Spring naar inhoud

Tien geboden voor het milieu

28 november 2012

Evenals vorig jaar vraagt Adventsactie aandacht voor een duurzaam leefmilieu, niet alleen met het project Pure Jute maar ook met het landbouwproject in Cuba waarvoor de parochies van Oostland hebben gekozen. Hoe denkt de Kerk over duurzaamheid en ecologie?

Groene paus

Paus Benedictus XVI – de ‘groene’ paus – vraagt voortdurend aandacht voor het milieu. Hij gaat hiermee verder op de eerder ingeslagen weg. Volgens paus Johannes Paulus II kan de wereldvrede niet gegarandeerd worden als de wereld de milieuproblematiek niet serieus oppakt en haar collectieve verantwoordelijkheid neemt jegens de armen en de toekomstige generaties. Van hem is ook het begrip ‘ecologische zonde’: wie schade toebrengt aan het milieu, begaat een zonde. Duurzaamheid en de zorg voor het milieu maken sindsdien deel uit van de sociale leer van de Kerk.

Paus Benedictus XVI laat het niet alleen bij woorden, hij brengt het ook in de praktijk: in 2007 was het Vaticaan het eerste CO2-neutrale land ter wereld.

Groen zijn

‘Groen zijn’ is niet alleen zorg voor het milieu, leert paus Benedictus XVI ons. Het is ook een morele en religieuze noodzaak: “Goede en effectieve maatregelen tegen de verspilling en vernietiging van de schepping kunnen alleen ontwikkeld en gerealiseerd worden, begrepen en nageleefd worden, als de schepping vanuit Gods standpunt wordt gezien.”[i] Duurzaamheid staat ook niet los van gerechtigheid. Onverantwoorde levenskeuzes en leefstijlen kunnen niet alleen de aarde vernietigen, zij maken ook het leven van de armen nog moeilijker.

De teksten van de paus over het milieu zijn samengebracht in ‘Tien geboden voor het milieu’.[ii] Het zijn tien hoofdthema’s van het denken van de Kerk over het milieu. De boodschap is dat de mensheid een verantwoordelijke beheerder moet zijn van de schepping. Mensen mogen de aarde gebruiken, niet misbruiken. Op die manier wordt de mens medeschepper met God in het proces van het maken van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

De tien geboden

1.      Gebruiken, niet misbruiken. De mens staat aan het hoofd van de schepping en moet haar overeenkomstig Gods plan op verantwoordelijke wijze beheren en gebruiken.

2.      Weinig minder dan een God. De natuur is geen gebruiksobject dat kan worden gemanipuleerd en geëxploiteerd, en ook geen absolute waarde die boven de menselijke waardigheid staat.

3.      Eén voor allen, allen voor één. Het is een gezamenlijke plicht het milieu te respecteren als een collectief bezit, bestemd voor de huidige en de toekomstige generaties.

4.      Het is geen ‘brave new world’. Bij milieuproblemen gaan ethiek en menselijke waardigheid boven techniek.

5.      Gaia is geen god. De natuur is niet goddelijk en zo lang de schepping en de natuurlijke orde worden gerespecteerd, is menselijk ingrijpen goed.

6.      Vooruitgang tot welke prijs? Economisch en ecologisch beleid moeten op elkaar afgestemd worden. Naast de economische zijn ook de ecologische kosten van belang.

7.      Stromen als een rivier. Het stoppen van de wereldwijde armoede vraagt eerlijke verdeling van alle grondstoffen.

8.      We zitten in hetzelfde schuitje. Het recht op een veilige en schone leefomgeving moet door wereldwijde samenwerking en internationale akkoorden beschermd worden.

9.      Discipline is niet een vies woord. Milieubescherming vereist een andere levensstijl. We moeten ons afkeren van consumentisme en productiemethoden nastreven die de natuurlijke orde respecteren en waarmee we kunnen voorzien in de basisbehoeften van alle levende wezens.

10.   Alles is gegeven. Milieuvraagstukken vragen om een spiritueel antwoord, geïnspireerd door het geloof dat de schepping een geschenk van God is. De mens is God dankbaar voor de schepping.

De paus roept ons op door onze levensstijl te getuigen dat alles en iedereen is geschapen om God eer te bewijzen. Dat onderscheidt ons van de seculiere milieubeweging. Het is God die centraal staat, niet de mens. En het is Gods liefde die ons de moed en de hoop geeft dit probleem aan te pakken. In het vervolg van dit artikel worden de tien geboden stuk voor stuk nader belicht en toegelicht met teksten van de paus zelf.[iii] Dit artikel is gebaseerd op het hierboven genoemde boek van Woodeene Koenig-Bricker.

1e gebod: Gebruiken, niet misbruiken

De mens staat aan het hoofd van de schepping en moet haar overeenkomstig Gods plan op verantwoordelijke wijze beheren en gebruiken.

Het scheppingsverhaal leert ons dat de mens door God is belast met de niet eenvoudige opgave van het beheer van de schepping: “God sprak: ‘Nu gaan wij de mens maken, als beeld van ons, op ons gelijkend; hij zal heersen over de vissen van de zee, de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt.’” (Gen 1,26) Wij hebben de opdracht de schepping te gebruiken en verder te ontwikkelen. Daarmee worden we naast God medescheppers in het tot stand brengen van een nieuwe aarde en een nieuwe hemel. We hebben echter niet alleen de mogelijkheid de schepping te gebruiken en verder uit te bouwen; we zijn ook in staat haar te misbruiken en zelfs te vernietigen.

In gesprek met de clerus van het bisdommen Belluno-Feltre en Treviso zegt de paus op 24 juli 2007: “We zien tegenwoordig dat de mens de basis van zijn bestaan, zijn aarde kan vernietigen en dat we daarom met deze aarde, met de ons toevertrouwde werkelijkheid niet meer kunnen doen wat we willen en wat ons op het moment nuttig en veelbelovend lijkt. Als wij willen overleven, moeten wij de eigen wetten van de schepping, van deze aarde respecteren en deze wetten leren kennen en ook gehoorzamen. Deze gehoorzaamheid aan de stem van de aarde, de stem van het zijn is voor ons toekomstig geluk belangrijker dan de stem van het moment, de wensen van het moment. Dit is het eerste te leren criterium: het zijn zelf, onze aarde spreekt tot ons en wij moeten luisteren als wij willen overleven en de boodschap van de aarde willen ontcijferen.”[iv]

2e gebod: Weinig minder dan een God

De natuur is geen gebruiksobject dat kan worden gemanipuleerd en geëxploiteerd, en ook geen absolute waarde die boven de menselijke waardigheid staat.

Sinds Darwin de evolutieleer ontdekte, is het denken over het ontstaan van de mens veranderd en daarmee voor velen ook het mensbeeld. Psalm 8 zegt ons: “Wat is dan de mens dat Gij aan hem denkt, de zoon van Adam, dat hij U ter harte gaat? Toch hebt Gij hem bijna een god gemaakt en hem met glorie en luister gekroond.” Ook al is de mens de beheerder van de schepping, hij maakt er ook deel van uit. De waarde van de mens gaat de schepping te boven, maar het menselijk bestaan is ook afhankelijk van de schepping. De mens kan niet willekeurig de schepping manipuleren, maar hij moet zich ook niet passief onderwerpen aan de grillen van de natuur.

In de toespraak van de paus tot de Pauselijk Academie van Wetenschappen op 31 oktober 2008 lezen we: “Vanzelfsprekend dienen zich vragen aan over de relatie tussen de wetenschappelijke lezing van de wereld en de interpretatie die de christelijke openbaring geeft. Mijn voorgangers paus Pius XII en paus Johannes Paulus II bevestigden dat er geen tegenspraak is tussen het door het geloof bepaalde begrip van de schepping en de verklaring die empirische wetenschappen geven. (…) Om zich te kunnen ontwikkelen en te kunnen ontvouwen moet de wereld er eerst zijn en dus vanuit het niets in het zijn gekomen zijn. Met andere woorden: zij moet geschapen zijn door het eerste Wezen, Hij die er per definitie is.”[v]

Geloof en wetenschap strijden niet met elkaar. Zij geven antwoord op van elkaar verschillende vragen. De wetenschap verklaard hoe de wereld is ontstaan. Het geloof zegt ons waarom de wereld er is en ook welke plaats de mens in deze wereld heeft.

Tijdens zijn preek tijdens Eucharistieviering bij de inauguratie tot paus op 25 april 2005 leert de paus ons: “Wij zijn niet het toevallige en zinloze product van de evolutie. Ieder van ons is het resultaat van een gedachte van God. Ieder van ons is gewenst, ieder van ons is geliefd, ieder van ons is nodig.”[vi]

3e gebod: Eén voor allen, allen voor één

Het is een gezamenlijke plicht het milieu te respecteren als een collectief bezit, bestemd voor de huidige en de toekomstige generaties.

Duurzaamheid en zorg voor het milieu zijn een onlosmakelijk onderdeel van de sociale leer van de Kerk. Algemeen welzijn, solidariteit, vrede en gerechtigheid staan in directe relatie met duurzaamheid. De mensheid van heel de wereld en van alle tijden vormt één grote familie. Het bereiken van positieve resultaten vraagt ieders inspanning en de samenwerking van velen, waaronder politici, wetenschappers en economen.

De paus doet vooral ook een beroep op de jongeren. In zijn preek op 2 september 2007 in Loreto zegt hij tegen de Italiaanse jongeren: “Ik weet dat velen van jullie je binnen de verschillende sociale omgevingen genereus wijden aan de getuigenis van het eigen geloof, door te werken als vrijwilliger, door je in te zetten voor de bevordering van het algemeen welzijn, van de vrede en gerechtigheid in iedere gemeenschap. Een van de terreinen waarop het urgent lijkt je in te zetten, is ongetwijfeld dat van het behoud van de schepping. Aan de nieuwe generaties is de toekomst van de planeet toevertrouwd, terwijl hier duidelijk de tekenen aanwezig zijn van een ontwikkeling die niet altijd het delicate evenwicht in de natuur heeft weten te beschermen. Voordat het te laat is, is het nodig om moedige keuzes te maken die opnieuw een hecht verbond tussen de mens en de aarde scheppen. Hier is een vastbesloten ‘ja’ tot bescherming van de schepping nodig en een krachtige inzet om die tendensen om te buigen die dreigen te leiden tot situaties van onomkeerbare neergang.”[vii]

Wij mogen erop vertrouwen dat de schepping in staat is voor iedere mens een goed leven mogelijk te maken, want Gods schepping is goed. Op 17 juli 2008 tijdens het welkomsfeest van de Wereldjongerendagen in Sydney leert de paus de jongeren: “Mijn lieve vrienden, Gods schepping is uniek en goed. De inspanningen voor geweldloosheid, duurzame ontwikkeling, gerechtigheid en vrede, evenals de zorg voor het milieu zijn van vitaal belang voor de mensheid.”[viii]

4e gebod: Het is geen ‘brave new world’

Bij milieuproblemen gaan ethiek en menselijke waardigheid boven techniek.

Aldous Huxley beschrijft in zijn roman ‘Brave New World’ een toekomstige wereld die totaal door technologie en rationaliteit wordt beheerst. Rationaliteit, wetenschap en techniek zijn ons door God als een geschenk in handen gegeven. Op zichzelf zijn het neutrale instrumenten die zowel voor goede als voor kwade doelen kunnen worden gebruikt. Een goed gebruik van wetenschap en techniek vraagt een ethische afweging, een toetsing aan de waarden die het geloof ons leert. Dit geldt niet alleen voor het doel maar ook voor de mogelijke bijeffecten en voor de bijkomende onzekerheden.

In zijn toespraak tot de christelijke associaties van Italiaanse arbeiders stelt de paus op 27 januari 2007: “Wij leven in een tijd waarin wetenschap en techniek buitengewone mogelijkheden bieden tot verbetering van de kwaliteit van het leven van alle mensen. Misbruik van deze macht kan echter een ernstige en onomkeerbare bedreiging van het leven zelf worden.”[ix]

In een gezamenlijke verklaring van de paus met Bartholomew I, patriarch van Constantinopel, op 30 november 2006 in Istanbul vinden we: “Met het oog op de grote bedreiging van het natuurlijke milieu willen we uiting geven aan onze bezorgdheid over de negatieve gevolgen voor de mensheid en voor het geheel van de schepping die het resultaat zijn van de economische en technologische vooruitgang, die haar grenzen niet kent. Als religieuze leiders beschouwen we het als een van onze plichten om de inspanningen die ondernomen worden om Gods schepping te beschermen en de komende generaties een wereld na te laten waarin zij kunnen leven, aan te moedigen en te ondersteunen.”[x]

5e gebod: Gaia is geen god

De natuur is niet goddelijk en zo lang de schepping en de natuurlijke orde worden gerespecteerd, is menselijk ingrijpen goed.

In de Griekse mythologie is Gaia de oermoeder, Moeder Aarde. In onze tijd is het beeld van een goddelijke aarde nieuw leven ingeblazen. Hiermee krijgt de mens een ondergeschikte positie ten opzichte van de aarde. De Bijbel leert ons met het scheppingsverhaal echter dat de aarde door God is geschapen en dat zij aan de mens is toevertrouwd: de aarde is een geschenk van God aan de mens. Het gebruik van geschenken vraagt dat wij respect hebben voor de bedoelingen van de schenker.

In zijn boodschap op 1 januari 2008, de Internationale Dag van de Vrede, bespreekt de paus dit onderwerp: “De familie heeft een thuis nodig, een haar passende omgeving waar zij haar onderlinge relaties kan realiseren. Voor de mensheid is dit thuis de aarde, de wereld die God, de Schepper ons heeft gegeven om haar met creativiteit en verantwoordelijkheid te bewonen. We moeten zorg dragen voor de wereld: zij is de mensen toevertrouwd om haar in verantwoordelijke vrijheid te beschermen en te cultiveren waarbij het algemeen welzijn voortdurend het leidend criterium moet zijn. Natuurlijk zijn mensen in vergelijking met de gehele schepping van grotere waarde. Het milieu respecteren betekent niet de natuur of de dierenwereld belangrijker achten dan de mensen. Het betekent eerder de natuur niet op egoïstische wijze zien als compleet beschikbaar voor onze eigen belangen, want ook de komende generaties hebben het recht van de schepping te profiteren en daarbij aan dezelfde verantwoordelijke vrijheid uiting te geven als wij voor onszelf opeisen. Zo mogen ook de armen niet vergeten worden: zij die vaak uitgesloten zijn van de vruchten van de schepping die voor iedereen zijn bedoeld. Tegenwoordig maakt de mensheid zich terecht zorgen over het toekomstige ecologische evenwicht. Het is goed bedachtzaam tot voorspellingen op dit gebied te komen in dialoog tussen deskundigen en geleerden, zonder ideologische druk tot overhaaste conclusies en vooral met het doel overeenstemming te bereiken over een model van duurzame ontwikkeling dat met respect voor het ecologisch evenwicht het algemeen welzijn van iedereen garandeert.”[xi]

6e gebod: Vooruitgang tot welke prijs?

Economisch en ecologisch beleid moeten op elkaar afgestemd worden. Naast de economische zijn ook de ecologische kosten van belang.

Ons economisch handelen wordt over het algemeen vooral door de direct zichtbare kosten bepaald. Eventuele negatieve effecten voor het milieu blijven daarmee meestal buiten beschouwing. Economische en ecologische ontwikkelingen mogen niet los van elkaar worden gezien. In zijn brief van 1 september 2007 aan Bartholomaios I, patriarch van Constantinopel, ter gelegenheid van het zevende symposium over godsdienst, wetenschap en de milieubeweging schrijft de paus: “Behoud van het milieu, bevordering van duurzame ontwikkeling en vooral aandacht voor klimaatveranderingen zijn voor de gehele menselijke familie zaken van groot belang. Geen land of bedrijfstak kan de ethische aspecten die zich in elke economische en sociale ontwikkeling voordoen, negeren. Wetenschappelijk onderzoek levert steeds overtuigender het bewijs dat de invloed van menselijk handelen waar dan ook op aarde wereldwijde gevolgen kan hebben. De gevolgen van veronachtzaming van het milieu kunnen niet tot de directe omgeving of de eigen bevolking beperkt worden, omdat zij altijd de menselijke samenleving kwetsen en dus de menselijke waardigheid verraden en de rechten van de burgers die in een veilige omgeving willen leven, geweld aandoen.”[xii]

De aarde en de natuur zijn niet onuitputtelijk: er zijn grenzen. Binnen de mogelijkheden van de schepping moet de mens streven naar het algemeen welzijn van iedereen. In de pauselijke boodschap aan de directeur-generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties op Wereldvoedseldag, 16 oktober 2006 lezen we: “De scheppingsorde vraagt dat er prioriteit wordt gegeven aan menselijke activiteiten die geen onomkeerbare schade aan de natuur toebrengen, maar die integendeel in het sociale, culturele en religieuze weefsel van de verschillende gemeenschappen zijn verankerd. Op deze wijze wordt een gezond evenwicht tussen het gebruik en de duurzaamheid van de natuurlijke bronnen bereikt.”[xiii]

7e gebod: Stromen als een rivier

Het stoppen van de wereldwijde armoede vraagt eerlijke verdeling van alle grondstoffen.

Op 16 juni 2005 wijst de paus de nieuwe ambassadeurs bij de Heilige Stoel op het volgende: “De aarde kan werkelijk voldoende voortbrengen om al haar bewoners te voeden, op voorwaarde dat de rijke landen niet dat wat aan iedereen toebehoort, voor zichzelf houden.”[xiv] Solidariteit en gerechtigheid zijn peilers van de sociale leer van de Kerk. Zij richten onze aandacht op de positie van de armen. Aandacht voor de armen is vooral ook van belang bij de verdeling van schaarste. Het zijn ook de armen die het eerst en het meest onder de gevolgen van milieurampen te lijden hebben. In zijn preek tijdens de Eucharistieviering op 1 december 2006 in Istanbul zegt de paus: “In een wereld waarin mensen zoveel moeite hebben de vruchten van de aarde met elkaar te delen en waarin men zich terecht zorgen begint te maken over de schaarste aan water dat zo kostbaar is voor het leven van het lichaam…”[xv]

In zijn boodschap op 1 januari 2009, de Internationale Dag van de Vrede stelt de paus: “In de encycliek Centesimus annus wees Johannes Paulus II op de noodzaak ‘de mentaliteit op te geven die de armen – individuen en volkeren – als een last en als ongelegen verstoorders beschouwt die willen verbruiken wat andere hebben geproduceerd’. ‘De armen’, schrijft hij, ‘vragen het recht om te delen in het genot van de stoffelijke zaken en om hun werkkracht vruchtbaar te maken en zo een wereld te scheppen die rechtvaardiger en voor allen welvarender is’. In de huidige geglobaliseerde wereld wordt het steeds duidelijker dat vrede alleen tot stand kan worden gebracht wanneer iedereen van de mogelijkheid van een redelijke groei is verzekerd: vroeg of laat moet door iedereen de rekening betaald worden van de verstoringen die het gevolg zijn van onrechtvaardige systemen. Het is complete waanzin een luxueus huis te midden van verval en woestenij te bouwen. Globalisering op zich is niet in staat vrede tot stand te brengen en in vele gevallen veroorzaakt het zelfs verdeeldheid en conflicten. Veel eerder maakt het de noodzaak duidelijk tot oriëntatie op een doel van volledige solidariteit gericht op het welzijn van allen. In deze zin moet de globalisering gezien worden als een uitgesproken kans iets substantieels tot stand te brengen in de strijd tegen de armoede, en tot op heden ondenkbare wegen te gaan leidend naar vrede en gerechtigheid.”[xvi]

8e gebod: We zitten in hetzelfde schuitje

Het recht op een veilige en schone leefomgeving moet door wereldwijde samenwerking en internationale akkoorden beschermd worden.

Zonder internationale samenwerking komen we niet tot een duurzame samenleving. In de pauselijke boodschap op 1 januari 2008, de Internationale Dag van de Vrede vinden we: “Ik nodig iedere man en vrouw uit om zich nog meer bewust te worden van het diepe gevoel dat we tot één gezamenlijke mensenfamilie behoren, en ernaar te streven dat de menselijke samenleving deze overtuiging steeds meer weerspiegelt. Dit is essentieel om tot werkelijke en duurzame vrede te komen.”[xvii] Naast vrijwillige samenwerking is er ook internationale regelgeving noodzakelijk. Iedere mens heeft recht op een schoon milieu.

In zijn boodschap aan de directeur-generaal van de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) van de Verenigde Naties op Wereldvoedseldag, 16 oktober 2006 schrijft de paus: “Meer dan ooit is het tegenwoordig, met het oog op de terugkerende crises en het najagen van enkel persoonlijk belang, nodig dat er tussen de landen samenwerking en solidariteit is. Ieder land moet aandacht hebben voor de noden van de zwaksten onder zijn burgers, want zij zijn de eersten die lijden onder armoede. Zonder deze solidariteit bestaat het gevaar dat het werk van de internationale organisaties die zich inzetten voor de strijd tegen honger en ondervoeding, beperkt of zelfs verhinderd wordt. Op deze wijze bouwen de landen werkelijk de geest van gerechtigheid, eensgezindheid en vrede tussen de volkeren op: ‘opus iustitiae pax’ (zie Jes 32,17).”[xviii]

9e gebod: Discipline is niet een vies woord

Milieubescherming vereist een andere levensstijl. We moeten ons afkeren van consumentisme en productiemethoden nastreven die de natuurlijke orde respecteren en waarmee we kunnen voorzien in de basisbehoeften van alle levende wezens.

Het zal iedereen volstrekt duidelijk zijn, dat we niet door kunnen gaan met onze Westerse manier van leven en overconsumptie. Dat vraagt discipline en een andere mentaliteit. We moeten van een mentaliteit van ‘hebben’ naar een mentaliteit van ‘zijn’ met nadruk op waarden als waarheid, schoonheid, deugdzaamheid en gemeenschap.

In gesprek met de clerus van het bisdom Belluno-Feltre zegt de paus op 6 augustus 2008: “Het gaat er niet alleen om dat wij technologieën ontdekken om de schade te voorkomen; nog belangrijker is het dat we alternatieve bronnen van energie en nog veel meer vinden. Maar niets van dit alles is voldoende als wij niet zelf een nieuwe levensstijl vinden, een discipline van afzien, een discipline van erkennen van anderen aan wie de schepping net zo goed toebehoort als aan ons terwijl wij er gemakkelijker over beschikken, een discipline van verantwoordelijkheid voor de toekomst voor anderen en voor onszelf, want dat is de verantwoordelijkheid die ons door Hem is gegeven die onze Rechter is en als Rechter ook onze Verlosser, maar zeker ook onze Rechter.

In het verlengde hiervan ben ik er van overtuigd dat we de beide dimensies – schepping en verlossing, aards leven en eeuwig leven, verantwoordelijkheid voor de schepping en verantwoordelijkheid voor anderen en voor de toekomst – bij elkaar moeten brengen. Ook denk ik, dat het onze opgave is nadrukkelijk en duidelijk aan het openbare debat deel te nemen. Om te kunnen overtuigen moeten wij tegelijkertijd door ons eigen voorbeeld, door onze eigen levensstijl laten zien dat het een boodschap is waarin wij zelf geloven en die kan worden nageleefd. En laten wij de Heer bidden ons allen te helpen, dat wij zelf zo vanuit het geloof en vanuit de verantwoordelijkheid van het geloof leven, dat onze levensstijl een getuigenis is, en ook zo te spreken dat ons woord geloofwaardig laat zien dat het geloof een wegwijzer in onze tijd is.”[xix]

10e gebod: Alles is gegeven

Milieuvraagstukken vragen om een spiritueel antwoord, geïnspireerd door het geloof dat de schepping een geschenk van God is. De mens is God dankbaar voor de schepping.

In gesprek met de Italiaanse jongeren leert de paus hen op 1 september 2007 in Loreto: “De schoonheid van alle schepselen is een van de wegen waarlangs wij Gods schoonheid werkelijk ervaren; hierdoor zien wij dat de Schepper bestaat en goed is. Het is waar zoals de heilige Schrift ons met het scheppingsverhaal leert, dat God de wereld voorzag en maakte met zijn hart, zijn wil en zijn wijsheid, en dat Hij het goed vond.”[xx]

Een goede omgang met de schepping, duurzaamheid en zorg voor het milieu vragen dat wij de schepping zien als een geschenk van God. Met dit geschenk openbaart God zijn liefde en goedheid aan ons. Schepping en verlossing zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De dankbaarheid voor het geschenk brengt ons in beweging om ervan te getuigen, het goed en respectvol te gebruiken en het verder uit te bouwen tot een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

Op 17 juli 2008 tijdens welkomsfeest van de Wereldjongerendagen in Sydney zegt de paus tegen de jongeren: “De opdracht om te getuigen is geen gemakkelijke. Velen beweren tegenwoordig dat God buiten beschouwing moet worden gelaten, en dat religie en geloof wel mooi zijn voor individuen, maar geheel uit het openbare leven moeten worden geweerd of slechts moeten worden ingezet om beperkte pragmatische doelen te bereiken. Deze geseculariseerde opvatting tracht met nauwelijks of geen beroep op de Schepper het menselijk leven te verklaren en de maatschappij vorm te geven. Zij presenteert zichzelf als neutraal, onpartijdig en daarmee voor iedereen geldend. Maar in werkelijkheid, zoals iedere ideologie, dringt de secularisatie een bepaald wereldbeeld op. Wanneer God in het openbare leven betekenisloos is, wordt de maatschappij op basis van een goddeloos denkbeeld vorm gegeven. Wanneer God buiten beschouwing wordt gelaten, wordt ons langzamerhand de mogelijkheid ontnomen de natuurlijk orde, haar doel en het goede te herkennen. Wat opschepperig als menselijke genialiteit wordt aangemoedigd, manifesteert zichzelf al snel als dwaasheid, gierigheid en egoïstische uitbuiting. En zo zijn wij ons meer en meer bewust geworden van de noodzaak bescheiden te zijn in het aangezicht van de broze complexiteit van Gods wereld.”[xxi]


[ii]     Woodeene Koenig-Bricker, Ten Commandments for the Environment: Pope Benedict XVI Speaks Out for Creation and Justice, Notre Dame: Ave Maria Press, 2009.

[iii]    De auteur is verantwoordelijk voor de Nederlandse vertalingen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s