Skip to content

Jouw hand: mijn glimlach; Ez 36,26-28; 2 Kor 5,14-20; Mt 5,23-24

22 januari 2017

“Jouw hand: mijn glimlach”. Het zijn vaak kleine gebaren waarmee mensen elkaar gelukkig maken. Het zijn kleine gebaren die uitdrukking kunnen geven aan grote gevoelens, die uitdrukking geven aan liefde en verbondenheid, aan verzoening en vergeving.

Dit jaar is het 500 jaar geleden dat Maarten Luther zijn 95 stellingen publiceerde. Dat was het begin van de Reformatie, het begin van een herbronning, een teruggaan naar de bronnen van het christendom. Men ging opnieuw op zoek naar hoe het ooit was bedoeld. Dat had de Kerk nodig. Het christendom was dan wel wijd verbreid in Europa, maar de diepgang en de inspiratie waren ondergesneeuwd geraakt. Bovendien waren de tijden veranderd. De boekdrukkunst was uitgevonden. Overal werden universiteiten opgericht. Het christendom kon niet langer op dezelfde weg voort. Er was verandering nodig.

Luther begreep dat. Hij probeerde het christelijk geloof te zuiveren, de Kerk te hervormen, en het evangelie centraal te stellen. Helaas ging dat niet zonder slag of stoot. Er waren persoonlijke belangen en vele misverstanden. De conflicten liepen hoog op en verzoening van de standpunten bleek niet mogelijk. Eeuwen lang heeft zich dat voortgezet. Men sprak elkaar niet. Het denken in karikaturen werd over en weer sterker. Christenen zagen elkaar als vijanden. En de strijdende partijen hebben elkaar veel schade toegebracht. Sinds vorig eeuw zijn we een nieuwe weg ingeslagen. Christenen van verschillende richtingen leren elkaar kennen en zijn met elkaar in gesprek. Er leeft een groot verlangen tot eenheid onder de christenen, maar we hebben nog wel een weg te gaan.

Vandaag worden we opgeroepen ons met elkaar te verzoenen. Jezus spreekt duidelijke taal: Het heeft geen betekenis offers te brengen als je je broeder of zuster iets verwijt. Voordat je je tot God richt, moet je je verzoenen met je medemens. Het is zoals we bidden met het Onze Vader: “Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars vergeven.” Ezechiël maakt duidelijk dat we dat niet op eigen kracht hoeven te doen. God, de Heer, zal ons een nieuw hart en een nieuwe geest geven. Hij zal het versteende hart wegnemen en ons een levend hart geven. Paulus schrijft hoe Christus aan de basis van de verzoening staat. Hij is het die ons met God verzoend. Het is zijn liefde voor ons die Hem daartoe bracht. De liefde is het fundament waarop de verzoening is gebaseerd.

Verzoening tussen mensen is geen gemakkelijke zaak. Het vraagt om te beginnen respect voor elkaar. Het vraagt dat we elkaar als mensen zien, als mensen geschapen naar Gods beeld, als mensen die willen leven en liefhebben zoals God het bedoeld heeft. Vanuit dat respect kunnen we het gesprek met elkaar aangaan. Zo komen we tot een dialoog waarbij we oprecht naar elkaar luisteren, elkaar serieus nemen en elkaar niet van ons eigen gelijk willen te overtuigen. In een oprechte dialoog kunnen we vervolgens op zoek gaan naar de waarheid. De dialoog stelt ons ook in staat onze verbondenheid met elkaar te ontdekken. Door de dialoog kunnen we komen tot liefde voor elkaar. Als we de waarheid onder ogen kunnen zien, weten we ook waar we schuldig zijn naar elkaar. Dat opent de weg naar verzoening en vergeving.

Zo komen we samen tot een leven in liefde en waarheid. Liefde en waarheid zijn de sleutelbegrippen. Zij vormen de fundamenten van de eenheid. Liefde en waarheid kunnen niet zonder elkaar. De liefde weerhoudt ons ervan het zoeken naar de waarheid op de spits te drijven en te vervallen in scherpslijperij. Door de liefde voor elkaar beseffen, dat wij allen – zoals Paulus dat elders schrijft – kijken in een wazige spiegel. (1Kor 13,12) Niemand van ons kan de waarheid ten volle kennen. Niemand van ons heeft de waarheid in pacht.

De waarheid voorkomt dat we vervallen in een goedkope eenheid, dat we geen oog hebben voor de verschillen en geen oog hebben voor de pijn die we elkaar hebben aangedaan. De waarheid weerhoudt ons van uitspraken: “we geloven toch eigenlijk allemaal hetzelfde”. Met een dergelijke uitspraak doen we niet alleen de waarheid geweld aan. Zo’n uitspraak is ook respectloos en daarmee liefdeloos. Zij maakt het geloof van de ander ondergeschikt aan het eigen geloof, want hiermee zegt men: “jij gelooft eigenlijk hetzelfde als ik”.

Door samen in liefde en waarheid te zoeken naar wat ons bindt, komen we tot verzoening en tot verbondenheid met elkaar. Dat leidt niet tot een eenheid van allemaal hetzelfde, maar tot een eenheid in verscheidenheid. Dat leidt tot een eenheid waarbinnen we elkaar verrijken. Het leidt tot eenheid waarbinnen jouw hand mijn glimlach is. Amen.

Advertenties

From → Preken

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s