel kun als samenleving samen op zoek gaan naar wat je bindt en wat je met elkaar deelt. Daarbij kun je respectvol omgaan met de verschillen die er ook zijn. We moeten niet bang zijn om met elkaar in gesprek te gaan.

De paus waarschuwt voor de verschillende vormen van populisme. Wanneer politici in naam van de welvaart haat en angst zaaien, moeten we ons zorgen maken, op tijd reageren en actie ondernemen. De liefde moet het spirituele hart van de politiek zijn. Dan is er openheid naar andere mensen. Dan is er aandacht voor de zwakke en noodlijdende mensen. De liefde respecteert en verwelkomt verschillen tussen mensen. De liefde brengt ons met elkaar in gesprek.

Artikel in het maandblad van de KBO Voorburg, Contact december 2024/januari 2025