Skip to content

Dienstbaar zijn; Hnd 7,55-60; Joh 17,20-26

12 mei 2016

Jezus vraagt zijn Vader: “opdat allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U.” Jezus bidt om eenheid onder de mensen en vooral onder zijn volgelingen. Bij eenheid gaat het niet om uniformiteit. Het gaat er niet om dat we allemaal aan elkaar gelijk zijn. Het gaat om een eenheid in verscheidenheid. De eenheid krijgt vorm in een gemeenschap van verbondenheid, in een gemeenschap waarin de liefde de bindende kracht is, in een gemeenschap waarin mensen elkaar van dienst zijn. De goddelijke vorm van gemeenschap vinden we in de gemeenschap die door de heilige Drie-eenheid wordt gevormd. Hier is geen na-ijver en geen eigenbelang. Hier is alleen wederzijdse liefde, harmonie en dienst aan elkaar. Voor ons mensen is dit de vorm van gemeenschap die wij als ideaal nastreven.

De tekst die we vandaag gelezen hebben is de afsluiting van het gebed waarmee Jezus zijn uitgebreide toespraak tot zijn leerlingen afsluit. Deze toespraak houdt Jezus tijdens de maaltijd op de avond voor zijn sterven. Het zijn de laatste woorden die Hij tot zijn leerlingen richt. Hij sluit af met: “Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen.” Zoals we ook de afgelopen zondagen hebben gehoord: het gaat voortdurend om de liefde. De liefde is de kern van de Blijde Boodschap die Jezus ons brengt. “Een nieuw gebod geef Ik u: gij moet elkaar liefhebben; zoals Ik u heb liefgehad, zo moet gij ook elkaar liefhebben.” (Joh 13,34)

Jezus geeft ons geen uitgebreide uitleg over hoe we elkaar moeten liefhebben. Nee, Hij laat ons met zijn eigen leven zien hoe je dat kunt doen. Hij laat ons zien hoe Hij zijn Vader liefheeft, hoe zijn Vader Hem liefheeft. Hij laat ons zien hoe Hij die liefde deelt met alle mensen. Jezus zegt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” (Joh 14,6) Hij laat ons zien hoe je goed kunt leven en hoe je kunt liefhebben. Hij doet het ons voor en zegt tegen ons: doe zoals ik doe, dan word je gelukkig.

Vijftig jaar geleden was het Tweede Vaticaanse Concilie. Dit Concilie bracht de Kerk terug naar de plaats waar zij thuishoort: midden tussen de mensen. De pastorale constitutie ‘Gaudium et spes’ begint met: “De vreugde en de hoop, het leed en de angst van de hedendaagse mens, vooral van de armen en van alle lijdenden, zijn ook de vreugde en de hoop, het leed en de angst van Christus’ leerlingen; en er is niets echt menselijks, of het vindt weerklank in hun hart.” Twee elementen van de Kerk en van het christendom krijgen nieuwe aandacht: dienstbaar zijn en gemeenschap vormen. De hele Kerk wil dienstbaar zijn aan alle mensen. Zij voelt zich ten diepste verbonden met iedereen, met de gehele mensheid. De liefde van mensen voor elkaar staat centraal. De Kerk vertaalt dit in de begrippen dienstbaarheid en gemeenschap.

De dienstbaarheid van de Kerk krijgt mede gestalte door het nieuw leven inblazen van het diaconaat, het ambt van de diaken. Maar de diaken is niet de enige die de opdracht heeft vanuit en namens de Kerk dienstbaar te zijn. Het is de opdracht van de gehele Kerk om dienstbaar te zijn aan de mensheid en het is de roeping van iedere christen om dienstbaar te zijn aan de medemens. Het is de taak van de diaken de dienstbaarheid van Kerk te bevorderen. Hij doet dit door zelf dienstbaar te zijn en met woorden en daden ook anderen te motiveren tot dienstbaarheid.

De dienst van de diaken kent drie aspecten: de dienst van de tafel, de dienst van het woord en de dienst van de liefdewerken. De dienst van de liefdewerken is de meest bekende. Als we over diaconie of caritas spreken, hebben we het over deze dienst. Het gaat om het lenigen van concrete menselijke noden. Denk aan de zeven werken van barmhartigheid: hongerigen voeden, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken en gevangen bezoeken en tenslotte doden begraven.

De dienst van het woord wordt het meest concreet binnen de liturgie. Het is de taak van de diaken het Evangelie te lezen. En hij kan zoals vandaag de preek verzorgen. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden om de Blijde Boodschap van Jezus Christus te verkondigen. In de eerste lezing zien we hiervan een duidelijk voorbeeld. Stefanus, één van de eerste zeven diakens, verrichtte grote wonderen. Hiermee getuigde hij bij het volk van Israël van de Blijde Boodschap. Dit leidde vervolgens tot een veroordeling en een steniging. De diaken treedt zoals de heilige Stefanus met woord en daad naar buiten. Hij gaat vanuit de Kerk de maatschappij in, legt daar contacten, ziet wat daar leeft en brengt dat terug de Kerk in. Hij brengt de noden van de samenleving ter sprake binnen de Kerk.

Tenslotte de dienst van de tafel. Het is de taak van de diaken de priester tijdens de Eucharistieviering te assisteren. Dit is een liturgische functie. Het heeft een symboolwerking. De dienstbaarheid van de diaken in de liturgie staat symbool voor het handelen van de Kerk naar buiten.

Jezus heeft gezegd: “De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.” (Mc 10,45). De diaken mag de dienstbaarheid van Jezus in de Kerk en in de wereld zichtbaar maken en aan de orde stellen. Hij mag Christus Dienaar binnen en buiten de Kerk present stellen. Ik hoop van harte dat met uw medewerking hier te kunnen doen. En vragen wij de heilige Geest ons allen daarbij te helpen. En vragen wij om de voorspraak Maria. Zij is ons aller moeder en zij is voor ons een voorbeeld van dienstbaarheid. Amen.

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s