Skip to content

Roeping, navolging, leerling zijn; W 9,13-18b; Lc 14,25-33

8 september 2013

Wie zijn eigen leven niet haat, kan mijn leerling niet zijn. Dat klinkt in onze oren als een onmogelijkheid. Jezus leert ons toch dat wij een ander moeten liefhebben als onszelf? Staan deze twee uitspraken niet haaks op elkaar, zijn ze niet elkaars tegengestelde? Wat moeten we hiermee? Hoe kunnen wij van een ander houden als we onszelf haten? Om deze tekst te begrijpen zijn er twee zaken om rekening mee te houden. Ten eerste het voorafgaande verhaal, waarvan we vorige week een deel hebben gelezen. En ten tweede de wijze van uitdrukken in de Semitische talen.

Om met het laatste te beginnen: Als ik als Fries zeg, dat het eten niet slecht is, bedoel ik dat zelden zo lekker gegeten heb. De Engelsen noemen dit een understatement. Semitische volken doen het tegenovergestelde, zij overdrijven nogal als ze iets duidelijk willen maken. Stel even we moeten kiezen tussen twee verschillende gerechten die we beide erg lekker vinden: bijvoorbeeld een kalfschnitzel of een runderbiefstukje. Een Fries zegt dan: de schnitzel ziet er niet slecht uit om aan te geven dat hij de schnitzel kiest. De jood uit de tijd van Jezus zegt om de schnitzel te kiezen: ik haat biefstuk. Haten betekent hier niet zo zeer afkeur maar wel een duidelijke keuze voor het andere.

Hoe lezen we dit verhaal met de lezing van vorige week in gedachten. Vorige week ging het over een maaltijd. Jezus zegt tegen de andere gasten dat ze niet op de beste plaatsen moeten gaan zitten. “Want al wie zichzelf verheft zal vernederd en wie zichzelf vernedert zal verheven worden.” Tegen de gastheer zegt Jezus dat het beter is armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden uit te nodigen dan vrienden, broers, bloedverwanten en rijke buren. De laatsten zullen jou op hun beurt uitnodigen en dus krijgt het terug. Maar armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden kunnen je niets teruggeven: dat is ware liefde en dat maakt je echt gelukkig.

Vandaag doet Jezus er nog een schepje bovenop en zet Hij de zaak op scherp. Het is niet alleen een kwestie van een mindere plaats kiezen. Nee, om Jezus’ leerling te kunnen zijn moet iemand zijn kruis dragen. Het is niet alleen een kwestie van wie nodig je aan tafel uit. Nee, om Jezus te volgen moet je radicaal voor Hem kiezen en alles wat je eigenbelang is, komt op de tweede plaats. Jezus navolgen en zijn leerling zijn is kiezen voor Hem en met Hem voor God en voor de naaste. Dat is een radicale keuze en het eigenbelang is daaraan ondergeschikt. Vandaag zijn de slotwoorden: “Zo kan niemand van u mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.” Over twee weken horen we Jezus zeggen: “Gij kunt niet God dienen en de mammon.” We kiezen of voor onze medemens of voor ons zelf.

Het is onze roeping om radicaal voor de ander te kiezen. Radicaal kiezen is niet hetzelfde als impulsief kiezen. Jezus raadt ons juist aan ons goed voor te bereiden en plannen te maken. We moeten onze keuze goed overwegen en er bewust van zijn wat we doen. Jezus zegt ons: Bezint eer ge begint. Maar als je de keuze gemaakt hebt: Ga er dan voor. Zet alles ervoor opzij, al je eigenbelang, al je zelfgerichtheid: “Zo kan niemand van u mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”

Goed nadenken over wat je te doen staat, ontdekken wat God wil, een keuze voor je leven maken: het is geen eenvoudige zaak. De eerste lezing uit het boek Wijsheid gaat hierop in. “De gedachten der stervelingen zijn immers onzeker, en twijfelachtig onze berekeningen. Het vergankelijke lichaam is een last voor de ziel, en onze aardse gebondenheid belemmert de beweeglijke geest.” Zozeer worden wij in beslag genomen door onze zelfgerichtheid, dat het heel ons denken voortdurend beïnvloed. Altijd is er de overweging: Wat heb ik hieraan? Wat zullen de mensen van mij denken? Wat is mijn voordeel en hoe wordt er over mij geoordeeld? Wij zijn mensen met al onze onvolkomenheden. De werkelijke wijsheid komt niet van onszelf, die komt van God. “Wie zou uw wil kunnen kennen, als Gij hem het inzicht niet geeft, en uw heilige Geest niet van boven zendt?”

Het is de kracht van het gebed: dat wij ons openstellen voor God, voor de stem van de heilige Geest die ons woont, voor het voorbeeld van Jezus Christus, die het ons heeft voorgeleefd. Door en in gebed komen wij tot het inzicht wat onze roeping is. “Zo alleen kunnen de mensen op aarde rechte wegen gaan, leren zij kennen wat U welgevallig is, en worden zij door de wijsheid gered.”

Jezus navolgen is op het eerste gezicht niet de gemakkelijkste weg. Het is wel de weg die ons ten diepste doet leven. Het is de weg van de liefde. Het is de weg die ons tot volle bloei laat komen. Het is de weg die ons volledig mens laat zijn. Het is de weg die tot werkelijk geluk leidt, werkelijk geluk niet alleen in het hiernamaals maar ook hier in het tijdelijke. Dit is de weg die voor iedereen open ligt. Het is de weg die wij iedereen toewensen. Daarom is het goed te bidden voor onszelf om te ontdekken wat God van ons wil, en wat zijn plan met ons is. En het is goed te bidden voor iedereen, maar vooral ook voor onze geliefden en voor onze kinderen, dat ook zij ontdekken wat God van hen wil. Alleen zo ontstaat er een klimaat waarin roeping voor een christelijk leven mogelijk is. Roeping tot het christelijk huwelijk en het ouderschap, roeping tot het gewijde ambt van priester en diaken en roeping tot het aan God toegewijde kloosterleven: de roeping tot Jezus navolgen en zijn leerling zijn. Amen.

Advertenties

From → Preken

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s