Skip to content

Hij gevoelde medelijden; 1 K 17,17-24; Lc 7,11-17

5 juni 2016

Het verhaal over Elia dat we vandaag gelezen hebben, staat aan het begin van zijn optreden. Dat optreden begint met de uitspraak van Elia dat het pas weer gaat regenen als hij – als profeet van de Heer – dat aankondigt. Daarna vertrekt Elia. Ondanks de droogte en hongersnood blijft Elia in leven. God laat hem door raven te eten geven. Vervolgens gaat hij naar de weduwe die met haar laatste meel en olie brood voor hem bakt, waarop God ervoor zorgt dat haar meelpot en oliekruik niet meer leeg raken. Dan volgt de dood van de zoon van de weduwe. Zij ziet het als een straf van God en heeft er spijt van dat ze Elia in huis heeft genomen. Zo’n man van God over de vloer maakt je natuurlijk extra kwetsbaar: God houdt je daardoor extra in de gaten. Zo denkt de weduwe.

Elia doet zijn beklag bij God. Waarom moet deze goede vrouw dit overkomen? Altijd is er weer de vraag: waarom worden goede mensen door het kwaad getroffen? Maar daarover een andere keer. God trekt zich het lot van de weduwe aan en geeft Elia de kracht de zoon weer tot leven te wekken. Nu is de weduwe er helemaal van overtuigd dat Elia een groot profeet is, dat hij gezonden is door de Heer van leven en dood, door God die zich het lot van zijn volk aantrekt en mensen bevrijdt.

In het Evangelie lezen we een soortgelijk verhaal. Ook Jezus brengt een zoon van een weduwe weer tot leven. In dit verhaal zien we twee mensenmenigtes die elkaar ontmoeten; Jezus met zijn volgelingen die geloven in zijn verhaal van leven en bevrijding en de begrafenisstoet die gekenmerkt wordt door lijden en dood. Twee kanten van ons menselijk bestaan ontmoeten elkaar.

Zowel bij Elia als in het Evangelieverhaal is sprake van een weduwe en van een overleden zoon. Beide keren staat niet de overleden zoon maar de moeder centraal. De weduwe die haar enige zoon verliest verbeeldt in beide gevallen de ellende die ons mensen kan overkomen. De verhalen spelen in een situatie zonder sociale voorzieningen en waarin vrouwen volkomen afhankelijk zijn van mannen. Zonder man zijn zij tot een leven in armoede gedoemd. Ze zijn onbeschermd en rechteloos. Het is niet voor niets dat we in de Bijbel vaak weduwen tegenkomen. Zij verbeelden de menselijke nood en ellende.

Elia ervaart de dood van de zoon als onrecht. God heeft de weduwe die hem gastvrijheid verleent, onheil gebracht. Bij Jezus gaat het hier niet om onrecht. Hij wordt getroffen door medelijden. Hij gevoelde medelijden, zo staat er geschreven. De Statenvertaling schrijft hier: “De Heere, haar ziende, werd innerlijk met ontferming over haar bewogen.” Jezus wordt werkelijk geraakt door het leed van de vrouw. Het is een misselijk makend leed dat de vrouw is overkomen. Werkelijk geraakt worden door het leed van een ander is de basis van barmhartigheid. Als wij ongevoelig zijn voor het leed van onze medemens zijn wij niet tot barmhartigheid is staat. Het is geen verstandelijke afweging, zoals bij onrecht en de strijd voor een rechtvaardige wereld. Het is – zoals het woord barmhartigheid zegt – een erbarmen dat van ons hart uitgaat. Bij de aankondiging van het heilig Jaar van Barmhartigheid schrijft de paus het volgende over barmhartigheid: “Het is waarlijk op zijn plaats te zeggen dat het een liefde is die het diepste innerlijk van de persoon betreft. Zij komt vanuit het binnenste als een diep, natuurlijk gevoel, zij bestaat uit tederheid en medelijden, toegevendheid en vergeving.”

Barmhartigheid heeft twee kanten: barmhartigheid ontvangen en barmhartigheid schenken. Op de eerste plaats is er de barmhartigheid van God. Hij is onze barmhartige Vader. Hij staat ons bij in onze nood. Hij bevrijdt ons van het kwaad en Hij schenkt ons altijd weer vergeving. Daarnaast worden ook wij opgeroepen barmhartig te zijn naar onze naaste. Ook wij mogen mensen bijstaan in hun nood. Wij mogen bevrijdende woorden spreken en wij mogen elkaar vergeven. Barmhartigheid is niet iets vroeger. Het is van alle tijden, ook van onze tijd. Altijd zijn er mensen die onze barmhartigheid nodig hebben. Jezus is ons hierin voorgegaan. Hij heeft het ons voorgeleefd. Hij heeft ons laten zien wat barmhartigheid in de praktijk betekent. Wij mogen – als ware christenen – Hem navolgen.

Ook voor ons geldt dat het begint met medelijden. Als wij ons opstellen voor de wereld om ons heen, worden wij geraakt en bewogen door het leed dat mensen overkomt. het gaat er niet om dat wij leed van de hele wereld op onze schouders nemen, waar wel dat we zien wat er in de wereld om ons heen gebeurd en doen wat in ons vermogen ligt. Het gaat erom dat wij onze ogen niet sluiten voor wat er op onze weg komt en handelen daar waar er een beroep op ons gedaan wordt. Dat is ook het voorbeeld dat Jezus ons geeft. Afgelopen vrijdag was het hoogfeest van heilig Hart van Jezus. Hij opent zijn hart voor ons. Hij toont zijn barmhartigheid, lenigt de nood, brengt bevrijding van het kwaad en vergeeft zonden. Wij mogen Hem navolgen en ons hart openen voor onze naaste.

Elia en Jezus worden door hun daden herkend als grote profeten. Laat ons herkenbaar zijn als christenen door onze daden van barmhartigheid. Amen.

Advertenties

From → Preken

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s